Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Understanding the effect of microclimate on marram grass

Universiteit Gent
2025
Samantha
De Gottal
Mijn masterscriptie beantwoordt de vraag hoe de groei van helmgras, een ecosysteemingenieur van onze Belgische kust, beïnvloedt wordt door de kleine, lokale klimaatschommelingen in een duin.

Ik heb mijn onderzoek gedaan door helmgras in een natuurlijke duinomgeving te planten en nauwkeurig de groei en de abiotische omgeving op te volgen. Zo meette ik wekelijks verschillende planteigenschappen alsook hoe warm de grond was, hoe vochtig de bodem en hoeveel zand er verplaatste aan de hand van loggers. Dit onderzoek toonde aan dat, hoewel de lokale omstandigheden enorm verschilden doorheen de duin, de groei van het helmgras hierdoor niet significant werd beïnvloed.

De conclusie is dat de duinbouwer onverwacht veerkrachtig is. Dit suggereert dat onze duinen meer stabiliteit bezitten tegen geleidelijke klimaatschommelingen dan we dachten. Dit inzicht is cruciaal, omdat het directe toepassing heeft op het ontwerp van duurzame kustbescherming in de toekomst.
Meer lezen

Wearable Sensors for Indirect Assessment of Ground Reaction Forces and Moments in Human Movement Analysis

Vrije Universiteit Brussel
2025
Hanne
Willems
De grondreactiekracht en het grondreactiemoment zijn belangrijke variabelen om het blessurerisico tijdens het sporten in te schatten, maar konden tot nu toe enkel in gespecialiseerde laboratoria gemeten worden. In mijn scriptie ontwikkelde ik verschillende biomechanische modellen om de grondreactiekracht en het grondreactiemoment te berekenen op basis van draagbare sensoren die geïntegreerd werden in een loopbroek, zodat ze altijd en overal gemeten kunnen worden. Vervolgens werden de modellen zo accuraat mogelijk gemaakt, zowel met als zonder AI.
Meer lezen

Curating Alienation in the Pavillon des Sessions?

Universiteit Gent
2025
Rowena
Dossche
Kwalitatief onderzoek naar hoe de curatoriële keuzes in de Pavillon des Sessions (Louvre) vóór de huidige renovatie (ca. 2024–2025) ruimtelijke, contextuele en (koloniaal) historische vervreemding vermeden of in stand hielden.
Meer lezen

Improving preconception care interventions for metabolically compromised women: the potential of Tirzepatide to restore oocyte quality as a way to overcome obesity-related subfertility

Universiteit Antwerpen
2025
Silke
Roofthooft
Obesitas is een wereldwijd toenemend gezondheidsprobleem dat nauw samenhangt met metabole verstoringen en vruchtbaarheidsproblemen. Incretine-gebaseerde geneesmiddelen winnen snel aan belang als een veelbelovende behandelingsstrategie in de strijd tegen deze obesitaspandemie, dankzij hun klinisch bewezen effectiviteit in gewichtsverlies en het verbeteren van systemische metabole parameters. In het bijzonder duale incretine-receptoragonisten, zoals Tirzepatide, hebben klinisch superieure resultaten aangetoond. Deze metabole voordelen maken Tirzepatide interessant in de context van preconception care interventions (PCCi). Obesitas wordt namelijk in verband gebracht met verminderde fertiliteit, voornamelijk als gevolg van een verminderde eicelkwaliteit en mitochondriale disfunctie in de eicel. Gezien Tirzepatide’s gunstige effecten op de metabole gezondheid, zou het mogelijk ook een positieve invloed hebben op eicelkwaliteit, aangezien de maternale metabole status de eicelkwaliteit beïnvloedt. Bovendien suggereren studies dat Tirzepatide de mitochondriale functies in somatische cellen beïnvloedt. Hoewel bestaande PCCi-strategieën, voornamelijk gefocust op gewichtsverlies en dieet normalisatie, enige verbetering in eicelkwaliteit tonen, blijkt uit studies dat de eicel en de mitochondriale functie niet volledig wordt hersteld. Dit benadrukt de noodzaak voor nieuwe PCCi-strategieën die zich specifiek richten op de ondersteuning van de eicel. Dit project onderzoekt daarom het potentieel van Tirzepatide als aanvullende therapie bij preconceptie dieetnormalisatie. Het richt zich op de vraag of Tirzepatide de eicel- en mitochondriale kwaliteit verder kan verbeteren dan bestaande dieetinterventies daar momenteel toe in staat zijn, en kan bijdragen aan het herstel van de mitochondriale functie in eicellen.
Meer lezen

Meer-dan-Menselijk ontwerp, zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Estée
Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Jitte
    Jansen
  • Merel
    Dessent
  • Lore
    Gijsenberg
  • Dilara
    Ayvaz
De collectieve masterscriptie vertrekt vanuit ‘More-than-human-ontwerpen’: een visie waarin mens, natuur en energie samen onze leefomgeving vormgeven. Ze verkent hoe architectuur en ruimtelijke ordening kunnen bijdragen aan een rechtvaardige en duurzame toekomst.

Het onderzoek situeert zich in Zwartberg (Genk), een voormalige mijnsite waar natuur, erfgoed en diverse gemeenschappen samenkomen. Vanuit een gezamenlijke contextanalyse en theoretisch kader werd een masterplan ontwikkeld dat inzet op groenblauwe netwerken als dragers voor een klimaatbestendig en sociaal inclusief Genk.

