Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Wanneer geluk en verdriet samenkomen: het verlies van een kind uit een meerlingzwangerschap

Arteveldehogeschool Gent
2025
Sofie
De Roeck
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Het verlies van een kind uit een meerlingzwangerschap is een ingrijpende gebeurtenis die een grote impact nalaat op de ouders. Het brengt een complex rouwproces met zich mee, waarbij gevoelens van vreugde en verdriet voortdurend met elkaar in conflict zijn. Jaarlijks bedraagt de perinatale sterfte bij meerlingen 20,2 ‰ terwijl dit slechts 6,2‰ is bij eenlingen.
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe ouders dit verlies ervaren, welke rouwprocessen zij doormaken en welke specifieke noden zij hebben tijdens deze moeilijke periode. Er wordt inzicht verkregen in de emotionele, sociale en psychologische gevolgen van dit verlies en gekeken welke ondersteuning ouders als helpend ervaren. Hierbij wordt vooral stilgestaan bij de belangrijke rol die de vroedvrouw in dit proces kan spelen.
De theorie wordt aangevuld met een praktisch deel waarin een driedelige podcast de verhalen van drie moeders die een deel van een meerling hebben verloren aan bod komen.
De resultaten van deze bachelorproef tonen aan dat ouders van een overleden kind uit een meerlingzwangerschap vaak te maken krijgen met onderschatting van hun rouw en een gebrek aan adequate ondersteuning. Een gespecialiseerde en sensitieve aanpak is essentieel om hun rouwproces te erkennen en te begeleiden. De vroedvrouw speelt hierin een centrale rol door niet alleen emotionele ondersteuning te bieden, maar ook praktische informatie en doorverwijzingen naar gespecialiseerde hulpverleners.
Deze bachelorproef onderstreept de noodzaak van betere scholing en sensibilisering binnen de vroedkunde om de zorg voor ouders die geconfronteerd worden met perinataal verlies binnen een meerlingzwangerschap te optimaliseren.
Meer lezen

From resilience grows fruitfulness Verkenning van het concept occupational justice voor kwetsbare kinderen (5-11 jaar) in Khula Development Group, Zuid Afrika

Hogeschool PXL
2025
Gökçe
Karaman
De bachelorproef onderzoekt hoe de Khula Development Group (KDG) in Zuid-Afrika kan bijdragen aan occupational justice voor kwetsbare kinderen van 5 tot 11 jaar. Hiervoor werd een kindvriendelijke versie van de Occupational Justice Health Questionnaire (OJHQ) ontwikkeld, waarmee via creatieve en participatieve methodes zoals tekenen en spel de leefwereld van negen kinderen in kaart werd gebracht.

Het onderzoek identificeerde vijf centrale domeinen van het dagelijks leven: thuissituatie, woonomgeving, school, voeding en vrije tijd. Binnen deze domeinen kwamen zowel kansen als belemmeringen voor participatie naar voren. Positieve ervaringen omvatten veiligheid, steun van familie en school, en toegang tot ontspannende activiteiten, terwijl negatieve ervaringen onder andere voedselonzekerheid, gebrekkige infrastructuur, sociale isolatie en spanningen in het gezin betroffen.

De bevindingen tonen dat kinderen hun complexe ervaringen kunnen uiten wanneer methodes aansluiten bij hun leeftijd en context. Het onderzoek benadrukt het belang van toegankelijke, culturele en leeftijdssensitieve instrumenten voor het bevorderen van occupational justice en laat zien dat kinderen ondanks moeilijke omstandigheden veerkracht en hoop tonen.
Meer lezen

Bruggen bouwen tussen generaties: spelenderwijs verbinding creëren tijdens een intergenerationeel kamp

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Joke
Lambrechts
Dit onderzoek richt zich op een intergenerationeel kamp dat werd uitgevoerd in woonzorgcentrum Verbert-Verrijdt, waarbij ouderen en kinderen samen diverse activiteiten uitvoerden. Het doel van het onderzoek was om te bekijken hoe de ergotherapeut het kamp zodanig kan organiseren dat de verbinding tussen deze generaties wordt versterkt. Er werden vier verschillende activiteiten geëvalueerd bij 17 ouderen en 6 kinderen. Uit de resultaten blijkt dat activiteiten met één-op-één interactie en activiteiten waarbij één kind samenwerkt met twee ouderen het contact het sterkst bevorderen.
Meer lezen

Van scène naar systematiek. Over het documenteren van creatieve processen in de podiumkunsten, aan de hand van het archief van Greet Vissers

Vrije Universiteit Brussel
2025
Renée
Ryckx
Dit onderzoeksartikel verkent hoe het archief van een kunstenaar kan helpen om creatieve processen in de podiumkunsten zichtbaar en toegankelijk te maken binnen de context van archiefinstellingen. Aan de hand van een casestudy rond theatermaker Greet Vissers wordt onderzocht hoe archiefbeschrijving en -structuur de werkmethodes van een kunstenaar kunnen weerspiegelen, zonder hun complexiteit te vereenvoudigen. De inclusieve praktijk van Vissers toont hoe hybride rollen en creatieve keuzes sporen nalaten in archiefmateriaal. Vanuit het concept van het performatief archief wordt de interactie tussen documentatie en artistieke praktijk geanalyseerd. Methodologisch combineert het project archiefanalyse, literatuurstudie en samenwerking met de kunstenaar. Op basis van de bevindingen werden vier aanbevelingen geformuleerd en besproken in dialoog met een archiefinstelling en een dienstverlenende organisatie binnen het erfgoedveld. Dit artikel draagt zo bij aan lopende discussies over kunstenaarsarchieven en de rol van archiefinstellingen in het bewaren en doorgeven van artistieke praktijken.
Meer lezen

De rol van AI bij vroegtijdige ziektevoorspelling in de gezondheidszorg

Thomas More Hogeschool
2025
Kenneth
Punnewaert
Ik onderzocht hoe artificiële intelligentie longontsteking sneller en betrouwbaarder kan opsporen op borstkas-röntgenbeelden, en wat er nodig is om zo een systeem veilig, ethisch en juridisch verantwoord richting een ziekenhuis te ontwikkelen. De vraag kwam vanuit het AZ Sint-Maarten: er is nood aan ondersteuning bij triage van pneumoniedetectie.

Technisch bouwde ik een ResNet152-model en trainde dat op publieke Kaggle-datasets. De reality check volgde met geanonimiseerde pediatrische beelden uit AZ Sint-Maarten: door domain shift miste het eerste model te veel echte longontstekingen . Dat heb ik aangepakt met hertraining op pediatrische data, gericht croppen van het longveld en afstemming van helderheid/contrast. In de tweede evaluatie pikte het model alle echte positieve gevallen op.

