Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Onrechtmatig verkregen bewijs en de Antigoon-leer

Thomas More Hogeschool
2025
Jamie
Saelen
Deze scriptie onderzoekt de Belgische bewijsuitsluitingsregel van onrechtmatig verkregen bewijs en de invloed van de Antigoon-doctrine hierop. Er wordt gekeken naar de wijze van bewijsvoering en het belang van bewijsmateriaal, de evolutie hiervan en de kritiek die het met zich meebrengt vandaag de dag. De uitsluitingsregel wordt uitgebreid besproken met als keerpunt het Antigoon-arrest. Er wordt gekeken naar de problematiek die het met zich meebrengt en het conflict tussen het bestraffen van misdrijven en het eerbiedigen van het recht op een eerlijk proces. Hoewel deze scriptie zich vooral focust op het strafrecht, wordt er toch ook gekeken naar de Antigoon-doctrine binnen andere rechtstakken en wordt er een vergelijking gemaakt met het burgerlijk recht. Tot slot wordt de mogelijke impact van het nieuwe Strafwetboek bekeken, dat een objectievere afweging van bewijs kan ondersteunen.
Meer lezen

De toetsingsintensiteit van de Raad van State bij beperkingen op fundamentele rechten en vrijheden

Universiteit Gent
2025
Tristan
Deleersnyder
Deze masterscriptie onderzoekt de mate van toetsingsintensiteit van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak wanneer beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden aan de orde zijn. De centrale onderzoeksvraag werd opgesplitst in drie deelvragen: (i) wat is de variërende toetsingsintensiteit van de Raad van State (ii) welke factoren verklaren een terughoudende toets, en (iii) welke omstandigheden leiden tot een meer indringende toetsing. Er werden 109 arresten geanalyseerd die in de voorbije tien jaar zijn uitgesproken. Daarbij werd zowel de structurele als de epistemologische toetsingsintensiteit onderzocht, met andere woorden: enerzijds welke
voorwaarden worden gesteld aan beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden, en anderzijds in welke mate de Raad deze voorwaarden inhoudelijk toetst.
Uit de analyse blijkt dat de Raad van State zich ook in zaken omtrent fundamentele rechten en vrijheden doorgaans terughoudend opstelt. De proportionaliteitstoets wordt meestal ingevuld via het gebruikelijke redelijkheidsbeginsel. In tien arresten paste de Raad enkel de ‘kennelijk-niet onevenredigheidscontrole’ toe, al werd in uitzonderlijke gevallen ook een striktere toets gehanteerd.
Meer lezen

Hoe beïnvloedt de opvangcrisis sinds 2021 de uitvoering van het rechtsstaatsbeginsel in België?

HOGENT
2025
Sari
Demil
Deze scriptie onderzoekt hoe de opvangcrisis sinds 2021 de uitvoering van het rechtsstaatsbeginsel in België aantast. Er wordt aangetoond dat het wettelijk recht op opvang vaak geschonden wordt, vooral voor alleenstaande mannelijke asielzoekers. Door literatuur, rechtspraak en observaties wordt geanalyseerd hoe structurele tekorten, politieke keuzes en administratieve praktijken leiden tot systematische inbreuken op fundamentele rechten. Individuele en collectieve procedures bevestigen dat de Belgische overheid haar verplichtingen niet naleeft en rechterlijke uitspraken negeert. Dit ondermijnt de rechtszekerheid en wijst op een zorgwekkende uitholling van de rechtsstaat.
Als laatste wordt er ook een blik geworpen op het Federaal regeerakkoord van 2025, meer bepaald de maatregelen daarin betreffende opvang.
Meer lezen

Het prijsgeven van de identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist

Universiteit Antwerpen
2025
Nathalie
Voss
Het idee van mijn onderzoek is ontstaan door de recente ontwikkelingen in de samenleving. De burger is verontwaardigd wanneer de identiteit van verdachten en daders op een niet consistente wijze wordt vermeld in de media. Wegens onwetendheid en frustratie laat de samenleving zich dan ook horen, met alle gevolgen vandien. Hoewel ik zelf eerst onbegrip toonde voor de niet-standvastigheid van de media inzake het prijsgeven van de identiteit, heeft dit mij aan het denken gezet: zijn er dan geen regels waaraan journalisten zich moeten houden?
Wegens deze bedenking viel mijn oog op de Code van de Raad voor de Journalistiek. Deze Code geldt als leidraad voor journalisten en bevat verschillende onderwerpen die worden uitgewerkt in artikels en richtlijnen. De belangrijkste richtlijnen voor dit onderzoek zijn te vinden in artikel 23 van de Code en omvatten: identificatie in gerechtelijke context, identificatie van slachtoffers en respect voor het privéleven van publieke figuren. Omdat een onderzoek naar de volledige Code ons te ver zou leiden, heb ik gekozen om mijn onderzoek af te bakenen tot dit artikel 23 (mits bepaalde kanttekeningen). Hiernaast wordt het onderzoek gevoerd vanuit de situatie van dader en slachtoffer. De focus ligt dus niet op de verdachte.
Zo heb ik de Code op zichzelf onderzocht en ging ik na wat de grenzen zijn aan het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist. Hierdoor is de vraag ontstaan hoe buurlanden dit invullen. Vooraleer ik dus een oordeel vel over onze Code, acht ik het noodzakelijk om te kijken hoe Nederland hiermee omgaat. Ik heb dan ook gekozen om een vergelijking te maken tussen de code in Nederland, namelijk de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, en onze Code.
Uit deze vergelijking blijkt dat beide codes belang hechten aan een zorgvuldige afweging tussen het recht op privacy en het belang van het publiek om toegang te krijgen tot informatie. De Code is enorm gestructureerd met verwijzingen naar verschillende artikels en richtlijnen die per onderwerp uiteenzetten hoe de journalist moet handelen in een bepaalde situatie. Toch blijft de praktische toepassing afhankelijk van de journalist/redactie. Redacties beslissen binnen de marges van de Code zelf hoe zij identificeren, al geldt de Code wel als een minimumregel. De Raad treedt pas op wanneer een klacht wordt ingediend. Zij zal kijken of de Code effectief gevolgd werd of niet.
In België bestaat geen vaste praktijk zoals de Nederlandse initialenregel (voornaam, gevolgd door initiaal van de familienaam), hierdoor is er meer ruimte voor volledige identificatie, wat leidt tot inconsistentie. De Leidraad is op haar beurt minder gestructureerd en veel kleiner van omvang dan de Code. Ondanks dat de initialenregel niet bindend is, zorgt dit voor een brede toepassing in de praktijk door journalisten. Toch verwijst de Leidraad ook naar uitzonderingen waardoor er opnieuw ruimte is voor interpretatie. Dit leidt soms tot absurde situaties waarbij eerst de volledige naam wordt gegeven (bij een arrestatie) om nadien de initialenregel te gebruiken. Mijns inziens is het kwaad dan al geschied. Concluderend kan worden gesteld dat in Nederland de praktijk terughoudender is, terwijl België meer formele richtlijnen geeft maar minder terughoudend is in de uitvoering ervan.
Voor slachtoffers biedt de Code een expliciete richtlijn die de berichtgeving van hun identiteit streng reguleert. In de Leidraad staat dit ook, al wordt hier minder diep op ingegaan en is er geen aparte sectie voorzien. Hoewel de Leidraad minder structuur biedt, wordt impliciet een bredere invulling gegeven aan het begrip ‘identiteit’ door te verwijzen naar onder meer etniciteit of religie. Al leidt dit wel tot vragen over de volledigheid van de opsomming.