Binnen dit masterplan werden zes individuele cases uitgewerkt, elk met een eigen focus op de relatie tussen mens en meer-dan-mens. Mijn case ‘De energieke wijk’ onderzoekt hoe de energietransitie in een tuinwijk van Zwartberg collectiever en inclusiever kan worden aangepakt. De energietransitie is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. In Europa is 40% van het energieverbruik afkomstig van gebouwen. Toch blijft de renovatiegraad laag en wordt de energietransitie vaak gezien als een individuele verantwoordelijkheid, wat leidt tot ongelijkheid. Immers, wie geld, kennis of eigenaarschap mist, blijft achter. In sociaal kwetsbare wijken, zoals de Zuiderwijk in Zwartberg, is die kloof bijzonder voelbaar. De energietransitie is meer dan een technische operatie en een individuele verantwoordelijkheid. Het is een hefboom voor sociale rechtvaardigheid, ruimte om te delen en collectieve veerkracht. Mijn case toont hoe een kwetsbare wijk een pionier kan worden. Niet door te isoleren, maar door te verbinden.
Meer lezen

Het gebruik van schoolfeedback uit de Vlaamse toetsen door schoolleiders en leraren

Universiteit Antwerpen
2025
Kaat
De Meutter
Genomineerde longlist Klasseprijs
Het duurzaam verbeteren van onderwijskwaliteit aan de hand van data is een actueel thema binnen het Vlaamse onderwijs. Dit kwalitatieve onderzoek onderzoekt hoe leraren en schoolleiders in het basis- en secundair onderwijs omgaan met de eerste schoolfeedback uit de Vlaamse toetsen en welke factoren het gebruik ervan beïnvloeden. Door middel van 24 semigestructureerde diepte-interviews, gelijk verdeeld over basis- en secundair onderwijs, werd het feedbackgebruik vanuit zowel leraren- als schoolleidersperspectief in kaart gebracht en via een iteratief coderingsproces geanalyseerd.
De resultaten laten zien dat schoolleiders en leraren de schoolfeedback voornamelijk raadplegen, bespreken en interpreteren, terwijl het diepgaander verklaren en het vertalen naar concrete acties ter bevordering van kwaliteitsontwikkeling minder vaak voorkomt. Slechts een beperkt deel van de respondenten ontwikkelt daadwerkelijk gerichte acties, zoals aanpassingen in het curriculum, professionele ontwikkeling of het verbeteren van computervaardigheden van leerlingen. Belemmeringen hierbij zijn onder andere tijdsdruk, beperkte datageletterdheid, de abstracte aard en timing van de schoolfeedback, evenals het ontbreken van mogelijkheden voor trendanalyses. Schoolleiders nemen een cruciale rol op zich in het faciliteren van het gebruik van feedback binnen de school, waarbij transparantie en gerichte professionele ondersteuning als cruciale factoren naar voren komen. Bovendien verschillen de gehanteerde referentiekaders binnen het feedbackdashboard tussen de onderwijsniveaus en bestaat er vooral in kansarme scholen terughoudendheid ten aanzien van de vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
Deze studie onderstreept het belang van gerichte professionalisering, het versterken van eigenaarschap bij leraren in het gebruik van feedback en een betere afstemming van de schoolfeedback op de dagelijkse onderwijspraktijk. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig onderzoek, waaronder longitudinale studies en onderzoek naar schoolfactoren die datagebruik bevorderen. De bevindingen leveren een waardevolle bijdrage aan de kennis over feedbackgebruik en bieden praktische handvatten voor schoolontwikkeling in Vlaanderen.
Meer lezen

Hebben we gaan twijfelen over het hulpwerkwoord? Een experimenteel en corpusgebaseerd onderzoek naar hulpwerkwoordselectie in clusters met een aspectueel werkwoord

KU Leuven
2025
Fien
Croux
Deze masterproef onderzoekt hulpwerkwoordvariatie in werkwoordsclusters met een aspectueel werkwoord, zoals "Ze is/heeft blijven wachten". Het onderzoek heeft tot doel de factoren te identificeren die de keuze voor het hulpwerkwoord van voltooid aspect (hebben of zijn) in zulke clusters beïnvloeden.

Op basis van onderzoek naar hulpwerkwoordvariatie in werkwoordsclusters met een modaal werkwoord, zoals "Ze is/heeft moeten vertrekken", worden taalinterne en -externe factoren geselecteerd die mogelijk een invloed hebben op hulpwerkwoordselectie in clusters met een aspectueel werkwoord (Hofmans 1981, Van Eynde et al. 2016, Dhont 2024). De onderzochte factoren zijn het type hoofdwerkwoord, de afstand tussen het hulpwerkwoord en het aspectuele werkwoord, irrealis, geografische regio en register. Het onderzoek combineert een experiment met een corpusonderzoek. In het experimentele onderzoek zijn acceptabiliteitsoordelen van Vlaamse en Nederlandse respondenten bevraagd en geanalyseerd aan de hand van lineaire regressieanalyses. Het corpusonderzoek in het SoNaR-corpus en het Corpus Gesproken Nederlands biedt inzicht in de frequentie van de onderzochte factoren in clusters waarin hebben het hulpwerkwoord is. Op basis van de resultaten en eerdere analyses (Cardinaletti & Shlonsky 2004, Draye & Van der Horst 2006, Pots 2020) wordt tot slot een formele analyse voorgesteld voor hulpwerkwoordvariatie in clusters met een aspectueel werkwoord.

De resultaten tonen aan dat hulpwerkwoordselectie in clusters met een aspectueel werkwoord beïnvloed wordt door irrealis, geografische regio en register. Een irrealislezing verhoogt de voorkeur voor het hulpwerkwoord hebben, dat meer aanvaard wordt in Vlaanderen dan in Nederland en meer voorkomt in informeel dan in formeel taalgebruik. De invloed van het type hoofdwerkwoord en afstand wordt in de resultaten niet eenduidig aangetoond. De hulpwerkwoordvariatie wordt in de analyse verklaard door de status van het aspectuele werkwoord, dat zich in een grammaticalisatieproces van semi-lexicaliteit naar functionaliteit bevindt en zich daarin verschillend positioneert in Vlaanderen en Nederland.
Meer lezen

De Hersteltrajectkamer: Een procesevaluatie

Universiteit Gent
2025
Victor
Buyl
Deze masterproef evalueert de werking van de Hersteltrajectkamer - een nieuwe soort rechtbank in het Belgisch strafrechtsysteem. Hoewel hersteltrajecten pas tegen 2028 verplicht zijn in het volledige land, ging de Gentse rechtbank al van start. Deze scriptie toont aan dat het model breed gedragen wordt door de betrokkenen, maar dat een duurzame implementatie nog verdere inspanning vereist.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

MAG DE LEERLING OOK CREËREN? EEN BLIK OP KUNST EN CREATIVITEIT IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS: DE IMPLEMENTATIE VAN MINIMUMDOEL 16.04.

