Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

TRANSMITIR LA SOSTENIBILIDAD: CÓMO LAS EMPRESAS TURÍSTICAS EN ESPAÑA COMUNICAN LOS ODS (OBJETIVOS DE DESAROLLO SOSTENIBLE) DE LAS NACIONES UNIDAS EN EL MARCO DE LA AGENDA 2030

Universiteit Gent
2025
Laure
Welvaert
Deze masterproef onderzoekt hoe Spaanse toerismebedrijven bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) en dit communiceren. Uit interviews en analyses van websites, jaarverslagen en sociale media blijkt dat bedrijven gemiddeld aan negen SDG’s werken. Hoewel er veel inspanningen zijn, blijft de communicatie beperkt en wordt sociale media nauwelijks gebruikt.
Meer lezen

Samen porno kijken, hoe beïnvloedt het jouw relatie?

Universiteit Gent
2025
Antje
Lootens
Deze masterproef onderzoekt hoe gezamenlijk kijken naar pornografie de dynamiek binnen romantische relaties beïnvloedt. Via een kwantitatieve survey onder Vlaamse volwassenen wordt nagegaan of samen kijken samenhangt met relationele tevredenheid, seksuele tevredenheid en open seksuele communicatie. De resultaten tonen dat gedeeld gebruik niet direct leidt tot hogere tevredenheid, maar wél gepaard gaat met meer open communicatie tussen partners.
Meer lezen

Van stereotiep naar meer gelijkwaardig? De evolutie van genderrepresentatie in talige voorbeeldzinnen uit Nederlandstalige schoolboeken tussen 1985-1999 en 2000-2015

KU Leuven
2025
Gitte
Leysen
De meeste jongeren in Vlaanderen brengen gemiddeld 32 tot 36 uur per week binnen de schoolmuren door. Hoewel digitale leermiddelen daarin alsmaar meer hun intrede maken, blijven schoolboeken een cruciaal, al dan niet nog steeds belangrijkste, medium voor scholen voor het overbrengen van kennis. Schoolboeken bevatten naast die feitelijke kennis echter ook onderliggende normen en waarden, die genderspecifieke stereotypen kunnen overbrengen. Daarbij worden bepaalde persoonlijkheidskenmerken, activiteiten en rollen toegeschreven aan personages op basis van hun
gender. Een evenwichtige en niet-stereotiepe representatie van mannen en vrouwen verkiest echter de voorkeur aangezien dergelijke genderstereotypen een negatieve invloed kunnen hebben op het welzijn en aspiraties van adolescenten.
Talrijke studies die de representatie van gender in media, zoals radio, televisie en reclame, analyseerden, stelden patronen van ongelijke representatie en traditionele rolverdelingen tussen vrouwen en mannen vast. Hoewel genderrepresentatie in schoolboeken steeds vaker wordt onderzocht, richten die onderzoeken zich nauwelijks op de evolutie van genderrepresentatie en op middelbare schoolboeken en nog minder op Nederlandstalige schoolboeken. Dit onderzoek richtte zich daarom op de
evolutie van genderrepresentatie in Nederlandstalige schoolboeken bestemd voor de middelbare school.
Deze studie voerde een kwantitatieve inhoudsanalyse uit op een corpus van 615 talige
voorbeeldzinnen uit elf verschillende schoolboeken die bestemd waren voor het vierde, vijfde en zesde middelbaar uit twee afzonderlijke periodes, namelijk 1985-1999 en 2000-2015. Deze masterproef analyseerde diverse aspecten van genderrepresentatie. Er werd gekeken naar de beroepen, rollen, activiteiten en contexten waarin mannen en vrouwen voorkwamen en naar hun relatie tot passiviteit, fysiek uiterlijk, emoties en alcohol-, tabak- en drugsgebruik. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat traditionele representaties aanwezig bleven in de geanalyseerde zinnen. In beide tijdsperiodes werden in dit corpus vrouwen vaker geassocieerd met passiviteit, fysiek uiterlijk en huishoudelijke en sociale contexten. Mannen daarentegen waren
oververtegenwoordigd in beroepsmatige en autoritaire contexten en werden vaker geassocieerd met alcohol-, tabak- en drugsgebruik. Een opvallende en zorgwekkende bevinding was dat de aanwezigheid van vrouwen in leidinggevende functies zelfs afnam, terwijl die van mannen toenam. Op dat vlak stagneerde de representatie in schoolboeken niet alleen, maar deed die zelfs een stap terug, wat ingaat tegen de maatschappelijke verwachting.
De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de dominant heersende stereotiepe
genderrepresentaties grotendeels behouden bleven doordat de traditionele representaties in 2000-2015 aanwezig bleven bij het merendeel van de variabelen. Deze masterproef toont aan dat, ondanks de vergrootte maatschappelijke aandacht voor gendergelijkheid, genderstereotypen in schoolboeken ook anno 2000-2015 hardnekkig waren. Daarmee benadrukt dit onderzoek de blijvende noodzaak voor uitgevers, auteurs en leerkrachten om kritisch en bewust om te gaan met de representatie van gender in lesmateriaal.
Meer lezen

STILL COMING-OF-AGE: THE STORIES WE NEED(ED): A COHORT-BASED STUDY OF QUEER VIEWERSHIP AND ENGAGEMENT WITH COMING-OF-AGE SERIES

Universiteit Gent
2025
Yari
Landuyt
Deze studie onderzoekt hoe queer coming-of-age (QCOA) series worden geconsumeerd
en geïnterpreteerd door queer mannelijke kijkers uit drie cohorten in Vlaanderen. Hoewel
QCOA verhalen vaak als relevant voor jongeren worden beschouwd, toont dit onderzoek
aan dat ze emotioneel betekenisvol zijn voor verschillende leeftijden. Vanuit een
theoretisch kader gebaseerd op queer theory, televisiestudies en life course onderzoek,
werden veertien diepte-interviews afgenomen met queer mannen tussen 18 en 67 jaar. De
deelnemers werden ingedeeld in drie cohorten: de Pre-Mainstream Cohort (PMC), de Early
Queer Normalization Cohort (EQNC) en de Queer Media Explosion Cohort (QMEC). Ze
reflecteerden op hun ervaringen met een selectie van QCOA series, waaronder
Heartstopper, wtFOCK, SKAM, Young Royals en Love, Victor. Aan de hand van
constructivistische grounded theory werd geanalyseerd hoe zij zich verhouden tot deze
series, met bijzondere aandacht voor seksuele identiteitsontwikkeling, het onderscheid
tussen herkenning en identificatie, en het gebruik van QCOA series als een emotionele
proxy. De bevindingen tonen aan dat hoewel sommige deelnemers toegang hadden tot
meer toegankelijke queer media, deze zichtbaarheid niet altijd leidde tot emotionele
resonantie. Anderen gebruikten QCOA series eerder retrospectief, om hun adolescentie te
herdenken of te verwerken. Over de cohorten heen absorbeerden deelnemers
representatie niet passief, maar gaven er actief betekenis aan, waarbij ze eigen
herinneringen, verlangens of onverwerkte gevoelens projecteerden. QCOA series
functioneren zo niet als universele spiegels, maar als emotioneel flexibele culturele teksten
die queer kijkers in staat stellen hun identiteit te verkennen, op het verleden te reflecteren
en alternatieve trajecten te verbeelden.
Meer lezen

