Shareholder primacy in het Belgische vennootschapsrecht. De invloed van het arrest van het Hof van Cassatie van 28 november 2013

Margo Osier
Met welke partijen dient het bestuur van een vennootschap rekening te houden in zijn besluitvorming? Dat is het onderwerp dat centraal staat in deze thesis. Hierbij wordt onderzocht wat de Belgische visie op deze problematiek is, waar dat ons land plaatst in de wereldwijde discussie ter zake en hoe het Hof van Cassatie dit alles met een relatief recente uitspraak heeft beïnvloedt.

Waait de shareholder primacy-idee via het Hof van Cassatie definitief naar België over?

Waait de shareholder primacy-idee via het Hof van Cassatie definitief naar België over?

De hegemonie van de aandeelhouder onder vuur

Met welke partijen dient het bestuur van een vennootschap rekening te houden in zijn besluitvorming? Is het sociaal acceptabel, economisch effectief en juridisch gerechtvaardigd dat het bestuur van vennootschappen volledig bepaald wordt door het optimaliseren van de opbrengst voor de aandeelhouders? Of moet er ook rekening gehouden worden met de andere belanghebbende partijen zoals werknemers en leveranciers, de zogenaamde stakeholders?

Deze vragen zijn natuurlijk niet nieuw, maar ze werden door een aantal gebeurtenissen, crisissen en schandalen uit de laatste twee decennia, wel weer brandend actueel. 

Rond de eeuwwisseling won een Anglo-Amerikaanse aandeelhouder-gecentreerde of shareholder primacy-visie op goed bedrijfsbestuur aan momentum en aanzien. Waar toen nog werd verkondigd dat dit bestuursmodel succes boekte en de Europese modellen naar deze aanpak toe zouden groeien, werden zijn inhoud en grondslagen slechts enkele jaren later steeds meer in vraag gesteld. Een cascade aan implosies van referentievennootschappen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan aan het begin van deze eeuw en de ondergang van grote banken als Northern Rock en Lehman Brothers brachten de tekortkomingen van het zo gepropageerde Anglo-Amerikaanse systeem immers onder de aandacht. Hierdoor verloren de investeerders hun vertrouwen en werd de aanzet gegeven tot een ingrijpende herziening van de “rules of the corporate game”.

De gebeurtenissen die het financiële systeem in de herfst van 2008 wereldwijd aan de rand van de afgrond brachten, leidden ook in Europa tot een stroomversnelling in de reflectie omtrent het bestuur en het wezenlijke doel van vennootschappen. Dit debat is tot op de dag van vandaag overal ter wereld aan de orde en nog steeds wordt er in verschillende rechtsstelsels gezocht naar een antwoord op deze netelige en dringende vragen.

De Belgische stem in het debat

Ook in België is dit debat al sinds jaren aan de gang. In ons rechtsstelsel wordt de discussie gevoerd aan de hand van de notie van het vennootschapsbelang, een sleutelconcept maar tevens ook notoire blanco-norm binnen het vennootschapsrecht. Dit concept leidt zowel tot onzekerheid als tot oeverloos debat onder rechtsgeleerden en -practici. Deze discussie wordt sterk gekenmerkt door een polarisatie tussen een enge en een ruime opvatting.

De shareholder primacy-visie en de ruimere stakeholderbenadering, die ook andere partijen met een belang bij de vennootschap in aanmerking neemt, komen overeen met de enge, resp. de ruime opvatting omtrent het vennootschapsbelang in de Belgische context.  

Welke visie overheerst er bij ons en wat is bijgevolg het standpunt van België in dit wereldwijde debat? Hoe beïnvloedt het Hof van Cassatie het antwoord op deze vragen? Dat zijn de kwesties die centraal staan in dit thesisonderzoek.

