Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Recht op arbeid en vrije keuze van beroep voor personen met een arbeidshandicap

HOGENT
2025
Linde
Goedertier
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe mensen met een arbeidshandicap nog steeds botsen op structurele drempels in onderwijs, mobiliteit, regelgeving en de arbeidsmarkt. Activeringsbeleid alleen volstaat niet: pas door die obstakels weg te nemen, krijgen zij echt de kans om hun talenten in te zetten. Echte inclusie vraagt dus om een integrale aanpak waarin overheid, onderwijs en werkgevers samen verantwoordelijkheid opnemen.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Omzetting van geschreven cursus naar stripformaat voor studenten met dyslexie: Hepatitis D virus

Universiteit Gent
2025
Dafne
Huyge
In deze masterproef staat één vraag centraal: hoe kan complexe biomedische leerstof toegankelijker worden gemaakt voor studenten met dyslexie? Het Hepatitis D-virus (HDV), behandeld in het vak Microbiologie in de derde bachelor Biomedische Wetenschappen aan de UGent, werd gebruikt als inhoudelijk voorbeeld. Het doel was om de bestaande, sterk tekstgerichte cursus om te zetten in een educatief stripverhaal dat de leerstof begrijpelijker en toegankelijker maakt.

De keuze voor een stripvorm is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur. Studies tonen aan dat studenten met dyslexie vaak beter leren via visueel en verhalend materiaal. Dit verlaagt de cognitieve belasting en maakt de kerninhoud duidelijker. Traditionele cursussen zijn daarentegen vaak compact en tekstueel zwaar, waardoor ze voor studenten met dyslexie een extra drempel vormen. Met dit project werd gezocht naar een alternatief dat de wetenschappelijke correctheid behoudt, maar tegelijk de toegang tot de leerstof vergroot.

Het ontwikkelproces verliep in drie stappen. Eerst werd een literatuurstudie uitgevoerd naar dyslexie in het hoger onderwijs en de rol van visueel ondersteunde leermiddelen. Daaruit bleek dat graphic learning en stripverhalen een waardevolle aanvulling kunnen zijn, mits ze zorgvuldig ontworpen worden. Vervolgens werd bestaand cursusmateriaal, zoals PowerPointpresentaties en lesopnames, geanalyseerd om de kerninhouden te selecteren. In de laatste fase werd een volledig script geschreven waarin het HDV als personage optreedt en de leerstof verwerkt wordt in dialogen en herkenbare casussen.
Bij het schrijven is rekening gehouden met de specifieke noden van studenten met dyslexie. Lange tekstblokken werden vermeden, kernconcepten herhaald en de informatie verdeeld over korte, overzichtelijke scènes. Hoewel het project nog niet geïllustreerd is, bevat het script gedetailleerde aanwijzingen voor de visuele uitwerking, zoals sfeer, typografie en lay-out, afgestemd op een dyslexievriendelijke benadering.
Het resultaat is een script dat bruikbaar is als aanvullend studiemateriaal, maar ook breder kan worden ingezet. Het laat zien dat complexe academische inhoud ook in een creatieve en toegankelijke vorm kan worden aangeboden, zonder verlies van wetenschappelijke accuraatheid. Daarmee draagt de masterproef bij aan een inclusiever hoger onderwijs, waarin uiteenlopende leerprofielen niet als obstakel worden gezien, maar als uitgangspunt voor kwaliteitsvol en toegankelijk onderwijs.
Meer lezen

Het directe effect van een mondhygiënische behandeling op de slikact bij CVA-patiënten met orofaryngeale dysfagie: een pilootstudie.

Universiteit Gent
2025
Gwendolyn
Blancquaert
Kan iets schijnbaar eenvoudigs zoals mondverzorging het herstel na een beroerte beïnvloeden? Deze pilootstudie onderzocht hoe drie eenvoudige mondverzorgingsmethoden de slikfunctie van patiënten na een beroerte beïnvloeden. De resultaten tonen dat een gezonde mond niet alleen eten aangenamer maakt, maar ook complicaties kan voorkomen. Ontdek hoe een kleine verandering in zorg een grote impact kan hebben op herstel en levenskwaliteit.
Meer lezen

Hoe slimme kleuringen een zeldzame darmziekte bij baby’s zichtbaar maken

Erasmushogeschool Brussel
2025
Ramshah
Sabir Hussain
De ziekte van Hirschsprung (HD) is een zeldzame aangeboren darmaandoening waarbij zenuwcellen (ganglioncellen) ontbreken in een deel van de dikke darm. Dit veroorzaakt een stilgevallen darmwerking met ernstige gevolgen voor pasgeborenen. Een correcte en snelle diagnose is van cruciaal belang, maar vormt een uitdaging doordat weefselstructuren bij baby’s vaak onrijp zijn en foutieve interpretaties tot verkeerde behandelingen kunnen leiden.

In mijn bachelorproef onderzocht ik in samenwerking met het CHU Brugmann ziekenhuis in Brussel vijf patiëntencasussen waarbij rectumbiopten werden geanalyseerd met drie microscopische technieken: de klassieke hematoxyline-eosine-saffraan (HES)-kleuring, acetylcholinesterase (AChE)-histochemie en calretinine-immunohistochemie. Uit dit onderzoek bleek dat calretinine de meest betrouwbare methode is om ganglioncellen zichtbaar te maken, vooral bij jonge baby’s of technisch moeilijke stalen. Bovendien biedt calretinine praktische voordelen doordat het toepasbaar is op paraffinecoupes, in tegenstelling tot AChE dat vriescoupes vereist.

