Scriptieprijs 2017

Psychologische begeleiding bij jonge wielrenners: hun mening, noden & behoeften en omgang met stressoren.

Charlotte Poelvoorde
In dit onderzoek probeerde ik in kaart te brengen wat jonge wielrenners denken over psychologische begeleiding. Daarnaast worden ook kort hun noden, behoeften en omgang met stressoren in kaart gebracht.

Een gezonde geest in een gezond lichaam: een noodzaak?

Jonge wielrenners en psychologische begeleiding. Het lijkt een combinatie dat op de dag van vandaag heel wat mensen binnen het wielermilieu afschrikt. Maar wat is de mening hierover van de jonge renners zelf, hebben ze hier een mening over en ervaren ze soms een nood aan professionele begeleiding? Vanuit deze invalshoek vertrok mijn onderzoek die zich focuste op jonge, mannelijke wielrenners die actief zijn op de weg binnen de categorieën nieuwelingen en juniores.

 

 Situering van het verhaal

Doorheen dit artikel zal een schets gemaakt worden over een drietal onderwerpen. Via een vragenlijst werd de mening van verschillende jonge renners bevraagd in verband met hun mening over psychologische begeleiding, hun eigen noden en behoeften in verband met psychologische begeleiding en hun omgang met stressoren. Alle cijfergegevens die doorheen dit artikel aangehaald zullen worden, zijn verkregen op basis van een beperkte steekproef en mogen dus niet veralgemeend worden naar alle jonge wielrenners binnen Vlaanderen. Deze resultaten zijn een richtlijn die ons, mensen die in nauw contact staan met jonge wielrenners, een duidelijk beeld kunnen geven van hetgeen de jonge wielrenners zelf denken.

 

Hun mening

Tegenwoordig hebben jongeren over heel wat zaken een uitgesproken mening, dus waarom zouden ze geen mening kunnen vormen over psychologische begeleiding.

De betekenis van psychologische begeleiding blijkt voor heel wat jonge renners nog onduidelijk. De link naar mentale ondersteuning wordt vlug gelegd, maar daar blijft het vaak bij. Jonge wielrenners hebben dus geen duidelijk beeld van wat psychologische begeleiding precies inhoud.

Uit onderzoek werd wel duidelijk dat jonge wielrenners psychologische begeleiding over het algemeen belangrijk vinden. Zowel psychologische begeleiding in het persoonlijk leven, als in het sportief leven is voor de jonge renners van belang. Hoewel de inhoud van dit soort begeleiding voor velen nog vaag is, zien ze er wel het belang van in. Jonge wielrenners zijn zich er van bewust dat psychologische begeleiding een grote meerwaarde kan zijn gedurende periodes van stress, angst, ondermaats presteren, …

 

Hun noden & behoeften

Een klein deel van de respondenten gaf aan geen idee te hebben welke noden of behoeften ze ervaren in verband met psychologische begeleiding. Het overgrote deel van de jonge wielrenners gaf aan vooral nood te hebben aan een goed gesprek met iemand die ze vertrouwen. Vooral tijdens periodes waarin het minder goed gaat op persoonlijk of sportief vlak. De inhoud van deze gesprekken mag volgens hen vooral bestaan uit motiverende woorden en manieren om te leren omgaan met prestatiedruk. De vertrouwenspersoon waarmee ze aangaven deze gesprekken te willen voeren kan zich zowel buiten als binnen de wielerploeg bevinden. Veel jonge renners gaven aan verschillende vertrouwenspersonen te hebben. 75% gaf zijn moeder aan als vertrouwenspersoon buiten de ploeg. Daarnaast blijken ook de vader (67%) en vriend(in) (29%) een belangrijke vertrouwenspersoon buiten de ploeg te zijn. Vertrouwenspersonen binnen de ploeg zijn vooral de ploegleider (59%), de trainer (41%) en de verzorger (18%).

Uit de navraag werd duidelijk dat sommige jonge renners al gebruik gemaakt hadden van psychologische begeleiding (12%). Deze begeleiding werd als positief ervaren. De overige 88% van de ondervraagde had nog geen gebruik gemaakt van dit soort begeleiding om verschillende redenen. De opvallendste reden was dat men zich niet bewust was dat dit mogelijk is voor jonge renners zoals hen. Jonge renners vinden het de gedeelde verantwoordelijkheid van de ploeg en ouders om de renner er zich van bewust te maken dat er mogelijkheden zijn tot psychologische begeleiding wanneer dit nodig zou zijn.

 

Omgang met stress

Het laatste onderdeel van het onderzoek bracht in kaart hoe jonge renners tegenwoordig omgaan met stress. Jonge renners zijn zich ervan bewust dat ze zowel moeten omgaan met verwachtingen van zichzelf als van de omgeving. Toch vinden ze hun eigen verwachtingen belangrijker. 75% van de ondervraagde renners gaf aan ooit stress ervaren te hebben. Renners ondervinden het vaakst stress vlak voor een wedstrijd of in de aanloop naar een wedstrijd. Daarnaast zorgt de combinatie school-sport ook voor heel wat stress bij jonge wielrenners.

