Scriptieprijs 2017

De herziening en beëindiging van de uitkering tussen echtgenoten na echtscheiding door onderlinge toestemming

Liesbet Van Gijsel
Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming kunnen de echtgenoten overeenkomen dat de ene een uitkering zal betalen aan de andere. Zij kunnen daarbij afspraken maken die hen rechtszekerheid bieden wanneer de betaling van de uitkering moet veranderen of stoppen, als hun levensomstandigheden gewijzigd zijn.

Eens een uitkering, altijd een uitkering voor uw ex-echtgenoot?

EENS een UITKERING, altijd een uitkering VOOR UW EX-ECHTGENOOT?

Hebt u schrik dat uw ex-echtgenoot na de scheiding deeltijds zal blijven werken, zodat hij of zij steeds een beroep kan blijven doen op uw financiële steun? Of hoopt u na uw huwelijk een nieuwe partner te ontmoeten, maar bent u bang dat uw ex-echtgenoot teveel geld van u zal blijven vragen? Echtgenoten die van elkaar willen scheiden, zijn soms bang dat ze financieel van elkaar afhankelijk zullen blijven. Want allebei zult u een nieuw leven willen opbouwen, en goede afspraken over de uitkering zullen u daarbij helpen.

Uitkering na echtscheiding door onderlinge toestemming

Bij een echtscheiding door onderlinge toestemming (afgekort: EOT) moeten de partijen op voorhand in onderling overleg een EOT-overeenkomst opstellen, eventueel met de hulp van een advocaat of notaris. De kans is groot dat u voor de EOT hebt gekozen om een lange en kostelijke procedure te vermijden. Maar wat moet daar zoal instaan als uw ex-echtgenoot een uitkering vraagt?

Als het loonsverschil tussen beide echtgenoten groot is, kan men in de EOT-overeenkomst afspreken dat de ene echtgenoot een uitkering betaalt aan de andere, die minder geld verdient. Dit is een som geld van gemiddeld 588,00 euro die de schuldenaar elke maand op de rekening van de andere stort. Maar wat gebeurt er als de schuldenaar dit na verloop van tijd niet meer kan betalen? Of wat als de schuldeiser al dat geld niet meer nodig heeft? De kern van al deze vragen is of de afspraken over de uitkering achteraf nog gewijzigd kunnen worden wanneer de levensomstandigheden van een ex-echtgenoot veranderen.

Geen voorafgaande controle door de rechter

Een goede EOT-overeenkomst verzekert de partijen dat ze in goede verstandhouding hun relatie kunnen beëindigen. Wanneer de ex-echtgenoten zelf achter hun overeenkomst staan, is dit zowel bevorderlijk voor het welbevinden van henzelf als van hun kinderen. Het is immers niet de bedoeling dat u na uw echtscheiding telkens naar de rechter moet stappen, omdat er wat mis is met de EOT-overeenkomst. Een eerste bescherming tegen een oneerlijke uitkering kan gerealiseerd worden door de rechter, die de EOT-overeenkomst kan controleren wanneer hij de echtscheiding uitspreekt. Dit is in België echter nog niet het geval, waardoor onze aandacht vooral moet gaan naar de inhoud van de EOT-overeenkomst zelf.

Het is aangeraden dat de overeenkomst een oplossing bevat voor het geval de betaling van de uitkering moet veranderen of stoppen. Maar al te vaak beperkt men zich tot één enkele standaardzin, die helemaal geen zekerheid geeft over wat er werkelijk gebeurt bij latere problemen. En dat terwijl er zoveel verschillende mogelijkheden zijn.

Nieuw akkoord tussen de partijen

Allereerst kunnen de ex-echtgenoten na de scheiding altijd een nieuw akkoord op papier zetten dat het vorige vervangt. Dit is een eenvoudige oplossing, waarbij het wel nodig is dat beide partijen nog samen rond de tafel willen gaan zitten. Om zulke nieuwe onderhandelingen te vermijden, kunnen de partijen in de EOT-overeenkomst een regeling opnemen die automatisch werkt wanneer de levensomstandigheden van één van beiden wijzigen.

Automatische regeling in de EOT-overeenkomst

Enerzijds nemen de echtgenoten best een regeling op voor wanneer de schuldenaar werkonbekwaam wordt, wanneer hij op pensioen gaat, of wanneer zijn inkomen daalt, zodat hij zichzelf dan niet blut betaalt. Bovendien kunnen ze afspreken dat de betaling stopt als de schuldeiser opnieuw werk vindt of een nieuwe partner vindt, omdat deze dan gemakkelijker zelf kan instaan voor zijn eigen kosten.

Anderzijds kunnen de echtgenoten afspreken voor welke duur de uitkering betaald moet worden. U bent niet verplicht om de uitkering levenslang aan uw ex-echtgenoot te betalen. De echtgenoten kunnen bijvoorbeeld opnemen dat de betaling stopt als de schuldeiser opnieuw gaat samenwonen met een andere partner of als hij hertrouwt, en dat de betaling sowieso stopt na bijvoorbeeld vijf jaar. Zij kunnen bijvoorbeeld ook afspreken dat de uitkering maar loopt gedurende tien jaar met daarbinnen trapsgewijze verminderingen om de twee jaar.

Aanpassing door de rechter na de echtscheiding

Daarnaast kunnen de partijen ook een beroep doen op de rechter om de uitkering te laten herzien. In België bepaalt de wet dat de rechter de uitkering kan aanpassen als het bedrag niet meer eerlijk is. De rechter kan de uitkering niet alleen verminderen of afschaffen, maar hij kan ze ook verhogen. In welke richting de rechter zal beslissen is dus onvoorspelbaar. Deze ruime bevoegdheid van de rechter kan in de EOT-overeenkomst wel beperkt worden. Dan zeggen de echtgenoten dat zij de wet terzijde schuiven en dat zij willen dat de rechter de uitkering enkel kan verlagen en niet kan verhogen. Deze oplossing biedt hen dan meer zekerheid over wat de rechter kan beslissen.

