Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Beestige producten: De impact van slangenpatronen als emotioneel competente stimuli in product designs

Universiteit Gent
2025
Sterre
Coppens
In de hedendaagse marketingomgeving verwerken consumenten reclameboodschappen vaak oppervlakkig, door een gebrek aan motivatie of capaciteit (zowel cognitief als contextueel). Het Elaboration Likelihood Model verklaart hoe consumenten via deze perifere route attitudes vormen op basis van emotioneel competente stimuli of perifere cues. Een relatief onderbelichte categorie van dergelijke cues zijn gevaarlijke biophilische elementen. Deze studie richt zich specifiek op slangenprints. Slangen combineren een evolutionair ingebedde vermijdingsreflex met een fascinatie die vaak wordt geassocieerd met luxe, macht en elegantie, waardoor hun rol als marketingcue inherent ambivalent is.

Om te onderzoeken hoe consumenten reageren op slangenprints, werd een A/B-test uitgevoerd met 18 experimentele sets, elk bestaande uit een neutraal productontwerp en een gemanipuleerde versie met een camouflage- of waarschuwingsslangenprint. In totaal gaven 128 respondenten hun voorkeur aan voor elk paar. De resultaten tonen een duidelijke trend: producten met slangenprints worden over het algemeen als minder aantrekkelijk beoordeeld dan hun neutrale tegenhangers. Dit suggereert dat diepgewortelde, evolutionair gevormde emoties nog steeds een sterke invloed uitoefenen op consumentenevaluaties. De studie toont daarmee niet alleen de impact aan van een specifieke visuele cue, maar onderstreept ook het bredere belang van onbewuste emotionele reacties in hedendaags consumentengedrag.
Meer lezen

Vrijwillige kinderloosheid onder de loep: concepten, discoursen en machtsverhoudingen in verandering

Universiteit Gent
2025
Saar
De Coster
Mijn scriptie onderzoekt vrijwillige kinderloosheid en laat zien hoe wetenschap vaak vanzelfsprekendheden reproduceert waardoor bepaalde stemmen structureel onzichtbaar blijven. Uit een analyse van 23 wetenschappelijke artikelen blijkt dat onderzoek zich voornamelijk richt op witte, hoogopgeleide westerse vrouwen, terwijl LGBTQ+-personen, vrouwen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en mensen in precaire sociaaleconomische situaties nauwelijks aan bod komen. Veel studies beschouwen kinderloosheid als een volledig autonome keuze, terwijl sociale, culturele en economische factoren juist een grote rol spelen. Het onderscheid tussen “vrijwillig” en “onvrijwillig” blijkt vaak te simplistisch; in werkelijkheid bevindt kinderloosheid zich op een continuüm van uitstel, noodzaak en bewuste keuze. Mijn onderzoek toont dat inclusief en kritisch onderzoek nodig is om de blinde vlekken zichtbaar te maken en een vollediger beeld te krijgen van menselijke ervaringen rondom vrijwillige kinderloosheid.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

KLIMAATBEWUSTZIJN IN KUNSTBESCHOUWENDE VAKKEN. Leerlingen secundair onderwijs op een vakoverschrijdende manier betrekken bij klimaateducatie binnen kunstbeschouwende vakken.

Universiteit Gent
2025
Pieter
Verstraete
Genomineerde longlist Klasseprijs
Jongeren maken zich zorgen om het klimaat. De klimaatmodellen tonen een toekomst met complexe en uiteenlopende uitdagingen. De individuele en collectieve keuzes die we maken bepalen mee het verloop en de ernst van de gevolgen. Om tot handelen te komen is niet alleen klimaatkennis, maar ook een zeker klimaatbewustzijn essentieel. Het besef wat er aan de hand is en de wil om daar iets aan te doen.
Met deze paper onderzoeken we hoe kunst en kunstbeschouwende vakken het klimaatbewustzijn van jongeren kan versterken. Kunst heeft immers de kracht om te beroeren. Het speelt in op onze zintuigen en wekt emoties op. In die zin bieden kunstbeschouwende vakken een unieke context om klimaateducatie te integreren.
We onderzoeken achtereenvolgens waarom we klimaateducatie, vakoverschrijdend aanbieden, welke meerwaarde kunst en kunstbeschouwende vakken bieden en hoe we dat praktisch implementeren in de Vlaamse onderwijscontext. De finaliteit van deze paper is een les klimaateducatie in een kunstbeschouwend vak. Deze les werd in de praktijk getoetst in de derde graad van Scholen Da Vinci in Sint-Niklaas.
Uit dit praktijkonderzoek blijkt er wel degelijk een rol weggelegd voor kunstbeschouwende vakken om klimaateducatie te integreren. Het biedt cognitieve en pedagogische voordelen om tot een dieper bewustzijn te komen in de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. Kunstwerken bieden ook een vakdidactisch potentieel om doelbewust in te zetten op specifieke cognitieve processen en leeractiviteiten. Bovendien faciliteert en stimuleert de Vlaamse overheid vakoverschrijdend lesgeven, specifiek ook voor klimaateducatie. Kunst en kunstbeschouwende vakken als brugfunctie tussen kennis en engagement.
Meer lezen

Silent Spread: Using a digital serious game on Phytophthora cinnamomi to facilitate cognitive thinking processes and inspire the creation of a cognitive sustainability compass

Universiteit Gent
2025
Charl Justine
Darapisa
Deze studie onderzoekt het gebruik van serious games in het bevorderen van kennisverwerving over Phytophthora cinnamomi (Pc), een invasieve bodemaandoening die het Mediterrane eikecosysteem in Spanje bedreigt. Gebaseerd op de cognitieve taxonomie van Bloom heeft het onderzoek als doel te evalueren welke specifieke spelelementen (trivia, quiz, spelbeheer en spelsituaties) de vijf cognitieve denkprocessen ondersteunen, en of serious games kunnen dienen als effectieve hulpmiddelen om via de Cognitive Sustainability Compass reflectie over duurzaamheid te stimuleren.