Universiteit Gent
2025
Magali
Du Four
Wat als kunst op school even vanzelfsprekend was als wiskunde of sport? In deze masterproef onderzoek ik hoe creativiteit vandaag een plek krijgt in de derde graad van het secundair onderwijs. Het resultaat is een pleidooi voor meer verbeelding tussen de schoolmuren. Want creatief leren is ook leren over het leven.

Kunst en cultuur spelen een essentiële rol in de persoonlijke en intellectuele ontwikkeling van jongeren. Toch worden kunstvakken in het secundair onderwijs vaak gemarginaliseerd, zo ook binnen de doorstroomrichtingen. De invoering van de nieuwe eindtermen had de ambitie om de rol van kunstvakken te versterken, onder andere door een bredere integratie van artistieke vorming binnen het curriculum. Of deze ambitie in de praktijk is waargemaakt, blijft de vraag.

In deze masterproef wil ik onderzoeken hoe sleutelcompetentie 16 – cultureel bewustzijn en expressie – concreet wordt ingevuld in de derde graad van het doorstroomonderwijs in Gentse katholieke scholen. De focus ligt specifiek op het minimumdoel 16.04: "De leerlingen doorlopen een artistiek-creatief proces vanuit verbeelding". Dit onderzoek kadert binnen bredere discussies over de plaats van kunstvakken in het onderwijs en de mate waarin ze bijdragen aan de algemene vorming van leerlingen. Met dit onderzoek wil ik specifiek nagaan in hoeverre en hoe het artistiek-creatieve aspect aan bod komt in de derde graad van het algemeen leerplichtonderwijs.


Meer lezen

Hoe kan je als leerkracht outdoor educatie integreren in het secundair onderwijs?

Hogeschool VIVES
2025
Steen
Luca
Dit onderzoek richt zich op hoe leerkrachten in het secundair onderwijs outdoor educatie kunnen
integreren. Via een literatuurstudie wordt onderzocht wat outdoor educatie inhoudt, welke
voordelen en nadelen eraan verbonden zijn. We bekijken ook hoe Noorwegen, een land met een
sterke reputatie rond outdoor educatie, hiermee omgaat.
Daarnaast werd er een enquête afgenomen bij leerkrachten uit het secundair onderwijs in België.
Daarbij werd gepeild naar hun ervaring met outdoor educatie, de drempels die zij ervaren en wat
hen zou kunnen ondersteunen. Uit de resultaten blijkt dat outdoor educatie bijdraagt aan de
cognitieve, fysieke en mentale ontwikkeling van leerlingen en vaardigheden zoals plannen,
communiceren en verantwoordelijkheid nemen. Toch ervaren leerkrachten obstakels zoals
tijdsgebrek, beperkte infrastructuur en een gebrek aan ervaring. Investeren in een groene
leeromgeving en praktische voorbeelden aanbieden kunnen helpen om deze drempels te verlagen.
Integratie begint bij durven: door te experimenteren, te leren door te doen en naar buiten te gaan.
Meer lezen

Geen vluggertje, maar bewustzijn: de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in het secundair onderwijs

Vrije Universiteit Brussel
2025
Jolien
Roelens
Genomineerde longlist Klasseprijs
Dit onderzoek richt zich op de effectiviteit van Nederlandstalige preventieprogramma’s tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) in het secundair onderwijs en onderzoekt de ervaringen van Vlaams schoolpersoneel met deze programma’s. Er is gebruikgemaakt van een mixed-methods benadering. Enerzijds is een inhoudsanalyse uitgevoerd van zeventien Nederlandstalige preventieprogramma’s. Anderzijds is een zelfrapportage enquête afgenomen bij 57 schoolmedewerkers die betrokken zijn bij relationele en seksuele vorming, inclusief de preventie van SGG.

De analyse toont aan dat geen enkel preventieprogramma volledig voldoet aan de achttien wetenschappelijk onderbouwde criteria voor effectieve interventies. Wel bevatten de meeste programma’s enkele positieve elementen, zoals actieve leervormen en duidelijke handleidingen. Tegelijkertijd blijken herhalingssessies, genderspecifieke kennis en ouderbetrokkenheid vaak te ontbreken. Uit de bevraging blijkt bovendien dat leerkrachten regelmatig programma’s aanpassen of zelf samenstellen, wat de effectiviteit onder druk kan zetten. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel van het schoolpersoneel aan zich momenteel onvoldoende bekwaam of opgeleid te voelen om het thema SGG adequaat te behandelen bij middelbare scholieren.

Kortom, de bevindingen onderstrepen de nood aan een overkoepelend kader voor de evaluatie van SGG preventieprogramma’s. Duidelijke richtlijnen en structurele ondersteuning zijn essentieel om leerkrachten in staat te stellen het thema op een veilige, doeltreffende en wetenschappelijk onderbouwde manier aan te kaarten. Het systematisch trainen van schoolpersoneel vormt hierbij een cruciale stap. Een open, goed ondersteunde meldcultuur kan uiteindelijk bijdragen tot vroegtijdige detectie en preventie van SGG en kan mogelijk een daling in prevalentie tot gevolg hebben.
Meer lezen

MEDISCHE PODCASTS ALS LEERMIDDEL BINNEN DE GENEESKUNDE: LUISTERPLEZIER OF OOK EEN LEEREFFECT?

Universiteit Gent
2025
Lotte
De Rick
  • Annelien
    Lombaert
Deze masterproef onderzocht of medische podcasts een effectief leermiddel zijn voor zorgprofessionals. Op basis van een literatuurstudie werden 33 relevante studies geanalyseerd. De meeste studies betrokken studenten geneeskunde en artsen in opleiding.

