Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Urinary sodium-guided precision management for heart failure

KU Leuven
2025
Evelyne
Meekers
Verbetering opvolging en therapie bij patiënten met hartfalen, onder andere door gebruik van urinaire zoutmetingen.
Dit werd zowel getest bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis met hartfalen en thuis. Gebruik van een urinair geleid zoutschema in het ziekenhuis laat het toe om sneller de juiste dosis plasmedicatie voor de juiste patiënt te vinden; waardoor patiënten sneller klachtenvrij het ziekenhuis kunnen verlaten.
Daarnaast is er tevens een rol voor patiënten thuis. Een eenmalige meting laat een betere inschatting van de prognose bepaling van de patiënt toe. Daarnaast kan het helpen om de plaspil thuis beter te doseren en daarmee ook onnodige ongemakken te voorkomen. De patiënt staat hierbij centraal waarbij hij mee controle krijgt over zijn ziekte.
Meer lezen

Onderzoek naar de neurale basis van natuurlijke spraak bij personen met afasie via voxel-wise lesion-symptom mapping

KU Leuven
2025
Sara
Dupont
  • Eline
    Biermans
Ongeveer één op de vier personen met een beroerte krijgt te maken met afasie, een taalstoornis waarbij het begrijpen en/of produceren van taal moeilijk kan verlopen. In deze masterproef zoeken we een link tussen de taalfouten die personen met afasie maken en de exacte locatie van hun hersenletsel. Dit deden we aan de hand van de innovatieve techniek 'voxel-wise lesion-symptom mapping'. Wat ons onderzoek bijzonder maakt, is dat we bij de taaltesten gebruikmaken van natuurlijke spraak. Zo krijgen we een accurater beeld van het dagelijks taalgebruik van de personen met afasie. Deze studie opent nieuwe wegen om te voorspellen welke hersenschade welke taalproblemen veroorzaakt en hoe personen met afasie zullen herstellen.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

De invloed van verpleegkundig pijnmanagement op de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten: een onderzoek naar effectieve interventies en een verbeterde zorgervaring

Hogeschool UCLL
2025
Moira
Forêt
Inleiding:

Pijn is één van de meest voorkomende en invaliderende symptomen bij oncologische patiënten en heeft een aanzienlijke impact op hun fysieke, emotionele en sociale welzijn. Ondanks de beschikbaarheid van pijnmedicatie, blijft pijn vaak onvoldoende onder controle gehouden en onderbehandeld, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert. Als oncologisch verpleegkundige ben je werkzaam in de directe klinische zorg en speel je een belangrijke rol in het signaleren, beoordelen en behandelen van pijn, en dragen hierdoor actief bij aan het optimaliseren van de zorgervaring.

Doelstelling:

Het doel van deze bachelorproef is om na te gaan hoe verpleegkundig pijnmanagement de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten beïnvloedt, en welke farmacologische en niet-farmacologische interventies hierin het meest effectief zijn. De nadruk ligt vooral op een holistische patiëntgerichte aanpak die verder gaat dan enkel de medicamenteuze pijnstilling die men nu gebruikt.

Methodologie:

Er werd aan de hand van een systematische literatuurstudie gezocht in wetenschappelijke databanken zoals PubMed, waarbij de PICO- methode gebruikt werd om de onderzoeksvraag scherp te stellen. Verder werden inclusiecriteria gehanteerd die focussen op oncologische patiënten, niet-medicamenteuze interventies en uitkomsten zoals verminderde pijnbeleving, verbeterde slaap, mobiliteit en psychisch welzijn. Uiteindelijk werden acht relevante studies diepgaand geanalyseerd, waaronder systematische reviews en randomized controlled trials. Daarnaast werden andere artikels geïncludeerd ter aanvulling.

Resultaten:

Resultaten tonen aan dat een combinatie van farmacologische en complementaire interventies het meest doeltreffend is voor het verbeteren van de levenskwaliteit. Interventies zoals mindfulness, muziektherapie, aromatherapie, virtual reality en cognitieve gedragstherapie blijken significante effecten te hebben op pijnreductie en emotioneel welzijn. Verder kwam naar voor dat effectieve communicatie, educatie van verpleegkundigen en multidisciplinaire samenwerking van belang zijn voor een succesvol pijnmanagement. Een praktische ervaring op de afdeling hematologie van UZ Leuven bevestigde deze bevindingen en illustreerde verder de impact van verpleegkundig handelen binnen de dagelijkse praktijk.

Conclusie:

Verpleegkundig pijnmanagement heeft een directe invloed op de levenskwaliteit van oncologische patiënten. Door in te zetten op een multidimensionele en patiëntgerichte aanpak, waarbij zowel farmacologische als niet- farmacologische strategieën worden toegepast, kunnen verpleegkundigen bijdragen aan een menswaardigere en effectieve pijnzorg. Binnen deze bachelorproef wordt het belang van kennis, communicatie en samenwerking binnen het verpleegkundig domein onderstreept, en word er gepleit voor meer aandacht en opleiding rond pijnbehandeling binnen een oncologische setting.
De verpleegkundige is kortom de belangrijkste schakel tussen patiënt en arts waar zowel de fysieke als de mentale aandachtspunten van de patiënt hoog in het vaandel staan en waarbij we zorgen dat patiënten correct en gericht doorverwezen worden.

