Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mandatory shifts in participatory food cooperatives: Members’ experiences and perceptions

KU Leuven
2026
Emma
Vannerom
  • Kobe
    Theylaert
Participatieve voedselcoöperaties streven ernaar duurzaam voedsel betaalbaarder te maken door hun leden te verplichten maandelijks enkele uren onbetaald werk te verrichten, waardoor de arbeidskosten dalen. Hoewel de bestaande literatuur over coöperaties veel aandacht besteedt aan de motivatie van leden om te participeren, is er weinig literatuur over participatie via verplichte shiften. De literatuur over vrijwilligerswerk benadrukt daarentegen hoe gevoelens van verplichting de motivatie negatief kunnen beïnvloeden. Daarnaast uiten sommige onderzoekers bezorgdheid over twee specifieke paradoxen in het model van participatieve voedselcoöperaties, namelijk het uitsluitende karakter van de shiften en hun onbedoelde gevolgen op macroniveau. Dit onderzoek bouwt voort op deze bestaande literatuur en maakt gebruik van gegevens uit 18 diepgaande interviews met leden van participatieve voedselcoöperaties in Vlaanderen en Brussel om de motivaties en percepties van leden te verkennen, evenals de paradoxen die in het model aanwezig zijn. De bevindingen benadrukken het belang van collectivistische motivaties, in het bijzonder het gemeenschaps- en eigenaarschapsgevoel dat leden ervaarden. De verplichte shiften bleken deze motivatie te versterken, omdat ze leden ertoe verplichten betrokken te blijven of een opstap bieden naar meer engagement. Hoewel leden de paradoxen van het model erkenden, zoals het uitsluitende karakter, bleven de meeste leden voorstander van de verplichte shiften, omdat zij deze shiften beschouwen als een cruciaal element van wat hun lidmaatschap waardevol maakt. Dit onderzoek draagt bij aan de bestaande literatuur door een beter inzicht te bieden in hoe leden verplichte vormen van participatie ervaren en door de houding van leden ten aanzien van de ethische paradoxen van participatieve voedselcoöperaties te verkennen.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Hoe kunnen geboortezorgteams in materniteiten in Vlaamse ziekenhuizen ondersteund worden om diversiteit bij moslima’s niet enkel als uitdaging, maar als opportuniteit te zien en te benutten tijdens hun begeleiding en zorgverlening op de materniteit?

Hogeschool VIVES
2026
Lize
Vantomme
  • Jasmine
    Planckaert
  • Amélie
    Huygens
  • Kiara
    Zwertvagher
Deze bachelorproef onderzoekt hoe cultuursensitieve zorg kan bijdragen aan een betere geboortezorgervaring voor moslima’s op de materniteit in Vlaanderen. Door de toenemende culturele en religieuze diversiteit worden vroedkundigen vaker geconfronteerd met uiteenlopende verwachtingen rond zwangerschap en bevalling, zoals privacy, bescheidenheid, familiebetrokkenheid en religieuze praktijken.

Het onderzoek vertrekt vanuit de ervaringen van zorgverleners en brengt in kaart welke uitdagingen zij ervaren in de dagelijkse praktijk, zoals taalbarrières, communicatieproblemen en onzekerheid rond het omgaan met religieuze en culturele verschillen. Tegelijk toont de studie aan dat deze diversiteit niet alleen als een moeilijkheid wordt gezien, maar ook als een kans om de zorg te verbeteren en de vertrouwensrelatie met patiënten te versterken.

Daarnaast wordt onderzocht welke ondersteuningsmiddelen momenteel beschikbaar zijn in ziekenhuizen, zoals interculturele bemiddeling en communicatietools, en in welke mate deze effectief worden toegepast. Hieruit blijkt dat er vaak een gebrek is aan structurele richtlijnen en opleiding rond cultuursensitieve geboortezorg.

Op basis van deze bevindingen werd een praktische toolbox ontwikkeld voor geboortezorgteams. Deze bevat onder meer een teamreflectietool, informatiemateriaal over culturele en religieuze aandachtspunten bij moslima’s, communicatiehulpmiddelen en praktische richtlijnen voor de dagelijkse praktijk.

De scriptie besluit dat cultuursensitieve zorg geen extra drempel hoeft te vormen, maar net een meerwaarde kan zijn voor zowel zorgverleners als patiënten, op voorwaarde dat er voldoende ondersteuning en structurele verankering aanwezig is binnen de zorgorganisatie.
Meer lezen

Key drivers and motivations for joining and participating in agricultural marketing cooperatives: The impact of farm size

KU Leuven
2025
Jef
Desmedt
  • Ariël
    Verschueren
  • Laurens
    Fievet
This thesis investigates the motivations and barriers that shape farmers’ participation in agricultural marketing cooperatives, with a focus on how farm size influences these dynamics. While established literature highlights economic, social, and governance-related drivers of participation, less is known about how these are perceived and prioritised by farmers of varying scales. Drawing on the Mutual Incentives Theory and elements of Self-Determination Theory, this study uses qualitative interviews with a diverse group of Flemish fruit and vegetable producers to explore motivational variation. Findings show that smaller farmers often highlight the cooperative’s stabilising role and deem their membership as critical, while larger farmers adopt a more strategic stance, valuing efficiency, autonomy, and access to alternative sales channels. Furthermore, the study reveals how collectivistic incentives, such as shared goals, are frequently internalised as individual business advantages. Ambitious, growth-oriented farmers, in particular, reported tensions between their entrepreneurial drive and the cooperative’s collective framework. This study contributes to the literature in three ways: by documenting how member motivations are interpreted through the lens of farm scale; by refining theoretical models of participation to account for strategic constraints; and by highlighting how motivation is shaped by context-specific perceptions, not fixed categories. These insights provide a more nuanced understanding of cooperative participation and offer broader relevance for motivation theory in collective organisational forms.
Meer lezen

Framinganalyse van de zij-instromer in de Vlaamse pers tussen januari 2022 en juli 2025

KU Leuven
2025
Charlotte
Wright
In dit onderzoek werd nagegaan welke frames de Vlaamse kranten De Morgen, De Standaard, De Tijd, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en het magazine Knack hanteren in hun berichtgeving over de zij-instromer tussen januari 2022 en juli 2025. Hiervoor werd een kwalitatieve, inductieve framinganalyse uitgevoerd. Naast deze centrale onderzoeksvraag werden ook twee deelvragen onderzocht. De eerste deelvraag richtte zich op mogelijke verschillen in de gebruikte frames tussen de
verschillende jaren binnen de onderzoeksperiode. De tweede deelvraag ging na hoe de frames verschillen tussen de kwaliteitsmedia (De Morgen, De Standaard, De Tijd en Knack) en de populaire media (Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad).

