Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

HET TABOE VAN GEVOELIGE THEMA’S: EEN VERGELIJKENDE STUDIE NAAR DE ERVARINGEN VAN LEERKRACHTEN IN HET BEROEPSONDERWIJS(ARBEIDSFINALITEIT) IN SECUNDAIRE SCHOLEN.

Vrije Universiteit Brussel
2025
Saartje
Vandermaesen
“Mag ik dit wel zeggen in de klas?” Die vraag houdt veel leraren bezig. Uit mijn onderzoek bij 17 leerkrachten in het beroepsonderwijs blijkt dat gevoelige thema’s zoals racisme, religie of LGBTQ+ vaak vermeden worden, niet uit onwil, maar uit angst en een gebrek aan veiligheid. Sociale steun van collega’s en directie maakt het verschil tussen zwijgen of durven spreken. Zonder dat leraren zich veilig voelen geen open gesprekken, zonder open gesprekken geen burgerschapsonderwijs. En zonder burgerschapsonderwijs staat de democratie zelf onder druk.
Meer lezen

Dag Jules. Herken ik mij wel in jou? Een onderzoek hoe diversiteit kan genormaliseerd worden in lesmethodes voor de 1ste kleuterklas.

HOGENT
2025
Marie
stoens
Deze bachelorproef onderzoekt hoe educatieve pakketten in de eerste kleuterklas kunnen bijdragen aan een inclusieve klaspraktijk waarin diversiteit wordt erkend en genormaliseerd. De aanleiding kwam voort uit de vaststelling dat veel gebruikte methodes, zoals Jules, Anna en Nellie & Cezar, nauwelijks zijn meegegroeid met de veranderende samenleving. Ze tonen vaak een beperkt en stereotiep beeld van de realiteit — een voornamelijk witte, middenklasse leefwereld waarin niet alle kinderen zich herkennen.

Het onderzoek combineert een uitgebreid literatuuronderzoek met interviews bij zes kleuterleerkrachten die werken in stedelijke contexten. Uit hun getuigenissen blijkt dat leerkrachten de bestaande methodes zelden volledig volgen: ze passen verhalen, illustraties en activiteiten voortdurend aan om beter aan te sluiten bij de diversiteit in hun klas. Ze benadrukken het belang van representatie, erkenning en spiegels en vensters in lesmateriaal: kinderen moeten zichzelf kunnen herkennen, maar ook andere leefwerelden leren kennen.

De theoretische kaders, zoals Opvoeden zonder vooroordelen (Anti-Bias Education) en Sociaal rechtvaardig opvoeden (Dierickx et al., 2022), tonen dat inclusie een bewuste pedagogische keuze is. Diversiteit moet geen apart thema zijn, maar een vanzelfsprekend uitgangspunt in het onderwijs.

Als praktisch luik ontwierp de onderzoeker een aangepaste praatplaat die meer diversiteit weerspiegelt, wat in de klas positief werd onthaald. De studie besluit met de oproep om educatieve methodes grondig te herdenken: ontwikkelaars, leerkrachten en beleidsmakers moeten samen zorgen voor materiaal waarin elk kind zich kan herkennen — niet als uitzondering, maar als norm.
Meer lezen

Silent Spread: Using a digital serious game on Phytophthora cinnamomi to facilitate cognitive thinking processes and inspire the creation of a cognitive sustainability compass

Universiteit Gent
2025
Charl Justine
Darapisa
Deze studie onderzoekt het gebruik van serious games in het bevorderen van kennisverwerving over Phytophthora cinnamomi (Pc), een invasieve bodemaandoening die het Mediterrane eikecosysteem in Spanje bedreigt. Gebaseerd op de cognitieve taxonomie van Bloom heeft het onderzoek als doel te evalueren welke specifieke spelelementen (trivia, quiz, spelbeheer en spelsituaties) de vijf cognitieve denkprocessen ondersteunen, en of serious games kunnen dienen als effectieve hulpmiddelen om via de Cognitive Sustainability Compass reflectie over duurzaamheid te stimuleren.

Silent Spread, een digitaal bordspel, werd ontwikkeld en gespeeld door 35 studenten op universitair niveau. De PLS-SEM-analyse toont aan dat Silent Spread middelhoge tot hogere denkvaardigheden bevordert, waarbij analyseren de sterkste rol speelt in het aanleren van verspreidingsmechanismen.

De sessies met de Cognitive Sustainability Compass tonen aan dat vooral de sociale pijler van duurzaamheid werd benadrukt, met thema’s als samenwerkend leren en een sterkere verbondenheid met rurale realiteiten. De studie onderstreept dat serious games vooral het toepassen van kennis stimuleren in plaats van enkel het onthouden van feiten. Daarom moet toekomstig onderzoek nagaan hoe deze spellen het leren binnen én buiten de virtuele omgeving kunnen versterken. Daarnaast stelt de studie het hiërarchisch model van Bloom in vraag en benadrukt ze dat de 21e eeuw nood heeft aan vaardigheden zoals samenwerking, probleemoplossend denken en systeemdenken, die spelers met succes hebben aangetoond.
Meer lezen

Een duurzaamheidstoets van het nieuwe goederenrecht in relatie tot ondernemingen: was duurzaamheid écht een belangrijke doelstelling?

Universiteit Gent
2025
Noor
Buyssens
Samenvatting van mijn thesis:

Duurzaamheid was een belangrijke doelstelling bij de totstandkoming van het nieuwe goederenrecht. Bijgevolg onderzoekt dit werk het nieuwe goederenrecht, dat sinds 2021 in werking trad, door de lens van duurzaamheid, met een bijzondere focus op ecologische duurzaamheid. Centraal staat daarbij steeds de rol van de onderneming. Deze focus op ondernemingen vormt een nieuwe invalshoek binnen bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht.

Vertrekkend vanuit de onderwerpen die in bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht aan bod komen, gaat deze bijdrage verder op die onderwerpen die in het bijzonder relevant zijn voor ondernemingen: res communes, opstalrechten (waarbij zijn rol in de circulaire vastgoedeconomie en bij het recent ingevoerde volume-eigendom wordt besproken), en ten slotte de milieu-erfdienstbaarheid.

Voor elk van deze onderwerpen worden de tekortkomingen en obstakels geanalyseerd die ertoe leiden dat zij duurzaamheid belemmeren of onvoldoende ondersteunen. Telkens wordt onderzocht hoe en op welke manier duurzaamheid nu precies wordt tegengewerkt. Zo wordt aangetoond hoe de figuur van de res communes juridisch is uitgehold en daardoor in de praktijk nauwelijks bescherming biedt, hoe het eenheidsbeginsel – en meer bepaald het zelfstandigheidsbeginsel – de ontwikkeling van een circulaire economie binnen de vastgoedsector tegenwerkt, en hoe de invoering van (eeuwigdurend) volume-eigendom grote risico’s creëert op ongebreidelde vastgoedgroei, waarbij duurzaamheid slechts een voorwaardelijk en toevallig neveneffect blijkt te zijn. Ook de milieu-erfdienstbaarheid blijkt onder het huidige goederenrecht onwerkbaar.

