Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Onderzoek naar de neurale basis van natuurlijke spraak bij personen met afasie via voxel-wise lesion-symptom mapping

KU Leuven
2025
Sara
Dupont
  • Eline
    Biermans
Ongeveer één op de vier personen met een beroerte krijgt te maken met afasie, een taalstoornis waarbij het begrijpen en/of produceren van taal moeilijk kan verlopen. In deze masterproef zoeken we een link tussen de taalfouten die personen met afasie maken en de exacte locatie van hun hersenletsel. Dit deden we aan de hand van de innovatieve techniek 'voxel-wise lesion-symptom mapping'. Wat ons onderzoek bijzonder maakt, is dat we bij de taaltesten gebruikmaken van natuurlijke spraak. Zo krijgen we een accurater beeld van het dagelijks taalgebruik van de personen met afasie. Deze studie opent nieuwe wegen om te voorspellen welke hersenschade welke taalproblemen veroorzaakt en hoe personen met afasie zullen herstellen.
Meer lezen

Extraction and characterization of extracellular polymeric substances from various wastewater treatment sludges

KU Leuven
2025
Vedran
Vangramberen
Vloeibaar water van hoge kwaliteit is een van de belangrijkste zaken op aarde. Deze moet koste wat het kost behouden blijven. Bedrijven en gemeenschappen dragen hieraan toe door hun afvalwater te zuiveren, alvorens het in de natuur te lozen. Hoewel dit proces zorgt voor natuurlijke wateren van hogere kwaliteit, heeft dit proces ook zijn keerzijde, namelijk de productie van enorme hoeveelheden afvalslib. Tot hiertoe is nog geen grootschalige toepassing gevonden voor het recycleren van deze afvalstroom. Met dit werk, wil ik graag kijken naar een mogelijke toepassing van het afvalslib, meer bepaald het gebruik van EPS als hydrogel. Hierbij wordt gekeken naar de verschillende stappen van dit proces.

In een eerste stap wordt gekeken welke componenten het meeste potentieel tonen om gebruikt te worden. in een bepaalde toepassing. Na een literatuurstudie blijkt dat de extracellulaire polymere substanties of EPS het meeste potentieel tonen. Het proces gaande van afvalslib naar toepassing van EPS bestaat echter uit heel wat verschillende stappen. Deze thesis focust op deze verschillende stappen, vertrekkend bij de extractie van EPS uit het afvalslib. In dit werk worden vier extractieprotocols met elkaar vergeleken, aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria. Op basis hiervan is het meest optimale extractieprotocol geselecteerd.

In een volgende stap zijn dan EPS'en van verschillende bronnen chemisch gekarakteriseerd, om na te gaan of EPS van verschillende bronnen ook verschillende samenstellingen hebben. Met behulp van verschillende technieken blijkt dat de samenstelling van EPS soortafhankelijk is. Elke bron van EPS resulteert dus in materiaal met een unieke compositie.

Om vervolgens na te gaan wat voor effecten dit heeft op de toepassingen van EPS, zijn EPS van vier verschillende industriële slibben gebruikt om hydrogels te maken, aan de hand van een 3D-geprinte mal. Met behulp van reologie zijn dan de mechanische eigenschappen van deze hydrogels getest. Deze resultaten zijn vervolgens gebruikt om het mechanisch gedrag van de EPS te linken aan hunchemische samenstelling. Door de complexe compositie van de EPS was het vinden van zo'n relatie echter niet mogelijk.
Meer lezen

Recht op arbeid en vrije keuze van beroep voor personen met een arbeidshandicap

HOGENT
2025
Linde
Goedertier
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe mensen met een arbeidshandicap nog steeds botsen op structurele drempels in onderwijs, mobiliteit, regelgeving en de arbeidsmarkt. Activeringsbeleid alleen volstaat niet: pas door die obstakels weg te nemen, krijgen zij echt de kans om hun talenten in te zetten. Echte inclusie vraagt dus om een integrale aanpak waarin overheid, onderwijs en werkgevers samen verantwoordelijkheid opnemen.
Meer lezen

Effect of binder-to-sand ratio on the workability and mechanical properties of GGBS-CDW-based geopolymer mortars

KU Leuven
2025
Katlyn
Caerels
De bouwindustrie staat voor verschillende milieuproblemen, en cementalternatieven zouden wel eens een deel van de oplossing kunnen zijn. Het toevoegen van bouwafval aan cementalternatieven, zoals geopolymeren, kan niet alleen de CO2-uitstoot verminderen, maar ook een positief effect hebben op de schaarste aan grondstoffen en afvalstroom. Deze masterproef onderzoekt, door middel van een literatuurstudie, labonderzoek en kritische analyse, de hoeveelheid bouwafval die in geopolymeren toegevoegd kan worden, en welk zandpercentage en -soort daarbij optimaal is. Op deze manier wordt een stap in de juiste richting gezet om geopolymeren in de praktijk te gebruiken.
Meer lezen

Staatssteun en hernieuwbare energie: een kritische analyse van het Europese staatssteunrecht anno 2024

KU Leuven
2025
Markus
Hermans
Deze bachelorscriptie onderzoekt de recente wetgeving van de Europese Unie omtrent staatssteun en hernieuwbare energie. De laatste decennia zijn de voorwaarden waaronder lidstaten steun aan groene projecten kunnen verlenen stelselmatig versoepeld. Dit om zowel klimaatdoelstellingen te behalen als om een antwoord te bieden op geopolitieke ontwikkelingen. Hoewel staatssteun kansen biedt voor de groene transitie, brengt de huidige regelgeving ook belangrijke problemen met zich mee: ze is complex en inefficiënt, mist structurele langetermijnvisie en vergroot de ongelijkheid tussen rijkere en armere lidstaten. De scriptie pleit daarom voor eenvoudigere regels, meer controle en een eerlijker verdeelde steun via de EU zelf, zodat alle lidstaten mee zijn in de strijd tegen klimaatverandering.
Meer lezen

China en Zuid-Korea: Vriend of vijand? Onderzoek naar het discours van presidenten Moon Jae-in en Yoon Suk-yeol over de bilaterale relatie tussen China en Zuid-Korea

