Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Het prijsgeven van de identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist

Universiteit Antwerpen
2025
Nathalie
Voss
Het idee van mijn onderzoek is ontstaan door de recente ontwikkelingen in de samenleving. De burger is verontwaardigd wanneer de identiteit van verdachten en daders op een niet consistente wijze wordt vermeld in de media. Wegens onwetendheid en frustratie laat de samenleving zich dan ook horen, met alle gevolgen vandien. Hoewel ik zelf eerst onbegrip toonde voor de niet-standvastigheid van de media inzake het prijsgeven van de identiteit, heeft dit mij aan het denken gezet: zijn er dan geen regels waaraan journalisten zich moeten houden?
Wegens deze bedenking viel mijn oog op de Code van de Raad voor de Journalistiek. Deze Code geldt als leidraad voor journalisten en bevat verschillende onderwerpen die worden uitgewerkt in artikels en richtlijnen. De belangrijkste richtlijnen voor dit onderzoek zijn te vinden in artikel 23 van de Code en omvatten: identificatie in gerechtelijke context, identificatie van slachtoffers en respect voor het privéleven van publieke figuren. Omdat een onderzoek naar de volledige Code ons te ver zou leiden, heb ik gekozen om mijn onderzoek af te bakenen tot dit artikel 23 (mits bepaalde kanttekeningen). Hiernaast wordt het onderzoek gevoerd vanuit de situatie van dader en slachtoffer. De focus ligt dus niet op de verdachte.
Zo heb ik de Code op zichzelf onderzocht en ging ik na wat de grenzen zijn aan het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist. Hierdoor is de vraag ontstaan hoe buurlanden dit invullen. Vooraleer ik dus een oordeel vel over onze Code, acht ik het noodzakelijk om te kijken hoe Nederland hiermee omgaat. Ik heb dan ook gekozen om een vergelijking te maken tussen de code in Nederland, namelijk de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, en onze Code.
Uit deze vergelijking blijkt dat beide codes belang hechten aan een zorgvuldige afweging tussen het recht op privacy en het belang van het publiek om toegang te krijgen tot informatie. De Code is enorm gestructureerd met verwijzingen naar verschillende artikels en richtlijnen die per onderwerp uiteenzetten hoe de journalist moet handelen in een bepaalde situatie. Toch blijft de praktische toepassing afhankelijk van de journalist/redactie. Redacties beslissen binnen de marges van de Code zelf hoe zij identificeren, al geldt de Code wel als een minimumregel. De Raad treedt pas op wanneer een klacht wordt ingediend. Zij zal kijken of de Code effectief gevolgd werd of niet.
In België bestaat geen vaste praktijk zoals de Nederlandse initialenregel (voornaam, gevolgd door initiaal van de familienaam), hierdoor is er meer ruimte voor volledige identificatie, wat leidt tot inconsistentie. De Leidraad is op haar beurt minder gestructureerd en veel kleiner van omvang dan de Code. Ondanks dat de initialenregel niet bindend is, zorgt dit voor een brede toepassing in de praktijk door journalisten. Toch verwijst de Leidraad ook naar uitzonderingen waardoor er opnieuw ruimte is voor interpretatie. Dit leidt soms tot absurde situaties waarbij eerst de volledige naam wordt gegeven (bij een arrestatie) om nadien de initialenregel te gebruiken. Mijns inziens is het kwaad dan al geschied. Concluderend kan worden gesteld dat in Nederland de praktijk terughoudender is, terwijl België meer formele richtlijnen geeft maar minder terughoudend is in de uitvoering ervan.
Voor slachtoffers biedt de Code een expliciete richtlijn die de berichtgeving van hun identiteit streng reguleert. In de Leidraad staat dit ook, al wordt hier minder diep op ingegaan en is er geen aparte sectie voorzien. Hoewel de Leidraad minder structuur biedt, wordt impliciet een bredere invulling gegeven aan het begrip ‘identiteit’ door te verwijzen naar onder meer etniciteit of religie. Al leidt dit wel tot vragen over de volledigheid van de opsomming.
