Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van Kunst naar Kunstmatigheid. Het gebruik van literaire werken uit schaduwbibliotheken bij de training van generatieve AI-modellen in het licht van het Europese auteursrecht

KU Leuven
2026
Eva
Van Remoortel
De opkomst van grote taalmodellen, zoals OpenAI’s ChatGPT, zet het Europese auteursrecht onder druk door de grootschalige verwerking van beschermde literaire werken als trainingsdata. Uit recente Amerikaanse procedures tegen Meta en Anthropic bleek dat dergelijke trainingsdata miljoenen illegaal verspreide boekkopieën omvatten. Deze masterproef onderzoekt de juridische toelaatbaarheid van het gebruik van auteursrechtelijk beschermde literaire werken uit digitale schaduwbibliotheken, zoals Library Genesis, voor de training van commerciële generatieve AI-modellen binnen het huidige Europese auteursrechtelijke kader en of dit kader toereikend is.

Het onderzoek vertrekt vanuit een analyse van het Unierechtelijk normatieve kader, met bijzondere aandacht voor het reproductierecht, het gesloten systeem van wettelijke uitzonderingen en de commerciële TDM‑uitzondering van artikel 4 DSM‑richtlijn. Centraal staat de interpretatie van ‘rechtmatig toegankelijke werken’, een constitutief vereiste voor de toepasbaarheid van de TDM‑uitzondering. Tegen deze normatieve achtergrond kwalificeert het onderzoek schaduwbibliotheken als structureel inbreukmakende bronnen. Commerciële AI‑aanbieders die dergelijke bronnen gebruiken, kunnen zich bijgevolg niet beroepen op de commerciële TDM‑uitzondering. Zelfs indien AI‑training onder het begrip TDM zou vallen, blijft deze bronvereiste een absolute drempel.

Een rechtsvergelijkende analyse met de Amerikaanse fair use-doctrine toont een structureel verschil met het continentaal Europese gesloten systeem van uitzonderingen, maar ook een opvallende convergentie in uitkomst. De Amerikaanse schikking in Bartz v. Anthropic illustreert dat AI-aanbieders een enorm juridisch risico lopen bij het gebruik van trainingsdata uit schaduwbibliotheken.

De thesis onderzoekt vervolgens de effectiviteit van het Europese handhavingskader. Verschillende obstakels die de praktische afdwingbaarheid ondermijnen, komen aan bod. Hoewel de AI‑verordening aanvullende verplichtingen inzake transparantie en naleving auteursrecht introduceert, blijven deze voorlopig onvoldoende uitgewerkt om effectieve private handhaving te waarborgen.

De masterproef concludeert dat het gebruik van werken uit digitale schaduwbibliotheken voor AI‑training onverenigbaar is met het Europese auteursrecht. Hoewel het normatieve kader juridisch duidelijk is, schiet de praktische handhaving tekort. Een norm die niet afdwingbaar is, verliest onvermijdelijk haar regulerende kracht in een digitale economie die grenzen moeiteloos overschrijdt.
Meer lezen

De ontwikkeling van zelfbesef in een creatieve omgeving tijdens de prehistorie: De Venus van Dolní Věstonice bekeken vanuit een material engagement perspectief

