Tussen Erfharungsraum & Erwartungshorizont

Eva Neefs
Het medium van film en het medium ‘architectuur’ zijn nauwer verwant dan aanvankelijk wordt gedacht. In dit werk beschrijf ik de spanningsopbouw in het werk van David Lynch in verband met de architectuur die eraan gelinkt is. Aan de hand van een terminologie die ik opbouw in het witte, theoretische boek, pas ik die toe in het zwarte, beeldende boek. Ik beschrijf het Huiselijk Theater voor het Huiselijk Drama aan de hand van het Déjà-vu, het Melodramatisch Object en het Portaal. De spanningsopbouw van een verhaal wordt mijn inspiratie voor de spanningsopbouw in mijn eigen architecturaal ontwerp. De aanzet van dat architecturaal ontwerp is te zien in het zwarte boek.

Het Huiselijk Theater

Het Huiselijk Theater

The Madison House, Lost Highway

 

 

 

distancing from reality forced by reality

-A. Vidler, 1992

 

Om deze ervaring op de meest bondige wijze samen te vatten gebruik ik Freuds term 'uncanny', unheimlich, of onheimelijk in het Nederlands. De term heeft ongetwijfeld te maken met wat beangstigend is. Maar in de Duitse vertaling 'unheimlich' verschuilt een tweede betekenis van het woord. Heimlich, dat al een dubbele betekenis heeft (zowel huiselijk, gekend als verborgen of clandestien) heeft als tegengesteld begrip unheimlich of niet huiselijk. In Freuds essay komt een uitvoerige etymologische analyse van het woord onheimelijk voor die doet blijken dat het onheimelijke te maken heeft met de vervreemding van het gekende. De misschien wel meest verhelderende omschrijving van het woord komt van Friedrich Schelling. Hij stelt dat het onheimelijke hetgeen is dat geheim en verborgen is gebleven, maar toch aan het licht is gekomen. Met deze stelling wordt zowel het heimelijke als het onheimelijke vervat.

 

Interessant is hoe het onheimelijke zich architecturaal manifesteert. Het onheimelijke, als het twintigste-eeuwse achterkamertje van het negentiende-eeuwse sublieme, is een vluchtig concept dat zich moeilijk laat vatten door architectuur. Toch vindt het zijn metafoor in architectuur, omdat het gaat over het huis en de thuis. Het onheimelijke bouwt een brug tussen wat materie is en wat er zich afspeelt in de geest van de aanschouwer en is daarom even architecturaal als psychoanalytisch van aard. Het was, en is nog steeds een creatieve stimulans voor tal van artiesten van Hitchcock tot Francis Bacon en Dennis Hopper.

 

Het Huiselijk Theater

 

Een artiest die het onheimelijke meesterlijk hanteert is David Lynch. Zijn manier om een verstoorde thuissituatie weer te geven aan de hand van de architectuur van zijn sets is vrijwel uniek. David Lynch bouwt het 'Huiselijk Theater'. Dat is de term voor een proces van vervreemding en opbouwende dreiging in zijn films. Dat proces bestaat uit verschillende ‘fases’: het Déjà-vu, het Melodramatisch object en het Portaal. Die fases zijn de drie subthema’s van het grote hoofdstuk van het Huiselijk Theater. Hoewel het gaat om elementen die over de hele lijn van terugkerende aard zijn is het toch mogelijk om ruwweg chronologie te brengen in hun voorkomen binnen het verhaal. Ik beschrijf het Déjà-vu, dat vaak in het begin van het verhaal voorkomt en wijst op een verstoring van een vast patroon. Daarop volgt de uitleg over het Melodramatisch Object, het vertrouwde object dat in beeld komt, dat wordt gemanipuleerd om de toeschouwer in twijfel te brengen over wat de realiteit is. Ten slotte is er het Portaal in de films van Lynch. Het Portaal als ‘the point of maximum tension’ waar werelden in elkaar overgaan, waar droom overgaat in werkelijkheid en waar gedaante- en persoonlijkheidsverwisselingen zich voordoen. Ze dragen alle drie bij tot de geënsceneerde thuis, tot het Huiselijk Drama. De onheimelijke ervaring is een complex proces van verschillende actoren die zowel van externe als van persoonlijke aard zijn. Dat is ook exact de reden waarom het bestuderen van een cinematografisch werk met een tijdsverloop een betere keuze is dan de analyse van een louter architecturaal werk.

 

Het Déjà-vu

 

Het regelmatig voorkomen van bepaalde objecten of ruimtes wijst in Lynchs films op de symboliek achter die objecten of ze wijzen op de nakende revelatie. Zo is er het voorbeeld van de videotapes de film Lost Highway. Fred en Renee Madison ontvangen enkele ochtenden op rij gelijkaardige videotapes aan hun voordeur. De tapes worden meerdere malen gevonden voor hun deur en bevatten shots van binnenin hun woning. Ze tonen de dreiging van een indringer die steeds verder de woning binnendringt. De regelmatigheid waarmee ze de video’s ontvangen wijst erop dat er iets énorm fout zit in het huishouden Madison.

