Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

Het directe effect van een mondhygiënische behandeling op de slikact bij CVA-patiënten met orofaryngeale dysfagie: een pilootstudie.

Universiteit Gent
2025
Gwendolyn
Blancquaert
Kan iets schijnbaar eenvoudigs zoals mondverzorging het herstel na een beroerte beïnvloeden? Deze pilootstudie onderzocht hoe drie eenvoudige mondverzorgingsmethoden de slikfunctie van patiënten na een beroerte beïnvloeden. De resultaten tonen dat een gezonde mond niet alleen eten aangenamer maakt, maar ook complicaties kan voorkomen. Ontdek hoe een kleine verandering in zorg een grote impact kan hebben op herstel en levenskwaliteit.
Meer lezen

Samen porno kijken, hoe beïnvloedt het jouw relatie?

Universiteit Gent
2025
Antje
Lootens
Deze masterproef onderzoekt hoe gezamenlijk kijken naar pornografie de dynamiek binnen romantische relaties beïnvloedt. Via een kwantitatieve survey onder Vlaamse volwassenen wordt nagegaan of samen kijken samenhangt met relationele tevredenheid, seksuele tevredenheid en open seksuele communicatie. De resultaten tonen dat gedeeld gebruik niet direct leidt tot hogere tevredenheid, maar wél gepaard gaat met meer open communicatie tussen partners.
Meer lezen

In-between Demolition and Reuse: Actor Networks and Urban Logistics of Salvaged Materials between 1880-1960

Vrije Universiteit Brussel
2025
Liese
Van Holen
Wat vandaag een innovatieve uitdaging lijkt – het hergebruik van materialen – was tot het midden van de 20ste eeuw een vanzelfsprekende praktijk in de bouwsector. Pas daarna raakte dit hergebruik steeds versnipperd en minder goed georganiseerd. Cruciale momenten in dit proces zijn de opslag en verkoop van materialen tussen afbraak en hergebruik. Juist in die tussenfase wordt het zichtbaar hoe hergebruik in de praktijk werd georganiseerd en wie erbij betrokken was.

Deze scriptie toont aan hoe opslag en verkoop van afbraakmaterialen historisch gezien systematisch werden georganiseerd. Naast grote stadsdepots en private depots, werden ook toevallige open ruimtes benut om afbraakmaterialen op te slaan. Vaak werden gerecupereerde materialen zelfs rechtstreeks gesorteerd op de afbraakwerf. Dit vergemakkelijkte het uiteindelijke doel, efficiënte en snelle verkoop van gerecupereerde materialen.

Het historische hergebruiksproces waarbij elke open plek in de stad als potentiële opslagruimte diende, kan inspiratie bieden voor hedendaagse circulaire hubs en logistieke modellen. De scriptie benadrukt bovendien dat uitdagingen rond opslag en verkoop niet onderschat mogen worden. Uit analyse van historisch hergebruik blijkt namelijk dat opslag en verkoop een onmisbare rol speelden. Zodra deze processen veranderden, verdween het systematische hergebruik.

Naast de hergebruiksprocessen maken ook de betrokken stakeholders duidelijk waarom materialen systematisch werden hergebruikt. Ze deden dit om economische, pragmatische of kunsthistorische redenen. Zo ging de stad bijvoorbeeld systematisch tewerk met regelgeving en stadsdepots voor het behoud erfgoedelementen. Aannemers daarentegen, waren vooral op zoek naar de meest winstgevende manier om een afbraakproject te organiseren. Ook kleinere spelers droegen bij aan de waardering van hergebruiksmaterialen. Antiquairs zochten bijvoorbeeld naar elementen die zij aan een cultureel cliënteel konden verkopen, een praktijk die vandaag nog steeds herkenbaar is op rommelmarkten en in antiekwinkels.

Met een vernieuwend analytisch kader onderzoekt deze scriptie de circulariteit van hergebruiksmaterialen. Door processen en actoren in kaart te brengen, wordt duidelijk hoe we afbraakmaterialen kunnen leren herwaarderen. De studie biedt daarmee belangrijke inzichten in de evolutie van een historisch circulaire bouwsector naar de huidige stand van zaken.

Door te begrijpen hoe hergebruik vroeger structureel was georganiseerd, krijgen we ideeën om dit opnieuw een vanzelfsprekende plaats te geven in de bouwsector van de toekomst.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

Tussen voelen en vertellen: De emotionele cultuur tijdens de jaren 1960 in Vlaanderen

KU Leuven
2025
Lies-An
Desaever
Dit onderzoek focust zich op het voelen en het vertellen. Centraal staan de emotionele
herinneringen en herinnerde emoties van vertellers die opgroeiden tijdens de jaren 1960. Aan de hand van mondelinge interviews werd onderzocht hoe de emotionele cultuur in Vlaanderen tijdens dit decennium verschoof, en hoe de emotionele stijlen tussen stad en platteland verschilden. Daarvoor werden achttien vertellers geselecteerd die zowel op het West- en Oost-Vlaamse platteland als in de steden Kortrijk en Gent opgroeiden tijdens hun tienerjaren.

De analyse onderscheidt drie thema’s die inzicht geven in de toenmalige emotionele cultuur: het emotionele zelf, het gezin en de gemeenschap, en de invloed van technologie en de opkomst van de consumptiecultuur. De interviews tonen aan dat er een overgangsfase plaatsvond in de emotionele beleving, waarin de externe en relationele emoties aan belang verloren ten voordele van het interne zelf. Binnen de emotionele opvoeding is er vooral een verschil te zien, waarbij autoriteitsfiguren streefden naar stabiliteit en discipline, terwijl jongeren naar vrijheid en verbondenheid verlangden. De opkomst van de consumptiecultuur en de verspreiding van technologie beïnvloedde eveneens het emotioneel zijn. Er ontstond een tendens van verbondenheid en afstand, collectief geluk, maar vooral een stijgend individualisme.