De resultaten tonen aan dat een gestandaardiseerde combinatie van technieken nodig is om foutieve diagnoses te vermijden. Vooral calretinine-IHC als basis, aangevuld met HES of AChE, blijkt een krachtige strategie. Daarmee draagt dit onderzoek bij aan een snellere, betrouwbaardere en wereldwijd toegankelijkere diagnostiek van Hirschsprung, wat rechtstreeks het leven van getroffen kinderen kan redden of verbeteren.
Meer lezen

Bruggen bouwen naar zorg op maat. EEN KWALITATIEF EMPIRISCH ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PASTORALE PRAKTIJK ROND VROEGTIJDIGE ZORGPLANNING IN VLAAMSE ALGEMENE ZIEKENHUIZEN

KU Leuven
2025
Gyrit
Ghillemyn
Tijdens het zorgproces kan een patiënt mee beslissen over welke zorg deze wel of niet wenst te ontvangen. Een patiënt kan dit actueel beslissen, maar er bestaan ook mogelijkheden om vooraf al na te denken over welke zorg men later wenst. Een mogelijkheid om hierover na te denken is via vroegtijdige zorgplanning (VZP). Dit is een continu proces, waarbij een zorgverlener met een patiënt en diens naasten spreekt over de waarden en wensen van de patiënt. Dit proces kan plaatsvinden in verschillende zorginstellingen, waaronder het ziekenhuis. Vroegtijdige zorgplanning is hier een multidisciplinaire aangelegenheid, waar de pastor ook in mee kan werken.
De focus van deze thesis ligt op de rol die pastores kunnen spelen in het proces van vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. De onderzoeksvraag die hierin centraal staat is: hoe ziet de huidige pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning in algemene ziekenhuizen in Vlaanderen eruit? Om een antwoord te formuleren op deze onderzoeksvraag wordt gebruik gemaakt van kwalitatief onderzoek, vooraf gegaan door een literatuurstudie.
Allereerst bestaat deze thesis uit een literatuurstudie. In deze literatuurstudie wordt eerst het concept van vroegtijdige zorgplanning uitgelegd. Ook wordt het juridisch luik rond vroegtijdige zorgplanning besproken. Hierna wordt ingegaan op vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Meer specifiek worden hier de kansen en uitdagingen besproken. Als laatste wordt de rol van de pastor in dit proces bekeken.
Het tweede deel van dit onderzoek bestaat uit het empirisch onderzoek. Dit onderzoek is een kwalitatief empirisch onderzoek. De resultaten voor dit onderzoek werden verzameld aan de hand van semigestructureerde interviews met acht ziekenpastores in Vlaanderen. Zij zijn in hun pastoraal werk bezig met vroegtijdige zorgplanning. Aan de hand van een thematische analyse werden deze interviews omgezet in zes hoofdthema’s waarvan enkele verder opgedeeld zijn in subthema’s. Samen beschrijven deze thema’s hoe de pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning eruit ziet in de ziekenhuizen waar de bevraagde pastores werken.
Uit de literatuur- en empirische studie kan geconcludeerd worden dat pastores een plek hebben in de multidisciplinaire werking rond vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Zo hebben zij een focus die voordelig kan zijn in het proces. Ook voeren zij bepaalde interventies uit, waaronder het praten met patiënten, het invullen van wilsverklaringen en het vervullen van een brugfunctie. Deze interventies worden door de pastores vaak geregistreerd in het patiëntendossier van de patiënt. In het proces van vroegtijdige zorgplanning zetten de pastores ook enkele waarden centraal. Als laatste vinden ze het belangrijk om opleidingen rond vroegtijdige zorgplanning te volgen en eventueel ook zelf te organiseren. Op basis van deze resultaten worden in dit onderzoek ook enkele aanbevelingen gegeven voor ziekenhuizen en pastores. Deze beschrijven hoe zij kunnen werken rond vroegtijdige zorgplanning.

Meer lezen

Wat als jouw diagnose afhangt van een bruine kleur onder de microscoop?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Alyssia
Lespes
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Immunohistochemie (IHC) is een essentiële techniek in de pathologie voor het detecteren van specifieke eiwitten in weefselmonsters. Dit onderzoek richt zich op de optimalisatie en validatie van de antilichamen humaan herpesvirus 8 (HHV8) en BRCA1-geassocieerd eiwit-1 (BAP1) op het geautomatiseerde Dako Omnis-systeem (Agilent Technologies), met als doel een betrouwbaar IHC-protocol te ontwikkelen voor diagnostisch gebruik. HHV8, een oncogeen virus geassocieerd met Kaposi’s sarcoom, en BAP1, een tumorsuppressoreiwit, spelen een belangrijke rol in de diagnostiek van
diverse maligniteiten. Het onderzoek omvat de analyse van 20 weefselstalen per antilichaam, verdeeld over positieve en negatieve stalen, en maakt gebruik van horseradish peroxidase (HRP) en diaminobenzidine (DAB) als detectiesystemen. De validatiecriteria omvatten de beoordeling van de juistheid, waarbij pathologen automatisch zowel de sensitiviteit als de specificiteit van de kleuringen evalueren.
De resultaten tonen aan dat de optimalisatie van het HHV8-protocol met een aangepaste incubatietijd resulteert in een betrouwbare kleuring van positieve controlemonsters. Evenzo werd het BAP1-protocol gevalideerd met succes, waarbij positieve expressie in epitheliale cellen werd waargenomen. De validatie van zowel HHV8 als BAP1 voldeed aan de gestelde aanvaardbaarheidscriteria, waardoor de toepasbaarheid van de IHC-kleuringen voor diagnostische doeleinden wordt bevestigd. Dit onderzoek levert een robuust en reproduceerbaar protocol voor beide antilichamen op het Dako Omnis-systeem, wat bijdraagt aan de verbetering van de diagnostische nauwkeurigheid in de pathologie. Daarnaast draagt dit protocol specifiek bij aan de optimalisatie van de diagnostische processen binnen het labo anatomo-pathologie in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL).
Meer lezen