Nadat ik bovenstaande codes met elkaar heb vergeleken, dook een nieuwe vraag op: is onze Code van de Raad in overeenstemming met de grond- en mensenrechten van het EVRM, en hoe verhoudt de Code zich tot de rechtspraak van het EHRM? Om hier een antwoord op te kunnen bieden heb ik artikel 10 EVRM afgewogen tegen verschillende (grond)rechten, zoals recht op privacy, recht op afbeelding, recht op vergetelheid, recht op eer en goede naam, recht op antwoord en het vermoeden van onschuld als onderdeel van het recht op een eerlijk proces.
De hoofdonderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: “In hoeverre is de deontologische code voor journalistiek met betrekking tot het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers, in overeenstemming met de grondrechten en mensenrechten van het EHRM?”
De rechten en rechtspraak van het EHRM werden eerst apart besproken om vervolgens de Code hieraan te kunnen toetsen. Zo kon worden geconcludeerd dat de Code voor zowel het vrijgeven van de identiteit van daders als slachtoffers, in grote lijnen in overeenstemming is met de rechtspraak van het Hof. Er wordt nadruk gelegd op de afweging van het recht op privéleven en het recht op informatie. Hoewel de Code de mogelijkheid biedt tot beperkte of volledige identificatie, maakt het Hof dit onderscheid niet. Het Hof blijkt systematisch zijn eigen zes criteria af te toetsen voor de afweging tussen artikel 10 en 8 EVRM. Deze criteria worden niet expliciet opgesomd door de Code maar vallen hier impliciet grotendeels mee samen. Vooral wat betreft de richtlijn bij de identificatie van slachtoffers, sluit de Code nauw aan bij het Hof. Hier gelden strengere regels en minder bewegingsruimte voor de journalist. Het recht op afbeelding wordt, als onderdeel van artikel 8 EVRM, niet expliciet besproken in de Code. Wel wordt verwezen naar een hogere mate van voorzichtigheid bij het publiceren van herkenbaar beeldmateriaal. De terughoudendheid bij bekendmaking van beelden van slachtoffers wordt ook effectief bevolen door het Hof. Over het algemeen kan bij slachtoffers worden gesteld dat de Code de lijn volgt die wordt getrokken door het EHRM.
Vanuit het daderperspectief kon een bespreking van het recht op vergetelheid niet ontbreken. Artikel 23 verwijst naar de afweging van het belang van berichtgeving tegenover de reclassering en herintegratie van de veroordeelde. Toch mist de Code belangrijke aanvullingen die wel worden aangehaald in de criteria van het Hof: de verstreken tijd en toegankelijkheid van de publicatie. Ik ben dan ook van mening dat de Raad zou kunnen overwegen om deze factoren te benoemen in de Code. De toetsing aan het recht op eer en goede naam kon tevens niet ontbreken. Ook hier valt de Code te verzoenen met de rechtspraak van het Hof.
Wat betreft het recht van antwoord, in de zin van artikel 10 EVRM, voorziet de Code in een alternatieve bepaling inzake wederwoord. Opmerkelijk is dat het Hof ook verwijst naar deze mogelijkheid tot correctie als beslissend criterium. Zoals andere auteurs stel ik deze tendens tot inmenging in de redactionele vrijheid in vraag. Ook bij het vermoeden van onschuld wordt aan de alarmbel getrokken. De Code vereist een hoge mate van zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid waardoor dit mogelijks de waakhondfunctie van de pers beperkt. Ik ben echter van mening dat voorzichtigheid mag worden verwacht van journalisten. Bij vrijheid hoort nu eenmaal verantwoordelijkheid.
Over het algemeen kan dus worden gesteld dat de Code in overeenstemming is met de besproken rechten en rechtspraak van het EHRM, mits gemaakte kanttekeningen en nuanceringen.
Omdat theorie niet alomvattend is, sloot ik mijn onderzoek af met een interview met een deskundige. Haar praktische kijk bracht nuance en bood een waardevolle reflectie op bepaalde delen van mijn onderzoek.
Meer lezen