De resultaten tonen dat podcasts sterk gewaardeerd worden om hun toegankelijkheid, flexibiliteit en leerwaarde. Ze leiden bovendien tot kennisverwerving en -behoud, en soms ook tot zelfgerapporteerde veranderingen in klinisch handelen. Er is echter nog geen bewijs dat podcasts invloed hebben op klinische of patiënt-gerapporteerde uitkomsten.
Meer lezen

Propere was, vuile oceaan

Universiteit Gent
2025
Yanice
Walraevens
Tijdens het wassen van kleding komen microscopisch kleine plasticvezels vrij, microplastics die uiteindelijk in het milieu terechtkomen. In mijn onderzoek werd de vrijgave van deze microvezels onderzocht bij verschillende geweven polyesterstoffen, met aandacht voor het effect van materiaaltype en het aantal wasbeurten.

De resultaten toonden aan dat de grootste hoeveelheid vezels vrijkomt tijdens de eerste wasbeurten. Daarna daalde de vrijgave duidelijk, wat erop wijst dat vooral de eerste cycli verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de vervuiling. Deze bevindingen benadrukken hoe belangrijk het is om zowel bij de productie als bij het gebruik van textiel bewuster om te gaan met microvezeluitstoot, van mogelijke industriële oplossingen tot duurzamer consumentengedrag.
Meer lezen

De rol van schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in het kader van de verslaggeving van de psychosociale dienst van de gevangenis

Universiteit Antwerpen
2025
Claudie
Van Opstal
In deze meesterproef zal aan de hand van een combinatie van klassiek juridisch en empirisch onderzoek onderzocht worden welke rol schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in de verslaggeving van de psychosociale dienst (PSD) van de gevangenis spelen.

Beslissingnemers inzake de straftenuitvoerlegging zoals de strafuitvoeringsrechter (SUR), de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) en de (vertegenwoordiger van de) minister van Justitie, in het bijzonder de centrale gevangenisadministratie sectie externe rechtspositie van de Directie Detentiebeheer (DDB) hebben grote vrijheid bij het nemen van beslissingen over de toekenning van strafuitvoeringsmodaliteiten.

Aan de veroordeelde kunnen verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten worden toegekend voor zover er in hoofde van deze veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan niet tegemoet kan worden gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Deze tegenaanwijzingen hebben onder andere betrekking op het gevaar dat de veroordeelde het slachtoffer zou lastigvallen, een manifest risico voor de fysieke integriteit van derden, het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten, de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers, enzovoort.

Bij de inschatting van deze tegenindicaties kan de ingesteldheid van de veroordeelde tegenover de feiten en het slachtoffer en meer specifiek de aan- of afwezigheid van schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in hoofde van de veroordeelde een relevante factor zijn.

Om te kunnen beoordelen of deze tegenaanwijzingen al dan niet aanwezig zijn, dienen de beslissingnemers aldus een goed beeld te hebben over de persoon van de veroordeelde. Daarom voorziet de Wet externe rechtspositie (WER) een verplicht advies van de gevangenisdirecteur met betrekking tot de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit. Voor de opmaak van zijn advies zal de gevangenisdirecteur zich laten inspireren door het verslag van de PSD, een orgaan dat deel uitmaakt van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DGEPI) en een lokale vestiging heeft in iedere strafinrichting.

De kerntaak van de PSD bestaat er immers in advies te verlenen over de toekenning van een bepaalde strafuitvoeringsmodaliteit in het kader van de uitvoering van een vrijheidsberovende straf. In het PSD-verslag wordt daarom aan de hand van de criminogene domeinen of een formele risicotaxatie een inschatting van de mogelijke risico’s gemaakt. Deze inschatting dient om vervolgens de tegenindicaties te kunnen beoordelen en een advies over de toekenning van de gevorderde modaliteit te kunnen opstellen.

De verslagen van de PSD blijken in de praktijk een belangrijke rol te hebben bij de besluitvorming over de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit. Ondanks het grote belang van de PSD-verslagen is er nauwelijks informatie over het PSD-verslag beschikbaar. Het is immers onduidelijk of de PSD met schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen rekening houdt, hoe zij deze begrippen invult, hoe zij de aanwezigheid en oprechtheid ervan beoordeelt, waar deze begrippen in het PSD-verslag aan bod kunnen komen alsook welke impact schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen op het uiteindelijke advies hebben. Het doel van het onderzoek is dan ook om hierover meer inzicht te vergaren.
Meer lezen

The ecological impact of rock climbing on cliff-face vegetation: Diversity, functional traits, and microclimate in Freyr, Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Sarane
Coen
Deze thesis onderzoekt de invloed van rotsklimmen en abiotische kenmerken op de vegetatie van kalksteenrotsen van Freyr in België, een ecosysteem dat ondanks zijn hoge biodiversiteit weinig wetenschappelijke aandacht krijgt. Vegetatiegegevens werden verzameld op 248 subplots van 1 m² verspreid over 13 transecten met verschillende klimintensiteiten. De studie analyseert zowel soortenrijkdom, bedekking en diversiteit als functionele eigenschappen van planten (Grime CSR-strategieën, pH- en temperatuuraffiniteit) en meet microklimaatverschillen tussen noord- en zuidgerichte kliffen.

De resultaten tonen dat vegetatiepatronen vooral worden bepaald door abiotische kenmerken van de rotsen, met hogere soortenrijkdom op kliffen met lage klimintensiteit en veel microtopografische variatie. Klimmen leidt tot een vermindering van competitieve soorten en een verschuiving naar meer ruderale soorten, terwijl stress-tolerante soorten dominant blijven. Noordgerichte kliffen hebben over het algemeen hogere bedekking en diversiteit, maar temperatuurvoorkeuren van de vegetatie veranderen niet ondanks microklimaatverschillen.
Meer lezen

Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas?