Na het analyseren van deze knelpunten worden telkens mogelijke oplossingen of, minstens, suggesties en denkpistes aangereikt die kunnen bijdragen tot verdere verbetering. Kritiek wordt hier immers niet als destructief benaderd, maar juist als een eerste stap richting vooruitdenken.

Het werk sluit af met een filosofische noot waarin de rode draad tussen de besproken onderwerpen wordt blootgelegd. Diep onder de juridische spanningen die zich voordoen rond duurzaamheid blijkt een “structureel” probleem te schuilen: het goederenrecht is historisch gebouwd op liberale en kapitalistische fundamenten, wat duurzame ontwikkeling structureel belemmert. Dit werk eindigt dan ook met een oproep tot structurele verandering en geeft een eerste stap in de richting van dergelijke verandering.
Meer lezen

Ils occupent, (i)elles s’occupent: Een cultuursociologische analyse van zes vormen van durf in de Brusselse skatescene

Vrije Universiteit Brussel
2025
Charlotte
Cool
Deze studie onderzoekt hoe (sub)culturele genderhiërarchieën binnen de Brusselse skatescene zowel worden gereproduceerd als geherconfigureerd. Hoewel skateboarden doorgaans gepresenteerd wordt als open, vrij en inclusief, blijft het in de praktijk doordrongen van een geïnstitutionaliseerde mannelijke hegemonie. Internationaal is er relatief weinig aandacht voor hoe vrouwelijke en non- binaire skaters patriarchale structuren actief bevragen; in België ontbreekt onderzoek naar de skatecultuur volledig. Deze studie adresseert die lacune via een kwalitatieve casestudy, gebaseerd op diepte-interviews en participerende observatie, met bijzondere aandacht voor het Brusselse collectief BX’Elles. De resultaten worden thematisch geanalyseerd via zes vormen van durf waarmee niet- traditionele skaters navigeren tussen uitsluiting en culturele hertekening: durven identificeren, beginnen, plaatsnemen, herconfigureren, verzetten en differentiëren. De studie toont hoe genderongelijkheid zich manifesteert via symbolisch geweld, verhoogde bewijslast en structurele belemmeringen tot ruimtegebruik. Tegelijkertijd bouwen niet-traditionele skaters via initiatieven zoals Only Girls-sessies en publieke, gendergemengde tours aan alternatieve praktijken waarin zorg wordt gevaloriseerd als subcultureel kapitaal. Opvallend is dat mainstreaming, vaak door mannelijke coreskaters afgewezen als bedreiging voor authenticiteit, voor deze groepen net een toegangspoort vormt. Vanuit die bredere openheid geven zij een nieuwe invulling aan de oorspronkelijke, subversieve skatewaarden van ruimteclaiming, marginaliteit en collectiviteit. Toch blijven deze transformaties precair zolang de hegemonische neutraliteit van mannelijke skaters onaangeroerd blijft. Beleidsmatig pleit dit onderzoek daarom voor co-creatieve infrastructuur, steun voor exclusieve sessies, en educatieve trajecten gericht op mannelijke bondgenootschappen, eventueel gebundeld in een Brussels skatefestival.
Meer lezen

Het spanningsveld tussen het Russisch en het Oekraïens: De ervaringen van tolken voor Oekraïense oorlogsvluchtelingen

KU Leuven
2025
Nathalie
Mariën
Sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne op 24 februari 2022 wordt Europa geconfronteerd met de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Oekraïense vluchtelingen hebben in gastlanden zoals België te kampen gekregen met veel uitdagingen. Deze hebben het belang aangetoond van taalbarrières. Hoewel Oekraïens de officiële taal van Oekraïne is, wordt er nog steeds veel Russisch gesproken. Dit is voornamelijk het geval in de oostelijke regio’s van het land. Deze linguïstische dualiteit creëerde een complexe dynamiek voor tolken die Oekraïense vluchtelingen te hulp schieten in Vlaanderen. Daar wordt namelijk regelmatig een beroep gedaan op tolken Russisch- Nederlands ondanks de geopolitieke en emotionele gevoeligheid die tegenwoordig gepaard gaat met de Russische taal.
Deze thesis onderzoekt de ervaringen van zowel professionele als niet-professionele tolken die sinds de aanvang van de oorlog met Oekraïense vluchtelingen hebben gewerkt. Door middel van diepte- interviews met elf tolken van verschillende achtergronden gaat deze studie na of zij tijdens hun tolkopdrachten überhaupt een spanningsveld ervaren tussen de Russische en Oekraïense taal en zo ja, hoe. De studie onderzoekt ook hoe deze ervaringen verschillen naargelang de professionele status en etnische afkomst van de tolk.
Uit de bevindingen blijkt dat de meeste vluchtelingen pragmatisch Russisch-Nederlandse tolken accepteren vanwege hun dringende noden. Sommigen voelen zich echter ongemakkelijk of krijgen zelfs ‘de taal van de agressor’ niet over hun lippen. Tolken van Russische afkomst melden vaak emotionele spanning. Ze geven de noodzaak aan om hun standpunt over de oorlog te verduidelijken om het vertrouwen te winnen van hun cliënten ondanks het neutraliteitsprincipe. Deze studie wijst ook op het gebrek aan bewustzijn bij hulpverleners over het complexe taallandschap van Oekraïne.
Dit onderzoek draagt bij tot het veld van de tolkwetenschap door in te gaan op een voordien onderbelicht raakvlak van taal, identiteit en conflict nopens de ervaringen van tolken voor Oekraïense vluchtelingen in Vlaanderen.
Meer lezen

Leesmotivatie op de Toren van Babel: Wat maakt dat leerlingen met migratieachtergrond (niet) graag lezen?