Silent Spread, een digitaal bordspel, werd ontwikkeld en gespeeld door 35 studenten op universitair niveau. De PLS-SEM-analyse toont aan dat Silent Spread middelhoge tot hogere denkvaardigheden bevordert, waarbij analyseren de sterkste rol speelt in het aanleren van verspreidingsmechanismen.

De sessies met de Cognitive Sustainability Compass tonen aan dat vooral de sociale pijler van duurzaamheid werd benadrukt, met thema’s als samenwerkend leren en een sterkere verbondenheid met rurale realiteiten. De studie onderstreept dat serious games vooral het toepassen van kennis stimuleren in plaats van enkel het onthouden van feiten. Daarom moet toekomstig onderzoek nagaan hoe deze spellen het leren binnen én buiten de virtuele omgeving kunnen versterken. Daarnaast stelt de studie het hiërarchisch model van Bloom in vraag en benadrukt ze dat de 21e eeuw nood heeft aan vaardigheden zoals samenwerking, probleemoplossend denken en systeemdenken, die spelers met succes hebben aangetoond.
Meer lezen

Towards a circular turn in heritage. Spolia, a bridge between past and present in Brussels' and Flemish contemporary preservation practices.

Vrije Universiteit Brussel
2025
Judith
Cools
De klimaatopwarming is een feit, en onderzoekers vertellen ons al jaren over de snel aankomende gevolgen daarvan. Één van de transities die we kunnen maken om de klimaatopwarming een halt toe te roepen is overstappen naar een circulaire economie, en voor de constructiesector is dat niet anders. Een circulaire bouweconomie introduceren kan op verschillende manieren: 1. Het omkeerbaar ontwerpen van gebouwen, zodat wanneer ze niet meer van dienst kunnen zijn, we hun onderdelen elders opnieuw kunnen gebruiken 2. Het retrofitten van bestaande gebouwen 3. Materialen en bouwelementen recupereren en hergebruiken na volledige of gedeeltelijke demontage. De bouwsector volledig circulair maken kan dus niet door enkel in de toekomst slim te ontwerpen, maar ook alle bestaande gebouwen zijn deel van deze transitie. In Brussel en Vlaanderen tezamen hebben meer dan 130.000 van deze gebouwen erfgoedwaarde. Maar hoe kunnen we circulariteit en erfgoed laten samengaan om ook deze gebouwen van cultureel en historisch belang in de transitie te betrekken? Binnen de erfgoedpraktijk is traditioneel en strikt beschermen en behouden vaak dé strategie bij uitstek. Deze gebouwen strikt beschermen én conform houden aan onze duurzaamheidsvereisten van vandaag kost veel tijd, aandacht, geld, etc. Gebruik van deze strategie is onhaalbaar en onwenselijk voor al die 130.000 gebouwen. Daarnaast heeft een evoluerende maatschappij ook steeds veranderende noden. Zo werd het herbestemmen van gebouwen waarbij flexibiliteit, aanpassingen maken en respect voor het erfgoed gecombineerd en steeds gangbaarder onder titel 'adaptive reuse'. Alhoewel dit al een enorme stap is richting duurzaamheid voor zowel mens als maatschappij, wordt er vaak over het hoofd gezien dat er bij flexibele erfgoedbewaarstrategieën fragmenten overblijven die de selectie niet halen en zo later ‘afval’ worden. Daarom beargumenteer ik in dit onderzoek waarom ook het demonteren, verplaatsen en herintegreren van architecturale erfgoedfragmenten deel is van een volledige transitie naar een circulaire bouweconomie. Echter is de erfgoedpraktijk nog sceptisch over het transporteren van erfgoedfragmenten als bewaarstrategie. Met een betoog, uitgediept op niveau van theoretische debatten, lokale beleidsdocumenten en praktijkvoorbeelden, toont deze thesis aan dat het verplaatsen van erfgoedfragmenten ook bijdraagt aan een inclusievere erfgoedzorg. Indien toegepast onder voorwaarden, kan het verplaatsen van erfgoedfragmenten bijdragen aan een rijker begrip van erfgoedwaarden en -betekenissen. In deze masterproef wordt er getracht de complexe match tussen hergebruik van bouwmaterialen en architecturale erfgoedfragmenten te benutten en aan te tonen dat beide disciplines op deze manier de volgende stap kunnen zetten richting duurzaamheid. Tenslotte is er niet enkel een ecologische voetafdruk verbonden aan materialen en fragmenten, maar dus ook een culturele/historische voetafdruk. Niet alleen biedt deze masterproef een grondige basis, gebaseerd op theorie, beleid en praktijk voor stakeholders uit beide disciplines om dit innovatief debat verder te voeren, ze biedt ook een concrete uiteenzetting hoe deze transitie in de praktijk gerealiseerd kan worden. Dit gebeurt met een voorstel om erfgoed- en bouwbeleid te integreren en zo niet alleen geschiedenis en cultuur, maar ook de 'embodied carbon en energy' te waarborgen.
Meer lezen

Credibility analysis of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue

KU Leuven
2025
Hannes
Wolfs
This thesis evaluates the credibility of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue. Understanding the link between arterial microstructure and mechanical function is essential for defining cardiovascular diseases like atherosclerosis and aneurysms. Representative volume element (RVE) models are increasingly used to explore this link by efficiently connecting microstructure to mechanics. However, many existing RVEs lack experimental calibration using tissue with selectively modified constituents, systematic validation across loading conditions, and biofidelic microstructural networks. Furthermore, there is limited understanding of how uncertainties in input parameters affect model predictions. Therefore, this study aims to assess and improve the credibility of an RVE model by addressing these gaps through detailed characterisation. The model is evaluated against experimental data from both native and enzymatically-treated tissue, and parameter sensitivity analyses are conducted.