Op 28 november 2013 deed het Hof van Cassatie immers een opmerkelijke uitspraak waarin het voor het eerst een duidelijke omschrijving gaf van het vennootschapsbelang. Of met dat arrest ook daadwerkelijk een einde gemaakt wordt aan de niet-aflatende discussie ter zake, is vooralsnog onduidelijk. Voor een goede inschatting van de concrete impact die deze beslissing op het Belgische vennootschapsrecht zal hebben, moet allicht haar navolging afgewacht worden.

Desalniettemin kan toch – zij het met de nodige reserves – gesteld worden dat door deze uitspraak een model voor goede bedrijfsvoering van het zgn. enlightened shareholders-type in België werd geïntroduceerd. Deze “zachtere” shareholder primacy-aanpak, ook wel aangeduid als de “modern enge” opvatting omtrent het vennootschapsbelang, vertoont opvallende gelijkenissen met het Britse model dat daar in 2006 werd ingevoerd.

Een belangrijke parallel tussen het Belgische en het Britse model is het behoud, of eerder de uitdrukkelijke bevestiging van een aandeelhouder-gecentreerde visie. Zowel in België als in het Verenigd Koninkrijk wordt aan deze basisidee bovendien een nieuwe dimensie toegevoegd die een enlightened element in zich draagt, nl. de aandacht voor bepaalde stakeholders en hun belangen die, al dan niet openlijk, van het vennootschapsbestuur verwacht wordt.

Ondanks deze belangrijke nieuwe nuancering wordt snel duidelijk dat men in geen van beide landen al te ver afdrijft van de shareholder primacy-idee maar veeleer dicht bij de klassieke Anglo-Amerikaanse opvatting blijft. Wel valt op dat de visie op deze materie in België en in het Verenigd Koninkrijk, uitgerekend een van de meest invloedrijke spelers uit de Angelsaksische wereld, dichter naar elkaar toe groeien.

Hoewel we dus duidelijk trouw aan het shareholder primacy-denken vaststellen, althans in theorie, komen we in deze thesis tot een merkwaardige vaststelling.

Bij een denkoefening werden de drie hoofdopvattingen omtrent het vennootschapsbelang op concrete casussen toegepast. Daarbij leidde de modern enge, enlightenend omschrijving van het vennootschapsbelang (volgens het Hof van Cassatie) tot hetzelfde nettoresultaat als de toepassing van de ruime opvatting die nota bene als de evenknie van de stakeholdertheorie in België gezien kan worden. De verklaring voor dit resultaat ligt in het gegeven dat de partijen waarmee het vennootschapsbestuur volgens de modern enge en de ruime opvattingen rekening moet houden, in feite dezelfde zijn. Dit verklaart meteen ook waarom de klassiek enge definitie in de praktijk wel tot een verschillend resultaat leidt.

Deze bevinding leidt weliswaar niet tot een onomstotelijke conclusie, maar zij geeft zeker wel een nieuwe wending aan de lopende discussie.

Naar het vennootschapsbestuur van de toekomst

Het is onduidelijk hoever de invloed van deze “zachtere” shareholder primacy-visie op vennootschapsbestuur, voorgestaan door het Hof van Cassatie, op het Belgische vennootschapsrecht zal reiken. Ook het concrete effect op de positie van België in het wereldwijde debat omtrent de rol en de macht van de aandeelhouder staat vandaag niet vast. Wat wel vaststaat is het feit dat enkel duurzame en efficiënte vennootschappen in de toekomst stand zullen houden. Vennootschapsbesturen overal ter wereld zagen zich dan ook genoodzaakt om de bestaande mentaliteit reeds te veranderen en vennootschappen te creëren die duurzaam zijn en economisch, ethisch en sociaal verantwoord.  

De aanzet die het Hof van Cassatie in deze materie heeft gegeven is zeker en vast een stap in de goede richting. Nu is het enkel nog afwachten of dit arrest de nodige navolging zal krijgen in de rechtspraak en de rechtsleer en zodoende werkelijk de bakens uit zal zetten voor een meer inclusief vennootschapsbestuur.