KU Leuven
2025
Manon
Evrard
Dit onderwijsonderzoek situeert zich op de Toren van Babel in Gent, een school uitsluitend voor
anderstalige leerlingen. Uit de literatuur blijkt dat het leesniveau in Vlaanderen sterk daalt en dat
anderstalige leerlingen een steeds groter deel van de groep laagpresteerders representeren (De
Meyer et al., 2023). Recente literatuur ziet een significant verband tussen leesmotivatie en
leesvaardigheid, waardoor leesmotivatie een belangrijke factor is om op in te spelen als school (Toste
et al., 2020). Uit onderzoek van Gobyn et al. (2019) vloeien drie factoren voort die impact hebben op
leesmotivatie: autonomie, belonging en competentie. Het onderdeel belonging verdient hier
specifieke aandacht, aangezien verschillende studies ook uitwijzen dat school belonging, beïnvloed
door het diversiteitsbeleid van de school, een grote impact heeft op de prestaties van leerlingen met
een migratieachtergrond. Dit onderzoek wil de leesmotivatie van de taalbadleerlingen in kaart
brengen, achterhalen waarom ze (niet) gemotiveerd zijn om te lezen en vervolgens een aanzet geven
tot een leesbeleid dat rekening houdt met bovengenoemde factoren. De dataverzameling gebeurt
aan de hand van een vragenlijst, afgenomen bij alle 28 leerlingen uit het eerste jaar B-stroom, en 6
diepte-interviews met leerlingen die ook deelnamen aan de vragenlijst. Uit de resultaten blijkt dat de
meeste leerlingen een combinatie vertonen van autonome en gecontroleerde leesmotivatie. De
invloed van de school op leesmotivatie komt ook sterk naar voor. De vergaarde informatie en
inzichten in waarom leerlingen (niet) graag lezen zal gebruikt worden als startpunt om het leesbeleid
van de school vorm te geven.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

STILL COMING-OF-AGE: THE STORIES WE NEED(ED): A COHORT-BASED STUDY OF QUEER VIEWERSHIP AND ENGAGEMENT WITH COMING-OF-AGE SERIES

Universiteit Gent
2025
Yari
Landuyt
Deze studie onderzoekt hoe queer coming-of-age (QCOA) series worden geconsumeerd
en geïnterpreteerd door queer mannelijke kijkers uit drie cohorten in Vlaanderen. Hoewel
QCOA verhalen vaak als relevant voor jongeren worden beschouwd, toont dit onderzoek
aan dat ze emotioneel betekenisvol zijn voor verschillende leeftijden. Vanuit een
theoretisch kader gebaseerd op queer theory, televisiestudies en life course onderzoek,
werden veertien diepte-interviews afgenomen met queer mannen tussen 18 en 67 jaar. De
deelnemers werden ingedeeld in drie cohorten: de Pre-Mainstream Cohort (PMC), de Early
Queer Normalization Cohort (EQNC) en de Queer Media Explosion Cohort (QMEC). Ze
reflecteerden op hun ervaringen met een selectie van QCOA series, waaronder
Heartstopper, wtFOCK, SKAM, Young Royals en Love, Victor. Aan de hand van
constructivistische grounded theory werd geanalyseerd hoe zij zich verhouden tot deze
series, met bijzondere aandacht voor seksuele identiteitsontwikkeling, het onderscheid
tussen herkenning en identificatie, en het gebruik van QCOA series als een emotionele
proxy. De bevindingen tonen aan dat hoewel sommige deelnemers toegang hadden tot
meer toegankelijke queer media, deze zichtbaarheid niet altijd leidde tot emotionele
resonantie. Anderen gebruikten QCOA series eerder retrospectief, om hun adolescentie te
herdenken of te verwerken. Over de cohorten heen absorbeerden deelnemers
representatie niet passief, maar gaven er actief betekenis aan, waarbij ze eigen
herinneringen, verlangens of onverwerkte gevoelens projecteerden. QCOA series
functioneren zo niet als universele spiegels, maar als emotioneel flexibele culturele teksten
die queer kijkers in staat stellen hun identiteit te verkennen, op het verleden te reflecteren
en alternatieve trajecten te verbeelden.
Meer lezen

Socio-economische mobiliteit op de werkvloer: een kwalitatief onderzoek naar de werkervaring van sociale stijgers met een lage SES-achtergrond

Universiteit Gent
2025
Cynthia
Maes
  • Mikay
    De Jaeger
Kwalitatief onderzoek naar de werkervaringen van sociale stijgers, op basis van 51 diepte-interviews.
Meer lezen

Bruggen bouwen in Kuregem: ouderactiviteiten versterken vertrouwen

Odisee Hogeschool
2025
Anja
Van Waeyenberg
In kinderdagverblijf De Klaproos in Kuregem (Anderlecht) merk ik als coördinator hoe moeilijk het soms is om ouders actief te betrekken. Veel gezinnen leven in een kwetsbare situatie, spreken weinig Nederlands en ervaren drempels zoals tijdsdruk, taalbarrières en een gebrek aan vertrouwen. Toch willen ouders wel betrokken zijn: ze voelen zich alleen vaak niet gehoord of ondersteund.

Met mijn bachelorproef zocht ik naar manieren om die kloof te verkleinen. Samen met ouders, collega’s en partners zoals Huis van het Kind organiseerde ik laagdrempelige activiteiten: samen ontbijten, spelletjes spelen, knutselen of wandelen in de buurt. Ik werkte met pictogrammen, meertalige uitnodigingen en een open houding van het team. Het doel was eenvoudig: een warme en toegankelijke omgeving creëren waarin vertrouwen kan groeien.

De resultaten tonen dat kleine stappen een groot verschil maken. Ouders kwamen spontaan terug, durfden meer vragen stellen en namen meer initiatief. Kinderen profiteerden mee, doordat ze hun ouders zagen participeren en extra taalprikkels kregen. Intussen wordt de aanpak ook uitgerold in andere kinderdagverblijven in Anderlecht. Zo groeit dit project uit tot een duurzaam en overdraagbaar kader voor inclusieve ouderparticipatie in de kinderopvang.
Meer lezen

Het potentieel van tuinen in de strijd tegen klimaatverandering De rol van het lokale recht en vergunningenbeleid

Universiteit Antwerpen
2025
Matthias
Vangenechten
Deze meesterproef onderzoekt hoe lokale overheden hun stedenbouwkundige verordeningen en hun vergunningenbeleid inzetten om private tuinen klimaatadaptief te reguleren en op welke beperkingen ze stoten. Het onderzoek bestaat uit een klassiek juridisch bronnenonderzoek, een inventarisatie en analyse van alle lokale Vlaamse stedenbouwkundige verordeningen en kwalitatieve interviews met omgevingsdeskundigen uit de Vlaamse centrumsteden. De keuze voor een onderzoek naar private tuinen is welbewust. Ze beslaan in Vlaanderen 12,5% van het grondgebied en hun klimaatadaptieve potentieel is dus aanzienlijk.

Uit de analyse van de lokale stedenbouwkundige verordeningen blijkt dat ze op klimaatadaptief vlak hoofdzakelijk twee doelen nastreven: het beperken van verharding en het beschermen of creëren van groen. Sommige verordeningen leggen een maximale verhardingsgraad op, andere hanteren open criteria of verplichten een bepaald soort verharding. Ze kunnen ook bepalen dat groen moet worden aangeplant of dat bij werken boombeschermingsmaatregelen gelden. Ook verbinden lokale overheden voorwaarden aan het verstrekken van een vergunning zoals het verwijderen van verharding of het planten van een boom.

