Cyprus-kwestie: Welke rol speelden buitenlandse mogendheden in het Cyprus-conflict tussen 1960 en 1974?

Tim Fabry
Een historische studie over de Cyprus-kwestie en het aandeel van de buitenlandse mogendheden daarin. Meer bepaald over de invloed van Griekenland, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie op de ontwikkeling van het conflict na de onafhankelijkheid van Cyprus in 1960 tot en met de Turkse invasie in 1974.

Hoe Griekenland en Turkije de Cyprus-kwestie hebbben geëxploiteerd

De Cyprus-kwestie is vandaag één van de vergeten frozen conflicts van de wereld. Mensen weten meestal dat het noorden van het eiland wordt bezet door Turkije maar vaak stopt de kennis daar. Dit onderzoek ging terug naar de eerste 14 jaar na de onafhankelijkheid toen het conflict nog niet bevroren was en had de betrachting om een genuanceerder beeld te scheppen. De focus lag op de rol van de buitenlandse mogendheden en bracht hun impact op de ontwikkeling van de kwestie in kaart. De nadruk werd gelegd op de meest relevante grootmachten zoals Griekenland, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten en Sovjet Unie.

 

De crisis in Cyprus resulteerde uit het onvermogen van twee ongelijke en uitgesproken etnische gemeenschappen om te functioneren onder het grondwettelijke kader uit 1960. Volgens Stanley Kyriakides lagen hier vier oorzaken aan ten gronde. Ten eerste, de afwezigheid van een Cypriotisch politiek bewustzijn dat voortvloeide uit het wederzijdse communautaire wantrouwen, dat werd aangemoedigd door de enosisbeweging van de Grieks-orthodoxe kerk. Ten tweede, het nalaten van een serieuze poging door de Britse koloniale macht om werkelijk zelfbestuur en samenwerking tussen de Cyprioten te promoten. Ten derde, het onvermogen en de onwil van de Grieks- en Turks-Cyprioten om te functioneren onder de grondwet van 1960. Ten vierde, de diepe verankering van externe belangen, met in het bijzonder die van het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Turkije (Kyriakides, 1968). Het is die laatste oorzaak dat deze masterproef heeft onderzocht, welke rol speelden buitenlandse mogendheden in het Cyprus-conflict tussen 1960 en 1974?

 

De mate van betrokkenheid intensifieerde in zes verschillende stappen. De kiemen werden gelegd ten tijde van de Britse kolonisatie. Dat begon in de 19de eeuw met de toelating van de Britten om de twee gemeenschappen gescheiden scholen te laten oprichtten. Bovendien werden voor de beide schoolnetten aparte leerkrachten ingevoerd uit de respectievelijke moederlanden; Griekenland en Turkije. De leerkrachten leerden de kinderen om zichzelf te zien als ‘Griek’ of als ‘Turk’ maar niet als ‘Cyprioot’. Het eindigde in de jaren ’50 met de nationalistische rebellie van EOKA. Zo hadden de buitenlandse mogendheden niet alleen de ontwikkeling van een gemeenschappelijke Cypriotische identiteit verhinderd voor de onafhankelijkheid maar ook de potentiële ontwikkeling erná. EOKA bestond immers uitsluitend uit etnische Grieken, gestuurd door Griekenland om enosis te bewerkstelligen, die eerst Britse officieren viseerden maar later ook Turks-Cypriotische burgers.

 

De tweede stap werd genomen met het opstellen van het Zurich Agreement door het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Turkije en het feitelijke opleggen van een grondwet aan het ‘onafhankelijke’ Cyprus. Dat akkoord reflecteerde eigenlijk perfect de complexe betrokkenheid van de ‘belanghebbende partijen’. Enerzijds werden de Britse strategische belangen verzekerd door haar twee soevereine basissen.