Buitenlandse regelingen

Deze oplossingen zijn zeker belangrijk als een echtgenoot in het buitenland gescheiden is, en daarna in België is komen wonen. Wanneer deze ex-echtgenoot in het verleden verhuisd is naar België en de uitkering vandaag wil veranderen, is de vraag of de hier besproken Belgische regeling daarop van toepassing is. Omgekeerd kunnen er ook problemen zijn als echtgenoten in België scheiden, maar in de toekomst naar Nederland of Frankrijk willen verhuizen. Het Belgisch, Frans en Nederlands recht hebben immers een verschillende regeling, die de gemaakte afspraken zou kunnen ondermijnen.

Tal van mogelijke afspraken

Aldus zijn veel mogelijkheden denkbaar om het bedrag van de uitkering te verminderen, als u zelf minder verdient of de andere het geld niet meer nodig heeft. Iedereen weet dat ex-echtgenoten pas in alle vrijheid een nieuw leven kunnen opbouwen, als zij weten dat zij voor het heden én voor de toekomst goede afspraken gemaakt hebben. Het belang van een duidelijke EOT-overeenkomst blijft cruciaal, en ook de afspraken over de uitkering moeten op maat opgesteld zijn voor de situatie van beide partijen. Onthoud: u bent nooit verplicht om bij gewijzigde omstandigheden levenslang dezelfde uitkering te betalen.

Bibliografie

Hoofdstuk I. wetgeving

Afdeling I. Internationale en Europese wetgeving

Verordening nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, Pb.L. 23 december 2003 (verkort: Brussel IIbis-Verordening);

Protocol van Den Haag van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Pb.L. 16 december 2009 (verkort: Haags Onderhoudsprotocol);

Verordening nr. 1259/2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, Pb.L. 29 december 2010 (verkort: Rome III-Verordening);

Verordening nr. 4/2009 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, Pb.L. 7 april 2011 (verkort: Alimentatieverordening);

 

Afdeling II. Belgische wetgeving

Burgerlijk Wetboek (verkort: BW);

Gerechtelijk Wetboek (verkort: Ger.W.);

Organieke Wet Notariaat, BS 16 maart 1803 (verkort: OWN);

Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, BS 27 juli 2004 (verkort: WIPR);

Wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding, BS 7 juni 2007;

 

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Burgerlijk Wetboek betreffende de procedures tot echtscheiding. Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door mevrouw Maximus, Part.St. Senaat 1996-97, nr. 1-437/6, 72 p.;

Verslag namens het Adviescomité voor Maatschappelijke Emancipatie uitgebracht door de dames K. Grauwels en M. De Meyer, Parl.St. Kamer 2001-02, nr. 0619/002, 55 p.;

Wetsontwerp betreffende de hervorming van de echtscheiding, Parl.St. Kamer 2005-06, nr. 2341/001, 132 p.;

Wetsontwerp betreffende de hervorming van de echtscheiding. Amendementen, Parl.St. Kamer 2006-07, nr. 51-2341/016, 11 p.;

Verslag namens de Commissie voor de Justitie uitgebracht door mevrouw V. DEOM en de heer S. Verherstraeten, Parl.St. Kamer 2006-07, nr. 51-2341/018, 105 p.;

 

Afdeling III. Franse wetgeving

Code Civil (verkort: CC);

Code de Procédure Civil;

Loi n° 2004-439 du 26 mai 2004 relative au divorce, Journal officiel de la République française 27 mei 2004;

Loi n° 2011-1862 du 13 décembre 2011 relative à la répartition des contentieux et à l'allègement de certaines procédures juridictionnelles, Journal officiel de la République française 14 december 2011;

 

Afdeling IV. Nederlandse wetgeving

Nieuw Burgerlijk Wetboek (verkort: NBW);

Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering;

 

Voorstel van wet van de leden Van Oosten, Recourt en Berndsen-Jansen tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van partneralimentatie (Wet herziening partneralimentatie). Memorie van Toelichting, Parl.St. Tweede Kamer 2015-16, kamerstuk 34231 nr. 3, 37 p.;

 

Hoofdstuk II. Rechtspraak

Afdeling I. Internationale en Europese rechtspraak

HvJ 27 februari 1997, nr. C-220/95, ECLI:EU:C:1997:91;

 

Afdeling II. Belgische rechtspraak

Arbitragehof 2 juli 2003, nr. 96/2003;

 

Cass. 14 november 1974, AC 1975, 331;

Cass. 4 november 1976, T.Not. 1977, 267, noot;

Cass. 14 november 1979, RW 1979-80, 2170;

Cass. 27 februari 1986, RNB 1986, 474, noot VANDER ELST, R.;

Cass. 5 juni 1986, RW 1986-87, 1478, noot Pintens, W.;

Cass. 15 oktober 1987, RW 1987-88, 1506, noot;

Cass. 21 juni 1991, T.Not. 1992, 256, noot Verbeke, A.;

Cass. 11 juni 1992, AC 1991-92, 965;

Cass. 14 april 1994, RW 1994-95, 434;

Cass. 9 september 1994, RW 1994-95, 1070;

Cass. 16 juni 2000, AR C.96.0006.N;

Cass. 20 april 2006, AR C.03.0084.N;

Cass. 23 juni 2006, RW 2007-08, 1198;

Cass. 14 oktober 2010, AR C.09.0608.F;

Cass. 9 november 2012, AR C.12.0051.N;

Cass. 9 november 2012, AR C.12.0146.N;

 

Vred. Kontich 12 juli 1983, RW 1983-84, 2121;

Rb. Brussel 24 oktober 1984, RW 1985-86, 57, noot Pintens, W.;

Bergen 22 maart 1989, RNB 1989, 629, noot;

Brussel 9 mei 1989, RTDF 1990, 37, noot M. FALLON;

Rb. Brussel 20 juni 1989, TBBR 1990, 351;

Vred. St. Niklaas 3 april 1990, T.Vred. 1990, 371;

Brussel 15 mei 1990, RTDF 1991, 422;

Rb. Namen 17 mei 1990, RTDF 1990, 431;

Gent 28 juni 1991, T.Not. 1991, 386;

Rb. Brussel 26 november 1992, RTDF 1993, 121;

Gent 23 februari 1993, RW 1993-94, 1408;

Rb. Nijvel 28 juni 1996, RTDF 1997, 626;