Communicatiestrategieën op de medische dienst van asielcentra van Fedasil

KU Leuven
2025
Freya
Moonen
Vlotte toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg is een grondrecht van elk mens. Om tot goede gezondheidszorg te komen, moet er echter goede communicatie zijn tussen arts en patiënt. In asielcentra kan dat problematisch zijn. De masterproef Communicatiestrategieën op de medische dienst van de asielcentra van Fedasil bestudeert het verloop van communicatie tussen asielzoekers en hulpverleners in asielcentra, om zo de meest kenmerkende aspecten ervan en de obstakels in de communicatie te kunnen uitlichten. Het onderzoek gebeurt op basis van paradigma’s uit de Language as social interacition (LSI)-theorie, in de vorm van een illustrative case-study. Uit het onderzoek komen vier belangrijke terugkerende obstakels naar voren: fluctuerende taalbarrières, false fluency, een moeilijke omgang met de voice of lifeworld en wisselingen in participation framework en rolverdeling. Deze obstakels kunnen goede gezondheidszorg in de weg staan. Mogelijk zouden een grotere inzet van professionele tolken en vormingen in LSI-sensitiviteit voor artsen deze moeilijkheden kunnen verzachten.
Meer lezen

Sincerity, Strength, and Spin: Putin’s Brand in a Decade of Direct Line. Applying Aaker’s Brand Personality Framework to Authoritarian Image Management.

KU Leuven
2025
Sofie
Poestovit
This thesis examines how Vladimir Putin has adjusted his personal brand over a ten-year period by analyzing three episodes of the televised program Direct Line with Vladimir Putin from 2014, 2019, and 2024. In modern authoritarian regimes, popularity and public legitimacy are crucial for maintaining power. This research applies Jennifer Aaker’s Five Dimensions of Brand Personality: Sincerity, Excitement, Competence, Ruggedness, and Sophistication, as a coding framework to assess how Putin constructs and adapts his image in response to changing political and social contexts. Four hypotheses were tested: (1) that Putin’s brand primarily uses Sincerity, Excitement, and Competence; (2) that Competence is emphasized during economically stable periods; (3) that Ruggedness and Daring increase during international crises and (4) that Excitement becomes more prominent when public mobilization is needed. The findings affirm the first two hypotheses. Sincerity, Excitement, and Competence consistently dominate Putin’s image, with a notable emphasis on Competence in 2019. The third hypothesis receives partial support, as Ruggedness increases during crisis years, though mainly in domestic contexts. The fourth hypothesis is not supported, as no significant rise in Excitement was observed in 2024. This study contributes to the field of political marketing in authoritarian regimes and offers a deeper understanding of how contemporary autocrats use media and personal branding to maintain legitimacy and control.
Meer lezen

Dictionaries, DeepL, and ChatGPT: Comparing Language Tool Effects on L2 English Speaking and Learner Perceptions

Universiteit Gent
2025
Irma
Schampheleer
Deze scriptie onderzoekt hoe digitale taaltools – woordenboeken, machinevertaling (DeepL) en generatieve AI (ChatGPT) – de spreekvaardigheid in een vreemde taal beïnvloeden. Dertig studenten bereidden in groep een Engelstalige presentatie voor met één toegewezen tool. De presentaties werden geanalyseerd op vloeiendheid en woordenschat, en beoordeeld door een docent. Ook vulden de studenten een enquête in over hun ervaringen. De resultaten wezen uit dat de DeepL-gebruikers het vlotst spraken, terwijl de ChatGPT-gebruikers de rijkste en meest academische woordenschat hanteerden. Beide groepen presteerden beter dan de woordenboekgroep. Uit de enquête bleek dat DeepL vooral werd gebruikt voor woordenschat, terwijl ChatGPT hielp bij ideeën en argumentatie. De studie wijst op het potentieel van digitale tools in het vreemdetalenonderwijs, op voorwaarde dat studenten leren om ze kritisch en doelgericht in te zetten.
Meer lezen

FOMO OF JOMO: WAT MISSEN JONGEREN ECHT?

Universiteit Gent
2025
Hymke
Van der Meeren
In dit onderzoek werd nagegaan hoe Fear of Missing Out (FoMO) en Joy of Missing Out (JoMO) het mentaal welzijn en de zelfwaardering van jongeren (18-25 jaar) beïnvloeden. FoMO verwijst naar de angst om sociale activiteiten of ervaringen te missen, terwijl JoMO staat voor de vreugde en rust die men kan ervaren door bewust offline of afwezig te zijn.
Via een grootschalige survey met meer dan 1000 jongeren werd onderzocht hoe deze twee fenomenen samenhangen met mentaal welzijn, zelfwaardering, problematisch smartphonegebruik en sociale vergelijking.
De resultaten tonen dat FoMO een negatieve impact heeft: jongeren die sterker lijden aan FoMO vergelijken zich vaker met anderen en gebruiken hun smartphone problematischer, wat leidt tot meer stress en een lager zelfbeeld. JoMO heeft daarentegen een beschermend en positief effect: jongeren die JoMO ervaren, vergelijken zich minder met anderen, gebruiken hun smartphone gezonder en rapporteren een hoger welzijn en meer zelfwaardering.
De studie concludeert dat een evenwichtige omgang met sociale media cruciaal is. Het ontwikkelen van JoMO kan een tegengewicht vormen voor de schadelijke effecten van FoMO. Dit opent perspectieven voor preventieve initiatieven en educatieve programma’s rond digitale weerbaarheid.
Meer lezen

Gesprekken voeren over kunst in de kleuterklas

Hogeschool PXL
2025
Luka
Indeherberg
Deze bachelorproef onderzoekt hoe de methode van Visual Thinking Strategies (VTS) kan bijdragen aan diepgaande gesprekken met kleuters over kunst, met specifieke aandacht voor meertalige kinderen en kinderen met een lage betrokkenheid of beperkte taalontwikkeling. In de praktijk blijkt dat kleuters tijdens klassikale gespreksmomenten, zoals het bespreken van een praatplaat, vaak moeilijk betrokken raken. Dit komt onder andere door hun korte concentratiepanne, uiteenlopende taalvaardigheden en culturele/taalkundige diversiteit. Vooral meertalige kleuters ervaren drempels in communicatie, wat hun taalontwikkeling en betrokkenheid belemmert.

