Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Gevangen in dualiteit: de vervroegde terugbetaling van commerciële kredieten en de zoektocht naar een marktconforme wederbeleggingsvergoeding

KU Leuven
2026
Efterpi
Kourtis
Deze masterproef analyseert de juridische en economische problematiek rond de wederbeleggingsvergoeding bij de vervroegde terugbetaling van commerciële kredieten. De kern van het onderzoek richt zich op de hardnekkige dualiteit in het Belgische recht, waarbij de hoogte van de verschuldigde vergoeding afhankelijk is van de kwalificatie van de overeenkomst als lening op interest dan wel als kredietopening.

In de huidige Belgische context geniet de lening op interest een dwingende bescherming via artikel 1907bis oud Burgerlijk Wetboek, dat de vergoeding plafonneert op zes maanden interest. Kredietopeningen vallen echter in beginsel buiten dit plafond, waardoor banken vaak een aanzienlijk hogere, actuariële ‘funding loss’-vergoeding vorderen ter compensatie van hun werkelijke rendementsverlies.

Hoewel de Wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen een gelijkaardig plafond heeft ingevoerd voor kredieten tot twee miljoen euro, blijft de kwalificatieproblematiek bestaan voor kredieten die dit bedrag overschrijden, evenals voor overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van deze wet werden gesloten. Deze situatie vormt een bron van rechtsonzekerheid. In deze masterproef wordt blootgelegd hoe zowel de rechtspraak als de rechtsleer worstelen met het criterium van de ‘opnamevrijheid’ om dit onderscheid te maken, wat resulteert in een gebrek aan voorspelbaarheid voor zowel kredietgevers als ondernemingen.

Vanuit een economisch perspectief wordt aangetoond dat het huidige forfaitaire systeem, gebaseerd op regels uit 1934, een economisch anachronisme is dat de hedendaagse bankrealiteit en de werkelijke schade bij renteschommelingen miskent. Een fundamentele modernisering van het wettelijk kader is daarom noodzakelijk, waarbij het onderscheid tussen leningen en kredietopeningen wordt opgeheven en de actuariële funding loss-methode als universele, marktconforme referentie wordt verankerd. Hierbij wordt gepleit voor een verschuiving van rigide plafonds naar een informatieparadigma, waarbij ondernemingen via een transparant optierecht vooraf met kennis van zaken kunnen kiezen tussen verschillende tarieven en uitstapvoorwaarden. Dit onderzoek biedt hiermee een essentieel inzicht in de noodzaak voor een rechtvaardiger evenwicht tussen de financiële stabiliteit van de banksector en de financieringsvrijheid van ondernemingen.
Meer lezen

Neuro-inclusie als hefboom voor verandering. Empowerende ondersteuning van leerlingen met autisme en hun context

Odisee Hogeschool
2026
Steven
Van Delsen
Leerlingen met autisme botsen in het onderwijs nog te vaak op drempels die hun welbevinden, participatie, verbondenheid en positieve identiteitsontwikkeling onder druk zetten. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een neurodiversiteitsaffirmatieve benadering richting kan geven aan neuro-inclusieve onderwijspraktijken die leerlingen met autisme en hun context versterken, binnen de bredere Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen.

De bachelorproef vertrekt vanuit een praktijkgerichte probleemverkenning in GO! SBSO Nautica en verbindt die met recente literatuur over neurodiversiteit, leerlingenstem, psycho-educatie, zelfacceptatie, zelfcompassie, zelfbehartiging, neuro-inclusieve pedagogiek en relationele samenwerking. De analyse maakt duidelijk dat inclusie niet kan worden herleid tot toegang tot onderwijs of individuele aanpassingen. Neuro-inclusie vraagt een verschuiving van tekortdenken en normalisering naar erkenning, waardigheid, contextafstemming, gedeelde verantwoordelijkheid en positieve autistische identiteit.

Op microniveau betekent dit dat leerlingen met autisme zich veilig, erkend en verbonden moeten kunnen voelen in de klaspraktijk. Daarvoor zijn voorspelbaarheid, prikkelbewuste leeromgevingen, ruimte voor leerlingenstem, zelfinzicht, zelfacceptatie en ondersteuning bij zelfbehartiging belangrijk. Op mesoniveau vraagt neuro-inclusie een schoolcultuur waarin gedeelde taal, ouderstem, sociale veiligheid, peer support, veilige plekken en samenwerking tussen leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals structureel worden ingebed. Op macroniveau wordt duidelijk hoe neuro-inclusieve schoolontwikkeling kan bijdragen aan de Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen, op voorwaarde dat neurodiversiteitsaffirmatieve principes vanaf het begin worden meegenomen in visie, beleid, ondersteuning en schoolcultuur.

Als veranderingsstrategie wordt het neuro-inclusief schoolkompas voorgesteld. Dit kompas ondersteunt scholen om stapsgewijs, participatief en haalbaar te groeien naar neurodiversiteitsaffirmatieve schoolpraktijken. Binnen deze aanpak worden drie deelstrategieën uitgewerkt die samen een doorlopende leerlijn vormen: LEANS als klasbrede neurodiversiteitseducatie en gedeelde schooltaal, een lessenreeks rond leerlingenstem, zelfacceptatie, zelfbehartiging en transitie, en een posterreeks die de stem van neurodivergente jongeren zichtbaar maakt in de schoolomgeving. Zo ontstaat een beweging van bewustwording naar persoonlijke betekenisgeving en vervolgens naar schoolbrede verankering.

De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de vertaling van een neurodiversiteitsaffirmatief waardekader naar concrete, haalbare en schoolbrede veranderingsstrategieën. Neuro-inclusie wordt zo geen bijkomende zorgmaatregel naast het bredere schoolbeleid, maar een hefboom om onderwijscontexten toegankelijker, veiliger en betekenisvoller te maken voor leerlingen met autisme en hun context. Tegelijk reikt deze benadering verder dan één doelgroep of één school: neurodiversiteitsaffirmatieve schoolontwikkeling kan uitgroeien van ondersteuning voor individuele leerlingen tot een richtinggevend principe voor de school van morgen.
Meer lezen

Dynamic Life Cycle Assessment of Reused Structural Timber: The Influence of Life Cycle Assumptions and Wood Species

Universiteit Gent
2026
Killian
Geenens
De bouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 40% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, waardoor de interesse in circulaire en biogebaseerde bouwmaterialen toeneemt. Hergebruikt constructiehout wordt beschouwd als een veelbelovend alternatief voor conventionele materialen zoals beton en staal, vanwege het potentieel om de ingebedde koolstofuitstoot te verminderen en atmosferische koolstof tijdelijk op te slaan. De klimaatimpact van hout hangt echter sterk af van de manier waarop biogene koolstof wordt gemodelleerd binnen een levenscyclusanalyse (LCA).

Deze thesis onderzoekt de klimaatimpact van hergebruikt constructiehout met behulp van een dynamische levenscyclusanalyse (DynLCA). Vijf veelgebruikte Europese houtsoorten werden onderzocht aan de hand van verschillende allocatiemethoden en twee benaderingen voor het modelleren van biogene koolstof: de groeibenadering (growth approach) en de hergroeibenadering (regrowth approach). Daarnaast werd via gevoeligheidsanalyses onderzocht welke invloed dichtheid, rotatieperiode, hergebruikscenario's en aannames over de levensduur hebben.