Naast de prestaties besteed ik veel aandacht aan ethiek en regelgeving. Alle beelden zijn geanonimiseerd en lokaal verwerkt (GDPR). Met Grad-CAM-heatmaps maak ik beslissingen uitlegbaar. Het systeem ondersteunt artsen zij blijven eindverantwoordelijk. Qua regulering positioneer ik het als potentiële MDR-klasse IIa-software en situeer ik het project rond TRL 3→4: van labprototype naar testen in een relevante klinische omgeving. Ik bouwde ook een lokale Streamlit-interface die beelden uploadt, een voorspelling geeft en de heatmap toont. Conclusie: AI kan echt helpen bij triage en vroege detectie, maar robuuste praktijkinzet vraagt representatieve data, uitlegbaarheid, klinische validatie en moet ethisch verantwoord ontwikkeld worden.
Meer lezen

Jeugdbeleid zonder grenzen? Waarom gemeenten niet kiezen voor intergemeentelijke samenwerking omtrent jeugdbeleid.

KU Leuven
2025
Ward
Coemans
Intergemeentelijke samenwerking (IGS) wordt in Vlaanderen steeds vaker naar voren
geschoven als oplossing voor efficiënter lokaal jeugdbeleid, maar veel gemeenten blijven
voorlopig afwezig in dergelijke samenwerkingen. Deze masterproef onderzoekt welke
drempels schepenen van jeugd, jeugdambtenaren en jeugdraadsleden ervaren voor het
toetreden tot een IGS jeugdbeleid, en hoe deze drempels verschillen tussen landelijke en
stedelijke gemeenten. Via een kwalitatieve casestudie van twee niet-deelnemende gemeenten
werden focusgroepen georganiseerd met deze drie sleutelactoren. De data werden
geanalyseerd via open en axiale codering, resulterend in een drempelkader en -web. De
resultaten tonen dat politieke, organisatorische, budgettaire, inhoudelijke en sociaal-culturele
factoren elk een rol spelen. Politieke zichtbaarheid, organisatorische overbelasting, een
gebrek aan budgettaire gelijkheid, inhoudelijke mismatches en culturele weerstand vormen
belangrijke obstakels. Tegelijk wordt samenwerking erkend als hefboom voor efficiëntie,
professionalisering en bovenlokale impact. Landelijke en stedelijke contexten verschillen
duidelijk in noden en prioriteiten, wat wijst op de nood aan maatwerk in IGS-ondersteuning. Dit
onderzoek draagt bij aan het beperkte wetenschappelijke debat over intergemeentelijke
samenwerking in het jeugdbeleid en biedt beleidsmakers concrete handvatten en
beleidsinstrumenten om toekomstige samenwerkingen beter vorm te geven.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

What do children with autism need to function in the classroom/on the playground

Universiteit Gent
2025
Camille
Martens
  • Moira
    Chaerle
Kinderen met autisme willen, net zoals alle andere kinderen, graag meedoen op school, zich
goed voelen in de klas en erbij horen. Toch ervaren ze vaak obstakels die hen dat moeilijk
maken. Denk maar aan misverstanden in sociale situaties, onduidelijke communicatie of een
tekort aan de juiste ondersteuning. Deze drempels kunnen ervoor zorgen dat ze zich
onbegrepen of buitengesloten voelen.
In dit onderzoek gingen we in gesprek met kinderen met autisme, hun ouders en hun
leerkrachten. Door al deze stemmen samen te brengen, kregen we een duidelijk beeld van
wat participatie op school voor hen betekent. We ontdekten welke factoren helpen én welke
juist niet helpen om goed te kunnen meedraaien in het reguliere basisonderwijs en écht te
kunnen groeien op school.
Vijf elementen kwamen steeds terug als cruciaal voor een autismevriendelijke
schoolomgeving:
1. Ondersteuning op maat: Kinderen hebben nood aan duidelijke verwachtingen,
voorspelbaarheid en praktische hulp die inspeelt op hun individuele noden
2. Een veilig en verbonden gevoel: Emotionele veiligheid is essentieel. Alleen als
kinderen zich gerust en welkom voelen, kunnen ze zich openstellen en leren
3. Stimuleren van het zelfvertrouwen: Wanneer kinderen gezien worden in hun sterktes,
vertrouwen krijgen en autonomie mogen ervaren, groeit hun zelfvertrouwen
4. Open en eerlijke communicatie: Ouders voelen zich vaak verantwoordelijk voor de
afstemming, maar verlangen naar een echte samenwerking met de school.
Transparantie en wederzijds vertrouwen zijn hierbij onmisbaar
5. Waardering voor een andere manier van denken: Kinderen met autisme beleven de
wereld anders. Wanneer die unieke kijk wordt erkend, in plaats van aangepast of
afgevlakt, ontstaat er verbinding én leerrendement
De kernbooschap? Kinderen met autisme bloeien op in een schoolklimaat waar hun eigenheid
erkend wordt, waar leerkrachten, ouders en kinderen samenwerken, en waar meedoen niet
betekent ‘gelijk zijn aan de rest’ maar ‘aanvaard worden zoals je bent’
Meer lezen

Slimme Omgevingen voor Kleine Patiënten: De invloed van virtual reality (VR) op angst in de pediatrische spoed-box

Hogeschool PXL
2025
Wasim
Vandepoel
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe Virtual Reality (VR) ingezet kan worden om angst bij kinderen tussen 6 en 12 jaar te verminderen tijdens hun verblijf op de spoedgevallendienst. Het onderzoek vertrekt vanuit de vaststelling dat angst een veelvoorkomend probleem is bij pediatrische patiënten, en dat technologische hulpmiddelen zoals VR mogelijk een positieve invloed kunnen hebben op hun beleving van medische procedures.
Via een combinatie van literatuurstudie, een CAT-analyse en een praktijkgerichte interventie werd nagegaan hoe VR kan bijdragen aan kindvriendelijke zorg. Daarnaast werd onderzocht hoe zorgverleners – waaronder verpleegkundigen, artsen en gastvrouwen – staan tegenover het gebruik van VR in hun dagelijkse praktijk. Uit de resultaten blijkt dat passieve educatie onvoldoende is om gedragsverandering te stimuleren. Een interactieve workshop, waarbij het spoedteam zelf de VR-bril kon uitproberen, leidde tot een duidelijke toename in kennis en bereidheid tot toepassing.
Hoewel VR momenteel nog niet actief wordt gebruikt op de spoedafdeling, toont deze studie aan dat er potentieel is voor implementatie. De bachelorproef levert concrete aanbevelingen en materialen aan, waaronder een protocol, handleiding en educatieve poster, om de introductie van VR in de pediatrische spoedzorg te ondersteunen.
Meer lezen

Ervaringen van moeders omtrent de bevalling met een ouder kind aanwezig.

