“Fier op de Fierensblokken. Een sociaal wooncomplex van de architect Gustave Fierens te Antwerpen.”

Liedewij Elsen
Wat zijn de typologische eigenschappen van de Fierensblokken en hun invloeden, en hoe kunnen deze eigenschappen, die waardevolle erfgoedelementen zijn, een kwaliteitsvolle plaats krijgen in de toekomstige herbestemming? Vanuit deze onderzoeksvraag vertrekt het onderzoek over het sociale wooncomplex de Fierensblokken, een prominent voorbeeld van een Weens hof, met als afbakening in de ruimte de stad Antwerpen, en in de tijd het interbellum. Naast de beperkte literatuur, zijn vooral bouwaanvragen, historisch fotomateriaal, en de gebouwen behorende tot deze typologie de voornaamste bouwstenen voor het onderzoek.

Klein Wenen in Antwerpen. Fier op de Fierensblokken.

“Sociale woningbouw kan geen waardevol erfgoed zijn”

Kunnen de Fierensblokken, een indrukwekkend en monumentaal gebouw in de steeds hipper wordende Nationalestraat, deze diepgewortelde opvatting van het tegendeel bewijzen?

De Fierensblokken zijn twee sociale woonblokken gelegen aan het kruispunt van de Nationalestraat en de Kronenburgstraat. Ze ontsnapten meermaals op het nippertje aan de sloop. Na enkele jaren leegstand met krakers en criminaliteit tot gevolg en tijdelijke ingebruikname door jonge ondernemers als Plein Publiek, dringt deze vraag zich op. Daarom werd door de nieuwe eigenaar AG VESPA (de vastgoedorganisatie van de stad Antwerpen) een prijsvraag uitgeschreven. Deze opdracht werd toegewezen aan Happel Cornelisse Verhoeven Architecten en Molenaar & Co Architecten.

Wie de Nationalestraat al eens doorwandelde, werd vermoedelijk wel aangetrokken tot dit leegstaande pand met zijn op het eerste gezicht gure uitstraling. Wie de kans had ooit achter de gevels van de Fierensblokken te kijken, kwam in contact met de grote verlaten binnenpleinen, de steriele trapkokers, de identieke appartementjes en het prachtige uitzicht over het centrum van de stad op het dak. Wie gevoel voor inleving heeft, waant zich in de jaren dertig van de vorige eeuw.

De Fierensblokken naar Weens model

Het is dan ook in deze periode dat de bouw van het wooncomplex te situeren valt. De opdracht werd in 1937 door een Antwerpse sociale huisvestingsmaatschappij gegeven aan de architect Gustave Fierens, waar logischerwijs het wooncomplex zijn naam aan dankt. Voor zijn ontwerp haalde Fierens zijn mosterd onder andere in de stad Wenen. Hier leefden meteen na de Eerste Wereldoorlog een indrukwekkend aantal armen zonder woning. Een vooruitstrevend stadsbestuur voorzag voor deze mensen op een erg korte termijn een dak boven het hoofd. Wooncomplexen werden op enorme oppervlaktes gebouwd rondom grote binnenpleinen. Deze binnenpleinen vormden de tuinen voor de bewoners. Ze werden voorzien van sportvelden, openluchtzwembaden, speeltuinen en kinderopvang. Wanneer vader uit werken ging, bleef moeder in vele gevallen thuis en kon zij de was, de plas, boodschappen enzovoort doen in het wooncomplex zelf. Werkelijk alles werd voorzien. Zo groeiden deze wooncomplexen uit tot kleine steden in de stad Wenen en waren zij de thuis voor verschillende generaties.

Een moderne samenleving

Ook minder ver van huis kwam Gustave Fierens in contact met een groep intellectuelen, architecten en stedenbouwers die invloed hadden op het ontwerp van de Fierensblokken. Zij bogen zich over het woningtekort dat net als in andere Europese steden ook in Antwerpen heerste na de Eerste Wereldoorlog. Als oplossing bedachten deze zogenaamde modernisten een nieuwe woonvorm waarbij appartementjes werden gestapeld tot woontorens, erg nieuw voor deze tijd. De wel erg kleine oppervlakte van elk appartement werd gecompenseerd door de collectieve voorzieningen en groene buitenruimtes zoals deze ook in de woonblokken in Wenen aanwezig waren.  Zo trachtten zij mensen gezond te huisvesten op een manier waarbij zij erg vaak met elkaar in contact kwamen. Een hechte, gelukkige samenleving was hierbij erg belangrijk.