De resultaten tonen aan dat de keuze van allocatiemethode en de benadering voor het modelleren van biogene koolstof de grootste invloed hebben op de berekende klimaatimpact. Afhankelijk van de gekozen methode kan exact hetzelfde houten element zowel een sterk negatieve als een positieve klimaatimpact vertonen. Groeigebaseerde benaderingen leiden over het algemeen tot lagere impacts doordat de koolstofopname onmiddellijk als klimaatvoordeel wordt meegerekend, terwijl hergroeibenaderingen conservatievere resultaten opleveren. Van de onderzochte gevoeligheidsparameters hadden levensduur en rotatieperiode de grootste invloed, doordat zij bepalen wanneer koolstofstromen plaatsvinden. Dichtheid leidde tot meer proportionele veranderingen, terwijl hergebruikprocessen slechts een beperkt aandeel van de totale impact veroorzaakten.

De studie toont aan dat een dynamische levenscyclusanalyse de interpretatie van hergebruikte houtconstructies aanzienlijk verandert ten opzichte van conventionele statische benaderingen. Methodologische keuzes rond de timing en allocatie van biogene koolstof bepalen uiteindelijk of deze koolstof wordt beschouwd als een klimaatvoordeel of als een klimaatlast.
Meer lezen

Van der edelre hertoginne vrouwe johanne: De bestuursbijdrage van Johanna van Brabant in het hertogdom Brabant van 1376 tot 1380.

KU Leuven
2026
janneke
de keersmaecker
Deze masterproef onderzoekt de bestuursbijdrage van Johanna van Brabant in het hertogdom Brabant tussen 1376 en 1380. De bestaande historiografie reduceerde Johanna lange tijd tot een passieve zwakke vorstin naast haar echtgenoot, Wenceslas van Bohemen. Een beeld dat grotendeels steunde op narratieve bronnen of nationalistische en teleologische lezingen ervan. Dit onderzoek stelt dat beeld bij door praktijkbronnen te betrekken in het debat en de dagdagelijkse bestuurspraktijk zichtbaar te maken. Het gaat na hoe Johanna haar macht uitoefende, welke middelen zij daartoe inzette en hoe haar bestuursbijdrage zich verhield tot die van haar echtgenoot. De analyse is opgebouwd rond drie grote thema’s. Het eerste hoofdstuk behandelt de financiële basis van haar bestuur op een kleine schaal, via haar weduwegoeden na de dood van haar eerste echtgenoot, Willem IV van Henegouwen, Holland en Zeeland. Hoewel deze inkomsten beperkt waren en niet altijd vlot doorvloeiden, toont deze scriptie dat Johanna ze actief aanwendde voor lokaal bestuur. Het tweede hoofdstuk verlegt de focus naar haar diplomatieke rol en haar plaats op het internationale toneel. Johanna’s bemiddeling was geen uitzonderlijk optreden binnen grote politieke taferelen, maar een alledaagse bestuurspraktijk. Haar reizen, bodenverkeer, geschenkuitwisseling en het entertainment aan het hof bevestigen een duidelijke taakverdeling binnen het koppel. Waar Wenceslas zich richtte op het grote Europese en keizerlijke toneel, lag Johanna’s focus op de stabiliteit van Brabant en haar buurregio’s. Vervolgens komt een analyse aan bod van Johanna’s religieuze en literaire patronage. Ze zette religieuze schenkingen bewust in als politiek instrument en cultiveerde haar vroomheid als onderdeel van haar publieke rol. Het vermeende verval van de hofcultuur na Wenceslas’ dood was niet het gevolg van haar desinteresse, maar van de financiële uitputting na de reeks oorlogen die Brabant trof in deze periode. Het centrale argument doorheen deze scriptie is een van complementariteit. Johanna en Wenceslas opereerden als een gezamenlijk bestuur waarin zij vanuit een gedeeld Brabants perspectief verschillende, maar complementaire taken op zich namen. Johanna was geen bijfiguur, maar een zelfstandig medebestuurder wier handelingsruimte aandacht verdient ongeacht de afloop of het succes van haar beleid.
Meer lezen

Implementation of the energy transition in military infrastructure

Universiteit Hasselt
2026
Simon
Derwael
Belgian military infrastructure is entering a decisive investment cycle in which new-build projects, major renovations and electrical modernisation must support both climate objectives and operational resilience. This thesis addresses two questions: (1) which energy design criteria should guide defence infrastructure projects and (2) how an existing medium-voltage network can evolve into a resilient microgrid.

The study combines analysis of internal documentation and processes with a literature review and market consultations. First, the future planning process for military barracks is evaluated, alongside the internal technical design instructions. These instructions are updated to reflect recent HVAC developments. Cost-reduction strategies and a decision-support approach for early design stages are discussed, including an assessment of simplified modular building concepts and the outsourcing of geothermal energy systems.

Second, the thesis explores the adaptations needed to the medium-voltage network. The increasing integration of distributed energy sources, reliability demands and exposure to cyber risks require rethinking traditional networks. A conceptual framework is developed to convert the existing medium-voltage network into a resilient microgrid, including definitions, key components and a step-by-step roadmap.
Overall, the thesis provides practical design improvements for the cost-efficient implementation of military energy systems. Proposed measures include savings of up to 53% for new-build projects.
Meer lezen

Wood identification and color technological research on 17th-century Flemish cabinets containing ebony (imitation)

Universiteit Antwerpen
2026
Flynn
Hermsen
In de 17de eeuw was Antwerpen een belangrijk Europees handelscentrum voor luxegoederen. Daartoe behoorden ook rijkelijk vervaardigde kabinetten, die vaak versierd waren met kostbare materialen en decoratieve technieken, zoals zilver, zijde, paneelschilderijen, ivoor, schildpad en ebbenhout. Ebbenhout is een zeldzame, dure, exotische zwarte houtsoort die werd gebruikt voor fineer en lijstwerk. Historische bronnen wijzen er echter op dat meubelmakers ook imitatietechnieken toepasten om het uitzicht van ebbenhout na te bootsen. Deze thesis onderzoekt de materialen en methodes die bij deze imitaties werden gebruikt, met als doel ambachtelijke praktijken bloot te leggen die vandaag nog grotendeels onbekend zijn. Hiervoor werd een gemengde aanpak gehanteerd, waarbij historisch onderzoek werd gecombineerd met wetenschappelijke analyse van een selectie 17de-eeuwse Vlaamse kabinetten. Dit omvatte houtidentificatie via optische microscopie en scanning-elektronenmicroscopie (SEM), en chemische karakterisering met draagbare X-ray fluorescentie (pXRF) en SEM-EDX. De analyse bevestigde een wisselende aanwezigheid van ebbenhoutimitatie op de onderzochte objecten. Visuele inspectie bleek nuttig om imitatie in fineer en lijstwerk op te sporen. In drie kabinetten werd vermoedelijk Pyrus sp. geïdentificeerd in plaats van Diospyros sp. Voor het onderzoek naar kleurtechnieken leverden XRF-metingen op de kabinetten en op testpanelen, gebaseerd op eigentijdse geschreven bronnen, een veelbelovende overlap op, maar bleven er hiaten. De studie wordt beperkt door analytische beperkingen, waardoor de resultaten slechts een gedeeltelijk beeld geven van de bredere praktijk van ebbenhoutimitatie in het 17de-eeuwse Vlaanderen. Toch is verder onderzoek nodig om de omvang en de technieken van deze vroege vorm van materiaalsubstitutie volledig te begrijpen, onder meer via uitgebreidere XRF-referentiemetingen op zowel ebbenhout als inheemse houtsoorten.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