Vrije Universiteit Brussel
2025
Anna
Neyens
Deze thesis onderzoekt hoe de Material Engagement Theory (MET) zoals ontwikkeld door L. Malafouris, een vernieuwend perspectief kan bieden op de ontwikkeling van het zelf door de analyse van de prehistorische figurines uit Dolní Věstonice, in het bijzonder de zogenaamde Venus I. In tegenstelling tot traditionele, representatie-gebaseerde
interpretaties, die vaak gekenmerkt worden door androcentrisme en een teleologische lezing van symboliek, wordt in dit onderzoek de figurine benaderd als resultaat van een dynamisch interactieproces tussen maker en materiaal. Door toepassing van de MET in combinatie met de chaîne opératoire benadering, wordt niet alleen het fabricatieproces onderzocht, maar ook de cognitieve implicaties die daaruit voortvloeien. Centraal daarbij staat de vraag hoe het fabricatieproces van deze objecten bijdraagt aan de ontwikkeling van zelfbewustzijn en persoonlijke identiteit in de prehistorie. De cognitieve archeologie houdt zich bezig met de evolutie van het menselijk denken. Vaak is
deze discipline, net zoals ander takken van de archeologie, lange tijd beïnvloed geweest door een dualistisch wereldbeeld waarin geest en lichaam als gescheiden entiteiten werden gezien. Malafouris stelt in zijn MET dat cognitie niet beperkt is tot de hersenen, maar zich uitstrekt over het hele lichaam en materiële omgeving. Volgens deze theorie ontstaat agency en betekenis in interactie tussen materiaal en maker, in plaats van in een mentale, vooraf bepaalde sfeer. Dit biedt een krachtig alternatief voor de meer statische, representatiegerichte interpretaties van prehistorische artefacten.
Om deze theorie toe te passen op een concreet voorbeeld, is gekozen voor de Venusfigurine van Dolní Věstonice. Deze figurine behoort tot de iconische categorie van Venusfigurines, die vaak gepresenteerd worden als symbool of godin van vrouwelijkheid, vruchtbaarheid of moederschap. Deze interpretaties gaan vaak voorbij aan het productieproces, aan de volledige assemblage van figurines op de site en aan de context waarin ze vervaardigd zijn. Door het representatieparadigma te verlaten, wordt ruimte gecreëerd voor een alternatieve benadering waarin niet de betekenis van het object centraal staat, maar het proces dat tot de creatie heeft geleid en de cognitieve implicaties die daarin besloten liggen.
De chaîne opératoire benadering biedt een methode om het fabricatieproces van objecten te reconstrueren. Wanneer deze benadering gecombineerd wordt met de MET, ontstaat een analytische lens die net alleen zicht biedt op de technische handelingen, maar ook op de cognitieve structuren die zich via die handelingen ontwikkelen. De analyse van Venus I toont aan dat er geen sprake is van een mental template die simpelweg werd uitgevoerd. In plaats daarvan ontwikkelde de figurine zich in samenspel tussen hand, klei, ervaring en omgeving. Dit wordt beargumenteerd door de aanwezigheid van veel creativiteit en experimenteel gedrag met de löss pasta, zichtbaar in het assemblage. Dit impliceert dat het proces zelf vormend was voor het denken en het zelfbewustzijn van de maker. Vanuit dit perspectief kan het maakproces beschouwd worden als een vorm van creative thinging, waarbij cognitie en materiaal onlosmakelijk verbonden zijn. Tijdens deze handeling ontstaat betekenis niet vooraf, maar in de interactie zelf. Het is juist deze materiële interactie die fundamenteel bijdraagt aan de ontwikkeling van het zelf: door met en door het materiaal te denken, vormt de maker niet alleen een object, maar ook een evoluerend besef van zichzelf.
Tegelijkertijd wordt de materiële wereld uitgebreid met nieuwe vormen en artefacten, die op hun beurt weer nieuwe mogelijkheden creëren en verdere creatieve exploratie.
Deze dynamiek is niet lineair, maar voortdurend en wederkerig: elke creatie opent nieuwe wegen voor nieuwe creaties, zowel op cognitief als materieel vlak. Dit beschrijft Malafouris door het acroniem STRANGE: Situated, TRANsactional, GEnesis. De vorming van het zelf door creative thinging is een voortdurend proces (genesis) waarbij maker en object samen gevormd worden (transactional) in de geleefde tijd en ruimte (situated). Het zelf ontwikkelt zich hier door materiële interactie. Tijdens het maken van de figurine Venus I, ontwikkelt de maker niet alleen een object, maar vormt hij of zij tegelijkertijd een ontwikkelend besef van zichzelf.
Dit proces van zelfvorming is nauw verbonden met wat Malafouris beschrijft als de overgang van noëtisch naar autonoëtisch bewustzijn. Waar het eerste verwijst naar het basisbewustzijn van objecten en handelingen, wijst het tweede op het vermogen om na te denken over het zelf in tijd en ruimte, het is een narratief zelfbewustzijn. De figurines tonen aan dat dit niveau van zelfbewustzijn zich reeds in de prehistorie begon te vormen, niet als abstract fenomeen, maar als materieel verankerd creatief proces. De figurine van Dolní Věstonice kan in dit licht geïnterpreteerd worden als een teken van het zelf: het is een artefact dat bijdraagt aan de vorming van het bewustzijn. Het behoort tot de zogenaamde self-semiotic artifacts.
Deze alternatieve benadering heeft belangrijke implicaties voor de interpretatie van
Venusfigurines in het algemeen. Door de focus te verleggen van vorm en symbool naar proces en interactie, worden oude denkkaders doorbroken. Het representatie-discours, dat vaak gepaard gaat met androcentrische interpretaties, verliest zijn vanzelfsprekendheid. In plaats van te vragen wat de figurine voorstelt, wordt de focus verlegd naar wat het productieproces betekent voor de cognitie van degene die dit maakte. Dit vormt een fundamenteel verschillende vorm van kijken, die ook een meer genderarcheologische en contextuele benadering mogelijk maakt. Bovendien biedt deze studie een opening naar nieuwe manieren van interdisciplinair onderzoek.
De parallellen tussen het prehistorisch maakproces en ambachten doorheen de tijd of
hedendaagse artistieke praktijken, zoals het onderzoek van kunstenaar en cognitief archeoloog Paul March, suggereren dat deze manier van denken niet enkel archeologisch relevant is, maar ook toepasbaar op hedendaagse mens-materiaal-relaties. Creatie in vervormbare pasta, zoals klei, kan doorheen de tijd een constante bron van zelfontwikkeling zijn. Ook de notie van klei als oerstof in scheppingsmythen over de hele wereld bevestigt dit verband tussen materiaal en mens.
Hoewel de MET veel theoretisch potentieel biedt, blijft de concrete toepassing ervan in
archeologische casussen schaars. Deze studie pleit ervoor om de MET niet alleen te blijven ontwikkelen als filosofisch model, maar ook als praktisch onderzoeksinstrument. De combinatie met de chaîne opératoire is hierin een veelbelovende richting: ze maakt het mogelijk om handeling, ervaring en cognitie te traceren via materiële sporen.
Meer lezen