Bibliografie

Bibliografie

 

Rechtspraak

 

België

 

  • Cass. 31 mei 1957, Pas. 1957, 1176.
  • Cass. 28 november 2013, TRV 2014, 286-288.
  • RvS (10e k.) 7 december 2015, nr. 233/147.
  • Brussel 1 maart 1988, TRV 1988, 115-131.
  • Brussel 12 december 2008, JLMB 2009, 388-408.
  • Rb. Antwerpen 25 juni 1981, Pas. 1982, 66.
  • Kh. Gent 11 januari 1902, RPS 1903, 149.
  • Kh. Luik 26 november 2013, TRV 2014, 319-327.
  • Vred. Brugge 29 september 1997, T. App. 1998, 32.

 

Internationaal

 

  • Alexander v. Automatic Telephone Co., [1900] 2 Ch. 56 (VK).
  • Supreme Court of Michigan, Dodge v. Ford Motor Co., 170 N.W. 668 (VS). (1919)
  • Smith and Fawcett Ltd., [1942] Ch. 304 (VK).
  • Greenhalgh v. Arderne Cinemas, [1951] Ch. 286 (VK).
  • W & M Roith Ltd., [1967] 1 WLR 432 (VK).
  • Illinois Appellate Court, Shlensky v. Wrigley, 237 N.E.2d 776 (VS). (1968)
  • Fulham Football Club Ltd. v. Cabra Estates plc., [1994] 1 BCLC 363 (VK).

 

Rechtsleer

 

Boeken

 

Andreadakis, S., “Enlightened Shareholder Value: Is It the New Modus Operandi for Modern Companies?” in Boubaker, S., e.a. (eds.), Corporate Governance, Recent Developments and New Trends, Heidelberg, Springer, 2012, 415-432.

Bainbridge, S.M., The new Corporate Governance in Theory and Practice, New York, Oxford University Press, 2008, 241 p.

Bainbridge, S.M., Corporate Governance after the Financial Crisis, New York, Oxford University Press, 2012, 320 p.

Ballon, G.L., Geens, K. en Stuyck, J., Handels- en vennootschapsrecht, Antwerpen, Kluwer, 1999, xxiv + 388 p.

Berle, A. en Means, G., The Modern Corporation and Private Property, New York, Macmillan, 1932, xiii + 396 p.

Braeckmans, H. en Houben, R., Handboek Vennootschapsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2012,  xlii + 924 p.

Cornelis, L., “De aansprakelijkheid van bestuurders van vennootschappen in groepsverband” in Biron, H. en Dauw, C. (eds.), Aspecten van de ondernemingsgroepen, Antwerpen, Kluwer, 109-193.

De Cordt, Y., L'intérêt social comme vecteur de la responsabilité sociale, Louvain-la-Neuve, Bruylant-Academia, 2008, 145 p.

De Wulf, H., Taak en loyaliteitsplicht van het bestuur in de naamloze vennootschap, Universiteit Gent, 2001, 621 p.

Dieux, X., “Shareholdership v. stakeholdership: what else?” in Droit, morale et marché, Brussel, Bruylant, 2013, 149-180.

Dignam, A. en Lowry, J., Company Law, Oxford, Oxford University Press, 2012, 515 p.

Dirix, E., Steennot, R. en Vanhees, H., Handels- en economisch recht in hoofdlijnen, Antwerpen, Intersentia, 2014, 537 p.

Easterbrook, F. en Fischel, D., The Economic Structure of Corporate Law, Cambridge, Harvard University Press, 1991, 384 p.

Foriers, P.A. en François, A., “Een nieuwe kijk op enkele klassieke dichotomieën in het vennootschapsrecht/Un nouveau regard sur quelques dichotomies classiques en droit des sociétés” in X., De modernisering van het vennootschapsrecht/La modernisation du droit des sociétés, Brussel, Larcier, 2014, 27-62.

