Scriptieprijs 2017

De Erfenissprong

Lien Van Goethem
De vrijwillige erfenissprong is een relatief recente vorm van successieplanning, waarbij de kleinkinderen rechtstreeks tot de nalatenschap van hun grootouders komen. Het gaat om een vorm van successieplanning in extremis, die mits de nodige aanpassingen kan uitgroeien tot een overdonderend succes.

Geef het aan de kleinkinderen

De vrijwillige erfenissprong is een relatief recente vorm van successieplanning, waarbij de kleinkinderen rechtstreeks tot de nalatenschap van hun grootouders komen. Het gaat om een vorm van successieplanning in extremis, die mits de nodige aanpassingen kan uitgroeien tot een overdonderend succes.

De gemiddelde levensverwachting neemt gestaag toe waardoor kinderen op steeds latere leeftijd van hun ouders erven. Op dat ogenblik hebben zij hun lening afbetaald en kijken ze reeds opgetogen uit naar dat langverwachte pensioen. De centen verkregen uit de nalatenschap vormen een mooie aanvulling, maar vaak zullen de kleinkinderen van de overledene meer nood hebben aan een financieel duwtje in de rug. Het kan bijgevolg nuttig zijn om de nalatenschap onmiddellijk aan hen te laten toekomen.

In de wandelgangen werd reeds lange tijd gedebatteerd over de invoering van de vrijwillige erfenissprong en in 2012 werd deze nieuwe vorm van successieplanning ook tot leven geroepen. Het kind kan voortaan de nalatenschap verwerpen met als bedoeling de kleinkinderen van hun grootouder te laten erven. De kleinkinderen vervullen op deze wijze de plaats van hun ouders in de nalatenschap van de grootouders.

Deze generatiesprong kent echter enkele hinderpalen. Allereerst dient men de nalatenschap te verwerpen. Enerzijds lijkt de verwerping van de nalatenschap een erg drastische werkwijze met het oog op het besparen van successierechten. Anderzijds legt dit mechanisme de drempel erg hoog. Het is immers niet mogelijk om een nalatenschap gedeeltelijk te verwerpen. De vrijwillige erfenissprong maakt dan ook een kwestie van alles of niets uit, waardoor de kinderen van de erflater enigszins terughoudend zullen zijn.

Daarnaast kan men ingevolge een verwerping de staat niet benadelen, aldus de fiscale wetgever. Concreet zal minstens hetgeen de kinderen theoretisch hadden moeten afdragen door de kleinkinderen verschuldigd zijn. Evenwel zitten de gelden reeds een generatie verder, waardoor op termijn geen tweede maal successierechten verschuldigd zijn. De kritiek dat er geen sprake is van een fiscaal voordeel, dient bijgevolg te worden genuanceerd.

Desalniettemin kent de vrijwillige erfenissprong ook belangrijke voordelen. Het initiatief ligt in handen van de oorspronkelijk erfgerechtigde. De erflater kan de verwerping niet op voorhand afdwingen van zoon- of dochterlief. Hij blijft steeds gebonden door het voorbehouden erfdeel. Dit is eerder een voordeel, nu de vrijwillige erfenissprong het enige mechanisme uitmaakt dat het keuzerecht in handen van de erfgenaam en niet in handen van de erflater legt. Dit geldt des te meer indien de kleinkinderen onvoldoende matuur zijn of het aantal kleinkinderen onzeker is. De erfgenaam is het best in staat om deze twee criteria te beoordelen.

Tot slot mag de eenvoud waarmee de sprong kan worden gerealiseerd niet worden geminimaliseerd. Dit staat in schril contrast met andere vormen van successieplanning, zoals een testament of een maatschap. Alvorens de nalatenschap openvalt, dient geen enkel initiatief te worden ondernomen. Op dit vlak onderscheidt de vrijwillige erfenissprong zich van enige andere vorm van successieplanning.