Referentie(s):

(Mestdagh et al., 2023; Wu et al., 2023; Bouya et al., 2018; Warth et al., 2020; Nijs, 2021; Van Veen et al., 2024; Wang et al., 2023; Ghavami et al., 2022)



Meer lezen

The impact of artificial intelligence on the cost of radiotherapy in low- and middle-income countries

Universiteit Gent
2025
Thyra
Vermorgen
This master’s thesis explores how artificial intelligence (AI) can help address economic
and operational barriers to radiotherapy in low and middle income countries (LMICs),
where access is limited despite a rising cancer burden. A major obstacle in these regions is the shortage of trained professionals and the high cost of treatment planning
and delivery.
The study evaluates whether the Radiotherapy Planning Assistant (RPA), an AI based
tool, can improve efficiency and reduce costs in LMIC radiotherapy departments. Data
from four centres in the ARCHERY study,covering cervical, head and neck, and prostate
cancers, were analysed using the ESTRO HERO Time Driven Activity Based Costing
(TDABC) model. Simulations modelled planning time reductions of 70 percent, 80 percent, and 90 percent for eligible tumour types.
Baseline results showed equipment as the dominant cost driver, limiting overall cost
reductions. However, time savings from AI integration improved treatment planning
system availability and reduced staff workload. These gains suggest enhanced efficiency and capacity, especially in high volume settings. While AI may not yield large
financial savings alone, it alleviates key bottlenecks and supports workforce optimisation, provided infrastructure and system capacity are strengthened.
Meer lezen

LEVENSKWALITEIT VAN PATIËNTEN MET EEN STEUNHART: TOEPASSING VAN DE QOLVAD-VRAGENLIJST EN ANALYSE VAN GEASSOCIEERDE FACTOREN

Universiteit Gent
2025
Steffi
Demeyer
Doelstelling
Hartfalen is wereldwijd een toenemend gezondheidsprobleem. Left Ventricular Assist Devices (LVAD’s) verbeteren zowel overleving als levenskwaliteit (HRQoL) bij terminaal hartfalen. Generieke meetinstrumenten meten de specifieke impact van een LVAD op HRQoL onvoldoende. Deze pilootstudie meet HRQoL bij Vlaamse LVAD-patiënten met een ziektespecifiek meetinstrument: de QOLVAD-vragenlijst, en identificeert factoren die met HRQoL samenhangen.

Methode
In de cross-sectionele pilootstudie (n = 8) werd HRQoL bij LVAD-patiënten uit 2 Vlaamse universitaire centra gemeten met de EQ-5D-3L en QOLVAD-vragenlijst en onderling vergeleken. Wilcoxon-Signed Rank testen vergeleken de resultaten van de QOLVAD-vragenlijst met een referentiecohort. Bivariate analyses identificeerden factoren geassocieerd met HRQoL en werden aangevuld met een verdiepend literatuur-onderzoek.

Resultaten
De HRQoL-metingen met EQ-5D-3L en QOLVAD toonden discrepanties in het fysieke en emotionele domein. De steekproef rapporteerde significant hogere HRQoL op de QOLVAD dan het referentiecohort (p = 0.04), maar lagere scores op het spirituele domein (p = 0.07). Bivariate analyses wezen op negatieve associaties met ernstige complicaties (p = 0.12), BMI (p = 0.16), aantal ziekenhuisopnames (p = 0.24), hogere leeftijd (p = 0.35) en implantatie als DT (p = 0.14). Verdiepend literatuuronderzoek bevestigde deze verbanden en identificeerde bijkomende determinanten, waaronder psychiatrische aandoeningen, cognitieve vaardigheden en tewerkstelling.

Conclusie
De studiepopulatie vertoonde een hoge HRQoL met de QOLVAD-vragenlijst. Verschillen tussen EQ-5D-3L en QOLVAD onderstrepen het klinisch nut van de QOLVAD als sensitief meetinstrument voor LVAD-specifieke uitdagingen, zeker bij patiënten met risicofactoren voor een lagere HRQoL. Verdere Europese validatie en onderzoek naar HRQoL bij LVAD-patiënten in Europa zijn aanbevolen.
Meer lezen

Obstetrisch geweld in Sub-Saharaans Afrikaanse en Europese contexten. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniale feministische lens.

Universiteit Gent
2025
Yana
Demey
Obstetrisch geweld en respectvolle geboortezorg staan op de agenda van overheden en internationale vrouwen- en gezondheidsorganisaties, met name in lage- en middeninkomenslanden. Obstetrisch geweld is een vorm van gendergerelateerd en medisch geweld dat historisch voortkomt uit genderongelijkheid, de ontwikkeling van de biomedische wetenschap en koloniale verhoudingen. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniaal feministische lens waarbij 25 gepubliceerde gezondheidsonderzoeken werden geanalyseerd, toont hoe het concept van respectvolle geboortezorg een vorm van kolonialiteit inhoudt, obstetrisch geweld als een kleurenblind concept wordt toegepast en hoe de epistemische kennis van bevallende vrouwen niet of nog onvoldoende erkend wordt.
Meer lezen

HOOG SENSITIVITEIT IN HET DOMEIN VAN DE SENSUALITEIT Een beschrijvend onderzoek naar het verband tussen hoog sensitiviteit en seksualiteit