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Amber
Hopstaken
Steeds meer vrouwen kiezen ervoor hun oudere kinderen aanwezig te laten zijn bij hun (thuis) bevalling. Dit onderzoek gaat in op de ervaringen en beweegredenen van moeders die deze keuze maakten. Via semigestructureerde interviews werd er diep ingegaan op hun verhalen en deze zijn vervolgens thematisch geanalyseerd. De resultaten tonen hoe persoonlijke waarden, gezinservaringen en de beleving van geboorte samenkomen in deze beslissing. Hoewel de studie kleinschalig is, biedt ze nieuwe inzichten die waardevol zijn voor verloskundigen en gezinnen.
Meer lezen

Tastbare ruimtelijke representaties: 3D-maquettes in het bevorderen van mobiliteit en oriëntatie bij kinderen met een visuele beperking

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Femke
David
Deze studie onderzoekt de effectiviteit van 3D-maquettes bij het verbeteren van het ruimtelijk inzicht en de oriëntatie van kinderen met een visuele beperking in onbekende omgevingen. Het doel is om te onderzoeken hoe deze maquettes, die visuele informatie tastbaar maken, bijdragen aan de ontwikkeling van ruimtelijke vaardigheden bij kinderen met een visuele beperking.

Een kwalitatieve methodiek werd gehanteerd, waarbij systematische observaties plaatsvonden bij zes leerlingen tussen de 6 en 11 jaar oud, die onderwijs volgen aan BuBaO Spermalie Brugge. Er werden twee observatiemomenten uitgevoerd: aan het begin en einde van de studie. Tijdens deze observaties werden zowel de taststrategieën als de toepassing van ruimtelijke begrippen geëvalueerd. Individuele ergotherapeutische interventies met 3D-maquettes werden tussentijds toegepast.

De resultaten tonen aan dat 3D-maquettes een waardevol hulpmiddel kunnen zijn in het buitengewoon onderwijs en de ergotherapeutische praktijk, door het ruimtelijk inzicht en de oriëntatie van kinderen met een visuele beperking te verbeteren.
Meer lezen

Herstelgericht werken met jongeren en begeleiders na een agressie-incident

Hogeschool UCLL
2025
Elke
Breukers
Deze bachelorproef, geschreven door Elke Breukers ter afronding van de studie bachelor in de orthopedagogie, onderzoekt het herstelgericht werken met jongeren en begeleiders na een agressie-incident binnen een leefgroep in Bethanië. De leefgroep bestaat uit acht puberende jongens van 13 tot 17 jaar met diverse problematieken: gedrags- en emotionele stoornissen, hechtingsproblematieken, ADHD, ASS, ontwikkelingstrauma en een lage Sociaal-Emotionele Ontwikkeling (SEO).

Uit onderzoek blijkt dat agressie-incidenten een enorme impact hebben op jongeren en begeleiders. Hieruit vloeit het belang van het herstelgericht werken. De huidige herstelaanpak in de leefgroep blijkt niet effectief, omdat de aanpak van herstel vrij algemeen is en onvoldoende aangepast is aan de problematieken van de jongeren. Uit dit praktijkprobleem vloeit het volgende onderzoeksdoel: het individualiseren van het herstelgericht werken binnen Bethanië. De onderzoeksvraag luidt dan als volgt: Hoe kan Bethanië het herstelgericht werken na agressie-incidenten binnen de organisatie individualiseren? Dit onderzoek sluit nauw aan bij de missie van Bethanië om ‘op maat’ te werken met jongeren.
Meer lezen

Hoogspringen voor kangoeroes op een educatieve en speelse manier

Odisee Hogeschool
2025
Ruben
Omblets
Sinds 2013 is er binnen de atletiek een nieuwe leeftijdscategorie ontwikkeld, genaamd kangoeroes. Deze leeftijdscategorie is bedoeld voor kinderen van 6 tot 7 jaar.

Op die leeftijd is de motoriek van kinderen nog in volle ontwikkeling. Uit onderzoek is gebleken dat afstoten op één been nog zeer moeilijk is. Voor hoogspringen is dit wel nodig, maar omdat dit nog niet goed lukt, is hoogspringen in een nieuw jasje gestoken.

Bij kangoeroes gebeurt het hoogspringen voortaan met springblokken. Hierbij moet de atleet vanuit volledige stilstand met beide voeten samen afstoten en in evenwicht landen op de springblok. De atleet mag hierbij geen aanloop of hupje voor de afstoot uitvoeren en de handen mogen de springblokken niet raken.

Omdat deze werkvorm relatief nieuw is, weten veel trainers niet goed hoe ze hoogspringtrainingen voor deze leeftijdsgroep op een leuke en speelse manier kunnen aanbieden. Uit bevraging van coaches bleek dat spelfiches een meerwaarde kunnen betekenen voor hoogspringen met springblokken.

Deze conclusie heeft geleid tot het ontwikkelen van 10 waardevolle spelvormen waarbij de juiste hoogspringtechniek aan bod komt zonder dat deze expliciet aan de atleten wordt uitgelegd.

Het is echter ook belangrijk dat de atleten deze spelvormen leuk vinden. De ontwikkelde spelvormen zijn getest bij 3 verschillende atletiekclubs. Na elke spelvorm gebeurde een korte bevraging waaruit bleek dat alle spelvormen door de overgrote meerderheid minstens als leuk werden beoordeeld.

Het eindresultaat is een inspiratiebundel voor trainers en leerkrachten lichamelijke opvoeding met 10 spelvormen voor hoogspringen op springblokken afgestemd op 6- tot 7-jarigen.
Meer lezen

Medisch beroepsgeheim onder druk: tussen willen spreken en mogen spreken in verband met vaststellingen/ vermoedens van kindermishandeling

Hogeschool UCLL
2025
Caithlyn
Reyns
Wat een arts niet mag doen in verband met zijn beroepsgeheim is duidelijk bepaald in de Strafwet. Het is echter een andere situatie wanneer het gaat om de gevallen waarbij een arts zijn beroepsgeheim kan doorbreken en welke voorwaarden dienen vervuld te zijn vooraleer dit kan gebeuren. Zo kan het beroepsgeheim, buiten de gevallen bij wet bepaald, doorbroken worden wanneer de arts hiervoor de toestemming van de patiënt heeft, of wanneer hij zich beroept op het principe van de noodtoestand, vermits voldaan is aan de voorwaarden.

De situatie is echter veel complexer wanneer het over een minderjarige patiënt gaat. In dat geval is de persoon in kwestie handelingsonbekwaam en kan deze onmogelijk zijn patiëntenrechten zelf uitoefenen. Bijgevolg kan de arts ook geen geldige toestemming van een handelingsonbekwame, minderjarige patiënt verkrijgen en moet hij de wettelijke vertegenwoordiger hiervoor aanspreken. Bij deze concrete casussen moet er een bijzondere aandacht gevestigd worden op het ontbreken van een wettelijke grondslag die voorziet in een procedure betreffende de melding van vermoedens van kindermishandeling. Hetgeen wel bij wet bepaald is, zorgt ervoor dat een arts de misdrijven waarvan hij kennis heeft genomen, kan meedelen aan de Procureur des Konings en dit dus geen wettelijke verplichting inhoudt. Later zal blijken dat dit slechts gebeurt bij de meest ernstige situaties. De ziekenhuizen trachten eerst de interne procedure te volgen die minder verregaande plichten oplegt.