Visual Thinking Strategies (VTS) is een gespreksmethode waarbij kinderen via gestructureerde, open vragen worden aangemoedigd om te observeren, te interpreteren en te verwoorden wat ze in een kunstwerk zien. De leerkracht begeleidt het gesprek op een niet-oordelende manier door te parafraseren en verdiepende vragen te stellen. Deze aanpak versterkt niet alleen de taalvaardigheid, maar ook het zelfvertrouwen, het luistervermogen, intens kijken en de sociale interactie van de kleuters.
Meer lezen

Van opleiding naar opbrengst: De rol van jeugdacademies in het strategisch en financieel beleid van voetbalclubs – De case van KAA Gent Louis

Universiteit Gent
2025
Louis
Ampe
  • Luca
    Detavernier
Jeugdopleidingen in het Belgische profvoetbal bevinden zich op het kruispunt van sportieve ontwikkeling, economische logica en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hoewel profclubs in essentie private actoren zijn, spelen ze via hun jeugdwerking ook een publieke rol. Ze bevorderen participatie, sociale cohesie en talentontwikkeling bij jongeren. Deze masterproef onderzoekt in welke mate jeugdwerkingen van profclubs afhankelijk zijn van overheidsbeleid en hoe die relatie structureel vorm kan krijgen in functie van maatschappelijk rendement.

Aan de hand van literatuuronderzoek, beleidsanalyse en interviews met stakeholders werd onder meer de werking van KAA Gent onderzocht. De studie toont aan dat jeugdopleidingen financieel sterk leunen op lidgelden, vrijwilligerswerk en occasionele subsidies, terwijl de opbrengsten uit transferpolitiek slechts zelden rechtstreeks terugvloeien naar jeugd- of infrastructuurinvesteringen. Tegelijk toont het onderzoek hoe de maatschappelijke impact van jeugdvoetbal, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid, integratie en buurtwerking, aanzienlijk is maar onvoldoende verankerd in het beleid.

De scriptie formuleert beleidsaanbevelingen op lokaal en Vlaams niveau. Zo wordt gepleit voor een vereenvoudiging van het subsidiekader en voor fiscale stimulansen die investeringen in jeugdvoetbal aanmoedigen. Op die manier draagt het onderzoek bij aan het bredere debat over publieke steun aan sport en de rol van voetbalclubs als maatschappelijke actoren.
Meer lezen

Het gebruik van AI voor contentcreatie binnen eventmarketing

Odisee Hogeschool
2025
Sinem
Ardiçlar
  • Yinthe
    De Paepe
De evolutie van artificiële intelligentie (AI) biedt nieuwe mogelijkheden voor de marketing- en evenementensector, met name binnen contentcreatie. Deze bachelorproef onderzoekt hoe AI-tools op een efficiënte en effectieve manier kunnen bijdragen aan het verbeteren van contentcreatie binnen de evenementensector, met House of Entertainment als opdrachtgever.
Aan de hand van een literatuurstudie, interviews met experts, het uittesten van AI-tools en een enquête bij 386 respondenten (op een vooropgestelde steekproef van 385, met een betrouwbaarheid van 95%) werd vastgesteld dat AI vooral meerwaarde biedt in de voorbereidende fasen van contentcreatie. Denk hierbij aan het brainstormen over ideeën, het genereren van basiscontent zoals teksten of visuals en het structureren van content. Tools zoals ChatGPT, Midjourney en Adobe Firefly blijken zowel in de praktijk als in dit onderzoek vaak gebruikt te worden, wat hun relevantie en toegankelijkheid onderstreept. Ook Ubersuggest bleek een waardevolle aanvulling, vooral bij het optimaliseren van content op basis van zoekwoorden en SEO.
AI kan helpen om repetitieve taken en het creëren van content te versnellen, maar vervangt menselijke creativiteit niet. Kritische tussenkomst door mensen blijft essentieel voor het waarborgen van kwaliteit, nuance en merkbeleving. Vooral bij emotioneel geladen of merkgevoelige communicatie is menselijke controle en verfijning cruciaal. AI is dus vooral geschikt als ondersteunend hulpmiddel bij functionele of informatieve content.
Deze bachelorproef biedt House of Entertainment en de rest van de evenementensector een helder overzicht van enkele bruikbare AI-tools en concrete aanbevelingen voor een verantwoorde implementatie. De resultaten tonen dat AI het potentieel heeft om de efficiëntie van contentcreatie te verhogen, mits de tools strategisch worden ingezet en medewerkers voldoende worden opgeleid.
Deze studie levert niet alleen academische inzichten op, maar biedt ook praktische richtlijnen voor de evenementensector om AI op een doordachte en toekomstgerichte manier te implementeren in hun takenpakket.
Meer lezen

Bewijsstukken voor de Bachelorproef – Save More: Project; Lavetan, Save More: Klantopdrachten & Organisatiebeheer, Energieverhaal: Boons BV, Energieverhaal: Bedrijventerrein; L'Adrien, Onderzoek: Energiedelen

Thomas More Hogeschool
2025
Angus
Vleugels
Genomineerde longlist mtech+prijs
Titel scriptie – Bewijsstukken voor de Bachelorproef

Deze scriptie, die heeft gediend als onderdeel van mijn bachelorproef binnen de pBA Energietechnologie, beschrijft mijn ervaringen tijdens verschillende projecten en onderzoeken binnen twee projectvakken bij Save More, evenals mijn stage bij Terpower – part of the Vlinvesta family – in de derde fase van mijn opleiding.