Rb. Brussel 25 september 1996, JT 1997, 257;

Rb. Hasselt 22 september 1997, Limb.Rechtsl. 1998, 31;

Vred. Waver 12 november 1998, Div.Act. 1999, 30;

Brussel 1 december 1998, EJ 1999, 66, noot GERLO, J.;

Bergen 19 januari 2000, TBBR 2002, 185;

Vred. Westerlo 1 september 2000, T.Not. 2002, 570;

Vred. Gent 4 december 2000, AJT 2001-02, 53, noot Jonckers, N.;

Rb. Brussel 14 december 2000, EJ 2002, 36, noot Buyssens, F.;

Rb. Brussel 22 mei 2001, RTDF 2001, 704;

Vred. Zinnik 20 juni 2001, Div.Act. 2003, 56, noot Van Gysel, A.;

Rb. Leuven 19 september 2001, RW 2002-03, 1432;

Brussel 9 oktober 2001, Div.Act. 2003, 49, noot Van Gysel, A.;

Vred. Meise 30 mei 2002, RW 2002-03, 434;

Vred. Gent 10 oktober 2002, T.Vred 2004, 448;

Antwerpen 8 januari 2003, NJW 2003, 1224, noot RDC;

Rb. Antwerpen 15 januari 2003, Fisc.Koer. 2003, 385, noot Geeraerts, E.;

Gent 27 mei 2004, RABG 2005, 681, noot S.B.;

Vred. Izegem 7 september 2005, TGR-TWVR 2006, 223, noot Moeykens, F.;

Vred. Doornik 13 december 2005, RTDF 2007, 1149;

Vred. Brugge 15 december 2005, TGR-TWVR 2007, 249, noot M.F.;

Beslagr. Hasselt 14 februari 2006, RW 2006-07, 613;

Vred. Brugge 10 juli 2006, TGR-TWVR 2007, 6;

Gent 27 november 2006, NJW 2007, 753, noot Verschelden, G.;

Luik 14 december 2006, JT 2007, 603;

Rb. Brugge 2 februari 2007, TGR 2007, 303, noot Vandenabeele, S.;

Vred. Doornik 22 mei 2007, RTDF 2008, 500;

Gent 16 oktober 2007, RW 2008-09, 501;

Antwerpen 27 november 2007, NJW 2008, 556, noot Verschelden, G.;

Luik 14 februari 2008, JLMB 2010, 336;

Vred. Vorst 18 maart 2008, T.Vred. 2009, 157;

Gent 16 oktober 2008, TBBR 2010, 213, noot Cottenie, D.;

Beslagr. Brussel 18 november 2008, Act.dr.fam. 2009, 74;

Vred. Zomergem 18 december 2009, NJW 2010, 509, noot Verschelden, G.;

Rb. Antwerpen 11 februari 2010, RW 2010-11, 1360;

Rb. Antwerpen 13 april 2010, RTDF 2011, 777;

Brussel 4 mei 2010, RABG 2011, 342;

Rb. Mechelen 13 oktober 2010, T.Not. 2012, 229, noot Weyts, L.;

Rb. Brussel 19 oktober 2010, RABG 2011, 352, noot Brouwers, S.;

Rb. Antwerpen 12 mei 2011, RTDF 2012, 270;

Rb. Gent 9 juni 2011, T.Vred. 2012, 10;

Vred. Brugge 6 oktober 2011, TGR-TWVR 2012, 13;

Antwerpen 9 november 2011, T.Not. 2012, 229, noot Weyts, L.;

Vred. Westerlo 21 november 2011, RW 2012-13, 1596;

Rb. Hasselt 27 december 2011, Limb.Rechtsl. 2012, 144;

Vred. Fontaine-l'Evêque 18 oktober 2012, RTDF 2014, 896;

Vred. Fontaine-l'Evêque 13 juni 2013, RTDF 2014, 901;

Rb. Mechelen 30 april 2014, nr. 13/926/A, www.juridat.be;          

 

Afdeling III. Franse rechtspraak

Cass. (FR) 7 november 1972, Bull. I, n° 231, 201;

Cass. (FR) 6 mei 1987, Bull. 1987, II, n° 103, 60;

Cass. (FR) 21 maart 1988, nr. 86-16.598;

Cass. (FR) 10 mei 1991, nr. 90-11.008;

Cass. (FR) 13 november 1991, Bull. 1991, II, n° 303, 160;

Cass. (FR) 26 juni 1996, n° 94-16.706;

Cass. (FR) 11 februari 1999, nr. 97-16.008;

Cass. (FR) 5 juli 2001, nr. 99-16.721;

Cass. (FR) 13 december 2001, n° 00-13.014;

Cass. (FR) 14 maart 2002, nr. 99-21.639;

Cass. (FR) 14 maart 2002, Bull. 2002, II, n° 40, 33;

Cass. (FR) 23 januari 2003, Bull., II, n° 10;

Cass. (FR) 27 februari 2003, nr. 01-11.878;

Cass. (FR) 23 april 2003, Bull. 2003, I, n° 96, 74;

Cass. (FR) 9 december 2003, nr. 01-16.796;

Cass. (FR) 3 februari 2004, nr. 01-17.094;

Cass. (FR) 19 oktober 2004, nr. 02-17.682;

Cass. (FR) 3 november 2004, nr. 02-18.509;

Cass. (FR) 3 november 2004, nr. 03-15.945;

Cass. (FR) 30 november 2004, nr. 02-20.110;

Cass. (FR) 14 december 2004, nr. 02-20.334;

Cass. (FR) 11 januari 2005, nr. 03-16.719;

Cass. (FR) 8 februari 2005, nr. 03-17.923;

Cass. (FR) 22 maart 2005, nr. 04-10.976;

Cass. (FR) 28 juni 2005, Dr.fam. 2005, n° 184, noot Larrribau-Terneyre, V.;

Cass. (FR) 28 juni 2005, nr. 02-16.556;

Cass. (FR) 25 april 2006, nr. 05-16.345;

Cass. (FR) 10 mei 2006, nr. 04-19.883;

Cass. (FR) 19 juni 2007, nr. 05-21.970;

Cass. (FR) 19 juni 2007, nr. 06-13.086;

