Suggesties voor de invoering van een eenvormig Belgisch relatievermogensrecht

Maxime Dupan
Suggesties voor de ontwikkeling van een eenvormig relatievermogensrecht in de vorm van een minimale vermogensrechtelijke bescherming voor ongehuwd samenwonende partners.

Suggesties voor de invoering van een eenvormig relatievermogensrecht - Een vangnet voor ongehuwde partners in de financiële kou

Suggesties voor de invoering van een eenvormig Belgisch relatievermogensrecht

Een vangnet voor ongehuwde partners in de financiële kou

Mieke is het beu. Ze woont nu al twaalf  jaar samen met haar vriend Marc en heeft ondertussen twee kinderen met hem. Terwijl Marc elke avond lange uren klopt voor zijn hooggeplaatste baan, is zij iedere dag bezig met het huishouden en de kinderen. Daarom heeft ze sinds de komst van haar eerste kind beslist om deeltijds te beginnen werken. Een huwelijksaanzoek of voorstel om wettelijk samen te wonen kwam er maar niet. Marc kwam gisteren thuis en kondigde aan dat hij iemand anders had leren kennen en verzocht Mieke vriendelijk om een ander onderkomen te zoeken, het huis stond immers op zijn naam. Mieke en haar twee kinderen stonden na twaalf jaar plots op straat.

 

De ongehuwde samenwoning in opmars

Het Belgische recht kent op dit moment drie samenlevingsvormen: het huwelijk, de wettelijke samenwoning en de feitelijke samenwoning. Mieke en Marc wonen feitelijk samen. Deze samenlevingsvorm wordt in het huidige familierecht niet geregeld: er is geen wettelijk kader voorzien. Voor gehuwden is er altijd het huwelijksvermogensrecht dat als vangnet fungeert wanneer de relatie spaak loopt, maar ongehuwd samenwonenden hebben amper iets om op terug te vallen. De wettelijke samenwoning kent immers ook nauwelijks tot geen wetgeving die de situatie post-relatiebreuk regelt. Uit onderzoek is gebleken dat in 2014 reeds 21,5% van de samenwonende koppels ongehuwd samenwoonden en dus niet onder de vleugels van het huwelijksvermogensrecht vallen. Die ongehuwd samenwonenden zijn overgeleverd aan de vaak onbillijke resultaten die de toepassing van het gemene recht met zich meebrengt. Deze vaststelling is problematisch, zeker wanneer men weet dat slechts zeer weinig samenwonenden hun situatie regelen in een samenlevingscontract.

 

Gebrekkige juridische kennis leidt tot problemen

Het grootste probleem situeert zich bij de gebrekkige juridische kennis van de gemiddelde burger. De wetgever gaat er van uit dat ieder koppel een bewuste keuze maakt wanneer hun relatie zich in een bepaalde samenlevingsvorm nestelt, met een bewuste afweging van zowel de positieve als negatieve gevolgen van hun keuze. Sociologisch onderzoek wijst echter uit dat een grote meerderheid deze keuze zeker niet bewust maakt en de juridische consequenties van een bepaalde keuze in elk geval amper gekend zijn. 

Daarnaast neemt de wetgever ook verkeerdelijk aan dat de keuze door het koppel gemaakt wordt: indien elke partner dezelfde keuze maakt, is er geen enkel probleem. Beide partners hebben echter elk een eigen keuze: wanneer de ene niet wil trouwen, kan de ander daar niets aan doen. Critici beweren dat deze partner dan de relatie kan verbreken, maar een affectieve of liefdesrelatie werkt niet op dezelfde manier als een contractsrelatie: mensen zijn vaak verblind door de liefde en maken daarom zelden rationele beslissingen in dergelijke situaties. Onderzoek toont ook aan dat het vaak de economisch sterkere partner is die zich verzet tegen het formaliseren van de relatie, waardoor de economisch zwakkere partner na een eventuele relatiebreuk in de kou komt te staan. Is het echter rechtvaardig dat partners hun verantwoordelijkheden ten aanzien van hun levensgezel kunnen ontlopen door simpelweg niet te huwen?

 

Solidariteit en bescherming van de zwakkere partner, ook buiten het huwelijk?

