Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Revisiting Early Modern Female History Writing Lucy Hutchinson’s History of the English Civil War and Restoration in the Memoirs of the Life of Colonel Hutchinson

Universiteit Gent
2025
Roxan
Dewaele
In de jaren 1660’s schreef de Engelse Lucy Hutchinson (1620-1681) de Memoirs of the Life of Colonel Hutchinson, een republikeinse en puriteinse geschiedenis van de Engelse Burgeroorlog (1642-1651) tot de Restauratie (1660) met haar echtgenoot als protagonist. In het zog van de tweede feministische golf werden de Memoirs erkend als geschiedschrijving. Onder invloed van de herstory-beweging die op zoek gaat naar de specificiteit van de vrouwelijke pen, werd dit geschiedkundig werk tot nu toe bestudeerd op basis van de dichotomie tussen vrouwelijke en mannelijke geschiedschrijving. Deze thesis toont aan dat deze dichotomie gepaard gaat met twee andere gegenderde assumpties: (1) vroegmoderne mannen schreven eerder publieke, politieke, militaire
geschiedschrijving, terwijl vrouwen private familiegeschiedenissen schreven; (2) vrouwen schreven hun geschiedenissen met een grotere focus op de menselijke passies en emoties. Ik stel dat deze benadering resulteert in een misinterpretatie van vrouwelijke geschiedschrijving, met Hutchinson als voorbeeld.
Ik beargumenteer aan de hand van de Memoirs dat Hutchinson de dichotomie tussen
het private en het publieke overstijgt en dat zij geen onderscheid maakt tussen
familiegeschiedenis en politieke geschiedenis. Veder toon ik aan dat Hutchinson geen
emotioneel geladen stijl gebruikt om haar werk een vrouwelijke toon te geven, maar dat ze haar geschiedenis onderbouwt met een antropologische analyse van de menselijke passies als destructieve factor in de Burgeroorlog. Om haar eigen bottom-up analyse van de Burgeroorlog te ondersteunen, baseert ze zich op bestaande filosofische en theologische kaders, voornamelijk de leer van St. Augustinus.
Deze studie toont aan dat het herstory-paradigma de meest fascinerende aspecten van Hutchinsons geschiedschrijving in de schaduw laat, en een misinterpretatie van de tekst oplevert. Ik hoop andere onderzoekers te inspireren om de herstory-zoektocht naar binaire verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke geschiedschrijving achterwege te laten, om samen een nieuw theoretisch raamwerk te creëren. Alleen zo wordt het mogelijk om vroegmoderne geschiedschrijfsters op een genuanceerde manier te benaderen en om hen volwaardig op te nemen in de geschiedenis van de geschiedschrijving.
Meer lezen

Het belang van verpleegkundige educatie rond Kangaroo Care bij neonaten en de invloed op hechting tussen ouder & kind

Hogeschool UCLL
2025
Gitte
Van Eyken
Kangaroo Care (KC) is een essentiële en effectieve methode binnen de neonatale zorg die zowel de fysieke
gezondheid van het kind als de hechting tussen ouder en kind bevordert. Ondanks de bewezen voordelen
wordt deze vorm van huid-op-huidcontact nog onvoldoende toegepast in de praktijk. Dit wordt vaak
toegeschreven aan misvattingen bij ouders over KC, wat deels het gevolg is van inconsistente
verpleegkundige educatie (La Rosa et al., 2024; Cai et al., 2022).
Deze bachelorproef onderzoekt hoe gestandaardiseerde verpleegkundige educatie over KC kan bijdragen aan
een verhoogde frequentie van KC-uitvoering door ouders en welke impact dit heeft op de hechting tussen
ouder en kind. De beoogde uitkomst is de bredere implementatie van KC te bevorderen en de
hechtingservaring in de eerste kritieke levensfase van een neonaat te optimaliseren.
Door middel van een systhematische literatuurstudie werden wetenschappelijke studies geanalyseerd die
inzicht bieden in de effectiviteit van educatiestrategieën voor KC, de rol van verpleegkundigen in de educatie
van ouders, barrières voor ouders om KC toe te passen en de impact van KC op ouder-kind hechting. De
literatuur toont aan dat gestandaardiseerde educatie ouders beter informeert en meer betrokken maakt bij
de toepassing van KC. Door het gebruik van uniforme educatiematerialen worden ouders beter voorbereid,
wat bijdraagt aan een hogere kwaliteit van zorg in de neonatale setting. Dit leidt tot een hogere frequentie
van KC, wat op zijn beurt de hechting tussen ouder en kind versterkt (Karimi et al., 2023; Mehrpisheh et al.,
2022; Zubaidah & Safitri, 2024). Ouders voelen zich meer zelfverzekerd in hun ouderlijke rol en bij het
toepassen van KC. Moeders lopen bovendien minder risico om een postpartum depressie te ontwikkelen
(Mehrpisheh et al., 2022).
Op basis van de bevindingen werd een informatieve flyer ontwikkeld, bedoeld voor gebruik tijdens de
educatie van ouders over KC. Deze flyer is ontworpen met het oog op laagdrempelig gebruik, meertalige
toepasbaarheid en zelfstandige raadpleging. Daarnaast werden verpleegkundige aanbevelingen
geformuleerd om de kwaliteit en uniformiteit van oudereducatie in de neonatale setting te verbeteren.
Het onderzoek wees echter ook op enkele beperkingen, zoals de beperkte beschikbaarheid van Europese
studies en het ontbreken van onderzoek specifiek naar de impact van verpleegkundige educatie op hechting.
Dit beperkt de generaliseerbaarheid van de resultaten naar verschillende culturele en zorgcontexten.
Concluderend kan worden gesteld dat gestandaardiseerde verpleegkundige educatie een cruciale rol speelt
in de succesvolle toepassing van KC en in het versterken van de hechting tussen ouder en kind (Cai et al.,
2022; Karimi et al., 2023; Maniago et al., 2019; Mehrpisheh et al., 2022; Ragab et al., 2022; Zubaidah et al.,
2024). Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op het ontwikkelen van gestandaardiseerde
educatieprogramma’s, met bijzondere aandacht voor diverse culturele contexten en internationale
zorgsystemen.
Meer lezen