Onderverdeeld in vijf bewijsstukken:
- Save More: Project; Lavetan
- Save More: Klantopdrachten & Organisatiebeheer
- Energieverhaal: Boons BV
- Energieverhaal: Bedrijventerrein; L'Adrien
- Onderzoek: Energiedelen

Toegepaste functieprofielen:
- Calculator & Werkvoorbereider
- Projectleider & Management
- Sustainable Problem Solver
- Design & Build
- Sustainable Problem Solver
Meer lezen

Seksualiteit bespreekbaar maken

Hogeschool UCLL
2025
Hanna
Desair
Seksualiteit is een belangrijk, maar vaak genegeerd thema in de zorg voor borstkankerpatiënten. Door behandelingen zoals chirurgie, chemotherapie en hormoontherapie ervaren veel vrouwen seksuele klachten, die hun levenskwaliteit aantasten. Toch blijft dit onderwerp vaak onbesproken. Deze bachelorproef onderzoekt waarom dat zo is, welke barrières verpleegkundigen ervaren, en hoe dit beter kan.

Op basis van literatuuronderzoek en praktijkervaring worden evidence-based aanbevelingen geformuleerd om seksualiteit wél bespreekbaar te maken. Daarbij staan vier pijlers centraal: structurele educatie voor verpleegkundigen, het gebruik van communicatiemodellen en meetinstrumenten, organisatiebrede inbedding van seksuele zorg, en interdisciplinaire samenwerking.

De conclusie is duidelijk: verpleegkundigen spelen een sleutelrol in het normaliseren van seksuele gezondheid. Met de juiste ondersteuning kunnen zij dit thema veilig en empathisch aankaarten, wat leidt tot betere zorg en meer welzijn voor borstkankerpatiënten.
Meer lezen

Effectieve verpleegkundige zorgpraktijken voor volwassenen met een autismespectrumstoornis in algemene ziekenhuizen: een autismevriendelijke benadering

Hogeschool UCLL
2025
Bahareh
Heydari
Tijdens mijn stages in algemene ziekenhuizen werd ik herhaaldelijk geconfronteerd met een terugkerend probleem in de zorg voor volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS). Wat mij opviel, was het opvallende tekort aan kennis over ASS bij zorgverleners, wat leidde tot misverstanden, frustraties en zorg die onvoldoende afgestemd was op de individuele noden van deze patiënten. Deze observaties raakten me diep en vormden de aanleiding voor mijn bachelorproef.

Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan een betere zorgervaring voor volwassenen met ASS in algemene ziekenhuizen. Het centrale doel van mijn bachelorproef is dan ook het verbeteren van verpleegkundige zorg door het implementeren van patiëntgerichte en autismevriendelijke zorgpraktijken. Ik ging op zoek naar concrete en haalbare manieren om de zorg beter af te stemmen op de unieke behoeften van deze doelgroep.

Om dit doel te bereiken, voerde ik een uitgebreide literatuurstudie uit. Daarbij maakte ik gebruik van de PICO-methode om gerichte zoekstrategieën te ontwikkelen en relevante bronnen te selecteren. De gekozen literatuur werd zorgvuldig beoordeeld op kwaliteit en toepasbaarheid. Op basis van deze analyse formuleerde ik aanbevelingen die niet alleen theoretisch onderbouwd zijn, maar ook praktisch inzetbaar. Daarnaast werden in de gebruikte studies interviews en observaties uitgevoerd om de effectiviteit van de voorgestelde zorgpraktijken in de praktijk te toetsen.

Uit de resultaten kwamen verschillende waardevolle inzichten naar voren. Zo blijkt het gebruik van visuele hulpmiddelen, zoals pictogrammen en whiteboards, bijzonder effectief in het verbeteren van de communicatie met patiënten met ASS. Ook gestandaardiseerde communicatiesystemen, zoals de Autism Healthcare Accommodations Tool (AHAT), bieden zorgverleners een houvast om beter in te spelen op de noden van deze patiënten. Verder is het aanpassen van de zorgomgeving – bijvoorbeeld door het verminderen van sensorische prikkels zoals fel licht en lawaai – essentieel om overbelasting te voorkomen. Het actief betrekken van familieleden in het zorgproces blijkt eveneens een belangrijke factor in het verhogen van het comfort en de veiligheid van de patiënt. Tot slot toont de literatuur aan dat training en bewustwording bij zorgverleners cruciaal zijn om de kwaliteit van zorg structureel te verbeteren.

Mijn conclusie is dan ook helder: de implementatie van autismevriendelijke zorgpraktijken kan de ziekenhuiservaring van volwassenen met ASS aanzienlijk verbeteren. Door in te zetten op duidelijke communicatie, een aangepaste omgeving en betrokkenheid van de persoonlijke kring, kunnen stress en misverstanden worden verminderd. Daarnaast is het noodzakelijk dat zorgverleners continu worden bijgeschoold en ondersteund in hun kennis over ASS. Deze aanpak draagt bij aan een meer inclusieve, veilige en patiëntgerichte zorgomgeving, waarin ook mensen met ASS zich gehoord en begrepen voelen.
Meer lezen

Hoe beïnvloeden AI-gegenereerde virtuele influencers de merkperceptie en aankoopintentie van de jongere consumenten binnen influencer marketingcampagnes?

Odisee Hogeschool
2025
Assiya
El Youssfi
Virtuele influencers zijn digitale personages die door artificiële intelligentie worden gegenereerd en actief zijn op sociale media. In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe jongeren tussen 18 en 30 jaar deze virtuele profielen ervaring in marketingcampagnes, met focus op hun impact op merkperceptie en aankoopintentie. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een survey bij 388 jongeren, in het kader van hypothetische campagnes voor Philips, uitgevoerd door communicatiebureau AKQA Brussels PR. De resultaten tonen dat jongeren kritisch blijven ten opzichte van virtuele profielen, al erkennen sommigen hun potentieel binnen innovatieve en transparante campagnes. De studie biedt concrete aanbevelingen voor het geloofwaardig inzetten van virtuele influencers in toekomstige communicatie.
Meer lezen

Game changers? De rol van sociale media bij de gelijkheid van gender in de internationale topsport