KU Leuven
2025
Vanessa
Verlinden
Deze masterproef onderzoekt de mogelijke invloed van hoog sensitiviteit op seksualiteit, beide worden beïnvloed door een combinatie van persoonlijkheidskenmerken en biologische factoren. Ondanks het feit dat hoog sensitiviteit een aantoonbare impact kan hebben op de fysieke en mentale gezondheid (Costa-lópez et al.,2021), is de relatie met seksuele gezondheid tot op heden weinig onderzocht. Voorts blijkt uit onderzoek van Lionetti et al. (2018) dat hoog sensitieve personen, door hun verhoogde gevoeligheid voor positieve omgevingsinvloeden, ook sterker kunnen reageren op psychotherapeutische interventies. Dit impliceert dat hun verhoogde kwetsbaarheid tegelijk ook kansen biedt voor een effectieve behandeling.
In het kader van dit beschrijvend onderzoek werd via sociale media en HSP Vlaanderen een online vragenlijst verspreid, resulterend in een steekproef van 273 respondenten die voldeden aan de inclusiecriteria. De vragenlijst omvatte reeds gevalideerde vragenlijsten die persoonlijkheidskenmerken, Sensation Seeking, seksuele inhibitie en excitatie en seksuele disfuncties nagaan. Bij de analyses werd er een onderscheid gemaakt op basis van geslacht en Sensation Seeking. Er werden 241 vrouwen en 32 mannen weerhouden met een HSP score die boven gemiddeld was.
De resultaten toonden enkele discrepanties met de bestaande literatuur wat betreft persoonlijkheidskenmerken. Hoog sensitieve personen scoorden doorgaans lager op extraversie, terwijl het gemiddelde in deze steekproef het theoretisch gemiddelde benaderde. Ook op vriendelijkheid lag het gemiddelde hoger dan wat de literatuur aangeeft. De hogere scores op openheid en neuroticisme bij hoog sensitieve personen werden wel bevestigd. Deze kenmerken kunnen enerzijds bijdragen aan grotere seksuele tevredenheid, maar anderzijds ook een negatieve invloed uitoefenen door verhoogde prikkelgevoeligheid. Ook op het vlak van seksuele inhibitie en excitatie waren er afwijkingen. Mannen scoorden hoger dan vrouwen op inhibitie, terwijl vrouwen hoger scoorden op excitatie. Opvallend is dat de hoog sensitieve personen in dit onderzoek vaker seksuele problemen, lijdensdruk en seksuele disfuncties rapporteerden dan wat in de algemene Vlaamse populatie werd vastgesteld in het Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013). De hogere prevalentie van seksuele disfuncties kon echter niet worden verklaard op basis van seksuele inhibitie, excitatie of Sensation Seeking.
Uit deze studie blijkt dat hoog sensitieve personen hoog scoren op vriendelijkheid en openheid, waardoor ze mogelijk een hogere seksuele tevredenheid ervaren. Daarnaast lopen ze een verhoogd risico op seksuele problemen en eventuele lijdensdruk, waardoor er mogelijk ook meer kans is op seksuele disfuncties. Hoog sensitieve personen vertegenwoordigen vermoedelijk een groot deel van de populatie die vroeg of laat nood heeft aan seksuologische hulpverlening. Het is dan ook opportuun om seksualiteit in relatie tot hoog sensitiviteit verder te onderzoeken, bij voorkeur op basis van grotere en meer representatieve steekproeven om de bevindingen te versterken. Daarbij verdient ook de rol van mogelijke biologische factoren aandacht. Tot slot is het aangewezen om bestaande interventies meer toe te spitsen op specifieke kenmerken van hoog sensitieve personen. Meer inzicht in de seksuele beleving van hoog sensitieve personen is niet alleen van belang voor henzelf, maar ook voor hun partners en de hulpverleners die hen begeleiden bij seksuele bezorgdheden.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

Multi-branch Neural Networks for Drug-target Interaction Prediction and Target-conditioned de novo Drug Design

Universiteit Gent
2025
Robbe
Claeys
Het ontdekken van nieuwe interacties tussen geneesmiddelen en proteïne-doelwitten (DTIs) is cruciaal voor therapeutische innovatie, maar experimentele validatie is kostelijk
en schaalt niet naar de astronomische omvang van chemische mogelijkheden. Heterogene, schaarse bindingsdata en beperkte diversiteit belemmeren robuuste voorspelling en de mogelijkheden voor in silico moleculaire ontwerp. Deze scriptie presenteert een geïntegreerd raamwerk dat data, representaties en modellen opschaalt voor DTI-voorspelling en doelwit-gestuurd de novo geneesmiddelontwerp.

Een gecombineerd DTI-corpus (339k interacties) en twee grote pretrainingsbronnen werden samengesteld om zowel supervised als unsupervised leerdoelen te ondersteunen. Centraal in het raamwerk is een flexibele, modulaire multi-branch architectuur: elke branch van het model (geneesmiddel of doelwit) kan geïnstantieerd worden als een encoder met enkele invoer, of als een multi-invoer-encoder die complementaire representaties fuseert (bijv. graaf, vingerafdruk, aminozuursequentie, DNA-signalen).
De geneesmiddel branch kan ook een variatie-sampling kop en een latent-gestuurde, discrete diffusie gebaseerde moleculaire graaf-generator omvatten. Branches kunnen
gezamenlijk getraind worden voor supervised DTI-voorspelling, of onafhankelijk met unsupervised/self-supervised leerdoelen om biologische voorkennis langs domeinen
heen in te brengen.

Resultaten tonen een regime-afhankelijk beeld: in data-arme regimes zijn foundationmodel embeddings het effectiefst, terwijl moleculaire vingerafdrukken de leiding hebben
wanneer data abundant zijn. Analyses tonen aan dat geneesmiddel-representaties de DTI-voorspellingsnauwkeurigheid sturen, met graaf-gebaseerde representaties als
meest invloedrijk; aminozuur- en DNA-signalen zijn complementair voor proteïnen. Algemeen verduidelijkt deze studie wanneer en hoe leren van meerdere representaties
en transfer learning helpen, biedt het een reproduceerbare basis voor DTI-voorspelling, en toont het de haalbaarheid aan van latent-gestuurde omgekeerde diffusie voor het
genereren van chemisch valide, doelwit-specifieke moleculen waarvan de farmacofore kenmerken consistent zijn met de bredere biochemische literatuur.
Meer lezen

Slimme Omgevingen voor Kleine Patiënten: De invloed van virtual reality (VR) op angst in de pediatrische spoed-box

Hogeschool PXL
2025
Wasim
Vandepoel
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe Virtual Reality (VR) ingezet kan worden om angst bij kinderen tussen 6 en 12 jaar te verminderen tijdens hun verblijf op de spoedgevallendienst. Het onderzoek vertrekt vanuit de vaststelling dat angst een veelvoorkomend probleem is bij pediatrische patiënten, en dat technologische hulpmiddelen zoals VR mogelijk een positieve invloed kunnen hebben op hun beleving van medische procedures.
Via een combinatie van literatuurstudie, een CAT-analyse en een praktijkgerichte interventie werd nagegaan hoe VR kan bijdragen aan kindvriendelijke zorg. Daarnaast werd onderzocht hoe zorgverleners – waaronder verpleegkundigen, artsen en gastvrouwen – staan tegenover het gebruik van VR in hun dagelijkse praktijk. Uit de resultaten blijkt dat passieve educatie onvoldoende is om gedragsverandering te stimuleren. Een interactieve workshop, waarbij het spoedteam zelf de VR-bril kon uitproberen, leidde tot een duidelijke toename in kennis en bereidheid tot toepassing.
Hoewel VR momenteel nog niet actief wordt gebruikt op de spoedafdeling, toont deze studie aan dat er potentieel is voor implementatie. De bachelorproef levert concrete aanbevelingen en materialen aan, waaronder een protocol, handleiding en educatieve poster, om de introductie van VR in de pediatrische spoedzorg te ondersteunen.
Meer lezen

De beleving van de partner van een transgender persoon na een genderbevestigende ingreep. Een kwalitatief onderzoek met de focus op relatie, intimiteit en seksualiteit.