Dit onderzoek biedt een andere kijk op het verleden door de focus te leggen op het belang van emoties. Het brengt de belevingsdimensie van het persoonlijke en geleefde verleden in beeld en toont hoe jongeren hun emoties ontwikkelden in een veranderende samenleving. Het theoretische fundament van dit onderzoek combineert inzichten uit de emotiegeschiedenis en mondelinge geschiedenis, en vult hiaten aan met multidisciplinaire literatuur. Zo levert dit onderzoek zowel methodologisch als inhoudelijk een bijdrage aan de historiografie. Het bewijst een vruchtbaar pad voor verder onderzoek naar de wisselwerking tussen emotie, herinnering en identiteit in verschillende historische contexten.
Meer lezen

In het spoor van een druppel bloed

Erasmushogeschool Brussel
2025
Amy
Van Droogenbroeck
Introductie:
Deze bachelorproef richt zich op vijf veelvoorkomende aandoeningen: hypothyroïdie, hyperthyroïdie, hepatitis B, ijzergebreksanemie en chronische lymfatische leukemie (CLL). De pathofysiologie en diagnostiek van elke aandoening is verschillend. De medische laboratoriumdiagnostiek is essentieel om een diagnose vast te stellen, een behandeling op te starten of aan te passen en om het verloop van de ziekte op te volgen.
Doel:
Deze casusbespreking heeft als doel om beter te begrijpen hoe diverse laboratoriumdiagnostiek bijdraagt aan het stellen van diagnoses en het opvolgen van behandelingen. Door casussen te onderzoeken, wordt vastgesteld welke laboratoriumparameters afwijkend zijn, op welke manier ze verschillen per aandoening en wat hun klinische betekenis is.
Materiaal & methoden:
De laboratoriumtesten werden uitgevoerd op geavanceerde toestellen. De Cobas e801 (Roche) bepaalde laboratoriumparameters aan de hand van elektrochemiluminescente-immunoassays. Sommige parameters werden volgens het sandwich principe bepaald, terwijl andere parameters volgens het competitief principe werden bepaald. Daarnaast is er de Cobas c702 (Roche) die biologische parameters heeft gemeten aan de hand van fotometrie op twee manieren: turbidimetrisch of colorimetrisch enzymatisch. De hematologische aandoeningen werden voornamelijk bepaald door de Sysmex-XN. Deze automatische celteller heeft zowel erytrocytaire, trombocytaire als leukocytaire parameters gemeten. Bovendien maakte de Sysmex-SP bij een afwijkend resultaat steeds een bloeduitsrijkje. Deze bloeduitsrijkjes werden steeds geanalyseerd met de Cellavision DM.
Resultaten:
De resultaten van de casussen bevestigen de typische laboratoriumafwijkingen voor elke aandoening. Hypothyroïdie wordt gekenmerkt door een afname van FT4 en een toename van TSH, terwijl hyperthyroïdie wordt gekenmerkt door een verlaagde TSH en een toename van FT3 en FT4. De positieve uitslag voor HBsAg, anti-HBc en een verhoogd leverenzym ALT bevestigen de aanwezigheid van een hepatitis B infectie. CLL wordt gekarakteriseerd door een hoger aantal lymfocyten, abnormale morfologie en afwijkende scattergram. De lage waarden voor Hb, MCV, ferritine, ijzer en ijzersaturatie tonen aan dat het wel degelijk gaat om de aandoening ijzergebreksanemie.
Conclusie:
Deze bachelorproef laat zien dat laboratoriumdiagnostiek cruciaal is om diagnoses te stellen en om de voortgang van de bestudeerde aandoeningen op te volgen. Het toepassen van technologieën zoals de Cobas- en Sysmex- toestellen levert betrouwbare uitkomsten die essentieel zijn voor een nauwkeurige klinische beslissing. Het juist interpreteren van laboratoriumresultaten is cruciaal voor een doeltreffende behandeling van de patiënt.
Meer lezen

Gezinsondersteuning voor gezinnen met een pedofiel gezinslid

Odisee Hogeschool
2025
Hanne
Deprez
Stigmatisatie van pedofielen faciliteert verschillende stigmaprocessen binnen onze samenleving. Het zorgt voor veel verkeerde vooroordelen die het moeilijk maken voor pedofielen om uit te komen voor hun leeftijdsgeaardheid. Binnen deze bachelorproef verken ik eerst via het biopsychosociaal model wat pedofiel zijn betekent voor een pedofiel en het gezin waarbinnen die woont. vervolgens analyseer ik de rol die hulpverlening momenteel inneemt om deze gezinnen te ondersteunen en hoe deze hulpverlening verbeterd kan worden. Daarna ga ik dieper in op welke invloed stigma heeft op de thematiek van pedofilie. Aan de hand van deze drie invalshoeken formuleer ik vervolgens drie veranderingsstrategieën. Op microniveau werk ik een strategie uit die zorgt voor meer begrip binnen de gezinnen. Op mesoniveau draait de strategie rond hulpverlening en het betrekken van het volledige gezin en op macroniveau worden de verschillende stigmaprocessen strategisch aangepakt. Deze bachelorproef toont aan dat je als gezinswetenschapper een sleutelrol kan spelen om pedofielen een sociaal vangnet te geven door zelf meer informatie in te winnen over pedofielen en hun gezinnen en door informatie te geven aan deze gezinnen. Ook kunnen gezinswetenschappers op deze manier gezinnen laten inzien dat het gestigmatiseerd beeld van pedofielen dat momenteel wordt geportretteerd geen realistisch beeld is van heel veel pedofielen. Doorheen dit onderzoek is het opvallend hoeveel mogelijkheden er zijn om pedofielen en hun gezinnen bijkomend te ondersteunen. Wat voornamelijk ontbreekt is de juiste kennis en de durf om hardop uit te spreken dat ook pedofielen en hun gezinnen hulp nodig hebben.
Meer lezen

Financieringsstrategieën voor kapitaalintensieve sectoren: een onderzoek naar investeringsrationalisatie in de wijnbouw

Universiteit Hasselt
2025
Tom
Sleutjes
De Belgische wijnindustrie wordt gekenmerkt door hoge kapitaalvereisten, wat de instapdrempel voor nieuwe wijnproducenten aanzienlijk verhoogt. In deze masterproef is onderzocht welke financieringsstrategieën de kapitaalbehoefte van wijnproducenten kunnen verlagen en de toetreding tot de sector toegankelijker kunnen maken.

Er is gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksopzet waarbij 12 semigestructureerde interviews zijn afgenomen met drie groepen respondenten (wijnbouwers, bankiers en wijnadviseurs) om inzichten te verkrijgen vanuit diverse perspectieven. De interviewdata zijn thematisch geanalyseerd.