Communicatiestrategieën op de medische dienst van asielcentra van Fedasil

KU Leuven
2025
Freya
Moonen
Vlotte toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg is een grondrecht van elk mens. Om tot goede gezondheidszorg te komen, moet er echter goede communicatie zijn tussen arts en patiënt. In asielcentra kan dat problematisch zijn. De masterproef Communicatiestrategieën op de medische dienst van de asielcentra van Fedasil bestudeert het verloop van communicatie tussen asielzoekers en hulpverleners in asielcentra, om zo de meest kenmerkende aspecten ervan en de obstakels in de communicatie te kunnen uitlichten. Het onderzoek gebeurt op basis van paradigma’s uit de Language as social interacition (LSI)-theorie, in de vorm van een illustrative case-study. Uit het onderzoek komen vier belangrijke terugkerende obstakels naar voren: fluctuerende taalbarrières, false fluency, een moeilijke omgang met de voice of lifeworld en wisselingen in participation framework en rolverdeling. Deze obstakels kunnen goede gezondheidszorg in de weg staan. Mogelijk zouden een grotere inzet van professionele tolken en vormingen in LSI-sensitiviteit voor artsen deze moeilijkheden kunnen verzachten.
Meer lezen

The impact of artificial intelligence on the cost of radiotherapy in low- and middle-income countries

Universiteit Gent
2025
Thyra
Vermorgen
This master’s thesis explores how artificial intelligence (AI) can help address economic
and operational barriers to radiotherapy in low and middle income countries (LMICs),
where access is limited despite a rising cancer burden. A major obstacle in these regions is the shortage of trained professionals and the high cost of treatment planning
and delivery.
The study evaluates whether the Radiotherapy Planning Assistant (RPA), an AI based
tool, can improve efficiency and reduce costs in LMIC radiotherapy departments. Data
from four centres in the ARCHERY study,covering cervical, head and neck, and prostate
cancers, were analysed using the ESTRO HERO Time Driven Activity Based Costing
(TDABC) model. Simulations modelled planning time reductions of 70 percent, 80 percent, and 90 percent for eligible tumour types.
Baseline results showed equipment as the dominant cost driver, limiting overall cost
reductions. However, time savings from AI integration improved treatment planning
system availability and reduced staff workload. These gains suggest enhanced efficiency and capacity, especially in high volume settings. While AI may not yield large
financial savings alone, it alleviates key bottlenecks and supports workforce optimisation, provided infrastructure and system capacity are strengthened.
Meer lezen

LEVENSKWALITEIT VAN PATIËNTEN MET EEN STEUNHART: TOEPASSING VAN DE QOLVAD-VRAGENLIJST EN ANALYSE VAN GEASSOCIEERDE FACTOREN

Universiteit Gent
2025
Steffi
Demeyer
Doelstelling
Hartfalen is wereldwijd een toenemend gezondheidsprobleem. Left Ventricular Assist Devices (LVAD’s) verbeteren zowel overleving als levenskwaliteit (HRQoL) bij terminaal hartfalen. Generieke meetinstrumenten meten de specifieke impact van een LVAD op HRQoL onvoldoende. Deze pilootstudie meet HRQoL bij Vlaamse LVAD-patiënten met een ziektespecifiek meetinstrument: de QOLVAD-vragenlijst, en identificeert factoren die met HRQoL samenhangen.

Methode
In de cross-sectionele pilootstudie (n = 8) werd HRQoL bij LVAD-patiënten uit 2 Vlaamse universitaire centra gemeten met de EQ-5D-3L en QOLVAD-vragenlijst en onderling vergeleken. Wilcoxon-Signed Rank testen vergeleken de resultaten van de QOLVAD-vragenlijst met een referentiecohort. Bivariate analyses identificeerden factoren geassocieerd met HRQoL en werden aangevuld met een verdiepend literatuur-onderzoek.

Resultaten
De HRQoL-metingen met EQ-5D-3L en QOLVAD toonden discrepanties in het fysieke en emotionele domein. De steekproef rapporteerde significant hogere HRQoL op de QOLVAD dan het referentiecohort (p = 0.04), maar lagere scores op het spirituele domein (p = 0.07). Bivariate analyses wezen op negatieve associaties met ernstige complicaties (p = 0.12), BMI (p = 0.16), aantal ziekenhuisopnames (p = 0.24), hogere leeftijd (p = 0.35) en implantatie als DT (p = 0.14). Verdiepend literatuuronderzoek bevestigde deze verbanden en identificeerde bijkomende determinanten, waaronder psychiatrische aandoeningen, cognitieve vaardigheden en tewerkstelling.

Conclusie
De studiepopulatie vertoonde een hoge HRQoL met de QOLVAD-vragenlijst. Verschillen tussen EQ-5D-3L en QOLVAD onderstrepen het klinisch nut van de QOLVAD als sensitief meetinstrument voor LVAD-specifieke uitdagingen, zeker bij patiënten met risicofactoren voor een lagere HRQoL. Verdere Europese validatie en onderzoek naar HRQoL bij LVAD-patiënten in Europa zijn aanbevolen.
Meer lezen

Obstetrisch geweld in Sub-Saharaans Afrikaanse en Europese contexten. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniale feministische lens.

Universiteit Gent
2025
Yana
Demey
Obstetrisch geweld en respectvolle geboortezorg staan op de agenda van overheden en internationale vrouwen- en gezondheidsorganisaties, met name in lage- en middeninkomenslanden. Obstetrisch geweld is een vorm van gendergerelateerd en medisch geweld dat historisch voortkomt uit genderongelijkheid, de ontwikkeling van de biomedische wetenschap en koloniale verhoudingen. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniaal feministische lens waarbij 25 gepubliceerde gezondheidsonderzoeken werden geanalyseerd, toont hoe het concept van respectvolle geboortezorg een vorm van kolonialiteit inhoudt, obstetrisch geweld als een kleurenblind concept wordt toegepast en hoe de epistemische kennis van bevallende vrouwen niet of nog onvoldoende erkend wordt.
Meer lezen

Hoe dragen muzikale verhalen bij aan het creëren van een veilige ervaring voor kinderen van 4 tot 8 jaar tijdens medische procedures volgens de PROSA-aanpak?

Hogeschool UCLL
2025
Kim
Van Vlaenderen
Muzikale verhalen als afleidingsmethodiek binnen de PROSA-aanpak

Deze bachelorproef onderzoekt hoe muzikale verhalen kunnen bijdragen aan een veilige ervaring voor kinderen van 4 tot 8 jaar tijdens medische procedures. Het praktijkgericht onderzoek werd uitgevoerd op de kinderafdeling van het Noorderhart Mariaziekenhuis in Pelt en sluit aan bij de PROSA-aanpak (Procedurele Sedatie en Analgesie), die comfort, veiligheid en verbondenheid centraal stelt.