Verbeurdverklaring ten laste van derden: hoe eigen blijft eigendom?

KU Leuven
2024
Katrijn
Sette
Dit onderzoek focust op de Belgische regelgeving en rechtspraak betreffende het raakvlak tussen de verbeurdverklaring ten laste van derden (VTLD) en het eigendomsrecht. Bij een VTLD wordt op grond van een rechterlijke beslissing een verbeurdverklaring uitgesproken als bijkomende straf ten aanzien van een veroordeelde, maar zijn de goederen in kwestie – of een deel ervan – eigendom van een derde. Een dergelijke verbeurdverklaring heeft tot gevolg dat de derde zijn eigendom verliest ten voordele van de staat (of burgerlijke partij). Het mag duidelijk zijn dat een VTLD op gespannen voet staat met het eigendomsrecht van derden. Niettemin wordt eerstgenoemde toegepast in België, al wordt voor bepaalde derden wel in een bescherming van hun eigendom voorzien.

Dit onderzoek wil nagaan in hoeverre België beschikt over een ‘goede’ regelgeving en invulling ervan voor wat betreft het raakvlak tussen de VTLD en het eigendomsrecht. Het wenst het potentieel tot verbetering in kaart te brengen.

Hiertoe wordt eerst een beschrijvende analyse gemaakt van het huidig Belgisch kader. Er wordt gekeken naar de draagwijdte van het recht op eigendom en onderzocht in welke mate en op welke wijze de regeling omtrent de VTLD een balans weet te vinden tussen het eigendomsrecht enerzijds en de strafrechtelijke doelstellingen die aan de VTLD ten grondslag liggen anderzijds. Tevens wordt het Belgisch kader vergeleken met de benadering in Zwitserland en Zuid-Afrika. Op basis van voorgaande beschrijvende analyse en rechtsvergelijking, aangevuld met een studie omtrent de regeling en vereisten op niveau van de Raad van Europa en de Europese Unie, wordt vervolgens een toetsingskader ontwikkeld. Dit toetsingskader laat toe het huidig Belgisch kader grondig te evalueren qua mogelijkheid tot VTLD en qua voorziening in, voorwaarden voor en wijzen van derdenbescherming. De evaluatie toont dat – naast diverse goede elementen – de Belgische regeling en rechtspraak geplaagd worden door problemen, onduidelijkheden, hiaten en discrepanties. Dit potentieel tot verbetering wordt na een interne rechtsvergelijking met het goederenrecht vertaald in een reeks concrete aanbevelingen. Deze aanbevelingen – voornamelijk gericht aan de wetgever – willen een meerwaarde bieden bij de realisatie van een ‘goed’ Belgisch kader.
Meer lezen

Informatie van inlichtingendiensten: bewijs of inlichting in een strafprocedure en het recht van verdediging?

Universiteit Gent
2024
Benoît
Van Cauwenberghe
Informatie van inlichtingendiensten is op diverse manieren bruikbaar in een strafprocedure. De informatie kan enerzijds aangewend worden als start-, richt- of sturingsinformatie voor het onderzoek, en anderzijds als bewijs in rechte dienen. Echter worden inlichtingendiensten gekenmerkt door de beperkte openheid die zij aan de dag leggen. Bijgevolg kunnen er fricties ontstaan met het recht op een eerlijk proces en de rechten van verdediging. Het onderzoek heeft getracht deze punten te onderzoeken.
Meer lezen

Parlementaire controle op de aanwending van zwaarwichtige onderzoekstechnieken

Universiteit Antwerpen
2024
Thomas
De Vreese
De wetgever heeft de politieke controle op de aanwending van zwaarwichtige onderzoekstechnieken in de wet ingeschreven als onderdeel van een zesvoudige waarborg. Deze vorm van controle werd nog niet onderzocht; de thesis vult daarmee de literatuur aan. Uit het thesisonderzoek blijkt dat deze parlementaire controle in de praktijk helemaal niet aanwezig is. Dit heeft mogelijk een effect op schendingen van het recht op privacy en het recht op een eerlijk proces. Bovenal leidt dit tot de afwezigheid van checks and balances, waardoor we als maatschappij niet weten welke richting we uitgaan en hoe de inzet van deze technieken evolueert.
Meer lezen

HET HOF VAN CASSATIE OVER HET LOT VAN ONRECHTMATIG BEWIJS IN CIVIELE ZAKEN: MISSION ACCOMPLISHED?

