Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

De faciliterende rol van lokale besturen in inclusieve co-creatie: een vergelijkende casestudie van co-creatieprojecten in twee Vlaamse steden

KU Leuven
2025
Ella
Hermans
Lokale besturen spelen een sleutelrol in het creëren van een inclusieve samenleving. Toch ervaren kwetsbare groepen, zoals mensen in armoede, migranten, laaggeletterden en digitaal uitgesloten personen, vaak drempels om deel te nemen aan beleid en dienstverlening. Taalbarrières, wantrouwen en beperkte digitale vaardigheden zorgen ervoor dat hun stem minder gehoord wordt, terwijl hun betrokkenheid net cruciaal is om uitsluiting en ongelijkheid tegen te gaan.

Deze scriptie onderzoekt hoe inclusieve co-creatie vorm krijgt in Vlaanderen, via een vergelijkende casestudie in Genk en Beringen. Beide steden zetten sterk in op participatie, maar kiezen daarbij voor uiteenlopende strategieën. Genk werkt vanuit formele structuren met participatieambtenaren, wijkmanagers en instrumenten zoals het 'Burgerbudget'. Beringen kiest voor een relationele aanpak, waar nabijheid en vertrouwen centraal staan, en intermediairs zoals SAAMO Limburg bruggen bouwen naar moeilijk bereikbare groepen.

De analyse toont dat er geen universele succesformule bestaat. Duurzame co-creatie vraagt een geïntegreerde aanpak waarin structuren, netwerken, cultuur en middelen elkaar versterken. Een ondersteunende organisatiecultuur met vertrouwen, flexibiliteit en gedeeld leiderschap blijkt onmisbaar. Tegelijk zijn middelen zoals tijd, budget en expertise noodzakelijke voorwaarden om participatiedrempels daadwerkelijk te verlagen.

De kracht van co-creatie ligt dus in de combinatie van stabiliteit en nabijheid. Lokale besturen kunnen leren door structurele participatieverankering te koppelen aan relationele netwerken die aansluiten bij de leefwereld van burgers. Co-creatie wordt zo meer dan een methode: het is een proces van geduld, empathie en langdurige inzet, met het potentieel om inclusie in beleid en dienstverlening effectief te versterken.
Meer lezen

Access to Healthcare for Dutch-Speaking Patients in Brussels. A Comprehensive Investigation of Linguistic Barriers in a Multilingual Context.

KU Leuven
2025
LAURA
MORENO RODRIGUEZ
Deze thesis onderzoekt de aanzienlijke kloof tussen de officiële tweetaligheid van Brussel en de realiteit voor Nederlandstalige patiënten, die geconfronteerd worden met taalbarrières die hun toegang tot en de kwaliteit van de gezondheidszorg verminderen. Met behulp van een mixed-methodsbenadering baseert het onderzoek zich op een enquête onder Nederlandstalige patiënten, interviews met taalprofessionals, en een secundaire enquête onder zorgpersoneel. De bevindingen bevestigen dat deze barrières ertoe leiden dat patiënten zorg uitstellen of vermijden, terwijl institutionele inspanningen om taaltrainingen aan te bieden systematisch worden ondermijnd door personeelstekorten, een hoge werkdruk en een gebrek aan oefenkansen voor gemotiveerd personeel. Op de korte termijn wijst het onderzoek op de noodzaak van toegankelijke trainingen, financiële prikkels en meer financiële middelen om ziekenhuizen te ondersteunen. Uiteindelijk vereist een duurzame oplossing echter een fundamentele onderwijshervorming om de Nederlandse taalvaardigheid te verbeteren en zo het probleem bij de wortel aan te pakken.
Meer lezen

Wanneer is te veel, 'te veel'? Over het aantal kinderen per spermadonor (Deelonderzoek: Beleving van Donorkinderen)

KU Leuven
2025
Margot
Indekeu
De limieten op het aantal nakomelingen per donor (de donorquota) werden bepaald in een context van geheimhouding en anonimiteit rond donorconceptie. Ze zijn voornamelijk ingegeven door medische redenen, zoals het voorkomen van consanguïniteit. De opkomst van het internet en DNA-databanken, in combinatie met een maatschappelijke verschuiving naar meer openheid en recente wetswijzigingen, maakt het mogelijk dat nakomelingen van eenzelfde donor met elkaar in contact kunnen komen. Hierdoor is duidelijk geworden dat de wetten en richtlijnen in het verleden niet altijd nageleefd werden en dat er een gebrek is aan internationale wetgeving waardoor donorkinderen soms geconfronteerd worden met een onverwacht aantal donor half-sibilings. Deze onvoorziene contacten brengen nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee, waardoor de psychosociale aspecten van het aantal nakomelingen per donor steeds meer op de voorgrond komen te staan.

In deze masterproef werd onderzocht hoe donorkinderen genetische verwanten die ontstaan zijn uit donaties van dezelfde donor beleven, binnen het bredere maatschappelijke vraagstuk rond donorquota. Om een diepgaand inzicht te verkrijgen in deze belevingen werd gekozen voor een explorerende, kwalitatieve onderzoeksbenadering. Semigestructureerde interviews werden afgenomen en geanalyseerd aan de hand van een thematische analyse, gebaseerd op de aanpak van Braun en Clarke (2006). Aan het onderzoek namen twaalf personen deel uit alleenstaande-moeder, moeder-moeder en moeder-vader gezinnen. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de beleving van de deelnemende donorkinderen gevarieerd en complex is en zich situeert op verschillende niveaus: individueel (bewustzijn rondom donor half-siblings, impact op identiteit), interpersoonlijk (woordgebruik, betekenis van genen en verwantschap, vormgeven aan de relatie, relationele dynamieken, familiale grenzen) en beleidsmatig (kindperspectief, centraal register, donorquota). De deelnemers gaven aan een sterke behoefte te ervaren naar vrijheid om zelf betekenis en vorm te mogen geven aan de genetische connectie met hun donor half-siblings, zonder zich te moeten verdedigen voor hun gevoelens en gedachten. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke behoefte aan informatie en ondersteuning, mede doordat er weinig sociale kaders bestaan om deze relaties te duiden. De meerderheid van de deelnemers vond dat er een internationaal, centraal register moet komen dat transparantie en overzicht biedt over het aantal nakomelingen per donor. Daarnaast was er unanimiteit over de noodzaak van een duidelijk donorquotum dat nageleefd en opgevolgd wordt.