To achieve this, uniaxial tensile tests were performed on native porcine aortic samples. Crucially, to isolate the mechanical roles of key constituents, samples were treated with the enzymes collagenase or elastase to deplete collagen or elastin, respectively. The resulting data calibrated and validated the RVE model, focusing on the collagen and elastin networks and the model’s anisotropic predictive capacity. Subsequently, a surrogate model based on an artificial neural network emulated the RVE’s mechanical response, enabling efficient Sobol' sensitivity analysis of six key microstructural, mechanical, and model parameters.

Enzymatic depletion confirmed distinct constituent roles: collagen-deficient tissue exhibited a linearised response with slight stiffening at high strains, whereas elastase-digested samples demonstrated increased compliance but lost structural integrity. RVE model validation emphasised the importance of accurately representing the anisotropic architecture. Furthermore, the sensitivity analysis revealed that uncertainties in six key input parameters substantially influence RVE output variance, with elastin properties predominantly governing low-strain behaviour and collagen-related parameters dictating high-strain responses.

The calibrated and validated microstructurally-informed RVE model can reliably predict aortic mechanics if tissue anisotropy is adequately accounted for. The sensitivity analysis provided crucial insights into which parameters most significantly impact model output variance. This will guide future efforts in model refinement and highlight parameters that require precise experimental characterisation to reduce predictive uncertainty. Furthermore, it will strengthen the RVE's potential as a credible tool in arterial biomechanics research by establishing a more robust, uncertainty-aware modelling framework.
Meer lezen

Handgeschept papier als ontwerpstrategie voor een interieur in ontwikkeling

KU Leuven
2025
Charlotte
Deconinck
Deze masterproef onderzoekt hoe handgeschept papier kan functioneren als een ontwerpstrategie binnen de interieurarchitectuur. Waar papier traditioneel gezien wordt als decoratief of tijdelijk, wordt het hier benaderd als een actief en zintuiglijk materiaal dat voortdurend in dialoog staat met ruimte, gebruiker en omgeving. Het project vertrekt vanuit een cyclische praktijk van papier scheppen, verwerken en opnieuw integreren: wat scheurt of vervaagt wordt herwerkt tot nieuwe pulp en opnieuw toegepast. Zo ontstaat een interieur dat nooit af is, maar zich voortdurend ontwikkelt in relatie tot tijd, gebruik en omstandigheden.
De oude stal waarin dit onderzoek plaatsvindt fungeert als laboratorium, waar papier wordt bevestigd op muren, houten structuren en een mobiel stalen frame. Het materiaal reageert op licht, vochtigheid en aanraking, waardoor de ruimte verandert en een actieve betrokkenheid vraagt. Dit proces toont hoe interieurarchitectuur kan verschuiven van een objectmatig eindresultaat naar een procesmatige praktijk waarin zorg, toewijding en zintuiglijke ervaring centraal staan.
Door het ambacht van papier scheppen te verbinden met de ontwerppraktijk ontstaat een methode van Thinking Through Making, waarin handeling en ontwerp samenvallen. Het project stelt daarmee vragen bij de dominante logica van afwerking en standaardisatie en biedt een alternatief dat inzet op traagheid, cyclische tijd, imperfectie en verbondenheid. Zo toont deze scriptie dat ook fragiele en vergankelijke materialen een krachtige motor voor duurzaamheid en betekenisvolle interieurarchitectuur kunnen zijn.
Meer lezen

“Kleine steken, grote sporen”: hoe subtiele en openlijke discriminatie het mentaal welzijn van Afrikaanse Belgen raakt

Universiteit Gent
2025
Paloma
Moerenhout
Mijn masterproef onderzoekt hoe discriminatie het mentaal welzijn beïnvloedt van mensen van Sub-Saharaanse afkomst in België. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen microagressies, de subtiele en vaak alledaagse vormen van uitsluiting, en harassment, de meer openlijke vormen van intimidatie. Op basis van de grootschalige ROAM-BE survey (N=923) werden deze ervaringen in verband gebracht met vier indicatoren van mentaal welzijn: angst, slaapkwaliteit, levenstevredenheid en algemeen welbevinden (WHO-5).
De resultaten tonen een duidelijk dose-responspatroon: hoe meer discriminatie iemand ervaart, hoe sterker de negatieve effecten op angst, slaap en levenstevredenheid. Hoewel de WHO-5 niet significant verschilde, suggereren de bevindingen dat discriminatie eerst specifieke domeinen van gezondheid onder druk zet. Belangrijk is dat de impact niet uniform is. Taalvaardigheid, inkomen, gender en verblijfsstatus beïnvloeden elk hoe zwaar discriminatie doorweegt. Vooral mensen met een matige taalvaardigheid of financiële moeilijkheden, en vrouwen die openlijke intimidatie ervaren, blijken bijzonder kwetsbaar.
Deze studie levert zo nieuwe empirische inzichten in hoe ongelijkheid het dagelijks leven en welzijn ondermijnt. Ze biedt ook concrete aanknopingspunten voor beleid en praktijk, onder meer rond taalondersteuning, armoedebestrijding, gendergevoelige interventies en structurele verblijfszekerheid.
Meer lezen

Onderzoek naar de neurale basis van natuurlijke spraak bij personen met afasie via voxel-wise lesion-symptom mapping

KU Leuven
2025
Sara
Dupont
  • Eline
    Biermans
Ongeveer één op de vier personen met een beroerte krijgt te maken met afasie, een taalstoornis waarbij het begrijpen en/of produceren van taal moeilijk kan verlopen. In deze masterproef zoeken we een link tussen de taalfouten die personen met afasie maken en de exacte locatie van hun hersenletsel. Dit deden we aan de hand van de innovatieve techniek 'voxel-wise lesion-symptom mapping'. Wat ons onderzoek bijzonder maakt, is dat we bij de taaltesten gebruikmaken van natuurlijke spraak. Zo krijgen we een accurater beeld van het dagelijks taalgebruik van de personen met afasie. Deze studie opent nieuwe wegen om te voorspellen welke hersenschade welke taalproblemen veroorzaakt en hoe personen met afasie zullen herstellen.
Meer lezen

