Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

De meerwaarde van systematisch tandenpoetsen bij geïntubeerde patiënten op intensieve zorgen.

Hogeschool UCLL
2026
Yonne
Van der Vorst
Inleiding:
Ventilator-geassocieerde pneumonie (VAP) vormt een belangrijke complicatie bij geïntubeerde patiënten op de intensieve zorgen (IZ) en gaat gepaard met verhoogde morbiditeit, mortaliteit en zorgkosten (Simmons et al., 2024). Mondzorg speelt een cruciale rol in de preventie van deze infecties, maar in de klinische praktijk bestaat er variatie in de uitvoering ervan (Kelly et al., 2023).

Doelstelling:
Deze bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van systematisch tandenpoetsen ten opzichte van het gebruik van swabs met een chloorhexidine oplossing 0,12% (CHX 0,12%) bij geïntubeerde patiënten. De centrale onderzoeksvraag is of tandenpoetsen effectiever is binnen evidence-based mondzorg en bij het reduceren van infectierisico’s.

Methodologie:
Er werd een literatuuronderzoek uitgevoerd waarbij recente wetenschappelijke artikels geanalyseerd werden. Geselecteerde studies werden kritisch beoordeeld op relevantie en kwaliteit, met focus op interventies binnen mondzorg en hun effect op klinische uitkomsten zoals VAP, beademingsduur en opnameduur.

Resultaten:
Uit de literatuur blijkt dat systematisch tandenpoetsen een essentiële interventie is binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische reiniging met een zachte tandenborstel (met of zonder water of tandpasta) verwijdert tandplaque en bacteriële biofilm effectiever dan swabs met CHX 0,12% alleen, waardoor het risico op respiratoire infecties vermindert (Santos et al., 2024; Kelly et al., 2023). Dagelijks tandenpoetsen wordt geassocieerd met een lagere incidentie van ziekenhuisopgelopen pneumonie (HAP), een kortere beademingsduur en een verkorte opname op de IZ (Ehrenzeller & Klompas, 2024). Hoewel CHX 0,12% een antimicrobieel effect heeft, blijkt het als afzonderlijke interventie alleen onvoldoende effectief en worden mogelijke nadelen zoals mucosale irritatie en een verhoogde mortaliteit bij niet-cardio chirurgische IZ patiënten beschreven (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen lijkt effectiever dan alleen het gebruik van CHX 0,12% met een swab (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). Daarnaast tonen observaties op de IZ van Noorderhart Pelt aan dat de uitvoering van mondzorg in de praktijk varieert en dat tandenpoetsen niet consequent wordt toegepast, ondanks bestaande protocollen. Deze discrepantie tussen theorie en praktijk wordt ook beschreven door Kelly et al. (2023).

Conclusie:
Systematisch tandenpoetsen heeft een duidelijke meerwaarde ten opzichte van swabs met CHX 0,12% als afzonderlijke interventie binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische biofilmverwijdering vormt een essentiële pijler van evidence-based mondzorg en draagt bij aan het verminderen van infectierisico’s, waaronder VAP, evenals aan betere klinische uitkomsten (Ehrenzeller & Klompas, 2024; Santos et al., 2024). CHX 0,12% swabs kunnen aanvullend gebruikt worden, maar blijkt onvoldoende effectief zonder mechanische reiniging en wordt bovendien geassocieerd met mogelijke nadelige effecten bij langdurig routinematig gebruik (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen (met of zonder water of tandpasta) en een CHX 0,12% swab toont betere resultaten dan het gebruik van CHX 0,12% swabs alleen (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). De resultaten benadrukken daarnaast de noodzaak van een uniforme implementatie van evidence-based mondzorgprotocollen binnen de klinische praktijk (Kelly et al., 2023). Aanbevolen wordt om tandenpoetsen systematisch als standaardinterventie toe te passen en verpleegkundigen verder te ondersteunen via opleiding, sensibilisering en duidelijke richtlijnen.
Meer lezen

Hope for basic hygiene in Uganda: Developing a participatory hygiene education package for vulnerable children in Uganda