Scoping review: surface proteins on synovial fibroblasts and macrophages of patients with osteoarthritis

Universiteit Gent
2024
Margot
Soetaert
  • Emma
    Spiessens
Osteoarthritis (OA) is the most common joint disease in the world. It is
characterised by degradative and reparative processes of the articular cartilage and the subchondral bone. To date, there is no causal treatment available for this disease, partly due to the fact that the pathophysiological mechanisms of OA are still not fully understood. Fibroblasts, which play an important role in the production of extracellular matrix (ECM) and synovial fluid, are the most abundant cell type in the synovium. Furthermore, macrophages are the most prominent immune cells in the synovium. The role of these cells in the pathogenesis of OA seems to be promising and therefore further research is recommended. The aim of this scoping review is to summarise the existing literature concerning surface proteins on synovial fibroblasts and macrophages in patients with osteoarthritis to determine their role in the pathogenesis of OA.
Meer lezen

CRISPR-Cas9 based mutagenesis and gene silencing in zebrafish

Odisee Hogeschool
2020
Pieter
Maene
Deze scriptie geeft een overzicht van ZFN, TALENs, CRISPR-Cas9 en CRISPRi, dit allemaal toegepast op het zebravis modelorganisme
Meer lezen

The role of GARP on regulatory T cells and endothelial cells in cancer and angiogenesis

KU Leuven
2017
Sophie
Waegebaert
Het eiwit GARP bevindt zich op het oppervlak van regulatorische T-cellen en endotheelcellen. GARP bindt de groeifactor TGF-β. Onafhankelijk van GARP is het reeds geweten dat regulatorische T-cellen en endotheelcellen via TGF-β instaan voor de regulatie van het immuunsysteem en de vorming van bloedvaten. Daarom werd er een verband gezocht tussen de aanwezigheid van GARP op regulatorische T-cellen en endotheelcellen enerzijds en de ontwikkeling van kanker en bloedvatvorming anderzijds.
Meer lezen

Normothermie in het gouden uur van de prematuur

Thomas More Hogeschool
2017
Julie
Van de Vel
  • Eva
    Degrauwe
De temperatuur van de prematuur in het eerste uur na de geboorte is een belangrijke bepalende factor voor de outcome, zowel op korte als op lange termijn. Het is geassocieerd met een verhoogde mortaliteit en morbiditeit. Het streven naar en behouden van een optimale lichaamstemperatuur is voor iedere neonatologieverpleegkundige of vroedvrouw een uitdaging.
Meer lezen

Genotypering van het Hepatitis C Virus met betrekking tot de 2k/1b recombinant.