Uit het onderzoek kwamen vier frames naar voren die het beeld van de zij-instromer in de Vlaamse pers tussen 2022 en midden 2025 vormgeven: ‘de uitvaller’, ‘de extra belasting’, ‘de meerwaarde’ en ‘de betekeniszoeker’. De eerste twee frames schetsen een eerder negatief beeld van de zij-instromer, terwijl de laatste twee frames juist een positief beeld uitdragen. Alle vier de frames kwamen terug in elk van de onderzochte jaren en waren aanwezig in zowel de kwaliteitsmedia als de populaire media.
Meer lezen

The prevalence of Salmonella Dublin in Alberta’s dairy herds: A comparison between 2022 and 2024

Universiteit Gent
2025
Jessie
van Heumen
  • Waseem
    Shaukat
Zowel in 2022 als 2024 zijn er 454 boerderijen getest op Salmonella Dublin, in Alberta, Canada. De boerderijen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, waaronder Hutteriet en niet-Hutteriet. Hieruit bleek dat Hutteriet boerderijen eerder een daling van het voorkomen van de bacterie vertoonde in 2024 ten opzichte van 2022. Niet-Hutteriet boerderijen een stijging en een frequente verandering van status. De manier waarop een boerderij georganiseerd is speelt mee in hoe een bacterie zich verspreid.
Meer lezen

Game of Tones A longitudinal analysis of media tone towards political parties in Flemish newspapers (2004-2024)

Universiteit Antwerpen
2025
Janne
Verschraegen
Hoe politieke partijen in de media worden voorgesteld, beïnvloedt hoe burgers hen waarnemen, beoordelen en uiteindelijk ook stemmen. Evaluatieve toon functioneert daarbij als een belangrijke interpretatieve shortcut. Deze studie onderzoekt hoe de toon van nieuwsberichtgeving over Vlaamse politieke partijen geëvolueerd is tussen 2004 en 2024, en in welke mate er structurele verschillen bestaan tussen partijen en tussen kranten.

Met behulp van een RoBERTa-taalmodel wordt op zinsniveau het sentiment gemeten in meer dan 275.000 artikels uit zeven Vlaamse kranten. De analyse toont dat negatieve berichtgeving structureel overheerst, maar dat deze geleidelijk is afgenomen over de tijd. Tegelijkertijd worden systematische verschillen vastgesteld tussen partijen en tussen kranten. Vlaams Belang en N-VA worden over de hele periode het meest negatief voorgesteld, terwijl Groen vaker voorkomt in positieve contexten. Kwaliteitskranten zoals De Morgen, De Standaard en De Tijd zijn in het algemeen kritischer dan populaire kranten zoals Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. Opvallend is dat die kwaliteitskranten relatief minder negatief zijn over Vlaams Belang dan de populaire kranten.

Hoewel alle partijen een lichte afname in negativiteit vertonen, daalt het negatieve sentiment tegenover Vlaams Belang het sterkst, wat mogelijk wijst op een proces van normalisering. PVDA vormt hierop een uitzondering: de partij is de enige waarvoor het negatieve sentiment (licht) toeneemt over de tijd. Beperkingen van het onderzoek liggen in het feit dat het model niet gefinetuned werd op de Vlaamse politieke context, en dat de analyse geen objectieve maatstaf hanteert voor bias, maar enkel patronen van toon in kaart brengt. Toekomstig onderzoek kan nagaan welke factoren bijdragen aan verschillen in toon, bijvoorbeeld door te controleren voor electorale macht, partijcommunicatie en issue coverage.
Meer lezen

MEDISCHE PODCASTS ALS LEERMIDDEL BINNEN DE GENEESKUNDE: LUISTERPLEZIER OF OOK EEN LEEREFFECT?

Universiteit Gent
2025
Lotte
De Rick
  • Annelien
    Lombaert
Deze masterproef onderzocht of medische podcasts een effectief leermiddel zijn voor zorgprofessionals. Op basis van een literatuurstudie werden 33 relevante studies geanalyseerd. De meeste studies betrokken studenten geneeskunde en artsen in opleiding.

De resultaten tonen dat podcasts sterk gewaardeerd worden om hun toegankelijkheid, flexibiliteit en leerwaarde. Ze leiden bovendien tot kennisverwerving en -behoud, en soms ook tot zelfgerapporteerde veranderingen in klinisch handelen. Er is echter nog geen bewijs dat podcasts invloed hebben op klinische of patiënt-gerapporteerde uitkomsten.
Meer lezen

High-Throughput CCSDS Baseband Modem with GPU Support for Satellite SDR Modem Application

KU Leuven
2025
Tijn
De Wever
Satellietcommunicatiesystemen hebben af te rekenen met verschillende vormen van interferentie en vereisen robuuste communicatiemethoden om betrouwbare dataoverdracht te kunnen garanderen. Dit leidt tot extra complexiteit bij zowel de zender als de ontvanger, die hiervoor vaak specifieke hardware nodig hebben om rekenintensieve bewerkingen uit te voeren. Software-defined radio (SDR) modems vormen een software-gebaseerde alternatief dat meer flexibiliteit biedt. Het nadeel is echter dat ze doorgaans minder goed presteren.

Deze thesis onderzoekt of een graphics processing unit (GPU) ingezet kan worden om een snellere dataverwerking toe te laten in een SDR-modem, met als doel de prestaties aanzienlijk te verbeteren. De focus ligt hierbij op een suppressed carrier demodulator, een veelgebruikte maar rekenintensieve stap binnen SDR-ontvangers.

Er werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de werking van de suppressed carrier demodulator, een belangrijke stap bij het optimaliseren ervan. Daarnaast werd de GPU-technologie bestudeerd, met aandacht voor architectuur, geheugenhiërarchie, programmeermodellen en de selectie van een geschikte GPU-kaart. SYCL werd gekozen als programmeermodel vanwege zijn flexibiliteit, platformonafhankelijkheid en ontwikkeld ecosysteem.