Hogeschool VIVES
2025
Anouk
Stroobants
Deze bachelorproef binnen het thema ‘Lezen begint al in de kleuterklas’ onderzoekt hoe thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip van meertalige kleuters kan versterken. Het onderzoek vond plaats in de derde kleuterklas van GBS Everheide in Brussel, een school met een grote talige diversiteit. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas? Op basis van literatuur over taalontwikkeling, begrijpend luisteren en meertaligheid werd een thematisch aanbod ontwikkeld rond het prentenboek Ridder Rikki van Guido Van Genechten. Gedurende de ontwerpweken werd het verhaal herhaald en verdiept aan de hand van een visueel verhalenpad, denkstimulerende vragen, gebaren en interactieve activiteiten. Om de impact van deze aanpak in kaart te brengen, werd een zelfontworpen meetinstrument ingezet om het verhaalbegrip van de kleuters te observeren en te evalueren. Daarnaast vloeide uit deze bachelorproef ook een praktijkgerichte bundel voort, opgebouwd rond het prentenboek Ridder Rikki. Het geheel vormt een bruikbare leidraad voor leerkrachten die doelgericht willen inzetten op verhaalbegrip bij meertalige kleuters.
Meer lezen

Cultuur als pedagogie: De ontwikkeling van ethische oriëntatie en burgerschapszin bij jongeren door middel van manga-literatuur 'One piece - een kader voor de leerkracht

Universiteit Gent
2025
Lander
Goossens
Deze studie bespreekt hoe leerkrachten aan de hand van fictieve literatuur – meer bepaald door manga-literatuur One Piece – jongeren kunnen begeleiden bij de ontwikkeling van hun ethische oriëntatie. De filosofie van de narratieve ethiek zoals geformuleerd door Martha Nussbaum biedt hierbij de basis, meer bepaald de drie centrale kenmerken die zij relevant acht: identificatie, empathie en multiperspectivisme.

Op basis van deze elementen is het leer- en leskader dat deze studie voorziet, ontwikkeld. Het bestaat uit een theoretisch en praktisch luik. Het theoretisch luik voorziet een analyse van een verhaallijn uit One Piece op basis van de drie centrale kenmerken uit de narratieve ethiek zoals beschreven door Nussbaum. Deze analyse maakt het mogelijk ook een praktisch luik te voorzien waarin concrete werkvormen worden aangeboden om met One Piece aan de slag te gaan in de klas wanneer het gaat over morele ontwikkeling en ethische oriëntatie.

Deze studie is gestoeld op de sleutelcompetenties en leerplandoelen voor de derde graad secundair onderwijs, doorstroomfinaliteit humane wetenschappen.
Meer lezen

Creatie van een AI Bill of Materials voor veilige, transparante en conforme modeltraining

Universiteit Gent
2025
Wiebe
Vandendriessche
AI-systemen worden steeds complexer, maar de ontwikkeling van tools om hun transparantie en veiligheid te waarborgen blijft achter. Deze scriptie introduceert de AI Bill of Materials (AIBOM), een uitbreiding op de Software Bill of Materials (SBOM), als een gestandaardiseerd en verifieerbaar overzicht van getrainde AI-modellen en hun omgevingen. Het proof of concept platform AIBoMGen automatiseert het aanmaken van ondertekende AIBOMs door tijdens de training datasets, modelmetadata en omgevingsdetails vast te leggen. Het platform fungeert als neutrale derde partij en garandeert dat elke trainingssessie een verifieerbare AIBOM oplevert. Met cryptografische hashing, digitale handtekeningen en in toto attestation wordt de integriteit beschermd tegen manipulatie. Evaluaties tonen aan dat AIBoMGen ongeautoriseerde wijzigingen betrouwbaar detecteert met minimale prestatie-impact. De resultaten laten zien dat AIBoMGen een belangrijke stap vormt richting veilige en transparante AI-ecosystemen die voldoen aan regelgeving zoals de Europese AI Act.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Impact van Onyx-injectiesnelheid bij endovasculaire embolisatie: een computationele meerfasestromingsstudie van een patiënt-specifieke arterioveneuze malformatie

Universiteit Gent
2025
Kaat
Wille
Cerebrale arterioveneuze malformaties (AVM’s) zijn afwijkingen in de hersenvaten waarbij slagaders en aders rechtstreeks met elkaar verbonden zijn, zonder tussenliggende haarvaten. Dit veroorzaakt een complex netwerk van bloedvaten dat risico’s op bloedingen, epileptische aanvallen en neurologische aandoeningen met zich meebrengt. Een veelgebruikte behandeling is endovasculaire embolisatie, waarbij een vloeibaar embolisch middel – vaak Onyx – via een microkatheter wordt ingespoten om de AVM te blokkeren. Het succes van deze procedure hangt af van de ervaring van de behandelede arts, onder andere bij het bepalen van de katheterpositie en injectiesnelheid. Hierdoor groeit de interesse naar kwantificatie van deze parameters.
Hoewel de FDA (Food and Drug Administration) een aanbevolen injectiesnelheid van 0.16 ml/min en een bovengrens van 0.30 ml/min voorschrijft, wordt dit in de praktijk zelden actief gemonitord. In deze thesis wordt met behulp van computationele vloeistofdynamica (CFD) onderzocht hoe de injectiesnelheid de verdeling en stroming van Onyx beïnvloedt. Hiervoor worden de bloed- en Onyx-stromingen gemodelleerd in een patiënt-specifieke AVM-geometrie, gebaseerd op medische beeldvorming.
De resultaten tonen aan dat de injectiesnelheid een duidelijk effect heeft: hogere snelheden versnellen de verspreiding van Onyx, beïnvloeden de verdeling binnen de AVM en veroorzaken hogere lokale drukverschillen. Dit benadrukt dat de injectiesnelheid een kritische parameter is die in de klinische praktijk meer aandacht verdient. Verdere studies met uitgebreidere patiënten data en experimentele validatie zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen en te vertalen naar de kliniek.
Meer lezen

Hoe kan nazorg vanuit de contextbegeleiding die DC Jan Rap, binnen de Waaiburg, biedt vormgegeven worden?