Er gelden echter drie belangrijke beperkingen. Ten eerste gelden stedenbouwkundige verordeningen alleen bij vergunningsaanvragen. Ten tweede kunnen gemeenten alleen maar voorwaarden met betrekking tot de tuin opleggen bij vergunningaanvragen die gerelateerd zijn aan de tuin. Ten derde kunnen gemeenten geen regels uitvaardigen die in strijd zijn met de hogere Vlaamse regelgeving.

De meesterproef identificeert mede aan de hand van de interviews de bepalingen op Vlaams niveau die contraproductief zijn om het klimaatadaptieve potentieel van tuinen te benutten. Ze maakt ook zichtbaar hoe gemeenten creatief regels en vrijstellingen op Vlaams niveau buiten werking plaatsen om tuinen klimaatadaptief te reguleren. Dit alles heeft echter als gevolg dat er een versnipperde en onduidelijke regelgeving is.

De meesterproef beveelt daarom een Vlaams klimaatadaptief kader op gebied van tuinen. Dat kader houdt in dat de geïdentificeerde contraproductieve bepalingen en vrijstellingen worden afgeschaft en dat er ambitieuze minimumeisen komen op het vlak van de bescherming en ontwikkeling van groen en het beperken van verhardingen. Er moet een zekere bewegingsmarge voor gemeenten blijven. Een stad is nu eenmaal geen plattelandsgemeente. In de praktijk zal dit leiden tot meer uniformiteit en een gewaarborgd klimaatadaptief tuinenbeleid.

Meer lezen

How do political parties affect the financial health of Flemish municipalities?

Universiteit Gent
2025
Ruben
Vander Haeghen
Dit onderzoek bekijkt de invloed van politieke partijen op het financieel beleid van Vlaamse gemeenten. Op basis van een originele dataset van 267 gemeenten (2014–2023) analyseerde ik de rol van politieke ideologie en electorale motieven op vier domeinen: belastingdruk, uitgaven, begrotingssaldo en schuldontwikkeling. De resultaten tonen dat ideologie vooral bepalend is voor belastingbeleid, rechtse besturen heffen systematisch lagere belastingen, terwijl uitgaven stijgen in coalities met ideologische diversiteit door interne onderhandeling. Begrotingstekorten blijken vooral te volgen uit de verkiezingscyclus en pieken in de aanloop naar verkiezingen, ongeacht ideologie. Schuldgroei wordt daarentegen nauwelijks beïnvloed door politieke factoren, een verwijzing naar het minder zichtbare karakter en de lange termijn aard van leningsbeslissingen.
Meer lezen

Development of a multi-sensor data-acquisition and computer vision system for honeybee colony health monitoring

Universiteit Gent
2025
Dieter
Van Hove
  • Lowie
    Coussée
Deze thesis presenteert een geïntegreerd systeem voor geautomatiseerde monitoring van honingbijen (Apis mellifera L.), waarin computervisie, op maat gemaakte hardware en webgebaseerde datavisualisatie worden gecombineerd. Het systeem omvat een op computervisie gebaseerde arenatest, een studie met geluidsstimulus, een opstelling voor pollenmonitoring en thermische beeldvorming om het gedrag van bijen binnen de kast te volgen.

De arenatest volgt vijf bijen en een Varroa destructor-mijt. Door middel van thresholding en contouranalyse worden de posities van bijen en mijt geïdentificeerd en geanalyseerd met gedragsmaten om potentiële varroaresistentie te beoordelen. Voor de pollenmonitoring werd een op maat gemaakte opstelling ontwikkeld die terugkerende bijen van onderaf registreert. Kleurgebaseerde segmentatie en contouranalyse detecteren pollenladingen, terwijl kleurcorrectie de nauwkeurigheid verbetert. Dit maakt het mogelijk de foerageeractiviteit en efficiëntie van de kolonie te kwantificeren.

Een geluidsstimulus-experiment onderzoekt of de gezondheid van een bijenvolk kan worden afgeleid uit de respons van bijen op een korte geluidspuls. Audiofeatures werden geëxtraheerd en geanalyseerd met behulp van ANOVA, PCA en MANOVA, waarbij significante reacties aan het licht kwamen die kunnen correleren met de toestand van de kolonie. Thermische beeldvorming onder de kast registreert de bewegingen van bijen en de temperatuurverdeling. Door de beelden in zones te verdelen kan de activiteit in specifieke delen van de kast gevolgd worden, wat inzichten biedt in koloniegrootte en -gedrag zonder de kast te openen.

Alle data wordt opgeslagen en gevisualiseerd via een op maat gemaakte website, gehost op een Raspberry Pi. Ondanks het gebruik van deels gesimuleerde data werd de volledige systeemarchitectuur getest. De resultaten tonen aan dat deze niet-invasieve benadering van monitoring waardevol is voor zowel wetenschappelijk onderzoek als de praktische bijenteelt.
Meer lezen

Multi-branch Neural Networks for Drug-target Interaction Prediction and Target-conditioned de novo Drug Design

Universiteit Gent
2025
Robbe
Claeys
Het ontdekken van nieuwe interacties tussen geneesmiddelen en proteïne-doelwitten (DTIs) is cruciaal voor therapeutische innovatie, maar experimentele validatie is kostelijk
en schaalt niet naar de astronomische omvang van chemische mogelijkheden. Heterogene, schaarse bindingsdata en beperkte diversiteit belemmeren robuuste voorspelling en de mogelijkheden voor in silico moleculaire ontwerp. Deze scriptie presenteert een geïntegreerd raamwerk dat data, representaties en modellen opschaalt voor DTI-voorspelling en doelwit-gestuurd de novo geneesmiddelontwerp.

Een gecombineerd DTI-corpus (339k interacties) en twee grote pretrainingsbronnen werden samengesteld om zowel supervised als unsupervised leerdoelen te ondersteunen. Centraal in het raamwerk is een flexibele, modulaire multi-branch architectuur: elke branch van het model (geneesmiddel of doelwit) kan geïnstantieerd worden als een encoder met enkele invoer, of als een multi-invoer-encoder die complementaire representaties fuseert (bijv. graaf, vingerafdruk, aminozuursequentie, DNA-signalen).
De geneesmiddel branch kan ook een variatie-sampling kop en een latent-gestuurde, discrete diffusie gebaseerde moleculaire graaf-generator omvatten. Branches kunnen
gezamenlijk getraind worden voor supervised DTI-voorspelling, of onafhankelijk met unsupervised/self-supervised leerdoelen om biologische voorkennis langs domeinen
heen in te brengen.