Dansklaar! Dans muzisch met je klas dankzij onze handige kaartentool

Arteveldehogeschool Gent
2025
Nele
Van Looveren
  • Natalia
    Kaya
Dans wordt in de meeste kleuterklassen slechts sporadisch ingezet, vaak beperkt tot gestructureerde klasdansjes of feestelijke gelegenheden. Nochtans genieten kleuters zichtbaar van bewegingsactiviteiten en is muzische dans een krachtig middel voor expressie, fantasie en verbondenheid. Tijdens een overleg met de stageschool kwam de nood aan een haalbare en inspirerende aanpak voor dans naar voren. Dit leidde tot het praktijkgericht onderzoek met de ontwerpvraag: “Hoe kunnen we een praktische tool ontwikkelen die kleuterleerkrachten ondersteunt om muzische dans op een haalbare, speelse en expressieve manier te integreren in hun klaspraktijk?”

Op basis van interviews, literatuurstudie en gesprekken met het kleuterteam werden de noden en struikelblokken in kaart gebracht. Deze inzichten vormden het vertrekpunt voor de ontwikkeling van Dansklaar!, een dansbox met gebruiksklare werkvormkaarten, QR-codes met muziek, concrete instructies en extra informatiekaarten. De box is opgesplitst in twee versies (voor jongste en oudste kleuters), met werkvormen die dans benaderen als muzische expressie en niet als nadoen van pasjes.

De tool werd getest in de praktijk en geëvalueerd via een try-out, vragenlijsten en een focusgroep. Leerkrachten reageerden positief: de kaarten zijn duidelijk, motiverend en bruikbaar binnen het klasgebeuren. Vooral het speelse karakter en de laagdrempeligheid vielen in de smaak. Door de korte testfase zijn uitspraken over structurele impact voorlopig beperkt, maar het onderzoek toont aan dat deze tool een waardevol startpunt vormt om muzische dans structureler te verankeren in het kleuteronderwijs.
Meer lezen

Een duurzaamheidstoets van het nieuwe goederenrecht in relatie tot ondernemingen: was duurzaamheid écht een belangrijke doelstelling?

Universiteit Gent
2025
Noor
Buyssens
Samenvatting van mijn thesis:

Duurzaamheid was een belangrijke doelstelling bij de totstandkoming van het nieuwe goederenrecht. Bijgevolg onderzoekt dit werk het nieuwe goederenrecht, dat sinds 2021 in werking trad, door de lens van duurzaamheid, met een bijzondere focus op ecologische duurzaamheid. Centraal staat daarbij steeds de rol van de onderneming. Deze focus op ondernemingen vormt een nieuwe invalshoek binnen bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht.

Vertrekkend vanuit de onderwerpen die in bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht aan bod komen, gaat deze bijdrage verder op die onderwerpen die in het bijzonder relevant zijn voor ondernemingen: res communes, opstalrechten (waarbij zijn rol in de circulaire vastgoedeconomie en bij het recent ingevoerde volume-eigendom wordt besproken), en ten slotte de milieu-erfdienstbaarheid.

Voor elk van deze onderwerpen worden de tekortkomingen en obstakels geanalyseerd die ertoe leiden dat zij duurzaamheid belemmeren of onvoldoende ondersteunen. Telkens wordt onderzocht hoe en op welke manier duurzaamheid nu precies wordt tegengewerkt. Zo wordt aangetoond hoe de figuur van de res communes juridisch is uitgehold en daardoor in de praktijk nauwelijks bescherming biedt, hoe het eenheidsbeginsel – en meer bepaald het zelfstandigheidsbeginsel – de ontwikkeling van een circulaire economie binnen de vastgoedsector tegenwerkt, en hoe de invoering van (eeuwigdurend) volume-eigendom grote risico’s creëert op ongebreidelde vastgoedgroei, waarbij duurzaamheid slechts een voorwaardelijk en toevallig neveneffect blijkt te zijn. Ook de milieu-erfdienstbaarheid blijkt onder het huidige goederenrecht onwerkbaar.

Na het analyseren van deze knelpunten worden telkens mogelijke oplossingen of, minstens, suggesties en denkpistes aangereikt die kunnen bijdragen tot verdere verbetering. Kritiek wordt hier immers niet als destructief benaderd, maar juist als een eerste stap richting vooruitdenken.

Het werk sluit af met een filosofische noot waarin de rode draad tussen de besproken onderwerpen wordt blootgelegd. Diep onder de juridische spanningen die zich voordoen rond duurzaamheid blijkt een “structureel” probleem te schuilen: het goederenrecht is historisch gebouwd op liberale en kapitalistische fundamenten, wat duurzame ontwikkeling structureel belemmert. Dit werk eindigt dan ook met een oproep tot structurele verandering en geeft een eerste stap in de richting van dergelijke verandering.
Meer lezen

Effect of binder-to-sand ratio on the workability and mechanical properties of GGBS-CDW-based geopolymer mortars

KU Leuven
2025
Katlyn
Caerels
De bouwindustrie staat voor verschillende milieuproblemen, en cementalternatieven zouden wel eens een deel van de oplossing kunnen zijn. Het toevoegen van bouwafval aan cementalternatieven, zoals geopolymeren, kan niet alleen de CO2-uitstoot verminderen, maar ook een positief effect hebben op de schaarste aan grondstoffen en afvalstroom. Deze masterproef onderzoekt, door middel van een literatuurstudie, labonderzoek en kritische analyse, de hoeveelheid bouwafval die in geopolymeren toegevoegd kan worden, en welk zandpercentage en -soort daarbij optimaal is. Op deze manier wordt een stap in de juiste richting gezet om geopolymeren in de praktijk te gebruiken.
Meer lezen