De bestaande demodulator werd geanalyseerd om knelpunten en kritische componenten in kaart te brengen. Op basis daarvan zijn twee parallellisatiestrategieën voorgesteld, elk met een verschillend niveau van parallelisme. Voor één van deze strategieën werd een proof of concept ontwikkeld, waarbij vier belangrijke componenten van de demodulator werden geparallelliseerd. Aan de hand van testbenches werden deze componenten afzonderlijk geëvalueerd. Hierbij werd het potentieel van GPU-parallellisatie duidelijk aangetoond, met snelheidsverbeteringen tot 12,5 keer onder de typische werkomstandigheden van de demodulator. Tijdens de integratie in de demodulator werd echter een onverwachte overhead vastgesteld, wat de prestaties negatief beïnvloedde. Door deze te compenseren werd de snelheidslimiet van 8 Msym/s op 11 Msym/s gebracht, wat overeenkomt met een versnelling van 37,5%.

Ondanks de beperkte prestatiewinst bij de integratie, toonden de afzonderlijke componenten aan dat door GPU-parallellisatie aanzienlijke datasnelheden behaald kunnen worden. De aparte componenten zijn momenteel al in staat tot deze hogere prestaties, maar worden beperkt door de architectuur van de demodulator. Deze studie vormt daarmee een stevige basis voor verdere ontwikkeling, waarbij het upgraden van dit proof of concept naar de tweede parallellisatiestrategie aanbevolen wordt om het volledig potentieel van de GPU te benutten.
Meer lezen

Hoe komt Just Resilience aan bod in klimaatadaptatiebeleid? Een analyse van procedurele rechtvaardigheid in Belgisch waterbeheerbeleid

Universiteit Gent
2025
Eva
Shaw
Naarmate de klimaatverandering toeneemt, wint het concept Just Resilience aan terrein als een benadering die rechtvaardigheid wil integreren in klimaatadaptatie. Deze thesis onderzoekt één belangrijke dimensie van Just Resilience: procedurele rechtvaardigheid, die betrekking heeft op de eerlijkheid en inclusiviteit van beleidsprocessen.

Met België als casus, een land dat geconfronteerd wordt met toenemende, aan water gerelateerde klimaatuitdagingen, onderzoekt de studie in welke mate procedurele rechtvaardigheid is ingebed in het waterbeheerbeleid, met bijzondere aandacht voor twee kwetsbare groepen: landbouwers en personen met een lage sociaaleconomische status.

Via een mixed-methods benadering, die documentanalyse combineert met semigestructureerde interviews op verschillende bestuursniveaus, beoordeelt het onderzoek hoe de belangrijkste indicatoren van procedurele rechtvaardigheid (i.e, participatie, inclusie, transparantie, consistentie, ethiek/vertrouwen en erkenning van impact) zowel in theorie als in de praktijk worden toegepast.

De bevindingen tonen aan dat, hoewel beleidskaders en -documenten procedurele rechtvaardigheid soms in principe erkennen, de feitelijke uitvoering beperkt en gefragmenteerd blijft. Kwetsbare groepen worden onvoldoende betrokken bij het vormgeven van het beleid dat hen het meest raakt. Deze beperkte betrokkenheid neemt vaak de vorm aan van symbolische of eenmalige consultaties, zonder wezenlijke invloed of blijvende deelname.
Daardoor ontstaat een kloof tussen formele toezeggingen rond participatie en de daadwerkelijke ervaringen van de meest getroffen groepen, wat wijst op een blijvende procedurele lacune binnen het waterbeheer en, ruimer gezien, binnen het klimaatadaptatiebeleid.

De thesis concludeert dat het dichten van deze kloof vraagt om sterkere participatiestructuren en een betekenisvollere betrokkenheid van kwetsbare groepen gedurende het volledige beleidsproces. Ze eindigt met een oproep tot een diepere ethische en politieke inzet voor werkelijk inclusieve klimaatadaptatie.
Meer lezen

“Kleine geluksmomentjes in het proces naar wie dat je bent”: De gendereuforische ervaringen van Vlaamse trans jongvolwassenen

Universiteit Gent
2025
Lukas
Deleu
Machtige medische instituties hebben de focus in transgenderstudies en andere domeinen van het sociale leven gelegd bij genderdysforie van trans mensen. Critici stellen dat deze focus eenzijdig, schadelijk en ontmenselijkend werkt. Vanuit de marge pleiten trans individuen voor het gebruik van de term gendereuforie. Gendereuforie verwijst naar positieve gevoelens, emoties, ervaringen en handelingen die verband houden met een bepaalde genderbeleving. Bestaande academische literatuur richt zich tot nu toe op Engelstalige westerse landen. Deze studie onderzoekt hoe transgender jongvolwassenen in Vlaanderen gendereuforie ervaren. Dit gebeurt via een kwalitatief onderzoek met vijftien semigestructureerde interviews. De data-analyse leverde drie thema’s op: (1) betekenissen van gendereuforie, (2) bronnen van gendereuforie, (3) impact van gendereuforie. Resultaten tonen aan dat gendereuforie een diep persoonlijke, veelzijdige en essentiële ervaring vormt voor trans jongvolwassenen. Het draagt bij aan hun mentaal, fysiek en sociaal welzijn. Deze studie benadrukt het belang om gendereuforie te erkennen en te bevorderen.
Meer lezen

Suffering in Silence: Trauma Resolution and Care in the Work of Annabel Pitcher

Vrije Universiteit Brussel
2025
Lisa
Heyvaert
Deze thesis onderzoekt hoe in het werk van de Britse kinderauteur Annabel Pitcher de verwerking van trauma beïnvloed wordt door zorg en verschillende copingstrategieën. Pitchers oeuvre getuigt van de groeiende culturele belangstelling voor trauma en de verbale representeerbaarheid ervan. Via close reading werden haar vier romans, die nog niet samen behandeld zijn, vergeleken aan de hand van inzichten uit de traumatheorie, zorgethiek en narratologie. De analyse toont aan dat het genezingsproces van Pitchers jonge vertellers/focalisators initieel belemmerd wordt door hun onvermogen om hun gevoelens te delen met hun medepersonages en door de onopgeloste trauma’s van hun ouders, wier zorgverlening daardoor negatief beïnvloed wordt. Uiteindelijk slagen de jonge protagonisten erin om positieve verandering teweeg te brengen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. Pitchers oeuvre belicht zo het vermogen van kinderen om zorg te verlenen en benadrukt de rol van hun (narratieve) agency in hun eigen rouwproces.
Meer lezen

“Think about the lives you are going to change”: egg donors’ narratives on blogs hosted by commercial recruitment agencies and fertility clinics