Resultaten tonen een regime-afhankelijk beeld: in data-arme regimes zijn foundationmodel embeddings het effectiefst, terwijl moleculaire vingerafdrukken de leiding hebben
wanneer data abundant zijn. Analyses tonen aan dat geneesmiddel-representaties de DTI-voorspellingsnauwkeurigheid sturen, met graaf-gebaseerde representaties als
meest invloedrijk; aminozuur- en DNA-signalen zijn complementair voor proteïnen. Algemeen verduidelijkt deze studie wanneer en hoe leren van meerdere representaties
en transfer learning helpen, biedt het een reproduceerbare basis voor DTI-voorspelling, en toont het de haalbaarheid aan van latent-gestuurde omgekeerde diffusie voor het
genereren van chemisch valide, doelwit-specifieke moleculen waarvan de farmacofore kenmerken consistent zijn met de bredere biochemische literatuur.
Meer lezen

Jeugdbeleid zonder grenzen? Waarom gemeenten niet kiezen voor intergemeentelijke samenwerking omtrent jeugdbeleid.

KU Leuven
2025
Ward
Coemans
Intergemeentelijke samenwerking (IGS) wordt in Vlaanderen steeds vaker naar voren
geschoven als oplossing voor efficiënter lokaal jeugdbeleid, maar veel gemeenten blijven
voorlopig afwezig in dergelijke samenwerkingen. Deze masterproef onderzoekt welke
drempels schepenen van jeugd, jeugdambtenaren en jeugdraadsleden ervaren voor het
toetreden tot een IGS jeugdbeleid, en hoe deze drempels verschillen tussen landelijke en
stedelijke gemeenten. Via een kwalitatieve casestudie van twee niet-deelnemende gemeenten
werden focusgroepen georganiseerd met deze drie sleutelactoren. De data werden
geanalyseerd via open en axiale codering, resulterend in een drempelkader en -web. De
resultaten tonen dat politieke, organisatorische, budgettaire, inhoudelijke en sociaal-culturele
factoren elk een rol spelen. Politieke zichtbaarheid, organisatorische overbelasting, een
gebrek aan budgettaire gelijkheid, inhoudelijke mismatches en culturele weerstand vormen
belangrijke obstakels. Tegelijk wordt samenwerking erkend als hefboom voor efficiëntie,
professionalisering en bovenlokale impact. Landelijke en stedelijke contexten verschillen
duidelijk in noden en prioriteiten, wat wijst op de nood aan maatwerk in IGS-ondersteuning. Dit
onderzoek draagt bij aan het beperkte wetenschappelijke debat over intergemeentelijke
samenwerking in het jeugdbeleid en biedt beleidsmakers concrete handvatten en
beleidsinstrumenten om toekomstige samenwerkingen beter vorm te geven.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

The Paradox of Open Knowledge: Digital Democratization and Epistemic Violence in Open Educational Resources A Critical Case Study of ‘OER Commons’

Universiteit Gent
2025
Nikita
Van Holderbeke
Mijn thesis onderzocht een fundamentele paradox : namelijk hoe Open Educational Resources educatie waarborgt voor iedereen - het doet een belofte van democratisatie en gelijkheid - maar tegelijkertijd reproduceert het koloniale hierarchieen in kennis. Het onderzoek werd benaderd vanuit een specifieke case-study naar OER Commons - wat zichzelf een ‘digitale bibliotheek en collaboratief platform’ noemt, waarin talrijke OER verzameld worden - op basis van digitaal veldwerk over deze site, in combinatie met kritische discoursanalyse van het ontwerp van de interface en diens algoritmes, om te kijken naar hoe het platform eruit ziet; hoe het werkt, en welke boodschappen het uitzendt over wat “goede” / “echte” kennis is.
Meer lezen

Constructing Tales of Future Belgian Heatwaves Using Ensemble-Mining Strategies

Universiteit Gent
2025
Niels
Carlier
Hitte-extremen zijn moeilijk te onderzoeken door hun zeldzaamheid. Hoewel observaties en klimaatsimulaties essentiële inzichten bieden in toekomstige klimaatextremen, resoneren ruwe statistieken alleen vaak niet met het bredere publiek.

Storylines of Tales of Future Weather kunnen de kloof overbruggen tussen abstracte wetenschap en door mensen beleefde extreme weersomstandigheden, waardoor klimaatverandering tastbaar, herkenbaar en concreet wordt. Een storyline is een zelf-consistente beschrijving van een plausibel klimaatextreem - zoals een hittegolf - in een gegeven klimaat, gebaseerd grondige data-analyse, statistiek en impactmodellen. Zulke wetenschappelijk onderbouwde narratieven werpen licht op vragen als: "Hoe erg zouden de 2024 Balkanhittegolven geweest zijn in een warmer klimaat?" of "Waren ze mogelijk in een pre-industrieel klimaat?" Dergelijke informatie kan belangrijk zijn voor stakeholders en onze samenleving, maar het is niet a priori duidelijk wat de karakteristieken zijn van plausibele extremen in een gegeven, toekomstig klimaat. In mijn thesis introduceer ik een efficiënte methodologie om hittegolven te karakteriseren in een toekomstig Belgisch klimaat, die gebruik maakt van zowel geobserveerde temperatuursreeksen als gesimuleerde klimaatprojecties. Deze techniek kreeg de naam Global Warming Scaling of kortweg GWS.

In GWS wordt een observationele temperatuursreeks geschaald naar een toekomstig klimaat, bijvoorbeeld een opwarming van 2°C boven pre-industriële gemiddelden. In deze getransformeerde reeks zoeken we naar de recordwaarden voor bepaalde jaarlijkse klimaatindices die volgens ons jaren van extreme hitte aanduiden. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse piektemperatuur. Deze geschaalde recordwaarden worden vervolgens gezien als drempelwaarden die in het toekomstige klimaat overschreden moeten worden vooraleer we van een extreem jaar spreken.

Deze GWS drempelwaarden kunnen gebruikt worden in een zogenaamde data-miningprocedure, waar we in een groot ensemble van gesimuleerde klimaatvoorspellingen dergelijke jaren van extreme hitte gaan identificeren. Eens we zo’n event gevonden hebben, beschikken we over een set meteorologische velden die volgens onze methode geloofwaardig zijn voor een bovengemiddeld warm jaar in het bestudeerde toekomstige klimaat.