Binnen de klinische praktijk is het belangrijk om begeleiding en ondersteuning te bieden aan donorkinderen bij het verkennen van mogelijke betekenissen van de genetische connectie met donor half-siblings, zonder deze voor hen in te vullen. Daarnaast spraken deelnemers de wens uit om het onderbelichte kindperspectief centraal te stellen in het maatschappelijke en politieke debat rond de praktijk van donorconceptie. Ze voelden daarbij een nood aan erkenning van donorkinderen als personen met eigen rechten en informatiebehoeften.
Meer lezen

Alcohol als koopwaar en anti-koopwaar. Inzicht in voedselsoevereiniteit en culturele duurzaamheid op het Lassithiplateau, Griekenland.

KU Leuven
2025
John Paul
Jose
Deze thesis onderzoekt de rol van het traditionele rakimaken bij het in stand houden van voedselsoevereiniteit en culturele continuïteit op het Lassithiplateau op Kreta. In deze rurale, bergachtige regio, bekend om haar sterke gemeenschapsbanden en seizoensgebonden landbouwritmes, gaat de praktijk van rakidistillatie verder dan alcoholproductie. Zij fungeert als een culturele instelling waar sociale banden worden vernieuwd, ecologische kennis wordt doorgegeven en de gemeenschapsidentiteit wordt versterkt. De rakiproductie in Lassithi werkt als een vorm van anti-koopwaar: het primaire doel is niet winst, maar het onderhouden van een gedeelde levenswijze geworteld in samenwerking, zorg en circulair gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

De bevindingen tonen aan dat raki van buitenaf vaak wordt gezien als een eenvoudig product, maar in werkelijkheid een levendige traditie vertegenwoordigt die diep is ingebed in de cultuur en natuur van de lokale gemeenschap. Tegelijkertijd ontstaan er uitdagingen door regelgevingskaders die raki behandelen als een industrieel goed en zo de diepgaande culturele functies en gemeenschapswaarden achter de productie over het hoofd zien. Vergunningsstelsels, belastingregels en geografische aanduidingen houden geen rekening met het unieke, niet-commerciële karakter van deze praktijk. Deze regulatoire druk dreigt zowel het product als de cultuur te beperken in hun vermogen om zich te ontwikkelen, aan te passen en de gemeenschap te blijven dienen.

Bovendien wijst het onderzoek op een fundamentele kloof tussen top-down marktlogica en de geleefde culturele realiteit van plattelandsgemeenschappen. Terwijl beleidsmakers vaak focussen op output en naleving, richten locals zich eerder op het bewaren van traditie, het handhaven van ecologische balans en het waarborgen dat culturele praktijken betekenisvol blijven voor toekomstige generaties. Deze spanning weerspiegelt bredere tegenstellingen tussen uniforme beleidslijnen en diverse, plaatsgebonden levenswijzen.

De thesis laat zien dat de bescherming van traditionele praktijken zoals rakimaken een verschuiving vergt in hoe we cultureel ontstane producten waarderen en besturen. Het erkennen van de eigen herkomst, functie en evolutie van dergelijke praktijken is essentieel om duurzame en rechtvaardige plattelandsontwikkeling te ondersteunen. Door de culturele processen te beschermen—niet alleen het eindproduct—behouden we ecologische wijsheid, sociale cohesie en door de gemeenschap gedreven innovatie. Tradities zoals rakimaken kunnen stilletjes verzet bieden tegen homogenisering en waardevolle lessen aanreiken om duurzaamheid, veerkracht en vooruitgang in een snel veranderende wereld te herdenken. Deze studie onderstreept dat landbouwproducten fungeren als een instrument om cultuur te tonen en te bewaren, waarbij in een plaats verankerde culturele activiteiten laten zien hoe complexe culturele systemen van gemeenschappen werken.
Meer lezen

Tegendraads. De subversieve mogelijkheden van amateuristische textielpraktijken: een onderzoek in Manoeuvres open atelier

Universiteit Gent
2025
Saar
Lermytte
Deze thesis weerlegt de veronderstelling dat textiel politiek onbelangrijk is. Sinds de
(vroeg)moderne tijd wordt het materiaal ingezet als instrument van onderdrukking, met name tegenover vrouwen en gekoloniseerde volkeren. Tegelijkertijd schuilt er in textiel ook een mogelijkheid van verzet. Voortbouwend op drie vastgestelde lacunes in huidig textielonderzoek, verkent deze thesis hoe amateuristische textielpraktijken een plaats van subversieve kracht kunnen zijn, met aandacht voor de samenkomst van gender en ras. Via een textiele etnografie bij Manoeuvre, een open textielatelier in Gent, worden drie subversieve strategieën geïdentificeerd: (1) de toegankelijkheid van textielbewerking; (2) het reclaimen van vrouwelijke en raciale connotaties – met daarbinnen aandacht voor publieke zichtbaarheid, intergenerationele en
interculturele verbindingen, plezier als verzetsdaad en het vormgeven van sociale identiteiten; en (3) de functie van textiel als lichamelijk, zintuiglijk en emotioneel kennissysteem. Ten slotte benadrukt de thesis dat de subversieve potentie van textiel afhangt van context en gebruik.
Meer lezen

Over dikke dozen op gevoelige grond

Universiteit Gent
2025
Senne
De Ridder
  • Cas
    Neels
Charleroi is een stad gevormd door haar industriële verleden en getekend door socio-economische breuken. Deze thesis onderzoekt hoe de industriële kavels – restanten van een cyclisch patroon van gebruik en verwaarlozing – opnieuw betekenis kunnen krijgen in het stedelijk weefsel. Via de lens van fytoremediatie, successie en typologisch onderzoek groeit een voorstel: de dikke doos. Deze grote vorm balanceert tussen industriële robuustheid en historische verfijning. Zo tekent zich een nieuw landschap af waarin vergeten gronden, architectuur en sociale relaties elkaar ontmoeten.
Meer lezen

“Kleine geluksmomentjes in het proces naar wie dat je bent”: De gendereuforische ervaringen van Vlaamse trans jongvolwassenen

Universiteit Gent
2025
Lukas
Deleu
Machtige medische instituties hebben de focus in transgenderstudies en andere domeinen van het sociale leven gelegd bij genderdysforie van trans mensen. Critici stellen dat deze focus eenzijdig, schadelijk en ontmenselijkend werkt. Vanuit de marge pleiten trans individuen voor het gebruik van de term gendereuforie. Gendereuforie verwijst naar positieve gevoelens, emoties, ervaringen en handelingen die verband houden met een bepaalde genderbeleving. Bestaande academische literatuur richt zich tot nu toe op Engelstalige westerse landen. Deze studie onderzoekt hoe transgender jongvolwassenen in Vlaanderen gendereuforie ervaren. Dit gebeurt via een kwalitatief onderzoek met vijftien semigestructureerde interviews. De data-analyse leverde drie thema’s op: (1) betekenissen van gendereuforie, (2) bronnen van gendereuforie, (3) impact van gendereuforie. Resultaten tonen aan dat gendereuforie een diep persoonlijke, veelzijdige en essentiële ervaring vormt voor trans jongvolwassenen. Het draagt bij aan hun mentaal, fysiek en sociaal welzijn. Deze studie benadrukt het belang om gendereuforie te erkennen en te bevorderen.
Meer lezen