Magie en Macht: The wheel of power and privilege herwerkt tot een intersectioneel model voor analyse van young adult fantasy literatuur

Universiteit Gent
2025
Maya
Stuyven
Young adult fantasy literatuur leent zich voor kritische reflectie over identiteit, macht en
maatschappelijke structuren. Magie en alternatieve werelden bieden een symbolische
weergave van machtsstructuren, privilege en uitsluiting. Binnen het bestaande literatuur- en intersectionaliteitsonderzoek ontbreekt echter een intersectioneel instrument dat de
verwevenheid tussen magie en sociale machtsstructuren benadert. Deze masterproef herwerkt the wheel of power and privilege, zoals ontwikkeld door Sylvia Duckworth, om intersectionele machtsstructuren in YA-fantasy te analyseren, met specifieke aandacht voor magie. Ik demonstreer het gebruik van dit aangepaste model aan de hand van twee personages uit de boeken Shadow and Bone van Leigh Bardugo en Children of Blood and Bone van Tomi Adeyemi. Het aangepaste model biedt een systematisch en visueel denkkader dat toelaat om macht in fictieve werelden intersectioneel te analyseren en zo bijdraagt aan een verdiepend inzicht in de werking van fictieve machtssystemen.
Meer lezen

Op weg naar morgen: een kwantitatief-exploratief onderzoek naar de behoefte aan een alumni-aanbod bij alumni van YAR Vlaanderen

Hogeschool UCLL
2025
Emmély
Ceulemans
Deze bachelorproef onderzoekt de behoefte aan een alumni-aanbod bij alumni van YAR Vlaanderen. YAR Vlaanderen is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg en richt zich op jongeren tussen de 16 en 21 jaar die moeilijkheden ervaren op verschillende levensdomeinen. Door middel van twee specifieke programma's, namelijk YAR Coaching en YAR Wonen, ondersteunen ze jongeren om hun leven en/of woonsituatie weer op de rails te krijgen. Dit onderzoek werpt een licht op de periode na afronding van een traject, die kwetsbaar en complex blijkt te zijn. Op basis van een bevraging aan 52 alumni worden hun ervaringen, behoeften en wensen in kaart gebracht. De resultaten tonen aan dat een alumni-aanbod geen overbodige luxe is, maar een betekenisvolle stap om de impact van YAR Vlaanderen te verduurzamen en relationele continuïteit te waarborgen. Alumni verwachten geen klassieke nazorg of terugkeer naar hulpverleningsrelaties, maar een gemeenschap die blijvende verbondenheid, reflectiemomenten en praktische ondersteuning biedt.
Meer lezen

Ignoring the Decoy: Tackling Forensic Distractions in Fake Image Detection

Universiteit Gent
2025
Xander
Staelens
Detectiemethoden proberen met slimme AI-technieken te achterhalen of een afbeelding al dan niet bewerkt is. In deze scriptie onderzocht ik hoe het toevoegen van logo's of tekst deze methoden kan afleiden waardoor ze vervalsingen missen. Om dit problem aan te pakken ontwikkelde ik een techniek, namelijk gemaskerde AI, die deze methoden veel robuuster maakt, waardoor afleidingen bijna geen invloed meer hebben.
Meer lezen

Productive Campus: Future-proofing Vienna's economy through productive education

KU Leuven
2025
Britt
Van Gulck
Productive Campus is a pilot project reimagining the relationship between vocational
education and urban production by exploring a hybrid infrastructure that enables
them to coexist, and benefits both the employees and students in building a resilient,
local, and circular economy.

In a time where many cities struggle with issues such as congestion, affordability, in-
adequate infrastructure, and unemployment, Vienna repeatedly tops the ranking of
the most livable cities in Europe. Due to rapid demographic expansion, infrastructural
demands, and evolving economic systems, the search for sustainable development
strategies of the post-industrial city has been dominating political discourse on urban
transformation over the last decades.

However, a different voice is heard, one that advocates for a re-appreciation of
productive economies as a driver for sustainable urban development. Production
has become an indispensable component of an innovative, sustainable urban econ-
omy due to the increasing interrelationships with knowledge, research and develop-
ment, and services. These productive industries are essential for instigating econom-
ic growth, creating jobs for a wide range of workers, and stimulating infrastructure
development. Additionally, their high contribution to Vienna’s value creation and
collaboration with businesses, communities and governments can further facilitate
urban development by addressing specific challenges. Hence, the City of Vienna developed the ‘Produktive Stadt’ in 2017 in close partnership with the Vienna Chamber
of Commerce and the Federation of Austrian Industry.

The mutual benefits of collaboration between on the one hand knowledge institutions in favour of innovation, adaptability, and on the other hand a more networked,
collaborative economy, no longer need to be the domain of universities and larger
research facilities. This thesis takes as a stance the potential for Austria’s wide range
of vocational disciplines in specialized schools for students at the Upper Secondary
Level. Such education trajectories prepare them for future employment in the pro-
ductive sector. It raises the question whether we can develop alternative models from
this collaboration for an inclusive environment for makers with various financial and
expert backgrounds, as well as ensuring qualitative, sustainable education through
early hands-on experience.

Through literature and policy evaluation, spatial analysis, and design research, a personal design proposal seeks to integrate socio-economic, and architectural strategies
in a newly emerging urban context through the architecture of a future-proof mixed-use productive education building.