Algemeen gezien worden zaken die het déjà-vu gevoel opwekken in architectuur sterk vermeden. Een goede balans tussen ritmiek en variatie is belangrijk voor een goed ontwerp dat harmonieus oogt voor de toeschouwer. Maar op het podium van het huiselijk drama is harmonie net waar het niet om gaat. Waar verhaal en woning één worden kan het déjà-vu worden ingezet om een spanning in het verhaal op te bouwen. Dat gebeurt niet door overdreven ingrepen. Vervreemding is het sterkst als het zichzelf niet opdringt, maar wanneer het zit in het gekende.

 

Het Object als antagonist

 

Het huiselijk theater is gevuld met huiselijke objecten die dienen als attributen en decor voor het leven dat er zich afspeelt. Ze staan ten dienste van de bewoners van de woning. In de woningen van Lynch krijgt het object een extra dimensie. Het draagt bij tot de spanningsopbouw in het verhaal en is daardoor meer dan een attribuut alleen. Spanning scheppen door personages verdacht te maken brengt ons terug naar ‘the Master of Suspense’, Alfred Hitchcock. Lynch gaat verder dan dat. Het melodramatisch object gedraagt zich in beeld als de verdachte, of als antagonist in het verhaal en zijn in de films steeds op een subtiele manier gemanipuleerd. Denken over de melodramatiek van objecten biedt architecturaal heel wat inspiratie. De toepassing en manipulatie van de dagdagelijkse Vlaamse bouwstijl doet de gemiddelde architectuurfanaat onmiddellijk denken aan het werk van architectenbureau De Vylder Vinck Taillieu. Zij slagen er ook in om huiselijke objecten te verheffen naar meer dan een attribuut alleen.

 

Het Portaal

 

Het Portaal of the Point of Maximum Tension is in de meeste gevallen de plek waar de transformatie of de revelatie plaatsvindt. Het portaal heeft veel te maken met the Uncanny Double, die Freud beschreef in zijn essay als een onbetrouwbare Doppelgänger van iets bestaand. The Uncanny Double gaat ook over het dubbele karakter van persoonlijkheden, waarnemingen of ruimtes. De dunne lijn tussen fictie en realiteit, tussen droom en werkelijkheid en tussen goed en slecht is het thema voor de verhalen van Lynch. Portalen in architectuur zijn scheidingslijnen tussen twee ruimtes, die door bevreemding aan de hand van de eerder uitgelegde termen spanning opwekken in hun overgang naar de andere ruimte. Het Raumplan van Adolf Loos is een plan waar zulke portalen voorkomen doordat alle ruimtes in zijn woningen een eigen uniek karakter hebben. Het portaal kan ook gaan over het bewustwording van de aanschouwer over zijn plek in de ruimte door de overgang in een andere ruimte. Het kan gaan over de onthulling van wat verborgen is. De oubliette of de middeleeuwse vergeetput in architectuur is een goed voorbeeld van wat een portaal zou kunnen zijn.

 

Dat ik David Lynch als filmmaker onderzoek is voor mij een logisch gevolg van mijn fascinatie voor disharmonie en onheimelijkheid. De terminologie die ik uit zijn werk filter geeft me een goede structuur voor het ontwikkelen van architectuur met een spanningsboog, die door disharmonie de aanschouwer in zijn greep heeft.

 

 

Bibliografie

BACHELARD, G., La poétique de l’espace. (Parijs: PUF, 1961)

COLOMINA, B., Privacy and Publicity: Modern Architecture as Mass Media (Cambridge, MA: MIT Press, 1994)

RICHARD, M., The architecture of David Lynch (Londen: Bloomsbury Academic, 2014)

DECKERS, K., An Inquiry into the Re-Creative Workings of the Unheimliche in Interior Architecture (Gothenburg: CHALMERS UNIVERSITY OF TECHNOLOGY, 2015)

DE POURCQ, M., MASSCHELEIN, A., Unbeschreiblich Weiblich, Looking awry to the home in Euripides’ ‘Medea’ and David Lynch’s ‘Lost Highway’. Geraadpleegd op 21 april, 2016 via http://www.imageandnarrative.be/inarchive/uncanny/maartendepourq.htm

FOUCAULT, M.,  “Of Other Spaces”, trans. Jay Miskowiec, Diacritics, Vol. 16, No. 1 (Spring 1986)

FREUD, S., The “Uncanny” (2006th ed.) (Londen: Penguin Books, 1919)

JACOBS, S., The wrong house. The architecture of Alfred Hitchcock (Rotterdam: 010 Publishers, 2007)

LAVIN, S., Form Follows Libido: Architecture and Richard Neutra in a Psychoanalytic Culture (Cambridge, MA: MIT Press, 2004)

SCHINKEL, A., Imagination as a Category of History: Concerning Koselleck’s Concepts of Erfahrungsraum and Erwartungshorizont . (2005)

UNGVARI, The origins of the theory of Verfremdung’ in Neohelicon (1979)  

VIDLER, A., The Architectural Uncanny: Essay in the Modern Unhomely (Cambridge: MA:   MIT Press, 1992)

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de Architectuur
Publicatiejaar
2016
Promotor
Karel Deckers
Kernwoorden