Cass. (FR) 17 oktober 2007, nr. 06-19.541;

Cass. (FR) 9 januari 2008, n° 06-18.524;

Cass. (FR) 5 november 2008, Bull. 2008, I, n° 247;

Cass. (FR) 4 juni 2009, nr. 08-11.872/08-14.309;

Cass. (FR) 4 juni 2009, nr. 08-15.319;

Cass. (FR) 14 oktober 2009, nr. 08-70232;

Cass. (FR) 3 maart 2010, nr. 08-70214;

Cass. (FR) 23 november 2011, Bull. 2011, I, n° 204;

Cass. (FR) 11 september 2013, 12-25.753;

Cass. (FR) 11 september 2013, nr. 12-20.410;

 

Parijs (FR) 5 april 2001, nr. 1999/24134;

D'Aix-En-Provence (FR) 14 maart 2002, nr. 98/12029;

 

Afdeling IV. Nederlandse rechtspraak

Hoge Raad (NL) 29 april 1971, NJ 1972, 336, noot E.A.A.L.;

Hoge Raad (NL) 19 april 1974, NJ 1975, 237;

Hoge Raad (NL) 15 november 1974, NJ 1976, 122;

Hoge Raad (NL) 31 oktober 1975, NJ 1976, 497;

Hoge Raad (NL) 25 november 1977, NJ 1978, 291;

Hoge Raad (NL) 26 januari 1979, NJ 1980, 19;

Hoge Raad (NL) 7 maart 1980, NJ 1980, 363;

Hoge Raad (NL) 13 maart 1981, NJ 1981, 635;

Hoge Raad (NL) 22 juli 1981, NJ 1982, 12;

Hoge Raad (NL) 2 april 1982, NJ 1982, 374, noot E.A.A.L.;

Hoge Raad (NL) 22 februari 1985, NJ 1986, 82;

Hoge Raad (NL) 23 oktober 1987, NJ 1988, 438, noot E.A.A.L.;

Hoge Raad (NL) 7 december 1990, NJ 1991, 201;

Hoge Raad (NL) 14 januari 1994, NJ 1994, 333;

Hoge Raad (NL) 1 juli 1994, NJ 1994, 597;

Hoge Raad (NL) 12 januari 1996, NJ 1996, 352;

Hoge Raad (NL) 17 januari 1997, NJ 1997, 472, noot de Boer, J.;

Hoge Raad (NL) 12 september 1997, NJ 1997, 733;

Hoge Raad (NL) 27 maart 1998, NJ 1998, 551;

Hoge Raad (NL) 8 januari 1999, NJ 1999, 342;

Hoge Raad (NL) 17 december 1999, NJ 2000, 122;

Hoge Raad (NL) 4 februari 2000, NJ 2000, 213;

Hoge Raad (NL) 6 oktober 2000, NJ 2001, 147;

Hoge Raad (NL) 13 juli 2001, NJ 2001, 586, noot Wortmann, S.F.M.;

Hoge Raad (NL) 9 november 2001, nr. R01/043HR;

Hoge Raad (NL) 12 september 2003, NJ 2004, 6, noot Wortmann, S.F.M.;

Hoge Raad (NL) 30 januari 2004, nr. C02/274HR;

Hoge Raad (NL) 3 juni 2005, NJ 2005, 381, noot S.W.;

Hoge Raad (NL) 28 april 2006, NJ 2008, 165;

Hoge Raad (NL) 28 maart 2008, NJ 2008, 190;

Hoge Raad (NL) 19 december 2008, NJ 2009, 136, noot Wortmann, S.F.M.;

Hoge Raad (NL) 6 november 2009, nr. 08/03750;

Hoge Raad (NL) 10 december 2012, nr. 11/04169;

Hoge Raad (NL) 25 januari 2013, NJ 2013, 200, noot Verstappen, L.C.A.;

Hoge Raad (NL) 15 november 2013, nr. 12/05089;

Hoge Raad (NL) 20 december 2013, nr. 12/02881;

Hoge Raad (NL) 18 december 2015, nr. 15/00432;

 

Hof Amsterdam (NL) 22 juli 1999, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2001, 27;

Hof ’s-Gravenhage (NL) 18 januari 2006, RFR 2006, 27;

Hof Den Haag (NL) 23 september 2008, RFR 2009, 18;

Hof Amsterdam (NL) 22 december 2009, nr. 2009 200.040.806;

Hof ’s-Gravenhage (NL) 20 oktober 2010, nr. 200.063.017/01;

Hof Arnhem-Leeuwarden (NL) 30 juni 2015, nr. 200.162.653-01;

Hof ’s-Hertogenbosch (NL) 23 juli 2015, nr. F 200.160.795-01;

Hof Arnhem-Leeuwarden (NL) 12 mei 2015, nr. 200.154.955/01 en 200.154.957/01;

Rechtbank Rotterdam (NL) 2 december 2015, nr. C/10/467510 / FA RK 15-153 en C/10/482324 / FA RK 15-6446;

Hof Amsterdam (NL) 8 december 2015, nr. 200.161.415/01;

 

Hoofdstuk III. Rechtsleer

Afdeling I. Internationale en Europese rechtsleer

ANTOKOLSKAIA, M., Harmonisation of Family Law in Europe: A Historical Perspective. A tale of two millennia, Antwerpen, Intersentia, 2006, 565 p.;

Boele-Woelki, K., “Building on convergence and coping with divergence in the CEFL Principles of European Family Law” in Antokolskaia, M. (ed.), Convergence and divergence of Family Law in Europe, Antwerpen, Intersentia, 2007, 243;

Boele-Woelki, K., “The principles of European family law: its aims and prospects”, Utrecht Law Review 2005, 160;

Boele-Woelki, K., Ferrand, F., Pintens, W. (ed.), Principles of European family law regarding maintenance between former spouses, Antwerpen, Intersentia, 2004, 170 p.;

BONOMI, A., Preliminary draft protocol on the law applicable to maintenance obligations. Explanatory report, Den Haag, Permanent Bureau Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, 2007, 20 p.;

Commission on European Family Law, CEFL Principles of European Family Law (verkort: CEFL Principles);