Hogeschool UCLL
2025
Yinke
Macquoy
Deze bachelorproef onderzoekt hoe nazorg binnen contextbegeleiding bij Dagcentrum Jan Rap (vzw De Waaiburg) op een effectieve en mensgerichte manier kan worden vormgegeven. Nazorg na intensieve begeleidingstrajecten blijkt vaak ongestructureerd en onvoldoende toegankelijk, wat de kwetsbaarheid van jongeren en gezinnen vergroot.

Door een combinatie van literatuurstudie, interviews met coördinatoren, gezinnen en organisaties, en observaties van nazorggesprekken, worden werkzame elementen geïdentificeerd zoals het behouden van contact, netwerkbetrokkenheid en het creëren van een warme overgangsfase. Een concreet resultaat is de ontwikkeling van een “Nazorgbox”: een toolkit die begeleiders en gezinnen handvatten biedt voor een gestructureerde en ondersteunende nazorgperiode.

De studie benadrukt het belang van structurele verankering van nazorg binnen het beleidskader van de jeugdhulp, zodat jongeren en gezinnen ook na afronding van een traject optimaal ondersteund blijven en terugval kan worden voorkomen.
Meer lezen

Met welke tool kan de communicatie met betrekking tot de vooruitgang van wassen en aan- en uitkleden verbeteren binnen patiënten hun revalidatieproces in geïntegreerde zorg?

Hogeschool PXL
2025
Katrijn
Bynens
Tijdens de revalidatie van een patiënt is het belangrijk om met alle disciplines op
een lijn te zitten. Goede communicatie is een van de belangrijkste criteria om daartoe te
komen. Met de tool die ontworpen is en ophangt in de kamer, zou de communicatie over
wassen en aan- en uitkleden vereenvoudigd kunnen verlopen.
Het doel is om een efficiënte manier te vinden om binnen geïntegreerde zorg de
communicatie tussen de verschillende disciplines vlot te laten verlopen. Om een positief effect te krijgen op het herstel van de persoon. Maar ook voor de samenwerking en het efficiënt verlopen van behandelingen bij het interdisciplinaire zorgteam.
Meer lezen

Virtual Gravity: Simulating Weight Sensation in Virtual Reality by Rendering Gravity using Haptic Interfaces

KU Leuven
2025
Sindja
Lika
  • Marta
    Rozycka
The growing accessibility and capabilities of Virtual Reality (VR) have made it an increasingly valuable tool for training applications. Enabling multimodality, beyond purely visual feedback, enhances the realism and effectiveness of training. This is especially relevant for astronaut training conducted in environments that differ from those on Earth. Incorporating haptic devices can introduce tactile feedback in VR, but the current research focuses mainly on devices meant for users’ hands. In comparison, this work explores the integration of tactile sensations specifically in the forearm region. The aim is to investigate whether exoskeletons primarily used in the medical field can be implemented to simulate weight sensation for astronaut training in VR. Gravity is rendered through torque control based on the angular position of the forearm. The system is designed with a focus on its portability and accessibility. Initial results indicate that the technical implementation is promising for simulating varying gravitational conditions. By introducing a way to simulate weight sensation, this research contributes to the underexplored
area of multimodal VR experiences, particularly in tactile feedback on the user’s forearm.
Meer lezen

Een grote wereld aan een kleine universiteit. Buitenlandse studenten aan de Katholieke Universiteit Leuven, 1900 – 1968

KU Leuven
2025
Alexe
Heleu
Deze thesis onderzoekt hoe de internationalisering van de KU Leuven zich heeft ontwikkeld tussen 1900 en 1968. Het doel is om een antwoord te bieden op de vraag: In welke mate ontwikkelde de KU Leuven zich tot ‘internationale’ universiteit? Daarvoor analyseer ik enerzijds het relatieve aantal internationale inschrijvingen en de diversiteit. Anderzijds besteedt de thesis aandacht aan het beleid en het imago van de KU Leuven. Een breed onderzoek, over een langere periode, naar studentenmobiliteit vanuit het oogpunt van een Belgische universiteit vormt een lacune in de bestaande academische historiografie. Daarnaast combineert het onderzoek kwantitatieve en kwalitatieve bronnen om de internationaliseringsgraad van de universiteit te bepalen. Voor het kwantitatieve aspect digitaliseerde ik de inschrijvingsgegevens, afkomstig uit de Jaarboeken van de KU Leuven, in een databank. Daarnaast analyseerde ik correspondenties, rapporten en artikelen, uit de Archieven van voormalige rectoren Ladeuze en Van Waeyenbergh, om het kwalitatieve aspect vorm te geven. Het eerste hoofdstuk analyseert de evolutie van de inschrijvingen van buitenlandse studenten aan de KU Leuven om zo het ‘internationale’ karakter te bepalen. Daaruit bleek dat de aantallen relatief beperkt bleven, maar dat de afkomst van de studenten enorm divers was, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Daarna onderzocht ik aan de hand van correspondenties en rapporten hoe de KU Leuven en de rectoren hun beleid voerden ten opzichte van internationale studenten: de rectoren gebruikten de vernieling van de oorlogen als uitgangsbord om de Leuvense universiteit opnieuw te doen groeien. Ze deden dit door het beeld van de KU Leuven als een werelduniversiteit te propageren. Daarnaast gebruikten ze het katholieke karakter als bindmiddel. Tot slot ondersteunden ze opkomende organisaties om internationale studenten te helpen in Leuven. In het derde hoofdstuk ligt de nadruk op de individuele levensbelevingen van studenten. De analyse toont aan dat het eeuwenoude imago van de KU Leuven, haar katholieke karakter en culturele netwerken met de universiteit een positieve invloed hadden op de motivaties van studenten. Daarentegen vormden complexe, administratieve procedures en integratieproblemen struikelblokken. Het Frans, het financiële aspect en de geopolitieke situaties waren dubbelzinnige factoren, die zowel bevorderend als belemmerend werkten. Uit de analyse volgde dat Leuven zich in de vroege twintigste eeuw al ontwikkelde tot een internationale universiteit. Ze gebruikte de internationalisering in eerste instantie als een strategisch middel voor de wederopbouw na de oorlogen, maar geleidelijk aan evolueerde het naar een institutionele prioriteit. In de periode 1900 – 1968 legde ze de fundamenten voor een explosieve toename van internationale inschrijvingen vanaf 1970. Het ‘internationale’ karakter van de universiteit kwam dus naar voren dankzij een diverse studentengroep en was niet enkel afhankelijk van het aantal inschrijvingen.
Meer lezen

Ontwijken van oorlogsgeweld Hoe handelaars hun schepen veiligstelden door middel van neutralisatie in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog 1775-1783.

