Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

De relatie tussen mens en dier in het antieke epicurisme

KU Leuven
2024
Ruul
Hellemans
Deze paper onderzoekt de epicuristische visie op de relatie tussen mens en dier, de invloed van de presocraat Democritus hierop en de vraag in hoeverre deze visie wenslijk geacht moet worden. Het onderzoek behandelt twee thema’s die betrekking hebben op deze relatie. Ten eerste komt (in hoofdstuk 1) de vraag hoe de epicuristen dachten over rechtvaardigheid in relatie tot dieren aan bod. Deze vraag wordt in twee sub-vragen opgesplitst: (1) de vraag of dieren volgens de epicuristen (1) subject van moraliteit en/of (2) object van moraliteit zijn. Die laatste vraag (2) wordt nog verder in twee sub-vragen onderverdeeld: (a) de vraag of men de negatieve plicht heeft om af te zien van bepaalde onrechtvaardige handelingen tegenover dieren en (b) de vraag of men ook de positieve plicht heeft om bepaalde handelingen te stellen opdat dieren zouden kunnen deelhebben aan rechtvaardigheid. Het epicuristische antwoord op zowel vraag (1) als vraag (2) is negatief. Het belangrijkste epicuristische argument hiervoor is dat dieren niet voldoen aan de noodzakelijke voorwaarde voor rechtvaardigheid: het (kunnen) sluiten van een contract met het oog op nut en een verbod op wederzijdse schade. Enkel Lucretius en Epicurus staan een uitzondering toe voor gedomesticeerde dieren, die wel degelijk in staat zijn tot een impliciet contract met de mens en daarom zowel (1) subject als (2) object van moraliteit zijn. Beide antwoorden verschillen van de visie van Democritus, die zowel vraag (1) als vraag (2b) positief beantwoordde, maar van wie geen antwoord op vraag (2a) is overgeleverd. Toch heeft het epicuristische antwoord wellicht wortels bij de presocraat. Een tweede thema dat aan bod komt in (hoofdstuk 2 van) deze paper is de vraag in hoeverre de epicuristen er bepaalde levensvoorschriften op nahielden in relatie tot dieren. Concreet gaat het om de vraag of de epicuristen vegetariërs waren. Binnen het epicurisme bestaan twee grondhoudingen ten opzichte van vleesconsumptie: de houding van Epicurus en die van Hermarchus. Epicurus matigde zijn vleesconsumptie of onthield zich zelfs volledig van vlees als onderdeel van een ascetisch dieet. Hermarchus zag vleesconsumptie dan weer als een noodzakelijke vorm van populatiecontrole van gedomesticeerde dieren. Enkel die eerste visie lijkt wortels bij Democritus te hebben. In een laatste hoofdstuk evalueren we de plausibiliteit van de epicuristische opvattingen. Wat betreft het tweede thema van deze paper opperen we dat Epicurus’ matiging of onthouding van vleesconsumptie te verkiezen is, maar dat beide epicuristen teleurstellen in het feit dat zij nalaten hun beoordeling van de wenselijkheid van vleeseten te funderen in een bekommernis om dierenwelzijn. Wat betreft het eerste thema miskenden de epicuristen het onderscheid tussen (1) subjecten en (2) objecten van moraliteit door ten onrechte te claimen dat beide groepen aan elkaar gelijk zijn. De epicuristen Epicurus en Lucretius hadden wellicht minstens ten dele gelijk in hun claim dat gedomesticeerde dieren tot op zekere hoogte subject van moraliteit zijn. Maar de groep van objecten van moraliteit is veel groter en kan naar mijn mening adequaat worden afgebakend aan de hand van Plutarchus’ criterium dat stelt dat alle wezens met waarnemingsvermogen object van moraliteit zijn. Dat criterium impliceert dat alle dieren, alsook planten object van moraliteit zijn – hoewel Plutarchus ten onrechte niet geloofde dat planten over waarnemingsvermogen beschikken.
Meer lezen

"Abeilles, poissons, gibier et animaux sauvages": de verhouding tussen dier, habitat en mens in Brabant tijdens de negentiende eeuw op basis van de Dictionnaire Géographique van Vandermaelen