Hogeschool UCLL
2025
Lieselotte
Ingels
Deze bachelorscriptie onderzoekt hoe goedkope, participatieve en visuele hygiënevoorlichting de basishygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen in Oeganda kan verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd tijdens een stage van zes maanden bij Uganda Hands for Hope (UHfH) in de sloppenwijk Namuwongo in Kampala, en door middel van vergelijkend veldwerk in het landelijke district Kamuli. De centrale onderzoeksvraag was: “Hoe kunnen goedkope, participatieve en educatieve hygiëne-interventies de hygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen en adolescenten in Oeganda verbeteren?” Met behulp van kwalitatieve methoden zoals participerende observatie, diepte-interviews en focusgroepen, bracht het onderzoek belangrijke hiaten in het hygiënebewustzijn en de hygiënepraktijken aan het licht, ondanks de beschikbaarheid van waterinfrastructuur. Er werd een kindvriendelijk hygiënevoorlichtingspakket ontwikkeld en getest, met visuele hulpmiddelen zoals stickers, posters en boekjes met pictogrammen. Uit de resultaten bleek dat interactief, visueel materiaal de betrokkenheid van kinderen aanzienlijk vergrootte en hun hygiëneroutines verbeterde. Leraren en verzorgers meldden ook positieve gedragsveranderingen bij kinderen. De studie concludeert dat effectieve hygiënevoorlichting moet worden geïntegreerd in het dagelijks leven en zo moet worden ontworpen dat deze toegankelijk, betaalbaar en lokaal relevant is. Visuele en participatieve methoden bieden een krachtige manier om hygiënearmoede in informele nederzettingen en plattelandsgemeenschappen aan te pakken.
Meer lezen

The Effects of Caffeine on Procedural Memory

KU Leuven
2025
Alexandre
Spacassassi Silva
Hoewel cafeïne bekend staat om haar stimulerende effecten op aandacht en stemming, blijft de invloed op het langetermijngeheugen onduidelijk. In deze studie werd onderzocht of het innemen van cafeïne ná een leersessie de consolidatie van procedureel geheugen (i.e., het geheugen voor motorische vaardigheden) kan verbeteren. Dertig gezonde volwassenen leerden een toetsvolgorde in een Serial Reaction Time Task en kregen vervolgens een capsule met placebo, 80mg of 240mg cafeïne. Een dag later werd de taak herhaald. Deelnemers die 80mg cafeïne kregen, vertoonden een significante verbetering in reactietijd tussen beide dagen in vergelijking met de placebogroep, terwijl de 240mg dosis geen gelijkaardig voordeel bood. De bevindingen suggereren dat een matige dosis cafeïne de opslag van nieuw geleerde vaardigheden subtiel kan versterken. Het effect was echter klein en mogelijk afhankelijk van gewoonlijk cafeïnegebruik, wat verdere studie vraagt naar optimale dosis, timing en individuele verschillen.
Meer lezen

Bieden A-merken gezondere vleesvervangers van de 3de en 4de generatie aan dan huismerken in België?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Annaelle
Santana Palma
Bekijken of er een verschil is in nutritionele samenstelling tussen goedkopere huismerken en duurdere A-merk vleesvervangers in België. Bevatten A-merk vleesvervangers een betere samenstelling of niet?
Meer lezen

Denken of doen over de auto: Mindset-analyse van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen (1940-1973)

KU Leuven
2025
Lenn
De Buysscher
Deze scriptie onderzoekt de evolutie van de gedachten van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen in de periode 1940 tot 1973. Daarbij heeft deze scriptie specifieke aandacht voor de auto en bijhorende ontwikkelingen. Dit onderzoek gebruikt daarvoor bronnen uit het Felixarchief, het Vlaams Architectuur Instituut, het Rijksarchief te Antwerpen en verschillende bibliotheken van KULeuven. Die bronnen tonen via een close reading aan dat de gedachten van de stadsplanners doorheen de jaren heen evolueerden. Die evolutie was weliswaar niet rechtlijnig en verschillende elementen zoals stedelijk groen of historische monumenten kregen, afhankelijk van de periode, meer of minder aandacht binnen de gedachten van stadsplanners. Daarnaast beïnvloedde een combinatie van verschillende internationale tendensen de gedachten van de stadsplanners. Hun gedachten waren namelijk eerder een combinatie van verschillende invloeden uit andere landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland of de Verenigde Staten.
Meer lezen

AI-Driven Food Monitoring for Waste Reduction and Malnutrition Prevention

Universiteit Gent
2025
Axelle
Penninger
In woonzorgcentra gaan ondervoeding en voedselverspilling vaak hand in hand. Bewoners krijgen weliswaar uitgebalanceerde maaltijden, maar eten daar vaak slechts een deel van op. Het gevolg: ouderen krijgen te weinig voedingsstoffen binnen en grote hoeveelheden eten verdwijnen in de vuilnisbak. Bestaande opvolgsystemen bieden weinig soelaas: ze zijn arbeidsintensief, houden geen rekening met restjes, of falen bij gemixte en gepureerde maaltijden.