KU Leuven
2025
Maximo
Meerschaut
In deze masterproef wordt de romantische en seksuele beleving van cisgender partners van een transgender persoon na het ondergaan van een genderbevestigende ingreep onderzocht. Eerder onderzoek toont aan dat er nog onvoldoende kennis is over de gevolgen hiervan op de partner en de partnerrelatie. Ook op andere levensdomeinen lijken nog enkele blinde vlekken, wat de nood aan onderzoek omtrent de beleving van de partners en diens specifieke noden en behoeften benadrukt. Deze masterproef werd opgezet met de ambitie meer inzicht te verwerven betreffende de beleving, noden en behoeften van deze partners, zodoende de toekomstige partnerzorg hierop beter kan worden afgestemd.
Dit onderzoek betreft een kwalitatieve studie middels zeven semigestructureerde interviews met cisgender partners van wie de trans partner de genderbevestigende operatie minimaal zes maanden geleden onderging. Alle interviews werden opgenomen, gepseudonimiseerd, getranscribeerd en handmatig geanalyseerd volgens het stappenplan van Braun en Clarke (2006) betreffende thematische analysemethode.
Deze thematische analyse resulteerde in vier centrale thema’s. Thema 1 benadrukt dat open communicatie een cruciaal aspect is binnen de relatie. De transitie werd als een emotionele rollercoaster ervaren, waarbij het opnemen van de verzorgende rol voor voldoening zorgde in een emotioneel belastende herstelperiode. Alle participanten vonden het vanzelfsprekend om er te zijn voor hun trans partner. Thema 2 gaat in op de gevolgen van de genderbevestigende ingreep, waarbij de partner soms een bijdrage kan leveren en een impact hebben op de operatiekeuze. Fertiliteit kwam af en toe ter sprake als een gevoelig thema, aangezien een natuurlijke zwangerschap meestal niet mogelijk is. In thema 3 wordt intimiteit gedefinieerd als “er voor elkaar zijn”, connectie, vertrouwen en samenzijn. Verschillende participanten gaven aan dat er geen veranderingen waren in emotionele intimiteit. Echter zijn er sommigen die aangeven dat dit geleid heeft tot een hechtere band. Seksualiteit werd dan weer benoemd als verlangen naar en het hebben van seks en genot. Postoperatieve seksualiteit werd ervaren als een ontdekkingstocht waarbij men met communicatie en voorzichtigheid het lichaam van de trans partner opnieuw gaat leren kennen. De verandering in seksueel script werd meermaals als positief ervaren. Thema 4 geeft de specifieke noden en behoeften doorheen de transitie aan, waarbij voornamelijk steun en betrokkenheid essentieel bleken. Uit de data bleek er ook een duidelijke informatiebehoefte, althans onmiddellijk na de ingreep, waarvoor een brochure werd gesuggereerd. Verder werd ook het gebrek aan lotgenotencontact beschreven, waarbij praatavonden als potentiële oplossing werden genoemd.
Deze bevindingen en terugkoppeling naar de literatuur zijn terug te vinden in de discussie sectie. Er kan geconcludeerd worden dat een genderbevestigende ingreep grote gevolgen heeft op diverse aspecten van de relatie, waaronder de relatiebeleving, fertiliteit en seksualiteit. In de periode onmiddellijk na de ingreep wordt een grote marge aan diverse gevoelens ervaren, waaronder angst, machteloosheid, maar ook dankbaarheid en een sterkere connectie. Echter kunnen deze gevoelens deels worden verlicht door het vervullen van de informatiebehoefte. Deze masterproef eindigt met een uiteenzetting van de beperkingen van het onderzoek, implicaties voor verder onderzoek en een samenvattende conclusie.
Meer lezen

Een innovatieve leerervaring in het zorgonderwijs - Escape room: Maurice De Groots laatste uur

Odisee Hogeschool
2025
Eline
Massart
  • Evelien
    Maes
In mijn praktijkonderzoek heb ik onderzocht hoe gamification, via een escape room, het leren kan stimuleren en het effect heeft op het kennisbehoud van leerlingen. Tijdens de activiteit hebben leerlingen opdrachten uitgevoerd die waren gebaseerd op theoretische kennis, waarna hun betrokkenheid, motivatie en kennisbehoud werden gemeten. De resultaten laten zien dat gamification niet alleen het leren leuker maakt en de betrokkenheid vergroot, maar ook een positief effect heeft op het onthouden en toepassen van de theoretische kennis.
Meer lezen

Herkenning van geslachtsspecifieke symptomen bij een myocardinfarct: Implicaties voor verpleegkundige zorg en vroege diagnostiek

Thomas More Hogeschool
2025
Annelies
Verlinde
In deze scriptie wordt onderzocht hoe mannen en vrouwen verschillen in de manier waarop een hartinfarct zich manifesteert en welke gevolgen dit heeft voor verpleegkundige zorg. Omdat vrouwen vaker atypische klachten ervaren, zoals kortademigheid of vermoeidheid, wordt hun infarct minder snel herkend en behandeld. Dit leidt tot ongelijkheid in uitkomsten en een verhoogd risico op complicaties. Via een literatuurstudie werd nagegaan hoe verpleegkundigen deze signalen beter kunnen identificeren en werd een educatieve folder ontwikkeld om zowel zorgverleners als patiënten te ondersteunen. Het eindwerk benadrukt zo de noodzaak van geslachtssensitieve zorg en biedt een praktisch hulpmiddel om diagnostische vertraging bij vrouwen te verminderen.
Meer lezen