Onder een dikke laag stof en afval zijn deze invloeden vandaag nog zichtbaar in de Fierensblokken. In de identieke, kleine appartementjes die allemaal uitkijken op de binnenpleinen woonden gezinnen met kinderen. Elk appartement had een volwaardige keuken en badkamer, wat echte luxe was op dat moment voor een sociale woning. Kenmerkend is de ingebouwde vuilniskoker op het balkon van ieder appartement. Zo bleef er geen vuilnis in de woning, maar werd dit allemaal centraal vergaard. Zowel jong als oud kon spelen op het binnenplein. Er was een fontein en zandbakken. Winkels op het gelijkvloers konden de bewoners voorzien in hun dagelijkse behoeften. Op de daken bevonden zich droogzolders waar de was werd gedroogd en die eveneens als dakterras dienden. De inwoners van de Fierensblokken leefden er nog lang en gelukkig.

Een goed toekomstplan voor de Fierensblokken?

De vraag werd door AG VESPA gesteld hoe de opkuis van deze laag stof en verwering best zou gebeuren. Een andere cruciale vraag is of deze ideale samenleving opnieuw leven ingeblazen moest worden, want deze bleek immers niet altijd even ideaal geweest te zijn. Zo vormden een te groot gebrek aan privacy, de isolatie ten opzichte van de buurt, en later ook criminaliteit een probleem. 

Anderzijds bezitten de Fierensblokken een erg grote architecturale waarde, een niet te onderschatten sociale waarde voor de buurt en een cruciale authenticiteitswaarde. Zo werden er in de periode na de Eerste Wereldoorlog in de stad Antwerpen nog verschillende andere wooncomplexen gebouwd die grote gelijkenissen vertonen met de Fierensblokken. Zo hebben ook wooncomplexen aan het Stuivenbergplein, de Geelhandplaats, het Kiel en Luchtbal een groot ingesloten binnenplein. Allemaal hadden ze bij hun ontwerp collectieve voorzieningen, winkels, droogzolders en vuilnisschuiven. Maar deze wooncomplexen werden doorheen de tijd echter erg verbouwd. Zowel de appartementen als de gevels en de binnenpleinen moesten eraan geloven. Enkel de Fierensblokken zijn vandaag bijna volledig origineel en daarom representatief voor de twee belangrijke invloedsfactoren in België: de Weense sociale woningbouw en het modernisme.

Met al deze positieve en negatieve eigenschappen moet het toekomstplan van de Fierensblokken rekening houden. AG VESPA besloot om de woonfunctie in het wooncomplex te behouden en opnieuw in te zetten op enkele collectieve voorzieningen. Op de gelijkvloerse verdieping blijven in de toekomst winkels gevestigd, afgestemd op de noden van de buurt en aangepast aan de oprukkende winkelbuurt. Het winnende architectenbureau maakte op 21 september zijn plannen bekend. Hieruit blijkt dat werd gekozen om de erfgoedwaarden van het gebouw op een eerste plaats te zetten door deze in grote mate te behouden en te restaureren. Zowel de gevels als de appartementen en het binnenplein lijken in grote mate aan te sluiten bij het oorspronkelijk ontwerp van Gustave Fierens.

Hopelijk kan dit ontwerp de opzet van deze architect die nauwe aansluiting vond bij de Weense wooncomplexen opnieuw realiseren. Zo kunnen de Fierensblokken een mooi voorbeeld vormen om de uitspraak dat sociale woningbouw geen erfgoed kan zijn, de mond te snoeren. Een goede restauratie en nieuwe ingebruikname van de Fierensblokken kan eveneens tot gevolg hebben dat ook andere sociale wooncomplexen, waarvan de erfgoedwaarde vaak onderschat wordt, in de toekomst naar een aangenamere leefomgeving kunnen evolueren. 

Bibliografie

Bibliografie eindwerk Liedewij Elsen: Fier op de Fierensblokken.

Bronnen                                                                                                                              

  • Antwerpen, Architectuurarchief Provincie Antwerpen, Leden K.M.B.A., z.s: z.n, Dossier lidmaatschap van Gustave Fierens, (z.d).
  • Antwerpen, Archief Woonhaven, Archiefstukken met betrekking tot de Fierensblokken, z.s., z.n., Lastenboek Fierensblokken, (1938).
  • Antwerpen, Archief Woonhaven, Archiefstukken met betrekking tot de Fierensblokken, z.s., z.n., Lastenkohier voor de elektrische installaties, (1938).
  • Antwerpen, Archief Woonhaven, Archiefstukken met betrekking tot de Fierensblokken, z.s.: G. Fierens, Prijsborderel Fierensblokken, (1938).
  • Antwerpen, Archief Woonhaven, Archiefstukken met betrekking tot de Fierensblokken, z.s., z.n., Bouwdossier Fierensblokken i.v.m. brandveiligheid, (1938).
  • Antwerpen, Archief Woonhaven, Archiefstukken met betrekking tot de Fierensblokken, z.s., z.n., Van Craesbeeckstraat 38, Antwerpen. Onze Woning: Stookcentrale, (1962).
  • Antwerpen, Archief Woonhaven, Archiefstukken met betrekking tot de Geelhandplaats, z.s.: z.n., Renovatieplannen, (1979).
  • Antwerpen, Felixarchief, Bouwaanvragen, 25#38311: G. Fierens, 11 electromotoren met liften, (1938).
  • Antwerpen, Felixarchief, Bouwaanvragen, 86#30259: z.n., Nationalestraat 150-160, Antwerpen. Onze Woning: Renoveren van een dak, (2003).
  • Antwerpen, Felixarchief, Bouwaanvragen, 1929#35527: Alfons Francken, Woningcomplex, (1929).
  • Antwerpen, Felixarchief, Bouwaanvragen, 1926#24948: Van Hoenacker, Van Beurden, Smolderen, 27 woningen en goten, (1926).
  • Antwerpen, Felixarchief, Bouwaanvragen, z.s.: z.n, Renovaties, (1997, 1998, 1999 en 2005).
  • Antwerpen, Felixarchief, Bouwaanvragen, 18#25310: G. Fierens, Geteisterd complex herstellen en herbouwen, (1948).