The Dutch Translation and Validation of the Dizziness Handicap Inventory for Patient Caregivers (DHI-PC)

Universiteit Gent
2026
Noor
Temmerman
Evenwichtstesten in het ziekenhuis tonen precies hoe een evenwichtsorgaan werkt, maar ze laten niet altijd zien hoeveel last een kind er op school of tijdens het spelen echt van heeft. Om die dagelijkse hinder toch goed te kunnen meten, is in deze masterproef een internationale vragenlijst vertaald naar het Nederlands: de Pediatrische Evenwichtsimpact Vragenlijst voor Ouders/Verzorgers (PEV-OV). Ouders van 33 kinderen bij wie het evenwichtsorgaan niet goed werkt, vulden de vragenlijst in om te onderzoeken of de vragen duidelijk, eerlijk en betrouwbaar zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de vragenlijst uitstekend werkt en een helder beeld geeft van de problemen waar het kind tegenaan loopt. Zo gaven ouders van kinderen met een dubbelzijdige uitval, bijkomend gehoorverlies of een later ontstane stoornis aan dat hun kind meer moeite heeft met dagelijkse activiteiten of emoties. Met deze vragenlijst hebben artsen en therapeuten nu een waardevol hulpmiddel in handen om de zorg beter af te stemmen op de leefwereld van het kind.
Meer lezen

Verplichte Anticonceptie bij onverantwoord Ouderschap: Een juridisch-interdisciplinaire analyse van de toelaatbaarheid in het Belgisch recht

Universiteit Antwerpen
2026
Sven
Lams
Deze scriptie onderzoekt of verplichte anticonceptie bij onverantwoord ouderschap op juridisch en ethisch vlak mogelijk is in België.
Meer lezen

Medieval Borderlands and the Making of Identity: Law, Religion, and Community in Wales and Transylvania (13th – early-16th centuries)

Universiteit Gent
2026
Elisabeth
Goemaere
Zowel maatschappelijke als academische debatten over middeleeuwse grensgebieden schommelen vaak tussen statische nationale narratieven en vereenvoudigde modellen van vreedzame co-existentie. Grensgebieden waren in feite dynamische contactzones waar sociale grenzen voortdurend werden vormgegeven en onderhandeld. Met de focus op recht en religie als primaire infrastructuren voor het reguleren van diversiteit, biedt dit proefschrift een vernieuwende, contrastgerichte vergelijking van twee laatmiddeleeuwse grensregio's: Wales onder Engels bewind (ca. 1284–1534) en Transsylvanië binnen het Koninkrijk Hongarije (ca. 1000/1200–1524). Gericht op juridisch ondergeschikte inheemse populaties, met name de Welshmen en de Vlachen, betoogt deze studie dat grensidentiteiten ontstonden door de wisselwerking tussen juridische classificatie en religieuze praktijken. Door het concept van rechtspluralisme te combineren met ‘social boundary theory’ en ethnosymbolisme, contrasteert de thesis het versnipperde politieke landschap van Wales met de geïnstitutionaliseerde universitas in Transsylvanië. Het onderzoekt zo hoe collectief onderscheid werd geformaliseerd in gewoonterecht, gelegitimeerd via kerkelijk patronaat, op de proef gesteld tijdens opstanden, en geuit via heiligenverering en pelgrimsnetwerken. Door West- en Oost-Europese grensgebieden in een gestructureerd dialoog te plaatsen, overstijgt de thesis regionaal geïsoleerde historiografieën en toetst het heersende grensstereotypen. Hierdoor kunnen bijhorende analytische beperkingen blootgelegd worden, en ontwikkelt zich een nieuw vergelijkend kader voor toekomstige studies naar premoderne gemeenschapsvormen en ‘entangled histories.’
Meer lezen

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

HOE PARK & RIDES EEN ECHTE OPTIE WORDEN IN VLAANDEREN: OP WEG NAAR EEN DUURZAME MOBILITEITSSHIFT

Universiteit Gent
2026
Thomas
De Visscher
Park & Rides moeten autoverkeer aan de stadsrand opvangen en de omslag naar openbaar vervoer versterken, maar hun gebruik verschilt sterk van stad tot stad. Deze masterproef onderzoekt onder welke voorwaarden Park & Rides in Vlaanderen echt werken, en hoe beleid daarop kan inspelen. Via een sequential explanatory mixed-methods design werden eerst de voorkeuren van 400 respondenten in kaart gebracht met een Choice-Based Conjoint-enquête rond kostprijs, frequentie, parkeergarantie en uitstraling. Die resultaten werden vervolgens verdiept met zes interviews met experten en beleidsactoren.

Een gegarandeerde parkeerplaats blijkt voor gebruikers veruit het belangrijkste, gevolgd door kostprijs en frequentie — terwijl beleidsactoren vooral op locatie en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer focussen. Die kloof tussen gebruikersvoorkeuren en beleidspraktijk vormt een centrale bevinding. Het onderzoek mondt uit in concrete aanbevelingen op gebruikers-, stedelijk en Vlaams niveau, met als kern: parkeergarantie, herkenbare communicatie en een geïntegreerd Vlaams kader.
Meer lezen

Identifying Next-Generation RAS Pathway Inhibitors for the Treatment of High Hyperdiploid B-cell Acute Lymphoblastic Leukemia

KU Leuven
2026
Lander
Aelbrecht
Acute lymfatische leukemie (ALL) is de meest voorkomende kanker bij kinderen. Binnen deze groep is het hoog-hyperdiploïde subtype (HeH B-ALL) het meest voorkomende. Deze patiënten hebben een uniek biologisch kenmerk: hun kankercellen bevatten veel meer chromosomen dan de normale 46, doorgaans tussen 51 en 67. Hoewel 95% van deze kinderen aanvankelijk geneest, zijn zij toch verantwoordelijk voor het hoogste absolute aantal hervalgevallen van alle vormen van kinderkanker, omdat het om zo’n grote patiëntengroep gaat.

Naast de extra chromosomen werd recent ontdekt dat vrijwel elke patiënt met deze vorm van leukemie ook mutaties in RAS-eiwitten draagt. In een gezonde cel fungeren deze eiwitten als binaire aan-uit-schakelaars die de cel vertellen wanneer ze moet groeien en delen. In deze leukemiecellen zit de schakelaar echter permanent vast in de ‘aan’-stand. Een belangrijke theorie stelt dat de kankercellen dit constante groeisignaal nodig hebben om de interne stress te overleven die wordt veroorzaakt door hun extra chromosomen.

In dit onderzoek gingen we na of een nieuwe generatie geavanceerde geneesmiddelen deze vastgelopen RAS-schakelaars kan uitschakelen. Met behulp van een gespecialiseerd laboratoriummodel van B-cellen testten we verschillende geneesmiddelen die ontworpen zijn om verschillende onderdelen van de RAS-groeisignaalroute te blokkeren. Het doel was om behandelingen te vinden die de kanker doeltreffend kunnen stoppen en die patiënten in de toekomst hopelijk kunnen behoeden voor de zware bijwerkingen van standaard chemotherapie met meerdere geneesmiddelen.