Muziek bleek vanuit literatuur en praktijk een krachtige bron van troost en afleiding. Het activeert het limbisch systeem, stimuleert dopamine-afgifte en verlaagt stress. Binnen de methodiek kiezen kinderen interactieve verhalen en sturen ze het verloop mee door instrumenten te bespelen. Deze combinatie van verbeelding, muziek en keuzevrijheid vergroot hun gevoel van autonomie en controle, passend bij hun ontwikkelingsfase.

Drie casussen tonen de meerwaarde en nuances van de aanpak. Bij een 4-jarige jongen met traumatische voorgeschiedenis bood het verhaal aanvankelijk rust, maar was aanvullende ondersteuning nodig bij hernieuwde paniek. Een bijna 6-jarig meisje zonder trauma bleef volledig ontspannen en merkte de prik nauwelijks op. Een 8-jarig meisje bleef gefocust en wilde de methode bij een volgend bezoek opnieuw gebruiken. Ouders en verpleegkundigen rapporteerden consequent positieve effecten zoals ontspanning, verminderde angst en plezier.

De analyse wijst uit dat effectiviteit afhankelijk is van leeftijd, eerdere ervaringen en procedureduur. Bij kinderen zonder trauma volstaat de methodiek vaak, terwijl bij belaste voorgeschiedenis extra interventies nodig kunnen zijn. Cruciaal zijn de keuzemomenten in het verhaal, die kinderen controle en betrokkenheid geven.

Voor duurzame implementatie werden een draaiboek voor pedagogisch medewerkers en een ouderfolder ontwikkeld. Deze bevatten praktische richtlijnen voor voorbereiding, opstelling, interactieve verteltechnieken en ouderbetrokkenheid. Zo wordt de methodiek structureel verankerd in de zorgpraktijk.

De conclusie luidt dat muzikale verhalen een waardevolle, kindgerichte afleidingsmethodiek zijn binnen de PROSA-aanpak. Ze bieden kinderen rust, plezier en controle, versterken de verbinding met ouders en zorgverleners, en kunnen in veel gevallen ingezet worden zonder sedatie. De methodiek is praktisch uitvoerbaar en vormt een duurzame aanvulling op bestaande comfortzorg. Verdere samenwerking en uitbreiding van de verhalenbundel kunnen het aanbod in de toekomst verrijken.
Meer lezen

In het spoor van een druppel bloed

Erasmushogeschool Brussel
2025
Amy
Van Droogenbroeck
Introductie:
Deze bachelorproef richt zich op vijf veelvoorkomende aandoeningen: hypothyroïdie, hyperthyroïdie, hepatitis B, ijzergebreksanemie en chronische lymfatische leukemie (CLL). De pathofysiologie en diagnostiek van elke aandoening is verschillend. De medische laboratoriumdiagnostiek is essentieel om een diagnose vast te stellen, een behandeling op te starten of aan te passen en om het verloop van de ziekte op te volgen.
Doel:
Deze casusbespreking heeft als doel om beter te begrijpen hoe diverse laboratoriumdiagnostiek bijdraagt aan het stellen van diagnoses en het opvolgen van behandelingen. Door casussen te onderzoeken, wordt vastgesteld welke laboratoriumparameters afwijkend zijn, op welke manier ze verschillen per aandoening en wat hun klinische betekenis is.
Materiaal & methoden:
De laboratoriumtesten werden uitgevoerd op geavanceerde toestellen. De Cobas e801 (Roche) bepaalde laboratoriumparameters aan de hand van elektrochemiluminescente-immunoassays. Sommige parameters werden volgens het sandwich principe bepaald, terwijl andere parameters volgens het competitief principe werden bepaald. Daarnaast is er de Cobas c702 (Roche) die biologische parameters heeft gemeten aan de hand van fotometrie op twee manieren: turbidimetrisch of colorimetrisch enzymatisch. De hematologische aandoeningen werden voornamelijk bepaald door de Sysmex-XN. Deze automatische celteller heeft zowel erytrocytaire, trombocytaire als leukocytaire parameters gemeten. Bovendien maakte de Sysmex-SP bij een afwijkend resultaat steeds een bloeduitsrijkje. Deze bloeduitsrijkjes werden steeds geanalyseerd met de Cellavision DM.
Resultaten:
De resultaten van de casussen bevestigen de typische laboratoriumafwijkingen voor elke aandoening. Hypothyroïdie wordt gekenmerkt door een afname van FT4 en een toename van TSH, terwijl hyperthyroïdie wordt gekenmerkt door een verlaagde TSH en een toename van FT3 en FT4. De positieve uitslag voor HBsAg, anti-HBc en een verhoogd leverenzym ALT bevestigen de aanwezigheid van een hepatitis B infectie. CLL wordt gekarakteriseerd door een hoger aantal lymfocyten, abnormale morfologie en afwijkende scattergram. De lage waarden voor Hb, MCV, ferritine, ijzer en ijzersaturatie tonen aan dat het wel degelijk gaat om de aandoening ijzergebreksanemie.
Conclusie:
Deze bachelorproef laat zien dat laboratoriumdiagnostiek cruciaal is om diagnoses te stellen en om de voortgang van de bestudeerde aandoeningen op te volgen. Het toepassen van technologieën zoals de Cobas- en Sysmex- toestellen levert betrouwbare uitkomsten die essentieel zijn voor een nauwkeurige klinische beslissing. Het juist interpreteren van laboratoriumresultaten is cruciaal voor een doeltreffende behandeling van de patiënt.
Meer lezen

Door de huid heen: Performancekunst en de radicale esthetiek van pijn op de Duystere Markt

KU Leuven
2025
Lies
Bogaerts
Mijn scriptie/thesis onderzoekt hoe pijn en lichaamsmodificatie binnen performancekunst, en specifiek op de Duystere Markt, bewust worden ingezet als artistiek en ritueel middel. Ik toon hoe het lichaam zo fungeert als medium voor expressie, transformatie en verbondenheid, en hoe dit ons denken over kunst en identiteit verruimt.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

Ontwerp van een passief ontkoppelbaar exoskelet voor de onderste ledematen ter assistentie bij zit-naar-stand

Universiteit Gent
2025
Eline
Killemaes
De overgang van zitten naar staan (sit-to-stand, STS) is een fundamentele dagelijkse activiteit die essentieel is voor het behoud van zelfstandigheid en mobiliteit. Voor ouderen en mensen die een beroerte hebben gehad, wordt deze beweging echter steeds moeilijker door verminderde spierkracht en balans, waardoor het risico op vallen toeneemt. Hoewel er passieve exoskeletten voor de onderste ledematen bestaan die gericht zijn op looprevalidatie, zijn specifieke toestellen die STS-assistentie bieden nog niet beschikbaar op de markt en bevinden ze zich in een vroege ontwikkelingsfase.