KU Leuven
2024
Fleur
De Laet
Genderongelijkheid in de sport is een probleem dat zich ook in de media manifesteert. Deze studie probeert dit fenomeen als een vicieuze cirkel voor te stellen en gaat daarom op zoek naar een antwoord op de vraag: Hoe staat de vertegenwoordiging van atleten op sociale media, vergelijkend op basis van gender, in relatie tot de attitudes van het publiek ten opzichte van deze atleten? Zowel de mediadekking, media representatie en de publieke attitudes van en tegenover atleten werden onderzocht via de Instagramaccounts van twee prominente Vlaamse mediabedrijven. Hierdoor konden patronen ontdekt worden die bewijs leveren voor de relatie tussen de portrettering van mannelijke en vrouwelijke atleten en de publieke attitudes ten opzichte van hen. Een inhoudsanalyse is uitgevoerd op zowel de berichten die geplaatst zijn rond belangrijke sportevenementen van 12 verschillende sporten, alsook op de publieke reacties op Instagram op deze berichten. De resultaten bevestigen dat vrouwelijke atleten ook op Instagram ondervertegenwoordigd blijven in vergelijking met mannelijke atleten en dat sportgerelateerde genderstereotypen nog steeds aanwezig zijn in de actuele berichtgeving over sport. Wat betreft de publieke attitudes waren er enige tegenstrijdigheden te bemerken: hoewel het publiek gemiddeld een positievere houding had ten opzichte van vrouwelijke atleten, ontvingen zij tegelijk wel de meeste haatreacties. Bepaalde atleten of sporten konden meer betrokkenheid ontvangen vanwege de aard van hun berichtgeving, wat aantoont dat er een relatie is tussen mediarepresentatie en publieke attitudes. Een opvallende bevinding is dat het publiek ook kritiek uitte op het aanbod van de zender, omdat het programma naar hun mening niet voldoende gevarieerd was. Vervolgonderzoek zou zich kunnen richten op hoe de houding van het publiek ten opzichte van atleten kan veranderen na verloop van tijd, door het zien van sociale media posts. Daarnaast zou het interessant zijn om een experiment uit te voeren om een causaal verband tussen beide variabelen aan te tonen.
Meer lezen

Berichtgeving op Vlaamse nieuwssites over alzheimermedicijnen

KU Leuven
2024
Maarten
Van Clé
INLEIDING: Nieuwsites die rapporteren over medicatie bereiken een groot deel van de bevolking. Een volledige en gebalanceerde berichtgeving hierbij is belangrijk. Onderzoek ontbrak tot op heden binnen het Nederlandstalig medialandschap. Een concreet startpunt waaruit een debat kan voortvloeien tussen de verschillende actoren van de Vlaamse gezondheidscommunicatie ontbrak daarom. Dit onderzoek gebruikt hiervoor de communicatie over alzheimermedicatie en onderzoekt of die volledig en gebalanceerd was.

METHODEN: De berichtgeving rond alzheimermedicatie wordt onderzocht aan de hand van een retrospectieve kwantitatieve inhoudsanalyse op nieuwsartikelen gepubliceerd op de websites van de zeven grootste Vlaamse nieuwssites tussen 1 januari 2012 en 31 december 2023. De analyse omvatte het verzamelen van bibliografische gegevens, het beoordelen van de volledigheid aan de hand van vooraf gedefinieerde vragen, en tot slot het beoordelen van de balans van de berichtgeving door het gebruik van superlatieven en vermelding van tegenslagen te analyseren.

RESULTATEN: 172 artikels werden onderzocht (130 unieke teksten en 42 dubbele teksten). De communicatie over bijwerkingen (41%, 53/130) en kostprijs (18%, 23/130) was beperkt. In 38% (50/130) van de artikels werd iets vermeld over goedkeuring, waarvan 20% (26/130) van de gevallen specifiek goedkeuring in Europa. Superlatieven werden zelden gebruikt. 63% (82/130) van de artikels vermeldde dat alzheimeronderzoek gepaard ging met tegenslagen.

DISCUSSIE: De communicatie over alzheimermedicatie blijkt regelmatig onvolledig. Het taalgebruik lijkt wel gebalanceerd. Die communicatie is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen experten, bedrijven, persagentschappen en journalisten. Deze studie kan dienen als startpunt voor een debat tussen de verschillende belanghebbenden over hoe zij de huidige communicatie over geneesmiddelen kunnen verbeteren.
Meer lezen

Exploring the language and multiple demand network in chronic aphasia through subject-specific fMRI localization

KU Leuven
2024
Laura
Stalmans
  • Katja
    De Meyer
Achtergrond: Eén derde van de personen die een beroerte meemaken, ontwikkelt afasie. Deze verworven taalstoornis brengt moeilijkheden in de communicatie teweeg en gaat dikwijls samen met cognitieve problemen. Tijdens de (sub)acute fasen van het herstel is vaak veel verbetering mogelijk, maar dit proces vertraagt of stabiliseert tijdens de chronische fase. Talrijke studies hebben de potentieel compenserende mechanismen van de rechterhersenhelft en het ‘multiple demand’ (MD) netwerk ter ondersteuning van het taalnetwerk onderzocht. Deze studies maakten vaak gebruik van groepsgemiddelden bij hersenscans. Er is echter behoefte aan specifieker onderzoek gericht op individuele activatie patronen bij post-stroke patiënten met chronische afasie (PWA), a.d.h.v. subject-specifieke fMRI methoden.

Doel van de huidige studie: Wij richten ons op het onderzoeken van de activatie en rol van zowel de rechterhemisferische regio's van het taalnetwerk als het domein-overkoepelende MD netwerk in de chronische fase van afasie. Voor beide netwerken kijken we zowel naar absolute als naar relatieve activatie (lateralisatie-index; LI) in vergelijking met gezonde controles, en we doen dit op individueel-subjectniveau. Bovendien bestuderen we of er een verband bestaat tussen de activatie van deze netwerken en de ernst van taal- of cognitieve stoornissen bij PWA.

Methode: We gebruikten de “single-subject” methode met taakgerichte fMRI om de betrokkenheid van de taalregio’s in de rechterhersenhelft en het MD netwerk tijdens taalverwerking bij chronische afasie te testen. Onze participanten bestonden uit 15 PWA en 13 leeftijdgematchte gezonde controles. We verzamelden fMRI-gegevens tijdens het uitvoeren van een luister- en leestaak (activeert taalnetwerk) evenals een ruimtelijke werkgeheugentaak (activeert MD netwerk). Verder werden er enkele gestandaardiseerde klinische taal- en cognitieve assessments afgenomen. De individuele activatiepatronen van de fMRI-activaties en de relatieve afhankelijkheid van de linker- en rechterhemisfeer (LIs) werden vergeleken tussen de groepen en de relatie met de ernst van afasie en cognitief deficit werd onderzocht a.d.h.v. correlaties met de gedragstaken. De betrokkenheid van het MD netwerk tijdens taalverwerking werd onderzocht door de taalactiviteit binnen subjectspecifieke regio's die actief zijn tijdens de MD taak te onderzoeken.