De resultaten zijn veelbelovend. Geneesmiddelen zoals Daraxonrasib en Trametinib bleken bijzonder krachtig en stopten de proliferatie van de cellen al bij zeer lage concentraties. Sommige geneesmiddelen werken als specifieke sleutels voor specifieke sloten. Sotorasib was alleen werkzaam tegen één specifieke mutatie (G12C), terwijl BI-2865 de celgroei bij KRAS-mutaties kon blokkeren. Een nieuwe verbinding, ABD957, bleek werkzaam tegen een specifieke NRAS-variant die vaak bij deze patiënten voorkomt. Het belangrijkste is dat deze doelgerichte geneesmiddelen in onze tests geen schade toebrachten aan gezonde menselijke cellen, in tegenstelling tot traditionele chemotherapie.

Dit onderzoek legt de basis voor een meer gepersonaliseerde aanpak van de behandeling van kinderleukemie. Door het geneesmiddel af te stemmen op de specifieke genetische afwijking in de tumor van een kind, zouden artsen mogelijk doeltreffendere behandelingen met minder complicaties op lange termijn kunnen aanbieden. De volgende stap voor de best presterende geneesmiddelen is het testen ervan in geavanceerde modellen die de menselijke ziekte nog beter nabootsen. Zo komen we opnieuw een stap dichter bij toepassing in de kliniek.
Meer lezen

Designing and building of cobot sand cleaning solution for 3D sand printed parts

Hogeschool PXL
2026
Jarne
Roosen
Bij aluminiumgieterij Hassal in Kuringen worden gietvormen geprint met een 3D-zandprinter. Na het printen blijft er los zand in die vormen achter, dat een operator met de hand wegblies: ongeveer 25 seconden per kern, dag na dag. Dat werk is repetitief en delicaat, want te hard blazen beschadigt de broze vorm en achtergebleven zand geeft gebreken in het gietstuk.

Deze bachelorproef onderzoekt hoe dat nabewerken geautomatiseerd kan worden met een cobot, een robotarm die zonder veiligheidshekken naast een mens kan werken. De bestaande robotopstelling werd geëvalueerd en onbruikbaar bevonden, waarna een geschikte cobot is gekozen. Vervolgens werden een verrijdbare constructie met twee zelfontworpen draaitafels, een elektrische kast en een zelf gegoten blaasmondstuk ontworpen, gebouwd en geprogrammeerd.

De installatie reinigt acht kernen in 110 seconden, ofwel 13,75 seconden per kern tegenover 25 seconden manueel: 45 procent tijdwinst en zo'n 0,20 euro besparing per kern.
Meer lezen

Innovatieve Thermische Responstesten voor Geothermische Boorvelden

KU Leuven
2026
Bart
Vandenhout
Geothermische warmtepompen kunnen gebouwen efficiënt en duurzaam verwarmen en koelen, maar de hoge kost van boringen blijft een belangrijke drempel. Om een boorveld correct te dimensioneren, wordt daarom vaak een thermische responstest uitgevoerd. Zo’n test meet hoe goed de bodem warmte kan opnemen en afgeven, maar duurt doorgaans meerdere dagen.

In deze thesis onderzocht ik hoe deze testen sneller en efficiënter kunnen. Daarvoor ontwierp en bouwde ik zelf een nieuw meettoestel dat twee verschillende soorten thermische responstesten kan uitvoeren. Met dit toestel voerde ik praktijktesten uit op een boorveld en vergeleek ik beide methodes rechtstreeks onder dezelfde omstandigheden. De klassieke methode met constant vermogen bleek daarbij het meest robuust en praktisch inzetbaar.

Daarnaast ontwikkelde ik een nauwkeuriger thermisch model waarmee ook de eerste uren van een meting kunnen worden benut. Hierdoor kon de benodigde testduur gemiddeld met tot 24% worden verkort. Snellere en betrouwbare metingen kunnen de kosten van geothermische projecten verlagen en zo bijdragen aan een bredere toepassing van duurzame verwarming en koeling.
Meer lezen

IMPROVING THE RELIABILITY OF GEOSPATIAL MODELS FOR TIMBER HARVEST PREDICTION BY MEANS OF CONFORMAL PREDICTION

Universiteit Gent
2026
Jitse
Deketelaere
Wereldwijde ontbossing blijft een alarmerend groot probleem, met de uitbreiding
van de landbouw en illegale houtkap als belangrijkste oorzaken. Illegaal verkregen
hout maakt 10–30 % uit van de totale wereldwijde handel in houtproducten.
Sinds juni 2023 heeft de Europese ontbossingsverordening (EUDR) de Europese
houtverordening (EUTR) vervangen, waarbij nog steeds wordt vertrouwd op een due
diligence approach. De EUDR erkent echter dat de volledige effectiviteit van deze
regelgeving fundamenteel afhangt van de beschikbaarheid van robuuste, wetenschappelijk
onderbouwde methoden waarmee de opgegeven geografische oogstlocatie
van risicovolle bosproducten (hout, soja. . . ) betrouwbaar kan worden geverifieerd.
In deze masterscriptie maken we gebruik van georefereerde datasets met
stabiele isotopen- en multi-elementgegevens van verschillende houtsoorten. We
ontwikkelen een nieuwe voorspellingsmethode op basis van conformal predictoin
(CP), met onderliggende Random Forest-modellen. Deze methodologie wordt gebruikt
om zowel landen als aaneengesloten gebieden te voorspellen. Voor de afzonderlijke
landen maken we gebruik van zowel Least Ambiguous set-valued Classifier
(LAC) CP als adaptive prediction set (APS) CP. Daarnaast vertalen we de voorspelde
aaneengesloten gebieden naar landen, waardoor een directe vergelijking tussen
de afzonderlijke en de aaneengesloten benadering mogelijk wordt. We constateren
dat het gebrek aan referentiegegevens de grootste beperking blijft bij het toewijzen
van de herkomst van hout. Onze resultaten tonen echter aan dat CP inderdaad in
staat is om voorspellingen betrouwbaarder en robuuster te maken, en om interpreteerbare
resultaten te leveren.
Meer lezen

REBUILDING AND VALIDATING AN AERODYNAMIC BALANCE FOR WIND TUNNEL TESTING

Vrije Universiteit Brussel
2026
Reda
Lamrani
Een tweeassige krachtbalans voor de windtunnel van de VUB-onderzoeksgroep FLOW: ontworpen, gebouwd, gekalibreerd en gevalideerd op drie klassieke windtunnelmodellen.
Meer lezen

EmbedLLM from legacy documents to embedded XR instructions: automatic context aware content generation to support manual task execution

Universiteit Hasselt
2026
Bram
Verstappen
This thesis addresses the cognitive friction associated with executing manual tasks using flat 2D documentation in spatial computing environments, where users must constantly shift attention between instructions, physical tools, and machinery. To solve this, we present EmbedLLM, the first automated, context-aware content reformatting framework that adapts both content design and presentation to the user’s environment and specific goal. EmbedLLM converts unstructured step-based PDF manuals into 3D spatially embedded instructions in Virtual Reality (VR). The system operates via a pipeline that abstracts the environment into a semantic scene graph, leverages a multi-stage Large Language Model (LLM) reasoning chain to construct step-based instruction nodes and semantic edges, and instantiates these panels using a novel, semantically aware force-directed 3D label placement algorithm to achieve spatial equilibrium and prevent visual clutter.
We evaluated EmbedLLM through a preliminary preference survey (n = 20) across diverse environments and a within-subjects user study (n = 12) comparing the framework to a traditional floating PDF window during 3D printer maintenance tasks. The preference survey showed that EmbedLLM achieves significantly higher environmental alignment than traditional baseline documents, with participants strongly favoring spatial orchestration for complex, structurally demanding procedures. However, the task execution study revealed a clear trade-off: active task support with EmbedLLM resulted in significantly longer completion times (996.93 s vs. 580.46 s) and increased cognitive load (3.00 vs. 2.31 on the NASA-TLX scale). Qualitative feed-back suggests these performance costs stem from the rigid sequential pacing of the generated interface and novices struggling with hardware terminology.
This work contributes the technical pipeline of EmbedLLM, a semantically enhanced physics layout algorithm, and empirical insights on context-aware XR instruction delivery. Future research directions include real-time situated action updates, user skill level adaptation, and integration with agentic GUI automation and text-to-3D models.
Meer lezen

Van meten naar beleven: het motiverend inrichten van langeafstandslopen in de lessen LO van de eerste en tweede graad secundair onderwijs.