Daarom ontwikkelde ik LeftoVision, een computersysteem dat met behulp van beeldherkenning automatisch berekent hoeveel bewoners eten én hoeveel er wordt verspild. Het systeem vergelijkt foto’s van een maaltijd vóór en na consumptie, herkent de verschillende voedselcomponenten, schat hun gewicht en koppelt dit aan een voedingsdatabank. De resultaten worden bewaard in het Obelisk Core dataplatform en overzichtelijk weergegeven in een dashboard voor zorgverleners.

In tests behaalde LeftoVision een gemiddelde foutmarge van 22 gram per maaltijdonderdeel, voldoende nauwkeurig om kleine verschillen te detecteren. Het systeem vormt zo een belangrijke stap naar datagedreven zorg in woonzorgcentra, met als doel zowel de gezondheid van bewoners te verbeteren als voedselverspilling te beperken.
Meer lezen

Door de huid heen: Performancekunst en de radicale esthetiek van pijn op de Duystere Markt

KU Leuven
2025
Lies
Bogaerts
Mijn scriptie/thesis onderzoekt hoe pijn en lichaamsmodificatie binnen performancekunst, en specifiek op de Duystere Markt, bewust worden ingezet als artistiek en ritueel middel. Ik toon hoe het lichaam zo fungeert als medium voor expressie, transformatie en verbondenheid, en hoe dit ons denken over kunst en identiteit verruimt.
Meer lezen

Onderhandelen over duurzaamheid Een waardensociologische analyse van Museum Plantin-Moretus

Universiteit Antwerpen
2025
Orphee
Marien
Deze masterproef onderzoekt hoe duurzaamheid vorm krijgt binnen de dagelijkse praktijk van een cultureel-erfgoedinstelling, met het Museum Plantin-Moretus (Antwerpen) als casus. Vertrekkend vanuit de rechtvaardigingstheorie van Boltanski en Thévenot wordt duurzaamheid benaderd als een moreel en relationeel onderhandelingsproces, eerder dan als een vaststaand beleidsdoel. Via kwalitatieve analyse van interviews, observaties en documenten worden vijf morele oriëntaties of ‘waardewerelden’ geïdentificeerd: Zorg & Traditie, Maatschappij, Aards, Inspirerend en Structuur & Efficiëntie. Deze logica’s tonen hoe medewerkers omgaan met spanningen tussen beleidsdoelstellingen, institutionele beperkingen en persoonlijke overtuigingen. Drie strategieën komen naar voren in het omgaan met waardeconflicten: integratie, gedogen en het aanvaarden van pluraliteit. Daarbij speelt temporaliteit een belangrijke rol: traagheid blijkt niet louter bureaucratisch, maar functioneert als zorgzame reflectie. Tegelijk zijn waardewerelden ongelijk verdeeld in termen van institutionele inbedding, waardoor bijvoorbeeld erfgoedlogica’s dominant blijven tegenover ecologische rechtvaardigingen. Het onderzoek concludeert dat duurzaamheid in musea geen statisch of eenduidig begrip is, maar ontstaat in de concrete praktijken van verantwoording en positionering. Culturele duurzaamheid verschijnt zo niet als een extra pijler naast ecologie, economie en maatschappij, maar als het interpretatieve veld waarin betekenissen gevormd, betwist en gelegitimeerd worden.
Meer lezen

Wegwijs in voeding: een historische analyse van voedingsvoorlichting in Vlaanderen sinds 1960