The resulting architecture envisions adaptable, hybrid spaces that cater to traditional
and new industries, providing a flexible and sustainable environment for small businesses, self-employed people, and start-ups. The integration of these real-world working conditions in addition to the required general infrastructure for education, creates
an environment in which students are motivated to become good craftspeople. The
focus on inspiring makers goes even beyond the student population, since the local
diy’er, teachers and professionals are able to enjoy lifelong practical and theoretical
skill building. The importance of qualitative education and the re-integration of production on a mixed-use site, will by extension have a positive impact on enforcing
this economic growth and stability as well as creating a local identity for its residents.
Meer lezen

AI jury-assistent voor het herkennen van rope skipping skills in videos

HOGENT
2025
Mike
De Decker
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Door de evolutie van de sport is het jureren van ropeskipping freestyles op hoog niveau moeilijk geworden. Zowel het aantal skills in de routine, alsook de snelheid waarmee ze worden uitgevoerd neemt toe. Dit is vooral te merken in Double Dutch freestyles. Daarom worden deze routines zowel live (creativiteit, variatie, muziekgebruik) als vertraagd (moeilijkheidsgraad) gejureerd.
Ondanks het feit dat freestyles op halve snelheid worden herbekeken en hierdoor jureerfouten worden vermeden, merkt men dat er nog enig verschil zit op scores toegekend door juryleden. Door de toegenomen toegankelijkheid van kunstmatige intelligentie, voornamelijk neurale netwerken, werd de vraag gesteld of een AI juryassistent ontwikkeld kan worden die helpt een betere en objectievere score zou opleveren.
Dit onderzoek verkent de mogelijkheid tot het bouwen van zo een juryassistent, de benodigde technieken en uitdagingen. De huidige vorm van de juryassistent bestaat uit drie hoofdzakelijke delen. Het eerste deel gaat over het lokaliseren van springers in de opnames. Niet alle videos zoomen in op de springer of zijn net eerder statische opname. Dit deel is noodzakelijk om computationele overhead te beperken, daar springers soms minder dan een vijfde van het beeld in beslag nemen.
De tweede groote stap is het splitsen van volledige routines in elke uitgevoerde skill. Dit wordt gedaan aangezien het onbegonnen werk zou zijn op om dit manueel te doen.
Het derde deel omvat het herkennen van de gesprongen skill. Voor Double Dutch Freestyles betekent dit een combinatie van uitvoering door draaiers en springers.
Door louter presentatieskills of moeilijk zichtbare skills te makeren als 'unknown' (e.g. wanneer een draaier tussen de springer en camera staat), wordt er verwacht dat het model aangeeft wanneer het niet zeker is.
Voor het lokaliseren slaagde YOLOv11 er in om een mAP50 te behalen tussen de 93-95\%, waarbij het succesvol publiek filterde van atleten, mits kleine foutjes. Hierdoor het Multiscale Vision Transformer model skills ingezoomde crops gebruiken om acties van elkaar te onderscheiden. Deze konden vervolgens herkend herkend worden hetzelfde MViT model of een doormiddel van een Swin Transformer. Het gemiddelde f1 macro gemiddelde van deze modellen lagen tussen de 49 en de 53 procent, door de lage representatie van minder vaak voorkomende skills. Immers lag de totale accuraatheid hoger, tussen de 89 en de 94 procent.
Dit zorgde ervoor dat juryscores door het model konden toegewezen, deze lagen -28 tot -20 procent onder de score toegekend door juryleden.
Verdere onderzoek is nodig om de accuraatheid van de architectuur te verhogen.
Meer lezen

Gletsjertoerisme: laatste kans in een vicieuze cirkel

Erasmushogeschool Brussel
2025
Runa
Swiggers
Gletsjers smelten wereldwijd steeds sneller. Dit heeft niet alleen een lokale impact, maar ook een globale. Toeristen worden dan ook wel eens aangemoedigd om gletsjers een laatste keer te zien. Hierdoor komt juist een vicieuze cirkel tot stand waarbij er meer aandacht wordt gevestigd op het probleem, maar tegelijkertijd meer uitstoot vrijkomt bij die reis, wat bijdraagt aan klimaatverandering.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

The Third Shift Uncovered: A Qualitative Study of Invisible Household Labour and Gendered Power in Flemish Couples

Universiteit Gent
2025
Adriana
Sinha Roy
Mijn thesis gaat over ervaring van de verdeling van onzichtbare huishoudelijke arbeid in Vlaamse gezinnen met kinderen. Ik onderzoek welke rol bepaalde 'bargaining resources' zoals arbeidsstatus spelen in deze verdeling en hoe ongelijke verdelingen worden gelegitimeerd via gender en explicit/implicit justifications.
Meer lezen

Ontwerp van een alternatieve productiemethode voor duurzame thermoplastische druktanks

Universiteit Hasselt
2025
Michiel
Meurice
Genomineerde longlist mtech+prijs
Machinebouwer Cteso werkt in samenwerking met een druktankproducent uit Limburg aan de
ontwikkeling van een productiemachine voor duurzame druktanks. De huidige opstelling gebruikt
de KUKA KR 1000 Titan robot, die hoge investeringskosten met zich meebrengt, een aanzienlijke
structurele verankering in de vloer vereist en de nodige expertkennis voor het programmeren
vraagt. Bovendien kan de bestaande machine slechts één formaat druktank produceren. Daarom
richt deze masterproef zich op het ontwerpen van een kosteneffectiever alternatief dat toelaat
druktanks in verschillende formaten te produceren, met vereenvoudigde vloerverankering en verbeterde
programmeerbaarheid.
In eerste instantie werd een simulatie uitgevoerd om de exacte bewegingen van de KUKArobotarm
in kaart te brengen, gevolgd door een analyse van de robotgrijper die de druktank
vasthoudt. Daarna volgden opstellen van het eisenpakket, het functieblokschema en het morfologisch
overzicht. Deze leidden tot een nieuw mechanisch concept, dat werd geëvalueerd via
simulatie en onderworpen aan een kosten-batenanalyse.
Het finale concept gebruikt een XYR-systeem (twee translatieassen en één rotatieas). Het biedt
de flexibiliteit om druktanks te produceren met lengtes tussen 500 en 3000 mm en diameters
van 160 tot 460 mm . Hoewel het systeem veelzijdiger is, blijft de totale investeringskost lager,
terwijl de vloerverankering eenvoudiger is en de programmatie gebruiksvriendelijker.
Meer lezen