Resultaten: We vonden een significant groepsverschil voor de activiteit van het taalnetwerk in de linkerhersenhelft tijdens de taaltaken, maar niet voor de rechterhersenhelft, en geen significant groepsverschil voor MD activatie tijdens de MD taak. We vonden ook geen significant verband tussen de activatie van het taal- of MD netwerk en de ernst van afasie of cognitie. Met betrekking tot groepsverschillen in de lateralisatie van de netwerken, vertoonden PWA en gezonde controles vergelijkbare niveaus van lateralisatie van het taalnetwerk tijdens beide taaltaken, terwijl PWA significant minder links-gelateraliseerd activatiepatronen vertoonden in het MD netwerk tijdens de MD taak. Met betrekking tot LI-correlaties werden geen significante correlaties gevonden tussen LI's van het taal- en MD netwerk en de ernst van afasie, maar we vonden wel een positieve relatie tussen sterkere links-gelateraliseerde taalactiviteit tijdens de leestaak en cognitieve prestaties. Ten slotte vonden we geen bewijs voor activatie van het MD-netwerk tijdens taalverwerking.

Conclusie: We vonden geen bewijs voor een compensatiemechanisme t.h.v. de taalregio’s in de rechterhersenhelft bij PWA. Verder vonden we geen bewijs voor een rol van het MD netwerk tijdens passieve, receptieve taalverwerking, wat interessante inzichten biedt in een sterk bediscussieerd onderwerp. Voor de correlaties met de gedragsresultaten suggereren we dat de activatiewaarden in zowel het taalnetwerk als het MD netwerk mogelijk geen doorslaggevend inzicht bieden in de ernst van afasie bij de PWA groep.
Meer lezen

De Digitale Spiegel: Exploratie van zelfstigma in online eetstoornisgemeenschappen - Een kwalitatieve verkenning van stigma binnen digitale omgevingen

KU Leuven
2024
Artemis
Devaux
Het onderzoeken van zelfstigma in online eetstoornisgemeenschappen is relevant vanwege de toenemende invloed van digitale platforms, waar mensen steun en erkenning zoeken. Het is essentieel om te begrijpen hoe zelfstigma zich ontwikkelt in deze online omgevingen, om effectieve interventies en ondersteuningsmechanismen te ontwikkelen die kunnen leiden tot stigmareductie. Deze studie maakt gebruik van een kwalitatieve, fenomenologische benadering om te onderzoeken hoe zelfstigma zich manifesteert in online eetstoornisgemeenschappen. Door middel van diepgaande interviews met leden van deze gemeenschappen en thematische analyse, werden patronen en thema's in hun ervaringen geïdentificeerd. Het onderzoek richtte zich op persoonlijke ervaringen met eetstoornissen, percepties van publieke stigma, sociaal isolement en de invloed van online gemeenschappen. De fenomenologische methode werd gekozen om subjectieve ervaringen vast te leggen en te begrijpen hoe individuen stigma waarnemen en internaliseren. De studie concludeert dat zelfstigma in online eetstoornisgemeenschappen een complex fenomeen is dat wordt beïnvloed door verschillende factoren zoals publieke stigma, trauma en de dynamiek van online interacties. Deze gemeenschappen spelen een dubbele rol, zowel steun biedend als mogelijk schade veroorzakend, afhankelijk van de aard van de interacties binnen deze platforms. De bevindingen suggereren dat interventies gericht op het verminderen van zelfstigma rekening moeten houden met de specifieke dynamiek van online gemeenschappen. Strategieën zouden het bevorderen van positieve, op herstel gerichte interacties kunnen omvatten en hulpmiddelen kunnen bieden om individuen te helpen kritisch om te gaan met online inhoud. Uiteindelijk kan een beter begrip van hoe zelfstigma zich ontwikkelt en wordt versterkt, leiden tot betere ondersteuningssystemen en het herstel van mensen met eetstoornissen bevorderen.
Meer lezen

Climate activism and the protest paradigm: a quantitative content analysis of Flemish online news content

Universiteit Gent
2024
Ines
Boeckxstaens
De representatie van protest in nieuwsmedia speelt een cruciale rol in het vermogen van sociale
bewegingen om de publieke opinie en politieke agenda’s te beïnvloeden. Ondanks de groei van de
klimaatbeweging en het specifieke belang van media aandacht voor de klimaatzaak, blijft
empirisch onderzoek naar klimaatprotesten in media schaars. Deze scriptie gebruikt het protest
paradigma als theoretisch kader om de representatie van klimaatactvisme in nieuwsmedia te
bestuderen. Het protest paradigma benadrukt patronen in berichtgeving die protesten
delegitimeren, vaak door negatieve aspecten zoals geweld te benadrukken, en zo de publieke
perceptie te beïnvloeden. Deze studie onderzoekt Vlaamse online nieuwsinhoud door middel van
een kwantitatieve inhoudsanalyse, waarbij de aanwezigheid van indicatoren van het protest
paradigma en factoren die het gebruik ervan beïnvloeden, worden onderzocht. De bevindingen
tonen dat delegitimerende framing nog vaak aanwezig is, zij het soms naast legitimerende frames.
Daarnaast zien we wel een aanzienlijke aanwezigheid van niet-officiële bronnen, wat afwijkt van
de verwachtingen van het protest paradigma. Bovendien tonen protestkenmerken, zoals het
gebruik van illegale en radicale protestactieken en locatie, effecten op het gebruik van het
paradigma. Hoewel geen significante verschillen werden waargenomen tussen verschillende
types van nieuwsmerken, wordt verder onderzoek, vooral naar alternatieve nieuwsmerken,
aanbevolen. In essentie biedt deze scriptie waardevolle inzichten in de dynamische representatie
van klimaatactivisme in Vlaamse online nieuwsmedia, waarbij de complexiteiten inherent aan
mediavertegenwoordiging van sociale bewegingen worden onderstreept.
Meer lezen

From Seeing To Sensing Their Suffering Through The Screen

Universiteit Gent
2024
Valerie
Vanhove
Dit onderzoek verkent de reacties van het Westerse publiek op 'distant suffering' zoals afgebeeld in fictiefilms, een aspect dat tot nu toe onderbelicht bleef in de academische literatuur. Het bouwt voort op bestaand onderzoek naar de variërende reacties op het lijden van de niet-Westerse ‘Ander’ getoond in de klassieke nieuwsmedia en andere media (Huiberts & Joye, 2018). Het stelt vervolgens de vraag of fictiefilms empathie en actie kunnen bevorderen bij de Westerse toeschouwer. Door middel van vijf focusgroepen wordt onderzocht in welke mate de film The Impossible (2012) kon bijdragen aan het bewustzijn en de empathie van Westerse kijkers ten aanzien van niet-Westers lijden. Hierbij wordt de rol van empathie als basis voor een blijvende verbinding met de 'Ander' in vraag gesteld. Zo blijkt dat de emotionele connectie onderhevig is aan verschillende persoonlijke voorkeuren van filmconsumptie bij de respondenten. Desondanks bewijst de film effectief te zijn in het verhogen van het bewustzijn van Westerse kijkers over lijden dat zich ver weg afspeelt. Hier blijkt een ‘gezonde’ afstand tot de ‘Ander’ cruciaal te zijn voor de Westerse kijker om actie te ondernemen.
Meer lezen