Universiteit Gent
2017
Wim
Schuermans
  • Hans
    Orlent
  • Isabelle
    Desombere
  • Patrick
    Descheemaeker
  • Hans
    Van Vlierberghe
  • Anja
    Geerts
  • Xavier
    Verhelst
  • Marijke
    Reynders
  • Elizaveta
    Padalko
Aangezien verschillende HCV genotypes een verschillende respons kunnen hebben op de eventueel ingestelde therapie, is een correcte typering van belang. Afhankelijk van de gebruikte methodologie bestaat er een risico op misclassificatie. Dit is van toepassing bij de beruchte virale centaur CRF 2k/1b.
Meer lezen

Biofouling in membrane bioreactors: Nexus between polyacrylonitrile surface charge and community composition

KU Leuven
2015
Marie-Aline
Hernalsteens
Hoe bacteriën onze nieuwe waterzuivering bedreigen: back to the origins.“Yo listen up here's a storyAbout a little guy that lives in a blue worldAnd all day and all night and everything he seesIs just blue like him inside and outside […]”Met deze woorden veroverde de Italiaanse dance-act Eiffel 65 de hitparade in de zomer 1999. En hoewel vandaag niemand meer de pretentie heeft te verkondigen dat onze wereld nog uit zuiver blauw bestaat, hebben deze drie zangers de vinger gezet op een onderwerp dat nu essentiëler is dan ooit.
Meer lezen

ENU mutagenesis as a discovery and validation tool of potential driver genes in pancreatic tumourigenesis.

Vrije Universiteit Brussel
2013
Mathias
Van Bulck
Ontdekking nieuw gen geeft hoop in ontrafeling pancreaskanker.Wat hebben Luciano Pavarotti, Steve Jobbs, Patrick Swayze en Joan Crawford met elkaar gemeen op hun bekendheid na? Ze stierven allen aan pancreaskanker. Hoewel pancreaskanker niet behoort tot de top 10 van de meest voorkomende kankergevallen in België, is het de 4de hoogste kanker-gerelateerde doodsoorzaak in de wereld. Kersvers VUB-alumnus Mathias Van Bulck legde zijn master thesis jaar af aan het gerenommeerde Australische ‘Garvan Institute of Medical Research’ waar hij onder leiding van Prof. Dr.
Meer lezen

Writing a Generation Beyond Leprosy

KU Leuven
2013
Nikita
Lamaire
Deze etnografische compositie, “Writing a Generation Beyond Leprosy: An ethnographic drawing concerning the design of complex narratives and the construction of practices which generations beyond leprosy meet and adopt”, is geschreven binnen een context om het behalen van een Master of Science in Sociale en Culturele Antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ik beschrijf gedetailleerd en genuanceerd levens die dagelijks de leprakolonies te Armanchella, Seva Yotthi Colony en Bethsaïda Colony, verwekken.
Meer lezen

Osteogenesis Imperfecta: meer dan alleen collageen

Universiteit Gent
2013
Michaël
Vanden Bulcke
Op zoek naar de oorzaak van de broze bottenziekteToen de film ‘Unbreakable’ in de zalen kwam, had niemand verwacht dat hij zo succesvol ging zijn. Nu, vele jaren later, hebben reeds miljoenen mensen deze thriller gezien. Wat echter weinigen weten is dat de slechterik van dienst, gespeeld door Samuel L. Jackson, lijdt aan een zeldzame genetische aandoening genaamd Osteogenesis Imperfecta of kortweg OI.  Recent is er een enorme vooruitgang geboekt in het onderzoek naar de oorzaak van deze ziekte.
Meer lezen

De Belgische revolutie in het Parijse modeveld: Een analyse aan de hand van Pierre Bourdieu

Universiteit Gent
2008
Van de Peer
Aurelie
De Belgische moderevolutie in Parijs
Vele Belgen zijn zich niet bewust van de status van de Antwerpse mode in Parijs. Hoewel het grote publiek op de hoogte is van de namen en de stijl van verschillende Antwerpse ontwerpers, blijft hun macht in Parijs vaak onderbelicht. Eén reden hiervoor is het gebrek aan onderzoek over de status die ‘onze’ ontwerpers in het Parijse modeveld bezitten.
Meer lezen

Vloeiend als het stromende water: Roma in en rond Brasov (Roemenië)

Arteveldehogeschool Gent
2004
Charlotte
Degezelle
Roemeense haat tegenover Roma houdt aan
 
 “Neem ze maar allemaal mee naar België!”
 
“Ze hebben mijn zoon vermoord.” “Steek ze in brand!” Roemenen worden niet graag geconfronteerd met de aanwezigheid van Roma in hun land. Ze noemen hen smerig, leugenaars en bedriegers. Bij wie er wel een positief woord voor over heeft, volgt dikwijls een bezwaar. We trokken naar Roemenië om er poolshoogte te nemen.
 
Luid geschreeuw buiten de kerk van Tarlungeni.
Meer lezen