Nadat ik bovenstaande codes met elkaar heb vergeleken, dook een nieuwe vraag op: is onze Code van de Raad in overeenstemming met de grond- en mensenrechten van het EVRM, en hoe verhoudt de Code zich tot de rechtspraak van het EHRM? Om hier een antwoord op te kunnen bieden heb ik artikel 10 EVRM afgewogen tegen verschillende (grond)rechten, zoals recht op privacy, recht op afbeelding, recht op vergetelheid, recht op eer en goede naam, recht op antwoord en het vermoeden van onschuld als onderdeel van het recht op een eerlijk proces.
De hoofdonderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: “In hoeverre is de deontologische code voor journalistiek met betrekking tot het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers, in overeenstemming met de grondrechten en mensenrechten van het EHRM?”
De rechten en rechtspraak van het EHRM werden eerst apart besproken om vervolgens de Code hieraan te kunnen toetsen. Zo kon worden geconcludeerd dat de Code voor zowel het vrijgeven van de identiteit van daders als slachtoffers, in grote lijnen in overeenstemming is met de rechtspraak van het Hof. Er wordt nadruk gelegd op de afweging van het recht op privéleven en het recht op informatie. Hoewel de Code de mogelijkheid biedt tot beperkte of volledige identificatie, maakt het Hof dit onderscheid niet. Het Hof blijkt systematisch zijn eigen zes criteria af te toetsen voor de afweging tussen artikel 10 en 8 EVRM. Deze criteria worden niet expliciet opgesomd door de Code maar vallen hier impliciet grotendeels mee samen. Vooral wat betreft de richtlijn bij de identificatie van slachtoffers, sluit de Code nauw aan bij het Hof. Hier gelden strengere regels en minder bewegingsruimte voor de journalist. Het recht op afbeelding wordt, als onderdeel van artikel 8 EVRM, niet expliciet besproken in de Code. Wel wordt verwezen naar een hogere mate van voorzichtigheid bij het publiceren van herkenbaar beeldmateriaal. De terughoudendheid bij bekendmaking van beelden van slachtoffers wordt ook effectief bevolen door het Hof. Over het algemeen kan bij slachtoffers worden gesteld dat de Code de lijn volgt die wordt getrokken door het EHRM.
Vanuit het daderperspectief kon een bespreking van het recht op vergetelheid niet ontbreken. Artikel 23 verwijst naar de afweging van het belang van berichtgeving tegenover de reclassering en herintegratie van de veroordeelde. Toch mist de Code belangrijke aanvullingen die wel worden aangehaald in de criteria van het Hof: de verstreken tijd en toegankelijkheid van de publicatie. Ik ben dan ook van mening dat de Raad zou kunnen overwegen om deze factoren te benoemen in de Code. De toetsing aan het recht op eer en goede naam kon tevens niet ontbreken. Ook hier valt de Code te verzoenen met de rechtspraak van het Hof.
Wat betreft het recht van antwoord, in de zin van artikel 10 EVRM, voorziet de Code in een alternatieve bepaling inzake wederwoord. Opmerkelijk is dat het Hof ook verwijst naar deze mogelijkheid tot correctie als beslissend criterium. Zoals andere auteurs stel ik deze tendens tot inmenging in de redactionele vrijheid in vraag. Ook bij het vermoeden van onschuld wordt aan de alarmbel getrokken. De Code vereist een hoge mate van zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid waardoor dit mogelijks de waakhondfunctie van de pers beperkt. Ik ben echter van mening dat voorzichtigheid mag worden verwacht van journalisten. Bij vrijheid hoort nu eenmaal verantwoordelijkheid.
Over het algemeen kan dus worden gesteld dat de Code in overeenstemming is met de besproken rechten en rechtspraak van het EHRM, mits gemaakte kanttekeningen en nuanceringen.
Omdat theorie niet alomvattend is, sloot ik mijn onderzoek af met een interview met een deskundige. Haar praktische kijk bracht nuance en bood een waardevolle reflectie op bepaalde delen van mijn onderzoek.
Meer lezen