Deze thesis presenteert het ontwerp en de evaluatie van een nieuw passief, ontkoppelbaar knie-exoskelet dat de fysieke inspanning tijdens het rechtstaan wil verminderen door gerichte mechanische ondersteuning te bieden. Het systeem maakt gebruik van een veermechanisme in combinatie met een mechanische koppeling, opgebouwd met een fietsschijfrem en twee fietsremklauwen. Tijdens het gaan zitten wordt energie opgeslagen doordat de bovenste remklauw de schijf blokkeert. Wanneer de gebruiker neerzit, schakelt de koppeling over: de onderste remklauw houdt de schijf vast zodat de energie in de veren wordt opgespaard, terwijl het been toch vrij kan bewegen. Bij het rechtstaan wordt deze opgeslagen energie vrijgegeven om de gebruiker te ondersteunen.

Mechanische testen bevestigden dat de koppeling betrouwbaar werkte en niet doorslipte, zelfs onder verhoogde spanning. Hoewel gebruikers positieve feedback gaven en het werkingsprincipe succesvol werd aangetoond, leverden de eerste fysiologische metingen met oppervlakte-EMG gemengde resultaten op. Waarschijnlijk spelen factoren zoals de pasvorm van de braces en variatie in de beweging van proefpersonen hierbij een rol.

Dit onderzoek legt een veelbelovende basis voor de verdere ontwikkeling van hulpmiddelen die de zit-naar-sta beweging ondersteunen en zo bijdragen aan de dagelijkse mobiliteit.
Meer lezen

Hoe beïnvloedt de opvangcrisis sinds 2021 de uitvoering van het rechtsstaatsbeginsel in België?

HOGENT
2025
Sari
Demil
Deze scriptie onderzoekt hoe de opvangcrisis sinds 2021 de uitvoering van het rechtsstaatsbeginsel in België aantast. Er wordt aangetoond dat het wettelijk recht op opvang vaak geschonden wordt, vooral voor alleenstaande mannelijke asielzoekers. Door literatuur, rechtspraak en observaties wordt geanalyseerd hoe structurele tekorten, politieke keuzes en administratieve praktijken leiden tot systematische inbreuken op fundamentele rechten. Individuele en collectieve procedures bevestigen dat de Belgische overheid haar verplichtingen niet naleeft en rechterlijke uitspraken negeert. Dit ondermijnt de rechtszekerheid en wijst op een zorgwekkende uitholling van de rechtsstaat.
Als laatste wordt er ook een blik geworpen op het Federaal regeerakkoord van 2025, meer bepaald de maatregelen daarin betreffende opvang.
Meer lezen

Stretch measurement for online quality control in a web processing machine using low-cost vision

Universiteit Gent
2025
Daan
Van Reepingen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Dit proefschrift onderzoekt het potentieel van goedkope, op beeldtechnologie gebaseerde technologie voor gebruik in
webverwerkingsmachines. Meer specifiek wordt onderzocht of dergelijke systemen een
betrouwbaar en nauwkeurig alternatief kunnen bieden voor traditionele rekvoelers. Het centrale doel is om
een systeem te ontwikkelen dat in staat is tot realtime vervormingsmonitoring, dat betaalbaar en eenvoudig
te integreren is en voldoende nauwkeurig voor praktisch gebruik in industriële omgevingen. Dit doel
speelt in op de groeiende vraag naar flexibele en kosteneffectieve oplossingen voor kwaliteitscontrole
binnen de bredere context van slimme productie.

De voorgestelde sensor wordt beoordeeld op zijn nauwkeurigheid, reactievermogen en robuustheid onder verschillende omstandigheden en voor verschillende materiaalsoorten. Hij wordt vergeleken met een commerciële ultrasone randsensor om de prestaties te beoordelen. De resultaten geven aan
dat de op beeld gebaseerde aanpak een nauwkeurigheid op micrometerniveau bereikt, met aanzienlijk
minder ruis en een verbeterde signaalstabiliteit. Bovendien toont de integratie ervan in een gesloten
regelsysteem het potentieel aan voor realtime spanningsaanpassing, wat bijdraagt aan
een verbeterde materiaaluniformiteit tijdens de productie.

Er blijven enkele beperkingen bestaan, met name op het gebied van verwerkingsvertraging en synchronisatie. Niettemin levert dit werk het bewijs dat goedkope ingebouwde beeldverwerkingssystemen
kwaliteitsbewaking en -controle in webverwerkingstoepassingen kunnen ondersteunen. De bevindingen
suggereren dat dergelijke systemen een levensvatbaar alternatief kunnen zijn in omgevingen waar
conventionele sensoren onpraktisch of onbetaalbaar zijn.
Meer lezen

De rol van AI bij vroegtijdige ziektevoorspelling in de gezondheidszorg

Thomas More Hogeschool
2025
Kenneth
Punnewaert
Ik onderzocht hoe artificiële intelligentie longontsteking sneller en betrouwbaarder kan opsporen op borstkas-röntgenbeelden, en wat er nodig is om zo een systeem veilig, ethisch en juridisch verantwoord richting een ziekenhuis te ontwikkelen. De vraag kwam vanuit het AZ Sint-Maarten: er is nood aan ondersteuning bij triage van pneumoniedetectie.