Er is zeker en vast nog ruimte voor verbetering. De nakende hervorming voert idealiter de aanvaarding met doorgeefrecht in. In deze hypothese aanvaardt het kind de nalatenschap, maar heeft het de mogelijkheid om binnen een vooraf vastgelegde termijn de erfenis geheel of gedeeltelijk door te geven aan de kleinkinderen van de overledene zonder enige fiscale heffing.

Ook een blik op de alternatieven speelt mee in de vraag naar de rol van de vrijwillige erfenissprong. Geen enkele andere vorm van successieplanning kan echter worden aanzien als een volwaardig of beter alternatief. De alternatieven kunnen dan wel beter klinken in theorie, maar bieden weinig soelaas indien de nalatenschap openvalt en geen enkele alternatieve vorm van successieplanning heeft plaatsgevonden.

De plaatsvervulling na verwerping distantieert zich van haar alternatieven doordat zij in extremis kan plaatsvinden. Tot slot ligt het initiatiefrecht bij de erfgenaam en niet bij de erflater. In het volledige arsenaal aan alternatieven (met inbegrip van de schenking en het testament) moet het initiatief uitgaan van de toekomstige erflater, waardoor de vrijwillige erfenissprong zich ook in dit opzicht onderscheidt. Er wordt op deze manier niet voorbijgegaan aan het kind van de overledene, dat zelf best geplaatst is om te beslissen waar de gelden nodig zijn.

De invoering van de aanvaarding met doorgeefrecht kan de vrijwillige erfenissprong dus laten uitgroeien tot een overdonderend succes. De drempel verlaagt aanzienlijk eens een gedeeltelijke erfenissprong ten tonele verschijnt. Op deze wijze laat de vrijwillige erfenissprong zijn alternatieven op verschillende vlakken achter zich.

Bibliografie

Afdeling I Wetgeving

§1. Interne normen
Programmawet 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015.
Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, BS 14 mei 2014.
Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, BS 30 april 2014.
Wet van 10 december 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Strafwetboek en het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de onwaardigheid om te erven, de herroeping
van giften, het verval van huwelijksvoordelen en de plaatsvervulling, BS 11 januari 2013.
Wet van 28 maart 2007 tot wijziging, wat de regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende betreft, van het Burgerlijk Wetboek en van de wet van 29 augustus
1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit, BS 8 mei 2007.
Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, BS 27 juli 2004.
Wet van 22 april 2003 tot wijziging van enkele bepalingen van het Burgerlijk Wetboek in verband met het erfrecht van de langstlevende echtgenoot, BS 22 mei 2003.
Wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst, BS 20 augustus 1992.
Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, BS 17 januari 1989.
Wet van 14 mei 1981 tot wijziging van het erfrecht van de langstlevende echtgenoot, BS 27 mei 1981.
Wet van 4 januari 1960 tot interpretatie van artikel 918 van het Burgerlijk Wetboek, BS 11 januari 1960.
Decreet van 23 december 2016 houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, BS 30 december 2016.
Ordonnantie van 18 december 2015 houdende het eerste deel van de fiscale hervorming, BS 30 december 2015.
Decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015, BS 15 juli 2015.