Onrechtmatig verkregen bewijs en de Antigoon-leer

Thomas More Hogeschool
2025
Jamie
Saelen
Deze scriptie onderzoekt de Belgische bewijsuitsluitingsregel van onrechtmatig verkregen bewijs en de invloed van de Antigoon-doctrine hierop. Er wordt gekeken naar de wijze van bewijsvoering en het belang van bewijsmateriaal, de evolutie hiervan en de kritiek die het met zich meebrengt vandaag de dag. De uitsluitingsregel wordt uitgebreid besproken met als keerpunt het Antigoon-arrest. Er wordt gekeken naar de problematiek die het met zich meebrengt en het conflict tussen het bestraffen van misdrijven en het eerbiedigen van het recht op een eerlijk proces. Hoewel deze scriptie zich vooral focust op het strafrecht, wordt er toch ook gekeken naar de Antigoon-doctrine binnen andere rechtstakken en wordt er een vergelijking gemaakt met het burgerlijk recht. Tot slot wordt de mogelijke impact van het nieuwe Strafwetboek bekeken, dat een objectievere afweging van bewijs kan ondersteunen.
Meer lezen

Bieden A-merken gezondere vleesvervangers van de 3de en 4de generatie aan dan huismerken in België?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Annaelle
Santana Palma
Bekijken of er een verschil is in nutritionele samenstelling tussen goedkopere huismerken en duurdere A-merk vleesvervangers in België. Bevatten A-merk vleesvervangers een betere samenstelling of niet?
Meer lezen

Van koloniaal verleden naar inclusieve toekomst: De rol van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in de herwaardering en versterking van Congolees Immaterieel Cultureel erfgoed

Universiteit Antwerpen
2025
Ruth Iyombe
Busano
Cultureel erfgoed omvat meer dan objecten en kunstwerken; ook immaterieel cultureel erfgoed (zoals rituelen, muziek, orale tradities en ambachten) speelt een cruciale rol in de beeldvorming van gemeenschappen. Toch krijgt dit immateriële aspect vaak minder aandacht binnen museale contexten en restitutiedebatten, waar de focus doorgaans ligt op materiële collecties. Deze masterproef onderzoekt hoe het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (AfricaMuseum) kan bijdragen aan de herwaardering en versterking van Congolees immaterieel erfgoed, in het bijzonder binnen de actuele context van dekolonisatie, restitutie en maatschappelijke kritiek.
Het onderzoek combineert deskresearch, beleidsanalyse, literatuurstudie en interviews met diverse stakeholders, waaronder de Congolese diaspora. In de analyse wordt ingegaan op de historische rol van het museum, de huidige strategieën rond immaterieel erfgoed en de percepties van verschillende betrokken actoren.
De conclusies benadrukken dat een toekomstgerichte rol voor het AfricaMuseum enkel mogelijk is door het versterken van partnerschappen met Congolese gemeenschappen, het bieden van ruimte voor immateriële praktijken en het uitbouwen van inclusieve beleidsprocessen. Deze studie draagt zo bij aan het bredere debat rond dekolonisering van musea en sluit aan bij internationale kaders zoals de UNESCO 2003 Conventie voor het borgen van immaterieel erfgoed en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, in het bijzonder SDG 11, 16 en 17.
Meer lezen

Child Rights Lanka

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Voets
In Sri Lanka groeien veel jongeren op zonder kennis van hun kinderrechten. Tijdens een stage bij Child Action Lanka (CAL), een organisatie die zich richt op het ondersteunen van kwetsbare en straat-gerelateerde jongeren, leidde die vaststelling tot een onderzoek naar hoe een duurzame kinderrechtencultuur kan ontstaan in hun afterschool. Op basis van de Zelfdeterminatietheorie en gesprekken met jongeren, leerkrachten en een lokale onderwijsexpert werd een 8-stappenplan ontwikkeld dat veiligheid, verbondenheid en motivatie centraal stelt. Zo kunnen jongeren hun rechten niet enkel leren, maar ook beleven. Echte verandering begint bij een veilige basis, waar elk kind zich gezien en gehoord voelt, iets wat een kinderrechtencultuur op een duurzame en effectieve manier kan bieden.
Meer lezen

Patient-Specific CFD Simulations of Side-Hole Catheters for Transarterial Liver Cancer Embolisation: Effects of Hole Size and Radial Orientation on Particle Distribution

Universiteit Gent
2025
Marnix
Christiaens
Hepatocellulair carcinoom (HCC) is wereldwijd de derde belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde sterfte. Een beschikbare behandeling is transarteriële radio-embolisatie, waarbij radioactieve microsferen rechtstreeks naar de tumor worden geïnjecteerd. Deze techniek maakt gebruik van de unieke arteriële bloedvoorziening van levertumoren om het therapeutisch effect te versterken, terwijl het omliggende gezonde weefsel wordt gespaard. Het succes van deze behandeling wordt sterk beïnvloed door klinische factoren, waaronder de patiëntspecifieke vaatstructuren van de lever, de injectiesnelheid van de deeltjes en het type katheter. Deze elementen zorgen voor aanzienlijke variatie in de behandelingsuitkomsten.