Technisch bouwde ik een ResNet152-model en trainde dat op publieke Kaggle-datasets. De reality check volgde met geanonimiseerde pediatrische beelden uit AZ Sint-Maarten: door domain shift miste het eerste model te veel echte longontstekingen . Dat heb ik aangepakt met hertraining op pediatrische data, gericht croppen van het longveld en afstemming van helderheid/contrast. In de tweede evaluatie pikte het model alle echte positieve gevallen op.

Naast de prestaties besteed ik veel aandacht aan ethiek en regelgeving. Alle beelden zijn geanonimiseerd en lokaal verwerkt (GDPR). Met Grad-CAM-heatmaps maak ik beslissingen uitlegbaar. Het systeem ondersteunt artsen zij blijven eindverantwoordelijk. Qua regulering positioneer ik het als potentiële MDR-klasse IIa-software en situeer ik het project rond TRL 3→4: van labprototype naar testen in een relevante klinische omgeving. Ik bouwde ook een lokale Streamlit-interface die beelden uploadt, een voorspelling geeft en de heatmap toont. Conclusie: AI kan echt helpen bij triage en vroege detectie, maar robuuste praktijkinzet vraagt representatieve data, uitlegbaarheid, klinische validatie en moet ethisch verantwoord ontwikkeld worden.
Meer lezen

Een podium voor de verpleegkunde. 50 jaar Week van de Verpleegkunde

KU Leuven
2025
Nona
Vinken
In deze masterproef heb ik onderzocht hoe de Week van de Verpleegkunde tussen 1975 en 2024 een podium vormde waarop verpleegkundigen hun professionele identiteit konden ontwikkelen en uitdragen. Terwijl de Belgische geschiedschrijving zich tot nu toe vooral heeft gericht op de identiteitsvorming van verpleegkundigen vóór het verkrijgen van hun juridisch statuut in 1974, betoog ik dat die formele erkenning geen eindpunt was, maar juist het begin van nieuwe vormen van professionele profilering. Aan de hand van archiefmateriaal en mondelinge bronnen heb ik geanalyseerd hoe het grootste jaarlijkse congres van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (N.V.K.V.V.) niet alleen een spiegel was van de evoluerende professionele identiteit van verpleegkundigen, maar ook een actieve rol speelde in de constructie ervan. Tussen 1975 en 1980 zocht de verpleegkunde, in het kielzog van het nieuwe statuut, naar erkenning als volwaardig en autonoom beroep, los van de medische autoriteit. De Week speelde hierop in door een eigen kenniscultuur te ontwikkelen en het beeld van een standvastige en zelfbewuste beroepsgroep zowel binnen de verpleegkundige gemeenschap als naar de samenleving toe uit te dragen. In de jaren 1980 en 1990 begonnen verpleegkundigen zich, onder druk van overheidsbesparingen in de zorgsector, steeds meer politiek te roeren, onder andere via bewegingen zoals de Witte Woede. Het N.V.K.V.V. gebruikte die spanningen om verpleegkundigen intern te versterken door hen neer te zetten als veerkrachtige en gespecialiseerde professionals. Tegelijkertijd groeide de congresweek uit tot een platform waarop zij hun eisen naar het beleid toe konden uiten. Tussen 2000 en 2024 werd de beroepsgroep steeds diverser, met meer specialisaties, niveaus en culturele achtergronden. Het N.V.K.V.V. maakte de Week inclusiever, zodat al deze verschillende verpleegkundigen zich als professionals konden profileren en hun stemmen konden laten horen. Sinds de coronacrisis van 2020 kreeg de congresweek ook een digitaal platform, wat de democratisering van het congres zowel versterkte als bemoeilijkte. Zo toont deze masterproef aan dat de Week van de Verpleegkunde niet alleen een spiegel van haar tijd was, maar ook een motor die de interne en externe dimensies van de professionele identiteit van verpleegkundigen sinds 1975 actief heeft versterkt.

Meer lezen

De implementatie van een verpleegkundige in de huisartsenpraktijk: een literatuurstudie naar de ervaring van chronische patiënten met zorgsubstitutie

HOGENT
2025
Yentl
De Coninck
Introductie: Door het dreigende huisartsentekort, de vergrijzing en de stijgende prevalentie
van chronische aandoeningen neemt de druk op de eerstelijnszorg in Europa toe.
Zorgsubstitutie, een permanente of structurele verschuiving van verantwoordelijkheden,
wordt gezien als een manier om de capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg te vergroten. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te verkrijgen in de ervaring van patiënten met een chronische aandoening ten aanzien van deze verschuiving.

Methode: Een narratieve literatuurstudie werd uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksvraag werd een zoekstring ingevoerd in PubMed en Web of Science. De resultaten werden geselecteerd op basis van in-en exclusiecriteria met behulp van het programma Rayyan.

Resultaten: Zorgsubstitutie van huisarts naar verpleegkundige blijkt de patiënttevredenheid positief te beïnvloeden, dankzij laagdrempelige toegang, langere consultaties, hun empathische benadering en focus op zelfmanagement. Acceptatie varieert echter, afhankelijk van demografische factoren en zorgcomplexiteit. Een duidelijke taakverdeling en complementariteit binnen het interdisciplinaire team blijken essentieel.

Conclusie: De substitutie van huisartsen naar verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk
beïnvloedt de ervaring van patiënten met een chronische aandoening overwegend positief. Patiënten ervaren verpleegkundige zorg als aanvullend op die van de huisarts, en
onderstrepen het belang van samenwerking, rolduidelijkheid en vertrouwen in de
competentie van de verpleegkundige.
Meer lezen

t' Vroetwijf met cloecken verstande. Een genderhistorische analyse van t'Boeck vande Vroet-Wijfs van Maarten Everaert uit de late zestiende eeuw.