De stress waarmee jonge renners moeten omgaan kan verschillende gevolgen hebben. Zo gaven de ondervraagde aan dat ze vooral cognitieve gevolgen ondervinden door stress. Maar ondanks de negatieve gevolgen van stress, gaven heel wat jonge renners aan dat ze stress ook positief ervaren. Door een gezonde dosis stress zijn jonge renners beter gefocust tijdens de wedstrijd.

De manier waarop ze de gevolgen van stress proberen te reduceren vindt op verschillende manieren plaats. 25% van de jonge renners maakt gebruik van relaxatieoefeningen. 37% praat over de stresservaring met anderen. Een minderheid gaf aan extra te trainen om met de stress te leren omgaan (14%). De overige ondervraagden proberen de stress te reduceren op een andere manier. Zo zonderen ze zich af, luisteren naar muziek,…

 

Conclusie

Uit voorgaande informatie kan besloten worden dat jonge renners vaak in contact komen met verwachtingen, stress en moeilijke omstandigheden. Iedere renner heeft zijn eigen manier om met moeilijke momenten om te gaan. Toch blijkt de nood aan psychologische begeleiding steeds groter te worden. Heel wat jonge renners waren zich niet bewust van de mogelijkheden van psychologische begeleiding. Aangezien heel wat ploegen niet inzetten op psychologische begeleiding, kan dit artikel een motivatie zijn om hier toch meer op in te zetten. Een sportpsycholoog betrekken in je ploeg of een vertrouwenspersoon aanstellen kan een eerste stap zijn richting het mentaal ondersteunen van jonge wielrenners. Een gezonde geest in een gezond lichaam is noodzakelijk om optimaal te presteren en ook aan de gezonde geest moet aandacht besteed worden!

 

Charlotte Poelvoorde

Student Toegepaste Psychologie
Assistent-secretaris Molenspurters Meulebeke

 