Dethloff, N., “Contracting in Family Law: a European perspective” in Boele-Woelki, K., Miles, J., Scherpe, J.M. (ed.), The future of family property in Europe, Cambridge, Intersentia, 2011, 65;

FERRAND, F., “Divorce and spousal agreements” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 71;

GONZALEZ BEILFUSS, C., “CEFL’s maintenance principles: the conditions for maintenance” in Boele-Woelki, K. (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law Antwerpen, Intersentia, 2005, 83;

Pintens, W., “Europese echtscheidingsbeginselen” in Swennen, F., Barbaix, R. (eds.), Over erven. Liber amicorum Mieken Puelinckx-Coene, Mechelen, Kluwer, 2006, 289;

Roth, M., “Future divorce law – two types of divorce” in Boele-Woelki, K. (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law Antwerpen, Intersentia, 2005, 41;

SHANNON, G., “Clean-break or long-term payment of maintenance” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 103;

SVERDRUP, T., “Maintenance as a separate issue – the relationship between maintenance and matrimonial property” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 119;

VERSCHRAEGEN, B., “Comments on the Principles of European Family law: divorce and maintenance between former spouses” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 135;

 

Afdeling II. Belgische rechtsleer

Adriaens, E., “Regelingsakte echtscheiding door onderlinge toestemming: kwalificatie, wilsgebreken en erkenning gekwalificeerde benadeling” (noot onder Cass. 9 november 2012 AR C.12.0051.N en AR C.12.0146.N), RW 2012-13, 1416;

Aerts, C., “De (on)wijzigbaarheid van onderhoudsuitkeringen tussen ex-echtgenoten na EOT: een stand van zaken” (noot onder Cass. 20 april 2006), EJ 2006, 104;

Alofs, E., “De conventionele uitkering na echtscheiding: durus consensus, sed consensus?”, NFM 2015, 250;

B., S., “Het is van belang onderscheid te maken tussen wijzigingen tijdens en na de echtscheidingsprocedure door onderlinge toestemming” (noot onder Gent 27 mei 2004), RABG 2005, 688;

BARBE, C., “Les clauses relatives aux aliments entre ex-époux”, RGDC 2002, 143;

Bastaits, K., Van Peer, C., Alofs, E., Pasteels, I., Mortelmans, D., “Hoe verloopt een echtscheiding in Vlaanderen?” in Mortelmans, D., Pasteels, I., Bracke, P., Matthijs, K., Van Bavel, J., Van Peer, C. (ed.), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco, 2011, 85;

Bastaits, K., Van Peer, C., Mortelmans, D., “Hoe beleven partners en kinderen een echtscheiding?” in Mortelmans, D., Pasteels, I., Bracke, P., Matthijs, K., Van Bavel, J., Van Peer, C. (ed.), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco, 2011, 113;

Beernaert, J.E., de CALLATAY, D., “La capitalisation en question(s)”, Div.Act. 2002, 113;

Boone, I., “Het verbintenissenrecht als remedie voor conflicten tussen gewezen echtgenoten na echtscheiding door onderlinge toestemming” in Senaeve P., Boone, I., Declerck, C., Du Mongh, J. (ed.), Personen- en Familierecht, Brugge, die Keure, 2014, 81;

Broeckx, K., “Perikelen bij de executie van een akte echtscheiding door onderlinge toestemming”, EJ 1997, 18;

Brouwers, J.-C., “Le nouvel article 301 du Code civil et le droit transitoire”, Div.Act. 2007, 110;

Brouwers, S., “Alimentatieovereenkomsten: op glad ijs?” in Michielsens, A., Alofs, E., Byttebier, K., Verbeke, A.-L., Liber amicorum Hélène Casman, Antwerpen, Intersentia, 2013, 91;

Brouwers, S., “De uitkering t.a.v. de ex-echtgenoot”, TPR 2012, 1695;

Brouwers, S., “Echtscheiding door onderlinge toestemming (art. 230 BW en art. 1287-1304 Ger.W.)” in Verschelden, G., Brouwers, S., Boone, K., Pluym, L., Segers, W., Vinck, B., “Overzicht van rechtspraak. Familierecht (2007-2011)”, TPR 2012, 1778;

Brouwers, S., Echtscheiding door onderlinge toestemming, Mechelen, Kluwer, 2009, 251 p.;

Brouwers, S., Govaerts, M., Alimentatievorderingen, Mechelen, Kluwer, 2015, 606 p.;

Brouwers, S., Govaerts, M., Huwelijk en (echt)scheiding: een modellenboek, Mechelen, Kluwer, 2009, 339 p.;

Buyssens, F., “De echtscheiding door onderlinge toestemming na de wet op de familierechtbank” in Senaeve, P. (ed.), Echtscheiding, voorlopige maatregelen en onderhoudsgelden in de familierechtbank, Antwerpen, Intersentia 2015, 179;

Buyssens, F., “De familierechtelijke overeenkomst voorafgaand aan echtscheiding door onderlinge toestemming” in Weyts, L., Verbeke, A., Goovaerts, E. (ed.), Actualia familiaal vermogensrecht, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2003, 111;

Buyssens, F., “De wijzigbaarheid van de uitkering tussen echtgenoten na EOT” (noot onder Brussel 14 december 2000), EJ 2002, 39;

Buyssens, F., “Echtscheiding door onderlinge toestemming na de wet van 27 april 2007”, NFM 2008, 3;

Buyssens, F., “Overzicht van rechtspraak (1994-2000). Echtscheiding door onderlinge toestemming”, EJ 2001, 70;

Buyssens, F., “Overzicht van rechtspraak EOT (2001-2012)”, T.Fam. 2013, 48;

Buyssens, F., “Regelingsakte en familierechtelijke overeenkomsten bij echtscheiding door onderlinge toestemming” in Buyssens, F., De Keyser, E., De Witte, D., Grillet, J., Tison, M., Van Sinay, T., Vandermander, R., Vermeulen, W., Notariële actualiteit 2013, Brussel, Die Keure, 2013, 117;

Buyssens, F., Leleu, Y.-H., “Nietigverklaring wegens bedrog van het beding betreffende de uitkering tussen echtgenoten in een aan E.O.T. voorafgaande overeenkomst” (noot onder Cass. 16 juni 2000), TBBR 2000, 655;