§2. Voorbereidende documenten
Wetsvoorstel (M. TAELMAN c.s.) tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het onbetamelijk gedrag van een begunstigde en teneinde plaatsvervulling van de verwerpende erfgenaam toe te laten, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-550/1.
Wetsvoorstel (G. SWENNEN) tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek inzake het erfrecht teneinde de inbreng en inkorting niet meer in natura, maar in waarde te bepalen en teneinde
het tijdstip van de schenking als uitgangspunt voor de waardebepaling vast te leggen voor zowel roerende als onroerende goederen, Parl.St. Senaat 2007-2008, nr. 4-776/1.
Wetsvoorstel (M. TAELMAN) tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde plaatsvervulling van de verwerpende erfgenaam toe te laten, Parl.St. Senaat BZ 2007, nr. 4-131/1.
Amendement nr. 12 (M. TAELMAN c.s.) op het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het onbetamelijk gedrag van een begunstigde en teneinde
plaatsvervulling van de verwerpende erfgenaam toe te laten, Parl.St. Senaat 2011-12, nr. 5-550/3.
Vr. en Antw. Kamer 2015-16, 30 maart 2016 (Vr. nr. 223 K. SCHRYVERS).
Vr. en Antw. Kamer 2009-10, 17 februari 2010 (Vr. nr. 233 K. SCHRYVERS).
Vr. en Antw. Kamer 2009-10, 13 oktober 2009 (Vr. nr. 30 K. SCHRYVERS).

§3. Administratieve beslissingen en standpunten
Federale beslissing van 28 april 2014, nr. Parl. 284, Rep.RJ, S9.06.07.
Federale beslissing van 18 juli 2013, nr. E.E./98.937, Rep.RJ, S9.06.07.
Federale beslissing van 19 april 2013, nr. EE/98.937, Rep.RJ S9.06.07.
Vlaams administratief standpunt van 14 november 2016, nr. 15133.
Vlaams administratief standpunt van 3 oktober 2016, nr. 15004.
Vlaams administratief standpunt van 26 mei 2015, nr. 15074.
Vlaams administratief standpunt van 16 maart 2015, nr. 15048.
Vlaamse voorafgaande beslissing van 22 februari 2016, nr. 16007.
Vlaamse voorafgaande beslissing van 9 november 2015, nr. 15003.

Afdeling II Rechtspraak

GwH 7 november 2013, nr. 151/2013.
GwH 26 juni 2008, nr. 2008/96.
Arbitragehof 15 juli 1999, nr. 82/1999, RTDF 1999, 723-743.
Cass. 31 oktober 2008, AR C.06.0445.N, www.cass.be.
Cass. 27 juni 2008, RTDF 2009, 583-596.
Cass. 9 december 1993, Pas. 1993, 1040-1048.
Cass. 11 april 1980, Arr.Cass. 1979-80, 996-997.
Cass. 28 september 1956, Pas. 1957, 64-65.
Cass. 7 februari 1952, Pas. 1952, 320-321.
Cass. 28 november 1946, Arr. Cass. 1946, 414-417.
Cass. 8 maart 1934, Pas. 1934, 211-212.
Cass. 27 maart 1879, Pas. 1879, 188-200.
Antwerpen 8 april 2015, Limburgs Rechtsleven 2015, 226-234.
Gent 10 februari 2015, TFR 2015, 484-495, noot V. VERCAUTEREN.
Brussel 26 juni 2012, T.Not. 2013, 121-129.
Gent 16 december 2004, T.Not. 2006, 126-134, noot F. BOUCKAERT.
Rb. Brugge 10 december 2013, Fiscoloog 2014, 13 (samenvatting SVC).

