Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

De bewapening van de ruimte: is het juridisch kader even leeg als de ruimte zelf?

KU Leuven
2025
Tom
Vollbracht
De bewapening van de ruimte vormt een groeiende uitdaging binnen de internationale gemeenschap. Terwijl het aantal staten met militaire ruimtecapaciteiten toeneemt en ruimtewapens ontwikkelt, ontbreekt een internationaalrechtelijk kader om dit te reguleren. Deze masterproef onderzoekt of het bestaande internationale recht in staat is in een effectief juridisch kader te voorzien. Daarnaast analyseert het hoe de statenpraktijk er vandaag uitziet door de gedragingen van staten en hun posities binnen het internationaal debat te analyseren.
Hiertoe zal deze masterproef eerst nagaan wat onder een “ruimtewapen” kan worden verstaan. Vervolgens wordt het geldig internationaalrechtelijk kader in kaart gebracht, waarbij het ruimterecht en het internationaal humanitair recht worden geanalyseerd. Daarna zal een hoofdstuk de statenpraktijk onderzoeken door de feitelijke gedragingen en internationale standpunten van staten te onderzoeken. Internationale organisaties worden hierbij niet uit het oog verloren.
Uit dit onderzoek zal blijken dat het internationaal recht vandaag grotendeels tekort schiet. Er bestaat geen universele definitie van een ruimtewapen, en begrippen als “vreedzaam gebruik” en “the province of all mankind” worden op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Daarnaast varieert de statenpraktijk sterk en bestaat er een groot verschil tussen de feitelijke gedragingen van staten en hun posities in het internationaal debat.
Deze masterproef toont hierna aan dat deze uiteenlopende gedragingen en zienswijzen een belemmering vormen voor de totstandkoming van een effectief juridisch kader. Tegelijkertijd toont het een groeiend bewustzijn aan dat het uitblijven van initiatieven risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en duurzaamheid van het gebruik van de ruimte. 
Meer lezen

Hoe beschermd is ons erfgoed? Een onderzoek naar de inrichting van toevluchtsoorden voor cultureel bezit in België, zoals opgenomen in de Conventie van Den Haag voor de bescherming van Cultureel Bezit tijdens gewapend conflict (1954) en het Tweede Protoco

Universiteit Antwerpen
2025
Karolien
Maho
Dit onderzoek streeft naar de opmaak van een stand van zaken wat betreft de inrichting van nationale en internationale toevluchtsoorden in België zoals opgenomen in de 1954 Conventie van Den Haag en het Tweede Protocol. In de eerste plaats biedt literatuurstudie een inkijk in historische en hedendaagse casussen inzake de toepassing van toevluchtsoorden. Daarnaast wordt er contact gelegd met acht stakeholders uit verschillende domeinen: beleid, erfgoedsector en Defensie. Van hieruit worden er vijf adviezen geformuleerd die van toepassing zijn op de bescherming van het cultureel bezit en de inrichting van toevluchtsoorden. Ondanks de ondertekening van de Conventie van Den Haag en haar Protocollen is België onvoldoende voorbereid op de bescherming van het cultureel bezit. Uit het onderzoekt blijkt dat het land niet beschikt over officieel geregistreerde toevluchtsoorden, hedendaagse prioriteitenlijsten, een nationale adviescommissie en een duurzaam netwerk tussen Defensie en de erfgoedsector. Om dit te kunnen realiseren heerst er een hoge nood aan wetenschappelijk onderzoek binnen zowel de toepassing van de Conventie als de bijkomende uitdagingen die komen kijken bij hybride oorlogsvoering.
Meer lezen

Cyber Warfare: an attack on the principle of distinction?

KU Leuven
2024
Charlotte
Teuwens
Cyberaanvallen zijn alomtegenwoordig. De gevolgen ervan worden met de dag ernstiger. Deze aanvallen vereisen daarom een strenge en duidelijke regelgeving. Het merendeel van de staten besloot dan ook na jaren van discussie dat het internationaal humanitair recht van toepassing is op cyberoorlogvoering. Het blijft echter onduidelijk hoe de principes geïnterpreteerd moeten worden. Over het beginsel van onderscheid rees bijvoorbeeld de vraag of digitale gegevens als voorwerp beschouwd kunnen worden. In dat geval zou dit beginsel namelijk persoonsgegevens beschermen. Gezien de interconnectiviteit van de cyberruimte is dit dan ook zeer wenselijk.

In twee niet-bindende instructies over cyberoorlogvoering besloten experten daarentegen dat persoonsgegevens geen voorwerp zijn. Verschillende auteurs hebben kritiek geuit op dezeinterpretatie. Volgens hen beschouwen staten digitale gegevens reeds als voorwerp en ontstaat er gewoonterecht. In hun argumentatie voor deze verklaring ontbreekt echter sluitend bewijs.