Event-Based Neural Network for Embedded Deployment: Representation-Model Co-Design and Event-Data Acquisition System

KU Leuven
2025
Enmin
Lin
Diepgaand leren heeft het visueel waarnemingsvermogen bij autonoom rijden aanzienlijk verbeterd, maar conventionele camera's blijven beperkt door bewegingsonscherpte, een beperkt dynamisch bereik en hoge latentie. Gebeurteniscamera's, geïnspireerd door biologische visie, overwinnen deze beperkingen door asynchroon veranderingen in pixelhelderheid te detecteren. Dit mechanisme levert datastromen die schaars, temporeel nauwkeurig en zeer efficiënt zijn voor embedded toepassingen. De inherente schaarste en het gebrek aan intensiteitsinformatie in gebeurtenisgegevens bemoeilijken echter het extraheren van onderscheidende kenmerken en vormen uitdagingen voor de training van neurale netwerken. Daarnaast lijden gangbare datasets zoals CIFAR10-DVS aan een niet-uniforme verdeling van gebeurtenissen door het gebruik van lineaire of polygonaal gevormde bewegingstrajecten tijdens de opname, wat leidt tot periodieke artefacten.
Om deze beperkingen te overwinnen, evalueert dit proefschrift systematisch gebeurtenisrepresentaties—waaronder gestapelde afbeeldingen, voxelrasters en tijdoppervlakken—met standaard CNNs om optimale architecturen voor embedded implementatie te identificeren. Door gebruik te maken van transfer learning met vooraf getrainde ImageNet-modellen wordt de nauwkeurigheid onder beperkte dataomstandigheden aanzienlijk verbeterd. Experimentele resultaten tonen aan dat volledige fine-tuning van het hele netwerk noodzakelijk is om zich aan te passen aan de unieke eigenschappen van gebeurtenisgebaseerde gegevens. Het voorgestelde model integreert dropout, L2-regularisatie en een meerfasig leersnelheidsschema om de trainingsstabiliteit en generalisatie te bevorderen. Met deze co-designbenadering behaalt EfficientNetB0 een nauwkeurigheid van 81,05% op CIFAR10-DVS bij verwerking van gebeurtenissen binnen één temporeel venster.
Voor implementatie identificeert inspectie met het Xilinx Vitis Al-platform TensorFlow's MobileNetV2 als de optimale keuze dankzij volledige compatibiliteit met DPU-hardwareversnellers. Hoewel post-training pruning op basis van globale kanaalrangschikking is onderzocht, is de effectiviteit beperkt door het inherent gebrek aan redundantie in het model. Daarentegen compenseert quantization-aware training (QAT) succesvol het nauwkeurigheidsverlies tijdens INT8-kwantisatie, waarmee real-time prestaties (2,8 ms/frame) bij een ultralaag energieverbruik (1,77 mW) worden bereikt op het KV260 embedded platform.
Gemotiveerd door de beperkingen van bestaande datasets wordt een nieuw acquisitieplatform voorgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van een Dobot-robotarm voor continue cirkelvormige beweging geïnspireerd op biologische oogbewegingen. Deze methode genereert uniforme gebeurtenisverdelingen en elimineert periodieke artefacten die aanwezig waren in eerdere datasets, wat robuustere training en evaluatie van neurale netwerken op gebeurtenisgegevens ondersteunt.
Meer lezen

De bewapening van de ruimte: is het juridisch kader even leeg als de ruimte zelf?

KU Leuven
2025
Tom
Vollbracht
De bewapening van de ruimte vormt een groeiende uitdaging binnen de internationale gemeenschap. Terwijl het aantal staten met militaire ruimtecapaciteiten toeneemt en ruimtewapens ontwikkelt, ontbreekt een internationaalrechtelijk kader om dit te reguleren. Deze masterproef onderzoekt of het bestaande internationale recht in staat is in een effectief juridisch kader te voorzien. Daarnaast analyseert het hoe de statenpraktijk er vandaag uitziet door de gedragingen van staten en hun posities binnen het internationaal debat te analyseren.
Hiertoe zal deze masterproef eerst nagaan wat onder een “ruimtewapen” kan worden verstaan. Vervolgens wordt het geldig internationaalrechtelijk kader in kaart gebracht, waarbij het ruimterecht en het internationaal humanitair recht worden geanalyseerd. Daarna zal een hoofdstuk de statenpraktijk onderzoeken door de feitelijke gedragingen en internationale standpunten van staten te onderzoeken. Internationale organisaties worden hierbij niet uit het oog verloren.
Uit dit onderzoek zal blijken dat het internationaal recht vandaag grotendeels tekort schiet. Er bestaat geen universele definitie van een ruimtewapen, en begrippen als “vreedzaam gebruik” en “the province of all mankind” worden op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Daarnaast varieert de statenpraktijk sterk en bestaat er een groot verschil tussen de feitelijke gedragingen van staten en hun posities in het internationaal debat.
Deze masterproef toont hierna aan dat deze uiteenlopende gedragingen en zienswijzen een belemmering vormen voor de totstandkoming van een effectief juridisch kader. Tegelijkertijd toont het een groeiend bewustzijn aan dat het uitblijven van initiatieven risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en duurzaamheid van het gebruik van de ruimte. 
Meer lezen

De opkweek van darmbacteriën van de honingbij (Apis mellifera) optimaliseren aan de hand van verschillende media

Hogeschool VIVES
2025
Dina
Schevernels
De studie richt zich op het optimaliseren van groeimedia voor darmbacteriën van honingbijen, die een cruciale rol spelen in de gezondheid van bijen en hun kolonies. Omdat standaard kweekmedia vaak niet geschikt zijn, is onderzocht welke aangepaste media nodig zijn voor verschillende bacteriesoorten zoals Commensalibacter, Gilliamella, Snodgrasella, Apibacter en Bombella.

Uit de resultaten blijkt dat toevoeging van charcoal de groei kan bevorderen door schadelijke stoffen te binden, maar dat elke bacteriesoort zijn eigen voorkeur heeft voor specifieke media. Er bestaat dus geen universeel groeimedium. Dit betekent dat toekomstig onderzoek zich moet richten op soorten-specifieke media of co-culturen die de natuurlijke darmomgeving nabootsen.