Afdeling III Rechtsleer

§1. Boeken
BARBAIX, R., Handboek familiaal vermogensrecht, Mortsel, Intersentia, 2016, 976 p.
BARBAIX, R., Familiaal vermogensrecht in essentie, Mortsel, Intersentia, 2015, 422 p.
BARBAIX R. en VERBEKE, A.-L., Beginselen erfrecht, Brugge, die Keure, 2013, 329 p.
CASMAN, H., Wet Erfonwaardigheid en Plaatsvervulling, Mechelen, Kluwer, 2012, 90 p.
DEBLAUWE, R., Inleiding tot de Successierechten, Herentals, KnopsPublishing, 2013, 998 p.
DECLERCK, C., PINTENS, W. en VANWINCKELEN, K., Schets van het familiaal vermogensrecht,
Brugge, die Keure, 2015, 466 p.
DE GROOT, D., Handboek successierechten, Mortsel, Intersentia, 2016, 218 p.
DE PAGE, H., Traité élémentaire de droit civil belge, Deel VIII, Les libéralités (Généralités), les donations, Brussel, Bruylant, 1944, 879 p.
DE PAGE, H. en DEKKERS, R., Traité élémentaire de droit civil belge, Deel IX, Les Successions, Brussel, Bruylant, 1974, 1128 p.
DE WULF, C., BAEL, J. en DEVOS, S., Notarieel familierecht en familiaal vermogensrecht: het opstellen van notariële akten, Mechelen, Kluwer, 2011, 1341 p.
DU MONGH, J., De erfovergang van aandelen, Mortsel, Intersentia, 2003, 550 p.
GALOPIN, G. en WILLE, M., Les successions: cours de droit civil, Luik, Vaillant-Carmanne, 1925, 232 p.
HEIRBAUT, D., Privaatrechtsgeschiedenis van de Romeinen tot heden, Gent, Academia Press, 2013, 428 p.
NELIS, S., DEKNUDT, G. en DELBOO, M., Vermogensplanning en burgerlijke maatschap: uw 65 antwoorden, Morstel, Intersentia, 2010, 192 p.
RIVIER, A., Traité élémentaire des successions en droit Romain, Brussel, Mayolez, 1878, 556 p.
SCHIKS, A. en VANISTERBEEK, A., Traité-formulaire de la pratique notariale, Deel IV, Droit civil, Brussel, 1927, 969 p.
VERBEKE, A.-L. en BARBAIX, R., Kernbegrippen erfrecht en giften, Mortsel, Intersentia, 2013, 200 p.
VERBEKE, A.-L. en NIJS, A. Vermogensplanning: praktisch en eenvoudig, Mortsel, Intersentia, 2012, 173 p.
VERSCHELDEN, G., Handboek Belgisch Familierecht, Brugge, die Keure, 2010, 840 p.
VOET, L., Art. 7 W.Succ.: schenking of natuurlijke verbintenis?, Gent, Larcier, 2010, 79 p.
WILLEMS, K., De natuurlijke verbintenis, Brugge, die Keure, 2012, 573 p.