KU Leuven
2025
Basile
Moyaerts
Deze thesis onderzoekt hoe de Zuid-Koreaanse presidenten Moon Jae-in (2017–2022) en Yoon Suk-yeol (2022–) hun relatie met China construeren in officiële toespraken. Uit een analyse van de speeches blijkt een opvallende continuïteit: economische samenwerking met China wordt systematisch benadrukt, terwijl gevoelige thema’s zoals Taiwan, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee vrijwel onbesproken blijven of enkel in neutrale termen verschijnen. Ondanks hun verschillende politieke kleur volgen beide presidenten dezelfde lijn: zakelijk warm, politiek koel. Dit patroon toont hoe Zuid-Korea als middenmacht bewust inzet op “double hedging”: handel koesteren, confrontatie vermijden en zo manoeuvreerruimte behouden tussen Washington en Beijing.
Meer lezen

Model-based Outdoor Thermal Comfort and Urban Heat Island Assessment of an Urban Park: A Case Study of Zuidpark Antwerp

Universiteit Antwerpen
2025
Tim
Goossens
Het stedelijk hitte-eiland en thermisch ongemak vormen steeds grotere uitdagingen in Europese steden naarmate de klimaatverandering en verstedelijking toenemen. Deze thesis onderzoekt de microklimatologische en thermische comfort effecten van de omvorming van een verharde parkeerplaats tot een begroeid stadspark (Zuidpark, Antwerpen). Aan de hand van een combinatie van veldmetingen en ENVI-met-modellering werden drie scenario's vergeleken: een volledig verharde parkeerplaats (vroeger), de huidige situatie met jonge begroeiing (nu) en een toekomstscenario
met volledig ontwikkelde boomkruinen.

De resultaten tonen meetbare verkoelende effecten aan, met een gemiddelde daling van de luchttemperatuur overdag van 0,6 °C in het huidig scenario en 1,1 °C in het toekomstscenario. De gemiddelde daling tijdens piekuren gaat tot 1,2 °C. De fysiologische equivalente temperatuur (PET) daalde met gemiddeld 1,2 °C in het huidige scenario en gemiddeld 4,6 °C in het toekomstscenario, waardoor periodes van extreme hittestress werden uitgesteld en verkort.

Deze analyse benadrukt het belang van volgroeide boomkruinen en ventilatiecorridors voor het maximaliseren van de afkoeling, maar toont ook de beperkingen van het model
aan wat betreft de nauwkeurigheid van de luchttemperatuur in vergelijking met de stralingstemperatuur. Deze bevindingen bevestigen de waarde van stedelijke vergroening als een op de natuur gebaseerde oplossing voor het verminderen van het stedelijke
hitte-eilandeffect en het verbeteren van het thermisch comfort. De studie biedt inzichten voor stedenbouwkundigen, beleidsmakers en volksgezondheidsinstanties bij het ontwerpen van klimaatbestendige steden.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

Elimination of Priority Indoor Volatile Organic Compounds by Active Botanical Biofilters: Experimental and Modeling Approach

Universiteit Antwerpen
2025
Seppe
Vandeweghe
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Dit proefschrift onderzoekt de eliminatie van prioritaire vluchtige organische stoffen (VOS) door middel van actieve botanische biofilters via een gecombineerde experimentele en modelleringsbenadering. Het onderzoek richt zich op de verwijdering van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, formaldehyde en acetaaldehyde (BTEXFA)-verbindingen, die vertegenwoordigers zijn van binnenluchtverontreinigingen die een reële bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De experimentele benadering gebruikte een actief botanisch biofilter (ABB) en microbiële biofilters (MB's) om de prestaties van VOC-verwijdering onder verschillende randvoorwaarden te evalueren. Eerst werd een studie naar ABB-acclimatisatie uitgevoerd. Zodra de filters volledig operationeel waren en VOS verwijderden, werd een studie naar luchtsnelheidsvariatie uitgevoerd om de verwijdering bij verschillende luchtstroomsnelheden te documenteren. Tegelijkertijd werd een nieuw 3D multiphysics-model ontwikkeld op basis van computationele vloeistofdynamica om de aerodynamica van het MB-substraat, VOC-transport, en verwijderingsfenomenen te karakteriseren.

De effecten van acclimatisatie op VOC-verwijdering varieerden afhankelijk van de specifieke VOC, met verschillende patronen zichtbaar tussen BTEX, formaldehyde en acetaaldehyde. Verder werd aangetoond dat acclimatisatie door herhaalde VOC-blootstelling de efficiëntie van BTEX-verwijdering significant verbeterde. De studie naar luchtsnelheidsvariatie onthulde een complexe mix van effecten die de prestaties van ABB beïnvloeden, met veel verschillende reacties op luchtstroomverhoging tussen VOS. Een aerodynamisch submodel werd succesvol gevalideerd met experimentele gegevens, terwijl het volledige voorlopige model ruimte voor verbetering liet.

Dit onderzoek vergroot het begrip van botanische biofiltratiemechanismen en biedt praktische inzichten voor het optimaliseren van op ABB-gebaseerde binnenluchtzuiveringssystemen, en draagt bij aan duurzame toepassingen in stedelijke biowetenschap en engineering.
Meer lezen

De relatie van film en games, waar ligt de toekomst van Interactieve cinema?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Mart
van den Heuvel
Mijn scriptie gaat over de geschiedenis en de toekomst van Interactieve films. Ik heb zelf voor de scriptie ook een interactieve film gemaakt waar ik hierin kort over vertel.
Meer lezen

Met kleur grenzen stellen

Hogeschool VIVES
2025
elke
vermeiren
In mijn bachelorproef “Met Kleur Grenzen Stellen” onderzocht ik hoe het Vlaggensysteem kan bijdragen aan het bespreekbaar maken van seksualiteit en grenzen bij personen met een verstandelijke beperking binnen Schoonderhage VZW. Door literatuuronderzoek, gesprekken met bewoners, begeleiders en externe experts, en de ontwikkeling van concreet ondersteunend materiaal (zoals een kaartenspel en vormingsmomenten), vertaalde ik deze methodiek naar het laagdrempelig toepassen in de praktijk. Het resultaat is een bruikbaar en duurzaam hulpmiddel dat bewoners helpt hun grenzen te herkennen en te communiceren, en begeleiders ondersteunt in een open, respectvolle en consequente aanpak.
Meer lezen