Het onderzoek is niet alleen technisch relevant, maar draagt ook bij aan betere inzichten in bijengezondheid, mogelijke probiotica voor bijen en breder microbioomonderzoek. De kernconclusie: de gezondheid van bijen begint bij hun darmmicroben, en hun bestudering begint bij het juiste groeimedium.
Meer lezen

Balancing Sovereignty, Solidarity and EU Discourse: Türkiye’s Contradictory Approaches to Kurdish Autonomy and Palestinian Rights

KU Leuven
2025
Zozan
Arslan
Mijn masterscriptie onderzoekt hoe de Europese Unie reageert op het standpunt van Turkije over twee gevoelige kwesties: de onderdrukking van de Koerdische minderheid in eigen land en de steun voor de Palestijnse zaak in het buitenland. Door EU-rapporten en toespraken van president Erdoğan te analyseren, laat ik zien hoe Europa haar politieke principes inconsistent toepast. Als het om Koerdische rechten gaat, zijn EU-documenten voorzichtig en bureaucratisch. Maar in het geval van Turkije's steun aan Hamas wordt de taal van de EU scherp en moreel. Deze vergelijking laat zien dat de reacties van de EU niet altijd worden geleid door universele mensenrechtennormen, maar vaak door geopolitieke belangen.
Meer lezen

Extraction and characterization of extracellular polymeric substances from various wastewater treatment sludges

KU Leuven
2025
Vedran
Vangramberen
Vloeibaar water van hoge kwaliteit is een van de belangrijkste zaken op aarde. Deze moet koste wat het kost behouden blijven. Bedrijven en gemeenschappen dragen hieraan toe door hun afvalwater te zuiveren, alvorens het in de natuur te lozen. Hoewel dit proces zorgt voor natuurlijke wateren van hogere kwaliteit, heeft dit proces ook zijn keerzijde, namelijk de productie van enorme hoeveelheden afvalslib. Tot hiertoe is nog geen grootschalige toepassing gevonden voor het recycleren van deze afvalstroom. Met dit werk, wil ik graag kijken naar een mogelijke toepassing van het afvalslib, meer bepaald het gebruik van EPS als hydrogel. Hierbij wordt gekeken naar de verschillende stappen van dit proces.

In een eerste stap wordt gekeken welke componenten het meeste potentieel tonen om gebruikt te worden. in een bepaalde toepassing. Na een literatuurstudie blijkt dat de extracellulaire polymere substanties of EPS het meeste potentieel tonen. Het proces gaande van afvalslib naar toepassing van EPS bestaat echter uit heel wat verschillende stappen. Deze thesis focust op deze verschillende stappen, vertrekkend bij de extractie van EPS uit het afvalslib. In dit werk worden vier extractieprotocols met elkaar vergeleken, aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria. Op basis hiervan is het meest optimale extractieprotocol geselecteerd.

In een volgende stap zijn dan EPS'en van verschillende bronnen chemisch gekarakteriseerd, om na te gaan of EPS van verschillende bronnen ook verschillende samenstellingen hebben. Met behulp van verschillende technieken blijkt dat de samenstelling van EPS soortafhankelijk is. Elke bron van EPS resulteert dus in materiaal met een unieke compositie.

Om vervolgens na te gaan wat voor effecten dit heeft op de toepassingen van EPS, zijn EPS van vier verschillende industriële slibben gebruikt om hydrogels te maken, aan de hand van een 3D-geprinte mal. Met behulp van reologie zijn dan de mechanische eigenschappen van deze hydrogels getest. Deze resultaten zijn vervolgens gebruikt om het mechanisch gedrag van de EPS te linken aan hunchemische samenstelling. Door de complexe compositie van de EPS was het vinden van zo'n relatie echter niet mogelijk.
Meer lezen

China en Zuid-Korea: Vriend of vijand? Onderzoek naar het discours van presidenten Moon Jae-in en Yoon Suk-yeol over de bilaterale relatie tussen China en Zuid-Korea

KU Leuven
2025
Basile
Moyaerts
Deze thesis onderzoekt hoe de Zuid-Koreaanse presidenten Moon Jae-in (2017–2022) en Yoon Suk-yeol (2022–) hun relatie met China construeren in officiële toespraken. Uit een analyse van de speeches blijkt een opvallende continuïteit: economische samenwerking met China wordt systematisch benadrukt, terwijl gevoelige thema’s zoals Taiwan, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee vrijwel onbesproken blijven of enkel in neutrale termen verschijnen. Ondanks hun verschillende politieke kleur volgen beide presidenten dezelfde lijn: zakelijk warm, politiek koel. Dit patroon toont hoe Zuid-Korea als middenmacht bewust inzet op “double hedging”: handel koesteren, confrontatie vermijden en zo manoeuvreerruimte behouden tussen Washington en Beijing.
Meer lezen

Op weg naar morgen: een kwantitatief-exploratief onderzoek naar de behoefte aan een alumni-aanbod bij alumni van YAR Vlaanderen

Hogeschool UCLL
2025
Emmély
Ceulemans
Deze bachelorproef onderzoekt de behoefte aan een alumni-aanbod bij alumni van YAR Vlaanderen. YAR Vlaanderen is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg en richt zich op jongeren tussen de 16 en 21 jaar die moeilijkheden ervaren op verschillende levensdomeinen. Door middel van twee specifieke programma's, namelijk YAR Coaching en YAR Wonen, ondersteunen ze jongeren om hun leven en/of woonsituatie weer op de rails te krijgen. Dit onderzoek werpt een licht op de periode na afronding van een traject, die kwetsbaar en complex blijkt te zijn. Op basis van een bevraging aan 52 alumni worden hun ervaringen, behoeften en wensen in kaart gebracht. De resultaten tonen aan dat een alumni-aanbod geen overbodige luxe is, maar een betekenisvolle stap om de impact van YAR Vlaanderen te verduurzamen en relationele continuïteit te waarborgen. Alumni verwachten geen klassieke nazorg of terugkeer naar hulpverleningsrelaties, maar een gemeenschap die blijvende verbondenheid, reflectiemomenten en praktische ondersteuning biedt.
Meer lezen

Productive Campus: Future-proofing Vienna's economy through productive education

KU Leuven
2025
Britt
Van Gulck
Productive Campus is a pilot project reimagining the relationship between vocational
education and urban production by exploring a hybrid infrastructure that enables
them to coexist, and benefits both the employees and students in building a resilient,
local, and circular economy.