Universiteit Gent
2023
Paulien
Daelman
Volgende scriptie onderzoekt of het mogelijk is om nieuwe referentiepunten te construeren betreffende de biodiversiteit van wilde dieren in Brabant tijdens de negentiende eeuw door een grotendeels onbekend bronnencorpus in de spotlights te zetten: de voorbereidende werken voor de Dictionnaire Géographique de Brabant van Vandermaelen en Meisser. Meer specifiek tracht ze de distributie, hoeveelheden, migratie en leefpatronen van wilde dieren in deze regio in interrelatie met de habitat en antropogene factoren te onderzoeken. Het doel is om vanuit deze nieuwe bron te vertrekken om te ontdekken wat hij kan bieden aan informatie over de fauna van Brabant.
Meer lezen

Beestenbos? Landschapsarcheologie en Animal Agency in het Zoniënwoud

Vrije Universiteit Brussel
2022
Pieter
Rodts
In deze scriptie wordt onderzocht hoe het samenleven tussen mensen en dieren vormgegeven heeft aan het landschap in het Zoniënwoud tijdens het late Ancien Régime. Dit gebeurt door middel van een landschapsarcheologische analyse van nog in het woud zichtbare landschapsrelicten.
Meer lezen

Van dorpen van de dood naar leerscholen voor het leven: De evolutie van drie katholieke leprozerieën in Belgisch-Congo onder invloed van de sulfonentherapie tussen 1940 en 1960

KU Leuven
2021
Felix
Deckx
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
1950 was een belangrijk jaartal in de geschiedenis van de lepraverzorging in de voormalige Belgische kolonie Congo. Rond die tijd werd de sulfonenbehandeling in 's lands leprozerieën gemeengoed. Voor het eerst was de westerse geneeskunde in staat lepra volledig te genezen. Deze masterproef onderzoek de impact van deze behandeling op de Belgisch-Congolese lepraverzorging. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de religieuze, medische en sociale omgang met de Congolese patiënten.
Meer lezen

Dienstverlening binnen de Vlaamse archeologie: een stakeholderanalyse van de commerciële archeologische sector

Vrije Universiteit Brussel
2020
Rosalie
Hermans
De huidige studie gaat over stakeholdermanagement in de Vlaamse archeologische sector. Er wordt vertrokken vanuit de twee belangrijkste spelers in de sector: de archeologische bedrijven en het Kabinet Onroerend Erfgoed. De volgende zaken staan centraal in de thesis: 1) het stakeholdernetwerk en de werking ervan; 2) de belangen van de stakeholdergroepen; 3) de stakeholderproblematieken; 4) Mogelijkheden tot samenwerking tussen verschillende stakeholdergroepen. Het werk onderscheidt zich door een sterke achtergrond in zowel archeologie als stakeholdermanagement.
Meer lezen

Conflict bij natuurbehoud: het geval van het Pendjari Nationaal Park in Benin, West-Afrika

Vrije Universiteit Brussel
2019
Iliana
Janssens
Met de recente, drastische dalingen in biodiversiteit, wordt de nood aan natuurbehoud steeds duidelijker. Hier komen echter veel betrokken partijen bij kijken met ieder hun eigen belangen, wat conflict met zich meebrengt. Ik onderzocht een natuurbehoudsconflict in het Pendjari Nationaal Park in Benin dat zich voordeed na een verandering van een participatief naar een particulier beheer.
Meer lezen

“The Africa you have always dreamed of”. De evolutie van de Britse toeristische beeldvorming over Tanzania, 1958-2017

KU Leuven
2019
Lente
Van Hee
Een onderzoek naar het beeld dat Britse reisgidsen over Tanzania schetsen vanaf de jaren vijftig tot nu. De masterproef onderzoekt aan de hand van de "unmyths" van onderzoekers Pushkala Prasad en Charlotte Echtner hoe het toeristisch beeld van Tanzania evolueerde en of het dekoloniseerde sinds de jaren vijftig.
Meer lezen

Gastropod-borne trematode communities of man-made reservoirs in Zimbabwe, with a special focus on Fasciola and Schistosoma helminth parasites

KU Leuven
2019
Ruben
Schols
Artificiële reservoirs creëren een verstoorde omgeving die invasieve soorten helpt verspreiden en die op hun beurt kunnen leiden tot een invasional cascade. Daarom bestudeerden we slakken en trematoden in vijf artificiële reservoirs in Zimbabwe met behulp van shedding experimenten en moleculaire analyses. In het kader van de One Health benadering, identificeerden we de volledige levenscyclus van drie verschillende parasieten van het nijlpaard. Deze studie toont het belang van invasieve slakken in ziekte overdracht in artificiële reservoirs en zal hopelijk bijdragen tot een verdere bescherming van het nijlpaard in Zimbabwe.
Meer lezen