Deze thesis heeft als doel om de toediening van emboliserende deeltjes te optimaliseren met behulp van computationele stromingsdynamica (CFD), zodat de verdeling van de deeltjes beter overeenkomt met de bloedstroompatronen. Hiervoor wordt een zijgatkatheter ontworpen die deze afstemming moet verbeteren en de invloed van klinische variabelen moet verminderen, wat leidt tot meer voorspelbare resultaten en een betere tumortargeting. In het bijzonder onderzoekt dit werk zowel standaard microkatheters met eindopening (SMC) als zijgatkatheters (SHC) met gesloten voorzijde en verschillende zijgatdiameters.

Met Ansys Discovery werden verschillende kathetergeometrieën ontwikkeld en geïntegreerd in een patiëntspecifiek arterieel levermodel om deeltjestrajecten en stromingsdynamica te simuleren. Een roostergevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd om de optimale volumemesh te bepalen. De simulaties omvatten zowel stationaire als transiënte analyses en onderzochten hoe het type katheter, de zijgatdiameter en de oriëntatie van de katheter de verdeling van de deeltjes beïnvloeden.

De resultaten van de in Ansys Discovery ontwikkelde katheters kwamen overeen met de verwachtingen wat betreft deeltjesverspreiding en verdeling. De Discovery-gebaseerde workflow behield de oorspronkelijke anatomie met een oppervlakteafwijking van slechts 0,0003% ten opzichte van het gesegmenteerde model. Belangrijke prestatie-indices zoals de Matching Deviation Index (MDI) en Targeting Deviation Index (TDI) bleken echter afhankelijk van de oriëntatie van de zijgaten. De MDI, die de overeenkomst tussen deeltjesverdeling en bloedstroom weergeeft, toonde aan dat de SHC beter presteerde dan de SMC. SHC’s met kleinere zijgaten (0,2 mm) vertoonden een hogere variabiliteit tussen oriëntaties (2,53%) door de vorming van geconcentreerde injectiestralen dicht bij de arteriewanden. De TDI, die de medische relevantie weerspiegelt door deeltjesverdeling te vergelijken met tumorperfusie, gaf consequent de voorkeur aan SHC’s met grotere zijgaten (0,4 mm). Deze vertoonden minder afhankelijkheid van de oriëntatie (0,89% variabiliteit t.o.v. 2,84%).
Deze bevindingen werden bevestigd in transiënte simulaties, die een twaalfvoudige toename in deeltjesverspreiding lieten zien. Transiënte simulaties leverden over het algemeen lagere MDI- en TDI-waarden op. SHC 0.2 behaalde de beste MDI dankzij de meest uniforme verdeling van de deeltjes, maar dit ging ten koste van de doelgerichtheid, wat resulteerde in de laagste TDI.

Deze thesis toont aan dat het zijgatkatheterontwerp het potentieel heeft om de gevoeligheid voor klinische parameters te verminderen en de behandeling beter te laten aansluiten bij de geplande therapie.
Meer lezen

Liefde in vloeibare vorm, niet gedragen wel gevoed

Thomas More Hogeschool
2025
Lore
Wuyts
De bachelorproef *“Liefde in vloeibare vorm, niet gedragen wel gevoed”* onderzoekt hoe vroedvrouwen ouders kunnen ondersteunen bij **lactatie-inductie**, het proces waarbij melkproductie wordt opgewekt bij personen die niet zwanger zijn (geweest). Deze praktijk biedt niet alleen voeding voor het kind, maar versterkt ook de ouder-kindbinding en draagt bij aan inclusieve zorg, onder meer voor adoptieouders, co-lacterende koppels en transgender personen.

Aan de hand van een literatuurstudie werden de methoden, uitdagingen en de rol van vroedvrouwen in kaart gebracht. Zowel hormonale en medicamenteuze benaderingen als natuurlijke methoden zoals borststimulatie en voedingsondersteuning kwamen aan bod. Uit de resultaten blijkt dat vroedvrouwen een sleutelrol spelen in het informeren, begeleiden en psychosociaal ondersteunen van (wens)ouders. Belangrijke succesfactoren zijn een tijdige voorbereiding, empathische communicatie, multidisciplinaire samenwerking en aandacht voor diversiteit.

De conclusie luidt dat lactatie-inductie meer is dan een medische techniek: het is zorg die vraagt om kennis, openheid en respect. Er is nood aan meer sensibilisering en vorming, zodat vroedvrouwen deze vorm van borstvoeding op een veilige en inclusieve manier kunnen integreren in de perinatale zorg.
Meer lezen

BURN-OUT BIJ VROEDVROUWEN IN HET ZIEKENHUIS Impact op de kwaliteit van de zorg, preventie en re-integratie