Carre, D., Jaumotte, S., “Formalités et conventions préalables à la procédure en divorce par consentement mutuel” in X. (ed.), Divorce. Commentaire pratique, Waterloo, Kluwer, VIIter.2.2.1.-1;

Casman, H., “De EOT-regelingsakte als dading” (noot onder Cass. 9 november 2012), NFM 2013, 121;

Casman, H., “Fraus corrumpit sed non omnia corrumpit en matière de divorce par consentement mutuel” (noot onder Cass. 16 juni 2000), RCJB 2002, 406;

Casman, H., “Le partage transactionnel, stable ou égalitaire avant tout?”, RNB 2012, 406;

Cottenie, D., “Gedane zaken nemen geen keer. Of soms wel? Over het karakter van ‘dading’ van de EOT-regelingsakte” (noot onder Gent 16 oktober 2008), TBBR 2010, 216;

Dandoy, N., “La pension alimentaire après divorce: limites conventionnelles”, RNB 2008, 423;

DANDOY, N., “La réforme du divorce: les effets alimentaires”, RTDF 2007, 1065;

Daniëls, L., Buysse, A., “(Echt)scheidingsbemiddeling” in Verschelden, G., Echtscheiding, Mechelen, Kluwer, 2010, 211;

De Bauw, S., Gayse, B., “De rol van de rechter” in De Bauw, S., Gayse, B., Bemiddeling en rechtspraak. Wegwijs voor de rechter, Brugge, Die Keure, 2009, 75;

DE POTTER DE TEN BROECK, M., “De Belgische wetgever en de imprevisieleer”, RW 2015-16, 843;

De Potter De Ten Broeck, M., “De gekwalificeerde benadeling aanvaard, maar wat met de grondslag?” (noot onder Cass. 9 november 2012), TBBR 2013, 131;

De Wulf, C., “De notaris - onpartijdig raadsman en behoeder van evenwicht”, T.Not. 2010, 365;

De Wulf, C., “Slotbeschouwingen bij de cyclus “familiale vermogensplanning in de 21ste eeuw”” in X (ed.), Familiale vermogensplanning, Mechelen, Kluwer, 2004, 755;

De Wulf, C., Notarieel familierecht en familiaal vermogensrecht, Mechelen, Kluwer, 2011, 1341 p.;

Declerck, C., “Een lans voor de huisvrouw in de 21ste eeuw”, T.Fam. 2015, 41;

Devenyn, M.-A., “Commentaar bij art. 1725 Ger.W.” in Depuydt, P., Allemeersch, B., Lindemans, D., Raes, S., Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2015, 67;

Gerlo, J., “Alimentatie” in Verschelden, G., Guldix, E., Wylleman, A., Brouwers, S., Baeteman, G., Gerlo, J., “Personen- en Familierecht 1995-2000. Overzicht van Rechtspraak”, TPR 2001, 2013;

Hemelsoen, R., “Optimalisering van bedingen in notariële EOT-overeenkomsten” in Verschelden, G. (ed.), Rechtskroniek voor het Notariaat (deel 21), Brugge, die Keure, 2012, 1;

Hemelsoen, R., “Optimalisering van bedingen in notariële EOT-overeenkomsten” in Verschelden, G. (ed.), Rechtskroniek voor het Notariaat (deel 21), Brugge, die Keure, 2012, 1;

Hemelsoen, R., EOT-overeenkomsten. Een empirisch-juridische analyse, Antwerpen, Intersentia, 2012, 484 p.;

Hemelsoen, R., Schoors, K., “Inhoudelijke analyse van overeenkomsten voorafgaand aan echtscheiding door onderlinge toestemming. Een preliminair statistisch portret” in Verschelden, G., Echtscheiding, Mechelen, Kluwer, 2010, 1;

Hulpiau, V., “Regelingsakte EOT aanvechtbaar op grond van (gekwalificeerde) benadeling?” (noot onder Cass. 9 november 2012), T.Fam. 2013, 134;

Jonckers, N., “De onwijzigbaarheid van de uitkering tussen echtgenoten na EOT: vaststaand feit of verleden tijd?”, AJT 2001-02, 54;

Lancksweerdt, E., “Bemiddeling en op bemiddeling gebaseerde aanpak van conflicten bij scheiding: het belang van het kind voorop”, T.Not. 2015, 470;

Lancksweerdt, E., “Wat rechtscolleges na de invoering van de foutloze echtscheiding kunnen doen om tegemoet te komen aan de belangen/behoeften van scheidende partners” (noot onder Antwerpen 23 december 2014), T.Fam. 2015, 156;

Leleu, Y.-H., “Het nieuwe echtscheidingsrecht: volgzaam en toch vooruitstrevend” in Verschelden, G. (ed.), Echtscheiding, Mechelen, Kluwer, 2010, 361;

Leleu, Y.-H., Droit des personnes et des familles, Brussel, Larcier, 2016, 907 p.;

Louis, S., “Le nouveau divorce par consentement mutuel” in Leleu, Y., Pire, D. (ed.), La réforme du divorce. Première analyse de la loi du 27 avril 2007, Larcier, Brussel, 2007, 133;

M. MUYLLE, “Het huwelijk was een ramp, de echtscheiding een succes! Over IPR, EOT’s en notarissen”, TEP 2005, 140;

Martens, I., Onderhoudsuitkering tussen ex-echtgenoten na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk, Antwerpen, Intersentia, 2014, 535 p.;

MASSON, J.-P., “La loi du 27 avril 2007 réformant le divorce”, JT 2007, 537;

Michiels, D., “Hoe definitief is de EOT-regelingsakte?” in Pintens, W., Declerck, C. (ed.), Patrimonium 2013, Antwerpen, Intersentia, 2013, 165;

MUYLLE, M., “IPR en EOT’s: een nieuwe kijk voor de notariële praktijk”, T.Not. 2005, 514;

Muylle, M., “IPR, EOT en de notaris anno 2015” in Alofs, E., Casman, H., Van den Bossche, A., Liber amicorum André Michielsens, Mechelen, Kluwer, 2015, 451;