Bibliografie

12.1. Artikels en boeken

  • Andriessen, M., De Witte, H., Lens, W., Van den Broeck, A. & Vansteenkiste, M.         (2009). De Zelf-Determinatie Theorie: kwalitatief goed motiveren op de         werkvloer. Gedrag & organisatie, 22, 318-322. Geraadpleegd op:             http://selfdeterminationtheory.org/SDT/documents/2009_VandenBroeckVa            nsteenkiste_GO.pdf
  • Baarda, B. (2014). Dit is onderzoek! Handleiding voor kwantitatief en kwalitatief             onderzoek. Nederland: Noordhoff Uitgevers.
  • Baarda, B., de Goede, M. & Kalmijn, M. (2015). Basisboek enquêteren.   Handleiding voor het maken van een vragenlijst en het voorbereiden en   afnemen van enquêtes. Groningen, Nederland: Noordhoff Uitgevers.
  • Bakker, F.C. (1988). Motivatie voor extreme sporten.. In G.H Koek (ed.),Sport: beweging in de geneeskunde (pp. 111-122). Geraadpleegd op:             http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/50789/1988%20Bakker%20M         otivatie%20extreme%20sporten.pdf?sequence=1
  • Bakker, F.C. (1986). Psychologie van lichamelijke opvoeding en sport. L.O., 10,             387-394.
  • Bakker, F.C., & Companjen, T. (2003). Overzicht van sportpsychologische          vragenlijsten in Nederland en Vlaanderen. Sportpsychologie Bulletin, 14,   34-41.
  • Bakker, F.C., De Nijs, F. & Speet, B. (2006). Coachbaarheid het begrip in de      Nederlandse topsport. Sportpsychologie Bulletin, 17, 34-45.
  • Bakker, F.C. & Dudink, A. (1993). Sportpsychologie, een ‘state of the art’.         Nederlands tijdschrift voor de psychologie, 48, 55-69.
  • Bakker, F.C. & Philippen, P.B. (2009). Sportpsychologie in Nederland.    Sportpsychologie Bulletin, 20, 2-8.
  • Bakker, F.C. & Pijpers, R. (1999). De VSPN tegen het licht: het oordeel van       VSPN-leden over activiteiten van de VSPN, hun wensen en verwachtingen. Sportpsychologie Bulletin, 10, 30-37.
  • Bakker, F.C. & van der Zweep, C.J. (2012). Talentontwikkeling. Het LTAD-model:       een stap vooruit of achteruit in de begeleiding van jonge sporters?   Sportpsychologie Bulletin, 23, 19-27.
  • Bakker, F.C. & Vos, L. (2008). Perfectionisme en sport. Sportpsychologie Bulletin,         19, 2-10.
  • Blom, S. & Duijvestijn, P. (2008). Combineren van topsport met studie: een        inventarisatie van situatie en knelpunten rond de combinatie topsport en        onderwijs. Geraadpleegd op:             https://www.politiekemonitor.nl/9353000/1/j4nvgs5kjg27kof_j9vvioaf0kku            7zz/vhyy6xa5q1zo/f=/blg17337.pdf
  • Blondeel, B. (2008). Mentale en sociale vaardigheden in jeugdsport. Gent, België:          Academia Press.
  • Brink, M., Lemmink, K. & Nederhof, E. (2009). Jaarboek Fysiotherapie   Kinesitherapie 2009.             Overtraindheid in de sport: stand van zaken en       mogelijkheden voor preventie (pp. 101-113). doi: 10.1007/978-90-313-      6912-6_6
  • Brysbaert, M. (2009). Psychologie. Gent: Academia Press
  • Burgerhout, W. (2011). Het overtrainingssyndroom. Geraadpleegd op:     http://www.werkstudie.hu.nl
  • Chelladurai, P. (1980). Leadership in sports organizations. Canadian Journal of Applied Sports Sciences, 3, 85-92. 
  • Colijn, J. & Kok, R. (2007). Sportmarketing. Amsterdam, Nederland: Pearson     Education.
  • Corneillie, E. (2013). De kracht van sportpsychologie. Geraadpleegd op:                         http://www.mensenkennis.be/sportpsychologie/de-kracht-van-                  sportpsychologie/
  • Cumming, S. P., Smith, R. E., & Smoll, F. L. (2006). Athlete-perceived coaching           behaviors: Relating two measurement traditions. Journal of Sport and            Exercise Psychology, 28, 205. Geraadpleegd op:                                                      http://www.humankinetics.com
  • De Knop, P, Scheerder, J. & Vanreusel, B (2002). Sportsociologie: het spel en de            spelers. Amsterdam, Nederland: Reed Business.
  • Dosil, J. (2006). The Sport Psychologist’s Handbook. A Guide For Sport-specific             Performance Enhancement. West Sussex, Engeland: John Wiley & Sons.
  • Driesen, L. (2010). De zelfdeterminantietheorie en de leertheorie: confrontatie of           verzoening? Geraadpleegd op:       file:///C:/Users/Charlotte/Downloads/zelfdeterminatie_w-20100309-            1157.pdf
  • Geys, J. (2015). Rusten is het nieuwe sporten. Tielt, België: Lannoo nv.
  • Gould, D., Lauer, L., Rolo, C., Jannes, C.,  & Pennisi, N. (2006). Understanding the      role parents play in tennis success: a national survey of junior tennis      coaches. Britisch Journal of Sports Medicine, 2006, p. 1-5. Geraadpleegd          op:                                          http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2564313/
  • Hamlet, M. A., Hodges, J. A., Wann, D. L. & Wilsen, T. M. (1995). Basking in   reflected glory, cutting off reflected failure, and cutting of future failure: the        importance of group identification. Society for personality research, 23 (4),        377-388. dio: 10.2224/sbp.1995.23.4.377
  • Hoogeveen, A.R. (2006). Het omslagpunt bij begeleiding van duursporters.         Nederlands tijdschrift klinische chemie labgeneeskunde, 31, 15-18.
  • Kuipers, H. (2002). Paramedische trainingsbegeleiding: trainingsleer en inspanningsfysiologie voor de paramedicus. Houten, Nederland: Bohn      Stafleu van Loghum.
  • Lagae, W. (2013). Sportsponsoring activeren!:het basisboek sportsponsoring.      Nieuwegein, Nederland: Arko Sports Media.
  • Mortelmans, D. (2007). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven,     België: Acco.
  • Schuijers, R. (1997). Over scherp zijn gesproken: beter sporten onder druk.          Houten, Nederland: Bohn Stafleu Van Loghum. 
  • Schuijers, R. (2004). Mentale training in de sport: toepassing en effecten. Maarssen, Nederland: Elsevier.
  • Stoeber, J. (2014). Perfectionism in Sport and Dance: A Double-Edged Sword. International journal of sport psychology, 45, 385-394.
  • Van Eijkeren, M. (2011). Joyce Jansen: Het leek me unique om psychologie en    sport te combineren in één beroep. Psychopraktrijk, 3, 8-11.
  • Van der Wouw, A. (2008). Bouwen aan zelfvertrouwen. Sportgericht, 4, 18-20.
  • Varenna (2016). Wielrennen, net zo oud als de fiets. Geraadpleegd op:             http://sport.infonu.nl/geschiedenis/57523-wielrennen-net-zo-oud-als-de-   fiets.html
  • Wielerbond Vlaanderen VZW (2016). Wiebo Wielergids 2016. Geraadpleegd op:             http://link.springer.com/chapter/10.1007/978-90-313-8938-4_8#page-1

 

12.2. Persoonlijk communicatie

  • Van Poucke, B., 2 maart 2016.

 

12.3. Websites

Universiteit of Hogeschool
Toegepaste psychologie
Publicatiejaar
2017
Promotor
Helga Peeters
Kernwoorden