Development of Braided Peltier Devices to Achieve Thermoelectric Cooling in Shape Memory Alloy Actuation Mechanisms

Universiteit Gent
2025
Cynthia
Wang
This dissertation investigates the design and development of braided Peltier devices for achieving active thermoelectric cooling in shape memory alloy (SMA) actuation mechanisms. The research focuses on the integration of periodically nickel-electroplated thermoelectric fibres into flexible braided textile structures that thermally couple and act as a sheath to SMA wires. By leveraging the Peltier effect within the braid architecture, the system is designed to enhance the thermal management and dynamic response of the SMA-based actuators. The work includes fibre fabrication, braid prototyping, electrical and thermal characterisation, and performance testing of the integrated thermoelectric-SMA smart textile. Results indicate that while passive thermoelectric integration modestly improves actuation timing and force response, active Peltier cooling alone was unable to overcome the dominant effects of Joule heating in the current system. Nonetheless, the trends observed suggest potential for improving thermal management in smart textile systems through enhanced thermoelectric design. The findings contribute to the advancement of flexible, textile-integrated thermoelectric devices and their application in wearables and responsive materials.
Meer lezen

Idealized bodies, internalized pain

Andere
2025
carlotta
cormegna
The body as a muse
How many times have we heard or read this phrase?
From a very young age, we are constantly bombarded
with images of the body—whether in cartoons portraying
ultra-thin, flawless princesses or superheroes with
hyper-muscular physiques. These images, which we car-
ry with us daily, are not harmless representations. They
are vehicles of aesthetic ideals that, much like those
seen throughout art history, have taught us to perceive
the body in specific, culturally determined ways.
Over the centuries, artistic depictions of the human
body—from classical Greek statues and Renaissance
works to Cubist interpretations and contemporary body
art—have played a key role in constructing and perpe-
tuating unattainable beauty standards, shaping both so-
cial and individual expectations. But how exactly has the
representation of the body in art history contributed to
the construction of these aesthetic ideals and canons—
so deeply rooted that they influence contemporary body
perception? And how has this influence, compounded by
the rise of social media and advertising, become a sour-
ce of psychological distress and a possible contributor to
mental health issues such as eating disorders?
This thesis seeks to explore these questions by tracing
the evolution of aesthetic canons from antiquity to their
modern-day rupture, and by offering a neuroscientific,
philosophical, and phenomenological investigation into
how humans perceive themselves—whether through the
imagery in paintings or the visuals that surround us daily.
To carry out this research, a combination of scientific,
artistic, and bibliographic sources has been employed,
alongside a qualitative analysis based on open inter-
views and the collection of personal diaries, as discus-
sed in Chapter 4.
This study does not merely observe how the body has
been represented; it questions how such representations
have shaped a collective imagination around the “ideal”
body—and how that imagination continues to impact in-
dividual self-perception. The aim is twofold: on one hand,
to understand how and where these mechanisms that
generate aesthetic norms originated—analyzing how the
body has been used as a foundational element for the
rules embedded in modern society; on the other, to in-
vestigate the psychological and social impact this exerts
on younger generations. To this the thesis is divided into
four chapters.
The first provides a historical-artistic overview of body
representation across different artistic periods. The se-
cond chapter explores the meaning of body perception,
including body image, body schema, and the distinction
between the lived body and the idealized body. The third
chapter examines the connection between the body and
aesthetic norms, offering a more philosophical and phe-
nomenological interpretation of reality.
.
Finally, the fourth chapter introduces the field resear-
ch conducted with students at KASK School of Arts
in Ghent, with reflections and analyses of the inter-
view responses. In a world that expects perfection
from us—professionally, socially, economically, and
even personally—there is no space for failure when
it comes to the body. This reality is so deeply woven
into our cultural fabric that it becomes nearly impos-
sible to detach ourselves from it. This thesis aims to
be a point of reflection—a space for questioning why
we are so profoundly conditioned by what we should
look like or become, rather than focusing on simply
living the one life we are given.
Meer lezen

From Static Data to Dynamic Mobility: A Spatio-Temporal Method for Student Mobility Estimation

Universiteit Gent
2025
Quinten
van de Korput
Studenten hebben een enorme impact op steden op het vlak van huisvesting en mobiliteit. Ze zijn echter nog maar beperkt onderzocht. Er worden twee methoden voorgesteld die inzicht bieden in deze unieke populatiegroep. Eerst wordt een inschatting van studentenhuisvestingslocaties gemaakt op basis van afstanden tot stations, campussen en stadscentra. Vervolgens worden deze kotlocaties gecombineerd met lessenroosters om studentenbewegingen te simuleren. Op die manier is het mogelijk om informatie over studenten te verzamelen op een transparante en efficiënte manier die weinig data vereist.
Meer lezen

Using common gen-AI tools to generate reading materials for A2-level ESL learners.

Universiteit Gent
2025
Annelies
Pandelaers
De toenemende beschikbaarheid van generatieve artificiële intelligentie (genAI) biedt taalonderwijzers nieuwe mogelijkheden om leesmateriaal op maat van hun leerlingen te ontwikkelen. Deze masterpraktijkproef onderzoekt of vrij toegankelijke gen-AI-platformen (met name ChatGPT en Google Gemini) in staat zijn om Engelstalige leesteksten te genereren die aansluiten bij het ERK niveau A2. Via een vergelijkende corpusanalyse werden AI-gegenereerde teksten geëvalueerd tegenover teksten uit twee gevestigde bronnen: Vlaamse handboeken en het Key A2 English-examen van Cambridge. De lexicale profilering gebeurde met behulp van AntWordProfiler om de woorddekkingsgraad van elke tekst te analyseren. Uit de resultaten van dit beperkte corpus blijkt dat de AI-gegenereerde teksten een hogere lexicale dekking bereikten dan de handboek- en examenteksten. De AI-teksten benaderden de drempel van 95% dekking die volgens het Coverage Comprehension Model noodzakelijk wordt geacht voor tekstbegrip. De teksten gegenereerd door Google Gemini bleken lexicaal sterker en beter afgestemd op pedagogische richtlijnen dan die van ChatGPT. De bevindingen suggereren dat genAI, mits aangestuurd door zorgvuldig geformuleerde prompts, inderdaad niveau-adequate teksten kan produceren. Dit kan mogelijk de werklast van leerkrachten verlichten en hen in staat stellen om leesteksten af te stemmen op specifieke onderwerpen of onderwijsnoden. Deze studie formuleert praktische richtlijnen voor promptontwikkeling en benadrukt de nood aan verder praktijkgericht onderzoek naar het begrip en de ervaring van AI-gegenereerde teksten door leerlingen.
Meer lezen