Universiteit Gent
2025
Siri
Hellin
Egg donors may face substantial health risks, making it essential that they receive comprehensive information to ensure valid informed consent. Additionally, altruistic narratives reinforce traditional gender norms, which may shape perceptions of who is seen as a ‘suitable’ donor. In light of these challenges, this study examined in what ways egg donor narratives are represented in blogs on websites of commercial recruitment agencies and fertility clinics. A thematic analysis of 43 blogs revealed four major themes: ‘Bloggers encouraging others to donate’, ‘The recipients as the focus points in bloggers’ stories’, ‘Bloggers constructing their identity’ and ‘Nothing negative to say about agencies and/or clinics’. The findings show that bloggers internalised and reinforced an altruistic, gendered and economic discourse. While further research is needed, this study offers valuable insights into the ways egg donor narratives are represented on commercial recruitment agencies and fertility clinic websites.
Meer lezen

Socio-economische mobiliteit op de werkvloer: een kwalitatief onderzoek naar de werkervaring van sociale stijgers met een lage SES-achtergrond

Universiteit Gent
2025
Cynthia
Maes
  • Mikay
    De Jaeger
Kwalitatief onderzoek naar de werkervaringen van sociale stijgers, op basis van 51 diepte-interviews.
Meer lezen

Communicatiestrategieën op de medische dienst van asielcentra van Fedasil

KU Leuven
2025
Freya
Moonen
Vlotte toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg is een grondrecht van elk mens. Om tot goede gezondheidszorg te komen, moet er echter goede communicatie zijn tussen arts en patiënt. In asielcentra kan dat problematisch zijn. De masterproef Communicatiestrategieën op de medische dienst van de asielcentra van Fedasil bestudeert het verloop van communicatie tussen asielzoekers en hulpverleners in asielcentra, om zo de meest kenmerkende aspecten ervan en de obstakels in de communicatie te kunnen uitlichten. Het onderzoek gebeurt op basis van paradigma’s uit de Language as social interacition (LSI)-theorie, in de vorm van een illustrative case-study. Uit het onderzoek komen vier belangrijke terugkerende obstakels naar voren: fluctuerende taalbarrières, false fluency, een moeilijke omgang met de voice of lifeworld en wisselingen in participation framework en rolverdeling. Deze obstakels kunnen goede gezondheidszorg in de weg staan. Mogelijk zouden een grotere inzet van professionele tolken en vormingen in LSI-sensitiviteit voor artsen deze moeilijkheden kunnen verzachten.
Meer lezen

Populierenhout als constructiehout

HOGENT
2025
Indy
Verheyen
Winnaar NBN Sustainability Award
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe lokaal populierenhout kan worden ingezet als constructiehout in Vlaanderen. Populier is een van de meest voorkomende boomsoorten in het Vlaamse landschap, maar wordt slechts beperkt benut in de bouwsector. De heersende perceptie van lage kwaliteit, gecombineerd met onduidelijke normatieve kaders, belemmert een brede marktintroductie.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan lokaal populierenhout op een praktische en haalbare manier beschikbaar worden gesteld als constructiehout voor bouwbedrijven in Vlaanderen? Om deze vraag te beantwoorden werd een combinatie van methodes toegepast. Enerzijds werd een literatuurstudie uitgevoerd met focus op bosinventarisgegevens, mechanische eigenschappen en houtstromen. Anderzijds werden kwalitatieve gegevens verzameld via gesprekken, werkbezoeken en sectorale studiedagen, die inzichten boden in marktpercepties en praktische haalbaarheid. Bovendien werd een prototype ontwikkeld: een cross laminated timber (CLT)-paneel uit populier, opgebouwd uit drie kruislings verlijmde lagen en verbonden met Lignoloc®-houten nagels en een tand-en-groefverbinding. Dit prototype illustreert hoe de houtsoort kan worden toegepast in modulaire wandsystemen.
De resultaten tonen dat populierenhout mechanisch vergelijkbaar is met gangbare naaldhoutsoorten zoals vuren en grenen, mits correcte dimensionering en toepassing. Ecologisch scoort populier sterk dankzij de korte rotatieperiode, de hoge CO₂-opslag en de lokale beschikbaarheid. Toch blijven de praktische toepassingen beperkt door normatieve onzekerheden en een negatief imago in de sector.
Dit onderzoek bevestigt dat populier, mits verdere normatieve erkenning en bewustmaking bij bouwactoren, kan uitgroeien tot een waardevolle en duurzame grondstof in circulaire bouwmodellen.
Door de combinatie van lokale beschikbaarheid, korte rotatiecycli en de mogelijkheid tot verwerking in circulaire bouwsystemen draagt populier niet alleen bij aan een versterking van de Vlaamse houtsector, maar ook aan de realisatie van bredere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen.
Meer lezen

Obstetrisch geweld in Sub-Saharaans Afrikaanse en Europese contexten. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniale feministische lens.

Universiteit Gent
2025
Yana
Demey
Obstetrisch geweld en respectvolle geboortezorg staan op de agenda van overheden en internationale vrouwen- en gezondheidsorganisaties, met name in lage- en middeninkomenslanden. Obstetrisch geweld is een vorm van gendergerelateerd en medisch geweld dat historisch voortkomt uit genderongelijkheid, de ontwikkeling van de biomedische wetenschap en koloniale verhoudingen. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniaal feministische lens waarbij 25 gepubliceerde gezondheidsonderzoeken werden geanalyseerd, toont hoe het concept van respectvolle geboortezorg een vorm van kolonialiteit inhoudt, obstetrisch geweld als een kleurenblind concept wordt toegepast en hoe de epistemische kennis van bevallende vrouwen niet of nog onvoldoende erkend wordt.
Meer lezen

En ik dan? Het kindperspectief in de context van opvoeding en gezin in de provincie Antwerpen bij kinderen van 6 tot 8 jaar

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zoë
Ryckeboer
Deze masterproef onderzoekt hoe kinderen van 6 tot 8 jaar hun gezin beleven. Vaak wordt vooral geluisterd naar ouders of leerkrachten, maar zelden naar de kinderen zelf. Daarom werd het kind hier als primaire informant benaderd.

Honderd kinderen uit het regulier basisonderwijs in de provincie Antwerpen namen deel aan het onderzoek. Met behulp van de Familie Relatie Test – een speels maar genormeerd testinstrument waarbij kinderen gevoelens met kaartjes toewijzen aan gezinsleden of aan de fictieve figuur Meneer Niemand – werd hun perspectief op een kindvriendelijke manier in kaart gebracht. Ouders en leerkrachten vulden daarnaast vragenlijsten in over opvoedingsgedrag, gezinsfunctioneren en het sociaal-emotioneel functioneren van het kind.