Universiteit Gent
2025
Marthe
Clymans
Dit onderzoek bekijkt hoe man-vrouw verhoudingen aan bod komen in t’ Boeck vande Vroet-Wijfs. Dat werd geschreven door Maarten Everaert in de late zestiende eeuw. Aan de hand van een discoursanalyse onderzoekt de scriptie hoe mannelijke inmenging in de geneeskundige zorg terug te vinden is in een handboek voor vroedvrouwen. In het inleidend deel kadert de thesis de bron aan de hand van de auteur en het doelpubliek, de situatie van vroedvrouwen in de zestiende eeuw en de theorieën die het onderzoek ondersteunen. Het betoog is opgebouwd aan de hand van vier stadia waarbij de taak van de vroedvrouw beschreven wordt: preconceptionele fase, zwangerschap, bevalling en de postpartumzorg. Uit deze analyse blijkt dat er een verschil is in hoe Everaert zwangere vrouwen en vroedvrouwen beschrijft. Het onderzoek ent zich op verschillende vakgebieden en pleegt daartoe een bijdrage. Zo blijkt dat abortus een gangbare praktijk was en verbloemd werd, maar ook dat vroedvrouwen wel degelijk taken tijdens de bevalling mochten uitvoeren, zoals het gebruiken van operatieve instrumenten, die in de literatuur eerder aan mannen worden gekoppeld. Waar de bewegingsvrijheid van de zwangere vrouw in t’ Boeck van de Vroet-Wijfs uitermate beperkt wordt, krijgt de vroedvrouw veel beslissende en uitvoerende rollen toegelegd. Het onderzoek legt veel spanningsvelden in één van de eerste handboeken voor vroedvrouwen bloot. De verhoudingen tussen praktische en theoretische kennis, mannelijke en vrouwelijke zorgers en verschillende vrouwen onderling lagen nog niet vast en in die ruimte kon dit handboek ontstaan.
Meer lezen

Van visie naar impact: Het optimaliseren van gezinscoaching bij schoolverzuim

Hogeschool UCLL
2025
Evelyn
Slijters
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe gezinscoaches van De Plan-trekkers jongeren met schoolverzuim beter kunnen ondersteunen. Via literatuur over motivatie, weerstand en schoolverzuim, en praktijkonderzoek met jongeren, ouders en hulpverleners, wordt een krachtgerichte methodiek ontwikkeld: Steen voor steen sterker. Deze visuele tool helpt gezinscoaches om samen met het netwerk van de jongere in te zetten op herstel, motivatie en duurzame schoolbetrokkenheid.
Meer lezen

Psychosegevoeligheid

Thomas More Hogeschool
2025
Nele
Willems
  • Nina
    Ernst
  • Alix
    Van Linden
  • Shelly
    Colonne
  • Selma
    Taous
  • Berivan
    Kepenekli
In deze bachelorproef onderzoeken studenten Toegepaste psychologie hoe zij jongeren en niet- professionals kunnen ondersteunen, die zelf geen psychose ervaren, maar wel in contact staan met leeftijdsgenoten/ jongeren die dit wel doormaken. Het onderzoek richt zich op hoe deze jongeren beter kunnen worden geholpen in het herkennen van signalen van een psychose en in het omgaan met dergelijke situaties. Daarnaast wordt er ook gekeken naar hoe de medewerkers van vzw Erat hierin ondersteund kunnen worden.
Meer lezen

Ontwerpen van B.Stim: Een TES-headset met focus op gebruiksvriendelijkheid en personalisatie

Universiteit Gent
2025
Rune
Vandekerckhove
In deze masterproef werd B.Stim ontwikkeld: een gebruiksvriendelijk en
personaliseerbaar apparaat voor transcraniële elektrische stimulatie (TES), bedoeld voor
thuisgebruik bij de behandeling van therapieresistente depressie (TRD). Traditionele
behandelmethoden zoals antidepressiva en therapie in klinische setting zijn vaak
onvoldoende effectief, moeilijk toegankelijk of financieel belastend. TES vormt een
veelbelovend alternatief door op een veilige en niet-invasieve manier hersenactiviteit te
beïnvloeden, maar bestaande apparaten zijn vaak te complex of te weinig afgestemd op
individuele gebruikersnoden.
Binnen dit project werd een headset ontworpen die modulair, intuïtief en aanpasbaar is.
Via iteratief prototypen en gebruikersonderzoek werd een oplossing ontwikkeld die zowel
medische richtlijnen volgt als een hoge mate van autonomie toelaat voor de gebruiker. De
elektroden zijn vrij positioneerbaar, het ontwerp is ergonomisch, en de
gebruikersinterface begeleidt de gebruiker stap voor stap door het behandelingsproces.
De ontwerpaanpak combineerde de Triple Diamond en Biodesign methodologieën om
noden vanuit zowel medische als gebruikerscontexten te integreren.
De werking en bruikbaarheid van het ontwerp werden gevalideerd via gebruikstesten met
leken. B.Stim toont zo aan dat het mogelijk is om complexe medische technologie
toegankelijk te maken voor thuisgebruik, met als doel de geestelijke gezondheidszorg te
verbeteren.
Meer lezen

Slimme Omgevingen voor Kleine Patiënten: De invloed van virtual reality (VR) op angst in de pediatrische spoed-box

Hogeschool PXL
2025
Wasim
Vandepoel
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe Virtual Reality (VR) ingezet kan worden om angst bij kinderen tussen 6 en 12 jaar te verminderen tijdens hun verblijf op de spoedgevallendienst. Het onderzoek vertrekt vanuit de vaststelling dat angst een veelvoorkomend probleem is bij pediatrische patiënten, en dat technologische hulpmiddelen zoals VR mogelijk een positieve invloed kunnen hebben op hun beleving van medische procedures.
Via een combinatie van literatuurstudie, een CAT-analyse en een praktijkgerichte interventie werd nagegaan hoe VR kan bijdragen aan kindvriendelijke zorg. Daarnaast werd onderzocht hoe zorgverleners – waaronder verpleegkundigen, artsen en gastvrouwen – staan tegenover het gebruik van VR in hun dagelijkse praktijk. Uit de resultaten blijkt dat passieve educatie onvoldoende is om gedragsverandering te stimuleren. Een interactieve workshop, waarbij het spoedteam zelf de VR-bril kon uitproberen, leidde tot een duidelijke toename in kennis en bereidheid tot toepassing.
Hoewel VR momenteel nog niet actief wordt gebruikt op de spoedafdeling, toont deze studie aan dat er potentieel is voor implementatie. De bachelorproef levert concrete aanbevelingen en materialen aan, waaronder een protocol, handleiding en educatieve poster, om de introductie van VR in de pediatrische spoedzorg te ondersteunen.
Meer lezen

Ervaringen van moeders omtrent de bevalling met een ouder kind aanwezig.