We kunnen deze meteorologische data met andere woorden gebruiken als input voor impactmodellen. Dit zijn wiskundige modellen die de impact van extreme temperatuur op de samenleving inschatten. Ik modelleerde in mijn thesis onder andere het aantal werkdagen dat verloren zou gaan door een toename in hittestress, stijgingen in riviertemperaturen, bosbrandgevaar onder aanhoudende droogte, potentiële toename van invasieve insectensoorten en meer. De resultaten van soortgelijke impactstudies kunnen gebruikt worden als referentiemateriaal in het construeren van een storyline met betrekking tot extreme hitte. Op die manier kunnen stakeholders aan de hand van zulke verhaallijnen de zwakke plekken in hun respectievelijke sectoren blootleggen, en kunnen beleidsmakers een beeld vormen van waarop ze zich moeten voorbereiden.
Meer lezen

Compensatie in Transnationale Infrastructuur - Een stedenbouwkundige lezing van de impact van de Brenner Basistunnel

KU Leuven
2025
Colomba
Guerzoni-Verschuere
De Alpen vervullen een dubbele rol: ze zijn tegelijk leverancier van water en energie voor een groot deel van Europa én een barrière in het hedendaagse verkeer van goederen en diensten. Vooral in doorgangen zoals de Brennerpas wordt dit zichtbaar. Jaarlijks passeren er meer dan twee miljoen vrachtwagens, waardoor de regio al begin jaren 2000 tot luchtsaneringsgebied werd uitgeroepen vanwege de hoge emissies en gezondheidsproblemen. Dit intensieve gebruik leidt niet alleen tot luchtvervuiling, maar ook tot aantasting van ecosystemen door de aanleg van steeds meer infrastructuur in het kader van handel en toerisme.
In een tijd waarin onze klimaatcrisis de nood aan duurzamere vervoersvormen benadrukt, wordt de spoorweg vaak naar voren geschoven als alternatief voor auto- en luchtverkeer. Zo ontstond ook de introductie van de Brenner Basistunnel (BBT), een 64 km lange spoorwegtunnel die Oostenrijk en Italië zal verbinden en het vrachtverkeer uit de Alpenvalleien wil halen. De BBT maakt deel uit van het algehele Europese TEN-T-netwerk dat een samenhangende, grensoverschrijdende infrastructuur moet creëren tegen 2050. Toch kampt het project met jarenlange vertragingen en hoge complexiteit en rijzen er fundamentele vragen op over de daadwerkelijke bijdrage aan ecologische en sociale vooruitgang, in vergelijking met politieke en economische belangen.
Hoewel spoorwegen vaak als ‘groen’ alternatief worden gepresenteerd, brengen megaprojecten als de BBT een enorme ecologische voetafdruk met zich mee. De bouw vraagt energie-intensieve materialen, breekt ecosystemen af en veroorzaakt fragmentatie van habitats. Ze lijken ingebed te zijn in een neoliberaal systeem waarin economische groei en snelheid vaak boven duurzaamheid en algemeen belang worden geplaatst. De belofte van emissiereductie staat dus tegenover de realiteit van natuurvernietiging, sociale spanningen en versterking van consumptie en toerisme, in een kwetsbare regio dat de gevolgen niet zal kunnen dragen.
Onderzoeken en interviews tonen aan dat de maatschappelijke aanvaarding van het project verdeeld is. Terwijl sommigen de tunnel zien als noodzakelijk voor duurzame mobiliteit, vrezen anderen een toename van toeristische druk, verlies van natuur en twijfels rond de modal shift. De paradox is er; een project dat ecologische versnippering wil vermijden, draagt er door zijn bouwproces zelf al decennialang aan bij.
De problematiek van de BBT overstijgt de Alpen en raakt aan bredere vraagstukken over hoe grootschalige infrastructuurprojecten onze leefomgeving vormgeven. Ze belichamen de spanning tussen restauratie en destructie, tussen economische ontwikkeling en ecologische draagkracht. Natuurcompensatie wordt in deze gevallen steeds vaker ingezet als strategisch instrument om maatschappelijke aanvaarding te verkrijgen. Deze ‘ruilhandel’ met landschappen roept echter de vraag op of natuur werkelijk vervangbaar is, en wat dit betekent voor mens én niet-menselijke actoren.
De casus van de BBT toont aan dat infrastructuur geen neutrale ingreep is, maar een ideologische praktijk die diep ingrijpt in ecologische, sociale en politieke structuren. Vergelijkbare projecten beloven elk een duurzamere toekomst via infrastructuur. Maar de kernvraag blijft; rechtvaardigt het doel de middelen? Kunnen we bouwen zonder af te breken?
Meer lezen

Hoe maken we scholen autismevriendelijk voor leerkrachten? Een interviewstudie met autistische leerkrachten uit het secundair onderwijs in Vlaanderen.

Universiteit Gent
2025
Wim
Delanoy
Er wordt veel geschreven over het lerarentekort en over diversiteit in de klas, maar zelden krijgen leerkrachten met autisme hierin een stem. Deze onzichtbare - en tegelijk onmisbare - groep neurodiverse leerkrachten houdt mee het Vlaamse onderwijs recht. Deze interviewstudie (uitgevoerd door een autistische leerkracht in opleiding) stelt daarom de vraag aan hen. Hoe kunnen we scholen meer autismevriendelijk maken voor leerkrachten? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden nemen we een semigestructureerd interview af bij 8 leerkrachten met autisme, werkzaam in het Vlaamse secundair onderwijs. De thematische analyse van de interviews levert 5 grote thema’s op. Vooreerst verwoorden de geïnterviewde leerkrachten dat er in scholen nog steeds stereotiep gekeken wordt naar autisme, zowel bij leerkrachten als bij leerlingen, en dat het stigma hieromtrent bij deze leerkrachten leidt tot gevoelens van schuld, schaamte en angst. Ook type 9 scholen, waar de helft van de geïnterviewde leerkrachten werkt (of werkte), ontsnappen hier niet aan. Verder komt het les geven van deze leerkrachten opvallend weinig aan bod – dit loopt doorgaans goed. Wel zorgen de niet les gerelateerde activiteiten - zoals vergaderingen, toezichten, uitstappen - voor veel stress, en dit met een fatalistische ondertoon. Voorts geldt de uitspraak dat leerkracht zijn niet eindigt bij de laatste schoolbel nog meer voor leerkrachten met autisme. Enerzijds besteden deze leerkrachten veel privétijd aan ontprikkelen, en anderzijds zoeken zij professionele begeleiding in diezelfde privétijd, al dan niet gecombineerd met vooral prikkeldempende medicatie. Tenslotte geven de leerkrachten aan dat zij wel empathisch en creatief zijn, en dit volledig tegen de nog heersende stereotiepe kijk op autisme in. Ook zijn zij fier op hun sensorisch talent tot een volgehouden hyperfocus (monotropisme). Overeenkomstig het bovenstaande vragen de leerkrachten eerst en vooral een stigma doorbrekende beeldvorming – psycho-educatie – binnen de scholen omtrent autisme. Voorts is een bijzondere aandacht voor niet les gerelateerde activiteiten aangewezen, want het is daar waar de leerkrachten met autisme het meeste energie verspillen en zelfs kapot gaan. Ook vragen de leerkrachten om van scholen een meer prikkelluwe omgeving te maken, waarbij de vraag naar een stille lerarenkamer het luidst weerklinkt. Een vorm van structureel mentorschap binnen de schoolomgeving is eveneens belangrijk. Tenslotte vragen de leerkrachten ruimte voor en erkenning van hun bijzondere interesses en talenten. We hebben deze inzichten samengevat in vijf pijlers voor een autismevriendelijke school. We zijn ervan overtuigd dat het toepassen van deze vijf pijlers niet alleen ten goede komt aan leerkrachten en leerlingen met autisme, maar ook aan diegenen zonder. Sterker nog, we durven te stellen dat deze vijf pijlers essentieel zijn in alle organisaties waar mensen met en zonder autisme samenwerken, en bijdragen aan een meer inclusieve autismevriendelijke samenleving als geheel.
Meer lezen