De resultaten toonden dat kinderen zich het sterkst verbonden voelden met hun moeder, gevolgd door siblings en daarna vader. Moeder kreeg ook de meeste positieve gevoelens en afhankelijkheid toegeschreven. Negatieve gevoelens werden vooral geuit via Meneer Niemand. Daarnaast kwamen duidelijke verschillen naar voren afhankelijk van siblingpositie, gezinssamenstelling, aantal siblings en cognitief of sociaal-emotioneel functioneren.

Deze studie bevestigt dat het perspectief van kinderen unieke inzichten biedt in de dynamiek van gezinsrelaties. Dit perspectief is niet alleen van belang voor wetenschappelijk onderzoek, maar kan ook leerkrachten, ouders en hulpverleners helpen om kinderen beter te ondersteunen.
Meer lezen

Hunting the internal magnetic field of the β Cep HD 192575

KU Leuven
2025
Jelle
Vandersnickt
Sterren zijn er van alle formaten: van kleine, lichte sterren zoals onze Zon tot sterren tientallen of zelfs honderdtallen keer zwaarder. Zware sterren spelen een belangrijke rol in het universum. Ze produceren namelijk alle elementen van helium tot ijzer. Na hun relatief korte levensduur van ongeveer 10 miljoen jaar sterven ze in een indrukwekkende supernova. Ze laten dan een neutronenster of zwart gat achter: mysterieuze objecten die zwaartekrachtgolven kunnen voortbrengen. Het bestuderen van zware sterren is dus relevant voor vele aspecten van de astrofysica.

Asteroseismologie bestudeert de opbouw van sterren door het meten van sterbevingen. Net zoals aardbevingen een verhaal vertellen over de binnenkant van de Aarde, geven sterbevingen informatie over de structuur van sterren. Ondanks de belangrijke rol die zware sterren spelen, zijn er nog maar enkelen in detail bestudeerd aan de hand van asteroseismologie.

Deze thesis rapporteert over de eerste gedetailleerde asteroseismische studie van een zware ster die rekening houdt met een intern magnetisch veld. De zware ster in kwestie, HD192575, vertoont een patroon in zijn sterbevingen dat nog niet volledig begrepen was. Deze thesis onderzoekt of dit afwijkend patroon een gevolg kan zijn van een intern magnetisch veld in de ster. Vertrekkende van bestaande modellen van HD192575 modelleren we de effecten van rotatie en magnetisme op de sterbevingen en zoeken we de best passende modellen.

We vonden dat het patroon in de sterbevingen best verklaard kan worden door de combinatie van rotatie en een magnetisch veld. Wat opvalt is dat de ster draait rond een andere as dan de magnetische as tussen de noord- en zuidpool van het magnetische veld. De bekomen rotatiesnelheid van de ster sluit nauw aan bij vorige resultaten en de waarden van het magnetische veld zijn in lijn met verwachtingen uit de theorie. Dit werk presenteert de eerste asteroseismische modellering ooit van een zware ster met zowel rotatie als een intern magnetisch veld. De resultaten zijn een eerste stap naar breder onderzoek over magnetische velden in zware sterren. Dit zal tot nieuwe inzichten leiden in de evolutie en rotatie van zware sterren.
Meer lezen

Door de huid heen: Performancekunst en de radicale esthetiek van pijn op de Duystere Markt

KU Leuven
2025
Lies
Bogaerts
Mijn scriptie/thesis onderzoekt hoe pijn en lichaamsmodificatie binnen performancekunst, en specifiek op de Duystere Markt, bewust worden ingezet als artistiek en ritueel middel. Ik toon hoe het lichaam zo fungeert als medium voor expressie, transformatie en verbondenheid, en hoe dit ons denken over kunst en identiteit verruimt.
Meer lezen

t' Vroetwijf met cloecken verstande. Een genderhistorische analyse van t'Boeck vande Vroet-Wijfs van Maarten Everaert uit de late zestiende eeuw.

Universiteit Gent
2025
Marthe
Clymans
Dit onderzoek bekijkt hoe man-vrouw verhoudingen aan bod komen in t’ Boeck vande Vroet-Wijfs. Dat werd geschreven door Maarten Everaert in de late zestiende eeuw. Aan de hand van een discoursanalyse onderzoekt de scriptie hoe mannelijke inmenging in de geneeskundige zorg terug te vinden is in een handboek voor vroedvrouwen. In het inleidend deel kadert de thesis de bron aan de hand van de auteur en het doelpubliek, de situatie van vroedvrouwen in de zestiende eeuw en de theorieën die het onderzoek ondersteunen. Het betoog is opgebouwd aan de hand van vier stadia waarbij de taak van de vroedvrouw beschreven wordt: preconceptionele fase, zwangerschap, bevalling en de postpartumzorg. Uit deze analyse blijkt dat er een verschil is in hoe Everaert zwangere vrouwen en vroedvrouwen beschrijft. Het onderzoek ent zich op verschillende vakgebieden en pleegt daartoe een bijdrage. Zo blijkt dat abortus een gangbare praktijk was en verbloemd werd, maar ook dat vroedvrouwen wel degelijk taken tijdens de bevalling mochten uitvoeren, zoals het gebruiken van operatieve instrumenten, die in de literatuur eerder aan mannen worden gekoppeld. Waar de bewegingsvrijheid van de zwangere vrouw in t’ Boeck van de Vroet-Wijfs uitermate beperkt wordt, krijgt de vroedvrouw veel beslissende en uitvoerende rollen toegelegd. Het onderzoek legt veel spanningsvelden in één van de eerste handboeken voor vroedvrouwen bloot. De verhoudingen tussen praktische en theoretische kennis, mannelijke en vrouwelijke zorgers en verschillende vrouwen onderling lagen nog niet vast en in die ruimte kon dit handboek ontstaan.
Meer lezen

AUTONOME MONITORING VAN 5G RADIOFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDBLOOTSTELLING MET EEN QUADCOPTER

Universiteit Gent
2025
Jonas
Vermeulen
Deze masterproef beschrijft de ontwikkeling van een autonome quadcopter uitgerust met een frequentieselectieve triaxiale 5G-sensor voor het meten van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV). Het doel was om de blootstelling rond 5G-basisstations nauwkeurig en reproduceerbaar in kaart te brengen. Naast de bouw en kalibratie van het dronesysteem werden ook interferentie door boordelektronica en afschermingseffecten van de drone onderzocht. In een veldcampagne vloog de drone een 2D-raster en visualiseerde de resultaten via heatmaps, met piekwaarden tot 4,25 V/m. Het onderzoek toont aan dat drones een efficiënte, autonome en transparante oplossing bieden voor RF-EMV-monitoring in 5G- en toekomstige 6G-netwerken
.
Meer lezen