François, A.,  Het vennootschapsbelang in het Belgische vennootschapsrecht: inhoud en grondslagen, Antwerpen, Intersentia, 1999, XXIII + 795 p.

François, A. en Byttebier, K., “For-profit or not-for-profit? That’s the question. Profit maximization in Company Law: Myth or (Legal) Reality?” in Cornelis, L., Finance and Law: Twins in Trouble,  Antwerpen, Intersentia, 2014, 223-252.

François, A., “Eng is niet steeds eng: het vennootschapsbelang eindelijk gedefinieerd!” in Alofs, E., Casman, H. en Van Den Bossche, A. (eds.), Liber amicorum André Michielsens, Mechelen, Wolters Kluwer, 2015, 340-356.

Freeman, R., Strategic Management. A Stakeholder Approach, Boston, Pitman, 1984,
xii + 276 p.

Geens, K. en Wyckaert, M., Beginselen van Belgisch privaatrecht IV, Verenigingen en vennootschappen, Deel II, De vennootschap,  A. Algemeen deel, Mechelen, Kluwer, 2011, 934 p.

Goergen, M., “International Corporate Governance”, Harlow, Pearson, 2012, 311.

Gollier, J. M., “Le dirigeant et la responsabilité sociétale de l’entreprise” in De Cordt, Y. (ed.), Le statut du dirigeant d’entreprise, Brussel, Larcier, 2009, 295-330.

Greenfield, K., The Failure of Corporate Law: Fundamental Flaws and progressive Possibilities, Chicago, The University Of Chicago Press, 2006, 300 p.

Heenen, J., “L’intérêt social” in X., Liber Amicorum Paul De Vroede, Diegem, Kluwer, 1994, 891-899.

Hellebuyck, E., Hedge funds, Antwerpen, Intersentia, 2014, xviii + 480 p.

Henderson, M.T., “Everything Old Is New Again: Lessons From Dodge v. Ford Motor Company” in Ramseyer, J., Corporate Law Stories, New York, Foundation press, 2009, 37-76.

Keay, A., The corporate objective, Cheltenham, Edward Elgar Publishing Limited, 2011,
x + 346 p.

Keay, A., The Enlightened Shareholder Value Principle and Corporate Governance, Londen, Routledge, 2012, 304 p.

Malherbe, J., De Cordt, Y., Lambrecht, P. en Malherbe, P. (eds.), Droit des sociétés Précis, Brussel, Bruylant, 2009, 1498 p.

Mayson, S., French, D. en Ryan, C., Company Law, Oxford, Oxford University Press, 2008-2009, 747 p.

Parkinson, J. E., Corporate Power and Responsibility. Issues in the Theory of Company Law, Oxford, Clarendon Press, 1993, 464 p.

Pattyn, J., Aandeelhoudersovereenkomsten: overdrachtsbeperkingen en stemafspraken in een niet-publieke NV, Gent, Larcier, 2012, 183 p.

Posner, R., Economic Analysis of Law, Boston, Little, Brown and Company, 1986, 666 p.

Roe, M., Strong Managers, Weak Owners. The Political Roots of American Corporate Finance, Princeton, Princeton University Press, 1994, 324 p.

Ronse, J., Algemeen deel van het vennootschapsrecht, Leuven, Uitgeverij Acco, 1975, 530 p.

Shuangge, W., Shareholder Primacy and Corporate Governance. Legal aspects, practices and future directions, London, Routledge, 2013, 250 p.

Stout, L., The Shareholder Value Myth. How putting shareholders first harms investors, corporations, and the public, San Fransisco, Berret-Koehler Publishers, 2012, vi + 134 p.

Tas, R., Winstuitkering, kapitaalvermindering en –verlies in de nv en bvba, Kalmthout, Biblo, 2003, 684 p.

Tiest, R., Vademecum voor de vennootschap 2004, Antwerpen, Intersentia, 2004, 726 p.