Odisee Hogeschool
2026
Sverre
Van Britsom
Deze bachelorproef onderzocht op welke manier lessen langeafstandslopen in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kunnen worden ingericht om de motivatie van leerlingen te verhogen. De motivatie van leerlingen hangt niet alleen af van de loopopdracht zelf, maar ook van de manier waarop deze wordt aangeboden, begeleid en geëvalueerd.
De resultaten tonen aan dat leerlingen langeafstandslopen vaak ervaren als een traditionele en weinig gevarieerde activiteit, meestal in de vorm van rondjes lopen of de Coopertest. Dit leidt regelmatig tot verveling, stress en een negatieve houding tegenover lopen. Zowel de literatuur als de onderzoeksresultaten tonen aan dat motivatie kan worden verhoogd wanneer lessen inspelen op de psychologische basisbehoeften van autonomie, verbondenheid en competentie. Concreet betekent dit dat leerlingen meer keuzevrijheid krijgen, samen kunnen werken, duidelijke doelen krijgen en positieve feedback ontvangen. Daarnaast blijkt dat speelse en gevarieerde werkvormen een positieve invloed hebben op de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
Op basis van deze inzichten werden de website “Lopen met beleving” ontwikkeld. Deze website bundelt inzichten rond gedragsbepalers voor motivatie, aanbevelingen voor motiverend evalueren en uitgewerkte loopvormen die onmiddellijk inzetbaar zijn binnen de lespraktijk. Hiermee biedt het product een concreet antwoord op de onderzoeksvraag.
De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de combinatie van inzichten en praktische toepasbaarheid. Het onderzoek toont aan dat langeafstandslopen niet beperkt hoeft te blijven tot traditionele duurloopvormen. De ontwikkelde website ondersteunt leerkrachten LO hierbij met bruikbare materialen en inspiratie. Op die manier kan deze bachelorproef bijdragen aan een positievere beleving van langeafstandslopen en een grotere betrokkenheid van leerlingen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Meer lezen

De ontbrekende schakel in het recht op werk voor personen met een handicap: Een Europees en internationaal perspectief op inclusieve arbeidsmarkten

Vrije Universiteit Brussel
2026
Gitte
Waege
Deze masterproef bestudeert het internationaal, Europees en Belgisch recht omtrent het thema recht op werk voor personen met een handicap zonder werkervaring. Er wordt extra aandacht besteedt aan redelijke aanpassingen en het non-discriminatiebeginsel. Het verhaal van “Noah”, een hoogopgeleide persoon met een handicap, die geen toegang vindt tot de reguliere arbeidsmarkt, illustreert dat er structurele, administratieve en wettelijke barrières zijn bij de overgang van onderwijs naar werk. Deze thesis analyseert het wettelijk kader rond werk en handicap door de focus te leggen op het VN verdrag voor personen met een handicap, de Europese richtlijn 2000/78/EG en de Belgische wetgeving. Deze analyse toont aan dat er een evolutie gaande is van het medisch model naar het sociaal model van handicap, waarbij de focus niet meer ligt op de handicap maar op de interactie met omgeving barrières. Redelijke aanpassingen zijn een essentieel instrument om toegang te krijgen tot werk. Deze masterproef toont aan dat er een kloof is tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Ondanks de verbeterde toegang tot hoger onderwijs, is de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap significant lager dan personen zonder handicap. Structurele factoren, zoals segregatie van tewerkstelling, en inadequate transitie van de sociale economie naar de reguliere arbeidsmarkt spelen een centrale rol in deze kloof. Deze masterproef concludeert dat het recht op werk juridisch verankerd is, maar omwille van de beperkte afdwingbaarheid en het gebrek aan controle op internationaal en nationaal niveau vertaald het recht op werk voor personen met een handicap zich niet in de praktijk. Redelijke aanpassingen en een inclusieve arbeidsmarkt zijn cruciaal om het recht op werk voor personen met een handicap te verzekeren.
Meer lezen

Long-term public transport accessibility in Flanders and the Brussels-Capital Region, 2016–2025

KU Leuven
2025
Jonas
Vanhoef
Deze masterscriptie richt zich op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 2016 en 2025. De studie maakt gebruik van een gravity-based model om de uitrol van het decreet basisbereikbaarheid van de Vlaamse overheid te evalueren. Dit decreet was erop gericht het openbaar vervoer van een aanbodgestuurd naar een vraaggestuurd model te brengen door middel van een resem aanpassingen aan de dienstregeling. Door de reistijden van en naar middelbare scholen en musea te berekenen kon de lokale en regionale bereikbaarheid afgeleid worden. Aangezien de bereikbaarheid berekend werd voor 2016, 2023, 2024 en 2025 kon het onderzoek de evolutie van de bereikbaarheid volgen over de verschillende fases van implementatie van het nieuwe beleid. Hieruit bleek dat de verbetering tijdens fase 2 in 2024 teniet werd gedaan door scherpe dalingen die samenvielen met fase 3 in 2025. Alles samengenomen was er tussen 2016 en 2025 een negatieve impact op de bereikbaarheid op lokaal niveau. Op regionaal niveau was er eerder een stabilisatie waarneembaar. Verder werd in de scriptie ook onderzocht of er verschillen waren in veranderingen van de bereikbaarheid tussen gebieden met een hoge en lage bevolkingsdichtheid. En tot slot werd er voor twee casestudies gekeken naar de invloed van specifieke wijzigingen in het openbaarvervoersnetwerk, zoals wijzigingen in de busfrequentie, haltelocaties, en reistijden.
Meer lezen

Het verband tussen scores op de Doctor Patient Scale, Skills Attitude Scale, Leeds Attitude Towards Concordance Scale en de Scale of Physician Empathy, en de communicatievaardigheden van arts assistenten in opleiding

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Billie
De Sterck
  • Mats
    Van Camp
  • Julia
    Lisek
  • Yael
    Bracquiné
Een effectieve communicatie tussen arts en patiënt is essentieel voor kwalitatieve zorg en een beter herstel. Zwakke communicatievaardigheden kunnen negatieve gevolgen hebben, zoals verhoogde stress en bezorgdheid bij patiënten. Eerder onderzoek toont aan dat arts-assistenten vaak tekortschieten op dit vlak.