Wat sterk benadrukt wordt in deze procedures is de samenwerking zowel intern als extern in verschillende fases en situaties van de vermoedens en vaststellingen van kindermishandeling. Aan de hand van een stappenplan, gebaseerd op begeleidende vragen, zal de geheimhouder een begeleidde beslissing kunnen maken in verband met het al dan niet raadplegen van hulp.

Wanneer een geheimhouder zijn beroepsgeheim schendt, zonder dat de voorwaarden van artikel 458 Sw. en 458bis Sw. vervuld zijn, kan hij op enkele verschillende manieren aansprakelijk gesteld worden. De eerste vorm van aansprakelijkheid betreft de strafrechtelijke aansprakelijkheid, vermits de schending van het beroepsgeheim een misdrijf uitmaakt. Dit misdrijf kan bestraft worden met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. Daarnaast is er ook de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, die opgedeeld wordt in buitencontractuele en contractuele aansprakelijkheid. De contractuele aansprakelijkheid primeert steeds op de buitencontractuele aansprakelijkheid, tenzij de fout een misdrijf uitmaakt, of geen onderdeel is van een contract. Wanneer het gaat om een medische fout, is er sprake van buitencontractuele aansprakelijkheid. Een interne vorm van aansprakelijkheid is de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij de dader tuchtrechtelijk aangesproken kan worden voor het schenden van de interne plichtenleer van zijn bepaalde groep waarbinnen de belangen van die groep verdedigd worden.

Aan de hand van dit onderzoek is duidelijk geworden dat er veel onzekerheden zijn bij hulpverleners in het kader van het medisch beroepsgeheim en de grenzen die ze hierin moeten trekken en/of verleggen. De nood aan een duidelijk wettelijk kader is bijgevolg groot.
Meer lezen

De beoordelingsvrijheid van de jeugdrechter en het belang van de minderjarige in het jeugddelinquentierecht

Vrije Universiteit Brussel
2025
Damra
Citak
Mijn masterproef onderzoekt de beoordelingsvrijheid van Vlaamse jeugdrechters onder het Jeugddelinquentiedecreet van 15 februari 2019 en de wijze waarop het belang van de minderjarige in hun beslissingen doorweegt. Het decreet markeert een paradigmaverschuiving van een beschermingsgericht model naar een benadering waarin vooral responsabilisering centraal staat, naast herstel, beveiliging en sanctionering.

De ruime discretionaire bevoegdheid van jeugdrechters laat zowel juridische (legale) als buiten-juridische (extralegale) factoren toe in de besluitvorming, zoals leeftijd, geslacht, etnisch-culturele achtergrond, sociale context, gezinsstructuur, het gedrag van de minderjarige en de persoonlijkheid van de jeugdrechter. Ook praktische factoren, zoals de beschikbaarheid van voorzieningen, beïnvloeden de uiteindelijke sancties en maatregelen.

Het onderzoek combineert een juridische analyse van nationale en internationale regelgeving, rechtsleer en rechtspraak met een empirisch luik via interviews met zes Vlaamse jeugdrechters. Hierbij worden onder meer de interpretatie van het belang van de minderjarige, de toepassing van proces- en rechtswaarborgen en de rol van juridische en extralegale factoren onderzocht.

De bevindingen tonen dat jeugdrechters sterk rekening houden met de context van de minderjarige, maar dat de ruime beoordelingsvrijheid ook leidt tot variatie in beslissingen. De studie levert zowel een wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdrage aan het begrip van de toepassing van het Jeugddelinquentiedecreet en benadrukt het spanningsveld tussen responsabilisering, bescherming en kindvriendelijkheid.
Meer lezen

Persoonlijkheden bij kinderen in de lagere school

Hogeschool UCLL
2025
Maarten
Coeckelberghs
Wat als we de persoonlijkheid van een kind niet in hokjes moeten stoppen, maar kunnen laten bloeien zoals een bloem? Gewapend met observaties in verschillende klassen, zomerscholen, kampen enz. en met mijn vraag: Hoe kan een leerkracht de persoonlijkheid van een kind benutten zodat dit sneller en beter tot leren komt?, ging ik op pad naar een antwoord.

Aan de hand van het wetenschappelijk onderbouwde Big Five-model ontwikkelde ik een speelse en visuele metafoor: de persoonlijkheidsbloem. Dit model laat kinderen (6 tot 12 jaar) op een laagdrempelige manier ontdekken wie ze zijn, terwijl leerkrachten een krachtig hulpmiddel krijgen om het gedrag en de noden van dit kind beter te begrijpen. Het onderzoek combineert de inschattingen van klasleerkrachten met een spel waarin kinderen zichzelf al spelend plaatsen binnen de vijf persoonlijkheidsdimensies.

Wat blijkt? Deze bloem werkt. Ze maakt persoonlijkheid bespreekbaar, zichtbaar en bruikbaar in de klas.
Zo kan ik stellen dat wie inzet op persoonlijkheidsontwikkeling, investeert in diepgaander en inclusiever onderwijs. Want pas als je weet hoe een kind groeit, weet je hoe je het kan laten bloeien.
Meer lezen

Kunsteducatief aanbod voor een museumbezoek met kleuters

Hogeschool UCLL
2025
Hanne
Hollanders
  • Maïté
    Kleynen
  • Safae
    El Houfi
Deze bachelorproef ontwikkelt een kunsteducatief museumaanbod voor kleuters, vertrekkend vanuit verwondering en actieve beleving, inclusief voorbereiding in de klas, activiteiten in het museum en verwerking nadien, met specifieke aandacht voor kleuterparticipatie, muzisch leren en samenwerking tussen leerkrachten en museummedewerkers.
Meer lezen

Gesprekken voeren over kunst in de kleuterklas

Hogeschool PXL
2025
Luka
Indeherberg
Deze bachelorproef onderzoekt hoe de methode van Visual Thinking Strategies (VTS) kan bijdragen aan diepgaande gesprekken met kleuters over kunst, met specifieke aandacht voor meertalige kinderen en kinderen met een lage betrokkenheid of beperkte taalontwikkeling. In de praktijk blijkt dat kleuters tijdens klassikale gespreksmomenten, zoals het bespreken van een praatplaat, vaak moeilijk betrokken raken. Dit komt onder andere door hun korte concentratiepanne, uiteenlopende taalvaardigheden en culturele/taalkundige diversiteit. Vooral meertalige kleuters ervaren drempels in communicatie, wat hun taalontwikkeling en betrokkenheid belemmert.