In het huwelijk zijn echtgenoten elkaar hulp en bijstand verschuldigd, dienen beide echtgenoten bij te dragen in de lasten van het huwelijk, is er bescherming van de gezinswoning en zorgt een stelsel van vergoedingsregels er op het einde voor dat vermogensverschuivingen die tijdens het huwelijk gebeurden, worden gecorrigeerd. Deze rechten en plichten zijn van dwingend recht en zijn verankerd in het Burgerlijk Wetboek. Een afgezwakte versie hiervan geldt voor de wettelijke samenwoning. De wettelijke samenwoning is echter zeer snel en zelfs eenzijdig te beëindigen, en bij de beëindiging stopt ook de doorwerking van de toepasselijke wetgeving. De partner die er financieel niet goed voorstaat, kan dus van de ene op de andere dag op straat komen, zonder aanspraak te maken op enige hulp vanwege de voormalig wettelijk samenwonende partner. Een feitelijke samenwoner moet op helemaal niets rekenen, want de wet regelt deze samenlevingsvorm gewoon niet. 

Een relatievermogensrecht zou deze problemen kunnen opvangen. Dergelijk recht, gebaseerd op waarden zoals solidariteit, gelijkwaardigheid en de bescherming van de zwakkere partner, dat tegelijkertijd – doch in beperkte mate – rekening houdt met de keuzevrijheid van de partners, zou de relatiespecifieke problemen na de beëindiging van een (wettelijke) samenwoningsrelatie kunnen opvangen. In Zweden bestaat er al een samenwoningsrecht dat onder bepaalde voorwaarden automatisch van toepassing wordt op ongehuwd samenwonende koppels. Nieuw-Zeeland schakelt ongehuwd samenwonenden onder bepaalde voorwaarden bijna volledig gelijk met gehuwden wat betreft de toepasselijke wetgeving op hun relatie. Ook in Spanje is er in verschillende regio’s reeds sprake van relatievermogensrecht.

Zweden is erin geslaagd om voor ongehuwd samenwonenden een relatievermogensrecht te ontwikkelen dat tegemoet komt aan de specifieke noden van partners in een samenwoningsrelatie. De keuzevrijheid van de partners bestaat erin dat zij kunnen kiezen om niét onder de regeling te vallen: het is dus een opt-out regime.

 

Rechten en plichten essentieel verbonden met de samenwoning

Een eenvormig relatievermogensrecht zou inhoudelijk herleid moeten worden tot enkel die rechten en plichten overblijven die essentieel verbonden zijn met de samenwoningsrelatie zelf. Dit houdt in dat de gezinswoning niet zomaar mag worden verkocht of verhuurd, dat de bijdrageplicht in de gezinslasten wettelijk wordt vastgelegd, evenals een eventueel recht op partneralimentatie en een minimaal wettelijk erfrecht. Wat de eigendomsrechtelijke aspecten van de relatie betreft, is het samenwoningsrecht in Zweden (opnieuw) een nuttige inspiratie.

 

Een eenvormig relatievermogensrecht in België: toekomstmuziek?

De toepassing van dergelijk relatievermogensrecht zou echter niet probleemloos zijn. Men moet zich (althans voor feitelijk samenwonenden) bijna uitsluitend baseren op feitelijke aanknopingspunten, zoals onder andere de duur van de relatie. Dat mag natuurlijk geen reden zijn om zelfs geen poging te wagen om een relatievermogensrecht voor ongehuwd samenwonenden te ontwikkelen. Zolang het Grondwettelijk Hof en de Belgische wetgever de (juridische) verschillen tussen de relatievormen echter blijven handhaven, omdat de samenlevingsvormen nu eenmaal verschillende (rechts)gevolgen hebben, lijkt een eenvormig relatievermogensrecht - zoals voorgesteld in mijn masterproef - veraf.

 

Bibliografie

VI. Bibliografie

§1. Wetgeving

1. België

Beleidsverklaring Justitie (K. GEENS), Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 20/18, x.

Wet 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning, BS 12 januari 1999.

Wetsvoorstel (C. VAN CAUTER e.a.) tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2282/001.

Wetsvoorstel (S. BECQ e.a.) tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat het recht op huur van echtgenoten en feitelijk samenwonenden betreft, Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 54-0065/001.

2. Scandinavië

Sambolag 2003:376.

 

3. Nieuw-Zeeland

Property (Relationships) Act 1976

 

§2. Rechtspraak

EHRM 13 juni 1979, nr. 6833/74, Marckx/België.

EHRM 18 december 1986, nr. 9697/82, Johnston/Ierland.

EHRM 29 april 2008, nr. 13378/05, Burden/Verenigd Koninkrijk.

 

GwH 23 februari 2000, nr. 23/2000.