STATISTICAL OPTIMIZATION OF PARAMETERS FOR BIOLEACHING OF MINE WASTES FROM SÃO DOMINGOS MINE, PORTUGAL

Universiteit Gent
2025
Maria Victoria
Pereira da Luz
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Genomineerde shortlist Eosprijs
While the extraction of metals is essential for sustainable energy technologies, they pose environmental challenges due to the toxic materials used in their production and the hazardous waste they generate. The presence of waste containing metals and organic compounds on Earth is increasing, and Europe holds large amounts of metals locked up in industrial process residues, such as tailings, metallurgical sludges, slags, dust, and ashes. The waste or secondary material may contain critical raw materials and base metals with application in the energetic transition. These factors highlight the urgent need for effective recycling practices to manage mine waste and recover valuable secondary raw materials, addressing both environmental and economic challenges.

This thesis investigates the optimal conditions for effective bioleaching of pyrite mine wastes and modern slags from the Achada do Gamo Sulfur factory in the São Domingos Mine area, focusing particularly on Manganese and Zinc recovery to address sustainability concerns. Using Response Surface Methodology (RSM), the study evaluates the impact and relationship between pulp density, initial pH, and initial ferrous iron concentration evaluated through a Box-Behnken design (BBD). Direct bioleaching experiments were conducted on altered and crushed pyrite, pyrite ashes, and modern slags using a thermophilic microbial culture consisting of Sb. thermosulfidooxidans, L. ferriphillum, and At. caldus (SLA), which utilized elemental sulfur and ferrous iron as energy sources, driving the oxidation of ferrous to ferric iron and the conversion of sulfur to sulfuric acid in the leaching medium.

Results showed that SLA culture is less effective bioleaching in pyrite wastes than slag, although ORP measurements indicated microbial iron oxidation for all materials. This study successfully optimized the recovery of metals from slag samples, indicating a maximum efficiency of metal solubilization under the conditions of 2.32% (w/v) solid load, pH 1.90, and ferrous iron supplementation of 60 mM. The maximum metal recovery achieved was 86.9% Zn, 81.4% Mn, 65% Cu, and 66.4% Co.

For crushed pyrite, under the conditions of pH 1.66, 54 mM supplementation of iron and 2% (w/v) pulp density was estimated to achieve moderate to high recovery of Mn (>53.8%) and Zn (>8.0%). However, the values obtained were not within the 95% confidence interval and the null hypothesis could not be rejected, indicating the proposed model does not apply to the practical application; consequently, an optimized condition was not defined. The application of the same conditions obtained in the model for crushed pyrite was applied to pyrite ash material, which did not result in satisfactory results. Hence, to better recover metals from pyrite ashes and crushed pyrite, further optimization is needed.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

"Un genre qui lui appartient en toute propriété." Marie-Antoinette Marcotte (1867-1929) en de weergave van de serre in de West-Europese schilderkunst tussen 1850 en 1930.

Universiteit Gent
2025
Marie
Harteel
Aan het einde van de 19e eeuw maakte de Frans-Belgische kunstenares Marie-Antoinette Marcotte haar handelsmerk van een uniek artistiek onderwerp: de serre. Talloze contemporaine recensies prijzen haar talent om de zonnige kleuren en broeierige atmosfeer op doek vast te leggen. Het originele onderwerp speelde tegelijk in op de maatschappelijke belangstelling voor de serrecultuur in Europa. Aan de hand van historisch en iconografisch onderzoek van het oeuvre van Marcotte en een 100-tal schilderijen door andere Europese kunstenaars wordt nagegaan hoe verschillende waarden, praktijken en sociale problematieken omtrent de serrebouw in de West-Europese samenleving tussen 1850 en 1930 in de schilderkunst zichtbaar worden. Het uitgangspunt van dit onderzoek is om primaire bronnen, archiefmateriaal en secundaire literatuur te combineren met iconografische analyse om de artistieke afbeelding van serres diepgaand te begrijpen.

Het eerste hoofdstuk belicht de sociaalhistorische bestaansvoorwaarden die de idylle van de serrecultuur mogelijk maken. Zowel de lokale en internationale populariteit van horticulturele tentoonstellingen als de koloniale botanica worden onderzocht. Om de planten in leven te houden was verder veel werk en zorg nodig. Afbeeldingen van de arbeidersklasse in de serres zijn uitzonderlijk, maar vormen belangrijke getuigenissen van het anders onzichtbare werk dat beladen is met complexe sociale en genderdynamieken. De actieve arbeid die in de schilderijen terug te vinden is, is op zijn best in een verwaterde versie herkenbaar in afbeeldingen van de bourgeoisie in de plantenkas.
Hoofdstuk twee belicht de weergave van de burgerij, voor wie de serres vooral ruimtes waren voor vrijetijd en ontspanning, alleen of met gezelschap. Daarnaast was de serre een locus van sociale interactie. Gaande van intieme relaties in de domestieke plantenkassen tot zien en gezien worden in de publieke wintertuinen, en van moederschap tot romantische allusies – de schilderijen brengen een brede waaier aan interpersoonlijke dynamieken in beeld.
In het laatste hoofdstuk wordt Marcottes oeuvre geanalyseerd vanuit een specifiek kunsthistorisch standpunt: het genre van het serreschilderij wordt uitgeklaard vanuit het perspectief van het bloemstuk en de daarmee geassocieerde genrehiërarchie en genderconnotaties. Ondanks dit traditioneel verwantschap worden conventies uitgedaagd door de vormelijke kracht van de architectuur enerzijds en de symbolische verbondenheid ervan aan ideeën van technologische vooruitgang en moderniteit anderzijds.