Tilleman, B., Lastgeving in Algemene Praktische Rechtsverzameling, Deurne, Story-Scientia, 1997, 396 p.

Tilquin, T. en Simonart, V., Traité des sociétés, Diegem, Kluwer Editions Juridiques, 1996, xvi + 939 p.

Van De Gehuchte, D., “Beschouwingen over het vennootschapsbelang en zijn Corporate Governance problematiek” in Wauters, K., Feestbundel Monard-D'Hulst 20 jaar: diversiteit in eenheid, Brussel, Larcier, 2010, 209-221.

Van Gerven, W., “Van de Generale naar Fortis” in Faure, M. en Rauws, W. (eds.), Recente ontwikkelingen in het arbeids-, economisch, straf- en familierecht: huldeboek voor Mr. Jos Van Goethem, Antwerpen, Intersentia, 2009, 63-75.

Verbeke, A.L., Arteschene, I., Brulez, P., Portugaels, N. en Swennen, J., Bijzondere overeenkomsten in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2013, 316.

Vincke, F., “The Corporate Governance Debate in Belgium” in Dieux, X. (ed.), Legal Tracks, Essays on contemporary corporate and finance law, Brussel, Bruylant, 2003, 3-36.

Wéry, P., Droit des contrats: le mandat, Brussel, Larcier, 2000, 341 p.

Willermain, D., “Les pouvoirs des dirigeants d’entreprise, spécialement des administrateurs de sociétés anonymes: état des lieux et réflexions” in De Cordt, Y. (ed.), Le statut du dirigeant d’entreprise, Brussel, Larcier, 2009, 123-174.

Wymeersch, E., “The Corporate Governance Discussion in Some European States” in Prentice, D.D. and Holland, P.R.J. (eds.), Contemporary Issues in Corporate Governance, Oxford, Clarendon Press, 1993, 3-23.

 

Artikelen

 

Berle, A., “Corporate Powers as Powers in Trust”, Harvard Law Review 1931, 1049-1074.

Cooreman, N., “Opschorting van een besluit van de algemene vergadering en contractuele compensatie: overdadig eigenbelang duurt nooit lang”, TRV 2014, 327-338.

Clottens, C., “Can’t buy me love? – Over de beloning van trouwe aandeelhouders”, TRV 2013, 7-15.

Dallas, L., “Short-Termism, the Financial Crisis, and Corporate Governance”, The Journal of Corporation Law 2012, 264-363.

De Cordt, Y., “Les stakeholders dans les Codes de Corporate Governance”, RPS 2005, 54-93.

De Cordt, Y., “Les enjeux de l’affaire « Fortis »”, RPS 2009, 351-365.

Delvoie, J., “La théorie de l’organe en droit privé belge: le temps est venu de tourner la page”, RPS 2012, 5-67.

Delvoie, J. en Clottens, C., “Accountability and short-termism: some notes on loyalty shares”, Law and Financial Markets Review 2015, 19-28.

Dodd, M., “For Whom are Corporate Managers Trustees?”, Harvard Law Review 1932, 1145-1163.

Fisch, J., “Measuring Efficiency in Corporate Law: The Role of Shareholder Primacy”, The Journal of Corporation Law 2006, 637-674.

Foriers, P. A., “Spécialité légale –Spécialité statutaire et but de lucre. Quelques observations sur l’arrêt de la Cour de cassation du 30 septembre 2005” (noot onder Cass. 30 september 2005), TBH 2006, 1029-1034.

François, A., “Libéralité et spécialité légale: un cadeau empoisonné?” (noot onder Cass. 30 september 2005), RPS 2010, 213-228.

Frankignoul, L., “La crise bancaire de 2008, de Cleveland à Bruxelles”, RFDL 2009, 601-612.

Friedman, M., “The Social Responsibility of Business is to Increase its Profits”, The New York Times Magazine September 1970.