Uit het onderzoek blijkt dat traditionele bankfinanciering voor wijnondernemers vaak lastig te verkrijgen is vanwege strenge voorwaarden en risico-inschattingen. Alternatieve financieringsvormen, zoals coöperatieve modellen, crowdfunding en blended finance, tonen echter belangrijk potentieel om de kapitaalbehoefte te verlichten. Daarnaast komt naar voren dat schaalvergroting en een gefaseerde groeistrategie cruciaal zijn. Ten slotte benadrukken zowel bankiers als producenten de toenemende rol van duurzaamheid en ESG-criteria in financieringsbeslissingen.

De bevindingen suggereren dat een doordachte mix van traditionele en innovatieve financieringsstrategieën de kapitaalbarrières in de Belgische wijnindustrie aanzienlijk kunnen verlagen. Door investeringen te optimaliseren, alternatieve financieringsbronnen in te schakelen en klassieke kredietvormen beter af te stemmen op de lange terugverdientijd van wijn, ontstaat er een toegankelijker financieringsklimaat.
Meer lezen

Wanneer geluk en verdriet samenkomen: het verlies van een kind uit een meerlingzwangerschap

Arteveldehogeschool Gent
2025
Sofie
De Roeck
Winnaar Bachelorprijs
Het verlies van een kind uit een meerlingzwangerschap is een ingrijpende gebeurtenis die een grote impact nalaat op de ouders. Het brengt een complex rouwproces met zich mee, waarbij gevoelens van vreugde en verdriet voortdurend met elkaar in conflict zijn. Jaarlijks bedraagt de perinatale sterfte bij meerlingen 20,2 ‰ terwijl dit slechts 6,2‰ is bij eenlingen.
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe ouders dit verlies ervaren, welke rouwprocessen zij doormaken en welke specifieke noden zij hebben tijdens deze moeilijke periode. Er wordt inzicht verkregen in de emotionele, sociale en psychologische gevolgen van dit verlies en gekeken welke ondersteuning ouders als helpend ervaren. Hierbij wordt vooral stilgestaan bij de belangrijke rol die de vroedvrouw in dit proces kan spelen.
De theorie wordt aangevuld met een praktisch deel waarin een driedelige podcast de verhalen van drie moeders die een deel van een meerling hebben verloren aan bod komen.
De resultaten van deze bachelorproef tonen aan dat ouders van een overleden kind uit een meerlingzwangerschap vaak te maken krijgen met onderschatting van hun rouw en een gebrek aan adequate ondersteuning. Een gespecialiseerde en sensitieve aanpak is essentieel om hun rouwproces te erkennen en te begeleiden. De vroedvrouw speelt hierin een centrale rol door niet alleen emotionele ondersteuning te bieden, maar ook praktische informatie en doorverwijzingen naar gespecialiseerde hulpverleners.
Deze bachelorproef onderstreept de noodzaak van betere scholing en sensibilisering binnen de vroedkunde om de zorg voor ouders die geconfronteerd worden met perinataal verlies binnen een meerlingzwangerschap te optimaliseren.
Meer lezen

From resilience grows fruitfulness Verkenning van het concept occupational justice voor kwetsbare kinderen (5-11 jaar) in Khula Development Group, Zuid Afrika

Hogeschool PXL
2025
Gökçe
Karaman
De bachelorproef onderzoekt hoe de Khula Development Group (KDG) in Zuid-Afrika kan bijdragen aan occupational justice voor kwetsbare kinderen van 5 tot 11 jaar. Hiervoor werd een kindvriendelijke versie van de Occupational Justice Health Questionnaire (OJHQ) ontwikkeld, waarmee via creatieve en participatieve methodes zoals tekenen en spel de leefwereld van negen kinderen in kaart werd gebracht.

Het onderzoek identificeerde vijf centrale domeinen van het dagelijks leven: thuissituatie, woonomgeving, school, voeding en vrije tijd. Binnen deze domeinen kwamen zowel kansen als belemmeringen voor participatie naar voren. Positieve ervaringen omvatten veiligheid, steun van familie en school, en toegang tot ontspannende activiteiten, terwijl negatieve ervaringen onder andere voedselonzekerheid, gebrekkige infrastructuur, sociale isolatie en spanningen in het gezin betroffen.

De bevindingen tonen dat kinderen hun complexe ervaringen kunnen uiten wanneer methodes aansluiten bij hun leeftijd en context. Het onderzoek benadrukt het belang van toegankelijke, culturele en leeftijdssensitieve instrumenten voor het bevorderen van occupational justice en laat zien dat kinderen ondanks moeilijke omstandigheden veerkracht en hoop tonen.
Meer lezen

HYBRIDIZATION AND MICROBIOME COMPATIBILITY OF LAMINARIA OCHROLEUCA AND LAMINARIA DIGITATA

Universiteit Gent
2025
Kato
De Clercq
Laminaria ochroleuca and Laminaria digitata are two economically and ecologically important kelp species found along European coasts. These brown macroalgae play vital roles in marine ecosystems as habitat formers and primary producers. Climate change is driving shifts in their distributions, increasing the potential for natural hybridization between these species. This study investigates whether L. ochroleuca and L. digitata can form viable and fertile hybrids and explores how hybridization may influence their associated microbiomes. Although previous studies indicated reproductive barriers, the possibility of successful hybridization under controlled conditions has not been clearly established. Using clonal gametophyte cultures, a series of intra- and interspecific crosses were performed and monitored for reproductive development, hybrid viability and morphological growth. Genetic analyses based on microsatellites confirmed successful hybridization in multiple crosses. Additionally, 16S rRNA gene sequencing showed that microbiome composition was primarily influenced by environmental origin, resulting in hybrid microbiomes largely shaped by laboratory conditions. These findings suggest that L. ochroleuca and L. digitata are reproductively compatible under specific conditions. This work contributes to kelp breeding research and positions hybridization as a potential strategy for reinforcing aquaculture sustainability in the context of climate change.
Meer lezen

Een analyse naar de effectiviteit van faciliteiten op leer- en werkprestaties bij dyslectische jongeren tussen de 16 en 25 jaar.