§2. Bijdragen in tijdschriften
ADRIAENS, E., "De wet van 10 december 2012 inzake de erfonwaardigheid, de giften, de
huwelijksvoordelen en de plaatsvervulling", Notariaat 2013, afl. 7, 1-8.
BAEL J., "Artikel 124 van de wet landverzekeringsovereenkomst in het licht van de recente rechtspraak", T.Not. 2004, 662-680.
BARBAIX, R., "Commentaar bij art. 739 BW", OEST 2015, 3-15.
BARBAIX, R., \Commentaar bij art. 743 BW", OEST 2015, 21-25.
BARBAIX R., en VERBEKE, A.-L., "Onwaardigheid, plaatsvervulling en huwelijksvoordelen", TEP 2013, 14-53.
BERNAUW, K., "Verzekeringen en erfrecht", De Verz. 2008, 11-51.
BIESMANS, A. en SOUFFRIAU, P., "Stichtingen, trusts en erfbelasting: een stand van zaken na de eerste Vlaamse rulingbeslissingen over stichtingen", Successierechten 2017, afl. 1, 1-7.
BIESMANS, A. en STRIJCKERS, B., "Heffing van schenkingsrechten over uitkeringen door trusts en/of stichtingen?", Registratierechten 2015, afl. 2, 11-13.
BIQUET-MATHIEU, C., "Les fictions en droit", Rev.dr.ULg 2013, 25-51.
BOONE, K., "Wet van 10 december 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Strafwetboek en het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de onwaardigheid om te erven, de
herroeping van giften, het verval van huwelijksvoordelen en de plaatsvervulling", Not.Fisc.M. 2013, 102-116.
CASIER, H., GEELHAND DE MERXEM, N., SCHUERMANS, I. en VERDICKT B., "De erfovereenkomst is niet langer strijdig met de openbare orde", TEP 2010, 1-20.
CAUFFMAN, C., "Is er plaats voor de plaatsvervulling van de verwerpende erfgenaam?", RW 2005-06, 1241-1250.
CULOT, A., "La théorie des comourants", Rec.gén.enr.not. 2007, 159.
DE GROOTE, B. en VAN BREE, S., "Successierechten bij plaatsvervulling - bedenkingen bij een mogelijke hervorming", AFT 2012, 26-40.
DE RAEDT, S. en TRAEST, M., "Trust or not to trust?", TFR 2001, 951-968.
DE WULF, C., "Nieuwe bevoegdheden voor de notaris. De akten van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en van verwerping van nalatenschappen", T.Not. 2014,
480-527.
DE WULF, C., "Levensverzekeringsovereenkomsten, huwelijksvermogensrecht en erfrecht - Enkele aandachtspunten", De Verz. 2008, 93-109.
DILLEMANS, R. en VERSTRAETE, J., "Erfenissen", TPR 1968, 371-400.
GEELHAND, N., "Handgift met voorbehoud van vruchtgebruik", TFR 2006, 475-512.
GEELHAND DE MERXEM, N., "Testaments du grand-parent versus renonciations des parents?", Rev.not.b. 2013, 348-354.
GIELIS, M., "Techniek van successieplanning: de gesplitste aankoop in vruchtgebruik en blote eigendom", OGP 2016, afl. 288, 333-368.
GORET, H., "Waag u niet aan verboden erfovereenkomsten: denk aan alternatieven" (noot onder Antwerpen 11 oktober 2010), Not.Fisc.M. 2012, 97-101.
LABEEUW, N., "Enkele belangrijke nieuwigheden in het Erfrecht", NNK 2013, 15-17.
LALIÈRE, F., "L'indignité successorale, la révocation des donations, la déchéance des avantages matrimoniaux et la substitution - Loi du 10 décembre 2012 modiant le Code civil, le Code pénal et le Code judiciaire", JT 2013, 533-541.
PIGNOLET, D., "Vermogensplanning door middel van levensverzekeringen", AFT 2008, afl. 2, 5-25.
PUELINCKX-COENE, M., "Hoe bezwaard is de eerste begunstigde van een defideï-commis de
residuo? Is dat anders zo die een reservatair erfgenaam is van de erflater?", T.Not. 2016, 308-336.
PUELINCKX-COENE, M., BARBAIX, R. en GEELHAND, N., "Overzicht van rechtspraak. Giften (1999-2011)", TPR 2013, 175-946.
RUYSEN, K., "De erfstelling over de hand", Jura Falconis 2006-07, 371-400.
SPRUYT, E., "Antimisbruikbepaling in registratie- en successierecht: nieuwe ontwikkelingen", TEP 2013, 6-38.
TAINMONT, F., "Premier volete la réforme du droit successoral - La loi du 10 décembre 2012 relative à l'indignité successorale, la résolution des donations, la déchéance des avantages
matrimoniaux et la substitution", RTDF 2013, 655-678.
VANDENBERGHE, K., "Levensverzekering en erfrecht", NJW 2011, 110.
VAN GEEL, A., "Actuele planningstechnieken in vraag gesteld", Not.Fisc.M. 2011, 178-198.
VAN HAVERBEKE, A. en HERTEN, F., "De toekenning van een onroerend goed door middel van een trust", Registratierechten 2012-2013, a . 1, 10-16.
VAN HECKE, A., "Les conséquences scales de la substitution. Rappel des principes", RTDF 2013, 679-695.
VAN HIMME, N., "Het verbod van erfovereenkomsten - Quo vadimus? - Rechtsvergelijkende studie over de toekomst van het verbod en mogelijke oplossingen voor het Belgische erfrecht", Not.Fisc.M. 2011, 254-281.
VAN OEVELEN, A., CATTOIR, B., COLPAERT, A., VAN LOON, M., VINCKX, R. en VAN VALKENBORGH, L., "De nietigheid van overeenkomsten wegens strijdigheid met de openbare orde of de goede zeden: algemene beginselen en een grondslagenonderzoek", TPR 2011, 1355-1420.
VAN SINAY, T., "Trouwen en (niet) erven. Over de vermogensrechtelijke positie van de overlevende echtgenoot in het oude recht (I).", Jura Falc. 1982-83, 85-99.
VAN SINAY, T., "Trouwen en (niet) erven. Over de vermogensrechtelijke positie van de overlevende echtgenoot in het oude recht (II).", Jura Falc. 1982-83, 259-283.
VERBEKE, A.-L., "De redactie privaat. Trust in België: liaisons dangereuses", TPR 2012, 693-704.
VERCAUTEREN, V., "Het glazen plafond bij plaatsvervulling in de zijlijn" (noot onder Gent 10 februari 2015), TFR 2015, 593-595.
VERSTRAETE, J., "Overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen", T.Not. 1990, 243-265.
WILLEMS, K. en TAILLIEU, S. "De recente wijzigingen inzake de erfonwaardigheid, het verval van huwelijksvoordelen, de herroeping van giften wegens ondankbaarheid en de plaatsvervulling", T.Not. 2013, 515-551.