 

Anderzijds werden de directe belangen van Griekenland en Turkije veiliggesteld door het stationeren van Griekse en Turkse troepen op Cyprus. Daarenboven wisten de drie grootmachten zich te verzekeren van een directe stem in de grondwettelijke ontwikkelingen van de Republiek dankzij hun rol als guarantor, oftewel het voorrecht om te mogen interveniëren.

De volgende ontwikkeling dat het conflict verergerde, was de beslissing van het Verenigd Koninkrijk, als guarantor, om Makarios niet te beteugelen. Hij heeft nooit zijn verleden als voormalig EOKA-strijder van zich willen afwerpen en gedroeg zich nooit als een president van alle Cyprioten. De Grieks-Cyprioten werden consequent voorgetrokken en hij probeerde de grondwet te veranderen waarmee hij de burgeroorlog in de hand werkte. De Britten grepen niet in omdat zijn medewerking nodig was voor het behoud van de militaire basissen. De Britten bezondigden zich bijgevolg aan schuldig verzuim.

 

Voor de vierde stap was het Verenigd Koninkrijk opnieuw verantwoordelijk, zij het indirect. Wanneer in ’64 de VN de verantwoordelijkheid opnam voor het sturen van een vredesmacht naar Cyprus nam de VN-Veiligheidsraad een beslissing waarmee ze de toen uitsluitend uit Grieks-Cyprioten bestaande regering legitimeerde. De op dat ogenblik onwettelijk samengestelde regering van Cyprus werd dus internationaal erkend en de Turks-Cypriotische gemeenschap zo de facto gedegradeerd tot een minderheid. Bovendien werd Makarios als voornaam lid van de Niet-Gebonden Landen erg gesteund binnen de Verenigde Naties.

 

De volgende en zeer ernstige ontwikkeling in het Cyprus-conflict was de plots erg actieve betrokkenheid van de Griekse militaire junta. Het kolonelsregime was rechtstreeks verantwoordelijk voor de crisis in ’67 maar oefende ook daarna nog invloed uit via de rebellen van EOKA B en de Cypriotische Nationale Garde. Zij hadden het gemunt op Makarios’ zijn medestanders en waren een tikkende tijdbom op het Cypriotische grondgebied.

 

Het was eveneens de militaire junta die voor de overtreffende trap en laatste, dramatische ontwikkeling zorgde door de staatsgreep tegen Makarios. Dit was immers de directe aanleiding voor de Turkse invasie waardoor de Cyprus-kwestie nog moeilijker werd om op te lossen.

 

We kunnen besluiten dat de rol van de buitenlandse mogendheden in de Cyprus-kwestie behoorlijk groot was. De grootmachten hebben de spanningen tussen de Grieks-Cyprioten en de Turks-Cyprioten niet gecreëerd maar wel geëxploiteerd ten behoeve van de eigen belangen en hebben daarmee het conflict nog ingewikkelder gemaakt dan het al was.

Een andere opmerkelijke vaststelling betreft de rol van Turkije, die doorgaans als boeman wordt afgeschilderd. De Turken hebben weliswaar op mensonterende wijze de opdeling van het eiland geforceerd maar hebben naast dat menselijke drama mogelijk twee positieve neveneffecten in de hand gewerkt. Zo zijn het aantal dodelijke slachtoffers ten gevolge van communautair geweld na ’74 exponentieel gedaald en heeft men de omstandigheden voor het creëren van een federale staatsstructuur of tweestatenoplossing vereenvoudigd. Uiteraard zijn er sindsdien andere factoren bijgekomen (falen plan-Annan, EU-lidmaatschap Grieks-Cyprus, …) maar die zijn in dit onderzoek niet onderzocht.

Bibliografie

5. Referenties

 

Ahmad, F. (1977). The Turkish experiment in democracy: 1950-1975. (p. 396), Boulder: CO.

Aslan, M. (2008). The Cyprus Question in the making and the attitude of the Soviet Union towards the Cyprus Question. (pp. 81-82), Bilkent: Bilkent University Press.