Hogeschool UCLL
2024
Ayla
Van den Eynde
  • Femke
    Moyens
Voeding is altijd een belangrijk onderdeel van mensen hun leven geweest en meer dan ooit is er nood aan concrete en betrouwbare informatie over voeding op maat van de consument. Adviezen over wat ‘gezonde voeding’ nu juist inhoudt en modellen die mensen visueel helpen om tot een gezond voedingspatroon te komen, worden al meerdere decennia gepubliceerd. In België werd het eerste officiële voorlichtingsmodel, het Klavertje Vier, in de jaren 1960 gepubliceerd en de daaropvolgende jaren veranderden voedingsvoorlichtingsmodellen drastisch. Het doel is te achterhalen hoe deze modellen zijn geëvolueerd tot de Voedingsdriehoek zoals we hem vandaag kennen. En te kijken op welke informatie de Belgische en later de Vlaamse overheid zich baseerde om deze modellen te creëren.
Aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie zijn we allereerst op zoek gegaan naar de evolutie van de voedingswetenschap omdat dit de basis is van voedingseducatie en voorlichtingsmodellen. De kennisbank van het CAG en (achtergronddocumenten van) Gezond Leven brachten waardevolle informatie aan. Vervolgens onderzochten we de oorsprong van voedingseducatie waarbij het CAG en artikels gepubliceerd door Peter Scholliers en historische kookboeken zoals ‘Ons Kookboek’ interessante bronnen waren. Voor de evolutie van de modellen hebben we diverse bronnen geraadpleegd: websites, boeken en kookboeken... Ook hebben we Erika Vanhauwaert geïnterviewd, zij stond namelijk aan de basis van de ontwikkeling van de Voedingsdriehoek, waardoor ze waardevolle ongepubliceerde informatie kon geven. Krantenartikels uit De Standaard en HLN, gaven ons een breed beeld van wat de reactie was op de modellen door het algemene publiek en experten.
Voedingsvoorlichtingmodellen zijn vaak veranderd in Vlaanderen doorheen de jaren. Sinds het begin van voedingsonderzoek in de late 19e eeuw tot nu is voedingsvoorlichting geëvolueerd van simpele brochures en boekjes om deficiëntieziekten te voorkomen, naar visuele modellen op voedingsmiddelenniveau om welvaartsaandoeningen te voorkomen en naar modellen die een zo holistisch mogelijk beeld proberen te schetsen van voedingspatronen. Voedingsadviezen werden eerst door zowat iedereen verspreid, maar vandaag de dag houdt de overheid zich bezig met de publicatie van een eenduidig voorlichtingsmodel. Ook het doelpubliek waartoe de modellen zich richtten veranderde, eerst waren het vooral educatietools voor gezondheidsprofessionals, waarna ze meer en meer voor de algemene bevolking werden ontwikkeld. Het onderzoek dat voorafgaat aan de publicatie van de modellen wordt steeds uitgebreider met de jaren om zoveel mogelijk factoren te implementeren voor een zo integraal mogelijk beeld op gezondheid. Ondanks dit uitgebreid onderzoek stuiten de modellen echter steeds op kritiek en is het duidelijk dat modellen geregeld herzien en aangepast moeten worden om te blijven voldoen aan veranderingen in de maatschappij.
Voeding is een snel evoluerende wetenschap en van fundamenteel belang voor de algemene gezondheid. Uit het verleden leren we dat het belangrijk is om duidelijke en onderbouwde voedingsadviezen en voorlichtingsmodellen de wereld in te sturen die makkelijk te begrijpen zijn voor de algemene bevolking en aangepast worden op basis van de nieuwste wetenschappelijke consensus.
Meer lezen

Wat is het effect van Gerodent, een gestructureerd mondzorgbeleid, op de mondhygiëne van ouderen in woonzorgcentra in Vlaanderen

Universiteit Gent
2024
Emma
Temmerman
  • Jonas
    Maertens
Abstract

Doel: Het doel van deze studie is het effect van Gerodent, een gestructureerd mondzorgbeleid, op de mondhygiëne van ouderen die verblijven in een woonzorgcentrum (WZC) te kwantificeren en te vergelijken met de mondhygiëne van ouderen die verblijven in een WZC waar de standaard mondzorg wordt verleend.

Achtergrond: Gerodent is een complexe mondgezondheidsinterventie sinds 2010. Momenteel is dit project actief in 62 WZC’s gelegen in Oost- en West-Vlaanderen (België). Het omvat zowel preventieve als curatieve componenten, waaronder een volledig uitgerust mobiel tandheelkundig team, bestaande uit tandartsen, mondhygiënisten en tandartsassistenten, dat tweejaarlijks elk samenwerkend WZC bezoekt.

Methode: Dit betreft een cross-sectionele single blind studie waarbij een random clustered sample bestaande uit Gerodent-WZC’s vergeleken wordt met niet-Gerodent-WZC’s. De twee primaire uitkomstvariabelen zijn tandplaque (Turesky index en Silness & Loë index) en gebitsprotheseplaque (Augsburger & Elahi index). Daarnaast werden ook de volgende gegevens verzameld: tongplaque, aanwezigheid van tandsteen en voedseldebris, prevalentie van stomatitis, socio-demografische gegevens en de aanwezigheid van mondhygiënehulpmiddelen. De datacollectie vond plaats in de periode van 2020 tot 2023. Generalized Estimating Equations (GEE), gecorrigeerd voor geslacht, leeftijd, zorgafhankelijkheid en medicatie werden gebruikt om de mondhygiëne te vergelijken tussen beide groepen.