Gekaderd in de kunsthistorische evolutie van het bloemstuk, de sociaalhistorische relevantie van de serrebouw en het werk van haar tijdgenoten toont dit onderzoek de relevantie aan van Marcottes deeloeuvre als zijnde zowel vernieuwend als symptomatisch voor de tijdsgeest waarin het gemaakt werd.
Meer lezen

Het potentieel van tuinen in de strijd tegen klimaatverandering De rol van het lokale recht en vergunningenbeleid

Universiteit Antwerpen
2025
Matthias
Vangenechten
Deze meesterproef onderzoekt hoe lokale overheden hun stedenbouwkundige verordeningen en hun vergunningenbeleid inzetten om private tuinen klimaatadaptief te reguleren en op welke beperkingen ze stoten. Het onderzoek bestaat uit een klassiek juridisch bronnenonderzoek, een inventarisatie en analyse van alle lokale Vlaamse stedenbouwkundige verordeningen en kwalitatieve interviews met omgevingsdeskundigen uit de Vlaamse centrumsteden. De keuze voor een onderzoek naar private tuinen is welbewust. Ze beslaan in Vlaanderen 12,5% van het grondgebied en hun klimaatadaptieve potentieel is dus aanzienlijk.

Uit de analyse van de lokale stedenbouwkundige verordeningen blijkt dat ze op klimaatadaptief vlak hoofdzakelijk twee doelen nastreven: het beperken van verharding en het beschermen of creëren van groen. Sommige verordeningen leggen een maximale verhardingsgraad op, andere hanteren open criteria of verplichten een bepaald soort verharding. Ze kunnen ook bepalen dat groen moet worden aangeplant of dat bij werken boombeschermingsmaatregelen gelden. Ook verbinden lokale overheden voorwaarden aan het verstrekken van een vergunning zoals het verwijderen van verharding of het planten van een boom.

Er gelden echter drie belangrijke beperkingen. Ten eerste gelden stedenbouwkundige verordeningen alleen bij vergunningsaanvragen. Ten tweede kunnen gemeenten alleen maar voorwaarden met betrekking tot de tuin opleggen bij vergunningaanvragen die gerelateerd zijn aan de tuin. Ten derde kunnen gemeenten geen regels uitvaardigen die in strijd zijn met de hogere Vlaamse regelgeving.

De meesterproef identificeert mede aan de hand van de interviews de bepalingen op Vlaams niveau die contraproductief zijn om het klimaatadaptieve potentieel van tuinen te benutten. Ze maakt ook zichtbaar hoe gemeenten creatief regels en vrijstellingen op Vlaams niveau buiten werking plaatsen om tuinen klimaatadaptief te reguleren. Dit alles heeft echter als gevolg dat er een versnipperde en onduidelijke regelgeving is.

De meesterproef beveelt daarom een Vlaams klimaatadaptief kader op gebied van tuinen. Dat kader houdt in dat de geïdentificeerde contraproductieve bepalingen en vrijstellingen worden afgeschaft en dat er ambitieuze minimumeisen komen op het vlak van de bescherming en ontwikkeling van groen en het beperken van verhardingen. Er moet een zekere bewegingsmarge voor gemeenten blijven. Een stad is nu eenmaal geen plattelandsgemeente. In de praktijk zal dit leiden tot meer uniformiteit en een gewaarborgd klimaatadaptief tuinenbeleid.

Meer lezen

Financieringsstrategieën voor kapitaalintensieve sectoren: een onderzoek naar investeringsrationalisatie in de wijnbouw

Universiteit Hasselt
2025
Tom
Sleutjes
De Belgische wijnindustrie wordt gekenmerkt door hoge kapitaalvereisten, wat de instapdrempel voor nieuwe wijnproducenten aanzienlijk verhoogt. In deze masterproef is onderzocht welke financieringsstrategieën de kapitaalbehoefte van wijnproducenten kunnen verlagen en de toetreding tot de sector toegankelijker kunnen maken.

Er is gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksopzet waarbij 12 semigestructureerde interviews zijn afgenomen met drie groepen respondenten (wijnbouwers, bankiers en wijnadviseurs) om inzichten te verkrijgen vanuit diverse perspectieven. De interviewdata zijn thematisch geanalyseerd.

Uit het onderzoek blijkt dat traditionele bankfinanciering voor wijnondernemers vaak lastig te verkrijgen is vanwege strenge voorwaarden en risico-inschattingen. Alternatieve financieringsvormen, zoals coöperatieve modellen, crowdfunding en blended finance, tonen echter belangrijk potentieel om de kapitaalbehoefte te verlichten. Daarnaast komt naar voren dat schaalvergroting en een gefaseerde groeistrategie cruciaal zijn. Ten slotte benadrukken zowel bankiers als producenten de toenemende rol van duurzaamheid en ESG-criteria in financieringsbeslissingen.

De bevindingen suggereren dat een doordachte mix van traditionele en innovatieve financieringsstrategieën de kapitaalbarrières in de Belgische wijnindustrie aanzienlijk kunnen verlagen. Door investeringen te optimaliseren, alternatieve financieringsbronnen in te schakelen en klassieke kredietvormen beter af te stemmen op de lange terugverdientijd van wijn, ontstaat er een toegankelijker financieringsklimaat.
Meer lezen

Machine Learning Small Datasets for Cu Nanoparticles: enhancing Experimental and Computational lab-scale data