GwH 26 juni 2002, nr. 107/2002.

GwH 7 maart 2007, nr. 36/2007.

GwH 22 mei 2014, nr. 83/2014.

 

Brussel 2 maart 2010, ERF 29.

Luik 11 december 2014, TEP 2016, 305-307, noot I. COLAERS.

Luik 17 februari 2015, TEP 2016, 291-293, noot I. COLAERS.

 

Vred. Anderlecht 25 oktober 2007, TVR 2010, 224-227.

 

§3. Rechtsleer

A. Boeken

1. België

ALEN, A., DIRIX, E. en VANDENBERGHE, H. (eds.), Vigilantibus ius scriptum: feestbundel voor Hugo Vandenberghe, Brugge, Die Keure, 2007, XXI + 472 p.

BARBAIX, R., Handboek familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2016, XXVI + 976 p.

BARBAIX, R. en VERBEKE, A.-L., Beginselen relatievermogensrecht, Brugge, die Keure, 2012, XVII + 277 p.

DELNOY, P., BOELEN, M., JEGHERS, J.L. en AYDOGDU, R., Le couple sous toutes ses formes: mariage, cohabitation légale, cohabitation de fait, Limal, Anthemis, 2012, XXVI + 504 p.

EGGERMONT, S., Tweerelaties, Antwerpen, Intersentia, 2016, XXIII + 665 p.

FORDER, C. en VERBEKE A.-L. (eds.), Gehuwd of niet: maakt het iets uit?, Antwerpen, Intersentia, 2005, XXII + 649 p.

HEYVAERT, A., Het personen- en gezinsrecht ont(k)leed: theorieën over personen- en gezinsrecht rond een syllabus van de Belgische techniek, Gent, Mys & Breesch, 2001, XVIII + 475 p.

LELEU, Y.-H., DEGUEL, F., LANGENAKEN, E., LARUELLE, J., LOUIS, S. en ROUSSEAU, L., Droit patrimonial des couples, Limal, Anthemis, 2011, 294.

SENAEVE, P., SWENNEN, F. en VERSCHELDEN, G. (eds.), De beëindiging van de tweerelatie, Antwerpen, Intersentia, 2012, XVII + 353.

SWENNEN, F., Het huwelijk afschaffen?, Antwerpen, Intersentia, 2004, 38 p.

SWENNEN, F., Familierecht in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2008, XXIII + 299 p.

SWENNEN, F., Het personen- en familierecht, Antwerpen, Intersentia, 2017, 582 p.

TREMMERY, J., Samenleven of huwen?, Heule, UGA, 2010, 220 p.

VAN GRUNDERBEECK, D., Beginselen van personen- en familierecht. Een mensenrechtelijke benadering, Antwerpen, Intersentia, 2003, XXXII + 763 p.

VAN GYSEL, A-C en GALLUS, N., Conjugalités et discriminations, Limal, Anthemis, 2012, 180 p.

VERSCHELDEN, G., Handboek Belgisch personen- en familierecht, Brugge, Die Keure, 2016, VIII + 1028 p.

 

2. Scandinavië

ASLAND, J., BRATTSTRÖM, M., LIND, G., LUND-ANDERSEN, I., SINGER, A. en SVERDRUP, T., Nordic cohabitation law, Cambridge, Intersentia, 2015, XX + 290 p.

 

3. Verenigd Koninkrijk

BARLOW, A., DUNCAN, S., JAMES, G. en PARK, A., Cohabitation, marriage and the law, Hart, Oxford, 2005, 161 p.

 

4. Nederland

ANTOKOLSKAIA, M., BREEDERVELD, B., HULST, L., KOLKMAN, W., SALOMONS, F. en VERSTAPPEN, L., Koude uitsluiting. Materiële problemen en onbillijkheden na scheiding van in koude uitsluiting gehuwde echtgenoten en na scheiding van ongehuwd samenlevende partners, alsmede instrumenten voor de overheid om deze tegen te gaan, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2011, 433 p.

FORDER, C., Het informele huwelijk: de verbondenheid tussen mens, goed en schuld, Deventer, Kluwer, 2000, 60 p.

SCHOLS, F., Samenlevers-erfrecht? Waar een wil is, is een wet, Zutphen, Uitgeverij Paris, 2014, 48 p.

 

5. Europees

CURRY-SUMNER, I., All’s well that ends registered? The substantive and private international law aspects of non-marital registered relationships in Europe; a comparison of the laws of Belgium, France, The Netherlands, Switzerland and the United Kingdom, Antwerpen, Intersentia, 2005, XXV + 600 p.