Resultaten: De Gerodent-WZC’s (G: n=171) en niet-Gerodent-WZC’s (nG: n=159) hadden respectievelijk een gemiddelde leeftijd van 85,8 (SD 7,2) en 87,8 jaar (SD 7,0), waarbij de meerderheid tot het vrouwelijke geslacht behoorde. De bewoners die behoorden tot de Gerodentgroep presenteerden zich met een lagere gemiddelde score van tandplaque (Turesky index) dan de bewoners van de niet-Gerodentgroep. Bovendien was dit verschil naast statistisch significant ook relevant (G 1,68; nG: 2,71; RR 0,32; 95% BI: 0,23-0,44). Verder waren de gemiddelde scores van de gebitsprotheseplaque ook significant verschillend tussen de niet-Gerodent- en Gerodentgroep en dit in het voordeel van de laatstgenoemde (G: 1,60; nG: 2,21; RR 0,55; 95% BI: 0,42-0,72). Tot slot waren mondhygiënehulpmiddelen voor de meeste bewoners beschikbaar, waarbij gebitsprotheseborstels meer aanwezig waren in de Gerodent-WZC’s.

Conclusie: De mondhygiëne van bewoners die verblijven in een Gerodent-WZC is significant beter dan deze van bewoners die verblijven in een niet-Gerodent-WZC. Ondanks dit hoopgevende resultaat blijft het niveau van mondhygiëne lager dan deze van de algemene Belgische bevolking en onvoldoende om orale pathologie te voorkomen.
Meer lezen

De relatie tussen mens en dier in het antieke epicurisme

KU Leuven
2024
Ruul
Hellemans
Deze paper onderzoekt de epicuristische visie op de relatie tussen mens en dier, de invloed van de presocraat Democritus hierop en de vraag in hoeverre deze visie wenslijk geacht moet worden. Het onderzoek behandelt twee thema’s die betrekking hebben op deze relatie. Ten eerste komt (in hoofdstuk 1) de vraag hoe de epicuristen dachten over rechtvaardigheid in relatie tot dieren aan bod. Deze vraag wordt in twee sub-vragen opgesplitst: (1) de vraag of dieren volgens de epicuristen (1) subject van moraliteit en/of (2) object van moraliteit zijn. Die laatste vraag (2) wordt nog verder in twee sub-vragen onderverdeeld: (a) de vraag of men de negatieve plicht heeft om af te zien van bepaalde onrechtvaardige handelingen tegenover dieren en (b) de vraag of men ook de positieve plicht heeft om bepaalde handelingen te stellen opdat dieren zouden kunnen deelhebben aan rechtvaardigheid. Het epicuristische antwoord op zowel vraag (1) als vraag (2) is negatief. Het belangrijkste epicuristische argument hiervoor is dat dieren niet voldoen aan de noodzakelijke voorwaarde voor rechtvaardigheid: het (kunnen) sluiten van een contract met het oog op nut en een verbod op wederzijdse schade. Enkel Lucretius en Epicurus staan een uitzondering toe voor gedomesticeerde dieren, die wel degelijk in staat zijn tot een impliciet contract met de mens en daarom zowel (1) subject als (2) object van moraliteit zijn. Beide antwoorden verschillen van de visie van Democritus, die zowel vraag (1) als vraag (2b) positief beantwoordde, maar van wie geen antwoord op vraag (2a) is overgeleverd. Toch heeft het epicuristische antwoord wellicht wortels bij de presocraat. Een tweede thema dat aan bod komt in (hoofdstuk 2 van) deze paper is de vraag in hoeverre de epicuristen er bepaalde levensvoorschriften op nahielden in relatie tot dieren. Concreet gaat het om de vraag of de epicuristen vegetariërs waren. Binnen het epicurisme bestaan twee grondhoudingen ten opzichte van vleesconsumptie: de houding van Epicurus en die van Hermarchus. Epicurus matigde zijn vleesconsumptie of onthield zich zelfs volledig van vlees als onderdeel van een ascetisch dieet. Hermarchus zag vleesconsumptie dan weer als een noodzakelijke vorm van populatiecontrole van gedomesticeerde dieren. Enkel die eerste visie lijkt wortels bij Democritus te hebben. In een laatste hoofdstuk evalueren we de plausibiliteit van de epicuristische opvattingen. Wat betreft het tweede thema van deze paper opperen we dat Epicurus’ matiging of onthouding van vleesconsumptie te verkiezen is, maar dat beide epicuristen teleurstellen in het feit dat zij nalaten hun beoordeling van de wenselijkheid van vleeseten te funderen in een bekommernis om dierenwelzijn. Wat betreft het eerste thema miskenden de epicuristen het onderscheid tussen (1) subjecten en (2) objecten van moraliteit door ten onrechte te claimen dat beide groepen aan elkaar gelijk zijn. De epicuristen Epicurus en Lucretius hadden wellicht minstens ten dele gelijk in hun claim dat gedomesticeerde dieren tot op zekere hoogte subject van moraliteit zijn. Maar de groep van objecten van moraliteit is veel groter en kan naar mijn mening adequaat worden afgebakend aan de hand van Plutarchus’ criterium dat stelt dat alle wezens met waarnemingsvermogen object van moraliteit zijn. Dat criterium impliceert dat alle dieren, alsook planten object van moraliteit zijn – hoewel Plutarchus ten onrechte niet geloofde dat planten over waarnemingsvermogen beschikken.
Meer lezen