Zachte warmte, grote impact: Kangaroo care als pijnbestrijding bij neonaten

Thomas More Hogeschool
2025
Amber
Monten
De scriptie gaat over kangoeroezorg als manier om acute pijn bij neonaten te verlichten, vooral op de NICU. Hoewel huid-op-huidcontact bewezen voordelen heeft wordt het tijdens medische handelingen zoals bloedafnames nog weinig toegepast. In het werk worden de belangrijkste drempels besproken, zoals beperkte ruimte, terughoudendheid van zorgverleners en praktische moeilijkheden voor ouders. Op basis van de literatuur is een verpleegkundig protocol uitgewerkt dat laat zien hoe kangoeroezorg veilig kan worden geïntegreerd in procedures zoals bloedafnames. De kernboodschap is dat kangoeroezorg niet alleen goed is voor de prematuur, maar ook ouders sterker betrekt en verpleegkundigen helpt om meer holistische zorg te bieden.
Meer lezen

Medisch beroepsgeheim onder druk: tussen willen spreken en mogen spreken in verband met vaststellingen/ vermoedens van kindermishandeling

Hogeschool UCLL
2025
Caithlyn
Reyns
Wat een arts niet mag doen in verband met zijn beroepsgeheim is duidelijk bepaald in de Strafwet. Het is echter een andere situatie wanneer het gaat om de gevallen waarbij een arts zijn beroepsgeheim kan doorbreken en welke voorwaarden dienen vervuld te zijn vooraleer dit kan gebeuren. Zo kan het beroepsgeheim, buiten de gevallen bij wet bepaald, doorbroken worden wanneer de arts hiervoor de toestemming van de patiënt heeft, of wanneer hij zich beroept op het principe van de noodtoestand, vermits voldaan is aan de voorwaarden.

De situatie is echter veel complexer wanneer het over een minderjarige patiënt gaat. In dat geval is de persoon in kwestie handelingsonbekwaam en kan deze onmogelijk zijn patiëntenrechten zelf uitoefenen. Bijgevolg kan de arts ook geen geldige toestemming van een handelingsonbekwame, minderjarige patiënt verkrijgen en moet hij de wettelijke vertegenwoordiger hiervoor aanspreken. Bij deze concrete casussen moet er een bijzondere aandacht gevestigd worden op het ontbreken van een wettelijke grondslag die voorziet in een procedure betreffende de melding van vermoedens van kindermishandeling. Hetgeen wel bij wet bepaald is, zorgt ervoor dat een arts de misdrijven waarvan hij kennis heeft genomen, kan meedelen aan de Procureur des Konings en dit dus geen wettelijke verplichting inhoudt. Later zal blijken dat dit slechts gebeurt bij de meest ernstige situaties. De ziekenhuizen trachten eerst de interne procedure te volgen die minder verregaande plichten oplegt.

Wat sterk benadrukt wordt in deze procedures is de samenwerking zowel intern als extern in verschillende fases en situaties van de vermoedens en vaststellingen van kindermishandeling. Aan de hand van een stappenplan, gebaseerd op begeleidende vragen, zal de geheimhouder een begeleidde beslissing kunnen maken in verband met het al dan niet raadplegen van hulp.

Wanneer een geheimhouder zijn beroepsgeheim schendt, zonder dat de voorwaarden van artikel 458 Sw. en 458bis Sw. vervuld zijn, kan hij op enkele verschillende manieren aansprakelijk gesteld worden. De eerste vorm van aansprakelijkheid betreft de strafrechtelijke aansprakelijkheid, vermits de schending van het beroepsgeheim een misdrijf uitmaakt. Dit misdrijf kan bestraft worden met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. Daarnaast is er ook de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, die opgedeeld wordt in buitencontractuele en contractuele aansprakelijkheid. De contractuele aansprakelijkheid primeert steeds op de buitencontractuele aansprakelijkheid, tenzij de fout een misdrijf uitmaakt, of geen onderdeel is van een contract. Wanneer het gaat om een medische fout, is er sprake van buitencontractuele aansprakelijkheid. Een interne vorm van aansprakelijkheid is de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij de dader tuchtrechtelijk aangesproken kan worden voor het schenden van de interne plichtenleer van zijn bepaalde groep waarbinnen de belangen van die groep verdedigd worden.

Aan de hand van dit onderzoek is duidelijk geworden dat er veel onzekerheden zijn bij hulpverleners in het kader van het medisch beroepsgeheim en de grenzen die ze hierin moeten trekken en/of verleggen. De nood aan een duidelijk wettelijk kader is bijgevolg groot.
Meer lezen

Thuismedicatie in zelfbeheer

Arteveldehogeschool Gent
2025
Chelsea
Vervaeck
  • Jolisa
    Bracke
Onze scriptie gaat over de mogelijkheid van zelfbeheer van thuismedicatie tijdens ziekenhuisopnames. Dit concept zou voordelen kunnen bieden zoals tijdwinst voor verpleegkundigen en het verhogen van autonomie voor de patiënten. In de praktijk blijkt dat dit alles niet zo eenvoudig te realiseren valt en dat er weerstand heerst bij de verpleegkundigen. Om dit project te kunnen laten slagen, is er nood aan specifieke voorwaarden. Dit alles werd onderzocht in onze bachelorproef.
Meer lezen

Design and Development of Custom-Made 3D Printed Breast Prostheses: A Multidisciplinary Approach Integrating Material Science, 3D Scanning, Product Design and Production Process