Athanassopoulou, E. (1995). Ankara’s foreign policy objectives after the end of the Cold War: Making policy in a changing environment. Orient, 36:2, 85-269.

Aydin, M. (2000). Determinants of Turkish foreign policy: Changing patterns and conjunctures during the Cold War. Middle Eastern Studies, 36:1, 103-133.

Baten, J. (2016). A History of the Global Economy. (p. 51), Cambridge: Cambridge University Press.

Blas, E. (2010). The Dwight D. Eisenhower National System of Interstate and Defense Highways:  The Road to Success? [Online] Retrieved 16 april 2017 from http://www.societyforhistoryeducation.org/pdfs/N10_NHD_Blas_Junior.pdf

Bogzeanu, C. (2011). National interest concept in European context. Impact Strategic, 4: 48-57.

Bölükbasi, S. (1988). The Superpowers and Third World: Turkish-American relations and Cyprus. (pp. 47-74), New York.

Bordo, M. & Eichengreen, B. (1993). A Retrospective on the Bretton Woods System: Lessons for International Monetary Reform. (pp. 3-6), Chicago: National Bureau of Economic Research & University of Chicago Press.

Borowiec, A. (2000). Cyprus: A Troubled Island. (pp. 73-93), Westport: Greenwood Publishing Group.

Bryan, D. (2000). Orange Parades: The Politics of Ritual, Tradition and Control. (p. 94), Londen: Pluto Press.

Burns, R. (2013). A Global History of the Nuclear Arms Race: Weapons, Strategy, and Politics. (p. 320), Santa Barbara: ABC-CLIO.

Byrne, S. (2000). Power politics as usual in Cyprus and Northern Ireland: Divided islands and the roles of external ethno‐guarantors. Nationalism and Ethnic Politics, Vol. 6, No 1, pp. 6-8

Calame, J. & Charlesworth, E. (2011). Divided Cities: Belfast, Beirut, Jerusalem, Mostar and Nicosia. (p. 133), Philadelphia: University of Pennsylvania Press.

Chourchoulis, D. & Kourkouvelas, L. (2012). Greek perceptions of NATO during the Cold War. Southeast European and Black Sea Studies, 12:4, 497-514

Church, W. F. (1973). Richelieu and Reason of State. New Jersey: Princeton University Press.

Cleveland, W. (2004). A history of the modern Middle East. (p. 283), Colorado: Westview Press.

Couloumbis, T. (1983). The United States, Greece, and Turkey: The Troubled Triangle. (pp. 75-105), New York.

Crawshaw, N. (1978). The Cyprus Revolt: An Account of the Struggle for Union with Greece. London: William Clowes & Sons.

Dallek, R. (2005). Lyndon B. Johnson: Portrait of a President. (pp. 190-208), Oxford: Oxford University Press.

Denktash, R. (1988). The Cyprus Triangle. (pp 25-67), New York: The Office of the Turkish Republic of Northern Cyprus.

Dodd, C. (1993). Cyprus: A Historical Introduction. Huntingdon: Eothen Press.

Dodd, C. (2010). The History and Politics of the Cyprus Conflict. (pp. 82-119), New York: Palgrave MacMillan.

Donaldson, R. (1992). Soviet Foreign Policy Since World War II. (pp. 57), Oxford: Pergamon Press.

Dueck, C. (2010). Hard Line: The Republican Party and U.S. Foreign Policy since World War II. (pp. 11-39), New Jersey: Princeton University Press.

Edmonds, R. (1983). Soviet Foreign Policy: The Brezhnev Years. (pp. 8-67), New York: Oxford University Press.

English, R. (1998). The State: Historical and Political Dimensions. (p. 96), Abendon: Routledge.

Ertekün, N. (1984). The Cyprus Dispute and the Birth of the Turkish Republic of Northern Cyprus. (pp. 19-34). Oxford: Oxford University Press.

Finnemore, M. & Sikkink, K. (1998). International norm dynamics and political change. International Organization, Vol. 52, No. 4: 887-917.