MUYLLE, M., “Veilig laveren tussen ijsbergen. Enkele clausules als kompas voor een behouden tocht ” in Weyts, L., Verbeke, A.-L., Castelein, C., Notariële clausules, Antwerpen, Intersentia, 2007, 577;

Pintens, W., “De vernietiging van de overeenkomsten bij echtscheiding door onderlinge toestemming” (noot onder Cass. 16 juni 2000), RW 2000-01, 239;

Pire, D., “Divorce par consentement mutuel. Aspects personnels: les conventions relatives aux pensions entre époux”, TBBR 2001, 477;

Portugaels, N., “Naar een andere kwalificatie van de overeenkomsten voorafgaand aan een EOT: de vaststellingsovereenkomst”, TEP 2013, 71;

Portugaels, N., “Verdisconteren, verdisconteren. Wie zijn best doet, zal het leren!” (noot onder Antwerpen 29 oktober 2014), NFM 2015, 348;

Sabbah, R., “Le partage transactionnel”, TBBR 2010, 76;

Senaeve, P., “De nietigverklaring van een beding van een overeenkomst voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming na de ontbinding van het huwelijk”, EJ 2001, 26;

Senaeve, P., “De regeling aangaande de minderjarige kinderen in de overeenkomst echtscheiding door onderlinge toestemming” in Weyts, L., Verbeke, A.-L., Castelein, C., Notariële clausules, Antwerpen, Intersentia, 2007, 323;

Senaeve, P., “Het overgangsrecht inzake de rechterlijke herzieningsbevoegdheid van een uitkering na echtscheiding door onderlinge toestemming getoetst aan het gelijkheidsbeginsel”, T.Fam. 2009, 183;

Sodermans, A.K., Vanassche, S., Matthijs, K., “Gezinsrelaties na ouderlijke scheiding: ouders, kinderen en nieuwe partners” in Mortelmans, D., Pasteels, I., Bracke, P., Matthijs, K., Van Bavel, J., Van Peer, C. (ed.), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco, 2011, 153;

Swennen, F., “Over alimentatieovereenkomsten en echtscheiding (en ook een beetje over Odysseus)”, TPR 2008, 1287;

Swennen, F., “Pleidooi voor de homologatie van heel de EOT-overeenkomst”, T.Fam. 2015, 222;

Swennen, F., Het personen- en familierecht, Antwerpen, Intersentia, 2014, 572 p.;

Van der Velpen, E., “Recente ontwikkelingen inzake echtscheiding door onderlinge toestemming” in Senaeve, P., Personen- en familierecht, Brugge, Die Keure, 2004, 77;

Van Gysel, A.-C. (ed.), Précis de droit de la famille, Brussel, Bruylant, 2009, 914 p.;

Van Gysel, A.-C., “Divorce par consentement mutuel et abus de droit”, Act.dr.fam. 2012, 158;

Van Gysel, A.-C., “La pension après divorce et son annulation pour dol dans le cadre du divorce par consentement mutuel” (noot onder Cass. 16 juni 2000), Div.Act. 2001, 170;

Van Gysel, A.-C., “La pension après divorce pour cause de désunion irrémédiable: un essai de lecture” in Leleu, Y.-H., Pire, D. (ed.), La réforme du divorce. Première analyse de la loi du 27 avril 2007, Larcier, Brussel, 2007, 91;

Van Roy, C., “De onderhoudsuitkering na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting” in Senaeve, P., Verschelden, G., Swennen, F., De beëindiging van de tweerelatie, Antwerpen, Intersentia, 2012, 134;

Verbeke, A., “De bindende kracht van de overeenkomst over de onderhoudsuitkering tussen echtgenoten bij echtscheiding door onderlinge toestemming” (noot onder Cass. 21 juni 1991), T.Not. 1992, 258;

Verschelden, G., “De wet van 27 april 2007 tot hervorming van het echtscheidingsrecht. Deel II. De echtscheiding door onderlinge toestemming – De scheiding van tafel en bed – De huwelijksvoordelen”, T.Fam. 2007, 138;

Verschelden, G., “Kroniek Personen- en familierecht (2014-2015)” in G. Verschelden, M. Delanote, M. Laevens, Rechtskroniek voor het notariaat – Deel 27, Brugge, Die Keure, 2015, 51;

Verschelden, G., “Relitigatie na echtscheiding door onderlinge toestemming” in Verschelden, G. (ed.), Echtscheiding, Mechelen, Kluwer, 2010, 35;

Verschelden, G., Handboek Belgisch Familierecht, Brugge, die Keure, 2010, 840 p.;

Wautelet, P., “Grensoverschrijdende alimentatieovereenkomsten tussen echtgenoten: tussen zekerheid en illusie”, TEP 2010, 1;

WAUTELET, P., “Rechtskeuzebeding” in Terryn, E., Verbeke, A.-L., De Decker, H., Ballon, G.-L., Tilleman, B., Sagaert, V. (ed.), Gemeenrechtelijke clausules, II, Antwerpen, Intersentia, 2013, 1739;

WAUTELET, P., “Weg met de impliciete rechtskeuze” in Verhellen, J., Storme, H., Piers, M. (ed.),  Liber Amicorum Johan Erauw, Antwerpen, Intersentia, 2014, 305;

Weyts, L., “Een dading bij EOT is definitief, wie van de twee dat nadien ook moge betreuren” (noot onder Antwerpen 9 november 2011), T.Not. 2012, 238;

 

Afdeling III. Franse rechtsleer

AZZI, T., “La volonté tacite en droit international privé” in Comité Français de Droit International Privé, Droit international privé. Années 2010-2012, Parijs, Pedone, 2013, 147;

Bénabent, A., Droit de la famille, Parijs, Lextenso, 2010, 542 p.;

BOSSE-Platière, H., “Droit à la prestation compensatoire” in Murat, P., Droit de la famille, Parijs, Dalloz, 2013, 298;

BOSSE-Platière, H., “Régime de la prestation compensatoire” in Murat, P., Droit de la famille, Parijs, Dalloz, 2010, 337;

Buffelan-Lanore, Y., Larribau-Terneyre, V., Droit civil. Introduction. Biens. Personnes. Famille, Parijs, Dalloz, 2013, 1104 p.;