Universiteit Gent
2025
Eline
De Roo
Winnaar Vlaamse Scriptieprijs
Winnaar Eosprijs
Genomineerde shortlist mtech+prijs
Deze thesis onderzoekt hoe 3D printtechnologie kan
worden ingezet om lichte en gepersonaliseerde externe
borstprothesen te ontwerpen voor vrouwen die een mastectomie
hebben ondergaan. Traditionele prothesen zijn vaak zwaar,
oncomfortabel en sluiten niet goed aan op de individuele
lichaamsvorm. Door middel van een benchmarkanalyse, cocreatie
met gebruikers en parametrisch modelleren in Grasshopper, richt
dit onderzoek zich op het ontwikkelen van een nieuwe generatie
prothesen die beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers.
Er werd een aanpasbaar digitaal model ontwikkeld met interne
perforatiestructuren om het gewicht te verminderen, terwijl de
prothese zacht en stabiel bleef. Verschillende prototypes werden
geprint in PLA, TPU en siliconen. Door technische beperkingen
was uitgebreid testen met patiënten niet mogelijk, maar er werd
wel feedback verzameld van experts. De studie toont aan dat 3D
printen belangrijke voordelen biedt op het gebied van comfort,
pasvorm en ontwerpflexibiliteit. Daarnaast benadrukt het
onderzoek het belang van gebruikersbetrokkenheid in het
ontwerpproces. De resultaten vormen een stevige basis voor
toekomstig onderzoek en klinische validatie.
Meer lezen

Wat zijn de effecten van materneel SSRI-gebruik tijdens de zwangerschap op de neonaat

Hogeschool VIVES
2025
Alyssa
Lievens
  • Eva
    Aerts
Literatuurstudie met nadien een praktijkstudie: Wat zijn de effecten van SSRI's tijdens de zwangerschap. Er werd gestart met onderzoek naar serotonine, gevolgd door onderzoek naar SSRI's en hun effect op de zwangere, de foetus en tot slot de neonaat. Om het taboe omtrent maternele depressie en de nood tot antidepressiva te doorbreken werd er besloten om een podcast te creëren die de theorie samenvat. Deze kan in de praktijk gebruikt kan worden voor (toekomstige) ouders, zowel preconceptioneel als tijdens de zwangerschap. Ook voor (toekomstige) zorgverleners betrokken bij de zwangerschap kan deze podcast een meerwaarde zijn.
Meer lezen

Optimale familiebetrokkenheid bij palliatieve sedatie: richtlijnen voor verpleegkundigen

Thomas More Hogeschool
2025
Gwen
van Loon
  • Hanne
    Van Bouwel
Het verlies van een dierbare heeft een grote impact op het rouwproces van nabestaanden. Optimale familiebetrokkenheid bij palliatieve sedatie speelt een cruciale rol in het bieden van kwalitatieve, patiëntgerichte zorg en het ondersteunen van het rouwproces. Verpleegkundigen vervullen hierbij een essentiële rol door families te betrekken, ondersteuning te bieden en een respectvol afscheid te faciliteren. Actieve betrokkenheid helpt familieleden betekenisvolle momenten te beleven, vermindert angst en machteloosheid en bevordert een rustiger rouwproces.
Meer lezen

Machine à Guérir - Laboratoria van Transitie: een helende architectuur voor een verzakt landschap in herstel.

Universiteit Hasselt
2025
Illy
Klerckx
Mijn masterscriptie vertrekt vanuit een persoonlijke zoektocht naar de essentie van architectuur. Een architectuur met aandacht voor traagheid, schoonheid en tactiliteit, iets dat we vandaag de dag minder en minder zien in het gebouwde. Een architectuur als middel om te helen, te verbinden en betekenis te geven aan een plek. Met Machine à Guérir, of vertaald 'helende machine', onderzoek ik hoe architectuur kan bijdragen aan herstel, zowel van mens als landschap, in een stad als Genk die vandaag gekenmerkt wordt door versnippering en verlies van identiteit.

Ik reconstrueerde samen met een aantal medestudenten (Het vooronderzoek, deel 1, van de scriptie is gezamenlijk geschreven) voor het eerst het ondergrondse mijngangenstelsel van Genk, een vergeten netwerk dat onder de stad sluimert. In plaats van mijnverzakkingen als bedreiging te zien, besloot ik ze te omarmen als ruimtelijk potentieel. Zo ontstond een masterplan waarin landschap en architectuur in dialoog treden, en waarin de ondergrond fungeert als geheugendrager én verbindende laag.

Mijn scriptie mondt uit in mijn masterproject, een sanatorium ingebed in het verzakkende landschap, is een voorstel voor helende architectuur. Geen steriele en witte zorginstelling, maar een plek van rust, openheid en traagheid, waar licht, uitzicht en materiaal een actieve rol spelen in het welzijn van de mens. Mijn zelf ontwikkelde 'Ten Tactics of Healing Architecture' boden de basis voor het ontwerp. Met deze scriptie wil ik aantonen hoe architectuur in tijden van transitie opnieuw zorg kan dragen. Zorg voor de mens, zorg voor het landschap, zorg voor het verleden én de toekomst, zorg als integraal ontwerpprincipe.
Meer lezen

Online afspraken in de gynaecologie: Wat houdt de patiënt tegen?