Hogeschool UCLL
2025
Sarah
Wouters
Deze bachelorproef onderzoekt de bijdrage van ondersteuningsmaatregelen aan de leer- en werkprestaties van jongeren met dyslexie tussen 16 en 25 jaar, en de manier waarop zij deze ondersteuning ervaren. Internationaal ligt het prevalentiecijfer op 4–8%. Niet alleen heeft dyslexie gevolgen voor schoolprestaties, maar ook voor de participatie aan de arbeidsmarkt.
1. Onderzoeksvragen en methodologie
Door middel van een literatuurstudie werden de behoeften en bestaande ondersteuning met betrekking tot dyslexie in kaart gebracht. Het praktijkonderzoek bestond uit: interviews met logopedisten en jongeren met dyslexie, een online enquête met 20 respondenten. Er werd onderzocht in welke mate de huidige faciliteiten aansluiten bij de noden van dyslectici, welke belemmeringen er zijn en waar verbeterpotentieel is.
2. Resultaten
De effectiviteit van ondersteuningsmaatregelen varieert per onderwijsinstelling en hangt af van het beleid en de houding van individuele leerkrachten. Jongeren zijn vaak onvoldoende geïnformeerd over beschikbare hulpmiddelen of durven deze niet te gebruiken uit angst ‘anders’ over te komen. Veel jongeren ervaren stress, een laag zelfvertrouwen en prestatiedruk. Faciliteiten zoals ‘extra tijd’ en voorleessoftware worden het meest toegepast. De ondersteuning verschilt per onderwijsniveau: na de lagere school valt de ondersteuning vaak weg.
Er is een gebrek aan psycho-educatie bij zowel leerlingen als leerkrachten. Jongeren vragen om een duidelijk en rechtlijnig beleid dat rekening houdt met hun individuele behoeften. Professionals benadrukken dat structurele aanpassingen nodig zijn om effectieve ondersteuning te bevorderen.
3. Eindproduct
Als eindproduct is het BEWUST-model ontwikkeld. Het acroniem BEWUST bevat zes kernwaarden:
- Begrip: Jongeren en leerkrachten krijgen meer inzicht in wat dyslexie inhoudt.
- Eigenheid: Erkenning dat elke jongere met dyslexie uniek is en andere noden heeft.
- Wijsheid: Vanuit wetenschappelijke kennis kan er een diepgaander beeld gevormd worden van de leerstoornis.
- Uitdagingen: Door moeilijkheden bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor ondersteuning en realistische aanpassingen.
- Sterktes: Positieve eigenschappen van dyslectische jongeren worden meer erkend.
- Toekomstgericht: Dyslexie speelt levenslang een rol, daarom wordt er gekeken naar duurzame ondersteuning.

4. Conclusie
Er is nood aan een rechtlijnig beleid, meer informatie-uitwisseling en een empathische houding in het onderwijssysteem. Door de nadruk te verleggen naar sterktes, begrip en psycho-educatie, kunnen dyslectische jongeren adequaat ondersteund worden in hun ontwikkeling naar zelfstandige en succesvolle volwassenen.
Meer lezen

Spiegels in de klas!

Odisee Hogeschool
2025
Sandra
Vermeulen
Mijn bachelorproef gaat over het inzetten van feedback en zelfreflectie in de klas. Dit bevordert het zelfvertrouwen van leerlingen. Vooral in het 6de leerjaar is het zelfvertrouwen van leerlingen opvallend lager. Dat heeft te maken met de overgang naar het secundair onderwijs die in het zicht is.
Meer lezen

FOMO OF JOMO: WAT MISSEN JONGEREN ECHT?

Universiteit Gent
2025
Hymke
Van der Meeren
In dit onderzoek werd nagegaan hoe Fear of Missing Out (FoMO) en Joy of Missing Out (JoMO) het mentaal welzijn en de zelfwaardering van jongeren (18-25 jaar) beïnvloeden. FoMO verwijst naar de angst om sociale activiteiten of ervaringen te missen, terwijl JoMO staat voor de vreugde en rust die men kan ervaren door bewust offline of afwezig te zijn.
Via een grootschalige survey met meer dan 1000 jongeren werd onderzocht hoe deze twee fenomenen samenhangen met mentaal welzijn, zelfwaardering, problematisch smartphonegebruik en sociale vergelijking.
De resultaten tonen dat FoMO een negatieve impact heeft: jongeren die sterker lijden aan FoMO vergelijken zich vaker met anderen en gebruiken hun smartphone problematischer, wat leidt tot meer stress en een lager zelfbeeld. JoMO heeft daarentegen een beschermend en positief effect: jongeren die JoMO ervaren, vergelijken zich minder met anderen, gebruiken hun smartphone gezonder en rapporteren een hoger welzijn en meer zelfwaardering.
De studie concludeert dat een evenwichtige omgang met sociale media cruciaal is. Het ontwikkelen van JoMO kan een tegengewicht vormen voor de schadelijke effecten van FoMO. Dit opent perspectieven voor preventieve initiatieven en educatieve programma’s rond digitale weerbaarheid.
Meer lezen

FLEXIBILITY AND FUN: THE RELATIONSHIP BETWEEN SEXUAL SCRIPT (FLEXIBILITY) AND SEXUAL PLEASURE

Universiteit Gent
2025
Irena
Coetsier
Mijn scriptie gaat over hoe mensen denken over seks en wat dat betekent voor hoeveel plezier ze eraan beleven. Ik onderzocht of het vasthouden aan traditionele ideeën invloed heeft op het seksueel genot binnen langdurige heterorelaties.

Wat ik ontdekte? Wie star vasthoudt aan zulke rolpatronen, beleeft vaak minder plezier. Maar wie meer egalitaire rollen invult en flexibel omgaat met verwachtingen en openstaat voor variatie, voelt zich zekerder, vrijer en geniet meer.
Meer lezen

Recht op deconnectie of altijd verbonden?

Universiteit Gent
2025
Geert
Ostyn
Deze masterproef onderzoekt de Belgische aanpak van de verstoring van de work-life-balance door
techno-invasie, als vorm van technostress. Techno-invasie geeft de werknemer het gevoel dat hij
steeds bereikbaar moet zijn en draagt bij aan de vervaging van de grens tussen werk en privéleven. De
verstoring van de work-life-balance leidt tot een grote toename van burn-out en depressies bij
werknemers. De Belgische wetgever heeft als antwoord op dit probleem een ‘recht op deconnectie’
ingevoerd voor werknemers, met de daarbij horende verplichtingen voor ondernemingen. Het
onderzoek gaat in op de keuzes die de wetgever heeft gemaakt door geen specifieke bepalingen op te
nemen voor telewerkers en de verplichtingen voor de werkgevers te beperken tot ondernemingen die
20 of meer werknemers in dienst hebben.
Centraal staat de vraag wat het recht op deconnectie inhoudt en op welke wijze de ondernemingen
omgaan met hun verplichting om de modaliteiten overeen te komen tot toepassing van het recht op
deconnectie.
Om deze vraag te beantwoorden is eerst gekeken naar de vergelijkbare aanpak in het Franse recht en
het huidige en toekomstige kader van de Europese Unie. Vervolgens focust het onderzoek zich op het
Belgische recht en hoe het vandaag geldende recht tot stand is gekomen.
Het volgende deel van het onderzoek bevat enerzijds een analyse van de concrete inhoud van
ondernemingsakkoorden in de bankensector, en anderzijds de resultaten van een bevraging van
personeelsverantwoordelijken uit deze sector over de feitelijke toepassing van het recht op
deconnectie binnen hun bank.
Tot slot werpt deze masterproef een kritische blik over de Belgische aanpak. Enerzijds blijkt de
wetgeving onvoldoende duidelijk geformuleerd – zo ontbreekt een definitie van het recht op
deconnectie – en anderzijds lijkt er te weinig aandacht te gaan naar de opvolging en handhaving van
dit recht.
Op basis van de bevindingen uit het onderzoek worden daarom ook aanbevelingen aan de wetgever
geformuleerd, met als doel tegemoet te komen aan deze bemerkingen.
Meer lezen