Sanda Dia: A symbol of grievances

Universiteit Gent
2024
Francesca
Waegemans
Dit artikel onderzoekt de zaak van Sanda Dia, wiens dood na een brute ontgroening in 2018 tot nationale verontwaardiging leidde en kwesties als klassenonrechtvaardigheid en racisme aan het licht bracht. Door gebruik te maken van multimodale inhoud en thematische analyse, onderzoekt dit onderzoek hoe mediahypes en mediatisering individuen kunnen transformeren in symbolen of martelaren voor bredere sociale problematiek. Deze studie gaat in op het concept van martelaren en de rol van visuele en tekstuele toeschrijvingen bij het communiceren van deze martelaarsverhalen. De casestudy van Sanda Dia illustreert hoe de VRT een martelaarsframe in stand houdt en co-creëert door gebruik te maken van iconische foto's, inclusief publieke opinies en daaraan verbonden institutionele kwesties. Bovendien onderstreept het de kracht van visuele frames tijdens mediahypes. Het onderzoek draagt bij aan het begrijpen van de dynamische relatie tussen media en publieke perceptie. Door middel van een uitgebreide analyse van visuele en tekstuele inhoud geeft dit artikel inzicht in de constructie van het martelaarschap in de hedendaagse media. De implicaties van de studie bieden een genuanceerd perspectief op hoe mediaframes zoals een martelaar kunnen worden gecreëerd en ondersteund door een zorgvuldig samenspel van nieuwsmedia en de publieke opinie
Meer lezen

Unboxing Materialism: A Content Analysis of YouTube Videos from Popular American Kidfluencers

Universiteit Gent
2024
Yana
Degroote
Kidfluencers inspireren kinderen over de hele wereld en worden daarom ingezet door adverteerders om merken te promoten. Desondanks het succes daarvan, wordt kidfluencer content bekritiseerd van matertialistische waarden te verspreiden. Er is een belangrijk hiaat in de wetenschappelijke literatuur die deze mogelijke relatie tussen blootstelling aan kidfluencer content en materialisme in kinderen bestudeert. Deze scriptie dient als een basisonderzoek binnen dit domein. Aan de hand van een exploratieve inhoudsanalyse van videos van zes populaire kidfluencer YouTube-kanalen (n = 130), gaan we op zoek naar hoe materialistische dimensies gerepresenteerd worden en hoe en of deze verschillen tussen kidfluencer video genres. De resultaten tonen aan dat merken in grote mate aanwezig zijn in kidfluencer YouTube videos. Gesponsorde video’s vertonen vaak enorme volumes van speelgoed en/of dure merken. Dit kan ervoor zorgen dat kinderen meer materialistische waarden ontwikkelen door het kijken van kidfluencer content. Daarom doet deze scriptie enkele suggesties om de aanwezigheid van merken in kidfluencer video’s te beperken.
Meer lezen

De Wereld Rond in 45 Minuten: een Kritische Reflectie op de Processen van Betekenisvorming in Vlaamse Reisprogramma's

Universiteit Gent
2024
Hannah
Boen
Hoewel reisprogramma’s razend populair zijn, is de manier waarop ze bestemmingen,
culturen en bevolkingen representeren onderbestudeerd. Door de dalende interesse in nieuws, hebben reisprogramma's steeds meer invloed op hoe publieken culturen zien. Deze paper onderzoekt hoe betekenis gecreëerd wordt in het genre, en hoe deze processen van betekenisgeving zich uiten in Vlaamse reisprogramma’s die vallen binnen de categorie factual entertainment. Als een van de eerste onderzoeken in het veld, gebruikt deze studie een multimethodologisch onderzoeksopzet. Inzichten uit descriptieve tekstuele analyses en expert interviews werden gecombineerd via een reflexieve thematische analyse. Bovendien werden deze kwalitatieve inzichten gesupplementeerd aan de hand van een kwantitatieve contentanalyse. De
resultaten tonen aan dat de druk die reisprogrammamakers ervaren om kijkers entertainende verhalen te bieden, hun ethische plichten met betrekking tot de gebruikte
representatiestrategieën overschaduwt. Praktijken die othering, wat kan gedefinieerd worden als het stimuleren van wij/zij denken, in de hand werken, werden geregeld geobserveerd. Echter werden deze processen verdoezeld aan de hand van stijlelementen. Reisprogrammamakers hanteren een ‘esthetiek van authenticiteit’, wat slaat op een visuele en narratieve stijl die de geconstrueerdheid van reisprogramma’s benut om een illusie van ‘echtheid’ creëren. Deze esthetiek doet uitschijnen dat stereotiepe beelden gastculturen objectief beschrijven. Hoewel deze kwalijke trend af en toe werd uitgedaagd door zowel makers als geportretteerden, schieten de huidige productiepraktijken te kort om dit probleem systematisch aan te pakken. Daarom pleit dit artikel voor de implementatie van meer representatieve verantwoordelijkheid binnen de productie van reisprogramma's, omdat dit een kritische reflectie mogelijk maakt met betrekking tot de gebruikte representatiestrategieën.
Meer lezen

(Geboorte)kaart; maternale emoties en gedachten in het vroege postpartum ten gevolge van babyblues

Hogeschool VIVES
2024
Bieke
Bauters
  • Aurélie
    Nuyttens
  • Linde
    Decavel
Er wordt in deze bachelorproef ingegaan op de perinatale mentale gezondheid van de
kraamvrouw, waarbij de focus gelegd wordt op het fysiologisch fenomeen ‘babyblues’. Er bestaan hieromtrent geen eenduidige definities, dat kan zorgen voor verwarring en onwetendheid. Deze normale ontwikkeling sluit niet aan op de ‘roze wolk’ verhalen die vaak worden verwacht door moeders. Echter geven studies weer dat 80% van de kraamvrouwen babyblues ervaart tijdens het vroege postpartum. Aan de hand van een literatuurstudie wordt er informatie verzameld die een antwoord biedt op volgende onderzoeksvraag: ‘Aan welke informatie hebben kraamvrouwen in Vlaanderen nood omtrent de emoties en gedachten van babyblues in het vroege postpartum?’.
Meer lezen

De dynamiek van teamreflexiviteit: patronen onthuld. Een longitudinale bayesiaanse polynomiale multilevel analyse van teamreflexiviteit in projectteams.