Compensatie in Transnationale Infrastructuur - Een stedenbouwkundige lezing van de impact van de Brenner Basistunnel

KU Leuven
2025
Colomba
Guerzoni-Verschuere
De Alpen vervullen een dubbele rol: ze zijn tegelijk leverancier van water en energie voor een groot deel van Europa én een barrière in het hedendaagse verkeer van goederen en diensten. Vooral in doorgangen zoals de Brennerpas wordt dit zichtbaar. Jaarlijks passeren er meer dan twee miljoen vrachtwagens, waardoor de regio al begin jaren 2000 tot luchtsaneringsgebied werd uitgeroepen vanwege de hoge emissies en gezondheidsproblemen. Dit intensieve gebruik leidt niet alleen tot luchtvervuiling, maar ook tot aantasting van ecosystemen door de aanleg van steeds meer infrastructuur in het kader van handel en toerisme.
In een tijd waarin onze klimaatcrisis de nood aan duurzamere vervoersvormen benadrukt, wordt de spoorweg vaak naar voren geschoven als alternatief voor auto- en luchtverkeer. Zo ontstond ook de introductie van de Brenner Basistunnel (BBT), een 64 km lange spoorwegtunnel die Oostenrijk en Italië zal verbinden en het vrachtverkeer uit de Alpenvalleien wil halen. De BBT maakt deel uit van het algehele Europese TEN-T-netwerk dat een samenhangende, grensoverschrijdende infrastructuur moet creëren tegen 2050. Toch kampt het project met jarenlange vertragingen en hoge complexiteit en rijzen er fundamentele vragen op over de daadwerkelijke bijdrage aan ecologische en sociale vooruitgang, in vergelijking met politieke en economische belangen.
Hoewel spoorwegen vaak als ‘groen’ alternatief worden gepresenteerd, brengen megaprojecten als de BBT een enorme ecologische voetafdruk met zich mee. De bouw vraagt energie-intensieve materialen, breekt ecosystemen af en veroorzaakt fragmentatie van habitats. Ze lijken ingebed te zijn in een neoliberaal systeem waarin economische groei en snelheid vaak boven duurzaamheid en algemeen belang worden geplaatst. De belofte van emissiereductie staat dus tegenover de realiteit van natuurvernietiging, sociale spanningen en versterking van consumptie en toerisme, in een kwetsbare regio dat de gevolgen niet zal kunnen dragen.
Onderzoeken en interviews tonen aan dat de maatschappelijke aanvaarding van het project verdeeld is. Terwijl sommigen de tunnel zien als noodzakelijk voor duurzame mobiliteit, vrezen anderen een toename van toeristische druk, verlies van natuur en twijfels rond de modal shift. De paradox is er; een project dat ecologische versnippering wil vermijden, draagt er door zijn bouwproces zelf al decennialang aan bij.
De problematiek van de BBT overstijgt de Alpen en raakt aan bredere vraagstukken over hoe grootschalige infrastructuurprojecten onze leefomgeving vormgeven. Ze belichamen de spanning tussen restauratie en destructie, tussen economische ontwikkeling en ecologische draagkracht. Natuurcompensatie wordt in deze gevallen steeds vaker ingezet als strategisch instrument om maatschappelijke aanvaarding te verkrijgen. Deze ‘ruilhandel’ met landschappen roept echter de vraag op of natuur werkelijk vervangbaar is, en wat dit betekent voor mens én niet-menselijke actoren.
De casus van de BBT toont aan dat infrastructuur geen neutrale ingreep is, maar een ideologische praktijk die diep ingrijpt in ecologische, sociale en politieke structuren. Vergelijkbare projecten beloven elk een duurzamere toekomst via infrastructuur. Maar de kernvraag blijft; rechtvaardigt het doel de middelen? Kunnen we bouwen zonder af te breken?
Meer lezen

Hoe maken we scholen autismevriendelijk voor leerkrachten? Een interviewstudie met autistische leerkrachten uit het secundair onderwijs in Vlaanderen.

Universiteit Gent
2025
Wim
Delanoy
Er wordt veel geschreven over het lerarentekort en over diversiteit in de klas, maar zelden krijgen leerkrachten met autisme hierin een stem. Deze onzichtbare - en tegelijk onmisbare - groep neurodiverse leerkrachten houdt mee het Vlaamse onderwijs recht. Deze interviewstudie (uitgevoerd door een autistische leerkracht in opleiding) stelt daarom de vraag aan hen. Hoe kunnen we scholen meer autismevriendelijk maken voor leerkrachten? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden nemen we een semigestructureerd interview af bij 8 leerkrachten met autisme, werkzaam in het Vlaamse secundair onderwijs. De thematische analyse van de interviews levert 5 grote thema’s op. Vooreerst verwoorden de geïnterviewde leerkrachten dat er in scholen nog steeds stereotiep gekeken wordt naar autisme, zowel bij leerkrachten als bij leerlingen, en dat het stigma hieromtrent bij deze leerkrachten leidt tot gevoelens van schuld, schaamte en angst. Ook type 9 scholen, waar de helft van de geïnterviewde leerkrachten werkt (of werkte), ontsnappen hier niet aan. Verder komt het les geven van deze leerkrachten opvallend weinig aan bod – dit loopt doorgaans goed. Wel zorgen de niet les gerelateerde activiteiten - zoals vergaderingen, toezichten, uitstappen - voor veel stress, en dit met een fatalistische ondertoon. Voorts geldt de uitspraak dat leerkracht zijn niet eindigt bij de laatste schoolbel nog meer voor leerkrachten met autisme. Enerzijds besteden deze leerkrachten veel privétijd aan ontprikkelen, en anderzijds zoeken zij professionele begeleiding in diezelfde privétijd, al dan niet gecombineerd met vooral prikkeldempende medicatie. Tenslotte geven de leerkrachten aan dat zij wel empathisch en creatief zijn, en dit volledig tegen de nog heersende stereotiepe kijk op autisme in. Ook zijn zij fier op hun sensorisch talent tot een volgehouden hyperfocus (monotropisme). Overeenkomstig het bovenstaande vragen de leerkrachten eerst en vooral een stigma doorbrekende beeldvorming – psycho-educatie – binnen de scholen omtrent autisme. Voorts is een bijzondere aandacht voor niet les gerelateerde activiteiten aangewezen, want het is daar waar de leerkrachten met autisme het meeste energie verspillen en zelfs kapot gaan. Ook vragen de leerkrachten om van scholen een meer prikkelluwe omgeving te maken, waarbij de vraag naar een stille lerarenkamer het luidst weerklinkt. Een vorm van structureel mentorschap binnen de schoolomgeving is eveneens belangrijk. Tenslotte vragen de leerkrachten ruimte voor en erkenning van hun bijzondere interesses en talenten. We hebben deze inzichten samengevat in vijf pijlers voor een autismevriendelijke school. We zijn ervan overtuigd dat het toepassen van deze vijf pijlers niet alleen ten goede komt aan leerkrachten en leerlingen met autisme, maar ook aan diegenen zonder. Sterker nog, we durven te stellen dat deze vijf pijlers essentieel zijn in alle organisaties waar mensen met en zonder autisme samenwerken, en bijdragen aan een meer inclusieve autismevriendelijke samenleving als geheel.
Meer lezen