Vrije Universiteit Brussel
2023
Jory
Brabants D'Hooghe
Het Hof van Cassatie heeft zich in 2021 gebogen over het lot van onrechtmatig (verkregen) bewijs in zuiver privaatrechtelijke zaken (civiel recht). Net zoals in het strafrecht, besluit het Hof dat bewijsuitsluiting de uitzondering wordt en de feitenrechter met verschillende criteria en omstandigheden rekening moet houden.
Meer lezen

Vraagstukken rond privacy: de zoektocht naar een wettelijk kader voor het gebruik van live facial recognition door de geïntegreerde politie in België

Universiteit Gent
2021
Lotte
De Graeve
Enkele problematieken lijken de zoektocht naar een wettelijk kader rond live facial recognition te belemmeren. Deze masterproef onderzoekt wat deze inhouden en formuleert enkele vraagstukken die cruciaal lijken opdat de proportionaliteit en wenselijkheid van de technologie kan worden beoordeeld.
Meer lezen

Big brother is watching you! How online police infiltration and online systemic police observation have to be balanced with fundamental rights and freedoms. A comparative analysis between Belgium and the United States.

KU Leuven
2021
Sylvia
Lissens
In deze masterscriptie worden de opsporingstechnieken van (online) politie-infiltratie en (online)
stelselmatige politieobservatie afgewogen tegen de fundamentele rechten op privacy, het recht op een eerlijk proces en de vrijheid van meningsuiting. Deze onderwerpen zijn in dit functioneel rechtsvergelijkende onderzoek geanalyseerd voor België en de Verenigde Staten. Dit onderzoek werd uitgevoerd aan de universiteiten van KU Leuven (België) en Duke University (Verenigde Staten), onder supervisie van een Belgische en Amerikaanse Professor, in samenwerking met Venice International University (Italië).
Meer lezen

The Role of the CJEU in Ensuring that the Principles of Mutual Trust and Recognition Enshrined in the FDEAW Stay in Line with the CFR

Universiteit Gent
2020
Rodrigo
Belle Gubbins
Een analyse van de ontwikkeling van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot het mechanisme van het Europees arrestatiebevel om te bepalen of de justitiële samenwerking tussen de lidstaten voorrang krijgt boven de bescherming van de grondrechten of omgekeerd.
Meer lezen

De fundamentele waarden van de Europese Unie: Een analyse van de afdwinging van de democratie en rechtsstaat door de Europese Unie ten aanzien van lidstaten, kandidaat-lidstaten en ENB-partners

Universiteit Gent
2018
Ayana
Dootalieva
Een analyse van de effectiviteit van de afdwinging van de democratie en rechtsstaat door de Europese Unie ten aanzien van lidstaten en derde landen.
Meer lezen

Salduz Plus: een min voor politieverhoorders? Impact en draagvlak in Vlaanderen.

Universiteit Gent
2018
Felix
Verlet
Een jaar na de invoering van Salduz Plus wordt de impact en het draagvlak voor de politiediensten ervan bevraagd. Enkele elementen die zorgen voor een hogere werkdruk werden geïdentificeerd. Een verhoging van de rechten voor de verhoorden blijft echter ter discussie staan.
Meer lezen

EHRM en bewijs. Terreurbestrijding als opstap naar vernieuwd digitaal speurwerk: de gespannen verhouding tussen nieuwe bewijsgaringsinstrumenten in het Belgisch strafonderzoek en artikel 6 en 8 EVRM.

Vrije Universiteit Brussel
2018
Feia
Deltour
De recente Wet Digitaal Speurwerk heeft ten voordele van de justitiële actoren een aantal nieuwe en verregaande onderzoeksbevoegdheden in de digitale sfeer in het leven geroepen. Deze staan echter op gespannen voet met de artikelen 6 en 8 EVRM. Deze thesis analyseert kritisch de wetgevende en beleidsmatige aspecten in de materie.
Meer lezen

De rol van het EVRM bij gemeentelijke administratieve sancties

Universiteit Gent
2017
Marie
DeCock
Is het problematisch dat een orgaan van de uitvoerende macht een gemeentelijke administratieve sanctie oplegt in plaats van een rechter? Deze scriptie onderzoekt hoofdzakelijk of GAS in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals vervat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Meer lezen

“Mooie dagen maken”: Een belevingsstudie naar de noden en behoeften van de familie van een dader van een levensdelict.

Universiteit Gent
2016
Annelies
Reniers
In België worden we af en toe geconfronteerd met levensdelicten. Hierbij gaat onze aandacht steeds uit naar de nabestaanden van het slachtoffer. Maar wat met de familie van de dader?
Meer lezen

De bevoegdheidsverdeling in het strafprocesrecht. Naar een defederalisering van justitie?