Optimalisatie en validatie van het Glypican-3 antilichaam op formol-gefixeerd humaan weefsel met behulp van de Dako Omnis

Erasmushogeschool Brussel
2024
Lieselot
Liekens
Achtergrond: 80-90% van de leverkankers worden beschouwd als een hepatocellulair carcinoom (HCC). Dit is een primaire tumor die ontstaat in de hepatocyten. Doordat HCC wordt geassocieerd met levercirrose en er een groot risico op metastasering bestaat, bedraagt de overlevingskans van patiënten slechts 50-70% binnen de vijf jaar. Een tumormerker om HCC te detecteren, is Glypican-3.

Doel: Het doel van deze bachelorproef omvat het optimaliseren en valideren van het monoklonaal antilichaam Glypican-3, zodat HCC in een vroeg stadium gedetecteerd kan worden in formol-gefixeerd humaan weefsel.

Methode: Om dit doel te bereiken, werd gebruik gemaakt van immuunhistochemie (IHC). Hierbij zal het antigen GPC3 opgespoord worden in weefsels, met behulp van het antilichaam. Het toestel dat voor deze proef gebruikt werd, is de Dako Omnis van Agilent. De kleuring werd vervolgens gevalideerd door de patholoog-anatoom aan de hand van vooropgestelde scoringscriteria en verwachtingen van NordiQC. Er kon eveneens een onderscheid gemaakt worden tussen resultaten van het ready-to-use (RTU) antilichaam en het geconcentreerd antilichaam.

Resultaten: De verkregen data geven aan dat het geconcentreerde antilichaam voldoet aan de gewenste criteria om de test succesvol te volbrengen. Bij het positieve controleweefsel kan het antigen-antilichaam complex gevisualiseerd worden door de bruine neerslag van 3‘3 diaminobenzidine. Bij de negatieve controleweefsels was, zoals gewenst, enkel de tegenkleuring van hematoxyline waarneembaar. Het RTU-antilichaam voldoet niet aan de eisen en is afgekeurd voor verder gebruik.

Conclusie: Het geconcentreerd antilichaam werd goedgekeurd voor routinematig gebruik op de Dako Omnis. Aan de hand van Glypican-3 kunnen de pathologen een duidelijk onderscheid maken tussen gezond leverweefsel en HCC. Glypican-3 is dus geschikt om HCC in een vroeg stadium op te sporen.
Meer lezen

Optimalisatie van een isolatieprotocol en een protocol voor het genereren van kwalitatieve DNA- extracten voor de karakterisering van Clostridium botulinum

Erasmushogeschool Brussel
2024
Chehrazad
Rahouti
Clostridium botulinum (C. botulinum) is een Gram-positieve, sporenvormende bacterie die een van de krachtigste neurotoxinen, het botulineneurotoxine (BoNT), produceert. Deze bacterie vormt een ernstig risico voor de volksgezondheid vanwege de mogelijke aanwezigheid in voedingsmiddelen met een lage zuurgraad, zoals ingeblikte producten en gerookt vlees. Dit onderzoek richt zich op de isolatie en karakterisering van C. botulinum, met als doel de ontwikkeling en optimalisatie van isolatiemethoden en moleculaire technieken voor nauwkeurige detectie en identificatie. Het onderzoek bestaat uit twee delen: het eerste deel richt zich op het optimaliseren van isolatieprotocollen van C. botulinum uit verschillende voedingsmiddelen door het evalueren van diverse methoden en parameters. Het tweede deel ontwikkelt een protocol voor het verkrijgen van hoogwaardige DNA-extracten, geschikt voor whole genome sequencing (WGS). Het onderzoek beoogt de verbetering van isolatie- en DNA-extractiemethoden, wat kan bijdragen aan verbeterde detectie- en preventiestrategieën tegen C. botulinum.
Meer lezen

MONDGEZONDHEID BIJ VRACHTWAGENCHAUFFEURS Exploratief onderzoek naar het verbeteren van de mondzorggewoontes bij vrachtwagenchauffeurs op de werkvloer

Hogeschool UCLL
2024
Sarah
Detollenaere
  • Silke
    Achten
MONDGEZONDHEID BIJ VRACHTWAGENCHAUFFEURS
Exploratief onderzoek naar het verbeteren van de mondzorggewoontes bij vrachtwagenchauffeurs op de werkvloer
Meer lezen