Verkennend onderzoek op reekadavers in bos en heide

Hogeschool PXL
2019
Raven
Onzea
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Verkennend onderzoek de afbraak van reekadavers in bos en heide en de aanwezige aaskeverpopulaties.
Meer lezen

The identification, diversity and ecology of gastropod - trematode associations of economic significance in Lake Kariba, Zimbabwe

KU Leuven
2018
Hans
Carolus
  • Tine
    Huyse
  • Maxwell
    Barson
In mijn thesisonderzoek ontwikkelden we een op DNA gebaseerde techniek voor het identificeren van trematodenparasieten in hun de intermediaire gastheer: een zoetwaterslak. Verder identificeerde we voor het eerst alle trematodenparasieten in het Karibameer, 's werelds grootste kunstmatige meer. We ontdekten onder meer invasieve slakkensoorten en parasieten die zowel mensen, vee als wilde dieren kunnen infecteren.
Meer lezen

Wildlife souvenirs op de artisanale markt in Leon

Hogeschool UCLL
2017
Daan
Jochems
De handel in souvenirs gemaakt van wilde dieren vormt een sterke bedreiging voor bepaalde soorten. In Nicaragua is er verscheiden aanbod aan dergelijke producten. Hoewel potentiële kopers dit soort wildlife souvenirs
afkeuren, kan hun onwetendheid er toch voor zorgen dat ze een dergelijk product kopen. Een sensibilisatiecampagne zou daarom de vraag naar wildlife producten kunnen doen
afnemen.
Meer lezen

Illegale handel in beschermde dieren- en plantensoorten in België: een verkennend onderzoek naar aard en aanpak.

KU Leuven
2015
Kelly
Feytens
België: een draaischijf voor de illegale handel in beschermde dieren en planten?“Neushoornhoorn brengt meer op per kilo dan goud”Op 9 april 2014 organiseerde ons land een zogenaamde Ivory Crush, naar aanleiding van het dertigjarige bestaan van het CITES-Verdrag in België. De voorraad in beslag genomen ivoor – meer dan anderhalve ton – werd die dag vernietigd als signaal in de strijd tegen de illegale handel in wilde dieren en planten.Elk jaar worden er miljoenen dieren en planten (en producten daarvan) gestroopt en verhandeld, met het uitsterven van soorten tot gevolg.
Meer lezen

Transmissie van het Morogorovirus binnen populaties Mastomys natalensis in Tanzania

Universiteit Antwerpen
2014
Joachim
Mariën
Virussen in het wild: gevaarlijk voor (n)u en voor morgenMaar liefst 60.3% van de opkomende infectieziekten in de wereld (de zogenaamde ‘Emerging Infectious Diseases’) is afkomstig van dieren. Het merendeel daarvan is afkomstig van dieren in het wild. Hun opmars is te wijten aan toenemende mondialisering en veranderende sociaaleconomische factoren. Ook ecologische problemen, zoals houtontginning en opwarming van de aarde, hebben tot gevolg dat wilde dieren steeds minder beschikken over een geschikte habitat, waardoor het aantal contacten tussen mensen en dieren toeneemt.
Meer lezen

De ontwikkeling van de personificaties van de werelddelen in de zestiende eeuw

Universiteit Gent
2009
Ann-Sophie
Snoeck
De zestiende eeuwse wereld gepersonifieerd.
1571, Abraham Ortelius klopt aan bij de Antwerpse uitgever Gillis Coppens van Diest aan wie hij vraagt zijn Theatrum Orbis Terrarum te publiceren. Het pronkstuk van deze lijvige atlas is het indrukwekkende titelblad waarop vier vrouwen zijn afgebeeld, vergezeld van tal van vreemde attributen. De dames personifiëren de vier toen gekende werelddelen. Deze prent van Ortelius is vooruitstrevend. Voor het eerst in de geschiedenis van de beeldende kunsten verschijnt hier de personificatie van Amerika, vergezeld van haar drie oude zusters.
Meer lezen