Courbe, P., Gouttenoire, A., Droit de la famille, Parijs, Dalloz, 2013, 549 p.;

David, S., “Divorce par consentement mutuel” in Claux, P.-M., David, S. (ed.), Droit et pratique du divorce, Parijs, Dalloz, 2015, 207;

David, S., “Fixation de la prestation compensatoire” in Claux, P.-J., David, S., Droit et pratique du divorce, Parijs, Dalloz, 2015, 409;

DAVID, S., “Identification de la prestation compensatoire” in Claux, P.-J., David, S., Droit et pratique du divorce, Parijs, Dalloz, 2015, 381;

David, S., “Règlement de la prestation compensatoire” in Claux, P.-J., David, S., Droit et pratique du divorce, Parijs, Dalloz, 2015, 486;

Hauser, J., Delmas Saint-Hilaire, P., “Fasc. 10: Effets du divorce. Conséquences du divorce pour les époux. Effets d’ordre patrimonial. Prestation compensatoire. Dommages et intérêts”, JurisClasseur Civil Code. Articles 266 à 285-1. Fasc. 10 2005, 81 p.;

Hauser, J., Delmas Saint-Hilaire, P., “Volonté et ordre public dans le nouveau divorce: un divorce entré dans le champ contractuel?”, Defrénois 2005, 357;

LARRIBAU-TERNEYRE, V., “Interdiction des conventions entre époux portant sur l’attribution d’une prestation compensatoire” (noot onder Cass. (FR) 14 december 2004), Dr.fam. 2005, afl. 2, nr. 32;

LARRIBAU-TERNEYRE, V., “La modification conventionnelle de la prestation compensatoire fixée par le juge en application de la loi du 26 mai 2004” (noot onder Aix-en-Provence (FR) 2 maart 2006), Dr.fam. 2007, afl. 1, nr. 9;

LARRIBAU-TERNEYRE, V., “Renonciation totale ou partielle à la prestation… seulement après qu’elle a été judiciairement fixée !” (noot onder Cass. (FR) 8 februari 2005), Dr.fam. 2005, afl. 4, nr. 75;

Malaurie, P., Fulchiron, H., Droit Civil. La famille, Parijs, Defrénois, 2011, 748 p.;

MASSIP, J., Le nouveau droit du divorce, Parijs, Défrenois, 2005, 384 p.;

MATOCQ, O., FAVIER, Y., “Divorce par consentement mutuel” in Claux, P.-M., David, S. (ed.), Droit et pratique du divorce, Parijs, Dalloz, 2015, 252;

Terré, F., Fenouillet, D., Droit civil. La famille, Parijs, Dalloz, 2011, 1106 p.;

 

Afdeling IV. Nederlandse rechtsleer

Assers, C., De Boer, J., Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, I, Personen- en Familierecht, Deventer, Kluwer, 2010, 1144 p.;

Coenraad, L., “De prikkels tot onderling overleg in het nieuwe echtscheidingsprocesrecht”, Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging 2009, 127;

de Bruijn, P., Westrik, R., “Convenant en echtscheidingsbeschikking: gezamenlijk gezag van gewijsde?”, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2013, 41;

Groenleer, M., “De aantastbaarheid van een echtscheidingsconvenant”, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2009, 18;

Heida, A., “Dwaling bij familierechtelijke overeenkomsten”, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2014, 80;

Leonhard-Strien, H., “Het scheidingsconvenant” in Schonewille, F. (ed.), Notaris en scheiding, Apeldoorn, Maklu, 2009, 249;

NUYTINCK, A.J.M., “Wet herziening partneralimentatie: voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst wordt geldig”, WPNR 2015, 873;

Reijnen, T.F.H., “De voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst: een nog steeds onvoltooide vertelling”, WPNR 2014, 144;

Reinhartz, B.E., “Aantasting van een verdeling op grond van benadeling voor meer dan een kwart?”, Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht 2009, 29;

Schonewille, F., “De voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst revisited. Of: het belang van het opnemen van een considerans in huwelijkse voorwaarden”, WPNR 2007, 161;

Schonewille, F., “De werkwijze van de notaris in (echt)scheiding en mediation” in Schonewille, F. (ed.), Notaris en scheiding, Apeldoorn, Maklu, 2009, 37;

Schonewille, F., Partijautonomie in het relatievermogensrecht, Apeldoorn, Maklu, 2012, 407 p.;

Schrama, W.M., Antokolskaia, M.V. (ed.), Familierecht. Een introductie, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2014, 365 p.;

Spalter, N., “Duur van partneralimentatie”, Nederlands Juristenblad 2012, 1302;

Spalter, N.D., Grondslagen van partneralimentatie, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2013, 400 p.;

van Coolwijk, R., Moons, J.E.M.C., “Reactie vFAS op wetsvoorstel herziening partneralimentatie”, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2015, 86;

van den Anker, B., “Samenleven en alimentatie ontvangen? II”, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2015, 25;

Vlaardingerbroek, P., Blankman, K., van der Linden, A.P., Punselie, E.C.C., Schrama, W.M., Het hedendaagse personen- en familierecht, Deventer, Kluwer, 2014, 708 p.;

Willemarck, L., “De exceptie van openbare orde in het internationaal privaatrecht. Een juridisch middel om essentiële waardeconflicten op te lossen en fundamentele cultuurtegenstellingen te overbruggen”, Tijdschrift voor Rechtsfilosofie & Rechtstheorie 2003, 97;

Wortmann, S.F.M., van Duijvendijk-Brand, J., Compendium van het personen- en familierecht, Deventer, Kluwer, 2012, 377 p.;

 

Hoofdstuk IV. Andere

X, Echtscheidingen, http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/bevolking/huwelijken_ech… (consultatie 8 februari 2016);

X, History, http://ceflonline.net/history/ (consultatie 23 april 2016);

X, Inloggen, https://www.e-notariaat.be/ (consultatie 24 april 2016);

X, Principles, http://ceflonline.net/principles/ (consultatie 23 april 2016).

Universiteit of Hogeschool
Master in het notariaat
Publicatiejaar
2016
Promotor
Frank Buyssens
Kernwoorden