Unwrapping Margiela: Casestudy: “Object X,” Maison Martin Margiela herfst-wintercollectie 1997-1998: “waarom Tyvek® in plaats van papier?” – een socio-historische, esthetische, en materiaal-technische deconstructie

KU Leuven
2023
Jessy
Baeken
Unwrapping Margiela is een casestudy van “Object X,” een ontwerp van het Franse modehuis Maison Martin Margiela (1989-), het geesteskind van de Belgische ontwerper Martin Margiela (°1957). Het is een drieledig onderzoek, waarbij allereerst de geschiedenis en de esthetiek van Maison Martin Margiela onderzocht wordt. Als tweede is het een conservatorische studie naar de materiaal-technische verschillen tussen Tyvek® en papier – de toegepaste of geïmiteerde materialen van “Object X.” Daarnaast is er ook een focus op de mogelijke juridische statuten van het modeobject, de standpunten van de curator en conservator, en de bespreking van toepasbare communicatieve theorieën bruikbaar in de museale context. Het is het onderzoek van één object, maar vanuit meerdere hoeken. Het eindpunt is een waar mode-museaal universum.
Meer lezen

A comparative study of diversity indices for assessing food biodiversity and its relation with mor-tality in Europe

Universiteit Gent
2023
Jill
Deygers
Voedselbiodiversiteit is de variatie van alles wat we consumeren. Het is belangrijk voor zowel onze gezondheid als voedselzekerheid in de toekomst. Om dit in kaart te brengen en te kunnen verbeteren in de toekomst zijn verschillende formules onderzocht.
Meer lezen

De transitie naar circulaire bouwmaterialen vraagt ruimte! Een manifest voor Hasselt-Genk.

Universiteit Gent
2023
Raven
Heirman
Dit is de mens in Vlaanderen vandaag. In spreidstand tussen het ecologische plafond en het sociale fundament: de dakpannen zijn eraf en de fundering bleek niet stabiel genoeg. Mijn thesis neemt de transitie naar circulaire bouwmaterialen en de ruimte die daarvoor nodig is als aanknopingspunt. Aan de hand van data, verhalende elementen, kaartmateriaal, … worden er vier ruimtelijke praktijken voorgesteld op vier verschillende schaalniveaus. De transitie naar een nieuwe samenleving wordt vormgegeven aan de hand van diverse aspecten uit de samenleving: zowel het sociale, het economische als het ecologische.
Meer lezen

GEBRUIKEN EIGENAARS VAN HONDEN MET IDIOPATHISCHE EPILEPSIE VAKER ALTERNATIEVE VOEDING EN VOEDINGSSUPPLEMENTEN?

Universiteit Gent
2023
Pauline
Vynckier
In deze scriptie werd er met behulp van een enquête gekeken wat de voedingsgewoontes waren voor honden met idiopatische epilepsie, voor en na de diagnose. Deze voedingsgewoontes werden ook vergeleken met gezonde honden. Deze studie had als doel om deze gewoontes in kaart te brengen als basis voor ander onderzoek en/of meer inzicht te hebben om het management van honden met idiopatische epilepsie met behulp van voeding te verbeteren.
Meer lezen

Kunstenaars en de Antwerpse broederschap van romanisten. Een typologie van confraterneel lidmaatschap, 1572-1681

KU Leuven
2023
Nathan
Faviana
Tussen 1572 en 1681 sloten elf kunstenaars zich aan bij de Antwerpse broederschap van romanisten, een exclusieve corporatie die thuisgekomen Romevaarders verenigde. Deze masterproef ontleedt hoe het lidmaatschap van die meesters gekarakteriseerd kan worden. Ze is het resultaat van een multidisciplinair onderzoek op het kruispunt van geschiedenis en kunstwetenschappen waarin de betrokken kunstenaars en hun werken in een ruimer sociaal weefsel gesitueerd worden.
Meer lezen

PlantAARDIGopgroeien een gift... op weg naar een betere wereld met de eiwitshift

Arteveldehogeschool Gent
2023
marijke
Goeman
Een praktijkgericht onderzoek naar een duurzame implementatie van de eiwitshift in kinderdagverblijven waarbij pedagogische en gedragsveranderende factoren worden verkent.
Meer lezen

Representatie van dierenleed in Vlaamse nieuwsmedia: een Critical Discourse Analysis van Vlaamse geschreven pers

Universiteit Gent
2023
Eden
Reuven
Een Critical Discourse Analysis van 47 artikels uit Vlaamse geschreven pers, geselecteerd in het jaar 2022 die analyseert hoe het discours rond dieren in slachthuizen vorm krijgt in de Vlaamse nieuwsmedia, vijf jaar na de undercoverreportage van Animal Rights in het slachthuis van Tielt.
Meer lezen