Deze masterproef onderzoekt daarom de waarachtigheid van dit standpunt. De masterproef analyseert bronnenmateriaal van veertien staten op zoek naar opinio juris en statenpraktijk. De staten zijn geselecteerd aan de hand van drie factoren wat betreft hun betrokkenheid in cyberoorlogvoering. Op basis van deze analyse besluit de masterproef dat staten de ‘scale and effects approach’ toepassen: ze evalueren of de niet-materiële gevolgen van een cyberaanval, bijvoorbeeld economische, gelijkaardig zijn aan de gevolgen die een fysieke aanval zou veroorzaken. Het standpunt van de auteurs is dus gedeeltelijk waar: staten beschouwen digitale gegevens niet als voorwerp, maar wanneer de omvang en gevolgen van een cyberaanval een bepaalde drempel overschrijden, beschermen ze digitale gegevens alsnog als een voorwerp. Deze bevinding resulteert in een alternatieve interpretatie voor huidige praktijken in de
cyberruimte. Om vervolgens bovenvermelde drempel te specifiëren, zijn de interpretatie van de experten en de alternatieve interpretatie toegepast op scenario’s. Deze toepassing toont aan dat staten vaker bescherming bieden tegen cyberaanvallen dan de experten in hun interpretatie aan bescherming voorzien. De masterproef concludeert daarom dat een herinterpretatie wenselijk is om de rechtszekerheid en de bescherming van persoonsgegevens te verhogen.
Meer lezen

The Rape of the Rohingya: Road towards Gender Justice?

KU Leuven
2021
Clara
Van Thillo
De scriptie onderzoekt of het seksueel geweld dat tegen de Rohingya in Myanmar werd gepleegd, kan worden vervolgd voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Meer lezen

Eenheid in verscheidenheid: Een vergelijkend onderzoek van Belgische en Britse rechtspraak inzake wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië

Vrije Universiteit Brussel
2020
Elias
Viaene
In deze masterproef worden twee onderzoeksvragen beantwoord aan de hand van de functionele rechtsvergelijkende methode. Enerzijds wordt er onderzocht op welke manier de Belgische en Britse rechtspraak inzake wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië kan worden beschreven, en anderzijds op welke manier deze rechtspraak kan worden vergeleken. De relevantie van deze onderzoeksvragen kan vanuit juridisch standpunt onderschreven worden door inhoudelijke en pragmatische lacunes in de rechtsleer, en vanuit maatschappelijk standpunt kan er een bijdrage geargumenteerd worden aan een verantwoordelijk wapenuitvoerbeleid. De conclusie van deze masterproef is vierledig, en bestaat uit twee globale conclusies en twee conclusies ter beantwoording van de onderzoeksvragen. Een eerste globale conclusie is dat de rechtspraak inzake wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië opvallend onderbelicht blijft in de rechtsleer. Ten tweede kan er een incrementele regelgevende en bindende tendens worden waargenomen in de internationale en Europese regelgeving inzake wapenhandel, hoewel de tweespalt in Europees wapenuitvoerbeleid naar Saoedi-Arabië illustreert dat soevereiniteit (gemotiveerd door economische en geostrategische belangen) nog steeds primeert in deze juridische context. Ter beantwoording van de eerste onderzoeksvraag kan er besloten worden dat de Belgische en Britse rechtspraak best beschreven wordt als gekenmerkt door drie incrementele tendensen: receptief, (beperkt) publiek, en humanitair. Daarmee wordt bedoeld dat respectievelijk de ontvankelijkheid incrementeel receptief werd beoordeeld, de vertrouwelijkheid van de vergunningsdossiers benaderd werd met een beperkte publieke tendens, en de beoordelingen ten gronde gekenmerkt worden door een incrementele humanitaire tendens in verwijzing naar het internationaal humanitair recht. Ter beantwoording van de tweede onderzoeksvraag kan besloten worden dat er sprake is van eenheid in verscheidenheid wanneer de Belgische en Britse rechtspraak in vergelijkend perspectief wordt geplaatst. De eenheid blijkt uit de gelijkenissen die voortkomen uit de vergelijking, zoals de vergelijkbare receptieve tendens en de gelijkende mate waarin het internationaal humanitair recht een struikelblok vormde voor de wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië, en de verscheidenheid wordt ingebed door de verschillen in de rechtspraak die maken dat de gelijkenissen niet absoluut zijn. Voorbeelden daarvan zijn de verschillende mate waarin de vertrouwelijkheid van de vergunningsdossiers werd gehandhaafd en het onderscheid in de visies betreffende de bindende kracht van Europese regelgeving inzake wapenhandel. De masterproef wordt besloten met enkele vooruitblikken op toekomstige gerechtelijke procedures evenals enkele juridische en beleidsmatige aanbevelingen. Op juridisch vlak wordt aandacht voor dit thema in de rechtsleer aangemoedigd, en beleidsmatig wordt er onder meer gepleit voor minder ambiguïteit in de regelgeving betreffende wapenhandel.
Meer lezen

DE RELATIE TUSSEN ZWEDEN EN NAVO (1948-2020): MAAKT 'PARTNER NUMBER ONE' EEN EINDE AAN MEER DAN 200 JAAR NEUTRALITEIT?