Odisee Hogeschool
2025
Tiany
Goesseye
Uit literatuuronderzoek blijkt dat de acceptatie van technologie in de gezondheidszorg sterk afhankelijk is van zaken zoals gebruiksvriendelijkheid, transparantie en de beschikbaarheid van tijdsloten. Het online afsprakensysteem biedt administratieve voordelen, zoals het verminderen van telefonische oproepen en het geven van meer controle aan patiënten over hun zorgplanning. Deze bachelorproef onderzoekt de factoren die de acceptatie en het gebruik van het online afsprakensysteem binnen de dienst gynaecologie van AZORG Campus Moorselbaan beïnvloeden.
Veldonderzoek binnen de dienst gynaecologie van AZORG laat zien dat zowel patiënten als administratief personeel tegen verschillende problemen aanlopen. De terminologie in de beslisboom is soms te wetenschappelijk, waardoor patiënten het moeilijk vinden om de juiste keuze te maken. Bovendien blijken bepaalde consultaties alleen telefonisch ingepland te kunnen worden, zonder duidelijke uitleg over het waarom. Dit verhoogt de werkdruk voor het secretariaat, omdat patiënten alsnog bellen voor verduidelijking. Een vergelijking met AZ Groeninge (Kortrijk, West-Vlaanderen) en VITAZ (Sint-Niklaas, Oost-Vlaanderen) toont aan dat andere ziekenhuizen ook met problemen kampen, maar dat een transparantere beslisboom en duidelijkere gebruikersinstructies de efficiëntie kunnen verbeteren.
In deze bachelorproef worden enkele concrete aanbevelingen geformuleerd die de toegankelijkheid en efficiëntie van het online afsprakensysteem zouden kunnen verbeteren. Door de beslisboom gebruiksvriendelijker te maken, kan AZORG de werkdruk op het secretariaat van de dienst gynaecologie verlagen en het digitale zorgtraject verder gaan optimaliseren. Dit onderzoek draagt bij aan een bredere analyse van technologiegebruik in de zorgsector en biedt inzichten die toepasbaar zijn voor andere medische disciplines die digitale afspraken willen implementeren of verder willen gaan optimaliseren.
Meer lezen

Seksualiteit bespreekbaar maken

Hogeschool UCLL
2025
Hanna
Desair
Seksualiteit is een belangrijk, maar vaak genegeerd thema in de zorg voor borstkankerpatiënten. Door behandelingen zoals chirurgie, chemotherapie en hormoontherapie ervaren veel vrouwen seksuele klachten, die hun levenskwaliteit aantasten. Toch blijft dit onderwerp vaak onbesproken. Deze bachelorproef onderzoekt waarom dat zo is, welke barrières verpleegkundigen ervaren, en hoe dit beter kan.

Op basis van literatuuronderzoek en praktijkervaring worden evidence-based aanbevelingen geformuleerd om seksualiteit wél bespreekbaar te maken. Daarbij staan vier pijlers centraal: structurele educatie voor verpleegkundigen, het gebruik van communicatiemodellen en meetinstrumenten, organisatiebrede inbedding van seksuele zorg, en interdisciplinaire samenwerking.

De conclusie is duidelijk: verpleegkundigen spelen een sleutelrol in het normaliseren van seksuele gezondheid. Met de juiste ondersteuning kunnen zij dit thema veilig en empathisch aankaarten, wat leidt tot betere zorg en meer welzijn voor borstkankerpatiënten.
Meer lezen

Effectieve verpleegkundige zorgpraktijken voor volwassenen met een autismespectrumstoornis in algemene ziekenhuizen: een autismevriendelijke benadering

Hogeschool UCLL
2025
Bahareh
Heydari
Tijdens mijn stages in algemene ziekenhuizen werd ik herhaaldelijk geconfronteerd met een terugkerend probleem in de zorg voor volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS). Wat mij opviel, was het opvallende tekort aan kennis over ASS bij zorgverleners, wat leidde tot misverstanden, frustraties en zorg die onvoldoende afgestemd was op de individuele noden van deze patiënten. Deze observaties raakten me diep en vormden de aanleiding voor mijn bachelorproef.

Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan een betere zorgervaring voor volwassenen met ASS in algemene ziekenhuizen. Het centrale doel van mijn bachelorproef is dan ook het verbeteren van verpleegkundige zorg door het implementeren van patiëntgerichte en autismevriendelijke zorgpraktijken. Ik ging op zoek naar concrete en haalbare manieren om de zorg beter af te stemmen op de unieke behoeften van deze doelgroep.

Om dit doel te bereiken, voerde ik een uitgebreide literatuurstudie uit. Daarbij maakte ik gebruik van de PICO-methode om gerichte zoekstrategieën te ontwikkelen en relevante bronnen te selecteren. De gekozen literatuur werd zorgvuldig beoordeeld op kwaliteit en toepasbaarheid. Op basis van deze analyse formuleerde ik aanbevelingen die niet alleen theoretisch onderbouwd zijn, maar ook praktisch inzetbaar. Daarnaast werden in de gebruikte studies interviews en observaties uitgevoerd om de effectiviteit van de voorgestelde zorgpraktijken in de praktijk te toetsen.

Uit de resultaten kwamen verschillende waardevolle inzichten naar voren. Zo blijkt het gebruik van visuele hulpmiddelen, zoals pictogrammen en whiteboards, bijzonder effectief in het verbeteren van de communicatie met patiënten met ASS. Ook gestandaardiseerde communicatiesystemen, zoals de Autism Healthcare Accommodations Tool (AHAT), bieden zorgverleners een houvast om beter in te spelen op de noden van deze patiënten. Verder is het aanpassen van de zorgomgeving – bijvoorbeeld door het verminderen van sensorische prikkels zoals fel licht en lawaai – essentieel om overbelasting te voorkomen. Het actief betrekken van familieleden in het zorgproces blijkt eveneens een belangrijke factor in het verhogen van het comfort en de veiligheid van de patiënt. Tot slot toont de literatuur aan dat training en bewustwording bij zorgverleners cruciaal zijn om de kwaliteit van zorg structureel te verbeteren.