Het doel van dit onderzoek is het nagaan of de attitudevragenlijsten, die door arts-assistenten worden ingevuld, een voorspellende waarde hebben voor de kwaliteit van hun communicatie. De attitudevragenlijsten meten aan de hand van stellingen, de houding van arts-assistenten ten opzichte van communicatie, het leren van communicatievaardigheden en hun benadering van ziekte of patiëntgerichtheid. De onderzochte attitudevragenlijsten zijn de Doctor-Patient Scale, Communication Skills Attitude Scale, Leeds Attitude Towards Concordance Scale en de Jefferson Scale of Physician Empathy. De communicatievaardigheden van de arts-assistenten werden gemeten via drie vragenlijsten ingevuld door externe beoordelaars na een consultatie met de arts-assistent. De beoordelingsinstrumenten die hiervoor werden gebruikt zijn de Maastrichtse Anamnese en Advies Scorelijst, de Consultation and Relational Empathy vragenlijst en de Non-verbale communicatievragenlijst.

Om significante verbanden tussen de attitudebeoordelingsvragenlijsten en communicatievaardigheden te analyseren, werd de Spearman-correlatiecoëfficiënt toegepast.

Verder werd onderzocht of demografische kenmerken (zoals specialisatie, geslacht, jaren klinische ervaring, universiteit van opleiding en bewustzijn van beoordeling) samenhangen met verschillen in communicatievaardigheden of attitudebeoordeling. Hiervoor werden de Mann-Whitney U-toets en de Kruskal-Wallis toets gebruikt.

De resultaten tonen aan dat de Leeds Attitude Towards Concordance Scale de grootste voorspellende waarde heeft voor de communicatievaardigheden van arts-assistenten. In tegenstelling hiermee blijken de Doctor Patient Scale, Communication Skills Attitude Scale en de Jefferson Scale of Physician Empathy geen significante voorspellende waarde te hebben. Daarnaast geeft het onderzoek aan dat demografische factoren invloed hebben op de communicatievaardigheden van arts-assistenten.
Echter de voorspellende waarde van de attitudevragenlijsten berust niet op de demografische factoren van de arts-assistenten.

Op basis van de resultaten worden jaarlijks communicatieworkshops voor arts-assistenten en het gebruik van communicatiechecklists tijdens stages aanbevolen.
Meer lezen

DE RECHTSVORDERING VAN RECHTSPERSONEN TER VERDEDIGING VAN ALGEMENE BELANGEN Aan poten en hoeven gebonden? De rechtsvordering van verenigingen ter verdediging van dierenwelzijn: een kritische toetsing

Vrije Universiteit Brussel
2025
Astrid
Pepermans
De mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden ter verdediging van algemene belangen – dat wil zeggen belangen die verband houden met hun statutair doel – vormt al jarenlang een bron van juridische en maatschappelijke discussie. Het vraagstuk werd recent opnieuw op scherp gesteld door het arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 11 juni 2024, waarin de burgerlijke partijstelling van vzw Animal Rights onontvankelijk werd verklaard wegens een gebrek aan eigen belang in de zin van artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek. De vzw had zich, naar aanleiding van ernstige schendingen van dierenwelzijnswetgeving, burgerlijke partij gesteld in een strafprocedure tegen een slachthuis en diens zaakvoerder. Hoewel het Gentse Hof van beroep het jaar voordien nog had geoordeeld dat de vzw een eigen belang kon aantonen op basis van haar statutair doel, kwam het Hof van Cassatie tot een tegengestelde conclusie.

De vraag of, en onder welke voorwaarden, dergelijke rechtspersonen een rechtsvordering kunnen uitoefenen, raakt aan fundamentele beginselen van het procesrecht en aan de klassieke tweedeling tussen het private en publieke domein waarop het Belgisch recht steunt. Deze indeling onderscheidt enerzijds private belangen, die via de burgerlijke procedure worden verdedigd door titularissen van subjectieve rechten of hun gemachtigden, en anderzijds het publieke belang, waarvoor doorgaans het openbaar ministerie optreedt, meestal binnen het strafrecht.

Deze bijdrage beoogt een diepgaande analyse van de ontvankelijkheidsvoorwaarden die de Belgische rechtsorde hanteert voor rechtspersonen die algemene belangen in rechte willen verdedigen, met bijzondere aandacht voor dierenwelzijnsverenigingen. De uiteenzetting vertrekt dan ook vanuit de centrale onderzoeksvraag: Hoe verhoudt de invulling van het belang, de hoedanigheid en de (potentieel) geleden schade als ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van de algemene belangen zich tot de behartiging van dierenwelzijn?

Al in de jaren 60 wees de koninklijk commissaris bij het ontwerp van het gerechtelijk wetboek op het ontbreken van een uitgewerkte theorie rond de rechtsvordering, met inbegrip van vorderingen ingesteld door rechtspersonen. Een eenduidige, coherente en systematische wettelijke regeling kwam er tot op heden niet. Een wisselvallige rechtsleer én rechtspraak is het gevolg.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, vat dit artikel aan met een verkenning van het juridisch en rechtsdogmatisch kader waarin de rechtsvordering, het belang, de hoedanigheid en de schade wordt geconceptualiseerd en geïnterpreteerd. Ook een overzicht van de historische en actuele positie van de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van algemene belangen is onontbeerlijk. Door de juridische en politieke premissen te onderzoeken waarop uiteenlopend invulling is gegeven aan de toepassingsvoorwaarden ervan, en door na te gaan hoe deze verschillende benaderingen zich tot op vandaag in de praktijk manifesteren, brengt dit artikel bestaande lacunes en begripsverwarring in kaart.

De focus wordt vervolgens, aan de hand van een veldstudie, toegespitst op de mogelijkheid voor verenigingen die milieubescherming en dierenwelzijn nastreven om als burgerlijke partij op te treden in strafzaken. Deze veldstudie, ingegeven door het arrest van 11 juni 2024, toont aan dat zelfs na de hervorming van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek – waarmee de initiatiefnemers beoogden de juridische mist rond de rechtsvordering weg te nemen – nog steeds geen sluitende interpretatie bestaat over de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de rechtsvordering van rechtspersonen.

Dit is niet alleen problematisch in de burgerlijke rechtspraak. Zoals de analyse in deze bijdrage aantoont, treden verenigingen ook in strafzaken op om dierenleed onder de aandacht van de rechter te brengen, met inconsistente rechtspraak als resultaat. Gezien de maatschappelijke urgentie en het toenemende draagvlak voor handhaving van dierenwelzijnswetgeving, is de nood aan een eenduidig wettelijk kader en aan rechtszekerheid des te groter. In dat opzicht overstijgt deze bijdrage de technisch-processuele discussie over ontvankelijkheid, en raakt ze ook aan fundamentelere vragen over wie er het best geplaatst is om dierenwelzijn te verdedigen in het gerecht, op welke manier dierenleed kan worden gesignaleerd, erkend en gecompenseerd, en welke belangen – vooral wanneer ze niet worden gestut door eigen subjectieve rechten – al dan niet een juridische stem verdienen.