Universiteit Hasselt
2025
Brent
Motmans
Koper-nanodeeltjes (Cu NP's) hebben een brede toepasbaarheid, maar hun synthese is gevoelig voor kleine veranderingen in reactieparameters. Deze gevoeligheid, in combinatie met het tijdrovende en arbeidsintensieve karakter van experimentele optimalisatie, vormt een grote uitdaging voor reproduceerbare synthese met gecontroleerde deeltjesgrootte. Bovendien is Machine Learning (ML) weliswaar veelbelovend gebleken voor materiaalonderzoek, maar wordt toepassing ervan vaak beperkt door gebrek aan hoogwaardige experimentele datasets. Deze studie onderzoekt ML om de grootte van Cu NP’s gevormd met microgolf geassisteerde polyolsynthese te voorspellen met kleine datasets, gegenereerd uit 25 intern uitgevoerde syntheses. Latin Hypercube Sampling wordt gebruikt om de parameterruimte van precursorconcentratie, temperatuur en reactietijd efficiënt te samplen. Ensemble-regressiemodellen, gebouwd met het AMADEUS-framework, voorspellen met hoge nauwkeurigheid de deeltjesgrootte en presteren daarmee beter dan klassieke statistische benaderingen. Featureselectie vermindert complexiteit van het model en verbetert generaliseerbaarheid. Daarnaast worden classificatiemodellen, gebaseerd op zowel traditionele random forests als Large Language Modellen (LLM’s), geëvalueerd om onderscheid te maken tussen grote en kleine deeltjes. Terwijl random forests matig presteren, bieden LLM’s geen duidelijke verbeteringen in omstandigheden met weinig gegevens. Over het algemeen toont dit onderzoek dat zorgvuldig samengestelde kleine datasets, in combinatie met robuuste klassieke ML, synthese van Cu NP's effectief kan voorspellen en dat voor laboratoriumonderzoek complexe LLM's geen voordelen bieden.
Meer lezen

Het gebruik van Chromebooks in de lagere school ter bevordering van leerresultaten en digitale vaardigheden

Odisee Hogeschool
2025
Aya
Abik
Mijn bachelorproef gaat over het gebruik van Chromebooks in de lagere school ter bevordering van leerresultaten en digitale vaardigheden.
Meer lezen

Development of a multi-sensor data-acquisition and computer vision system for honeybee colony health monitoring

Universiteit Gent
2025
Dieter
Van Hove
  • Lowie
    Coussée
Deze thesis presenteert een geïntegreerd systeem voor geautomatiseerde monitoring van honingbijen (Apis mellifera L.), waarin computervisie, op maat gemaakte hardware en webgebaseerde datavisualisatie worden gecombineerd. Het systeem omvat een op computervisie gebaseerde arenatest, een studie met geluidsstimulus, een opstelling voor pollenmonitoring en thermische beeldvorming om het gedrag van bijen binnen de kast te volgen.

De arenatest volgt vijf bijen en een Varroa destructor-mijt. Door middel van thresholding en contouranalyse worden de posities van bijen en mijt geïdentificeerd en geanalyseerd met gedragsmaten om potentiële varroaresistentie te beoordelen. Voor de pollenmonitoring werd een op maat gemaakte opstelling ontwikkeld die terugkerende bijen van onderaf registreert. Kleurgebaseerde segmentatie en contouranalyse detecteren pollenladingen, terwijl kleurcorrectie de nauwkeurigheid verbetert. Dit maakt het mogelijk de foerageeractiviteit en efficiëntie van de kolonie te kwantificeren.

Een geluidsstimulus-experiment onderzoekt of de gezondheid van een bijenvolk kan worden afgeleid uit de respons van bijen op een korte geluidspuls. Audiofeatures werden geëxtraheerd en geanalyseerd met behulp van ANOVA, PCA en MANOVA, waarbij significante reacties aan het licht kwamen die kunnen correleren met de toestand van de kolonie. Thermische beeldvorming onder de kast registreert de bewegingen van bijen en de temperatuurverdeling. Door de beelden in zones te verdelen kan de activiteit in specifieke delen van de kast gevolgd worden, wat inzichten biedt in koloniegrootte en -gedrag zonder de kast te openen.

Alle data wordt opgeslagen en gevisualiseerd via een op maat gemaakte website, gehost op een Raspberry Pi. Ondanks het gebruik van deels gesimuleerde data werd de volledige systeemarchitectuur getest. De resultaten tonen aan dat deze niet-invasieve benadering van monitoring waardevol is voor zowel wetenschappelijk onderzoek als de praktische bijenteelt.
Meer lezen

Vergeten Conflicten: een blinde vlek van Vlaamse media?

KU Leuven
2025
Benthe
Vermeulen
In mijn scriptie onderzocht ik hoe het Nieuwsselectieproces van conflicten bijdraagt aan het voortbestaan van vergeten conflicten, door in gesprek te gaan met tien buitenlandjournalisten van uiteenlopende nieuwsmedia. De masterproef is opgebouwd uit vier delen. In het eerste deel wordt, op basis van de bestaande literatuur over vergeten conflicten en het nieuwsselectieproces, nagegaan welke theoretische kaders relevant zijn voor dit onderzoek. Deel twee omvat de probleemstelling en een uiteenzetting van de methodologische aanpak. In deel drie worden de resultaten van de interviews gepresenteerd. Deel vier sluit af met een bespreking van deze resultaten aan de hand van de in deel één besproken literatuur. Tot slot eindigt de masterproef met een algemene conclusie van het onderzoek.
Meer lezen

Onderhandelen over duurzaamheid Een waardensociologische analyse van Museum Plantin-Moretus

Universiteit Antwerpen
2025
Orphee
Marien
Deze masterproef onderzoekt hoe duurzaamheid vorm krijgt binnen de dagelijkse praktijk van een cultureel-erfgoedinstelling, met het Museum Plantin-Moretus (Antwerpen) als casus. Vertrekkend vanuit de rechtvaardigingstheorie van Boltanski en Thévenot wordt duurzaamheid benaderd als een moreel en relationeel onderhandelingsproces, eerder dan als een vaststaand beleidsdoel. Via kwalitatieve analyse van interviews, observaties en documenten worden vijf morele oriëntaties of ‘waardewerelden’ geïdentificeerd: Zorg & Traditie, Maatschappij, Aards, Inspirerend en Structuur & Efficiëntie. Deze logica’s tonen hoe medewerkers omgaan met spanningen tussen beleidsdoelstellingen, institutionele beperkingen en persoonlijke overtuigingen. Drie strategieën komen naar voren in het omgaan met waardeconflicten: integratie, gedogen en het aanvaarden van pluraliteit. Daarbij speelt temporaliteit een belangrijke rol: traagheid blijkt niet louter bureaucratisch, maar functioneert als zorgzame reflectie. Tegelijk zijn waardewerelden ongelijk verdeeld in termen van institutionele inbedding, waardoor bijvoorbeeld erfgoedlogica’s dominant blijven tegenover ecologische rechtvaardigingen. Het onderzoek concludeert dat duurzaamheid in musea geen statisch of eenduidig begrip is, maar ontstaat in de concrete praktijken van verantwoording en positionering. Culturele duurzaamheid verschijnt zo niet als een extra pijler naast ecologie, economie en maatschappij, maar als het interpretatieve veld waarin betekenissen gevormd, betwist en gelegitimeerd worden.
Meer lezen