Mijn conclusie is dan ook helder: de implementatie van autismevriendelijke zorgpraktijken kan de ziekenhuiservaring van volwassenen met ASS aanzienlijk verbeteren. Door in te zetten op duidelijke communicatie, een aangepaste omgeving en betrokkenheid van de persoonlijke kring, kunnen stress en misverstanden worden verminderd. Daarnaast is het noodzakelijk dat zorgverleners continu worden bijgeschoold en ondersteund in hun kennis over ASS. Deze aanpak draagt bij aan een meer inclusieve, veilige en patiëntgerichte zorgomgeving, waarin ook mensen met ASS zich gehoord en begrepen voelen.
Meer lezen

Culture on Prescription in Belgium - a pilot study

KU Leuven
2024
Ilke
Peters
Momenteel zijn depressie en geestelijke gezondheidsproblemen belangrijke wereldwijde bezorgdheden. Volgens verschillende onderzoeken kan Cultuur op Voorschrift de geestelijke gezondheid en het welzijn van personen aanzienlijk verbeteren. In België is Cultuur op Voorschrift nog niet op een gestructureerde en permanente wijze geïmplementeerd. Hierdoor zijn er geen resultaten van dit concept op het welzijn van patiënten beschikbaar.
Ten eerste wil deze studie onderzoeken hoe deelname aan culturele evenementen de geestelijke gezondheid van de deelnemers kan beïnvloeden. Ten tweede worden de processen en procedures onderzocht die nodig zijn voor de implementatie van Cultuur op Voorschrift in België.
Om de doelstellingen van dit onderzoek te bereiken, zijn verschillende methoden gebruikt. Ten eerste werd een procesevaluatie met behulp van een “mixed methods”-benadering gebruikt om het effect van de interventie op de geestelijke gezondheid van de deelnemers en de gerelateerde externe factoren te beoordelen. Er zijn semi-gestructureerde interviews gehouden met patiënten, huisartsen en culturele partners om kwalitatieve inzichten te verzamelen. Daarnaast werden pre- en post-interventiemetingen verzameld door middel van vragenlijsten om de kwantitatieve effecten te beoordelen. Er werden geen controlegroepen gebruikt. Ten tweede werd een literatuuronderzoek uitgevoerd om de processen en procedures te onderzoeken die nodig zijn voor de implementatie van Cultuur op Voorschrift.
Resultaten: Interviews met patiënten, huisartsen en culturele partners hebben de positieve impact van Cultuur op Voorschrift op de geestelijke gezondheid aangetoond. Om ervoor te zorgen dat dit concept een duurzaam en succesvol onderdeel van het gezondheidszorgsysteem kan worden, dienen passende procedures en processen zoals buddy-werking, linkwerkers en een welzijnslabel te worden geïmplementeerd.
Cultuur op Voorschrift biedt een waardevolle benadering om de geestelijke gezondheidszorg te verbeteren door culturele activiteiten te gebruiken als aanvulling op traditionele behandelingen. Door in te spelen op individuele behoeften en interesses, maatschappelijke betrokkenheid te bevorderen en te integreren met bestaande cultuurorganisaties, heeft Cultuur op Voorschrift in België het potentieel om een belangrijke bijdrage te leveren aan de bevordering en de zorg voor de geestelijke gezondheid.
Meer lezen

Autonomic function parameters are predictors of increased limitations in Activities of Daily Living after a 2-year follow-up period in octogenarians: a prospective longitudinal study

Vrije Universiteit Brussel
2024
Jordy
Saren
Background: Neurogenic orthostatic hypotension and blood pressure variability (BPV) may be considered as additional clinical parameters to evaluate pharmaceutical and non-pharmaceutical preventive interventions. This is particularly relevant if these parameters predict difficulties in performing Activities of Daily Living (ADL).

Aim: To explore the predictive value of autonomic function parameters for alternations in ADL mediated by changes in locomotor function in relatively robust octogenarians after a 2-year follow-up period.

Methods: This prospective longitudinal study included 267 participants (mean age: 82.98 ± 2.87 years) from the BUTTERFLY study. Data were collected at baseline and after 6, 12, and 24 months. The two-year follow-up period enabled the examination of both direct and indirect influences of autonomic function on the decline in ADL, mediated by changes in locomotor function, using PROCESS macro mediating logistic regression analysis.

Results: Systolic supine-to-stand BPV was associated with increased dependency in advanced ADL (unstandardized beta = 0.160, p<0.001) after a two-year follow-up in adults aged 80 and above. Visit-to-visit systolic BPV indirectly predicted more a-ADL limitations, mediated by changes in gait speed during year 1. No direct or indirect impact of autonomic function on b-ADL or i-ADL was observed after two years.

Conclusion: Our prospective study demonstrated that various autonomic function parameters predicted increased limitations in ADL among octogenarians after a two-year follow-up period. Consensus on threshold values for defining high BPV is essential for its clinical implementation, even in low cardiovascular risk cohorts.
Meer lezen

Toegankelijkheid van de huisarts en Awel voor jongeren en jongvolwassenen

KU Leuven
2024
Birgit
Eyckerman
Deze thesis onderzocht de ervaringen en opvattingen van jongeren en jongvolwassenen in het zoeken naar hulp bij fysieke, seksuele en mentale welzijnsvragen. Meer specifiek bekeken we de toegankelijkheid van de huisarts en de hulplijn Awel en hoe doorverwijzingen van Awel naar de huisarts juist verlopen.
Meer lezen

Het effect van Midwifery Led Care op preterme arbeid/bevalling en op de mentale gezondheid in de postnatale periode.

Erasmushogeschool Brussel
2024
Helene
Van Ghendt
  • Britta
    Symior
Deze bachelorproef onderzoekt de invloed van Midwifery Led Care (MLC) op
vroeggeboorten en mentale gezondheidsproblemen, zoals postpartumdepressie, die beide aanzienlijke langetermijneffecten kunnen hebben op het leven van betrokkenen en de moeder-kindbinding.
Meer lezen

Less fixation more freedom: Alternatieven voor vrijheidsbeperkende maatregelen in een woonzorgcentrum

Thomas More Hogeschool
2024
Nele
Verdickt
  • Nele
    Verdickt
In de scriptie wordt het probleem rond vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM) besproken, met de focus op fysieke fixatie. Omwille van de gevolgen die VBM met zich meedragen wordt de focus gelegd op de zoektocht naar alternatieven. Daarnaast wordt er gekeken naar hoe de stap naar deze alternatieven laagdrempeliger kan worden gemaakt zodat de verpleegkundige makkelijker een keuze en een betere weloverwogen beslissing kan maken. Tevens wordt er ook gezocht naar een manier om de kennis rond alternatieven te vergroten bij verpleegkundigen.
Meer lezen