 

Werken                                                                                                                               

  • AG VESPA. Onderzoeksvragen gunningsfase ontwerpopdracht. Renovatie en herinvulling van het voormalige sociale woningbouwcomplex “Fierensblok”. Antwerpen: AG VESPA, 2016.
  • Attout L. ‘’Les maisons casernes et les parcs publics’’. L’Habitation a Bon Marché, vol. 7, nr. 10 (1927).
  • Bakker, C.B. en Bakker-Rabdau, M.K..Verboden toegang. Kapellen: De Nederlandse Boekhandel, 1974.
  • Blau, Eve. The architecture of Red Vienna, 1919-1934. Cambridge: MIT press, 1998.
  • Boehme, O, Lombaarde, P. Antwerpen in de 20ste eeuw: van Belle Epoque tot Golden Sixties. Brasschaat: Pandora, 2008.
  • Bourgeois, Victor. ‘’Le Deuxième Congrès International d’Architecture Moderne’’. L’Habitation à Bon Marché vol. 10, nr. 1 (1930).
  • Bourgeois, Victor. “Tweede Internationaal Kongres voor Moderne Bouwkunst: minimumwoning.” K.M.B.A. jg. 2, nr. 2 en 3 (1931).
  • Cels, Jos. Vijftig jaar De Goede Woning. Antwerpen: De Goede Woning, 1969.
  • Chateou-Brown, Frank. ‘’Maisons à Loyers aux Etats-Unis’’. La Cité vol. 4, nr. 4 (1923).
  • Creyf, Silvie. CHE-rapport Fierensblokken. Antwerpen: 2008.
  • Desmet, Tom. Problematiek van hoge dichtheid in de sociale huisvesting tussen de jaren '30 en '50: van gesloten bouwblok tot vrijstaande hoogbouw. 2dln, Leuven: KULeuven, Faculteit toegepaste wetenschappen. Departement architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening ASRO, 1999.
  • Desombere, Pierre, Herregodts, Kurt, Spitaels, Koen. Bouwstenen van een sociaal woonbeleid, ’45-’95: de VHM bekijkt 50 jaar volkshuisvesting in Vlaanderen. Brussel: Vlaamse huisvestingsmaatschappij, 1997.
  • De Caigny, Sofie. Bouwen aan een nieuwe thuis: wooncultuur in Vlaanderen tijdens het interbellum. Leuven: Universitaire pers Leuven: 2010.
  • Dumont, Marie-Jeanne. Le logement social à Paris 1850-1930 : les habitations à bon marché. Luik : Mardaga, 1991.
  • Edward L. Schaub. “Vienna’s Socialistic Housing Experiment”. Social Service Review, jg. 4, nr. 4, (1930).
  • Elsen, Liedewij. De sociale woningbouw in Leuven tijdens het interbellum. Ideologieën en discussies bij betrokken actoren. Leuven: K.U.Leuven. Faculteit Letteren – Kunstwetenschappen, 2014.
  • Ernest May. ‘’La ‘’cuisine-salle commune’’.’’ L’ Habitation a Bon Marché, jg. 6, nr. 9 (1926) : p. 160-161.
  • Eyckerman, Tijl. Gids voor Antwerpen. Moderne architektuur. Turnhout: Brepols, 1989.
  • Franck, Stefan. Leven en werk van Alfons Francken, architect te Antwerpen 1882-1958. Leuven: KULeuven Faculteit toegepaste wetenschappen. Departement architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening - ASRO, 1999.
  • Heynen, Hilde, Loeckx, André, De Cauter, Lieven en Van Herck, Karina. Dat is architectuur: sleutelteksten uit de twintigste eeuw. Rotterdam: 010, 2004.
  • Kesteloot, Wouter. Reinheid, gezondheid en therapie. Baden en zwemmen in Antwerpen (1875-1915). Leuven: KULeuven, faculteit Letteren, departement Geschiedenis, 2012.
  • Laureyns, Dirk, Aerts, Willem, Migom, Serge, Spitaels, Els, e.a. Bouwen in beeld: de collectie van het Architectuurarchief van de Provincie Antwerpen. Turnout: Brepols, 2004.
  • Lyppens, Glenn. “Tussen straat en huiskamer”, Agora, nr. 2 (2015).