Geens, K., “Het toegestaan kapitaal als afweermechanisme tegen overvallen: het wettig belang van de “bieder” (Cerus) en het vennootschapsbelang van de “doelwitvennootschap” (GMB)”, TRV 1988, 133-142.

Geens, K., “De jurisprudentiële bescherming van de minderheidsaandeelhouder tegen door de meerderheid opgezette beschermingsconstructies”, TPR 1989, 33-89.

Gelter, M., “The Dark Side of Shareholder Influence: Toward a Holdup Theory of Stakeholders in Comparative Corporate Governance”, ECGI Working Paper Series in Law 2008, WP 096/2008.

Gelter, M., en Helleringer, G., “Lift not the Painted Veil! To Whom are Directors’ Duties Really Owed?”, ECGI Working Paper Series in Law 2014, WP 255/2014.

Glansdorff, B., “Interventions nouvelles du juge en droit des sociétés”, DAOR 1989, 21-30.

Gollier, J.M., “Observations – L’intérêt social”, RPS 2014, 46-63.

Hansmann, H. en Kraakman, R., “The End of History for Corporate Law”, Georgetown Law Journal 2001, 439-472.

Harper Ho, V., ““Enlightened Shareholder Value”: Corporate Governance Beyond the Shareholder-Stakeholder Divide”, Journal of Corporation Law 2010, 61-111.

Jenne, F., “Welke sancties in geval van overschrijding van de wettelijke en de statutaire specialiteit en de miskenning van het vennootschapsbelang?”, TRV 2002, 388-391.

Jensen, M. C. en Meckling, W., “Theory of the firm: managerial behavior, agency costs and ownership structure”, Journal of Financial Economics, 1976, 305-360.

Jensen, M. C., “Value Maximisation, Stakeholder Theory and the Corporate Objective Function”, European Financial Management 2001, 297-317.

Kahan, M. en Rock, E.B., “Hedge Funds in corporate governance and corporate control”, University of Pennsylvania Law Review 2007, 1021-1093.

Keay, A. “Tackling the Issue of the Corporate Objective : An Analysis of the United Kingdom’s ‘Enlightened Shareholder Value Approach’ ”, Sydney Law Review 2007, 577-612.

Keay, A., “Ascertaining the corporate objective: an entity maximization and sustainability model”, Modern Law Review 2008, 663-712.

Keay, A., “Getting to Grips with the Shareholder Value Theory in Corporate Law”, Common Law World Review 2010, 358-378.

Keay, A., “Shareholder Primacy in Corporate Law : Can it Survive ? Should it Survive?”, European Company and Financial Law Review 2010, 369-413.

Keay, A., “Moving Towards Stakeholderism? Enlightened Shareholder Value, Constituency Statutes and More : Much Ado About Little?”, European Business Law Review 2011, 1-49.

Lazonick, W. en O’Sullivan, M., “Maximizing shareholder value: a new ideology for corporate governance”, Economy and Society 2000, 13-35.

Magnus, F., “Appréciation des contours de l’intérêt social: regard critique à travers les enseignements tirés des notions d’ « intérêt de groupe » et d’ « avantages anormaux ou bénévoles», RPS 2011, 324-398.

Nelissen-Grade, J.M., “De la validité de l’exécution de la convention de vote dans les sociétés commerciales”, RCJB 1991, 214-257.

Pattyn, J., “Goede afspraken maken goede aandeelhouders”, Not.Fisc.M. 2015, 162-181.

Siems, M., “Shareholders, Stakeholders and the ‘Ordoliberalism’”, European Business Law Review, 2002, 147-159.

Stout, L. , “Bad and not-so-bad arguments for shareholder primacy”, Southern California Law Review 2002, 1189-1210.

Stout, L. , “The toxic side effects of shareholder primacy”, University of Pennsylvania Law Review 2003, 2003-2023.

Stout, L. , “Why We Should Stop Teaching Dodge v. Ford”, Virginia Law & Business Review 2008, 163-190.