Deselectie counteren: onderzoek naar arbeidsoriëntatie van gedeselecteerde RSCA-jeugdvoetballers

Vrije Universiteit Brussel
2025
Junior Nziza
Nzabonimpa
Deze masterproef onderzoekt deselectie binnen de jeugdacademie van voetbalclub RSC Anderlecht. Enerzijds onderzoekt het hoe deselectie (lees: weggestuurd worden of zelf de club verlaten) ervaren wordt door jeugdspelers van Anderlecht. Anderzijds onderzoekt het hoe RSCA hierop inspeelt of anticipeert via initiatieven zoals het Purple Talents-programma.
Meer lezen

Extra Ecclesiam Nulla Salus: De invloed van de priester op de Limburgse sagen en het sagenonderzoek

KU Leuven
2025
Michael
Gijbels
Deze thesis onderzoekt hoe priesters zowel de sagen als het sagenonderzoek van Belgisch Limburg beïnvloed hebben in de 19de en 20ste eeuw. Specifiek spitst dit werk zich toe op drie overkoepelende ‘rollen’ die de priester opnam in de sagen en volkskundige tradities van deze landelijke provincie, met name als onderzoeker naar de ‘oorsprong’ van sagen en sagenelementen, als verzamelaar en verteller van sagen en als ‘personage’ in de volksverhalen. Op basis van twee collecties van Limburgse sagen, het taal- en volkskundig tijdschrift ’t Daghet in den Oosten en drieëntwintig verhandelingen opgesteld door studenten Germaanse filologie aan de KU Leuven, worden deze drie rollen nader bekeken om te ontdekken in hoeverre de priester aanwezig was in de Limburgse sagen en welk doel hij mogelijk had om de volksverhalen te verzamelen, te onderzoeken en soms zelfs te verspreiden.

In het geval van ’t Daghet wordt discoursanalyse gebruikt om de visie van de auteurs, die allemaal geestelijken waren, op sagen te ontwaren en hoe zij sagen gebruikten om hun ideologieën te versterken en hun argumenten te staven. Ook op de verhandelingen wordt discoursanalyse toegepast, zeker wanneer priesters aan het woord komen, maar ook wordt er gekeken naar hoe de sagen afhankelijkheid van de priesters creëerden bij de bevolking.

Door zichzelf te profileren als een bovennatuurlijke genezer en verlosser van het Limburgse volk, via het verdrijven van geesten, het dopen van dwaallichten en het ontmaskeren van heksen, probeerde de priester zijn maatschappelijke positie te versterken in een periode gekenmerkt door het afzwakken van de katholieke invloed op de samenleving en de opkomst van liberale en socialistische ideologieën. Vlaams-nationalistische priesters gingen op een gelijkaardige manier te werk, en interpreteerden de dominantie van het katholieke referentiekader in de sagen als een teken dat het christendom een essentiële karaktereigenschap van het Vlaamse volk was, juist om hun godsdienst te beschermen tegen de antiklerikale, liberale volkskundigen. Door deze aspecten van de Limburgse sagen en het sagenonderzoek nader te onderzoeken hoopt deze thesis bij te dragen tot het beperkte analytische onderzoek betreffende de Limburgse sagentraditie door de nadruk te leggen op één van haar meest voorkomende personages, de priester.
Meer lezen

Hoe kunnen chatbots, gebruik makend van RAG en NLP, bijsluiters begrijpbaar maken?

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Lien
De Jong
De centrale onderzoeksvraag van deze bachelorproef luidt: Hoe kunnen chatbots, gebruikmakend van RAG en NLP-technologieën, bijsluiters begrijpbaarder maken? Het doel van het onderzoek was om na te gaan hoe artificiële intelligentie ingezet kan worden om medische informatie toegankelijker te maken voor een breed publiek, waaronder jongeren, ouderen en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.

Het project bestond uit een literatuurstudie naar bestaande NLP-technieken, gevolgd door de ontwikkeling van een werkende demo van een AI-chatbot. Deze chatbot maakt gebruik van Retrieval-Augmented Generation (RAG), Azure AI Search en GPT-technologie om informatie uit medische bijsluiters te extraheren, te vereenvoudigen en aan te bieden via een gebruiksvriendelijke interface.

Tot slot werd de oplossing kritisch geëvalueerd aan de hand van feedback van experten uit het werkveld, zoals VITO, het FAGG, en softwareontwikkelaars en marketing directors uit de medische sector.

Positieve elementen in de evaluatie waren de technische haalbaarheid, de intuïtieve gebruikerservaring en de schaalbaarheid van het systeem. Negatieve of kritische aandachtspunten betroffen vooral de juridische en ethische grenzen, het risico op misinterpretatie, en de nood aan duidelijke afbakening van wat het systeem wel
en niet mag doen.

De belangrijkste elementen in het advies zijn dan ook het vermijden van persoonlijke data, het beperken van de reikwijdte van de chatbot tot informatieve antwoorden, en het voorzien van een heldere juridische en echnische structuur. De conclusie van het project luidt dat AI-chatbots een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan begrijpelijke gezondheidsinformatie, op voorwaarde dat ze zorgvuldig ontworpen, beperkt ingezet en
voortdurend gemonitord worden.
Meer lezen

ECOSYSTEEMDIENSTEN VAN BIODIVERS BEHEERDE GRAS/BLOEMENSTROKEN

Universiteit Gent
2024
Hannah
Vanderstappen
De masterthesis, getiteld "Ecosysteemdiensten van biodivers beheerde gras/bloemenstroken", richt zich op hoe het maaibeheer van bloemenstroken in landbouwgebieden kunnen bijdragen aan het herstel van biodiversiteit en de bevordering van nuttige insecten zoals bestuivers en natuurlijke vijanden van plagen. In het onderzoek worden twee soorten maaibeheersystemen vergeleken: het gefaseerde reguliere beheer en het vernieuwende driebandbeheer. Het doel was om te bepalen welk maaibeheer het beste de biodiversiteit ondersteunt.