Desire, Discipline and Punish: A Post-Structuralist Analysis of Female Desire for Sexual Submission

Universiteit Gent
2025
Anisha
de Vries
Deze masterproef onderzoekt hoe de feministische theorie ruimte kan maken voor vrouwelijke seksuele verlangens naar onderwerping zonder te vervallen in moreel wantrouwen of liberaal idealisme. Historisch gezien werden dergelijke verlangens vaak als problematisch beschouwd via het concept van vals bewustzijn. Vertrekkend vanuit poststructuralistische denkers zoals Foucault, Berlant, Butler en Kamra, wordt verlangen benaderd als een relationele en affectieve structuur die door macht wordt gevormd, eerder dan als een zuivere uitdrukking van autonomie of onderdrukking. Audre Lordes begrip van het erotische vult dit theoretisch kader aan door diep gevoeld verlangen te beschouwen als een bron van feministische kennis en creatieve kracht. Deze masterproef pleit voor het loslaten van morele controle over seksualiteit en voor het erkennen van verlangen als een complex en vaak tegenstrijdig onderdeel van het geleefde bestaan. Ze besluit met een oproep tot een materialistisch feminisme waarin erotisch verlangen inspiratie biedt voor verzet, solidariteit en collectieve bevrijding.
Meer lezen

Blended Intensive Program: Set-up of Smart Steam Engine Systems

Hogeschool PXL
2025
Kynan
Snijkers
  • Karel
    De Bruyckere
Een internationaal programma waarin technische onderwerpen aan bod komen, vereist zorgvuldige aandacht. Het is belangrijk om studenten te betrekken bij verschillende onderwerpen op het gebied van technologie. Daarnaast is een grondige voorbereiding noodzakelijk om ervoor te zorgen dat studenten volledig voorbereid zijn op het programma.

Tijdens de voorbereidingsfase moet het technische doel van het programma, dat een week duurt, duidelijk worden gecommuniceerd. Het technische doel van dit programma is het verbeteren van de Overall Equipment Effectiveness (OEE) van een stoommachine. Het proces begint met het verzenden van gegevens via een Programmable Logic Controller (PLC) via MQTT-communicatie naar een broker. Met behulp van NodeRED kunnen deze gegevens worden gevisualiseerd en met een Python-script kunnen ze worden vastgelegd in een dataset. Met deze dataset kan een AI-model worden geselecteerd en getraind. Het model moet vervolgens de trend van de gekozen output zo nauwkeurig mogelijk voorspellen. Het programma duurt een week, waarin alle stappen worden uitgevoerd om het AI-model te optimaliseren en de OEE te maximaliseren.
Meer lezen

Personalised Support Strategies for Welcoming African International Students at Thomas More University of Applied Sciences

Thomas More Hogeschool
2025
Vida Asabea
Ohene
Mijn bachelorproef onderzocht hoe Thomas More Afrikaanse internationale studenten beter kan ondersteunen bij hun integratie. Op basis van enquêtes, literatuur en benchmarking ontwikkelde ik AfricaConnect@ThomasMore: een semestervullend programma met digitale onboarding, buddywerking en cultuurgerichte activiteiten. Het project biedt een haalbaar, empathisch antwoord op structurele noden binnen internationalisering en inclusiviteit in het hoger onderwijs.
Meer lezen

Differentiatie en autonomie tijdens de les fysica

Odisee Hogeschool
2025
Niels
De Kerf
In dit werk heb ik gezocht naar een efficiënte differentiatieaanpak om de leerontwikkeling en groeicurve van leerlingen tijdens de lessen fysica te optimaliseren. Op basis van diverse wetenschappelijke en betrouwbare bronnen heb ik de brede betekenis van differentiatie onderzocht, evenals de veelvoorkomende vormen waarin dit in de praktijk wordt georganiseerd. Hieruit blijkt dat differentiatie niet alleen een proces is dat in de les kan geïntegreerd worden, maar dat het ook actief bespreekbaar moet worden gemaakt met de leerlingen. Verder heb ik door mijn literatuurstudie geleerd dat differentiatie niet alleen in de leerinhouden kan worden toegepast, maar ook in de fysieke leeromgeving en via structurele aanpassingen die voor elke leerling voordelig zijn. Vooral differentiatie op procesgericht niveau kan daarbij leiden tot persoonlijke successen van individuele leerlingen in de klas.

De vragen die ik mezelf stelde, waren onder andere: Welke interventies kan een leerkracht inzetten om individuele ondersteuningsmiddelen te bieden, terwijl alle leerlingen naar dezelfde doelstellingen toewerken? Differentiatie betekent dus niet zomaar het aanpassen van lessen of het geven van extra oefeningen, maar ook het afstemmen, observeren en erover in gesprek gaan met de leerlingen.

Uit de literatuur is gebleken dat werken in niveaugroepen de meest voorkomende vorm van differentiatie is, maar hoe maak je deze aanpak succesvol? Er bestaan verschillende vormen van differentiatie, en het is van belang om deze goed af te stemmen op het onderwerp en de doelstellingen van de les. Daarnaast spelen factoren zoals de juiste voorbereiding, flexibele communicatie en een goede band met de leerlingen een grote rol in het slagen van niveaugroepering. Aan de hand van de literatuur heb ik een differentiatieproject (IGDI) uitgewerkt, gebaseerd op bekrachtigende factoren die het leerproces van leerlingen ondersteunen.