Visual Thinking Strategies (VTS) is een gespreksmethode waarbij kinderen via gestructureerde, open vragen worden aangemoedigd om te observeren, te interpreteren en te verwoorden wat ze in een kunstwerk zien. De leerkracht begeleidt het gesprek op een niet-oordelende manier door te parafraseren en verdiepende vragen te stellen. Deze aanpak versterkt niet alleen de taalvaardigheid, maar ook het zelfvertrouwen, het luistervermogen, intens kijken en de sociale interactie van de kleuters.
Meer lezen

Van opleiding naar opbrengst: De rol van jeugdacademies in het strategisch en financieel beleid van voetbalclubs – De case van KAA Gent Louis

Universiteit Gent
2025
Louis
Ampe
  • Luca
    Detavernier
Jeugdopleidingen in het Belgische profvoetbal bevinden zich op het kruispunt van sportieve ontwikkeling, economische logica en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hoewel profclubs in essentie private actoren zijn, spelen ze via hun jeugdwerking ook een publieke rol. Ze bevorderen participatie, sociale cohesie en talentontwikkeling bij jongeren. Deze masterproef onderzoekt in welke mate jeugdwerkingen van profclubs afhankelijk zijn van overheidsbeleid en hoe die relatie structureel vorm kan krijgen in functie van maatschappelijk rendement.

Aan de hand van literatuuronderzoek, beleidsanalyse en interviews met stakeholders werd onder meer de werking van KAA Gent onderzocht. De studie toont aan dat jeugdopleidingen financieel sterk leunen op lidgelden, vrijwilligerswerk en occasionele subsidies, terwijl de opbrengsten uit transferpolitiek slechts zelden rechtstreeks terugvloeien naar jeugd- of infrastructuurinvesteringen. Tegelijk toont het onderzoek hoe de maatschappelijke impact van jeugdvoetbal, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid, integratie en buurtwerking, aanzienlijk is maar onvoldoende verankerd in het beleid.

De scriptie formuleert beleidsaanbevelingen op lokaal en Vlaams niveau. Zo wordt gepleit voor een vereenvoudiging van het subsidiekader en voor fiscale stimulansen die investeringen in jeugdvoetbal aanmoedigen. Op die manier draagt het onderzoek bij aan het bredere debat over publieke steun aan sport en de rol van voetbalclubs als maatschappelijke actoren.
Meer lezen

De schoolbel boven de beltoon: een onderzoek naar het smartphonebeleid op scholen

Universiteit Gent
2025
Jiska
Kuys
Deze studie onderzoekt welke motivaties en percepties een rol spelen in de vormgeving van het smartphonebeleid bij scholen in Vlaanderen. Smartphones zijn uitgegroeid tot onmisbare apparaten in het dagelijks leven, maar leiden in onderwijscontexten tot polariserende debatten over hun educatief potentieel en disruptieve impact. De paradoxale aard van smartphones als zowel hulpmiddel en risicofactor vormt het kernpunt van discussies bij stakeholders in het onderwijs. Deze studie maakt gebruik van semigestructureerde interviews met beleidsmedewerkers, leerkrachten en opvoeders, aangevuld met focusgroepen met leerlingen uit acht Vlaamse scholen om deze motivaties en percepties bloot te leggen. De onderzoeksvragen richtten zich op stakeholderpercepties tegenover smartphones, motivaties voor beleidsvorming, attitudes tegenover het smartphonebeleid en verschillen in percepties met het laptopbeleid. De resultaten tonen dat alle stakeholders de paradoxale aard van smartphones erkennen waarbij educatieve, sociale en gezondheidsgerichte motivaties centraal staan bij beleidsvorming. Beleidsmedewerkers associëren smartphones primair met concentratieverlies, terwijl leerkrachten en opvoeders een ambivalente houding hanteren en leerlingen openlijk hun smartphone-afhankelijkheid erkennen. Het onderzoek onthult spanningen tussen bescherming en zelfregulatie, waarbij een gefaseerde beleidsimplementatie per leeftijdsgroep wordt aanbevolen. De bevindingen onderstrepen de noodzaak van een geïntegreerd beleid voor alle digitale apparaten in het onderwijs waarbij de stakeholders beamen dat digitale geletterdheid en het aanleren van 21e-eeuwse vaardigheden onmisbaar zijn geworden.
Meer lezen

Wat als kinderkunst fout is?

Arteveldehogeschool Gent
2025
Laura
Maes
  • Naomi
    Bergerie
In deze bachelorproef werd het belang en de plaats van creativiteit binnen het kleuteronderwijs, specifiek binnen de Gambiaanse school ‘The Swallow’, onderzocht. Na observaties bleek creativiteit en muzische expressie geen actieve plaats te krijgen binnen het schoolsysteem. Vanuit deze vaststelling werd gezocht naar manieren om creativiteit meer te integreren in het dagelijkse klasgebeuren.

Het onderzoek vertrekt vanuit twee onderzoeksvragen. De eerste luidt als volgt: “Welke didactische strategieën en activiteiten kunnen worden geïntegreerd binnen een curriculum om de creativiteit van jonge kinderen in Gambia te bevorderen?”. Om deze onderzoeksvraag, onderverdeeld in enkele deelvragen, te beantwoorden werd er gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden zoals literatuurstudies, interviews met de klasleerkrachten en directie van The Swallow, interviews in andere basisscholen in Gambia en eigen toegepaste kennis uit de opleiding kleuteronderwijs. De kennis en het onderzoek in verband met deze eerste onderzoeksvraag is voornamelijk terug te vinden in onderzoeksfase 1.

Op basis van deze bevindingen en opgestelde ontwerpeisen binnen onderzoeksfase 1, werd een praktisch kunstcurriculum met verschillende creatieve lesfiches ontwikkeld. De fiches werden opgebouwd volgens een vast schema: onderwerp, doelen, differentiatiemaatregelen, lesverloop met algemene informatie en concrete voorbeelden, tips, materialenlijst en beeldmateriaal. In het begin en op het einde van het curriculum is ook algemene didactiek terug te vinden. Het biedt uitleg over de verschillende muzische bouwstenen, de Social Development Goals (SDG’s) en extra tools voor de leerkrachten om in te zetten binnen de klaspraktijk.

Met de tweede onderzoeksvraag: “Hoe beïnvloedt dit curriculum gericht op creativiteitsstimulatie de leerervaringen en betrokkenheid van jonge kinderen én de zienswijze van leerkrachten binnen het Gambiaanse kleuteronderwijs?”, werd het curriculum en de groei van creativiteit binnen dit onderwijs geëvalueerd, door opnieuw interviews af te nemen van dezelfde leerkrachten en de directie. Zo konden hun meningen, attitudes en gevoelens bij het curriculum duidelijk in beeld gebracht worden. Daarnaast werden er ook nieuwe observaties uitgevoerd om te ontdekken of de implementatie van het curriculum effectief een positieve invloed heeft voor de leerlingen, de leerkrachten en de school in het algemeen.