KU Leuven
2025
Robbe
Degroote
Deze scriptie behandelt de praktijk van “neutralisatie” van schepen in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), met bijzondere aandacht voor de strategieën waarmee handelaars hun eigendommen probeerden te beschermen tegen de kaapvaart. Door te onderzoeken hoe schepen juridisch en praktisch “geneutraliseerd” werden, werpt dit onderzoek nieuw licht op de complexiteit van maritieme oorlogsvoering en handelsstrategieën in een Europa vol conflict.
Niet alleen wordt daarmee aangesloten bij het al bestaande onderzoek naar kapers, maritieme handel en neutraliteit, zoals dat van Parmentier, Farasyn en Schankenbourg. Deze thesis vult ook concrete gaten in de historiografie op. Zo focuste het onderzoek zich op onderbelichte aspecten zoals de naamsveranderingen van schepen; de praktische situatie aan boord van een geneutraliseerd schip en de band met de haven van registratie.
Methodologisch combineert dit onderzoek drie bronnen: de notariële akten opgemaakt in Oostende tijdens het conflict, scheepsbewegingen waarvan de gegevens met behulp van AI werden geëxtraheerd uit de Gazette van Gend; en de Prize Papers van het Engelse High Court of the Admiralty. Door deze bronnen systematisch te koppelen en te analyseren werd een beeld gevormd van de praktische werking van neutralisatie als de geografische netwerken erachter. In de verwerking werd gebruik gemaakt van AI voor datamining, met bijgevoegd een kritische reflectie over de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van AI voor dit en toekomstig onderzoek.
De thesis bestaat uit drie inhoudelijke onderzoek hoofdstukken: een kwantitatieve analyse van de herkomst locatie en vaargeschiedenis naar Oostende van geneutraliseerde schepen; een semantische en taalkundige studie van naamsveranderingen; en een case study van de kaping van het schip “de Dageraad van Oostende”, waarbij de verborgen gezagsstructuur aan boord en de juridische verdediging nader onderzocht worden.
De conclusie toont aan dat neutralisatie in Oostende niet beperkt bleef bij het bekomen van scheepsdocumenten, maar dat er een complexe fictie gecreëerd werd om de schepen veilig te proberen stellen van kapers. Dit gebeurde aan de hand van naamsveranderingen en pragmatische organisatie. Daarnaast werd aangetoond dat geneutraliseerde schepen geen fysieke band met Oostende hoefden te hebben tijdens de neutralisatie. Hiermee levert deze scriptie een vernieuwende bijdrage aan de geschiedenis van zowel neutraliteit, handel en maritieme cultuur in de late 18de eeuw.

Meer lezen

De betrokkenheid van het kind in (echt)scheidingsbemiddeling

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Vastmans
Artikel 12 van het IVRK erkent het recht van kinderen om betrokken te worden in alle aangelegenheden die het kind aanbelangen. Bovendien moet aan hun mening passend belang worden gehecht, in overeenstemming met hun leeftijd en maturiteit. Hoewel dit spreekrecht stevig verankerd is in gerechtelijke procedures via artikel 1004/1 van het Gerechtelijk Wetboek, is er tot op heden geen juridische grondslag voor de uitoefening van dit recht in bemiddelingsprocessen die het kind aanbelangen. In het licht hiervan gaat deze masterthesis na hoe het spreekrecht van kinderen in het kader van (echt)scheidingsbemiddeling in België juridisch kan worden versterkt en verankerd. Hiertoe wordt een interdisciplinair onderzoek gevoerd, bestaande uit een juridische analyse van de wetgeving, rechtsleer en – in beperkte mate – rechtspraak, aangevuld met een empirisch onderzoek, waarin de huidige bemiddelingspraktijk in kaart wordt gebracht.
Meer lezen

Omgaan met schaamte: Als gezinswetenschapper het onbespreekbare, bespreekbaar maken

Odisee Hogeschool
2025
Nancy
Rits
Schaamte is een intens en vaak verlammend gevoel dat een grote invloed kan hebben op het welzijn van cliënten én op hun bereidheid om hulp te zoeken of hulp te aanvaarden.
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe schaamte een rol speelt binnen intrafamiliaal geweld, meer specifiek in partnerrelaties. Eveneens wordt onderzocht hoe we als hulpverleners het onbespreekbare toch bespreekbaar zouden kunnen maken. De scriptie vertrekt vanuit een praktijkgerichte casus die de problematiek concreet en beklijvend maakt. Vanuit de drie invalshoeken, de psychologische, communicatieve en de invalshoek van de hulpverlener, wordt de thematiek van schaamte diepgaand verkend.

De psychologische invalshoek richt zich op hoe persoonlijkheidskenmerken, gehechtheid en emotionele patronen mee vorm geven aan het ontstaan én in stand houden van schaamte. Er wordt onderzocht hoe schaamte verweven is met kwetsuren uit het verleden en hoe deze zich uiten in intieme relaties. Modellen zoals de gehechtheidstheorie en Emotionally Focused Therapy (EFT) helpen om destructieve interactiepatronen (ook wel ‘duivelse dansen’ genoemd), te begrijpen en te doorbreken (Johnson, 2019).