Beyond Self-Assessment: Exploring Student-Teacher Agreement on Social and Emotional Skills (SEMS) Using the Too Little/Too Much (TLTM) Scale

Universiteit Gent
2025
Jana
De Smedt
Context
De sociaal-emotionele vaardigheden (SEMS) van leerkrachten worden steeds vaker erkend als essentieel voor het creëren van een positieve klasdynamiek. Toch baseert onderzoek zich doorgaans op zelfrapportage door leerkrachten om deze vaardigheden te meten.

Nieuwheid
Deze scriptie introduceert een leerlinggebaseerde evaluatie met behulp van de ‘Too Little/Too Much’-schaal (TLTM) en onderzoekt de mate van overeenstemming (self-other agreement, SOA) tussen SEMS beoordelingen door leerlingen en leerkrachten. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre deze overeenstemming – of het gebrek daaraan – verband houdt met de houding van leerkrachten ten aanzien van ontvangen feedback.

Methode
Gegevens werden verzameld bij 65 leerkrachten en 866 leerlingen uit het secundair onderwijs in Vlaanderen, verspreid over twee meetmomenten. Via exploratieve factoranalyse (EFA) werd de structuur van de TLTM-schaal onderzocht. Vervolgens werden correlaties en multilevel regressiemodellen gebruikt om de overeenstemming tussen leerkracht- en leerlingbeoordelingen van SEMS in kaart te brengen. Tot slot werd met lineaire regressiemodellen nagegaan in welke mate waargenomen discrepanties samenhangen met de feedbackattitude van leerkrachten.

Belangrijkste Bevindingen
Sommige TLTM-subschalen vertoonden een aanvaardbare betrouwbaarheid, terwijl andere meer variabiliteit lieten zien. De overeenstemming tussen leerkrachten en leerlingen was het sterkst voor expressieve, observeerbare gedragingen zoals het gebruik van persoonlijke anekdotes en/of humor in de klas. De verschillen tussen zelfbeoordelingen en leerlingbeoordelingen bleven over het algemeen beperkt. Leerkrachten stonden bovendien overwegend positief tegenover de ontvangen feedback.

Conclusie
Deze bevindingen onderstrepen het potentieel van door leerlingen geïnformeerde feedback om de professionele ontwikkeling van leerkrachten te versterken, vooral wanneer die feedback op een constructieve en contextgebonden manier wordt aangeboden. Dat leerkrachten over het algemeen positief reageerden, suggereert dat volledige overeenstemming geen voorwaarde is voor het ervaren van feedback als zinvol. De studie biedt voorlopige aanwijzingen dat genuanceerde, leerlinggebaseerde beoordelingen – zoals de TLTM-schaal – reflectie kunnen verdiepen en bijdragen aan een meer participatieve feedbackcultuur in het onderwijs.
Meer lezen

Hoe beïnvloeden AI-gegenereerde virtuele influencers de merkperceptie en aankoopintentie van de jongere consumenten binnen influencer marketingcampagnes?

Odisee Hogeschool
2025
Assiya
El Youssfi
Virtuele influencers zijn digitale personages die door artificiële intelligentie worden gegenereerd en actief zijn op sociale media. In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe jongeren tussen 18 en 30 jaar deze virtuele profielen ervaring in marketingcampagnes, met focus op hun impact op merkperceptie en aankoopintentie. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een survey bij 388 jongeren, in het kader van hypothetische campagnes voor Philips, uitgevoerd door communicatiebureau AKQA Brussels PR. De resultaten tonen dat jongeren kritisch blijven ten opzichte van virtuele profielen, al erkennen sommigen hun potentieel binnen innovatieve en transparante campagnes. De studie biedt concrete aanbevelingen voor het geloofwaardig inzetten van virtuele influencers in toekomstige communicatie.
Meer lezen

De impact van congitieve biases op investeringsbeslissingen

Universiteit Hasselt
2025
Sander
Sobota
Deze scriptie onderzoekt hoe Belgische particuliere beleggers in hun beslissingen worden beïnvloed door cognitieve biases — systematische denkfouten zoals verliesaversie, overmoed en confirmation bias. Aan de hand van een enquête bij 246 beleggers toont het onderzoek aan dat deze biases vaak leiden tot irrationeel gedrag, zoals het vasthouden aan verlieslatende aandelen of het overschatten van eigen kunnen. De studie benadrukt het belang van gedragsinzichten in de financiële wereld, zowel voor beleggers zelf als voor adviseurs en beleidsmakers.
Meer lezen

Pornoverslaving bij adolescenten

Karel de Grote Hogeschool
2025
lore
bomberen
In deze bachelorproef onderzocht ik hoe praktijkgerichte orthopedagogen jongeren van 12 tot 18 jaar het best kunnen begeleiden bij een online pornoverslaving. Door de grote toegankelijkheid van pornografisch materiaal en de kwetsbaarheid van jongeren in hun seksuele ontwikkeling, groeit deze problematiek in stilte.

Mijn literatuurstudie belicht de risicofactoren (zoals eenzaamheid, trauma, gebrekkige mediawijsheid), de neurobiologische impact op het adolescentenbrein, en de psychosociale gevolgen, waaronder relatieproblemen, faalangst, negatief zelfbeeld en verminderde schoolprestaties.

De sociale kaart in Vlaanderen toont aan dat er bijna geen specifiek hulpaanbod is voor jongeren met een pornoverslaving. Slechts één organisatie, Nova Vida Recovery, geeft aan jongeren hierin te begeleiden.