Parlementaire controle op de aanwending van zwaarwichtige onderzoekstechnieken

Universiteit Antwerpen
2024
Thomas
De Vreese
De wetgever heeft de politieke controle op de aanwending van zwaarwichtige onderzoekstechnieken in de wet ingeschreven als onderdeel van een zesvoudige waarborg. Deze vorm van controle werd nog niet onderzocht; de thesis vult daarmee de literatuur aan. Uit het thesisonderzoek blijkt dat deze parlementaire controle in de praktijk helemaal niet aanwezig is. Dit heeft mogelijk een effect op schendingen van het recht op privacy en het recht op een eerlijk proces. Bovenal leidt dit tot de afwezigheid van checks and balances, waardoor we als maatschappij niet weten welke richting we uitgaan en hoe de inzet van deze technieken evolueert.
Meer lezen

ONLINE GEBRUIK VAN AFBEELDINGEN VAN LEERLINGEN DOOR SCHOLEN: SCHENDING VAN HET RECHT OP PRIVACY EN GEGEVENSBESCHERMING?

Universiteit Gent
2021
Hanne
Van Meirhaeghe
In deze masterproef wordt onderzocht wanneer het online gebruik van afbeeldingen van leerlingen door scholen een schending uitmaakt van het recht op privacy en gegevensbescherming.
Meer lezen

Vraagstukken rond privacy: de zoektocht naar een wettelijk kader voor het gebruik van live facial recognition door de geïntegreerde politie in België

Universiteit Gent
2021
Lotte
De Graeve
Enkele problematieken lijken de zoektocht naar een wettelijk kader rond live facial recognition te belemmeren. Deze masterproef onderzoekt wat deze inhouden en formuleert enkele vraagstukken die cruciaal lijken opdat de proportionaliteit en wenselijkheid van de technologie kan worden beoordeeld.
Meer lezen

Big brother is watching you! How online police infiltration and online systemic police observation have to be balanced with fundamental rights and freedoms. A comparative analysis between Belgium and the United States.

KU Leuven
2021
Sylvia
Lissens
In deze masterscriptie worden de opsporingstechnieken van (online) politie-infiltratie en (online)
stelselmatige politieobservatie afgewogen tegen de fundamentele rechten op privacy, het recht op een eerlijk proces en de vrijheid van meningsuiting. Deze onderwerpen zijn in dit functioneel rechtsvergelijkende onderzoek geanalyseerd voor België en de Verenigde Staten. Dit onderzoek werd uitgevoerd aan de universiteiten van KU Leuven (België) en Duke University (Verenigde Staten), onder supervisie van een Belgische en Amerikaanse Professor, in samenwerking met Venice International University (Italië).
Meer lezen

The Role of the CJEU in Ensuring that the Principles of Mutual Trust and Recognition Enshrined in the FDEAW Stay in Line with the CFR

Universiteit Gent
2020
Rodrigo
Belle Gubbins
Een analyse van de ontwikkeling van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot het mechanisme van het Europees arrestatiebevel om te bepalen of de justitiële samenwerking tussen de lidstaten voorrang krijgt boven de bescherming van de grondrechten of omgekeerd.
Meer lezen

Digitale Controle op Migratie vs. het Recht op Privacy en Gegevensbescherming in België: De toegang tot smartphones en sociale mediaprofielen in Belgische verzoekprocedures om internationale bescherming

Universiteit Gent
2020
Lore
Roels
Deze masterscriptie bewandelt, zoals de titel doet vermoeden, de grens tussen het asielrecht en het privacy- en gegevensbeschermingsrecht. De scriptie gaat meer bepaald op zoek naar het evenwicht tussen het belang van een overheid, bij het bestrijden van misbruik in procedures om internationale bescherming, en het belang van verzoekers om internationale bescherming, bij de uitoefening van hun recht op privacy en gegevensbescherming. Er wordt hierbij gefocust op de recente wetswijziging van de Belgische Vreemdelingenwet (21 november 2017), die het (onder andere) mogelijk maakt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen om zich toegang te verschaffen tot smartphones en sociale mediaprofielen van verzoekers, ter beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming.
Meer lezen

Is een vermogenskadaster haalbaar?