Door middel van veldonderzoek, waaronder transect walks en kleefvallen, werd de impact van deze beheersystemen gemeten. De resultaten toonden aan dat het driebandbeheer effectiever was in het aantrekken van bestuivers zoals bijen en zweefvliegen, evenals nuttige insecten voor plaagbestrijding. Bovendien werd vastgesteld dat het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) bij kleefvallen een efficiënte manier biedt om insecten te identificeren.

De conclusie van de thesis is dat het driebandbeheer, door variabele maailijnen en bloei, een veelbelovende aanpak is om de biodiversiteit op landbouwpercelen te verbeteren, wat op zijn beurt bijdraagt aan een duurzamer landbouwsysteem.






Meer lezen

MORE DRAMA, MORE HAPPINESS? EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR HET VERBAND TUSSEN DRAMALESSEN EN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN 2E-GRAADS DOORSTROOM-STUDENTEN

Universiteit Gent
2024
Matthew
Wright
Deze studie werd uitgevoerd om te bepalen hoe 2e-graads doorstroomstudenten het verband tussen dramalessen en hun mentaal welbevinden ervaren. Het zes dimensionaal mentaal welbevinden model, ontwikkeld door Ryff (1989), toont deels overlap met de in de literatuur gevonden effecten van drama en werd daarom als theoretische basis gebruikt in dit onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 6 jongeren die een 2e-graads doorstroomrichting volgen en die gedurende 40 weken 24 keer één uur per week dramales kregen als keuzevak. De studie werd uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews die aan het einde van het schooljaar bij de leerlingen werden afgenomen. Om de gegevens te verwerken en analyseren werd een thematische analyse volgens Braun & Clarke (2006) toegepast. Als resultaat van het onderzoek werd er een duidelijke, positieve invloed vastgesteld op de persoonlijke groei, positieve relaties met anderen en zelfacceptatie dimensies. De invloed op de autonomie is matig en op de omgevingsbeheersing is de invloed gering. Er ontbreken gegevens om een besluit te maken over de doelgerichtheid dimensie, maar de verwachting is dat deze laag is. Het algemeen mentaal welbevinden van de participanten lijkt te zijn toegenomen na het volgen van dramalessen. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed groter is bij jongeren wiens mentaal welbevinden laag is dan bij jongeren met een matig tot hoog mentaal welbevinden, al dient verder onderzoek dit verder te staven. De belangrijkste, niet eerder gevonden resultaten zijn dat participanten aangeven zich minder aan te trekken van de mening van anderen, makkelijker hun mening te kunnen uiten, meer te durven, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en meer onbekenden durven aan te spreken. Vele andere resultaten bevestigen wat eerdere literatuur al bewees. Het onderzoek sluit af met een pleidooi om educatief drama een standaardonderdeel te maken van het curriculum van de middelbare school of het ten miste als potentieel keuzevak aan te bieden.
Meer lezen

Sociale confrontatie in huis: wat rijke mensen vertellen over hun huispersoneel

Universiteit Gent
2024
Carole
Kesteloot
Groepen met een hogere sociaaleconomische status worden in geringe mate onderzocht in de sociale wetenschappen. Nochtans genieten ze van veel privileges en vormen van macht waar velen niet over beschikken. Wat brengt een ontmoeting in hun woning teweeg met iemand die minder bevoorrecht is en die hun huishoudelijke en zorgtaken komt verrichten? Deze thesis bestudeert de percepties en opvattingen van mensen met een hoge sociaaleconomische status in het Brusselse aan de hand van 20 diepte-interviews. De resultaten duiden op een ambivalent antwoord. Ze zijn bewust van hun privilege en geluk, maar tegelijk zien ze hun personeel als een onmisbaar onderdeel van hun leven en stellen ze deze positie niet in vraag. Ze hebben hun personeel nodig, want zonder hen kunnen ze hun levensstijl niet behouden. Machtsmechanismen van seksisme, racisme en klassisme worden in stand gehouden binnenin het privégebied van mensen met hoge sociaaleconomische status.

Meer lezen

Het belang van levensbeschouwelijke vakken in het secundair onderwijs

Thomas More Hogeschool
2024
Zaid
El Bouazzaoui
De heisa in de media rond de afschaffing van de levensbeschouwelijke vakken houdt heel veel leerkrachten levensbeschouwing wakker. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze bachelorproef tot stand gekomen is, met als centrale vraag: “Bevordert het geven van levensbeschouwelijke vakken in het secundair onderwijs het psychisch welzijn en studieprestaties bij tieners uit de tweede graad?”
Uit dit onderzoek blijkt dat de meeste directeurs pro afschaffing zijn van de levensbeschouwelijke vakken uit de scholen, terwijl de meeste leerkrachten levensbeschouwing juist het behoud van de vakken verdedigen. Tijdens het onderzoeksproces leek het ook moeilijk om in Vlaanderen gevoerde onderzoeken, inzake de invloed van levensbeschouwing in het onderwijs, te vinden. De meningen uit dit onderzoek zijn zeer uiteenlopend. De meesten die voor de afschaffing opteren, ervaren vooral organisatorische en praktische problemen bij het inroosteren van de leerkrachten. Vaak zijn deze leerkrachten ook moeilijk te vinden, omdat ze vaker op verschillende scholen tewerkgesteld zijn. Daarentegen houden de leerkrachten levensbeschouwing zich juist bezig met het welbevinden van de leerlingen, waarbij de levensbeschouwelijke vakken een grote rol spelen. Het is juist door deze vakken dat de leerlingen kans krijgen om te ventileren en hun harten te luchten doorheen het drukke schoolcurriculum. Eveneens blijkt uit dit onderzoek dat de leerkrachten vaker extra tijd uittrekken om de leerlingen een luisterend oor te bieden en om abstracte vragen of thema’s te bespreken.
Wanneer de directeurs het inroosteringsprobleem niet meer ervaren, zou het best kunnen zijn dat er meer naar het welbevinden van de leerlingen wordt gekeken en kan eventueel hier meer onderzoek naar gevoerd worden.
Meer lezen