Optimaal plannen van batterijsystemen op basis van voorspeld verbruik onder dynamische elektriciteitsprijzen en het capaciteitstarief

Universiteit Gent
2025
Cyl
Rouseré
Deze masterproef onderzoekt hoe batterijsystemen optimaal kunnen worden aangestuurd in een context van dynamische elektriciteitsprijzen en het Belgische capaciteitstarief. De focus ligt op industriële verbruikers, waarbij gestreefd wordt naar het minimaliseren van de totale energiekost.
Een nieuw Rolling Horizon Linear Programming (RHLP)-algoritme werd ontwikkeld en
vergeleken met een eenvoudig heuristisch basisalgoritme. Het RHLP-algoritme gebruikt PV-opbrengst, dynamische prijzen en verbruiksvoorspellingen op basis van Extreme Gradient Boosting (XGBoost) om de laad- en ontlaadbeslissingen te optimaliseren over een tijdshorizon van 48 uur. Deze horizon schuift mee met de tijd (rolling
horizon), waarbij de optimalisatie om de 15 minuten wordt herhaald. De PV-opbrengst
werd in de standaardconfiguratie benaderd via werkelijke historische waarden.
De algoritmes werden geëvalueerd aan de hand van uitgebreide simulaties op reële
verbruiksprofielen en historische Belpex-prijsdata. De resultaten tonen aan dat onder
de juiste omstandigheden het RHLP-algoritme tot 20% kostenbesparing kan realiseren
in vergelijking met het basisalgoritme.
Nacht- en weekendverbruik bleek een bepalende factor in de behaalde optimalisatiewinst, wat duidt op een duidelijke invloed van het verbruiksprofiel op het prestatiepotentieel van het algoritme. Daarnaast bleken ook parameters zoals batterijcapaciteit
en prijsschommelingen op de markt van doorslaggevend belang voor de gerealiseerde
resultaten.
Dit onderzoek toont aan dat batterijsturing op basis van verbruiksvoorspellingen via
lineaire optimalisatie kostenbesparingen kan opleveren.

Meer lezen

Compensatie in Transnationale Infrastructuur - Een stedenbouwkundige lezing van de impact van de Brenner Basistunnel

KU Leuven
2025
Colomba
Guerzoni-Verschuere
De Alpen vervullen een dubbele rol: ze zijn tegelijk leverancier van water en energie voor een groot deel van Europa én een barrière in het hedendaagse verkeer van goederen en diensten. Vooral in doorgangen zoals de Brennerpas wordt dit zichtbaar. Jaarlijks passeren er meer dan twee miljoen vrachtwagens, waardoor de regio al begin jaren 2000 tot luchtsaneringsgebied werd uitgeroepen vanwege de hoge emissies en gezondheidsproblemen. Dit intensieve gebruik leidt niet alleen tot luchtvervuiling, maar ook tot aantasting van ecosystemen door de aanleg van steeds meer infrastructuur in het kader van handel en toerisme.
In een tijd waarin onze klimaatcrisis de nood aan duurzamere vervoersvormen benadrukt, wordt de spoorweg vaak naar voren geschoven als alternatief voor auto- en luchtverkeer. Zo ontstond ook de introductie van de Brenner Basistunnel (BBT), een 64 km lange spoorwegtunnel die Oostenrijk en Italië zal verbinden en het vrachtverkeer uit de Alpenvalleien wil halen. De BBT maakt deel uit van het algehele Europese TEN-T-netwerk dat een samenhangende, grensoverschrijdende infrastructuur moet creëren tegen 2050. Toch kampt het project met jarenlange vertragingen en hoge complexiteit en rijzen er fundamentele vragen op over de daadwerkelijke bijdrage aan ecologische en sociale vooruitgang, in vergelijking met politieke en economische belangen.
Hoewel spoorwegen vaak als ‘groen’ alternatief worden gepresenteerd, brengen megaprojecten als de BBT een enorme ecologische voetafdruk met zich mee. De bouw vraagt energie-intensieve materialen, breekt ecosystemen af en veroorzaakt fragmentatie van habitats. Ze lijken ingebed te zijn in een neoliberaal systeem waarin economische groei en snelheid vaak boven duurzaamheid en algemeen belang worden geplaatst. De belofte van emissiereductie staat dus tegenover de realiteit van natuurvernietiging, sociale spanningen en versterking van consumptie en toerisme, in een kwetsbare regio dat de gevolgen niet zal kunnen dragen.
Onderzoeken en interviews tonen aan dat de maatschappelijke aanvaarding van het project verdeeld is. Terwijl sommigen de tunnel zien als noodzakelijk voor duurzame mobiliteit, vrezen anderen een toename van toeristische druk, verlies van natuur en twijfels rond de modal shift. De paradox is er; een project dat ecologische versnippering wil vermijden, draagt er door zijn bouwproces zelf al decennialang aan bij.
De problematiek van de BBT overstijgt de Alpen en raakt aan bredere vraagstukken over hoe grootschalige infrastructuurprojecten onze leefomgeving vormgeven. Ze belichamen de spanning tussen restauratie en destructie, tussen economische ontwikkeling en ecologische draagkracht. Natuurcompensatie wordt in deze gevallen steeds vaker ingezet als strategisch instrument om maatschappelijke aanvaarding te verkrijgen. Deze ‘ruilhandel’ met landschappen roept echter de vraag op of natuur werkelijk vervangbaar is, en wat dit betekent voor mens én niet-menselijke actoren.
De casus van de BBT toont aan dat infrastructuur geen neutrale ingreep is, maar een ideologische praktijk die diep ingrijpt in ecologische, sociale en politieke structuren. Vergelijkbare projecten beloven elk een duurzamere toekomst via infrastructuur. Maar de kernvraag blijft; rechtvaardigt het doel de middelen? Kunnen we bouwen zonder af te breken?
Meer lezen