Daarbij wordt ook stilgestaan bij de mogelijkheid van verdere wetgevende actie. Twee wetsvoorstellen van 16 september 2024 en van 11 oktober 2024 trachtten het hiaat in de toegang van dierenwelzijnsverenigingen tot de rechter op te vullen door in artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een uitdrukkelijke rechtsvordering toe te kennen aan deze verenigingen. Dit roept de vraag op of het wenselijk is om opnieuw een bijzonder wettelijk regime in te voeren, dan wel of het tijd is om de conventionele, binaire fundamenten van de rechtsvordering in België te herzien, in het licht van belangen die vandaag nog te vaak noodgedwongen zonder juridisch klankbord blijven.
Meer lezen

Fostering Political Solidarity through Language. A Diachronic Analysis of Politeness Strategies in Zelensky’s Addresses to the European Parliament

Universiteit Antwerpen
2025
Sien
Moens
Deze thesis heeft tot doel kritische inzichten te verschaffen in het discours dat president Volodymyr Zelensky gebruikt in zijn toespraken voor het Europees Parlement in de beginfase van het Russisch-Oekraïense conflict (2022-2024). Aan de hand van politieke discoursanalyse (PDA) en het kader van de beleefdheidstheorie worden verschillende beleefdheidsstrategieën onderzocht die de Oekraïense president gebruikt om de face-threatening act (FTA) die ten grondslag ligt aan zijn toespraken (het eisen van militaire en economische steun voor Oekraïne) te verzachten, terwijl hij tegelijkertijd de gedeelde waarden en solidariteit met zijn Europese bondgenoten versterkt. De thesis streeft ernaar een kritisch en breder inzicht te bieden in Zelensky's discours op het Europese toneel, om de complexe relatie tussen taal en publieke diplomatie in een context van urgente oorlogstijd verder te onderzoeken.
Meer lezen

DE ADOLESCENTE MOSLIM ALS IDENTITEITSZOEKER: EEN KWALITATIEVE STUDIE BIJ HULPVERLENERS NAAR RADICALISERING ALS EEN PROCES IN RELATIE TOT DE ADOLESCENTIE ALS LEVENSFASE

Universiteit Gent
2025
Rania
Ikoubaân
Deze masterproef onderzoekt hoe hulpverleners radicalisering bij adolescenten binnen een islamitische context begrijpen, met bijzondere aandacht voor de rol van identiteitsontwikkeling en de uitdagingen van de adolescentiefase. Sinds de aanslagen van 9/11 en de opkomst van homegrown terrorism is radicalisering een centraal thema geworden in zowel het publieke als wetenschappelijke discours. Desondanks ontbreekt een eenduidige definitie en worden radicalisering, extremisme en terrorisme vaak ten onrechte met elkaar en met de islam geassocieerd. Eerder onderzoek richtte zich vooral op justitiële dossiers of op de ervaringen van geradicaliseerde individuen, waardoor het perspectief van hulpverleners onderbelicht bleef. In dit kwalitatieve onderzoek werden twaalf bestaande, semi-gestructureerde interviews met Belgische hulpverleners geanalyseerd volgens een thematische analyse. De analyse toont dat hulpverleners radicalisering niet zien als een geïsoleerd ideologisch fenomeen, maar als een betekenisvolle oplossingspoging voor onderliggende psychische en sociale kwetsuren, vaak gerelateerd aan migratiepijn, structurele uitsluiting, intergenerationele conflicten en identiteitsproblemen. De adolescentiefase wordt door hulpverleners beschouwd als een periode van verhoogde kwetsbaarheid, waarin radicalisering kan fungeren als een poging om met gevoelens van onzekerheid, vervreemding en identiteitsvragen om te gaan. Deze bevindingen onderstrepen de noodzaak van een genuanceerde benadering van radicalisering, die oog heeft voor de individuele beleving en de bredere maatschappelijke context, en bieden waardevolle aanknopingspunten voor beleid en klinische praktijk.
Meer lezen

De invulling van voorbedachtheid in rechtsleer en rechtspraak. Een evolutie vanaf 1867 tot 2024.

Universiteit Gent
2025
Charlotte
Van der veken
De voorbedachtheid is een strafverzwarende omstandigheid bij verscheidene misdrijven, waaronder doodslag. Door de aanname van voorbedachtheid treden verschillende gevolgen in werking. Zo verhoogt de maximum gevangenisstraf van dertig jaar voor doodslag naar levenslang voor moord. Ook de verjaringstermijn is verschillend. De voorbedachtheid is dus een begrip dat belangrijk is voor zowel actoren in de strafrechtsketen als de persoon die wordt beschuldigd van doodslag met voorbedachten rade of moord, een van de zwaarste misdrijven. Ondanks het grote
belang ervan, bevat het huidige Strafwetboek echter geen definitie of duidelijke omlijning, waardoor de term riskeert op subjectieve en willekeurige wijze te worden ingevuld.

Tijdens de parlementaire discussies voor het Strafwetboek van 1867 werden evenwel enkele handvaten aangereikt omtrent de invulling van het begrip, waaruit een basisstelling is gevloeid: voorbedachtheid bestaat uit het weloverwogen besluit, genomen voorafgaand aan de daad. Deze basisstelling is doorheen de jaren uitgebreid met verschillende voorwaarden.

Door middel van een uitgebreid literatuuronderzoek, rechtspraakanalyse van arresten van het hof van assisen en een rechtsvergelijkend luik, poogde deze masterthesis een antwoord te bieden op de volgende vragen: is de basisstelling verder aangevuld en geëxpliciteerd in de rechtsleer en rechtspraak? Zo ja, hoe ver reiken deze aanvullingen en welke bijkomende voorwaarden werden toegevoegd? Vervolgens werd een synthese opgemaakt, opdat uiteindelijk een omvattende invulling aan de voorbedachtheid kon worden gegeven die rekening hield met zowel doctrinale
vereisten als de praktijk.

Ook het ruimere kader werd geschetst. De voorbedachtheid werd benaderd vanuit een
psychologische invalshoek, gezien de raakpunten met de menselijke psyche. Ten slotte werd eveneens een blik geworpen op de invulling ervan in Nederland en de Verenigde Staten.

Het nieuwe Strafwetboek, dat in werking zal treden in april 2026, bevat opnieuw een definitie van de voorbedachtheid. Deze werd vergeleken met de invulling die voortkwam uit dit onderzoek, waarbij enkele opmerkingen naar voren kwamen. Ter conclusie kan gesteld worden dat de definitie uit het nieuwe Strafwetboek op sommige punten verschilt. De voorwaarde van planmatigheid is een twistpunt en zal ongetwijfeld een interessante tendens op gang trekken de jaren na inwerkingtreding.
Meer lezen