Arteveldehogeschool Gent
2025
Camille
Hendrickx
Burn-out onder vroedvrouwen in ziekenhuizen vormt een groeiend probleem dat niet alleen het welzijn van de zorgverleners bedreigt, maar ook de kwaliteit van de verstrekte zorg significant vermindert. Deze bachelorproef onderzoekt de impact van burn-out op vroedvrouwen en de directe en indirecte gevolgen voor de patiëntenzorg. Centraal staat de vraag: Welke maatregelen kunnen de impact van burn-out bij vroedvrouwen op de kwaliteit van de zorg verkleinen? Door een uitgebreide literatuurstudie en analyse van bestaande preventie- en re-integratiestrategieën wordt een overzicht geboden van effectieve interventies op micro-, meso- en macroniveau. Daarnaast wordt een preventiebrochure ontwikkeld, gericht op vroedvrouwen en hun leidinggevenden, met praktische tips voor vroegtijdige herkenning en zelfzorg. Uit de bevindingen blijkt dat factoren zoals werkdruk, emotionele belasting en persoonlijke kenmerken bijdragen aan de ontwikkeling van burn-out. Daarnaast worden de negatieve gevolgen voor de zorgkwaliteit benadrukt, waaronder verminderde empathie, toename in fouten en een hogere intentie om het beroep te verlaten. Het belang van preventieve maatregelen en ondersteuning is evident om de veerkracht van vroedvrouwen te versterken en de zorgstandaard te waarborgen. Concluderend onderstrepen de resultaten dat een holistische aanpak, gericht op zowel preventie als re-integratie, essentieel is om burn-out te voorkomen en de continuïteit en kwaliteit van de verloskundige zorg te garanderen.
Meer lezen

Wanneer autonomie een kleur krijgt

Universiteit Gent
2025
Pauline
Van de Walle
In mijn masterproef onderzocht ik hoe culturele en raciale vooroordelen de medische besluitvorming beïnvloeden rond vrouwelijke genitale modificaties in België. Via een experiment met videovignetten waarin drie vrouwen, enkel verschillend in huidskleur en religieuze achtergrond, dezelfde vraag stelden om hun binnenste schaamlippen te laten verkleinen, onderzocht ik hoe artsen daarop reageerden. Het onderzoek onthult subtiele maar betekenisvolle verschillen in interpretatie en taalgebruik, afhankelijk van wie de vraag stelt. Terwijl esthetische of medische motieven bij witte vrouwen als legitiem worden beschouwd, worden culturele of religieuze motieven bij niet-westerse vrouwen sneller geassocieerd met “verminking”.
Meer lezen

Wearable Sensors for Indirect Assessment of Ground Reaction Forces and Moments in Human Movement Analysis

Vrije Universiteit Brussel
2025
Hanne
Willems
De grondreactiekracht en het grondreactiemoment zijn belangrijke variabelen om het blessurerisico tijdens het sporten in te schatten, maar konden tot nu toe enkel in gespecialiseerde laboratoria gemeten worden. In mijn scriptie ontwikkelde ik verschillende biomechanische modellen om de grondreactiekracht en het grondreactiemoment te berekenen op basis van draagbare sensoren die geïntegreerd werden in een loopbroek, zodat ze altijd en overal gemeten kunnen worden. Vervolgens werden de modellen zo accuraat mogelijk gemaakt, zowel met als zonder AI.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Hoe kan je als leerkracht outdoor educatie integreren in het secundair onderwijs?

Hogeschool VIVES
2025
Steen
Luca
Dit onderzoek richt zich op hoe leerkrachten in het secundair onderwijs outdoor educatie kunnen
integreren. Via een literatuurstudie wordt onderzocht wat outdoor educatie inhoudt, welke
voordelen en nadelen eraan verbonden zijn. We bekijken ook hoe Noorwegen, een land met een
sterke reputatie rond outdoor educatie, hiermee omgaat.
Daarnaast werd er een enquête afgenomen bij leerkrachten uit het secundair onderwijs in België.
Daarbij werd gepeild naar hun ervaring met outdoor educatie, de drempels die zij ervaren en wat
hen zou kunnen ondersteunen. Uit de resultaten blijkt dat outdoor educatie bijdraagt aan de
cognitieve, fysieke en mentale ontwikkeling van leerlingen en vaardigheden zoals plannen,
communiceren en verantwoordelijkheid nemen. Toch ervaren leerkrachten obstakels zoals
tijdsgebrek, beperkte infrastructuur en een gebrek aan ervaring. Investeren in een groene
leeromgeving en praktische voorbeelden aanbieden kunnen helpen om deze drempels te verlagen.
Integratie begint bij durven: door te experimenteren, te leren door te doen en naar buiten te gaan.
Meer lezen

Geen vluggertje, maar bewustzijn: de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in het secundair onderwijs

Vrije Universiteit Brussel
2025
Jolien
Roelens
Genomineerde longlist Klasseprijs
Dit onderzoek richt zich op de effectiviteit van Nederlandstalige preventieprogramma’s tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) in het secundair onderwijs en onderzoekt de ervaringen van Vlaams schoolpersoneel met deze programma’s. Er is gebruikgemaakt van een mixed-methods benadering. Enerzijds is een inhoudsanalyse uitgevoerd van zeventien Nederlandstalige preventieprogramma’s. Anderzijds is een zelfrapportage enquête afgenomen bij 57 schoolmedewerkers die betrokken zijn bij relationele en seksuele vorming, inclusief de preventie van SGG.

De analyse toont aan dat geen enkel preventieprogramma volledig voldoet aan de achttien wetenschappelijk onderbouwde criteria voor effectieve interventies. Wel bevatten de meeste programma’s enkele positieve elementen, zoals actieve leervormen en duidelijke handleidingen. Tegelijkertijd blijken herhalingssessies, genderspecifieke kennis en ouderbetrokkenheid vaak te ontbreken. Uit de bevraging blijkt bovendien dat leerkrachten regelmatig programma’s aanpassen of zelf samenstellen, wat de effectiviteit onder druk kan zetten. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel van het schoolpersoneel aan zich momenteel onvoldoende bekwaam of opgeleid te voelen om het thema SGG adequaat te behandelen bij middelbare scholieren.