In a time where many cities struggle with issues such as congestion, affordability, in-
adequate infrastructure, and unemployment, Vienna repeatedly tops the ranking of
the most livable cities in Europe. Due to rapid demographic expansion, infrastructural
demands, and evolving economic systems, the search for sustainable development
strategies of the post-industrial city has been dominating political discourse on urban
transformation over the last decades.

However, a different voice is heard, one that advocates for a re-appreciation of
productive economies as a driver for sustainable urban development. Production
has become an indispensable component of an innovative, sustainable urban econ-
omy due to the increasing interrelationships with knowledge, research and develop-
ment, and services. These productive industries are essential for instigating econom-
ic growth, creating jobs for a wide range of workers, and stimulating infrastructure
development. Additionally, their high contribution to Vienna’s value creation and
collaboration with businesses, communities and governments can further facilitate
urban development by addressing specific challenges. Hence, the City of Vienna developed the ‘Produktive Stadt’ in 2017 in close partnership with the Vienna Chamber
of Commerce and the Federation of Austrian Industry.

The mutual benefits of collaboration between on the one hand knowledge institutions in favour of innovation, adaptability, and on the other hand a more networked,
collaborative economy, no longer need to be the domain of universities and larger
research facilities. This thesis takes as a stance the potential for Austria’s wide range
of vocational disciplines in specialized schools for students at the Upper Secondary
Level. Such education trajectories prepare them for future employment in the pro-
ductive sector. It raises the question whether we can develop alternative models from
this collaboration for an inclusive environment for makers with various financial and
expert backgrounds, as well as ensuring qualitative, sustainable education through
early hands-on experience.

Through literature and policy evaluation, spatial analysis, and design research, a personal design proposal seeks to integrate socio-economic, and architectural strategies
in a newly emerging urban context through the architecture of a future-proof mixed-use productive education building.

The resulting architecture envisions adaptable, hybrid spaces that cater to traditional
and new industries, providing a flexible and sustainable environment for small businesses, self-employed people, and start-ups. The integration of these real-world working conditions in addition to the required general infrastructure for education, creates
an environment in which students are motivated to become good craftspeople. The
focus on inspiring makers goes even beyond the student population, since the local
diy’er, teachers and professionals are able to enjoy lifelong practical and theoretical
skill building. The importance of qualitative education and the re-integration of production on a mixed-use site, will by extension have a positive impact on enforcing
this economic growth and stability as well as creating a local identity for its residents.
Meer lezen

Gletsjertoerisme: laatste kans in een vicieuze cirkel

Erasmushogeschool Brussel
2025
Runa
Swiggers
Gletsjers smelten wereldwijd steeds sneller. Dit heeft niet alleen een lokale impact, maar ook een globale. Toeristen worden dan ook wel eens aangemoedigd om gletsjers een laatste keer te zien. Hierdoor komt juist een vicieuze cirkel tot stand waarbij er meer aandacht wordt gevestigd op het probleem, maar tegelijkertijd meer uitstoot vrijkomt bij die reis, wat bijdraagt aan klimaatverandering.
Meer lezen

Hoe beschermd is ons erfgoed? Een onderzoek naar de inrichting van toevluchtsoorden voor cultureel bezit in België, zoals opgenomen in de Conventie van Den Haag voor de bescherming van Cultureel Bezit tijdens gewapend conflict (1954) en het Tweede Protoco

Universiteit Antwerpen
2025
Karolien
Maho
Dit onderzoek streeft naar de opmaak van een stand van zaken wat betreft de inrichting van nationale en internationale toevluchtsoorden in België zoals opgenomen in de 1954 Conventie van Den Haag en het Tweede Protocol. In de eerste plaats biedt literatuurstudie een inkijk in historische en hedendaagse casussen inzake de toepassing van toevluchtsoorden. Daarnaast wordt er contact gelegd met acht stakeholders uit verschillende domeinen: beleid, erfgoedsector en Defensie. Van hieruit worden er vijf adviezen geformuleerd die van toepassing zijn op de bescherming van het cultureel bezit en de inrichting van toevluchtsoorden. Ondanks de ondertekening van de Conventie van Den Haag en haar Protocollen is België onvoldoende voorbereid op de bescherming van het cultureel bezit. Uit het onderzoekt blijkt dat het land niet beschikt over officieel geregistreerde toevluchtsoorden, hedendaagse prioriteitenlijsten, een nationale adviescommissie en een duurzaam netwerk tussen Defensie en de erfgoedsector. Om dit te kunnen realiseren heerst er een hoge nood aan wetenschappelijk onderzoek binnen zowel de toepassing van de Conventie als de bijkomende uitdagingen die komen kijken bij hybride oorlogsvoering.
Meer lezen

Elimination of Priority Indoor Volatile Organic Compounds by Active Botanical Biofilters: Experimental and Modeling Approach

Universiteit Antwerpen
2025
Seppe
Vandeweghe
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Dit proefschrift onderzoekt de eliminatie van prioritaire vluchtige organische stoffen (VOS) door middel van actieve botanische biofilters via een gecombineerde experimentele en modelleringsbenadering. Het onderzoek richt zich op de verwijdering van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, formaldehyde en acetaaldehyde (BTEXFA)-verbindingen, die vertegenwoordigers zijn van binnenluchtverontreinigingen die een reële bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De experimentele benadering gebruikte een actief botanisch biofilter (ABB) en microbiële biofilters (MB's) om de prestaties van VOC-verwijdering onder verschillende randvoorwaarden te evalueren. Eerst werd een studie naar ABB-acclimatisatie uitgevoerd. Zodra de filters volledig operationeel waren en VOS verwijderden, werd een studie naar luchtsnelheidsvariatie uitgevoerd om de verwijdering bij verschillende luchtstroomsnelheden te documenteren. Tegelijkertijd werd een nieuw 3D multiphysics-model ontwikkeld op basis van computationele vloeistofdynamica om de aerodynamica van het MB-substraat, VOC-transport, en verwijderingsfenomenen te karakteriseren.

De effecten van acclimatisatie op VOC-verwijdering varieerden afhankelijk van de specifieke VOC, met verschillende patronen zichtbaar tussen BTEX, formaldehyde en acetaaldehyde. Verder werd aangetoond dat acclimatisatie door herhaalde VOC-blootstelling de efficiëntie van BTEX-verwijdering significant verbeterde. De studie naar luchtsnelheidsvariatie onthulde een complexe mix van effecten die de prestaties van ABB beïnvloeden, met veel verschillende reacties op luchtstroomverhoging tussen VOS. Een aerodynamisch submodel werd succesvol gevalideerd met experimentele gegevens, terwijl het volledige voorlopige model ruimte voor verbetering liet.