Sustainable Tech Behaviour

Erasmushogeschool Brussel
2025
Tibo
Torrekens
  • Noor
    Dumont
  • Emma
    Van Camp
Dit rapport introduceert Sustainable Tech Behaviour (STB), een benadering die de bredere impact van technologie onderzoekt. Vaak worden technologische keuzes gedreven door efficiëntie, winstgevendheid en schaalbaarheid. De ecologische, economische, sociale en individuele gevolgen blijven echter vaak onderbelicht. Dit onderzoek brengt deze gevolgen in kaart en biedt praktische oplossingen voor een meer verantwoord technologisch beleid.

De literatuurstudie laat zien dat duurzaamheid en ethiek steeds belangrijker worden in technologische besluitvorming. Studies benadrukken de noodzaak van systemisch denken en multidisciplinaire samenwerking. Daarnaast tonen onderzoeken aan dat onbedoelde gevolgen van technologie vaak pas laat zichtbaar worden, wat proactieve strategieën vereist. Het STB-framework is gebaseerd op deze inzichten en helpt
organisaties technologie bewuster en duurzamer te benutten.

Het onderzoek introduceert het STB-framework, dat zich richt op vier impactgebieden: individueel, sociaal, economisch en ecologisch. Deze pijlers vormen samen een holistische benadering om de impact van technologie op verschillende niveaus te
begrijpen en te sturen.
Het framework biedt een gestructureerde aanpak om zowel de positieve als negatieve gevolgen van technologische innovaties te analyseren en hiermee bewuste keuzes te maken die bijdragen aan duurzaamheid en ethische verantwoordelijkheid.

Vervolgens benadrukt het rapport de noodzaak van bewustwording en biedt concrete tools om organisaties te helpen verantwoorde keuzes te maken. Een kernpunt is het STB-framework, een visueel en interactief model waarmee decision-makers de onbedoelde gevolgen van technologie kunnen identificeren en evalueren. Dit framework helpt bij het systematisch analyseren van technologische keuzes en hun bredere implicaties. Hierdoor kunnen organisaties technologie inzetten op een manier die zowel economisch rendabel als maatschappelijk verantwoord is.

Naast het STB-framework bevat het rapport aanbevelingen zoals het bevorderen van systemisch denken, regulering en het aanmoedigen van ethische innovatie. Verder worden strategieën aangereikt om binnen bedrijven en instellingen draagvlak te creëren voor duurzame technologische transities.

Het eindresultaat is een toolkit in workshopvorm met methodieken die organisaties ondersteunen bij het maken van duurzame en ethisch verantwoorde technologische keuzes. Deze toolkit kan worden ingezet in strategische besluitvorming, beleidsontwikkeling en bewustwordingscampagnes binnen bedrijven en instellingen.

Door concrete handvatten te bieden, draagt dit rapport bij aan een toekomst
waarin technologie niet alleen een drijvende kracht is achter economische groei, maar ook bijdraagt aan een eerlijke, duurzame en inclusieve samenleving
Meer lezen

Trapped gold, flashy dyes: Taking advantage of zeolitic imidazolate framework-8’s weakness

KU Leuven
2025
Manu
Donders
In dit werk wordt het zuurgevoelige gedrag van zeolitic imidazolate framework‑8 (ZIF‑8) onderzocht en benut voor de ontwikkeling van een nieuwe aanpak voor de zuivering, hantering en dosering van goudnanodeeltjes (AuNPs). Daartoe worden AuNPs ingekapseld in ZIF‑8, waardoor hybride AuNP@ZIF‑8‑poeders ontstaan. Deze poeders vergemakkelijken het werken met AuNPs, maken efficiënte zuivering mogelijk via centrifugatie bij lage g‑krachten, en vertonen uitstekende resuspensie na zuur‑geïnduceerde afbraak van ZIF‑8. De inkapselingsstrategie bleek zeer effectief: na drie zuiveringscycli werd meer dan 80 % van het goud behouden, terwijl dit voor niet‑ingekapselde AuNPs slechts 25 % was. Bovendien maakt de inkapseling het mogelijk om ongezuiverde colloïdale AuNP‑systemen om te zetten in robuuste, resuspendeerbare poeders die geschikt zijn voor transport en langdurige opslag.
Meer lezen

Unframing the territory of an arancini vendor

KU Leuven
2025
Marthe
Vanden Hautte
Deze scriptie onderzoekt de Ballarò markt in Palermo als een levend stedelijk netwerk waarin formele architectuur en stedelijke planning plaatsmaken voor improvisatie, sociale interactie en informele structuren. Vanuit een antropografische benadering wordt ruimte niet alleen gezien als fysieke omgeving, maar als ervaring en sociale praktijk. Door veldwerk, schetsen en interviews legt de studie de spanningen bloot tussen geplande stadsvernieuwing en dagelijkse praktijk, en toont ze hoe bewoners en marktkramers met improvisatie en creativiteit de stad telkens opnieuw vormgeven. De scriptie pleit voor een architectuur van observatie en betrokkenheid, die vertrekt vanuit wat er al is en ruimte biedt voor gedeeld gebruik en gemeenschapsvorming.
Meer lezen

Machine à Guérir - Laboratoria van Transitie: een helende architectuur voor een verzakt landschap in herstel.

Universiteit Hasselt
2025
Illy
Klerckx
Mijn masterscriptie vertrekt vanuit een persoonlijke zoektocht naar de essentie van architectuur. Een architectuur met aandacht voor traagheid, schoonheid en tactiliteit, iets dat we vandaag de dag minder en minder zien in het gebouwde. Een architectuur als middel om te helen, te verbinden en betekenis te geven aan een plek. Met Machine à Guérir, of vertaald 'helende machine', onderzoek ik hoe architectuur kan bijdragen aan herstel, zowel van mens als landschap, in een stad als Genk die vandaag gekenmerkt wordt door versnippering en verlies van identiteit.