"Abeilles, poissons, gibier et animaux sauvages": de verhouding tussen dier, habitat en mens in Brabant tijdens de negentiende eeuw op basis van de Dictionnaire Géographique van Vandermaelen

Universiteit Gent
2023
Paulien
Daelman
Volgende scriptie onderzoekt of het mogelijk is om nieuwe referentiepunten te construeren betreffende de biodiversiteit van wilde dieren in Brabant tijdens de negentiende eeuw door een grotendeels onbekend bronnencorpus in de spotlights te zetten: de voorbereidende werken voor de Dictionnaire Géographique de Brabant van Vandermaelen en Meisser. Meer specifiek tracht ze de distributie, hoeveelheden, migratie en leefpatronen van wilde dieren in deze regio in interrelatie met de habitat en antropogene factoren te onderzoeken. Het doel is om vanuit deze nieuwe bron te vertrekken om te ontdekken wat hij kan bieden aan informatie over de fauna van Brabant.
Meer lezen

Spelend leren en topografieonderwijs - Hoe kan spelend leren de topografische kennis verbeteren bij leerlingen in de eerste graad?

Odisee Hogeschool
2023
Jorre
Vanhaelen
Genomineerde longlist Klasseprijs
De topografische kennis bij leerlingen in onze middelbare scholen is zeer slecht en wordt ook steeds zwakker. In deze scriptie werd getracht om deze kennis de verbeteren door gebruik te maken van spelend leren. Zo werd er een topografische spelbord ontwikkeld om leerlingen deze kennis duurzaam aan te leren.
Meer lezen

Antibioticagebruik bij siervissen, met een focus op de koi karper

Universiteit Gent
2022
Frederique
van den Wildenberg
Onderzoek naar het gebruik van antibiotica bij koi karpers. Er wordt uitgezocht welke antibiotica er zijn, tegen welke ziektes ze werken, maar ook worden er preventieve en alternatieve opties gegeven om de koi kaper gezond te houden en het gebruik van antibiotica te reduceren
Meer lezen

Lessen over dieren? Een onderzoek naar socialisatie op school

Universiteit Gent
2022
Daniel
Guerrero
Onderzoek naar socialisatie rond dieren op school. Wat leren de Vlaamse leerlingen over dierenwelzijn op school? Weinig tot niets, zo blijkt.
Meer lezen

The impact of indole-3-acetic acid on virulence of pathogenic Vibrios

Universiteit Gent
2022
Jana
Van Haesebroeck
Deze scriptie bestudeerde het effect van een natuurlijk voorkomend plantenhormoon (indool-3-azijnzuur) op verschillende virulentiefactoren van pathogene Vibrio bacteriën. Virulentiefactoren die werden getest zijn biofilmvorming, zwemmobiliteit en algemene virulentie tegenover een gastheer. Om deze virulentie tegenover een gastheer te testen, werden pekelkreeftjes gebruikt als modelorganismen.
Meer lezen

Angstige sukkel of manipulatieve narcist? Vertelstrategieën voor onsympathieke personages. Een vergelijking van Een nagelaten bekentenis (1894) van Marcellus Emants en De opdracht (1995) van Wessel te Gussinklo

Vrije Universiteit Brussel
2022
Margo
Destrijcker
Deze masterproef onderzoekt hoe vertelstrategieën de lezer zodanig manipuleren dat die een personage als onsympathiek interpreteert.
Meer lezen

Is het vermogen om pijn en genot te ervaren vanuit een Kantiaans standpunt voldoende om dieren te benaderen als doelen op zichzelf en niet louter als middel?

KU Leuven
2022
Julie
Bastijns
Een filosofische blik op de morele status van dieren en hoe deze een plaats kan krijgen binnen het Kantianisme, zoals vertolkt door Christine Korsgaard,
Meer lezen

Het Belgisch bosbeleid in Koloniaal Congo : de bescherming van bossen in het Nationaal Albert Park (Virunga Nationaal Park) in de jaren 1930

Universiteit Gent
2022
Seppe
Dewulf
In mijn masterproef heb ik me verdiept in het koloniaal natuurbeleid dat in Belgisch Congo werd gevoerd. Specifiek kijk ik naar de motieven voor en de werking van het bosbeschermingsbeleid dat in de jaren 1930 in het Nationaal Albert Park (Virunga Nationaal Park) werd gevoerd. Speciale aandacht gaat naar de sociale - en waar mogelijk ecologische - implicaties van dit beleid.
Meer lezen