  • Museum Het Schip. Arbeiderspaleis Het Schip van Michel de Klerk. Amsterdam: Robstolk, 2012.
  • Overy, Paul. Light, air & openness: modern architecture between the wars. London: Thames and Hudson, 2007.
  • Paulussen, Annelies en Vanooydonck, Reinhilde. Wonen in Wenen: recente projecten met grote dichtheid. Leuven: KULeuven, Faculteit toegepaste wetenschappen. Departement architectuur, stedebouw en ruimtelijke ordening - ASRO, 2002.
  • Sarnitz, August. Architecture in Vienna. Wien: Springer, 1998.
  • Smets, Marcel. De ontwikkeling van de tuinwijkgedachte in België: een overzicht van de Belgische volkswoningbouw in de periode van 1830 tot 1930, Brussel: Mardaga, 1977.
  • Steyaert, Rita, Plomteux, Greet en Malliet, Anne. Architectuurgids Antwerpen. Turnhout: Brepols, 1993.
  • Teige, Karel. The minimum dwelling. Cambridge: MIT press, 2002.
  • Toman, Rolf. Wenen: kunst en architectuur. Keulen: Könemann, 1999.
  • Valkeniers, J.. Sociale woningen in hoogbouw: een ontwerpmatig onderzoek in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Brussel: Sint-Lukaswerkgemeenschap, 1989.
  • Van Herck, Karina en Vandeweghe, Evert, Evaluatiemethodiek sociale woningbouw: waarderingskader en selectiecriteria. Brussel: Agentschap Onroerend Erfgoed, 2015-2016.
  • Van Paesschen, Katrien. De ontwikkeling van de individuele woning te Antwerpen: onderzoek aan de hand van het tijdschrift De Bouwgids 1909-1933. Leuven: KUL. Faculteit letteren en wijsbegeerte. Departement archeologie en kunstwetenschap, 1988.
  • Van Put, E. De ideale woning - Arrondissement Antwerpen. (z.d.).
  • Verdun, V.. ‘’Une exploitation d’un groupe d’appartements pourvus du confort moderne’’. L’Habitation à Bon Marché, jg. 15, nr. 6 (1935).
  • Z.n. “Bij het Werk van architekt Alfons Francken K.M.B.A.”. K.M.B.A., jg. 5, nr. 4 (1934).
  • Z.n. Bouw: honderd jaar Antwerpse bouwkunst. Jubileumalbum KMBA 1848-1948. Antwerpen, 1948.
  • Z.n. ‘’De Nationale maatschappij voor goedkope woningen en de commissies van openbaren onderstand te Antwerpen. Een na te volgen voorbeeld.’’ L’Habitation à Bon Marché, jg. 18, nr. 11 (1938).
  • Z.n. “Housing in Vienna: a socialistic experiment”. American Journal of Sociology, jg. 37, nr. 4, (1932).
  • Z.n. Keuken en huiselijk leven. Z.d.
  • Z.n. ‘’La cuisine standard industrialsiée par L.H. de Koninck, architecte’’. La Cité vol. 9, nr. 9 (1939).
  • Z.n. ‘’Quelques travaux d’Alf. Francken’’. La Cité vol. 5, nr. 1 (1939).
  • Z.n. “Sociale woningbouw en de ring rond Parijs”. Archis : tijdschrift voor architectuur, stedenbouw en beeldende kunst: p. 48.
  • Z.n. Wonen in Wenen: sociale woningbouw met visie. Wien: Gisteldruck, 1987.
  • Z.n. “Zonder titel”. K.M.B.A. vol. 6, nr. 1 (1935).
  • Zugman, Gerald, Kähler, Gert, Nussbaum, Andrea en Kriechbaum, Genoveva. Karl-Marx-Hof, Versailles der arbeiter. Wien und seine Höfe. Wenen: Holzhausen Verlag GmbH, 2007.

 

 

Internetadressen                                                                                                                 

 

Mondelinge bronnen                                                                                                          

  • Interviews oud-bewoners Fierensblokken. (Antwerpen: coStA, 2016).
Universiteit of Hogeschool
Monumenten- en Landschapsozrg
Publicatiejaar
2016
Promotor
Marieke Jaenen
Kernwoorden