De representatie van transmannen in pornografie - een focusgroepstudie

Universiteit Gent
2025
Odamé
Blommaert
Het onderwerp van seksualiteitsbeleving bij volwassen transgender en gender diverse (TGD) personen is ernstig onderbelicht in de wetenschappelijke literatuur. TGD personen zijn vaak protagonisten in seksueel expliciet materiaal, maar hun ervaringen met en noden op vlak van gender divers materiaal zijn zelden geëxploreerd. Deze masterproef voerde een focusgroepstudie uit alsook drie individuele interviews met transmannen die zich in een beslissingsproces rond genitale chirurgie bevinden. We wensten te onderzoeken of beschikbare genderdiverse kanalen voor seksueel expliciet materiaal, hier Himeros.tv, een exploratie kon bieden, wat potentieel kan bijdragen in het ontwikkelen van een sekspositief zelfbeeld. Hiernaast wilden we te weten komen of dit op zijn beurt een effect heeft op het beslissingsproces rond genitale chirurgie. Vanuit de data werden er 3 overkoepelende thema’s gevonden: 1) De functies van pornografie, 2) Het effect op seksualiteit en transitie en 3) De representatie van transmannen. De resultaten toonden over het algemeen dat Himeros.tv een respectvoller, realistischer en diverser alternatief bood in tegenstelling tot mainstream pornografie waar TGD personen vaak gerepresenteerd worden aan de hand van stereotiepe, fetisjerende en objectiverende beelden en verhaallijnen. Door de nadruk op intimiteit, consent en plezier, alsook een minder expliciete focus op de geslachtsdelen, droeg Himeros.tv in zekere mate bij aan de exploratie en de ontwikkeling van een sekspositief zelfbeeld. Tegelijkertijd waren er enkele kritische bedenkingen aanwezig, zoals onder andere de stereotiepe representatie van translichamen (vooral na een borstoperatie, en voor een genitale chirurgie), de beperkte diversiteit in lichamen en de doelgroepgerichtheid op homo- en biseksuele mannen. Hierdoor voelden niet alle deelnemers zich gerepresenteerd in de video’s van Himeros.tv. Daarnaast speelde TGD pornografie voor velen een rol in het beslissingsproces rond genitale chirurgie, met name als visuele en laagdrempelige informatiebron over translichamen na een geslachtsoperatie in een seksuele context. Dit kon helpen om de chirurgische opties af te wegen, het idee te versterken dat een bevredigend seksleven zonder chirurgie mogelijk is en om alternatieve narratieven te bieden in het seksuele leven als TGD persoon. De impact hiervan verschilde sterk per individu en was afhankelijk van de fase in de transitie, persoonlijke behoeften binnen pornografie en het vermogen om de beelden kritisch te interpreteren.
Meer lezen

Onrechtmatig verkregen bewijs en de Antigoon-leer

Thomas More Hogeschool
2025
Jamie
Saelen
Deze scriptie onderzoekt de Belgische bewijsuitsluitingsregel van onrechtmatig verkregen bewijs en de invloed van de Antigoon-doctrine hierop. Er wordt gekeken naar de wijze van bewijsvoering en het belang van bewijsmateriaal, de evolutie hiervan en de kritiek die het met zich meebrengt vandaag de dag. De uitsluitingsregel wordt uitgebreid besproken met als keerpunt het Antigoon-arrest. Er wordt gekeken naar de problematiek die het met zich meebrengt en het conflict tussen het bestraffen van misdrijven en het eerbiedigen van het recht op een eerlijk proces. Hoewel deze scriptie zich vooral focust op het strafrecht, wordt er toch ook gekeken naar de Antigoon-doctrine binnen andere rechtstakken en wordt er een vergelijking gemaakt met het burgerlijk recht. Tot slot wordt de mogelijke impact van het nieuwe Strafwetboek bekeken, dat een objectievere afweging van bewijs kan ondersteunen.
Meer lezen

Improving preconception care interventions for metabolically compromised women: the potential of Tirzepatide to restore oocyte quality as a way to overcome obesity-related subfertility

Universiteit Antwerpen
2025
Silke
Roofthooft
Obesitas is een wereldwijd toenemend gezondheidsprobleem dat nauw samenhangt met metabole verstoringen en vruchtbaarheidsproblemen. Incretine-gebaseerde geneesmiddelen winnen snel aan belang als een veelbelovende behandelingsstrategie in de strijd tegen deze obesitaspandemie, dankzij hun klinisch bewezen effectiviteit in gewichtsverlies en het verbeteren van systemische metabole parameters. In het bijzonder duale incretine-receptoragonisten, zoals Tirzepatide, hebben klinisch superieure resultaten aangetoond. Deze metabole voordelen maken Tirzepatide interessant in de context van preconception care interventions (PCCi). Obesitas wordt namelijk in verband gebracht met verminderde fertiliteit, voornamelijk als gevolg van een verminderde eicelkwaliteit en mitochondriale disfunctie in de eicel. Gezien Tirzepatide’s gunstige effecten op de metabole gezondheid, zou het mogelijk ook een positieve invloed hebben op eicelkwaliteit, aangezien de maternale metabole status de eicelkwaliteit beïnvloedt. Bovendien suggereren studies dat Tirzepatide de mitochondriale functies in somatische cellen beïnvloedt. Hoewel bestaande PCCi-strategieën, voornamelijk gefocust op gewichtsverlies en dieet normalisatie, enige verbetering in eicelkwaliteit tonen, blijkt uit studies dat de eicel en de mitochondriale functie niet volledig wordt hersteld. Dit benadrukt de noodzaak voor nieuwe PCCi-strategieën die zich specifiek richten op de ondersteuning van de eicel. Dit project onderzoekt daarom het potentieel van Tirzepatide als aanvullende therapie bij preconceptie dieetnormalisatie. Het richt zich op de vraag of Tirzepatide de eicel- en mitochondriale kwaliteit verder kan verbeteren dan bestaande dieetinterventies daar momenteel toe in staat zijn, en kan bijdragen aan het herstel van de mitochondriale functie in eicellen.
Meer lezen

Het gebruik van schoolfeedback uit de Vlaamse toetsen door schoolleiders en leraren

Universiteit Antwerpen
2025
Kaat
De Meutter
Genomineerde longlist Klasseprijs
Het duurzaam verbeteren van onderwijskwaliteit aan de hand van data is een actueel thema binnen het Vlaamse onderwijs. Dit kwalitatieve onderzoek onderzoekt hoe leraren en schoolleiders in het basis- en secundair onderwijs omgaan met de eerste schoolfeedback uit de Vlaamse toetsen en welke factoren het gebruik ervan beïnvloeden. Door middel van 24 semigestructureerde diepte-interviews, gelijk verdeeld over basis- en secundair onderwijs, werd het feedbackgebruik vanuit zowel leraren- als schoolleidersperspectief in kaart gebracht en via een iteratief coderingsproces geanalyseerd.
De resultaten laten zien dat schoolleiders en leraren de schoolfeedback voornamelijk raadplegen, bespreken en interpreteren, terwijl het diepgaander verklaren en het vertalen naar concrete acties ter bevordering van kwaliteitsontwikkeling minder vaak voorkomt. Slechts een beperkt deel van de respondenten ontwikkelt daadwerkelijk gerichte acties, zoals aanpassingen in het curriculum, professionele ontwikkeling of het verbeteren van computervaardigheden van leerlingen. Belemmeringen hierbij zijn onder andere tijdsdruk, beperkte datageletterdheid, de abstracte aard en timing van de schoolfeedback, evenals het ontbreken van mogelijkheden voor trendanalyses. Schoolleiders nemen een cruciale rol op zich in het faciliteren van het gebruik van feedback binnen de school, waarbij transparantie en gerichte professionele ondersteuning als cruciale factoren naar voren komen. Bovendien verschillen de gehanteerde referentiekaders binnen het feedbackdashboard tussen de onderwijsniveaus en bestaat er vooral in kansarme scholen terughoudendheid ten aanzien van de vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
Deze studie onderstreept het belang van gerichte professionalisering, het versterken van eigenaarschap bij leraren in het gebruik van feedback en een betere afstemming van de schoolfeedback op de dagelijkse onderwijspraktijk. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig onderzoek, waaronder longitudinale studies en onderzoek naar schoolfactoren die datagebruik bevorderen. De bevindingen leveren een waardevolle bijdrage aan de kennis over feedbackgebruik en bieden praktische handvatten voor schoolontwikkeling in Vlaanderen.
Meer lezen