Universiteit Gent
2019
Jana
Hoornaert
In voorliggend onderzoek wordt onderzocht of de uitbouw van een Belgisch vermogenskadaster juridisch haalbaar is. Door middel van een rechtsvergelijkend onderzoek met Frankrijk, Nederland en Spanje wordt de inhoud van het Belgisch vermogensregister vastgesteld. Daarna wordt afgetoetst of in België reeds zicht is op die gegevens. Verder worden nog enkele belemmeringen behandeld. Afsluitend wordt de onderzoeksvraag uitgebreid en genuanceerd beantwoord en worden nog enkele voorstellen gedaan voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

An eye in the sky is watching you Een rechtsvergelijkend onderzoek tussen België en Nederland over het politioneel gebruik van drones op evenementen, na een plots incident of voor langdurige surveillance ter preventie van criminaliteit en de verhouding v

KU Leuven
2018
Lara
Boonen
Drones zijn onbemande vanop afstand bestuurde luchtvaartuigen. Deze toestellen kunnen een payload dragen waaronder camera’s met een zeer hoge resolutie. In dit onderzoek wordt gefocust op het houden van cameratoezicht door de politie met behulp van drones in drie situaties, namelijk voor crowd control-doeleinden op evenementen, om situational awareness te verkrijgen na een plots onvoorzienbaar incident en als langdurig surveillancemiddel ter preventie van criminaliteit. De beelden die de politie hierbij verzamelt kunnen persoonsgegevens zijn. Daarom kan het gebruik van drones een inbreuk uitmaken op het recht op privacy in de zin van artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit artikel stelt minimumvoorwaarden waaraan het gerechtvaardigd gebruik van een drone moet voldoen. De inbreuk mag enkel uitgaan van een openbaar gezag, zoals de politie, voor bepaalde doelstellingen waaronder het waarborgen van de nationale of openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten of ordeverstoringen. De inbreuk moet een nationale wettelijke basis kennen, in verhouding zijn tot één van deze doelstellingen, die niet met minder ingrijpende middelen te bereiken zijn.
In deze scriptie is ervoor gekozen om een functionele microrechtsvergelijking uit te voeren tussen de Belgische en Nederlandse wetgeving die het politioneel gebruik van drones omkadert voor de drie bovenstaande situaties. Er wordt nagegaan aan welke voorwaarden voldaan moet zijn, welke procedure gevolgd moet worden en impliciet welke actoren hierbij komen kijken. Hierbij wordt gefocust op de nationale rechtsgronden en de bepalingen met betrekking tot de privacy. Het luchtverkeersrecht wordt buiten beschouwing gelaten.
Uit dit onderzoek kwam naar voren dat wetstechnisch gezien zowel de Belgische als de Nederlandse politie drones kunnen inzetten op evenementen en na een plots incident, maar dat België hiervoor slechts één rechtsgrond kent en Nederland meerdere. Een belangrijk verschil is dat sinds een wetswijziging van 2016 de Nederlandse burgemeester ook kan beslissen om vaste straatcamera’s te vervangen door drones om langdurig toezicht te houden in probleemgebieden, terwijl dit in België niet toegestaan is. In Nederland werd tot op het heden nog geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Het is belangrijk om te benadrukken dat zowel op nationaal vlak in België als op Europees vlak het toepasselijk wettelijk kader onder hervorming is.
Meer lezen

Bijten blaffende honden niet? De informatiepositie van de burgemeester bij de bestuurlijke aanpak van gewelddadige radicalisering en terrorisme in België en Nederland

KU Leuven
2018
Robin
Dreesen
De masterscriptie gaat na of en hoe Belgische en Nederlandse burgemeesters geïnformeerd kunnen worden opdat ze bestuurlijke maatregelen zouden kunnen treffen en motiveren. De problematiek rond de informatiepositie van de burgemeester staat daarbij centraal. De focus ligt op de problematiek van gewelddadige radicalisering en terrorisme.
Meer lezen