De communicatieve invalshoek belicht hoe schaamte zich uit in sociale interacties en hoe communicatie bepalend is voor het al dan niet bespreekbaar maken ervan. Er wordt dieper ingegaan op de rol van sociale normen, cultuur en het belang van veiligheid en empathie in gesprekken. Verbindende communicatie vormt hierbij een belangrijke kader. Deze invalshoek toont aan dat taal en houding het verschil kunnen maken tussen verbinding en afstand.

De invalshoek van de hulpverlener focust op de professionele praktijk. Binnen de context van het politiewerk wordt er gekeken naar het wettelijk kader bij intrafamiliaal geweld. We staan stil bij hoe crisisgespreksvoering kan bijdragen aan de bespreekbaarheid van gevoelige thema’s (Roberts, 2000). tegelijk wordt er aandacht besteed aan de hulpverlener zelf: aan diens draagkracht, aan de impact van confrontatie met geweld en schaamte en aan het belang van zelfzorg en collegiale ondersteuning. Het besef groeit dat ook de hulpverlener ruimte nodig heeft om ‘geraakt’ te mogen zijn, zonder oordeel (Deganseman et al., 2023).

Aansluitend bij deze invalshoeken werden twee veranderingsstrategieën uitgewerkt. De eerste strategie betreft een infobrochure die cliënten op een toegankelijke manier erkenning biedt en hen uitnodigt om het gesprek over schaamte aan te gaan. De tweede strategie focust op de hulpverlener en combineert vorming met intervisie, waardoor er ruimte kan ontstaan voor zelfreflectie, ondersteuning en verdieping. Beide strategieën werden getoetst aan het werkveld, waaruit blijkt dat zowel cliënt als hulpverleners nood hebben aan praktische materialen én ruimte om hun beleving te delen. Een duurzame verandering is enkel mogelijk als we oog hebben voor het perspectief van de cliënt én het perspectief van de hulpverlener. Pas dan ontstaat er ruimte voor herstel, verbinding en echte ontmoeting, daar waarbij schaamte plaats mag maken voor erkenning en groei.
Meer lezen

Isoleren of Isoleren? Een analyse van conflicterende belangen tussen energie-renovatie en huur(betaal)baarheid

Universiteit Gent
2025
Gaëlle
Detrooz
Naarmate Europa richting een duurzame toekomst beweegt, herschept een groeiende golf aan groene beleidsmaatregelen het woonlandschap en ontstaan er kansen voor een meer rechtvaardige samenleving. De weg vooruit kent echter ook uitdagingen, vooral op het vlak van woonbetaalbaarheid.

Energiezuinige renovaties vragen vaak aanzienlijke investeringen vooraf, meestal gedragen door verhuurders, terwijl de resulterende energiebesparing bij de huurders terechtkomt. Die misalignment tussen kosten en baten staat bekend als het “split-incentive”-probleem. Het roept kritische vragen op over de manier waarop de renovatieagenda de huurprijzen en de beschikbaarheid van betaalbare woningen beïnvloedt. Al vóór deze groene transitie stonden huurders vaak op achterstand ten opzichte van eigenaars. Vandaag dringt zich een urgente vraag op: zal de golf van energierenovaties bestaande ongelijkheden vergroten?

Om dit aan te pakken biedt het concept van “just resilience” een zinvol kader. Het pleit voor benaderingen die ervoor zorgen dat de kosten van duurzame vooruitgang eerlijk worden verdeeld, in het bijzonder dat mensen met beperkte middelen niet onevenredig worden belast. In deze context wil rechtvaardige veerkracht de noden van de huurders van vandaag verzoenen met de langetermijndoelstellingen van het klimaatbeleid.

Deze thesis onderzoekt het kruispunt van ambitieuze renovatiepolitiek en woonrechtvaardigheid, en nodigt uit tot reflectie over hoe we deze transitie kunnen vormgeven op een manier die zowel ecologisch doeltreffend als sociaal rechtvaardig is.
Meer lezen

De faciliterende rol van lokale besturen in inclusieve co-creatie: een vergelijkende casestudie van co-creatieprojecten in twee Vlaamse steden

KU Leuven
2025
Ella
Hermans
Lokale besturen spelen een sleutelrol in het creëren van een inclusieve samenleving. Toch ervaren kwetsbare groepen, zoals mensen in armoede, migranten, laaggeletterden en digitaal uitgesloten personen, vaak drempels om deel te nemen aan beleid en dienstverlening. Taalbarrières, wantrouwen en beperkte digitale vaardigheden zorgen ervoor dat hun stem minder gehoord wordt, terwijl hun betrokkenheid net cruciaal is om uitsluiting en ongelijkheid tegen te gaan.

Deze scriptie onderzoekt hoe inclusieve co-creatie vorm krijgt in Vlaanderen, via een vergelijkende casestudie in Genk en Beringen. Beide steden zetten sterk in op participatie, maar kiezen daarbij voor uiteenlopende strategieën. Genk werkt vanuit formele structuren met participatieambtenaren, wijkmanagers en instrumenten zoals het 'Burgerbudget'. Beringen kiest voor een relationele aanpak, waar nabijheid en vertrouwen centraal staan, en intermediairs zoals SAAMO Limburg bruggen bouwen naar moeilijk bereikbare groepen.

De analyse toont dat er geen universele succesformule bestaat. Duurzame co-creatie vraagt een geïntegreerde aanpak waarin structuren, netwerken, cultuur en middelen elkaar versterken. Een ondersteunende organisatiecultuur met vertrouwen, flexibiliteit en gedeeld leiderschap blijkt onmisbaar. Tegelijk zijn middelen zoals tijd, budget en expertise noodzakelijke voorwaarden om participatiedrempels daadwerkelijk te verlagen.

De kracht van co-creatie ligt dus in de combinatie van stabiliteit en nabijheid. Lokale besturen kunnen leren door structurele participatieverankering te koppelen aan relationele netwerken die aansluiten bij de leefwereld van burgers. Co-creatie wordt zo meer dan een methode: het is een proces van geduld, empathie en langdurige inzet, met het potentieel om inclusie in beleid en dienstverlening effectief te versterken.
Meer lezen