Fouskas, V. (2005). Uncomfortable Questions: Cyprus.  Contemporary European History, Vol. 14, No. 1, pp. 49-52.

Ganser, D. (2005). NATO's Secret Armies: Operation Gladio and Terrorism in Western Europe. (p. 6), London: Frank Cass.

Gould, L. (1993). 1968: the election that changed America. (pp. 7-33), Michigan: Ivan R. Dee.

Greenwood, S. (2000). Britain and the Cold War. (pp. 156-179), Hampshire: MacMillan Press.

Hadjipavlou, M. (2007). The Cyprus Conflict: Root Causes and Implications for Peacebuilding. Journal of Peace Research, Vol. 44, No. 3: 349-365.

Haritos-Fatouros, M. (2013). The Psychological Origins of Institutionalized Torture. (p. 28), Abingdon: Routledge.

Harbottle, M. (1970). The Impartial Soldier. London: Oxford University Press.

Hart, T. (1990). Two NATO Allies at the Threshold of War: Cyprus: A Firsthand Account of Crisis Management, 1965–1968. Durham: University of North Carolina.

Hasmath, R. (2012). The Utility of Regional Jus Cogens. (pp. 1-16), New Orleans: Oxford University Press.

Hughes-Wilson, J. (2011). The Forgotten War. The RUSI Journal, 156: 5, 84-93.

Jaques, T. (2007). Dictionary of Battles and Sieges. (p. 556), Westport: Greenwood Publishing Group.

Jentleson, B. (1997). Encyclopedia of US foreign relations. Oxford: Oxford University Press.

Joseph, S. J. (2009). Cyprus: Domestic Ethnopolitical Conflict and International Politics. Nationalism and Ethnic Politics, 15: 3-4, 376-397.

Kassimeris, C. (2008). Greek Response to the Cyprus Invasion. Small Wars and Insurgencies. [Online] Retrieved 6 April 2016 from https://www.researchgate.net/publication/249044941_Greek_response_to_th…

Kaufmann, C. (2007). An Assessment of the Partition of Cyprus. International Studies Perspective 8: 206-223.

King, G. (1959). Documents on International Affairs. London: Oxford University.

Kolko, G. (1985). Anatomy of a War: Vietnam, the United States, and the Modern Historical Experience. (pp. 600-650), New York: Pantheon Books.

Kyle, K. (1984). Cyprus. London: Minority Rights Group.

Kyriakides, S. (1968). Cyprus: Constitutionalism and Crisis Government. (pp. 2-166), Philadelphia: University of Pennsylvania Press.

Lange, M. (2011). Educations in Ethnic Violence: Identity, Educational Bubbles and Resource Mobilization. (pp. 101–5), Cambridge: Cambridge University Press.

Legg, K. (1969). Politics in Modern Greece. (pp. 74-229), Stanford: Stanford University Press.

Leigh, J. & Vukovic, P. (2011). A geopolitics of Cyprus. Middle East Review of International Affairs, Vol. 15, No. 4, pp. 60-62.

Leonidou, L. (2008). Georgios Grivas Digenis: Viograpia Vol.III. (pp. 443-466), Nicosia.

Lipset, S. (1988). Neoconservatism: Myth and reality. Society, 25:5, 9-13.

Luns, J. (1964). Dean Acheson & George Ball 1964 – Smoking gun? Action for Cyprus. [Online] Retrieved 12 August 2016 from http://actionforcyprus.org/dean-acheson-george-ball-1964-smoking-gun/

Mallinson, W. (2007). US Interests, British Acquiescence and the Invasion of Cyprus. BJPIR, Vol. 9: 494-508.

Markides, K. (1974). Social Change and the Rise and Decline of Social Movements: The Case of Cyprus. American Ethnologist, Vol. 1, No 2: 309–330.

Mazower, M. (2000). After the war was over. (pp. 150-160), New Jersey: Princeton University Press.