Tot slot volgen de conclusies en het resultaat van het onderzoek, waaruit onder andere blijkt dat creativiteit niet enkel plezier en luxe is binnen onderwijs, maar ook een fundamenteel onderdeel is van de ontwikkeling van elk kind. Vooral binnen een schoolcontext waarbij cognitieve vaardigheden vaak op de voorgrond staan is dit, afleidend uit de observatiescores en andere resultaten, van groot belang. Deze bachelorproef probeert het belang van creativiteit te staven en concrete handvatten aan te bieden om hiermee in eender welke klaspraktijk aan de slag te gaan.
Meer lezen

Jaarlijks zingen duizenden jongeren ‘Kamperen is de mooiste zomersport’ maar hoe maken ze dit waar INZICHTEN IN HET VOORKOMEN EN HET HERKENNEN VAN GASTRO-INTESTINALE INFECTIES

Thomas More Hogeschool
2025
Lenka
Belmans
  • Cato
    Van Baelen
Probleemstelling: Gastro-intestinale infecties kunnen aanzienlijke gezondheidsrisico’s met zich meebrengen tijdens jeugd- en zomerkampen. Deze infecties worden vaak door slechte hygiëne, onveilige voedselbereiding en onvoldoende preventieve maatregelen verspreid. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid van de deelnemers, maar kan ook leiden tot het vroegtijdig beëindigen van kampen. Veel uitbraken kunnen worden voorkomen door infectiepreventie, daarom is er nood aan effectieve strategieën.

Vraagstelling: In dit onderzoek wordt de vraag gesteld hoe verpleegkundigen kunnen bijdragen aan het vergroten van de kennis over primaire en secundaire infectiepreventie, specifiek gericht op gastro-intestinale infecties, voor de deelnemers van jeugd- en zomerkampen. Daarnaast wordt onderzocht welke richtlijnen en acties verpleegkundigen aan begeleiders kunnen aanleren om de verspreiding van gastro-intestinale infecties te beperken en tegelijkertijd de zorg voor zieke patiënten te verbeteren.

Zoekstrategie: Voor het vinden van relevante literatuur zijn verschillende zoektermen gebruikt, waaronder hoofdtermen zoals Gastro Enteritis, Norovirus, Rotavirus, Infectiepreventie, en Voedselveiligheid. Ook werden synoniemen en vertalingen toegepast om de zoekresultaten te verbreden. Hiervoor zijn belangrijke databanken zoals PubMed, CINAHL en de Cochrane Library geraadpleegd om zowel medische als verpleegkundige studies te vinden. De zoekresultaten werden verder verfijnd door studies van de afgelopen 10 jaar in het Nederlands of Engels te selecteren. Het betrekken van experten uit gezondheidsinstellingen en jeugdbewegingen, zoals Chiro en Scouts & Gidsen Vlaanderen, zorgde voor extra waardevolle inzichten.

Resultaten: Uit de literatuur blijkt dat er al methodieken en materialen bestaan voor infectiepreventie tijdens jeugd- en zomerkampen, zoals richtlijnen voor leiding en kookouders. Echter, deze informatie is vaak moeilijk toegankelijk in noodsituaties. Daarom is een interactief prototype ontwikkeld dat alles bundelt in een toegankelijke vorm: een escape room voor leiding, een spel voor leden, een quiz voor kookouders en een gezamenlijk document met daarin alle info gebundeld. Dit bevordert een speelse en duidelijke bewustwording rond infectiepreventie.

Conclusie: Gastro-intestinale infecties kunnen grote gevolgen hebben op kampen, maar preventie en snelle actie kunnen uitbraken voorkomen of beperken. Bestaande richtlijnen zijn verspreid, waardoor gebundelde informatie noodzakelijk is. Het succes hangt af van de betrokkenheid van jeugdbewegingen. Speelse, interactieve leermethoden kunnen de effectiviteit van infectiepreventie verhogen en door samenwerking kunnen de benodigde middelen en ondersteuning worden vergroot. Met de juiste kennis en tools kunnen jeugd- en zomerkampen veiliger worden.
Meer lezen

The Human Rights-Based Approach to Environmental Protection in the Context of Corporate Litigation

Vrije Universiteit Brussel
2025
Justien
Van Strydonck
Deze thesis onderzoekt in hoeverre een mensenrechtenbenadering van milieubescherming (de human rights-based approach) een effectief juridisch kader kan bieden om bedrijven aansprakelijk te stellen voor milieuschade en om slachtoffers toegang tot gerechtigheid te verlenen. Daarbij worden drie sporen geanalyseerd: het gebruik van soft law-instrumenten zoals de VN-richtlijnen, de vergroening van bestaande mensenrechten door onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en de mogelijke erkenning van een autonoom recht op een gezonde leefomgeving. De thesis bevat daarnaast een casestudy over Cuba, waarin wordt onderzocht hoe milieurechten in een niet-Europees, sociaal en economisch verschillend systeem vorm krijgen en wat Europa daarvan kan leren.
Meer lezen

In de klas van juf Uil: Neurodiversiteit in het basisonderwijs

Hogeschool UCLL
2025
Stien
Van Rooy
Tegen 2035-2039 streeft de overheid naar de volledige realisatie van inclusief onderwijs. Een cruciale voorwaarde hiervoor is het creëren van bewustwording rond diversiteit in het algemeen, en neurodiversiteit in het bijzonder, binnen de klaspraktijk. Zowel mijn persoonlijke ervaring als die van vele andere leerlingen toont aan dat er in het lager onderwijs vaak sprake was van onbegrip, voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan kennis en erkenning van verschillende manieren van denken, leren en voelen. Het bestaande LEANS-programma (Learning about Neurodiversity at School) levert een waardevolle bijdrage aan deze bewustwording, maar richt zich pas op leerlingen vanaf de derde graad. Dit bracht mij tot de vraag: waarom starten we niet reeds vanaf de eerste graad met het aanreiken van inzichten in neurodiversiteit? Juist in deze vroege fase komen kinderen reeds in contact met diversiteit. Een tijdige bewustwording kan bijdragen aan een verdraagzame klasomgeving, waarin samenwerking en wederzijds begrip centraal staan. Momenteel besteden leerkrachten dagelijks veel tijd aan het oplossen van conflicten die voortkomen uit onbegrip en gebrekkige samenwerking. Wanneer bewustwording van neurodiversiteit geïntegreerd wordt in het klasgebeuren, kan deze tijd efficiënter worden benut, wat de klasdynamiek en de leerwinst ten goede komt.
Aan de hand van individuele interviews en focusgroepen, geanalyseerd via deductieve codering, werden de ontwerpeisen en de bestaande kennis over het betreffende thema systematisch geïnventariseerd. Het onderzoek resulteerde in de ontwikkeling van het verhaal “Iedereen denkt anders: verhalen uit de klas van juf Uil”, een prentenboek voor de eerste graad. In dit verhaal staat een klas vol unieke dieren centraal, elk met hun eigen manier van zijn, denken en voelen. Het verhaal introduceert op een laagdrempelige en toegankelijke manier verschillende vormen van neurodiversiteit aan jonge kinderen. Elk hoofdstuk wordt gevolgd door een klasgesprek, waarbij leerlingen worden uitgenodigd om zich in te leven, erkenning te geven aan verschillen en samen te reflecteren over inclusie en betrokkenheid.
Meer lezen