Universiteit Antwerpen
2024
Liesje
Vanhaecke
Teamreflexiviteit – het vermogen van teams om gezamenlijk na te denken over doelen, strategieën en werkwijzen – kan bijdragen aan betere samenwerking en het voorspellen van teamdynamiek.

Door middel van Bayesiaanse statistiek, een statistische methode die onzekerheden in kaart brengt en voorspellingen mogelijk maakt, kunnen wetenschappers inzicht krijgen in hoe teamreflexiviteit zich ontwikkelt tijdens de levenscyclus van een project. Het onderzoek toont aan dat dit proces niet lineair verloopt, maar een bergparabolische vorm heeft, met pieken rondom deadlines en evaluatiemomenten. Elk aspect van teamreflexiviteit – zoals het stellen van doelen of evalueren van werkwijzen en sociale interacties – kent een eigen ontwikkelingspatroon, waarbij sommige vroeg pieken en andere later in het proces.

Uit het longitudinale onderzoek van 12 projectteams blijkt bovendien dat teams onderling sterk verschillen in hun reflexieve ontwikkeling. Dit onderzoek biedt organisaties de mogelijkheid om interventies beter te timen en teamprestaties te optimaliseren, een waardevol hulpmiddel voor succesvolle teams.
Meer lezen

Kan de overlevingsmodus van jongvolwassenen hersteld worden naar leven met perspectief? in het woonconcept Maison Segal, gedragen vanuit Nieuwe Autoriteit

Karel de Grote Hogeschool
2024
Eva
Janssens
Maison Segal is een kleinschalige woonvorm waarbij ik de doelgroep jongvolwassenen tussen 20 en 30 jaar verbind met de doelgroep jonge ouderen tussen 60 en 70 jaar.

Zo is Maison Segal de metaforische cocon waarin beide doelgroepen zich verwezenlijken. Ze vinden hier veilige ondersteuning en betrouwbare voeding om te vinden wie ze willen zijn als vlinder. Wanneer ze zich er klaar voor voelen als volgroeide vlinder, vliegen ze uit. Vol zelfvertrouwen tonen ze al hun pracht aan de wereld.
Meer lezen

De ervaringen en percepties van mannelijke verpleegkundigen omtrent het verpleegkundig beroep, hun beroepskeuze en professionele rol

Universiteit Antwerpen
2024
Hanne
Rodrigues Bento
Mannelijke verpleegkundigen vormen een minderheid in het verpleegkundig beroep, waar verschillende stereotype overtuigingen over hen heersen. Dit onderzoek bracht de ervaringen en percepties van mannelijke verpleegkundigen in kaart omtrent het verpleegkundig beroep, hun beroepskeuze en professionele rol.

Hieruit kwam naar voor dat het verpleegkundig beroep voor hen letterlijk ‘het zorgen voor’ betekent. Waarbij ze als mannen, op basis van gender, persoonlijk geen onderscheid ervaarden in de professionele rol die ze opnemen. Ze ervaarden echter wel dat de maatschappij en patiënten een andere perceptie op hen hebben, hoewel dit hun beroepskeuze niet beïnvloedde. Tevens werden ze geconfronteerd met genderstereotypering en -discriminatie, waarin religie, cultuur, leeftijd en geslacht van de patiënt een beduidende rol speelden.
Meer lezen

Taal werkt, ook ongemerkt: een kritische discoursanalyse van politiek taalgebruik in toespraken van linkse en rechtse Vlaamse partijvoorzitters

Universiteit Gent
2024
Marie-Laure
Van Cleemput
De scriptie bevat een kritische discoursanalyse van taalgebruik bij linkse en rechtse Vlaamse partijvoorzitters tijdens publieke speeches. Het onderzoek keek naar verschillende nieuwjaars- en 1 mei-toespraken van Raoul Hedebouw, Melissa Depraetere, Conner Rousseau, Bart De Wever en Tom Van Grieken. Voor elke partijvoorzitter werden twee speeches taalkundig en retorisch geanalyseerd, met de retoriek van Aristoteles en de Critical Discourse Analysis als basis. Zo werd de taal van de partijvoorzitters geanalyseerd en ten opzichte van elkaar onderzocht, met bijvoorbeeld aandacht voor metaforiek, woordherhaling, vloekwoorden, perspectieven en argumentatie. Zo wordt een beeld geschetst van welke partijvoorzitter van welke linkse of rechtse Vlaamse partij moeilijkere of eenvoudigere taal zou hanteren dan de andere.
Meer lezen

THE AMERICAN DREAM IN DE VLAAMSE FILMINDUSTRIE: EEN KWALITATIEF ONDERZOEK OVER DE HOLLYWOOD- ERVARINGEN VAN VLAAMSE FILMMAKERS EN - PRODUCENTEN

Universiteit Gent
2024
Jens
Van Landschoot
Deze masterproef gaat aan de hand van interviews in op de verschillende filmproductionele en -creatieve context in Hollywood en Europa met Vlaanderen als specifieke case. De focus ligt voornamelijk op de verschillende aspecten van beide productiecontexten. De onderzoeksvraag luidt: “Wat zijn de verschillen tussen de Vlaamse/Europese productiecontext en die in Hollywood, en hoe ervaren Vlaamse filmmakers deze verschillen?”. Een eerste stap in het formuleren van een antwoord op deze vraag was dan ook het interviewen van enkele Vlaamse filmmakers met ervaringen in beide productiecontexten. Deze data werd vervolgens aangevuld met een krantenanalyse. Met behulp van een thematische analyse werden daarna negen thema’s op een inductieve wijze ontwikkeld om de onderzoeksvraag te helpen beantwoorden. Deze thema’s hebben betrekking op de vrijheid van de filmmaker, censuur, agents, streamers, het sterrensysteem, de macht van de vakbonden, financiering, hoe filmmakers in Hollywood geraken en de schaalvergroting. Uit dit onderzoek blijkt dat de voornaamste resultaten bijna allemaal wel teruggekoppeld kunnen worden aan de commerciële verschillen van beide productiecontexten. In Hollywood overheersen de commerciële belangen namelijk veel meer de genomen beslissingen dan in Vlaanderen en
Europa. Daardoor is deze laatste productiecontext in staat om grotere risico’s te handhaven. Daarnaast zijn de verschillen ook vaak te verklaren door de schaalvergroting die de Hollywoodiaanse filmindustrie kenmerkt.
Meer lezen