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Amber
Hopstaken
Steeds meer vrouwen kiezen ervoor hun oudere kinderen aanwezig te laten zijn bij hun (thuis) bevalling. Dit onderzoek gaat in op de ervaringen en beweegredenen van moeders die deze keuze maakten. Via semigestructureerde interviews werd er diep ingegaan op hun verhalen en deze zijn vervolgens thematisch geanalyseerd. De resultaten tonen hoe persoonlijke waarden, gezinservaringen en de beleving van geboorte samenkomen in deze beslissing. Hoewel de studie kleinschalig is, biedt ze nieuwe inzichten die waardevol zijn voor verloskundigen en gezinnen.
Meer lezen

Een bed, een kans

Hogeschool VIVES
2025
Bart
Vergote
Ik deed een onderzoek naar hoe hulpverlening nu concreet vorm krijgt binnen het huidige BedBadBrood-principe binnen de West - Vlaamse Nachtopvang(-en). Daarnaast onderzocht ik hoe deze hulpverlening kan versterkt worden.
Meer lezen

De beleving van de partner van een transgender persoon na een genderbevestigende ingreep. Een kwalitatief onderzoek met de focus op relatie, intimiteit en seksualiteit.

KU Leuven
2025
Maximo
Meerschaut
In deze masterproef wordt de romantische en seksuele beleving van cisgender partners van een transgender persoon na het ondergaan van een genderbevestigende ingreep onderzocht. Eerder onderzoek toont aan dat er nog onvoldoende kennis is over de gevolgen hiervan op de partner en de partnerrelatie. Ook op andere levensdomeinen lijken nog enkele blinde vlekken, wat de nood aan onderzoek omtrent de beleving van de partners en diens specifieke noden en behoeften benadrukt. Deze masterproef werd opgezet met de ambitie meer inzicht te verwerven betreffende de beleving, noden en behoeften van deze partners, zodoende de toekomstige partnerzorg hierop beter kan worden afgestemd.
Dit onderzoek betreft een kwalitatieve studie middels zeven semigestructureerde interviews met cisgender partners van wie de trans partner de genderbevestigende operatie minimaal zes maanden geleden onderging. Alle interviews werden opgenomen, gepseudonimiseerd, getranscribeerd en handmatig geanalyseerd volgens het stappenplan van Braun en Clarke (2006) betreffende thematische analysemethode.
Deze thematische analyse resulteerde in vier centrale thema’s. Thema 1 benadrukt dat open communicatie een cruciaal aspect is binnen de relatie. De transitie werd als een emotionele rollercoaster ervaren, waarbij het opnemen van de verzorgende rol voor voldoening zorgde in een emotioneel belastende herstelperiode. Alle participanten vonden het vanzelfsprekend om er te zijn voor hun trans partner. Thema 2 gaat in op de gevolgen van de genderbevestigende ingreep, waarbij de partner soms een bijdrage kan leveren en een impact hebben op de operatiekeuze. Fertiliteit kwam af en toe ter sprake als een gevoelig thema, aangezien een natuurlijke zwangerschap meestal niet mogelijk is. In thema 3 wordt intimiteit gedefinieerd als “er voor elkaar zijn”, connectie, vertrouwen en samenzijn. Verschillende participanten gaven aan dat er geen veranderingen waren in emotionele intimiteit. Echter zijn er sommigen die aangeven dat dit geleid heeft tot een hechtere band. Seksualiteit werd dan weer benoemd als verlangen naar en het hebben van seks en genot. Postoperatieve seksualiteit werd ervaren als een ontdekkingstocht waarbij men met communicatie en voorzichtigheid het lichaam van de trans partner opnieuw gaat leren kennen. De verandering in seksueel script werd meermaals als positief ervaren. Thema 4 geeft de specifieke noden en behoeften doorheen de transitie aan, waarbij voornamelijk steun en betrokkenheid essentieel bleken. Uit de data bleek er ook een duidelijke informatiebehoefte, althans onmiddellijk na de ingreep, waarvoor een brochure werd gesuggereerd. Verder werd ook het gebrek aan lotgenotencontact beschreven, waarbij praatavonden als potentiële oplossing werden genoemd.
Deze bevindingen en terugkoppeling naar de literatuur zijn terug te vinden in de discussie sectie. Er kan geconcludeerd worden dat een genderbevestigende ingreep grote gevolgen heeft op diverse aspecten van de relatie, waaronder de relatiebeleving, fertiliteit en seksualiteit. In de periode onmiddellijk na de ingreep wordt een grote marge aan diverse gevoelens ervaren, waaronder angst, machteloosheid, maar ook dankbaarheid en een sterkere connectie. Echter kunnen deze gevoelens deels worden verlicht door het vervullen van de informatiebehoefte. Deze masterproef eindigt met een uiteenzetting van de beperkingen van het onderzoek, implicaties voor verder onderzoek en een samenvattende conclusie.
Meer lezen

Een innovatieve leerervaring in het zorgonderwijs - Escape room: Maurice De Groots laatste uur

Odisee Hogeschool
2025
Eline
Massart
  • Evelien
    Maes
In mijn praktijkonderzoek heb ik onderzocht hoe gamification, via een escape room, het leren kan stimuleren en het effect heeft op het kennisbehoud van leerlingen. Tijdens de activiteit hebben leerlingen opdrachten uitgevoerd die waren gebaseerd op theoretische kennis, waarna hun betrokkenheid, motivatie en kennisbehoud werden gemeten. De resultaten laten zien dat gamification niet alleen het leren leuker maakt en de betrokkenheid vergroot, maar ook een positief effect heeft op het onthouden en toepassen van de theoretische kennis.
Meer lezen