Ik reconstrueerde samen met een aantal medestudenten (Het vooronderzoek, deel 1, van de scriptie is gezamenlijk geschreven) voor het eerst het ondergrondse mijngangenstelsel van Genk, een vergeten netwerk dat onder de stad sluimert. In plaats van mijnverzakkingen als bedreiging te zien, besloot ik ze te omarmen als ruimtelijk potentieel. Zo ontstond een masterplan waarin landschap en architectuur in dialoog treden, en waarin de ondergrond fungeert als geheugendrager én verbindende laag.

Mijn scriptie mondt uit in mijn masterproject, een sanatorium ingebed in het verzakkende landschap, is een voorstel voor helende architectuur. Geen steriele en witte zorginstelling, maar een plek van rust, openheid en traagheid, waar licht, uitzicht en materiaal een actieve rol spelen in het welzijn van de mens. Mijn zelf ontwikkelde 'Ten Tactics of Healing Architecture' boden de basis voor het ontwerp. Met deze scriptie wil ik aantonen hoe architectuur in tijden van transitie opnieuw zorg kan dragen. Zorg voor de mens, zorg voor het landschap, zorg voor het verleden én de toekomst, zorg als integraal ontwerpprincipe.
Meer lezen

Online afspraken in de gynaecologie: Wat houdt de patiënt tegen?

Odisee Hogeschool
2025
Tiany
Goesseye
Uit literatuuronderzoek blijkt dat de acceptatie van technologie in de gezondheidszorg sterk afhankelijk is van zaken zoals gebruiksvriendelijkheid, transparantie en de beschikbaarheid van tijdsloten. Het online afsprakensysteem biedt administratieve voordelen, zoals het verminderen van telefonische oproepen en het geven van meer controle aan patiënten over hun zorgplanning. Deze bachelorproef onderzoekt de factoren die de acceptatie en het gebruik van het online afsprakensysteem binnen de dienst gynaecologie van AZORG Campus Moorselbaan beïnvloeden.
Veldonderzoek binnen de dienst gynaecologie van AZORG laat zien dat zowel patiënten als administratief personeel tegen verschillende problemen aanlopen. De terminologie in de beslisboom is soms te wetenschappelijk, waardoor patiënten het moeilijk vinden om de juiste keuze te maken. Bovendien blijken bepaalde consultaties alleen telefonisch ingepland te kunnen worden, zonder duidelijke uitleg over het waarom. Dit verhoogt de werkdruk voor het secretariaat, omdat patiënten alsnog bellen voor verduidelijking. Een vergelijking met AZ Groeninge (Kortrijk, West-Vlaanderen) en VITAZ (Sint-Niklaas, Oost-Vlaanderen) toont aan dat andere ziekenhuizen ook met problemen kampen, maar dat een transparantere beslisboom en duidelijkere gebruikersinstructies de efficiëntie kunnen verbeteren.
In deze bachelorproef worden enkele concrete aanbevelingen geformuleerd die de toegankelijkheid en efficiëntie van het online afsprakensysteem zouden kunnen verbeteren. Door de beslisboom gebruiksvriendelijker te maken, kan AZORG de werkdruk op het secretariaat van de dienst gynaecologie verlagen en het digitale zorgtraject verder gaan optimaliseren. Dit onderzoek draagt bij aan een bredere analyse van technologiegebruik in de zorgsector en biedt inzichten die toepasbaar zijn voor andere medische disciplines die digitale afspraken willen implementeren of verder willen gaan optimaliseren.
Meer lezen

The Human Rights-Based Approach to Environmental Protection in the Context of Corporate Litigation

Vrije Universiteit Brussel
2025
Justien
Van Strydonck
Deze thesis onderzoekt in hoeverre een mensenrechtenbenadering van milieubescherming (de human rights-based approach) een effectief juridisch kader kan bieden om bedrijven aansprakelijk te stellen voor milieuschade en om slachtoffers toegang tot gerechtigheid te verlenen. Daarbij worden drie sporen geanalyseerd: het gebruik van soft law-instrumenten zoals de VN-richtlijnen, de vergroening van bestaande mensenrechten door onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en de mogelijke erkenning van een autonoom recht op een gezonde leefomgeving. De thesis bevat daarnaast een casestudy over Cuba, waarin wordt onderzocht hoe milieurechten in een niet-Europees, sociaal en economisch verschillend systeem vorm krijgen en wat Europa daarvan kan leren.
Meer lezen

Hoe kunnen begeleiders van Junitas Huize de Weijers trauma-sensitief werken om de psychosociale ontwikkeling van jongeren te ondersteunen?

Hogeschool UCLL
2025
Xenia
Ramaekers
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe begeleiders van Junitas Huize de Weijers trauma-sensitief kunnen werken om de psychosociale ontwikkeling van jongeren met een beladen verleden beter te ondersteunen.

Veel jongeren in de jeugdhulp hebben traumatische ervaringen meegemaakt, zoals verwaarlozing, mishandeling of uithuisplaatsing. Deze gebeurtenissen hebben een grote invloed op hun gedrag, emoties en relaties. Trauma-sensitief werken betekent dat begeleiders niet alleen focussen op het ‘moeilijke gedrag’, maar proberen te begrijpen wat erachter zit.

Via een combinatie van literatuurstudie, interviews met jeugdhulpverleners en experten, en een enquête onder het team van Huize de Weijers worden de nodige inzichten, uitdagingen en vaardigheden in kaart gebracht. De resultaten tonen aan dat kennis over trauma, zelfreflectie, een veilig leefklimaat en voldoende ondersteuning cruciaal zijn.

Als praktische uitkomst werd het Herstelkompas ontwikkeld: een creatief hulpmiddel waarmee jongeren hun gevoelens en behoeften beter kunnen verwoorden. Zo krijgen begeleiders een extra tool om jongeren écht te bereiken — met minder frustratie, en meer verbinding.

Meer lezen