Munton, D. & Welch, D. (2006). The Cuban Missile Crisis: A Concise History. (p. 72), Oxford: Oxford Univesity Press.

Nohlen, D. (2001). Elections in Asia and the Pacific: A Data Handbook. (p. 235), Oxford: Oxford University Press.

Oberling, P. (1982). The road to Bellapais. Social Science Monograph, 120.

O’Loan, P. (2007). Ballast Report. Police Ombudsman for Northern Ireland. [Online] Retrieved 15 april 2017 from https://www.scribd.com/document/94406020/Police-Ombudsman-Ballast-Report

Panayiotides, N. (2013). Great Powers Vs. Weak States: The Case of Cyprus. The IUP Journal of International Relations, Vol. 7, No. 3, pp. 53-54.

Patrick, R. (1976). Political Geography and the Cyprus Conflict, 1963–1971. Waterloo: University of Waterloo Press.

Perkins, B. (1995). The Cambridge History of American Foreign Relations: Volume 4, America in the Age of Soviet Power, 1945–1991. (pp. 150-160), Cambridge: Cambridge University Press.

Polyviou, P. (1976). Cyprus in search of a constitution. (pp. 3-23), Nicosia: Nicolaou and Sons Ltd.

Press and Information Office Cyprus. (2007). Turkey did not have a right of intervention in Cyprus. Press and Information Office Cyprus. [Online] Retrieved 6 April 2016 from https://web.archive.org/web/20071021183149/http://www.moi.gov.cy/moi/PI…

Rizas, S. (2013). Domestic and External Factors in Greece’s Relations with the Soviet Union: Early Cold War to Détente. Mediterranean Quarterly, 24:1, 57-80.

Shlaim, A., Jones, P., Sainsbury, K. (1977). British foreign secretaries since 1945. (pp. 191-205), Newton Abbot: David & Charles Limited.

Sözen, A. (2004). A Model of Power-Sharing in Cyprus: From the 1959 London-Zurich Agreements to the Annan Plan. Turkish Studies, Vol. 5, No 1, pp. 73-74.

Taubman, W. (2004). Khrushchev: The Man and His Era. (pp. 400-420) , London: Free Press.

Theadoracopulos, T. (1978). The Greek Upheaval. (p. 36), New York: Caratzas Bros.

Thuau, E. (1966). Raison d'État et Pensée Politique a l'époque de Richelieu. Paris: Armand Colin.

TIME. (1974). Cyprus: Big Troubles over a Small Island. TIME. [Online] Retrieved 6 April 2016 from http://content.time.com/time/magazine/article/0,9171,911440,00.html

Ülman, A. (1972). Factors influencing Turkish foreign policy. SBF Dergisi, 27:1, 6.

United Nations. (1975). Resolution 367. United Nations. [Online] Retrieved 6 April 2016 from http://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=S/RES/383%281975%29

Van Humbeeck, H. (2016). 60 jaar na de Suezcrisis. Knack, 46:39, 120-127.

White, T. (1975). Breach of Faith: The Fall of Richard Nixon. (pp. 150-160), New York: Scribner’s.

Woodruff, M. (2006). Unheralded Victory: The Defeat of the Viet Cong and the North Vietnamese Army: 1961-1973. (p. 56), New York: Presidio Press.

Woods, R. (2006). LBJ: Architect of American Ambition. (pp. 352-375), Massachusetts: Harvard University Press.

Zürcher, E. (2004). Turkey: A Modern History. (pp. 241-245), New York: I.B. Tauris & Co Ltd.

Zwass, A. (1989). The Council for Mutual Economic Assistance: The Thorny Path from Political to Economic Integration. (pp. 5-10), New York: M.E. Sharpe.

Universiteit of Hogeschool
Master of Science in de politieke wetenschappen - Internationale politiek
Publicatiejaar
2017
Promotor
Dries Lesage
Kernwoorden
@TimFabry