Sundaram, A.K. en Inkpen, A.C., “The corporate Objective Revisited”, Organization Science 2004, 350-363.

Vananroye, J., “Ook de enige vennoot heeft altijd gezelschap”, TRV 2014, 425-426.

Vananroye, J., “De parabel van het afgesneden worstje (of: het winstoogmerk)”, TRV 2015, 482-489.

Van Gerven, D., “Kroniek Vennootschapsrecht 2013-2014”, TRV 2014, 555-603.

Van Ommeslaghe, P. en Dieux, X., “Examen de jurisprudence (1979 à 1990), les sociétés commerciales”, RCJB 1993, 639-824.

Willermain, D., “L’intérêt social selon la Cour de cassation: ‘The Social Responsibility of Business is to Increase its Profits’?”, TBH 2014, 855-865.

Williams, C. en Conley, J., “An Emerging Third Way – The Erosion of the Anglo-American Shareholder Value Construct”, Cornell International Law Journal 2005, 493-551.

Williams, R., “Enlightened shareholder value in UK company law”, UNSW Law Journal 2012, 360-377.

Wymeersch, E., “Shareholders in action”, Financial Law Institute, Universiteit Gent, WP 2007-03.

Wymeersch, E., “Shareholder after the crisis”, Financial Law Institute, Universiteit Gent, WP 2009-12.

 

Varia

 

  • Verslag namens de commissie “ad hoc” handelsvennootschappen uitgebracht door de heren Verhaegen en Bayenet, Parl.St. Senaat 1990-1991, nr. 1107-3.
  • Report of the Committee on the Financial Aspects of Corporate Governance (the Cadbury Report), 1 december 1992, http://www.ecgi.org/codes/documents/ cadbury.pdf.
  • Verslag namens de commissie belast met de problemen inzake handels- en economisch recht, uitgebracht door de heren Knoops en de Vlieghere, Parl.St. Kamer 1992-1993.
  • Verslag namens de bijzondere commissie (handelsvennootschappen) door de heren Vandenberghe, Stroobant en Laverge, Parl.St. Senaat 1993-1994, nr. 1086-2.
  • The Company Law Review Steering Group, Modern Company Law for a Competitive Economy: The Strategic Framework, http://webarchive. nationalarchives.gov.uk/20121029131934/http://www.bis.gov.uk/files/file23279.pdf.
  • The Company Law Review Steering Group, Modern Company Law for a Competitive Economy: developing the Framework, http://webarchive. nationalarchives.gov.uk/ 20121029131934/http://www.berr.gov.uk/files/file23248.pdf.
  • Report of the high level group of company law experts on a modern regulatory framework for company law in Europe (4 november 2002), http://www.ecgi.org/ publications/documents/report_en.pdf.
  • Aspen Institute, Overcoming Short-termism: A Call for a More Responsible Approach to Investment and Business Management, 9 september 2009, https://www.aspeninstitute.org/sites/default/files/content/docs/pubs/ov….
  • Report of the Reflection Group On the Future of EU Company Law (5 april 2011), http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/modern/reflectiongroup… en.pdf
  • Persbericht (20 februari 2012) van de Europese Commissie: Europees vennootschapsrecht: hoe verder?
  • The Kay review of UK Equity Markets and Long-Term Decision Making, juli 2012, https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/fi….
  • Persbericht(12 december 2012) van de Europese Commissie: Commissie is van plan Europees vennootschapsrecht en corporate governance te moderniseren.
  • Actieplan (Comm.) European company law and corporate governance - a modern legal framework for more engaged shareholders and sustainable companies, 12 december 2012, COM2012(740)def.
  • Hof van Cassatie van België, Jaarverslag 2013, http://justitie.belgium.be/sites/ default/files/downloads/cass2013nl.pdf.

 

Universiteit of Hogeschool
Economisch recht
Publicatiejaar
2016
Promotor
Prof. dr. Alain François
Kernwoorden