Historisch denken in de derde graad lager onderwijs en de eerste graad secundair onderwijs

Thomas More Hogeschool
2024
Farrah
Elbihel
Ik heb als onderwerp gekozen om een vergelijking te maken tussen hoe historisch denken in de derde graad lager onderwijs wordt gegeven tegenover de eerste graad geschiedenis. Het doel van mijn bachelorproef is om met het uitgevoerd onderzoek een handleiding met lesmateriaal te maken voor de leerkrachten lager onderwijs.
Meer lezen

Exploring the language and multiple demand network in chronic aphasia through subject-specific fMRI localization

KU Leuven
2024
Laura
Stalmans
  • Katja
    De Meyer
Achtergrond: Eén derde van de personen die een beroerte meemaken, ontwikkelt afasie. Deze verworven taalstoornis brengt moeilijkheden in de communicatie teweeg en gaat dikwijls samen met cognitieve problemen. Tijdens de (sub)acute fasen van het herstel is vaak veel verbetering mogelijk, maar dit proces vertraagt of stabiliseert tijdens de chronische fase. Talrijke studies hebben de potentieel compenserende mechanismen van de rechterhersenhelft en het ‘multiple demand’ (MD) netwerk ter ondersteuning van het taalnetwerk onderzocht. Deze studies maakten vaak gebruik van groepsgemiddelden bij hersenscans. Er is echter behoefte aan specifieker onderzoek gericht op individuele activatie patronen bij post-stroke patiënten met chronische afasie (PWA), a.d.h.v. subject-specifieke fMRI methoden.

Doel van de huidige studie: Wij richten ons op het onderzoeken van de activatie en rol van zowel de rechterhemisferische regio's van het taalnetwerk als het domein-overkoepelende MD netwerk in de chronische fase van afasie. Voor beide netwerken kijken we zowel naar absolute als naar relatieve activatie (lateralisatie-index; LI) in vergelijking met gezonde controles, en we doen dit op individueel-subjectniveau. Bovendien bestuderen we of er een verband bestaat tussen de activatie van deze netwerken en de ernst van taal- of cognitieve stoornissen bij PWA.

Methode: We gebruikten de “single-subject” methode met taakgerichte fMRI om de betrokkenheid van de taalregio’s in de rechterhersenhelft en het MD netwerk tijdens taalverwerking bij chronische afasie te testen. Onze participanten bestonden uit 15 PWA en 13 leeftijdgematchte gezonde controles. We verzamelden fMRI-gegevens tijdens het uitvoeren van een luister- en leestaak (activeert taalnetwerk) evenals een ruimtelijke werkgeheugentaak (activeert MD netwerk). Verder werden er enkele gestandaardiseerde klinische taal- en cognitieve assessments afgenomen. De individuele activatiepatronen van de fMRI-activaties en de relatieve afhankelijkheid van de linker- en rechterhemisfeer (LIs) werden vergeleken tussen de groepen en de relatie met de ernst van afasie en cognitief deficit werd onderzocht a.d.h.v. correlaties met de gedragstaken. De betrokkenheid van het MD netwerk tijdens taalverwerking werd onderzocht door de taalactiviteit binnen subjectspecifieke regio's die actief zijn tijdens de MD taak te onderzoeken.

Resultaten: We vonden een significant groepsverschil voor de activiteit van het taalnetwerk in de linkerhersenhelft tijdens de taaltaken, maar niet voor de rechterhersenhelft, en geen significant groepsverschil voor MD activatie tijdens de MD taak. We vonden ook geen significant verband tussen de activatie van het taal- of MD netwerk en de ernst van afasie of cognitie. Met betrekking tot groepsverschillen in de lateralisatie van de netwerken, vertoonden PWA en gezonde controles vergelijkbare niveaus van lateralisatie van het taalnetwerk tijdens beide taaltaken, terwijl PWA significant minder links-gelateraliseerd activatiepatronen vertoonden in het MD netwerk tijdens de MD taak. Met betrekking tot LI-correlaties werden geen significante correlaties gevonden tussen LI's van het taal- en MD netwerk en de ernst van afasie, maar we vonden wel een positieve relatie tussen sterkere links-gelateraliseerde taalactiviteit tijdens de leestaak en cognitieve prestaties. Ten slotte vonden we geen bewijs voor activatie van het MD-netwerk tijdens taalverwerking.

Conclusie: We vonden geen bewijs voor een compensatiemechanisme t.h.v. de taalregio’s in de rechterhersenhelft bij PWA. Verder vonden we geen bewijs voor een rol van het MD netwerk tijdens passieve, receptieve taalverwerking, wat interessante inzichten biedt in een sterk bediscussieerd onderwerp. Voor de correlaties met de gedragsresultaten suggereren we dat de activatiewaarden in zowel het taalnetwerk als het MD netwerk mogelijk geen doorslaggevend inzicht bieden in de ernst van afasie bij de PWA groep.
Meer lezen

De Roof-mythe zonder roof. De receptie van De roof van Persephone in Young Adult-literatuur

KU Leuven
2024
Lise
Lauwers
Deze scriptie kijkt naar twee hedendaagse hervertellingen in Young Adult literatuur van de eeuwenoude mythe van de verkrachting van Persephone, namelijk de Godin Test trilogie (2011-2013) van Aimée Carter en Girl, Goddess, Queen (2023) van Bea Fitzgerald. Deze scriptie wil licht werpen op de verschillende opties die er zijn om deze oude mythe te verwerken op een manier die het verhaal nieuwe perspectieven geeft en relevant is voor een Young Adult, hedendaags publiek. Daarbij is het niet de bedoeling om uitputtend te zijn, maar om iets toe te voegen aan het onderzoek naar hervertellingen van Griekse mythen. Om een achtergrond te bieden voor verdere discussie, volgt eerst een korte introductie van de mythe en discussies over de literaire categorie Young Adult. Vervolgens wordt gekeken hoe de auteurs omgaan met welke klassieke bronnen, hoe ze bekende mythologische figuren verwerken tot personages, en hoe hun verhaalwereld en plot van invloed zijn op deze herbewerking. Omdat de mythe verbonden is met het huwelijk als overgangsritueel voor meisjes, zal ook aandacht worden besteed aan het genderaspect in deze hervertellingen. De conclusie zal vervolgens de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de twee auteurs weergeven, die een verschillende aanpak hebben in hun verwerking van het bronmateriaal vanwege hun verschillen in setting en plot.
Meer lezen

"AI en productaansprakelijkheid – Last en vooruitgang?"