De elektronische procesvoering

Universiteit Hasselt
2017
Anneleen
Peters
Deze scriptie beschrijft de geschiedenis van digitalisering van de gerechtelijke procedure in België en omschrijft wat vandaag de dag reeds mogelijk is. Verder wordt er in vergelijkend perspectief gekeken naar hoe digitalisering in Nederland is aangepakt. Tot slot wordt nagegaan hoe de digitalisering van justitie eventueel bots met bepaalde rechten zoals bijvoorbeeld het recht op privacy.
Meer lezen

THE RIGHT TO PRIVACY IN THE DIGITAL AGE. A Facebook case study on the impact of the 2016 data protection reform

Universiteit Gent
2016
Charlotte
De Cort
Evaluatie van de nieuwe databeschermingsregelgeving aan de hand van de gebruikersovereenkomst van Facebook.
Meer lezen

De toepassing van de Martensclausule op Cyberoorlog

Universiteit Gent
2016
Joris
Depoorter
Kun je bepaalde vraagstukken, via het interpreteren van de bestaande regels rond oorlogsvoering en het algemeen internationaal recht, een nieuw fenomeen zoals cyberoorlog reguleren?
Meer lezen

Het busongeval te Sierre in de media. Slachtoffers én journalisten likken hun wonden.

Universiteit Gent
2014
Ellen
De Blende
Sierre-slachtoffers én -journalisten likken hun wonden.“Wij wisten nog niet of ons kind was overleden op dat momenten dan word je al door de pers lastig gevallen.”(nabestaande)“Op dat moment denkt ge: ‘Wat sta ik hier te doen? Wat een aasgier ben ik?’Maar anderzijds dat is het recht op informatie natuurlijk. Die beelden moet ge hebben.”(reporter)Dertien maart 2012, een rampzalige datum waarop 22 schoolkinderen en zes volwassenen het leven lieten in een busongeluk te Sierre. Het volledige land in rep en roer. Herinnert u zich nog de foto’s op de voorpagina’s? De live-uitgezonden begrafenissen?
Meer lezen

Drie modellen van de uitzonderingstoestand: de relatie tussen soevereine macht en biomacht bij Michel Foucault en Giorgio Agamben

KU Leuven
2014
Tim
Christiaens
Waarom de dood ons leven zou moeten reddenIn de hedendaagse literatuur is het een gemeenplaats geworden om te beweren dat soevereiniteit niet meer van deze tijd is. Vroeger konden vorsten en staten beslissen over leven en dood van hun onderdanen. Vandaag dient de overheid daarentegen de bevolking te beschermen en haar productiviteit te vergroten. Bovendien beschikken mensen over allerlei mechanismen, bijvoorbeeld mensenrechten, om zich te beschermen tegen de staatsmacht. De Franse filosoof Michel Foucault sprak daarom over de evolutie van soevereine macht naar biomacht.
Meer lezen

Recht op Privacy, ook voor transseksuelen? Een analyse van de rechtspraak van het Hof te Straatsburg

Vrije Universiteit Brussel
2004
Els
Soenens
“Recht op respect voor het privé-leven, ook voor transseksuelen?”
 
Els Soenens. 
 
Stel u eens voor … U leeft in een vrouwenlichaam maar u bent ervan overtuigd dat u als man    door het leven wil.    Daarom ondergaat u verschillende chirurgische ingrepen om  ‘uw juiste geslacht’ te verkrijgen.  Maar dan blijkt dat u ondanks de zware operaties, juridisch gezien toch als vrouw blijft bestaan.
Meer lezen

De relatie tss pers en gerecht en de berichtgeving over daders en slachtoffers

Andere
2002
Klaartje
Bruyninckx
Te weinig respect voor privacy in dagbladen
 
Journalisten hebben te weinig respect voor de privacy van daders en slachtoffers van misdrijven. Dat is de conclusie van Klaartje Bruyninckx die in haar eindverhandeling, waarmee ze aan de KUL promoveerde tot licentiaat in de communicatiewetenschappen, een beeld schetst van de wijze waarop de Vlaamse dagbladpers omgaat met de privacy van daders en slachtoffers van misdrijven.
Meer lezen