Tot slot doe ik aanbevelingen op micro-, meso- en macroniveau: onder meer het verbeteren van psycho-educatie, het ontwikkelen van laagdrempelige hulptrajecten, het versterken van leerkrachten en hulpverleners, en het erkennen van de problematiek in beleid en onderzoek.

Deze bachelorproef wil een taboe doorbreken, een blinde vlek zichtbaar maken en een aanzet geven tot betere begeleiding en preventie voor jongeren.
Meer lezen

Wachttijden in de gezinsondersteuning: Impact op gezinnen en de Werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde

Odisee Hogeschool
2025
Margault
Dumont
Lange wachttijden in de jeugdhulp en gezinsondersteuning vormen een toenemend
probleem in Vlaanderen, met ingrijpende gevolgen voor gezinnen en hulpverleners.
In deze bachelorproef wordt het ontstaan van deze wachttijden onderzocht én wat de
gevolgen zijn voor gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Het ‘op de wachtlijst staan’
heeft een invloed op de gezinsdynamiek. De ontwikkeling van kinderen en jongeren wordt
negatief beïnvloed. Te lang op hulp moeten wachten kan stoornissen veroorzaken voor de
sociale en emotionele ontwikkeling van het kind. Het kind kan vertraging oplopen op het
verfijnen van de motorische vaardigheden, sociale interacties en cognitieve vermogens.
Ook de draagkracht van de gezinsleden staat hierdoor onder druk. De focus ligt op de
werking van de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde, een organisatie die
overbrugging biedt tijdens wachttijden.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Waarom zijn er wachtlijsten voor gezinsondersteuning
in Vlaanderen en wat zijn de gevolgen voor de werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde?
De studie analyseert dit vraagstuk op drie niveaus. Op microniveau is de centrale
onderzoeksvraag gericht op de invloed van wachttijden op het functioneren van gezinnen
en de ouder-kindrelatie. Op mesoniveau ligt de focus op de gevolgen van wachttijden voor
de werking van 1 Gezin 1 Plan. Op macroniveau wordt de centrale onderzoeksvraag
geformuleerd over de impact op het samenwerkingsverband binnen de eerstelijnszones in
Halle-Vilvoorde.
Aan de hand van een theoretische analyse worden wachttijden geanalyseerd vanuit een
sociologisch, ontwikkelingspsychologisch en pedagogisch perspectief. Daarnaast wordt
een casestudy van een gezin met een kind met autisme en een verstandelijke beperking
gebruikt om de uitdagingen waarmee gezinnen op wachtlijsten geconfronteerd worden te
illustreren.
Dit onderzoek wijst uit dat wachttijden niet alleen het welzijn van gezinnen beïnvloeden,
maar ook de effectiviteit van gezinsondersteuning en de samenwerking binnen de
eerstelijnszorg onder druk zetten. Dit onderzoek formuleert concrete
veranderingsvoorstellen om de toegankelijkheid en efficiëntie van gezinsondersteuning te
verbeteren. Op gezinsniveau ligt de focus op het bevorderen van de draagkracht tijdens
het wachten, dit door een ouderavond te organiseren en zelfhulp-bundels te ontwikkelen.
Op organisatieniveau stelt de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde zich toegankelijker
op voor de gezinnen. Er wordt ook voorgesteld om een gemeenschappelijke
aanmeldprocedure op te stellen voor gelijkaardige diensten. Op eerstelijnsniveau worden
verschillende acties voorgesteld om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken.
Ook het organiseren van een netwerkbeurs wordt voorgesteld om alle zorg- en
hulpverleners in contact met elkaar te brengen.
De resultaten benadrukken de noodzaak van een geïntegreerd beleid en betere
samenwerking tussen eerstelijnsorganisaties om wachttijden te verkorten en gezinnen
sneller de nodige ondersteuning te bieden.
Deze voorstellen komen overeen met de principes van trajectondersteuning,
geformuleerd in het decreet Vroeg en Nabij.
Door wachttijden niet alleen als probleem, maar ook als opportuniteit voor verandering te
benaderen, schetst deze bachelorproef mogelijke wegen naar een effectiever en
mensgerichter ondersteuningssysteem, ter ondersteuning van gezinnen in moeilijkheden.
Meer lezen

Game changers? De rol van sociale media bij de gelijkheid van gender in de internationale topsport

KU Leuven
2024
Fleur
De Laet
Genderongelijkheid in de sport is een probleem dat zich ook in de media manifesteert. Deze studie probeert dit fenomeen als een vicieuze cirkel voor te stellen en gaat daarom op zoek naar een antwoord op de vraag: Hoe staat de vertegenwoordiging van atleten op sociale media, vergelijkend op basis van gender, in relatie tot de attitudes van het publiek ten opzichte van deze atleten? Zowel de mediadekking, media representatie en de publieke attitudes van en tegenover atleten werden onderzocht via de Instagramaccounts van twee prominente Vlaamse mediabedrijven. Hierdoor konden patronen ontdekt worden die bewijs leveren voor de relatie tussen de portrettering van mannelijke en vrouwelijke atleten en de publieke attitudes ten opzichte van hen. Een inhoudsanalyse is uitgevoerd op zowel de berichten die geplaatst zijn rond belangrijke sportevenementen van 12 verschillende sporten, alsook op de publieke reacties op Instagram op deze berichten. De resultaten bevestigen dat vrouwelijke atleten ook op Instagram ondervertegenwoordigd blijven in vergelijking met mannelijke atleten en dat sportgerelateerde genderstereotypen nog steeds aanwezig zijn in de actuele berichtgeving over sport. Wat betreft de publieke attitudes waren er enige tegenstrijdigheden te bemerken: hoewel het publiek gemiddeld een positievere houding had ten opzichte van vrouwelijke atleten, ontvingen zij tegelijk wel de meeste haatreacties. Bepaalde atleten of sporten konden meer betrokkenheid ontvangen vanwege de aard van hun berichtgeving, wat aantoont dat er een relatie is tussen mediarepresentatie en publieke attitudes. Een opvallende bevinding is dat het publiek ook kritiek uitte op het aanbod van de zender, omdat het programma naar hun mening niet voldoende gevarieerd was. Vervolgonderzoek zou zich kunnen richten op hoe de houding van het publiek ten opzichte van atleten kan veranderen na verloop van tijd, door het zien van sociale media posts. Daarnaast zou het interessant zijn om een experiment uit te voeren om een causaal verband tussen beide variabelen aan te tonen.
Meer lezen