SCHERPE, J.M., “The present and future of European family law” in J.M. SCHERPE, European family law vol. 4: the present and future of European family law, Northampton, Edward Elgar Publishing, 2016, XV + 155 p.

SCHWENZER, I.H., Model family code: from a global perspective, Antwerpen, Intersentia, 2006, XII + 257 p.

SÖRGJERD, C., Reconstructing marriage: the legal status of relationships in a changing society, Cambridge, Intersentia, 2012, XXII + 356 p.

VERSCHRAEGEN, B. (ed.), Family finances, Wenen, Jan Sramek Verlag, 2009, XXVIII + 816 p.

B. Bijdragen in verzamelwerken

1. België

BARBAIX, R., “Actuele ontwikkelingen familiaal vermogensrecht 2015” in BARBAIX, R. en CARETTE, N. (eds.), Tendensen vermogensrecht 2016, Antwerpen, Intersentia, 2016, 1-37.

CABALLERO, S.S., “Le droit de la famille en Espagne et son evolution récente” in BOUCAUD, P. (ed.), L’évolution du concept de famille en Europe, depuis trente ans: étude pluridisciplinaire, Brussel, Bruylant, 2009, 105-123.

CASMAN, H., “Recente ontwikkelingen in het familiaal vermogensrecht: beëindiging van de relatie tussen ongehuwde samenwoners” in MOEYKENS, F. (ed.), De praktijkjurist X, Gent, Story, 2006, 4-35.

COHEN, L. en DANDOY, N., “Les droits alimentaires accordés à l’ex-partenaire” in SOSSON, J. (ed.), La séparation du couple non marié, Brussel, Larcier, 2016, 43-75.

DANDOY, N., “Les effets alimentaires de la vie en couple” in HAUSER, J. en RENCHON, J.-L. (eds.), Différenciation ou convergence des statuts juridiques du couple marié et du couple non marié?: droit belge et français, Brussel, Bruylant, 2005, 59-92.

LYSSENS-DANNEBOOM, V. en MORTELMANS, D., “Juridische bescherming van samenwoners. Van ‘het grote feest’ tot ‘de lange to-do’” in Wetenschappelijk Comité Notarieel Congres (ed.), Arbeid & Relatie. Notarieel Congres 2013, Brussel, Larcier, 2013, 75-106.​

PIRE, D., “La Cour constitutionnelle, les conjoints, la cohabitation légale et les concubins: une bien jolie allitération…” in MASSAGER, N. en SOSSON, J. (eds.), Cour constitutionnelle et droit familial, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2015, 161-185.

SEYNS, S., “Wetsvoorstellen” in PINTENS, W., DECLERCK, C. en APPERMONT, N. (eds.), Patrimonium 2015, Brugge, Die Keure, 2015, 133-140.

VERBEKE, A.-L., “A new deal for Belgian family property law” in ALOFS, E., BYTTEBIER, K., MICHIELSEN, A. en VERBEKE, A.-L. (eds), Liber amicorum Hélène Casman, Antwerpen, Intersentia, 2013, 461-493.

WILLEMS, G., “Les statuts juridiques du couple: liberté, égalité, équité?” in SOSSON, J. (ed.), La séparation du couple non marié, Brussel, Larcier, 2016, 7-42.

 

2. Verenigd Koninkrijk

DIDUCK, A., “Autonomy and solidarity in family law: the missing link” in WALLBANK, J. en HERRING, J. (eds.), Vulnerability, care and family law, Abingdon, Oxon, Routledge, 2013, 95-114.

 

3. Europees

AESCHLIMANN, S., “Financial compensation upon the ending of informal relationships – a comparison of different approaches to ensure the protection of the weaker party” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common core and better law in European family law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 243-256.

LIND, G., “Legislation for the surviving cohabitant from a comparative perspective” in BOELE-WOELKI, K. en SVERDRUP, T. (eds.), European challenges in contemporary family law, Antwerpen, Intersentia, 2008, 241-268.

MILES, J., “Financial relief between cohabitants on separation: options for European jurisdictions” in BOELE-WOELKI, K. en SVERDRUP, T. (eds.), European challenges in contemporary family law, Antwerpen, Intersentia, 2008, 269-288.

MILES, J., “Unmarried cohabitation in a European perspective” in SCHERPE, J.M. (ed.), European family law vol. 3: family law in a European perspective, Northampton, Edward Elgar Publishing, 2016, 95-114.