Levend verlies

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Lesley
Fissers
Deze scriptie onderzoekt het concept 'levend verlies' bij kinderen en jongeren met een degeneratieve aandoening of beperking. Levend verlies verwijst naar het herhaald en langdurig ervaren van verlies, zonder dat er sprake is van overlijden zoals het verlies van zelfstandigheid, vriendschappen, mogelijkheden of toekomstperspectief. Door middel van literatuuronderzoek, interviews en praktijkervaring binnen een OV4-school werd er inzicht verkregen in de emotionele en psychologische impact van de vorm van verlies. De scriptie benadrukt het belang van erkenning, taal en ruimte voor persoonlijke verhalen. Jongeren met een beperking worden vaak geconfronteerd met terugkerende verlieservaringen, terwijl ze zich tegelijk staande proberen te houden in een maatschappij die vooral gericht is op 'herstel' en 'vooruitgang'. Daarom ontwikkelde ik een toolkit: een uitnodigend, creatief werkboek dat jongeren helpt om hun verhaal, emoties en ervaringen vorm te geven. Het werk biedt handvatten voor ergotherapeuten, leerkrachten en hulpverleners om het gesprek over verlies en veerkracht op gang te brengen niet vanuit medelijden, maar vanuit erkenning, kracht en verbinding.
Meer lezen

Proactief cirkelen basisschool 't Veld

Hogeschool VIVES
2025
Emeline
De Smet
  • Kiana
    Schepens
  • Chloë
    Cruz Marin
  • Marielien
    Dutrie
  • Fauve
    France
  • Ngoc-My
    Nguyen
  • Laura
    Vanpeteghem
Het project “Samen een positief en stimulerend school- en klasklimaat creëren aan de hand van de proactieve cirkel” is uitgewerkt in functie van deze bachelorproef. De opdracht komt van basisschool ‘t Veld in Meulebeke.

Basisschool ‘t Veld merkte de laatste jaren een toename van het aantal leerlingen met een diagnose of een vermoeden van het autismespectrumstoornis. Daarnaast werkt men binnen de school reeds herstelgericht op het curatief niveau. De school streeft naar een preventieve werking om conflicten te voorkomen en de participatie van leerlingen met extra zorgnoden te bevorderen. Aan de hand van de proactieve cirkel gelooft men veiligheid te creëren en het herstelproces te versterken. Bijscholingen over dit thema werden reeds gevolgd door een aantal leerkrachten. Echter, wegens beperkte middelen (zoals tijd, ruimte en personeel) werd de methodiek nog niet volledig geïntegreerd en eenduidig toegepast in de schoolwerking. De school streeft, via dit project, naar een gedeelde visie en een praktische methodiek.

Er werd een literatuurstudie uitgevoerd over de kernonderwerpen: basisschool ‘t Veld, proactief cirkelen, motivatie en empowerment bij leerkrachten. Op basis van deze verkenning werd verdiepend onderzoek uitgevoerd. Voor het kwantitatief onderzoek werd een enquête voor het leerkrachtenteam opgesteld. Aan de hand van kwalitatief onderzoek werden bepaalde opvallende resultaten en onduidelijkheden uit de enquête verder onderzocht met extra verdiepende interviews. Hiernaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met drie andere basisscholen die proactief cirkelen toepassen. Deze gesprekken brachten inspirerende good practices aan het licht.

Uit het onderzoek bleek dat leerkrachten voornamelijk via collega’s kennis maken met het concept ‘proactief cirkelen’. De leerkrachten voelden zich matig bekwaam om een proactieve cirkel te modereren. Er werd een verschil in pedagogische focus tussen leerkrachten in het kleuter en het lager opgemerkt. De resultaten suggereren dat er een goede basis van motivatie aanwezig was om te starten met proactief cirkelen. Echter, was er een significante lagere motivatie bij de kleuterleerkrachten. Verder bleek dat leerkrachten reeds veel kennis hebben over kinderen met extra zorgnoden. De nood aan praktijkvoorbeelden en concrete handvaten werd meermaals benoemd. Bij de bezoeken aan de 3 basisscholen viel op dat men geen eenduidige werking van proactief cirkelen in het kleuter had. Een andere belangrijke bevinding was dat het proactief cirkelen door één leerkracht geïntroduceerd werd in de scholen. Tot slot blijkt uit de schoolbezoeken dat proactief cirkelen een positieve impact heeft op de sfeer op school en in de klas. Zowel leerlingen als leerkrachten voelen zich meer verbonden met elkaar.

De resultaten werden meegenomen in de uitwerking van het eindproduct. Dit zijn draaiboeken, met bijhorende toolboxen, die toepasbaar zijn van de eerste kleuterklas tot en met het zesde leerjaar. De resultaten werden meegenomen in de uitwerking hiervan.
Meer lezen

Pornoverslaving bij adolescenten

Karel de Grote Hogeschool
2025
lore
bomberen
In deze bachelorproef onderzocht ik hoe praktijkgerichte orthopedagogen jongeren van 12 tot 18 jaar het best kunnen begeleiden bij een online pornoverslaving. Door de grote toegankelijkheid van pornografisch materiaal en de kwetsbaarheid van jongeren in hun seksuele ontwikkeling, groeit deze problematiek in stilte.

Mijn literatuurstudie belicht de risicofactoren (zoals eenzaamheid, trauma, gebrekkige mediawijsheid), de neurobiologische impact op het adolescentenbrein, en de psychosociale gevolgen, waaronder relatieproblemen, faalangst, negatief zelfbeeld en verminderde schoolprestaties.

De sociale kaart in Vlaanderen toont aan dat er bijna geen specifiek hulpaanbod is voor jongeren met een pornoverslaving. Slechts één organisatie, Nova Vida Recovery, geeft aan jongeren hierin te begeleiden.

Tot slot doe ik aanbevelingen op micro-, meso- en macroniveau: onder meer het verbeteren van psycho-educatie, het ontwikkelen van laagdrempelige hulptrajecten, het versterken van leerkrachten en hulpverleners, en het erkennen van de problematiek in beleid en onderzoek.