KU Leuven
2024
Erika
Rogojina
Mijn bachelorproef behandelt de juridische uitdagingen die ontstaan door de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) en de tekortkomingen van de huidige wetgeving rond productaansprakelijkheid. Het werk biedt een diepgaande analyse van de bestaande en toekomstige Europese en Belgische regelgeving en de manier waarop deze omgaat met de complexe en unieke aspecten van AI-systemen.

De scriptie begint met een overzicht van het huidige juridische kader voor productaansprakelijkheid op Europees en Belgisch niveau. Hieruit blijkt dat de huidige wetgeving, hoewel effectief voor traditionele producten, tekortschiet bij het reguleren van AI-toepassingen. AI wordt vaak niet als een product beschouwd, waardoor het moeilijk is de juridische verantwoordelijkheid vast te stellen.

Een belangrijk thema in mijn scriptie is de moeilijkheid voor consumenten om de bewijslast te dragen wanneer AI-systemen defecten vertonen. Het is vaak onmogelijk voor consumenten om aan te tonen dat een fout in een AI-systeem schade heeft veroorzaakt. Om deze reden wordt gesuggereerd in de rechtsleer dat de bewijslast in sommige gevallen zou moeten worden omgekeerd, waarbij de producent moet aantonen dat hun AI-product correct functioneerde.

Toch, speelt de "black-box"-problematiek dan ook een rol. AI-systemen functioneren vaak als een "black box", wat betekent dat zelfs de ontwikkelaars niet volledig kunnen verklaren hoe beslissingen tot stand komen. Dit gebrek aan transparantie bemoeilijkt de vaststelling van aansprakelijkheid, wat de positie van consumenten verzwakt.

In het context van de snelle ontwikkeling van AI heeft de Europese Commissie een nieuw voorstel gepubliceerd om de productaansprakelijkheidsrichtlijn te moderniseren en AI expliciet te reguleren. Dit zou leiden tot een grotere verantwoordelijkheid voor producenten, die verplicht zouden zijn om op verzoek van de rechtbank technische details over AI-systemen vrij te geven. Deze veranderingen zouden de informatiestroom tussen producenten en consumenten verbeteren, waardoor consumenten beter in staat zijn om hun zaak de onderbouwen.

In mijn werkstuk wordt ook een vergelijking gemaakt tussen de ontwikkelingen in België en andere landen zoals Nederland en Duitsland, waar al verdergaande stappen zijn gezet om AI-wetgeving aan te passen. Deze landen bieden waardevolle voorbeelden van hoe productaansprakelijkheid kan evolueren in een tijdperk van snelle technologische vooruitgang.
Meer lezen

Opportuniteiten voor het opschalen van de productie en het vergroten van het marktaandeel van duurzame vliegtuigbrandstoffen

Universiteit Hasselt
2024
Selena
Hamers
Deze thesis onderzoekt de uitdagingen en mogelijkheden rondom de opschaling van duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAF), die essentieel zijn voor het klimaat-neutraal maken van de luchtvaart. Hoewel SAF het potentieel heeft om de CO2-uitstoot van de luchtvaart drastisch te verminderen, blijft de adoptie ervan momenteel beperkt. Door een uitgebreide literatuurstudie worden de belangrijkste barrières geïdentificeerd, waaronder hoge kosten en beperkte beschikbaarheid van grondstoffen. De thesis ontwikkelt een taxonomie met uitvoerbare strategieën om deze hindernissen te overwinnen, met als doel de productie en marktacceptatie van SAF te versnellen en zo bij te dragen aan een duurzamere luchtvaartsector.
Meer lezen

Kunst op Verwijzing Piloot Leuven - een prospectieve studie over het inzetten van kunst in de eerstelijnsgezondheidszorg

KU Leuven
2024
Lieve
Nagels
  • Annemie
    Voets
Kunst heeft een heilzaam effect op de mens. In tegenstelling tot het buitenland, met koplopers de Angelsaksische en Scandinavische landen, is er in België een grote achterstand in onderzoek en praktijkervaring met Kunst op Verwijzing (KOV), een eerstelijn gezondheidsbevorderende tool met kunst. In maart 2023 beslisten vertegenwoordigers uit de Leuvense zorg-, welzijns- en cultuursector en de academische wereld om samen vorm te geven aan een KOV-pilootproject, gericht op volwassenen met langdurig bestaande milde tot matige psychosociale klachten. Zeven vrouwen tussen 25 en 71 jaar doorliepen begin 2024 het KOV-traject van acht wekelijkse sessies van tweeënhalf uur in museum Parcum. Het hele proces werd uitgebreid gedocumenteerd, van concept over praktische uitrol tot de wetenschappelijke analyse, door twee master studenten Kunstwetenschappen (KU Leuven). Ze gebruikten een gemengde methodologie met zowel kwantitatief (vragenlijsten) als kwalitatief onderzoek (diepte-interviews, focusgroepen en participatieve observatie). Een eerste onderzoeksvraag betrof een procesevaluatie: is KOV een haalbare interventie in de Belgische/Vlaamse eerstelijnszorg? Uit de ervaring met het Leuvense pilootproject kan besloten worden dat een traject met kunst een werkbare niet-medische interventie is die de gezondheid en levenskwaliteit kan bevorderen mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een performant samenwerkingsplan tussen de cultuur- en zorgsector, een ethische gedragscode en richtlijnen voor goede KOV-praktijkvoering, en de opleiding van professionals in Kunst voor Welzijn zijn essentieel. Een tweede onderzoeksvraag polste naar de impact op de kunstbeleving van de deelnemers, op het museum en de medewerkers en op de gezondheid van de deelnemers.   In lijn met internationaal onderzoek werd een verhoogd sociaal en mentaal welbevinden en activatie vastgesteld bij de deelnemers. Externe negatieve gebeurtenissen kunnen die positieve impact compromitteren. Een discrete vermindering in het beroep doen op de eerstelijn werd vastgesteld. Ook het mentaal welbevinden van de begeleiders kreeg een boost. Aanbevelingen werden geformuleerd voor het organiseren van toekomstige KOV-trajecten en voor voortgezet onderzoek. Het belang van de Kunstwetenschappen voor de nieuwe wetenschapsdiscipline Kunst voor Welzijn/ Arts in Health werd toegelicht.
Meer lezen