Universiteit Gent
2015
Jonas
Bel
Leurt de overheveling van het strafprocesrecht om de hoek?De discussie over een overheveling van justitie in het algemeen – en het strafprocesrecht in het bijzonder – was al levendig tijdens de onderhandelingen in 2010 en 2011. De politieke partijen – die later de communautaire meerderheid achter de regering-Di Rupo vormden – achtten de tijd toen nog niet rijp om een overheveling van justitie te negotiëren. Tot op vandaag is er van deze zevende staatshervorming nog niets in huis gekomen.
Meer lezen

De samenwerking tussen de Scheepvaartpolitie en de gerechtstolken in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen

KU Leuven
2014
An-Katrien
Pooter
Van Babylonische toestanden bij politie naar echte communicatie dankzij de gerechtstolk.Blablabla... Bla?... BLA! Zo moeten de woorden van de politiemannen geklonken hebben voor de twee jongens van amper 25 jaar die als verstekeling op een schip zaten. Als toekomstige gerechtstolk stond ik machteloos toe te kijken terwijl er op dat moment over twee mensenlevens beslist werd.
Meer lezen

Europees Hof voor de Rechten van de Mens op de helling. De kritiek binnen de EVRM-lidstaten

Universiteit Gent
2013
Stephanie
Hermant
De Toekomst van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op de helling.Als we sommige opiniemakers, academici en politici mogen geloven zijn de mensenrechten en het Hof waarvoor we ze kunnen afdwingen een onheilspellend goed. Met krantenkopen als: “Repressie door mensenrechten”, “Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormt een ernstige inbreuk op de democratie”, “Straatsburg schiet zijn doel voorbij” en “laten we ons bevrijden van het Europese Hof”, lijkt die visie goed ingeburgerd. David Cameron liet weten een einde te willen maken aan wat hij noemt “this human rights madness”.
Meer lezen

Towards European Safeguards for Minors in Criminal Proceedings?

Universiteit Gent
2013
Sigrid
Heirbrant
Minderjarigen op vakantie in Europa: Kwetsbaarder dan gedacht!Ouders zijn gewaarschuwd wanneer zij hun kinderen op vakantie sturen in Europa. Indien een Belgische minderjarige plots het voorwerp uitmaakt van strafonderzoek in de Europese Unie, heeft België hierop geen vat meer. De Europese Unie verwaarloost de rechten van minderjarigen, in haar grensoverschrijdend vervolgingsbeleid. Van zodra het strafonderzoek een Europees kantje krijgt, zijn uw rechten als Belgische minderjarige van verwaarloosbare waarde. De open grenzen vormden het startschot voor een toenemende mobiliteit in Europa.
Meer lezen

De betrokkenheid van België in het 'renditions'- en geheime detentieprogramma van de CIA.

Vrije Universiteit Brussel
2011
Dani
Brutyn
CIA- foltervluchten België, partner in crime?Na de aanslagen van 11 september 2001, nu tien jaar geleden, lanceerde de VS de zogenaamde “War on Terror”. In naam van de veiligheid werd een CIA- systeem van „extraordinary renditions. opgericht. Hierbij werden terreurverdachten willekeurig op vliegtuigen gezet en overgevlogen naar geheime detentiecentra, waar ze gefolterd werden om zoveel mogelijk inlichtingen te verzamelen. Europa zou betrokken zijn geweest bij dit programma, en ook België bleef niet onbesproken.
Meer lezen

Gacaca: de Rwandese Schreeuw voor een op maat gemaakte justitie

Vrije Universiteit Brussel
2007
Wendy
De Bondt
Bemiddeling door lekenrechters na een genocide: Net een brug te ver?
 
Rwanda wordt wel eens het land van 'the thousand hills' genoemd, maar de meesten onder ons kennen Rwanda wellicht door haar genocide in 1994. Een gruwelijke afslachting van 800.000 onschuldige tutsi door "een bende losgeslagen barbaarse hutu", wordt wel eens gezegd, al is dat natuurlijk iets te ongenuanceerd. Niemand weet hoe hij of zij zou gereageerd hebben in die situatie. Het vermogen tot wreedheden is in elk van ons aanwezig.
Meer lezen