Deze bachelorproef wil een taboe doorbreken, een blinde vlek zichtbaar maken en een aanzet geven tot betere begeleiding en preventie voor jongeren.
Meer lezen

Wachttijden in de gezinsondersteuning: Impact op gezinnen en de Werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde

Odisee Hogeschool
2025
Margault
Dumont
Lange wachttijden in de jeugdhulp en gezinsondersteuning vormen een toenemend
probleem in Vlaanderen, met ingrijpende gevolgen voor gezinnen en hulpverleners.
In deze bachelorproef wordt het ontstaan van deze wachttijden onderzocht én wat de
gevolgen zijn voor gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Het ‘op de wachtlijst staan’
heeft een invloed op de gezinsdynamiek. De ontwikkeling van kinderen en jongeren wordt
negatief beïnvloed. Te lang op hulp moeten wachten kan stoornissen veroorzaken voor de
sociale en emotionele ontwikkeling van het kind. Het kind kan vertraging oplopen op het
verfijnen van de motorische vaardigheden, sociale interacties en cognitieve vermogens.
Ook de draagkracht van de gezinsleden staat hierdoor onder druk. De focus ligt op de
werking van de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde, een organisatie die
overbrugging biedt tijdens wachttijden.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Waarom zijn er wachtlijsten voor gezinsondersteuning
in Vlaanderen en wat zijn de gevolgen voor de werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde?
De studie analyseert dit vraagstuk op drie niveaus. Op microniveau is de centrale
onderzoeksvraag gericht op de invloed van wachttijden op het functioneren van gezinnen
en de ouder-kindrelatie. Op mesoniveau ligt de focus op de gevolgen van wachttijden voor
de werking van 1 Gezin 1 Plan. Op macroniveau wordt de centrale onderzoeksvraag
geformuleerd over de impact op het samenwerkingsverband binnen de eerstelijnszones in
Halle-Vilvoorde.
Aan de hand van een theoretische analyse worden wachttijden geanalyseerd vanuit een
sociologisch, ontwikkelingspsychologisch en pedagogisch perspectief. Daarnaast wordt
een casestudy van een gezin met een kind met autisme en een verstandelijke beperking
gebruikt om de uitdagingen waarmee gezinnen op wachtlijsten geconfronteerd worden te
illustreren.
Dit onderzoek wijst uit dat wachttijden niet alleen het welzijn van gezinnen beïnvloeden,
maar ook de effectiviteit van gezinsondersteuning en de samenwerking binnen de
eerstelijnszorg onder druk zetten. Dit onderzoek formuleert concrete
veranderingsvoorstellen om de toegankelijkheid en efficiëntie van gezinsondersteuning te
verbeteren. Op gezinsniveau ligt de focus op het bevorderen van de draagkracht tijdens
het wachten, dit door een ouderavond te organiseren en zelfhulp-bundels te ontwikkelen.
Op organisatieniveau stelt de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde zich toegankelijker
op voor de gezinnen. Er wordt ook voorgesteld om een gemeenschappelijke
aanmeldprocedure op te stellen voor gelijkaardige diensten. Op eerstelijnsniveau worden
verschillende acties voorgesteld om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken.
Ook het organiseren van een netwerkbeurs wordt voorgesteld om alle zorg- en
hulpverleners in contact met elkaar te brengen.
De resultaten benadrukken de noodzaak van een geïntegreerd beleid en betere
samenwerking tussen eerstelijnsorganisaties om wachttijden te verkorten en gezinnen
sneller de nodige ondersteuning te bieden.
Deze voorstellen komen overeen met de principes van trajectondersteuning,
geformuleerd in het decreet Vroeg en Nabij.
Door wachttijden niet alleen als probleem, maar ook als opportuniteit voor verandering te
benaderen, schetst deze bachelorproef mogelijke wegen naar een effectiever en
mensgerichter ondersteuningssysteem, ter ondersteuning van gezinnen in moeilijkheden.
Meer lezen

Samen sterk in de wachttijd: Hoe huisartsen het welzijn van kinderen en jongeren ondersteunen

Hogeschool VIVES
2025
Maartje
Deman
Genomineerde longlist Bachelorprijs
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe huisartsen kinderen en jongeren met psychische problemen kunnen ondersteunen tijdens de wachttijd voor gespecialiseerde hulp. Via literatuuronderzoek, enquêtes en interviews met jongeren, ouders, huisartsen en hulpverleners werd in kaart gebracht welke noden bestaan in deze kwetsbare periode.

De resultaten tonen aan dat de wachttijd gemiddeld 6,5 maanden bedraagt, en dat kinderen en jongeren zich in die periode vaak machteloos, onbegrepen en vergeten voelen. Ze hebben vooral nood aan duidelijke communicatie, erkenning en opvolging. Ook huisartsen willen meer betekenen, maar ervaren barrières zoals tijdsdruk, onduidelijke doorverwijzingen en een gebrek aan tools.

Op basis van de bevindingen werden meerdere concrete eindproducten ontwikkeld, waaronder de Wacht-Wijs Box, een informatieve folder voor ouders, de GGZ Wegwijzer voor huisartsen, en twee digitale prototypes: een zoekplatform voor GGZ-aanbieders en een gedeeld dossierconcept. Deze hulpmiddelen bieden laagdrempelige ondersteuning tijdens de wachttijd en versterken de verbinding tussen gezinnen en hulpverlening. De bachelorproef kreeg ook politieke aandacht van minister Caroline Gennez, wat de maatschappelijke relevantie onderstreept. Het werk is bovendien de kiem voor een eigen initiatief, Feelino, dat inzet op warme, laagdrempelige ondersteuning voor kinderen en jongeren, zowel tijdens de wachttijd als in bredere trajecten rond emotioneel welzijn en veerkracht.
Meer lezen

Pipe Dreams or true transition? A research by design perspective on the energy transition in Brussels.

Vrije Universiteit Brussel
2024
Jonas
Görgen
Deze thesis onderzoekt de voortdurende inspanningen van steden om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen aan de hand van het voorbeeld van Kuregem, een wijk in Brussel. Het onderzoek kijkt naar de ruimtelijke en sociale dimensies van deze transitie, benadrukt de beperkingen van de huidige technocentrische benaderingen en onderstreept de behoefte aan geïntegreerde ontwerpstrategieën die collectieve actie combineren met klimaatadaptatie. Sommige nadelige effecten van de huidige benaderingen worden besproken, in het bijzonder de 'Performance Gap' met betrekking tot energie-efficiënte gebouwen. De sociale implicaties van grootschalige energie-infrastructuurprojecten worden besproken en geïllustreerd aan de hand van een concrete case in Rotterdam. Door middel van een ontwerpend onderzoek, waaronder historische en morfologische analyse, ruimtelijk ontwerp en fotografisch onderzoek, worden verschillende benaderingen verkend door middel van straatontwerpen, collages, kaarten en scenario's. Als conclusie van het ontwerponderzoek pleit deze dissertatie voor een geïntegreerde benadering van stedelijke energietransities die prioriteit geeft aan lokale veerkracht en betrokkenheid van de gemeenschap. Hiaten in het begrip van hoe sociale factoren de vraag naar energie in wijken beïnvloeden worden geïdentificeerd.
Meer lezen