Dit onderzoek vergroot het begrip van botanische biofiltratiemechanismen en biedt praktische inzichten voor het optimaliseren van op ABB-gebaseerde binnenluchtzuiveringssystemen, en draagt bij aan duurzame toepassingen in stedelijke biowetenschap en engineering.
Meer lezen

Suffering in Silence: Trauma Resolution and Care in the Work of Annabel Pitcher

Vrije Universiteit Brussel
2025
Lisa
Heyvaert
Deze thesis onderzoekt hoe in het werk van de Britse kinderauteur Annabel Pitcher de verwerking van trauma beïnvloed wordt door zorg en verschillende copingstrategieën. Pitchers oeuvre getuigt van de groeiende culturele belangstelling voor trauma en de verbale representeerbaarheid ervan. Via close reading werden haar vier romans, die nog niet samen behandeld zijn, vergeleken aan de hand van inzichten uit de traumatheorie, zorgethiek en narratologie. De analyse toont aan dat het genezingsproces van Pitchers jonge vertellers/focalisators initieel belemmerd wordt door hun onvermogen om hun gevoelens te delen met hun medepersonages en door de onopgeloste trauma’s van hun ouders, wier zorgverlening daardoor negatief beïnvloed wordt. Uiteindelijk slagen de jonge protagonisten erin om positieve verandering teweeg te brengen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. Pitchers oeuvre belicht zo het vermogen van kinderen om zorg te verlenen en benadrukt de rol van hun (narratieve) agency in hun eigen rouwproces.
Meer lezen

Stadsvernieuwing in Santo Antônio door een vrouwelijke lens - Een participatief actieonderzoek naar de vrouwelijke beleving van de publieke ruimte

Universiteit Antwerpen
2025
Rosa
Hillebron
Dit onderzoek speelt zich af in het noordoosten van Brazilië, in de deelstaat Pernambuco. Recife heeft als hoofdstad van deze staat met ongeveer 1,5 miljoen inwoners te kampen met sociale uitdagingen. Onveiligheid in de publieke ruimte is een van deze uitdagingen, en is een veelbesproken onderwerp in de samenleving. Zo worden bepaalde plaatsen actief vermeden, zoals de wijk Santo Antônio, een historisch deel van het centrum van Recife. Wat ooit een bruisende en levendige wijk was, heeft nu plaatsgemaakt voor leegstand en criminaliteit. Het begrip onveiligheid is een belangrijk onderdeel van de identiteit van de wijk Santo Antônio, en wordt door iedereen anders ervaren. Zo kunnen vrouwen andere percepties hebben dan mannen in het ervaren van veiligheid, en is deze eerste groep vaak vergeten bij het betrekken van perspectieven voor nieuwe stadsontwikkelingen. In dit onderzoek wordt het genderaspect van veiligheid verder uitgewerkt, en wordt onderzocht hoe vrouwen in de krakersbeweging van Leonardo Cisneiros onveiligheid ervaren in hun mobiliteitspatronen in de wijk Santo Antônio. Hierbij wordt gefocust op aspecten van gendered fear of crime die impact kunnen hebben op de belevingswereld van vrouwen. Via een participatieve actie wordt de ervaring van vrouwen in de publieke ruimte als prioriteit genomen, en wordt er bewustwording gecreëerd rond de problemen die zij ervaren. Dit is een eerste stap in de richting van inclusieve stadsvernieuwing voor Santo Antônio, met de noden van de vrouwen als prioriteit.
Dit onderzoek maakt deel uit van de ISTT-onderzoeksgroep. Het uitgangspunt van deze studio is het doen van een participatief actiegericht onderzoek, ook wel PAR. Participatieve onderzoeksmethoden zoals gezamenlijke workshops en activiteiten staan hierbij centraal, waarbij de onderzoeksgroep meestuurt in de ontwikkeling van het onderzoek.
De resulterende gegevens gaven aan dat er een tekort aan buurtactiviteiten, bewoners, natural surveillance, maintenance en social management is in Santo Antônio. De reden van het gevoel van onveiligheid ligt hierbij vooral in het tekort aan mensen op straat, wat een gebrek aan sociale controle veroorzaakt. Er is behoefte aan activiteiten voor families in de buurt, en meer sociale voorzieningen. Als wordt gekeken naar fysieke aspecten van de publieke ruimte worden meer plaatsen voor kinderen om te spelen en meer faciliteiten zoals winkels en openbare toiletten benoemd die de publieke ruimte aangenamer zouden maken om te bezoeken. Hiervoor zijn zowel ruimtelijke ingrepen nodig die de stadsvernieuwingsdienst Recentro in hun masterplan zou kunnen opnemen, als het herzien van de huidige stedelijke planningspraktijken. Om aan inclusieve stedelijke ontwikkeling te doen vanuit het oogpunt van de vrouw moet er worden gekeken naar het actief opbouwen van nieuwe stedelijke identiteiten in de wijk, zowel op ruimtelijk als sociaal vlak. Ook moet er rekening worden gehouden met de nachtelijke identiteit in het ontwerpproces van de wijk. Kinderen moeten een centrale rol krijgen in het masterplan, omdat ouders en moeders in het specifiek hierdoor ook een plaats krijgen in de publieke ruimte. Tot slot wordt gepleit voor een inclusief investeringsplan, waarbij actief investeerders worden aangetrokken die oog hebben voor sociale initiatieven en verbeteringen in de wijk
Sleutelwoorden: informal feminist placemaking, feminist city, gender, gendered fear of crime, participatory walk, veiligheid, participatory action research, empowerment.
Meer lezen

De waarde van vriendschap? Augustinus en Agamben, van individu naar gemeenschap

Universiteit Antwerpen
2025
Kathleen
Sterckx
In onze postmoderne tijd, gekenmerkt door individualisering en sociale fragmentatie, rijst de vraag hoe we een diepe en duurzame verbondenheid met elkaar kunnen verwezenlijken, in plaats van ons te isoleren in eenzaamheid.
Vanuit een hermeneutische lezing van Augustinus’ Belijdenissen wordt de waarde van vriendschap onderzocht als existentiële ervaring en sociale werkelijkheid, evenals de ervaring van rouw om het verlies ervan. In dialoog met Giorgio Agambens essay The Friend wordt aangetoond dat Augustinus ons vandaag nog veel te zeggen heeft over de betekenis van vriendschap en haar intrinsieke kwetsbaarheid.
Deze studie maakt zichtbaar dat vriendschap niet louter een aangename aanvulling op het leven is, maar fundamenteel constitutief voor ons bestaan.
Agamben reikt de filosofische taal aan voor wat Augustinus ons doet ervaren. Hun beider visie onthult vriendschap als een gedeelde wijze van bestaan, die behoort tot de hoogste waarden van ons mens-zijn.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

Sonic Resistance: How Does the Iranian Metal Scene Function as a Form of Cultural and Political Resistance in an Authoritarian State?