SCHERPE, J.M., “The legal status of cohabitants – requirements for legal recognition” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common core and better law in European family law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 283-293.

SÖRGJERD, C., “Marriage in a European perspective” in SCHERPE, J.M. (ed.), European family law vol. 3: family law in a European perspective, Northampton, Edward Elgar Publishing, 2016, 3-40.

SÖRGJERD, C., “Neutrality: the death or revival of the traditional family?” in BOELE-WOELKI, K. (ed.), Common core and better law in European family law, Antwerpen, Intersentia, 2005, 335-351.

SVERDRUP, T., “Statutory regulation of cohabiting relationships in the Nordic countries: recent developments and future challenges” in BOELE-WOELKI, K. en DETHLOFF, N. en GEPHART, W. (eds.), Family law and culture in Europe: developments, challenges and opportunities, Antwerpen, Intersentia, 2014, 65-74.

WALLENG, K., “The Swedish Cohabitees Act in today’s society” in BOELE-WOELKI, K. en DETHLOFF, N. en GEPHART, W. (eds.), Family law and culture in Europe: developments, challenges and opportunities, Antwerpen, Intersentia, 2014, 95-108.

C. Tijdschriftbijdragen

1. België

BUYSSENS, F., “Scheiding van goederen: een goed of slecht huwelijksvermogensstelsel?”, T.Fam. 2015, 45-52.

BUYSSENS, F., “Stop de betutteling”, T.Fam. 2013, 238.

BUYSSENS, F., “Wettelijke samenwoning: het recht is geen zaak van billijkheid”, T.Fam. 2009, 65-66.

CASMAN, H., “Actualia huwelijksvermogensrecht”, Not.Fisc.M. 2015, 238-270.

CASMAN, H. “Wettelijke samenwoning. Hoe gaat dat nu verder?”, NJW 2004, 182-193.

CASTELEIN, C., “Het erfrecht van de wettelijk samenwonende partners”, T.Not. 2007, 570-601.

DECLERCK, C., “Actuele ontwikkelingen in het samenwoningsvermogensrecht” in BOONE, I., DECLERCK, C., DU MONGH, J., SENAEVE, P., Personen- en familierecht, Brugge, Die Keure, 2016, 109-121.

DECLERCK, C., “Een lans voor de huisvrouw in de 21ste eeuw”, T.Fam. 2015, 41-44.

DECLERCK, C., “Naar een beter evenwicht tussen autonomie en solidariteit in het samenwoningsrecht”, T.Fam. 2015, 106-107.

DEHALLEUX, V., “Propriété et union libre: vers un affaiblissement de la preuve par le titre”, Tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht 2004, 247-252.

DEHALLEUX, V., “La répétition de la contribution excessive au charges du ménage: proposition d’une nouvelle issue aux conflits entre cohabitants de fait”, TBBR 2009, 144-151.

DEWULF, C., “De scheiding van goederen met een verrekenbeding – een ideale formule tegen de koude uitsluiting?”, T.Not. 2012, 200-228.

DEWULF, C., “Huwelijk en andere samenlevingsvormen – waarheen met het familierecht en het familiale vermogensrecht?”, T.Not. 2004, 359-367.

DU MONGH, J., SAMOY, I. en ALLAERTS, V., “Overzicht van rechtspraak (2000-2007) – Feitelijke samenwoning”, T.Fam. 2008, 4-43.

FORDER, C., “Ongehuwd samenwonen en vermogensrecht: een waaier van mogelijkheden”, TEP 2006, 331-365.

GERLO, J., “Een, twee of drie tweerelaties?”, EJ 2005, 65-69.

HEYVAERT, A., “Civielrechtelijke aspecten van gezinnen zonder huwelijk”, TPR 1985, 21-87.

LAMBRECHTS, J. en MARISSENS, A., “Overzicht van rechtspraak (2008-2016) – De feitelijke samenwoning”, T.Fam. 2017, 4-36.

LELEU, Y.-H. Les collaborations économiques au sein des couples séparatistes: pour une indemnisation des dommages collaboratifs envers et contre tous choix, Montréal, Editions Themis, 2014, 86 p.