Om te bepalen of differentiatie in de lesaanpak daadwerkelijk een effect heeft op de leerontwikkeling en de groeicurve van leerlingen, heb ik dit gedurende vijf weken getest door middel van een praktijkonderzoek. Ik heb al het benodigde leermateriaal zelf ontwikkeld en ik was als onderzoeker ook zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het project. Zo kon ik als leerkracht zelf ervaren wat differentiatie inhoudt en welke meerwaarde het kan bieden voor leerlingen. De resultaten van het onderzoek zijn verzameld via verschillende dataverzamelingsmethoden, waaronder individuele interviews met de leerlingen, observaties door de vaste klasleerkracht en een productgerichte schriftelijke evaluatie met zelfreflectie in de vorm van een toets. Hieruit blijkt dat differentiatie in de lesaanpak een duidelijke positieve invloed kan hebben op de leerontwikkeling en de groeicurve van leerlingen. Door differentiatie te koppelen aan keuzevrijheid en zelfselectie, ondervinden leerlingen tal van voordelen, die ze zelf ook ervaren. Er is dus zeker potentieel voor het toepassen van differentiatie in lesaanpak met behulp van niveaugroepen in het secundair onderwijs.
Meer lezen

FLEXIBILITY AND FUN: THE RELATIONSHIP BETWEEN SEXUAL SCRIPT (FLEXIBILITY) AND SEXUAL PLEASURE

Universiteit Gent
2025
Irena
Coetsier
Mijn scriptie gaat over hoe mensen denken over seks en wat dat betekent voor hoeveel plezier ze eraan beleven. Ik onderzocht of het vasthouden aan traditionele ideeën invloed heeft op het seksueel genot binnen langdurige heterorelaties.

Wat ik ontdekte? Wie star vasthoudt aan zulke rolpatronen, beleeft vaak minder plezier. Maar wie meer egalitaire rollen invult en flexibel omgaat met verwachtingen en openstaat voor variatie, voelt zich zekerder, vrijer en geniet meer.
Meer lezen

Vrouwen in de museale marge. Een vergelijkend onderzoek naar de representatie van vrouwen in tweede wereldoorlogsmusea in België en Nederland

Universiteit Gent
2025
Kirsty
van der Voort van der Kleij
Deze masterproef onderzoekt hoe vrouwen worden gerepresenteerd in Tweede Wereldoorlogsmusea in België en Nederland. Met behulp van het gender blind model van Grahn worden zes musea geanalyseerd en vergeleken op hun niveau van genderbewustzijn, vanuit een feministisch-analytisch perspectief. De resultaten tonen een breed spectrum aan representaties: sommige musea presenteren vrouwen als volwaardige historische actoren, terwijl andere hen voornamelijk portretteren binnen traditionele, zorgende of ondersteunende rollen. De analyse identificeert terugkerende patronen, zoals absence/presence, genderstereotypische archetypes, en de
beperkte vertegenwoordiging van pariah femininities. De bevindingen suggereren dat substantiële integratie van vrouwelijke perspectieven gepaard gaat met expliciet beleid, contextuele verdieping, en reflectie op bestaande representatiestructuren. Dit onderzoek is de eerste toepassing van het gender blind model op Tweede
Wereldoorlogsmusea in België en Nederland en biedt een analytisch kader voor het bestuderen van genderrepresentatie. Het bevraagt wie als herinnerenswaardig wordt beschouwd, wie wordt gemarginaliseerd, en hoe musea deze keuzes presenteren binnen het collectieve oorlogsgeheugen.
Meer lezen

Gesprekken voeren over kunst in de kleuterklas

Hogeschool PXL
2025
Luka
Indeherberg
Deze bachelorproef onderzoekt hoe de methode van Visual Thinking Strategies (VTS) kan bijdragen aan diepgaande gesprekken met kleuters over kunst, met specifieke aandacht voor meertalige kinderen en kinderen met een lage betrokkenheid of beperkte taalontwikkeling. In de praktijk blijkt dat kleuters tijdens klassikale gespreksmomenten, zoals het bespreken van een praatplaat, vaak moeilijk betrokken raken. Dit komt onder andere door hun korte concentratiepanne, uiteenlopende taalvaardigheden en culturele/taalkundige diversiteit. Vooral meertalige kleuters ervaren drempels in communicatie, wat hun taalontwikkeling en betrokkenheid belemmert.

Visual Thinking Strategies (VTS) is een gespreksmethode waarbij kinderen via gestructureerde, open vragen worden aangemoedigd om te observeren, te interpreteren en te verwoorden wat ze in een kunstwerk zien. De leerkracht begeleidt het gesprek op een niet-oordelende manier door te parafraseren en verdiepende vragen te stellen. Deze aanpak versterkt niet alleen de taalvaardigheid, maar ook het zelfvertrouwen, het luistervermogen, intens kijken en de sociale interactie van de kleuters.
Meer lezen

DE RELATIE TUSSEN WERKBELASTING EN DE TURNOVER INTENTIE VAN LEERKRACHTEN IN HET VLAAMSE ONDERWIJS. DE ROL VAN INTRINSIEKE MOTIVATIE

Universiteit Gent
2025
Janne
Van Cauter
Mijn masterproef onderzoekt de relatie tussen werklast en de turnover intentie van leerkrachten in het Vlaamse onderwijs, met bijzondere aandacht voor de rol van intrinsieke motivatie. Het theoretische kader is het Job Demands-Resources (JD-R) model, waarin werklast een taakeis is en intrinsieke motivatie als persoonlijke hulpbron fungeert.

Via een grootschalige kwantitatieve survey werden data verzameld bij 346 leerkrachten uit 40 Vlaamse basis- en secundaire scholen. De analyse toont dat een hogere werklast samenhangt met een sterkere intentie om het onderwijs te verlaten. Ook blijkt dat intrinsieke motivatie de kans op turnover intentie verlaagt, maar niet significant modereert tussen werklast en turnover intentie.

Mijn onderzoek wijst op de nood aan werkbare en motiverende werkomstandigheden in het onderwijs en levert zowel wetenschappelijke als beleidsrelevante inzichten aan voor het behoud van leerkrachten in een context van groeiende werkdruk en een structureel lerarentekort.
Meer lezen

Een kijk op dekolonisatie: Vlaamse en Franse media over tien jaar onafhankelijkheid in hun voormalige koloniën

KU Leuven
2025
Margeaux
De Borger
Deze masterproef onderzoekt hoe de dekolonisatie van Congo en Algerije gerepresenteerd werd in Vlaamse en Franse televisiereportages, tien jaar na de onafhankelijkheid van beide landen. Aan de hand van een kwalitatieve, multimodale framingsanalyse worden de twee driedelige reportagereeksen Kongo (1970) en L’Algérie dix ans après (1972) geanalyseerd.
Meer lezen