Universiteit Gent
2025
João
Baptista
This thesis investigates how Iran’s underground Heavy Metal1 scene operates as a form of cultural and political resistance within the constraints of an authoritarian state. Drawing on qualitative methods, including semi-structured interviews, document analysis of lyrics and artwork, and digital ethnography of online communities, the study examines how musicians and fans negotiate political identity despite censorship and moral policing. The analysis is anchored in theoretical contributions from sound studies, subcultural theory, and resistance scholarship, particularly the works of Jacques Attali and Steve Goodman. Four interrelated analytical lenses are proposed: Sonic Resistance Identity (the formation of political subjectivity through sound), Repetitive Resistance (Camus’s Sisyphean logic applied to enduring subcultural defiance), Digital Vernacular Resistance (locally adapted strategies for
navigating surveillance), and Subcultural Infiltration (the slow diffusion of Metal aesthetics into mainstream youth culture due to infrastructural fatigue). Findings show that participation in metal, despite often not overtly political, is inherently oppositional in Iran, with distinct challenges for women, whose engagement constitutes “double dissidence.” The study concludes that resistance in this context is less about overt revolution and more about the sustained creation of alternative cultural spaces, where sound becomes both a medium and a metaphor for autonomy.
Meer lezen

Tussen voelen en vertellen: De emotionele cultuur tijdens de jaren 1960 in Vlaanderen

KU Leuven
2025
Lies-An
Desaever
Dit onderzoek focust zich op het voelen en het vertellen. Centraal staan de emotionele
herinneringen en herinnerde emoties van vertellers die opgroeiden tijdens de jaren 1960. Aan de hand van mondelinge interviews werd onderzocht hoe de emotionele cultuur in Vlaanderen tijdens dit decennium verschoof, en hoe de emotionele stijlen tussen stad en platteland verschilden. Daarvoor werden achttien vertellers geselecteerd die zowel op het West- en Oost-Vlaamse platteland als in de steden Kortrijk en Gent opgroeiden tijdens hun tienerjaren.

De analyse onderscheidt drie thema’s die inzicht geven in de toenmalige emotionele cultuur: het emotionele zelf, het gezin en de gemeenschap, en de invloed van technologie en de opkomst van de consumptiecultuur. De interviews tonen aan dat er een overgangsfase plaatsvond in de emotionele beleving, waarin de externe en relationele emoties aan belang verloren ten voordele van het interne zelf. Binnen de emotionele opvoeding is er vooral een verschil te zien, waarbij autoriteitsfiguren streefden naar stabiliteit en discipline, terwijl jongeren naar vrijheid en verbondenheid verlangden. De opkomst van de consumptiecultuur en de verspreiding van technologie beïnvloedde eveneens het emotioneel zijn. Er ontstond een tendens van verbondenheid en afstand, collectief geluk, maar vooral een stijgend individualisme.

Dit onderzoek biedt een andere kijk op het verleden door de focus te leggen op het belang van emoties. Het brengt de belevingsdimensie van het persoonlijke en geleefde verleden in beeld en toont hoe jongeren hun emoties ontwikkelden in een veranderende samenleving. Het theoretische fundament van dit onderzoek combineert inzichten uit de emotiegeschiedenis en mondelinge geschiedenis, en vult hiaten aan met multidisciplinaire literatuur. Zo levert dit onderzoek zowel methodologisch als inhoudelijk een bijdrage aan de historiografie. Het bewijst een vruchtbaar pad voor verder onderzoek naar de wisselwerking tussen emotie, herinnering en identiteit in verschillende historische contexten.
Meer lezen

Samen bouwen aan klasmanagement. De ondersteunende rol van schoolbeleid

Universiteit Antwerpen
2025
Karlien
Tiebout
Klasmanagement vormt een van de grootste uitdagingen in het onderwijs, met een directe impact op leerprestaties en welzijn van leerlingen en leraren. Waar klasmanagement traditioneel wordt beschouwd als een individuele competentie van leraren, toont recent onderzoek een verschuiving naar schoolbrede benaderingen. Deze studie onderzoekt welk beleid basisscholen met sterk klasmanagement voeren om leraren te ondersteunen en welke maatregelen leraren als ondersteunend ervaren.
Via een kwalitatief exploratief onderzoek werden semi-gestructureerde interviews afgenomen met schoolleiders en leraren van vijf basisscholen die schoolbreed sterk presteren op klasmanagement.
De onderzochte scholen kenmerken zich door een bewuste evolutie van reactief naar proactief klasmanagementbeleid. Die verschuiving werd vaak ingegeven door urgentie en door inzichten uit de cognitieve psychologie. Alle scholen investeren sterk in structuur en schoolbrede routines, maar hanteren twee verschillende benaderingen: een expliciete gestandaardiseerde aanpak met gedetailleerde richtlijnen versus een meer impliciete aanpak via observatie en informele uitwisseling. Leraren ervaren gemeenschappelijke routines, gedeelde verwachtingen en concrete ondersteuningsmaterialen als meest ondersteunend. Daarnaast waarderen zij professionalisering via collegiale ondersteuning, coaching en expertiserollen, waarbij tijd voor implementatie als cruciale voorwaarde wordt benoemd.
Effectief klasmanagement blijkt geen louter individuele opdracht maar wordt mede mogelijk gemaakt door doordacht schoolbeleid. De combinatie van structuur en warme relaties, ondersteund door gemeenschappelijke afspraken, gerichte professionalisering en betrokken leiderschap, creëert een omgeving waarin leraren zich ondersteund voelen. Deze bevindingen bieden concrete handvatten voor schoolleiders en teams om klasmanagement als gedeelde verantwoordelijkheid aan te pakken.
Meer lezen