Kortom, de bevindingen onderstrepen de nood aan een overkoepelend kader voor de evaluatie van SGG preventieprogramma’s. Duidelijke richtlijnen en structurele ondersteuning zijn essentieel om leerkrachten in staat te stellen het thema op een veilige, doeltreffende en wetenschappelijk onderbouwde manier aan te kaarten. Het systematisch trainen van schoolpersoneel vormt hierbij een cruciale stap. Een open, goed ondersteunde meldcultuur kan uiteindelijk bijdragen tot vroegtijdige detectie en preventie van SGG en kan mogelijk een daling in prevalentie tot gevolg hebben.
Meer lezen

MEDISCHE PODCASTS ALS LEERMIDDEL BINNEN DE GENEESKUNDE: LUISTERPLEZIER OF OOK EEN LEEREFFECT?

Universiteit Gent
2025
Lotte
De Rick
  • Annelien
    Lombaert
Deze masterproef onderzocht of medische podcasts een effectief leermiddel zijn voor zorgprofessionals. Op basis van een literatuurstudie werden 33 relevante studies geanalyseerd. De meeste studies betrokken studenten geneeskunde en artsen in opleiding.

De resultaten tonen dat podcasts sterk gewaardeerd worden om hun toegankelijkheid, flexibiliteit en leerwaarde. Ze leiden bovendien tot kennisverwerving en -behoud, en soms ook tot zelfgerapporteerde veranderingen in klinisch handelen. Er is echter nog geen bewijs dat podcasts invloed hebben op klinische of patiënt-gerapporteerde uitkomsten.
Meer lezen

The ecological impact of rock climbing on cliff-face vegetation: Diversity, functional traits, and microclimate in Freyr, Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Sarane
Coen
Deze thesis onderzoekt de invloed van rotsklimmen en abiotische kenmerken op de vegetatie van kalksteenrotsen van Freyr in België, een ecosysteem dat ondanks zijn hoge biodiversiteit weinig wetenschappelijke aandacht krijgt. Vegetatiegegevens werden verzameld op 248 subplots van 1 m² verspreid over 13 transecten met verschillende klimintensiteiten. De studie analyseert zowel soortenrijkdom, bedekking en diversiteit als functionele eigenschappen van planten (Grime CSR-strategieën, pH- en temperatuuraffiniteit) en meet microklimaatverschillen tussen noord- en zuidgerichte kliffen.

De resultaten tonen dat vegetatiepatronen vooral worden bepaald door abiotische kenmerken van de rotsen, met hogere soortenrijkdom op kliffen met lage klimintensiteit en veel microtopografische variatie. Klimmen leidt tot een vermindering van competitieve soorten en een verschuiving naar meer ruderale soorten, terwijl stress-tolerante soorten dominant blijven. Noordgerichte kliffen hebben over het algemeen hogere bedekking en diversiteit, maar temperatuurvoorkeuren van de vegetatie veranderen niet ondanks microklimaatverschillen.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Een grote wereld aan een kleine universiteit. Buitenlandse studenten aan de Katholieke Universiteit Leuven, 1900 – 1968

KU Leuven
2025
Alexe
Heleu
Deze thesis onderzoekt hoe de internationalisering van de KU Leuven zich heeft ontwikkeld tussen 1900 en 1968. Het doel is om een antwoord te bieden op de vraag: In welke mate ontwikkelde de KU Leuven zich tot ‘internationale’ universiteit? Daarvoor analyseer ik enerzijds het relatieve aantal internationale inschrijvingen en de diversiteit. Anderzijds besteedt de thesis aandacht aan het beleid en het imago van de KU Leuven. Een breed onderzoek, over een langere periode, naar studentenmobiliteit vanuit het oogpunt van een Belgische universiteit vormt een lacune in de bestaande academische historiografie. Daarnaast combineert het onderzoek kwantitatieve en kwalitatieve bronnen om de internationaliseringsgraad van de universiteit te bepalen. Voor het kwantitatieve aspect digitaliseerde ik de inschrijvingsgegevens, afkomstig uit de Jaarboeken van de KU Leuven, in een databank. Daarnaast analyseerde ik correspondenties, rapporten en artikelen, uit de Archieven van voormalige rectoren Ladeuze en Van Waeyenbergh, om het kwalitatieve aspect vorm te geven. Het eerste hoofdstuk analyseert de evolutie van de inschrijvingen van buitenlandse studenten aan de KU Leuven om zo het ‘internationale’ karakter te bepalen. Daaruit bleek dat de aantallen relatief beperkt bleven, maar dat de afkomst van de studenten enorm divers was, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Daarna onderzocht ik aan de hand van correspondenties en rapporten hoe de KU Leuven en de rectoren hun beleid voerden ten opzichte van internationale studenten: de rectoren gebruikten de vernieling van de oorlogen als uitgangsbord om de Leuvense universiteit opnieuw te doen groeien. Ze deden dit door het beeld van de KU Leuven als een werelduniversiteit te propageren. Daarnaast gebruikten ze het katholieke karakter als bindmiddel. Tot slot ondersteunden ze opkomende organisaties om internationale studenten te helpen in Leuven. In het derde hoofdstuk ligt de nadruk op de individuele levensbelevingen van studenten. De analyse toont aan dat het eeuwenoude imago van de KU Leuven, haar katholieke karakter en culturele netwerken met de universiteit een positieve invloed hadden op de motivaties van studenten. Daarentegen vormden complexe, administratieve procedures en integratieproblemen struikelblokken. Het Frans, het financiële aspect en de geopolitieke situaties waren dubbelzinnige factoren, die zowel bevorderend als belemmerend werkten. Uit de analyse volgde dat Leuven zich in de vroege twintigste eeuw al ontwikkelde tot een internationale universiteit. Ze gebruikte de internationalisering in eerste instantie als een strategisch middel voor de wederopbouw na de oorlogen, maar geleidelijk aan evolueerde het naar een institutionele prioriteit. In de periode 1900 – 1968 legde ze de fundamenten voor een explosieve toename van internationale inschrijvingen vanaf 1970. Het ‘internationale’ karakter van de universiteit kwam dus naar voren dankzij een diverse studentengroep en was niet enkel afhankelijk van het aantal inschrijvingen.
Meer lezen