Stilstaan om vooruit te gaan. Hoe kunnen meditatiepraktijken binnen het bestaande aanbod van jeugdhulpverlening bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar?

Odisee Hogeschool
2025
Isa
Vanderseijpen
Deze bachelorproef onderzocht hoe meditatiepraktijken binnen de jeugdhulpverlening kunnen bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar.
Uit een uitgebreide literatuurstudie blijkt dat meditatie, in het bijzonder liefdevolle-aandachtsmeditatie en ademhalingsoefeningen, aantoonbaar een positief effect heeft op de regulatie van stress en het herstel van veerkracht. De polyvagaaltheorie onderbouwt hoe meditatie via activering van de nervus vagus zorgt voor fysiologisch herstel bij stress. Jongeren in deze leeftijdsgroep bevinden zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase en zijn extra gevoelig voor mentale druk, terwijl veerkracht net dan essentieel is. Aanvullend onderzoek via enquêtes bij jongeren en jeugdhulpverleners en interviews met professionals van Art of Living bevestigen deze bevindingen. 80% van de bevraagde jongeren ervaart stress, en velen staan open voor meditatie, mits deze laagdrempelig en aangepast wordt aangeboden. 90% van de jeugdhulpverleners heeft interesse in meditatie als werkvorm, al zijn er uitdagingen zoals gebrek aan tijd,
kennis en omkadering. De ontwikkelde meditatietool beantwoordt aan deze noden en is concreet inzetbaar binnen de jeugdhulppraktijk. De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de concrete omzetting van wetenschappelijke inzichten naar een bruikbare, evidence-based en respectvolle meditatietool voor jeugdhulpverleners. De tool biedt een laagdrempelige methode om stress te verminderen en veerkracht te versterken bij jongeren, met aandacht voor context, haalbaarheid en betrokkenheid van zowel jongeren als begeleiders.
Meer lezen

Hoe laten kinderen de pedagogische visie van een basisschool weerklinken in de voor- en naschoolse opvang?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Nele
Sleurs
Het huidig onderzoek vond plaats in Leefschool Het Biezebos te Waregem. In een participatief ontwerponderzoek werd de pedagogische visie van de school vertaald naar de voor- en naschoolse opvang. Dit vertrok vanuit de kinderen, aangezien kinderparticipatie de rode draad vormde in dit verhaal. Via het creëren van ruimte voor de stemmen van de kinderen uit de opvang (alle leeftijden) ontstond de mogelijkheid voor de kinderen om effectief invloed uit te oefenen op de ontwikkeling en toepassing van de pedagogische visie. Zo werd in co-creatie met de directeur, de zorgcoördinator en de verantwoordelijke van de opvang een gedragen pedagogische visie voor de opvang ontworpen, waardoor er pedagogische afstemming werd gecreëerd tussen de school en de opvang.
Meer lezen

STILL COMING-OF-AGE: THE STORIES WE NEED(ED): A COHORT-BASED STUDY OF QUEER VIEWERSHIP AND ENGAGEMENT WITH COMING-OF-AGE SERIES

Universiteit Gent
2025
Yari
Landuyt
Deze studie onderzoekt hoe queer coming-of-age (QCOA) series worden geconsumeerd
en geïnterpreteerd door queer mannelijke kijkers uit drie cohorten in Vlaanderen. Hoewel
QCOA verhalen vaak als relevant voor jongeren worden beschouwd, toont dit onderzoek
aan dat ze emotioneel betekenisvol zijn voor verschillende leeftijden. Vanuit een
theoretisch kader gebaseerd op queer theory, televisiestudies en life course onderzoek,
werden veertien diepte-interviews afgenomen met queer mannen tussen 18 en 67 jaar. De
deelnemers werden ingedeeld in drie cohorten: de Pre-Mainstream Cohort (PMC), de Early
Queer Normalization Cohort (EQNC) en de Queer Media Explosion Cohort (QMEC). Ze
reflecteerden op hun ervaringen met een selectie van QCOA series, waaronder
Heartstopper, wtFOCK, SKAM, Young Royals en Love, Victor. Aan de hand van
constructivistische grounded theory werd geanalyseerd hoe zij zich verhouden tot deze
series, met bijzondere aandacht voor seksuele identiteitsontwikkeling, het onderscheid
tussen herkenning en identificatie, en het gebruik van QCOA series als een emotionele
proxy. De bevindingen tonen aan dat hoewel sommige deelnemers toegang hadden tot
meer toegankelijke queer media, deze zichtbaarheid niet altijd leidde tot emotionele
resonantie. Anderen gebruikten QCOA series eerder retrospectief, om hun adolescentie te
herdenken of te verwerken. Over de cohorten heen absorbeerden deelnemers
representatie niet passief, maar gaven er actief betekenis aan, waarbij ze eigen
herinneringen, verlangens of onverwerkte gevoelens projecteerden. QCOA series
functioneren zo niet als universele spiegels, maar als emotioneel flexibele culturele teksten
die queer kijkers in staat stellen hun identiteit te verkennen, op het verleden te reflecteren
en alternatieve trajecten te verbeelden.
Meer lezen