Gezinsondersteuning voor gezinnen met een pedofiel gezinslid

Odisee Hogeschool
2025
Hanne
Deprez
Stigmatisatie van pedofielen faciliteert verschillende stigmaprocessen binnen onze samenleving. Het zorgt voor veel verkeerde vooroordelen die het moeilijk maken voor pedofielen om uit te komen voor hun leeftijdsgeaardheid. Binnen deze bachelorproef verken ik eerst via het biopsychosociaal model wat pedofiel zijn betekent voor een pedofiel en het gezin waarbinnen die woont. vervolgens analyseer ik de rol die hulpverlening momenteel inneemt om deze gezinnen te ondersteunen en hoe deze hulpverlening verbeterd kan worden. Daarna ga ik dieper in op welke invloed stigma heeft op de thematiek van pedofilie. Aan de hand van deze drie invalshoeken formuleer ik vervolgens drie veranderingsstrategieën. Op microniveau werk ik een strategie uit die zorgt voor meer begrip binnen de gezinnen. Op mesoniveau draait de strategie rond hulpverlening en het betrekken van het volledige gezin en op macroniveau worden de verschillende stigmaprocessen strategisch aangepakt. Deze bachelorproef toont aan dat je als gezinswetenschapper een sleutelrol kan spelen om pedofielen een sociaal vangnet te geven door zelf meer informatie in te winnen over pedofielen en hun gezinnen en door informatie te geven aan deze gezinnen. Ook kunnen gezinswetenschappers op deze manier gezinnen laten inzien dat het gestigmatiseerd beeld van pedofielen dat momenteel wordt geportretteerd geen realistisch beeld is van heel veel pedofielen. Doorheen dit onderzoek is het opvallend hoeveel mogelijkheden er zijn om pedofielen en hun gezinnen bijkomend te ondersteunen. Wat voornamelijk ontbreekt is de juiste kennis en de durf om hardop uit te spreken dat ook pedofielen en hun gezinnen hulp nodig hebben.
Meer lezen

Vergeten Conflicten: een blinde vlek van Vlaamse media?

KU Leuven
2025
Benthe
Vermeulen
In mijn scriptie onderzocht ik hoe het Nieuwsselectieproces van conflicten bijdraagt aan het voortbestaan van vergeten conflicten, door in gesprek te gaan met tien buitenlandjournalisten van uiteenlopende nieuwsmedia. De masterproef is opgebouwd uit vier delen. In het eerste deel wordt, op basis van de bestaande literatuur over vergeten conflicten en het nieuwsselectieproces, nagegaan welke theoretische kaders relevant zijn voor dit onderzoek. Deel twee omvat de probleemstelling en een uiteenzetting van de methodologische aanpak. In deel drie worden de resultaten van de interviews gepresenteerd. Deel vier sluit af met een bespreking van deze resultaten aan de hand van de in deel één besproken literatuur. Tot slot eindigt de masterproef met een algemene conclusie van het onderzoek.
Meer lezen

Onderhandelen over duurzaamheid Een waardensociologische analyse van Museum Plantin-Moretus

Universiteit Antwerpen
2025
Orphee
Marien
Deze masterproef onderzoekt hoe duurzaamheid vorm krijgt binnen de dagelijkse praktijk van een cultureel-erfgoedinstelling, met het Museum Plantin-Moretus (Antwerpen) als casus. Vertrekkend vanuit de rechtvaardigingstheorie van Boltanski en Thévenot wordt duurzaamheid benaderd als een moreel en relationeel onderhandelingsproces, eerder dan als een vaststaand beleidsdoel. Via kwalitatieve analyse van interviews, observaties en documenten worden vijf morele oriëntaties of ‘waardewerelden’ geïdentificeerd: Zorg & Traditie, Maatschappij, Aards, Inspirerend en Structuur & Efficiëntie. Deze logica’s tonen hoe medewerkers omgaan met spanningen tussen beleidsdoelstellingen, institutionele beperkingen en persoonlijke overtuigingen. Drie strategieën komen naar voren in het omgaan met waardeconflicten: integratie, gedogen en het aanvaarden van pluraliteit. Daarbij speelt temporaliteit een belangrijke rol: traagheid blijkt niet louter bureaucratisch, maar functioneert als zorgzame reflectie. Tegelijk zijn waardewerelden ongelijk verdeeld in termen van institutionele inbedding, waardoor bijvoorbeeld erfgoedlogica’s dominant blijven tegenover ecologische rechtvaardigingen. Het onderzoek concludeert dat duurzaamheid in musea geen statisch of eenduidig begrip is, maar ontstaat in de concrete praktijken van verantwoording en positionering. Culturele duurzaamheid verschijnt zo niet als een extra pijler naast ecologie, economie en maatschappij, maar als het interpretatieve veld waarin betekenissen gevormd, betwist en gelegitimeerd worden.
Meer lezen

Een podium voor de verpleegkunde. 50 jaar Week van de Verpleegkunde

KU Leuven
2025
Nona
Vinken
In deze masterproef heb ik onderzocht hoe de Week van de Verpleegkunde tussen 1975 en 2024 een podium vormde waarop verpleegkundigen hun professionele identiteit konden ontwikkelen en uitdragen. Terwijl de Belgische geschiedschrijving zich tot nu toe vooral heeft gericht op de identiteitsvorming van verpleegkundigen vóór het verkrijgen van hun juridisch statuut in 1974, betoog ik dat die formele erkenning geen eindpunt was, maar juist het begin van nieuwe vormen van professionele profilering. Aan de hand van archiefmateriaal en mondelinge bronnen heb ik geanalyseerd hoe het grootste jaarlijkse congres van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (N.V.K.V.V.) niet alleen een spiegel was van de evoluerende professionele identiteit van verpleegkundigen, maar ook een actieve rol speelde in de constructie ervan. Tussen 1975 en 1980 zocht de verpleegkunde, in het kielzog van het nieuwe statuut, naar erkenning als volwaardig en autonoom beroep, los van de medische autoriteit. De Week speelde hierop in door een eigen kenniscultuur te ontwikkelen en het beeld van een standvastige en zelfbewuste beroepsgroep zowel binnen de verpleegkundige gemeenschap als naar de samenleving toe uit te dragen. In de jaren 1980 en 1990 begonnen verpleegkundigen zich, onder druk van overheidsbesparingen in de zorgsector, steeds meer politiek te roeren, onder andere via bewegingen zoals de Witte Woede. Het N.V.K.V.V. gebruikte die spanningen om verpleegkundigen intern te versterken door hen neer te zetten als veerkrachtige en gespecialiseerde professionals. Tegelijkertijd groeide de congresweek uit tot een platform waarop zij hun eisen naar het beleid toe konden uiten. Tussen 2000 en 2024 werd de beroepsgroep steeds diverser, met meer specialisaties, niveaus en culturele achtergronden. Het N.V.K.V.V. maakte de Week inclusiever, zodat al deze verschillende verpleegkundigen zich als professionals konden profileren en hun stemmen konden laten horen. Sinds de coronacrisis van 2020 kreeg de congresweek ook een digitaal platform, wat de democratisering van het congres zowel versterkte als bemoeilijkte. Zo toont deze masterproef aan dat de Week van de Verpleegkunde niet alleen een spiegel van haar tijd was, maar ook een motor die de interne en externe dimensies van de professionele identiteit van verpleegkundigen sinds 1975 actief heeft versterkt.

Meer lezen