LYSSENS-DANNEBOOM, V. en MORTELMANS, D., “Juridische bescherming van samenwoners. Van ‘het grote feest’ tot ‘de lange to-do’” in Wetenschappelijk Comité Notarieel Congres (ed.), Arbeid & Relatie. Notarieel Congres 2013, Brussel, Larcier, 2013, 75-106.​

PINTENS, W., “Is ons familiaal vermogensrecht nog bij de tijd?”, RW 2011-12, 49-54.

SCHRAMA, W., “Een redelijk relatierecht”, TPR 2010, 1703-1745.

TAILLIEU, S., “De afrekeningen na het einde van de samenwoning: de financiering van de gezinswoning”, Tijdschrift voor Belgisch burgerlijk recht 2005, 331-332.

VERBEKE, A.-L., “Aanwinsten en huwelijksvoordelen in een evenwichtig huwelijksvermogensrecht”, TEP 2014, 292-330.

VERBEKE, A.-L., “Hervorming van Belgisch erfrecht”, TEP 2011, 3-13.

VERBEKE, A.-L., “Het wilsgebrek van de liefde”, TEP 2015, 100-108.

VERBEKE, A.-L., “Naar een billijk relatie-vermogensrecht”, TPR 2001, 373-402.

VERBEKE, A.-L., “Waardig familiaal vermogensrecht”, TEP 2013, 3-13.

VERBEKE, A.-L., “Weg met het huwelijk en de echtscheiding”, TPR 2004, 969-982.

VERSTRAETE, K., “Beëindiging buitenhuwelijkse samenwoning. Kroniek 2005-2007”, NJW 2008, 566-585.

VERSTRAETE, J., “Erfrecht en familierecht - de behandeling van samengestelde gezinnen - een vergelijkende benadering”, T.Not. 2010, 373-380.

WUYTS, T., “De wettelijke samenwoning”, NJW 2014, 242-257.

 

2. Scandinavië

LUND-ANDERSEN, I., “Registered and unmarried partners in Denmark – recent legal developments”, The International Survey of Family Law 2011, 157-164.

SCHERPE, J.M., “The Nordic countries in the Vanguard of European Family Law”, Scandinavian Studies in Law Vol. 50 2007, 265-287.

 

3. Frankrijk

MAUGER-VIELPEAU, L., “Quel mariage pour ‘tous’?”, CRDF 2013, 31-38.

 

4. Verenigd Koninkrijk

BARLOW, A. (e.a.), “Cohabitation and the law: myths, money and the media”, British Social Attitudes 2008, 29-52.

BARLOW, A., “Solidarity, autonomy and equality: mixed messages for the family?”, Child and Family Law Quarterly 2015, 223-236.

BARLOW, A. en SMITHSON, J., “Legal assumptions, cohabitants’ talk and the rocky road to reform”, Child and Family Law Quarterly 2010, 328-350.

 

5. Nederland

VERBEKE, A.-L., “Weg met de koude uitsluiting!”, WPNR 2001, 945-952.

 

6. Europees

DE AGUIRRE, C.M., “Is ‘living together, loving each other’ enough for law? Reflections on some ‘brave new families’”, International Journal of the Jurisprudence of the family 2012, 37-60.

D. Onuitgegeven

BRATTSTRÖM, M., “Registered partnership as a functional equivalent to marriage”, onuitg. paper Durham-Cambridge conferentie The Future of Registered Partnerships, 2015, 7 p.

BRIGGS, M., “The Future of Registered Partnerships: New Zealand”, onuitg. paper Durham-Cambridge conferentie The Future of Registered Partnerships, 2015, 12 p.

FERRER-RIBA, J., “The future of registered partnerships: the case of Spain”, onuitg. paper Durham-Cambridge conferentie The Future of Registered Partnerships, 2015, 5 p.

MORTELMANS, D., “Financiële gevolgen van relatiebreuken met een vergelijking van huwelijken en samenwoonsten, vanuit genderperspectief”, onuitg. advies Verdrag IGVM-JD/CONV.15-28, 15 december 2015, 44 p.

E. Online bronnen

CORIJN, M., “Ruimtelijke spreiding van het ongehuwd samenwonen in Europa, België en het Vlaamse Gewest”, SVR-St@ts 2014/9, 1-17 p.

JÄNTERÄ-JAREBORG, M., BRATTSTRÖM, M. en ERIKSSON, L., “National report: Sweden”, 2015, http://ceflonline.net/wp-content/uploads/Sweden-IR.pdf, 49 p.

Universiteit of Hogeschool
Master of Laws in de rechten
Publicatiejaar
2017
Promotor
Prof. dr. Gerd Verschelden
Kernwoorden