De betrokkenheid van het kind in (echt)scheidingsbemiddeling

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Vastmans
Artikel 12 van het IVRK erkent het recht van kinderen om betrokken te worden in alle aangelegenheden die het kind aanbelangen. Bovendien moet aan hun mening passend belang worden gehecht, in overeenstemming met hun leeftijd en maturiteit. Hoewel dit spreekrecht stevig verankerd is in gerechtelijke procedures via artikel 1004/1 van het Gerechtelijk Wetboek, is er tot op heden geen juridische grondslag voor de uitoefening van dit recht in bemiddelingsprocessen die het kind aanbelangen. In het licht hiervan gaat deze masterthesis na hoe het spreekrecht van kinderen in het kader van (echt)scheidingsbemiddeling in België juridisch kan worden versterkt en verankerd. Hiertoe wordt een interdisciplinair onderzoek gevoerd, bestaande uit een juridische analyse van de wetgeving, rechtsleer en – in beperkte mate – rechtspraak, aangevuld met een empirisch onderzoek, waarin de huidige bemiddelingspraktijk in kaart wordt gebracht.
Meer lezen

Isoleren of Isoleren? Een analyse van conflicterende belangen tussen energie-renovatie en huur(betaal)baarheid

Universiteit Gent
2025
Gaëlle
Detrooz
Naarmate Europa richting een duurzame toekomst beweegt, herschept een groeiende golf aan groene beleidsmaatregelen het woonlandschap en ontstaan er kansen voor een meer rechtvaardige samenleving. De weg vooruit kent echter ook uitdagingen, vooral op het vlak van woonbetaalbaarheid.

Energiezuinige renovaties vragen vaak aanzienlijke investeringen vooraf, meestal gedragen door verhuurders, terwijl de resulterende energiebesparing bij de huurders terechtkomt. Die misalignment tussen kosten en baten staat bekend als het “split-incentive”-probleem. Het roept kritische vragen op over de manier waarop de renovatieagenda de huurprijzen en de beschikbaarheid van betaalbare woningen beïnvloedt. Al vóór deze groene transitie stonden huurders vaak op achterstand ten opzichte van eigenaars. Vandaag dringt zich een urgente vraag op: zal de golf van energierenovaties bestaande ongelijkheden vergroten?

Om dit aan te pakken biedt het concept van “just resilience” een zinvol kader. Het pleit voor benaderingen die ervoor zorgen dat de kosten van duurzame vooruitgang eerlijk worden verdeeld, in het bijzonder dat mensen met beperkte middelen niet onevenredig worden belast. In deze context wil rechtvaardige veerkracht de noden van de huurders van vandaag verzoenen met de langetermijndoelstellingen van het klimaatbeleid.

Deze thesis onderzoekt het kruispunt van ambitieuze renovatiepolitiek en woonrechtvaardigheid, en nodigt uit tot reflectie over hoe we deze transitie kunnen vormgeven op een manier die zowel ecologisch doeltreffend als sociaal rechtvaardig is.
Meer lezen

Verzet en democratie: een verlangen naar inclusie

Vrije Universiteit Brussel
2025
Manon
Quanjard
Verzet in haar verscheidenheid lijkt steeds meer aanwezig in democratische samenlevingen. Verzet stelt problemen aan de kaak waarvoor politici weinig oog lijken te hebben. Dit daagt de efficiëntie en legitimiteit van ons democratisch staatsbestel uit. In deze masterproef onderzoek ik de rol van verzet in een representatieve democratie. Ik bied eerst een overzicht van de verschillende vormen van verzet, met de focus op het verschil tussen burgerlijke en onburgerlijke ongehoorzaamheid. Vervolgens bespreek ik hoe deze vormen van verzet binnen een democratie al dan niet te legitimeren zijn. Op basis van mijn bevindingen argumenteer ik dat verzet binnen een democratie begrepen kan worden als een verlangen naar inclusie. Dit stelt democratische samenlevingen voor de vraag hoe tegenstemmen betrokken kunnen worden tot het publieke debat. Ik bespreek tot slot twee benaderingen die hierop een antwoord bieden en besluit dat een agonistische benadering een vruchtbare bodem biedt om verzet te begrijpen.
Meer lezen

Bouwen met CLT: Een analyse voor een Best-Practice ontwerp- en bouwpraktijk in België

Universiteit Gent
2025
Tomas
De Landsheer
De bouwsector stoot wereldwijd bijna 40% van alle CO₂ uit. Hout kan een belangrijk alternatief zijn voor beton en baksteen, omdat het CO₂ opslaat en vaak sneller en efficiënter verwerkt kan worden. Een veelbelovende vorm van houtbouw is Cross-Laminated Timber (CLT), waarbij planken kruislings verlijmd worden tot sterke panelen. In landen als Zweden en Canada zijn al indrukwekkende houtprojecten gebouwd, maar in België blijft het gebruik voorlopig beperkt. De reden? Ons natte klimaat en een gebrek aan duidelijke richtlijnen rond vochtbescherming.