Universiteit Gent
2020
Bruno
Loosvelt
Een politiek-historische literatuurstudie omtrent de relaties tussen NAVO en Zweden, met oog op de lidmaatschapskwestie.
Meer lezen

Oblivion or Prosecution? The Search for the International Legal Framework on Individual Criminal Responsibility for Cultural Heritage Crimes in Armed Conflict

KU Leuven
2018
Kit
De Vriese
Deze thesis beantwoordt de vraag of er een consistent, duidelijk en efficiënt rechtskader bestaat voor misdaden tegen cultureel erfgoed.
Meer lezen

Mister President, Where Are Your Citizens? Statecraft and Citizen-State Relations in Post-Conflict Bosnia-Herzegovina

Universiteit Gent
2017
Leander
Papagianneas
Een interdisciplinaire analyze van de relatie tussen burgers en de staat in de post-conflict context van Bosnië-Herzegovina, waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de invloed van politiek en sociaal activisme
Meer lezen

Opposition Groups Armed with Rational Choice and International Humanitarian Law: Is Compliance the Outcome?

Vrije Universiteit Brussel
2016
Aruna
Michiels
Een interdisciplinair onderzoek waar internationaal humanitair recht en theorie van internationale betrekkingen kruisen. Het voorwerp is nalevingsgedrag van staten en gewapende groeperingen benaderd vanuit het perspectief van Rational Choice Theory.
Meer lezen

Rise of the drones: A study on the legality of drone targeted killings of suspected terrorists

KU Leuven
2014
Olivia
Herman
In het oog van de drone                                                                                     In haar boek “Gaza op mijn hoofd” schrijft Inge Neefs, "Boven ons hangt er nu zo'n gigantische stalen wesp: een drone, een onbemand vliegtuig dat van op afstand bestuurd wordt, via een console, ergens in Tel Aviv waarschijnlijk. (...) Het enige wat nu telt is de dodelijkheid, de onvoorspelbaarheid van dat massief tuig boven ons.
Meer lezen

Rechten van klimaatvluchtelingen

Universiteit Gent
2014
Melanie
Gavel
Eén miljard mensen. Volgens de meest extreme schattingen zou een zevende van de huidige wereldbevolking tegen 2050 een ‘klimaatvluchteling’ zijn. Het evenwicht van de natuur is verstoord. Dit laat zich voelen door hogere temperaturen, extreme weersomstandigheden, onvoorspelbare seizoenen, een stijgende zeespiegel, droogte, verwoestijning… Het lijstje is eindeloos en zal vele mensen ertoe dwingen hun woningen te verlaten. De schatting van één miljard is, toegegeven, extreem. Bepaalde wetenschappers hebben het over ‘slechts’ 250 miljoen personen.
Meer lezen

The Development of Unmanned Weapons and the Challenges for International Law

Universiteit Gent
2013
Sanne
Verschuren
Onbemande wapens dagen het internationaal recht uitDoor Sanne VerschurenOnder begeleiding van Professor Eduard Somers en Professor Rik CoolsaetOp 2 juli 2013 voerde het Amerikaanse leger een drone-aanval uit op een verdacht erf in een afgelegen Pakistaans stammengebied. Volgens de Pakistaanse overheid werden hierbij vijf mensen verwond en kwamen zestien mensen om het leven, waaronder enkele leden van het Haqqani netwerk.
Meer lezen

De rechtspositie van de illegale strijder in het internationaal recht

Universiteit Hasselt
2011
Niels
Appermont
 Wat nu met Guantanamo Bay ? “Justice has been done”, verklaarde Amerikaans president Obama op zondag 1 mei 2011. Het bericht sloeg in als een bom: de V.S. waren er na bijna tien jaar er in waren geslaagd Osama Bin Laden te lokaliseren en te doden. Deze gebeurtenis vormt één van de meest recente wapenfeiten in de zogenaamde war on terror, die de Amerikanen lanceerden na de aanslagen van 9/11.Echter, van Obama’s verkiezingsbelofte om “terroristenkampen”, zoals Guantanamo Bay te sluiten is nog niets in huis gekomen.Maar wie zijn nu eigenlijk die personen die deze kampen bevolken?
Meer lezen

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht in het licht van de Belgische Genocidewetgeving

Odisee Hogeschool
2006
Alexis
Bossuyt
 
De Belgische Genocidewetgeving heeft zich de laatste jaren ontpopt tot een bijzonder controversieel stuk wetgeving. De strafbaarstelling van misdaden tegen het internationaal humanitair recht heeft in verschillende fasen vorm gekregen. Tot de wet van 5 augustus 2003 opteerde de Belgische wetgever voor een bijzondere strafwet, de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, ook ‘Genocidewet’ genoemd.
Meer lezen