§3. Verzamelwerken en reeksen
ADRIAENS, M., "Vaders wil is wet, of toch niet helemaal? Over het de facto onterven van reservataire erfgenamen door middel van giften" in VERBEKE, A.-L. en BARBAIX, R.
(eds.), Actuele knelpunten familiaal vermogensrecht, Mortsel, Intersentia, 2014, 179-207.
BAEL, J., "Naar een afschaffing van het verbod van erfovereenkomsten? Enkele bedenkingen de lege ferenda betreffende het verbod..." in BUYSSENS, F., GEENS, K., TILLEMAN, B., VERBEKE, A. en WEYTS, L. (eds.), Over naar familie: liber amicorum Luc Weyts, Brugge, die Keure, 2011, 43-89.
BAEL, J., "Wat kan wel en wat kan niet bij bedingen betreffende een toekomstige nalatenschap? Naar een andere opvatting inzake het verbod van bedingen betreffende toekomstige
nalatenschappen?" in CASTELEIN, C., VERBEKE, A. en WEYTS, L. (eds.), Notariële actualiteit 2010-2011, Brussel, Larcier, 2011, 177-241.
GOYVAERTS G. en MOSER, K., "Kaaimantaks" in TIBERGHIEN, A., Tiberghien. Handboek voor Fiscaal Recht 2016-2017, Mechelen, Kluwer, 2016, 2237-2252.
MAELFAIT, A., "Schenkingen" in PINTENS, W. en DECLERCK, C. (eds.), Patrimonium 2016, Brugge, die Keure, 2016, 73-96.
PUELINCKX-COENE, M., "Hoe verouderd is ons erfrecht?" in ALOFS, E., BYTTEBIER, K., MICHIELSENS, A. en VERBEKE, A.-L., Liber Amicorum Hélène Casman, Mortsel, Intersentia, 2013, 367-382.
SAGAERT, V., "Nieuwe perspectieven op het eigendomsrecht na twee eeuwen Burgerlijk Wetboek", in LECOCQ, P. e.a. (eds.), Zakenrecht, Brugge, die Keure, 2005, 43-85.

Afdeling IV Overige bronnen

statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/bevolking/geboorten vruchtbaarheid
statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/bevolking/sterfte leven/tafels/
www.notaris.be/rekenmodules/schenkingen/source

Universiteit of Hogeschool
Master of Laws in de rechten
Publicatiejaar
2017
Promotor
Prof. dr. Mark Delanote
Kernwoorden