In mijn onderzoek bracht ik de risico’s voor CLT in België in kaart. Ik vergeleek internationale kennis en voorbeelden met de Vlaamse praktijk, interviewde bouwprofessionals en volgde een groot project op in Gent. Daaruit blijkt dat het klimaat op zich niet het grootste probleem is, maar wel de manier waarop we met vocht en hout omgaan. Daarom ontwikkelde ik een Vocht-Beheersings-Plan (VBP) en praktische tools die architecten, aannemers en ingenieurs kunnen gebruiken om houten gebouwen beter te beschermen.
Meer lezen

Hoe komt Just Resilience aan bod in klimaatadaptatiebeleid? Een analyse van procedurele rechtvaardigheid in Belgisch waterbeheerbeleid

Universiteit Gent
2025
Eva
Shaw
Naarmate de klimaatverandering toeneemt, wint het concept Just Resilience aan terrein als een benadering die rechtvaardigheid wil integreren in klimaatadaptatie. Deze thesis onderzoekt één belangrijke dimensie van Just Resilience: procedurele rechtvaardigheid, die betrekking heeft op de eerlijkheid en inclusiviteit van beleidsprocessen.

Met België als casus, een land dat geconfronteerd wordt met toenemende, aan water gerelateerde klimaatuitdagingen, onderzoekt de studie in welke mate procedurele rechtvaardigheid is ingebed in het waterbeheerbeleid, met bijzondere aandacht voor twee kwetsbare groepen: landbouwers en personen met een lage sociaaleconomische status.

Via een mixed-methods benadering, die documentanalyse combineert met semigestructureerde interviews op verschillende bestuursniveaus, beoordeelt het onderzoek hoe de belangrijkste indicatoren van procedurele rechtvaardigheid (i.e, participatie, inclusie, transparantie, consistentie, ethiek/vertrouwen en erkenning van impact) zowel in theorie als in de praktijk worden toegepast.

De bevindingen tonen aan dat, hoewel beleidskaders en -documenten procedurele rechtvaardigheid soms in principe erkennen, de feitelijke uitvoering beperkt en gefragmenteerd blijft. Kwetsbare groepen worden onvoldoende betrokken bij het vormgeven van het beleid dat hen het meest raakt. Deze beperkte betrokkenheid neemt vaak de vorm aan van symbolische of eenmalige consultaties, zonder wezenlijke invloed of blijvende deelname.
Daardoor ontstaat een kloof tussen formele toezeggingen rond participatie en de daadwerkelijke ervaringen van de meest getroffen groepen, wat wijst op een blijvende procedurele lacune binnen het waterbeheer en, ruimer gezien, binnen het klimaatadaptatiebeleid.

De thesis concludeert dat het dichten van deze kloof vraagt om sterkere participatiestructuren en een betekenisvollere betrokkenheid van kwetsbare groepen gedurende het volledige beleidsproces. Ze eindigt met een oproep tot een diepere ethische en politieke inzet voor werkelijk inclusieve klimaatadaptatie.
Meer lezen

Wanneer is te veel, 'te veel'? Over het aantal kinderen per spermadonor (Deelonderzoek: Beleving van Donorkinderen)

KU Leuven
2025
Margot
Indekeu
De limieten op het aantal nakomelingen per donor (de donorquota) werden bepaald in een context van geheimhouding en anonimiteit rond donorconceptie. Ze zijn voornamelijk ingegeven door medische redenen, zoals het voorkomen van consanguïniteit. De opkomst van het internet en DNA-databanken, in combinatie met een maatschappelijke verschuiving naar meer openheid en recente wetswijzigingen, maakt het mogelijk dat nakomelingen van eenzelfde donor met elkaar in contact kunnen komen. Hierdoor is duidelijk geworden dat de wetten en richtlijnen in het verleden niet altijd nageleefd werden en dat er een gebrek is aan internationale wetgeving waardoor donorkinderen soms geconfronteerd worden met een onverwacht aantal donor half-sibilings. Deze onvoorziene contacten brengen nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee, waardoor de psychosociale aspecten van het aantal nakomelingen per donor steeds meer op de voorgrond komen te staan.

In deze masterproef werd onderzocht hoe donorkinderen genetische verwanten die ontstaan zijn uit donaties van dezelfde donor beleven, binnen het bredere maatschappelijke vraagstuk rond donorquota. Om een diepgaand inzicht te verkrijgen in deze belevingen werd gekozen voor een explorerende, kwalitatieve onderzoeksbenadering. Semigestructureerde interviews werden afgenomen en geanalyseerd aan de hand van een thematische analyse, gebaseerd op de aanpak van Braun en Clarke (2006). Aan het onderzoek namen twaalf personen deel uit alleenstaande-moeder, moeder-moeder en moeder-vader gezinnen. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de beleving van de deelnemende donorkinderen gevarieerd en complex is en zich situeert op verschillende niveaus: individueel (bewustzijn rondom donor half-siblings, impact op identiteit), interpersoonlijk (woordgebruik, betekenis van genen en verwantschap, vormgeven aan de relatie, relationele dynamieken, familiale grenzen) en beleidsmatig (kindperspectief, centraal register, donorquota). De deelnemers gaven aan een sterke behoefte te ervaren naar vrijheid om zelf betekenis en vorm te mogen geven aan de genetische connectie met hun donor half-siblings, zonder zich te moeten verdedigen voor hun gevoelens en gedachten. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke behoefte aan informatie en ondersteuning, mede doordat er weinig sociale kaders bestaan om deze relaties te duiden. De meerderheid van de deelnemers vond dat er een internationaal, centraal register moet komen dat transparantie en overzicht biedt over het aantal nakomelingen per donor. Daarnaast was er unanimiteit over de noodzaak van een duidelijk donorquotum dat nageleefd en opgevolgd wordt.

Binnen de klinische praktijk is het belangrijk om begeleiding en ondersteuning te bieden aan donorkinderen bij het verkennen van mogelijke betekenissen van de genetische connectie met donor half-siblings, zonder deze voor hen in te vullen. Daarnaast spraken deelnemers de wens uit om het onderbelichte kindperspectief centraal te stellen in het maatschappelijke en politieke debat rond de praktijk van donorconceptie. Ze voelden daarbij een nood aan erkenning van donorkinderen als personen met eigen rechten en informatiebehoeften.
Meer lezen

Oranje tegen Bonaparte. De Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden (1815-1831)

KU Leuven
2025
Tuur
Porters
In deze scriptie onderzocht ik de ontwikkeling van de Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden tussen 1815 en 1831. Ik legde daarbij de focus op de verhouding tussen die twee fenomenen, die door verschillen maar ook vele gelijkenissen gekenmerkt werden, maar ook op de houding van de Nederlandse overheid tegenover die napoleontische sentimenten.
Meer lezen

AI en toeristische B2B- en B2C-communicatie

Hogeschool PXL
2025
Maartje
Kerfs
Mijn bachelorproef gaat over AI binnen toeristische B2B- en B2C-communicatie. De communicatiemedewerkers van Visit Limburg - een toeristische organisatie die het toerisme in de provincie Limburg ontwikkelt en promoot - wensen artificiële intelligentie te gebruiken om de communicatie met partners én toeristen te verbeteren. Het resultaat is een praktische handleiding met tips over prompten en uitleg over AI-tools.
Meer lezen

Mapping the Margin

KU Leuven
2025
Riet
Nonneman
This thesis explores how architectural practice engages with the socio-
political realities of displacement through methods of subjective storytelling
and spatial observation. Set within the broader frameworks of
temporality and marginality, the focus lies on two reception centres for
asylum seekers in Flanders: Opvangcentrum Westakkers – Rode Kruis
and Rode Kruisopvangcentrum Beveren. It does so by mapping how individuals
negotiate homemaking practices within these temporary and
institutionalised contexts.
By adopting a position of critical proximity, the analysis draws on sketching,
informal interviews, and on-site presence as tools to map space in
both a physical and emotional sense. Through this approach, personal
subjectivity is not masked, but embraced as a lens through which to reveal
hidden spatial narratives and to question the traditional role of the
architect.
This socio-spatial reflection is grounded in intersectional theory, building
on the work of researchers such as Luce Beeckmans, Huda Tayob and
Seethaler-Wari. It seeks to reframe the architectural gaze towards the
margin, as defined by bell hooks, not as a zone of lack or exclusion, but
as a space of resilience, improvisation, and agency. Rather than offering
a design solution, this thesis proposes a method of architectural engagement
that centres listening, mapping, and the empowering of voices that
are often left unheard.
Ultimately, this thesis aims to challenge dominant architectural modes by
foregrounding the potential of alternative, slower, and more humane ways
of reading and working with space, particularly in contexts where uncertainty
and hope coexist.
Meer lezen

Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.

HOGENT
2025
Davide
Degano
Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.
This thesis investigates how photographic and archival practices have shaped the construction of Italian national identity from unification to the present, exposing the continuities between colonial, fascist, and post-fascist visual regimes. Through the case study of Leone Jacovacci — an Italian-Congolese boxer whose 1928 victory was erased from public record — the research examines how archives function as instruments of power that define visibility and belonging. Drawing on the theoretical frameworks of Achille Mbembe, Ariella Azoulay, and Saidiya Hartman, it argues that absence within the archive is never neutral but a form of epistemic violence that structures collective memory.

By tracing the evolution of Italian image culture — from Lombroso’s pseudo-scientific photography to Mussolini’s propagandistic iconography and contemporary media — the study reveals how the aesthetic foundations of whiteness and exclusion persist beneath post-war and neoliberal narratives of modernity. Engaging both institutional and personal archives, the project proposes an alternative methodology grounded in solidarity and speculation: one that re-reads the archive not as a closed repository, but as a site of struggle and potential reactivation. Ultimately, it calls for a re-imagining of visual history as an ethical and political practice, where to look is also to take responsibility for what has been made invisible.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

Urinary sodium-guided precision management for heart failure

KU Leuven
2025
Evelyne
Meekers
Verbetering opvolging en therapie bij patiënten met hartfalen, onder andere door gebruik van urinaire zoutmetingen.
Dit werd zowel getest bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis met hartfalen en thuis. Gebruik van een urinair geleid zoutschema in het ziekenhuis laat het toe om sneller de juiste dosis plasmedicatie voor de juiste patiënt te vinden; waardoor patiënten sneller klachtenvrij het ziekenhuis kunnen verlaten.
Daarnaast is er tevens een rol voor patiënten thuis. Een eenmalige meting laat een betere inschatting van de prognose bepaling van de patiënt toe. Daarnaast kan het helpen om de plaspil thuis beter te doseren en daarmee ook onnodige ongemakken te voorkomen. De patiënt staat hierbij centraal waarbij hij mee controle krijgt over zijn ziekte.
Meer lezen