Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van chaos naar comfort

Karel de Grote Hogeschool
2025
Dorien
Van Durme
Mijn bachelorproef "Van chaos naar comfort" richt zich op de onderzoeksvraag: “Welke lijst met richtlijnen kan ik opstellen zodat een schooldirectie maatregelen kan nemen die ze schoolbreed kan integreren om, voor kleuters met (al dan niet bevestigde) ASS, een ASS-vriendelijke omgeving te creëren?”
Het doel is om scholen te inspireren en hen handvaten te geven om als het ware zo de overgang te maken van chaos naar comfort voor kleuters met autisme
Meer lezen

Building Thinking Classrooms in mathematics: implementatie in de lespraktijk

Universiteit Gent
2025
Christel
Bombeeck
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Deze masterproef onderzoekt de implementatie van de didactische principes uit Building Thinking Classrooms in Mathematics (Liljedahl, 2021) in een wiskundeles over eerstegraadsongelijkheden in één onbekende, gegeven in twee klassen derdejaars met 4u wiskunde per week. Het onderzoek vertrekt vanuit de centrale vraag hoe de 14 strategieën uit het BTC-model concreet vertaald kunnen worden naar een Vlaamse klascontext, met aandacht voor hun effect op leerlingbetrokkenheid en -autonomie, denkactiviteit en evaluatiepraktijken.

De reflectie is gestructureerd aan de hand van de vier toolkits die Liljedahl hanteert: (1) het opstarten van denken, (2) het onderhouden van denken, (3) het responsief maken van denken, en (4) het herdefiniëren van evaluatie. Per strategie werd geanalyseerd hoe de lesinhoud, klasorganisatie en interactiepatronen zich aanpasten aan de BTC-aanpak, en welke didactische en beleidsmatige implicaties dit met zich meebracht. Er werd bijzondere aandacht besteed aan het ontwerp van denkstimulerende opgaven voor de ontwikkeling van procedurele kennis, verticale niet-permanente oppervlakken, het stimuleren van kennismobiliteit en leerlingautonomie en de consolidatiefase.

De resultaten tonen aan dat de BTC-principes leiden tot verhoogde cognitieve betrokkenheid, actiever klasgedrag en dieper begrip bij de leerlingen. Tegelijk stuit de toepassing ervan op structurele beperkingen, waaronder de beperkte lestijd in het Vlaams secundair onderwijs (50 minuten t.o.v. de door Liljedahl voorgestelde 65 minuten) en de sterk ingebedde puntencultuur die formatieve evaluatie bemoeilijkt.

De conclusie van deze masterproef benadrukt dat BTC geen optelsom is van losse strategieën, maar een geïntegreerd didactisch model dat tijd, consistentie en schoolbrede ondersteuning vereist. Bij een doordachte en gefaseerde implementatie biedt het model krachtige handvatten om het wiskundeonderwijs te transformeren tot een ruimte voor denken, samenwerking en verantwoordelijkheid over leren.
Meer lezen

HET TABOE VAN GEVOELIGE THEMA’S: EEN VERGELIJKENDE STUDIE NAAR DE ERVARINGEN VAN LEERKRACHTEN IN HET BEROEPSONDERWIJS(ARBEIDSFINALITEIT) IN SECUNDAIRE SCHOLEN.

Vrije Universiteit Brussel
2025
Saartje
Vandermaesen
“Mag ik dit wel zeggen in de klas?” Die vraag houdt veel leraren bezig. Uit mijn onderzoek bij 17 leerkrachten in het beroepsonderwijs blijkt dat gevoelige thema’s zoals racisme, religie of LGBTQ+ vaak vermeden worden, niet uit onwil, maar uit angst en een gebrek aan veiligheid. Sociale steun van collega’s en directie maakt het verschil tussen zwijgen of durven spreken. Zonder dat leraren zich veilig voelen geen open gesprekken, zonder open gesprekken geen burgerschapsonderwijs. En zonder burgerschapsonderwijs staat de democratie zelf onder druk.
Meer lezen

KLIMAATBEWUSTZIJN IN KUNSTBESCHOUWENDE VAKKEN. Leerlingen secundair onderwijs op een vakoverschrijdende manier betrekken bij klimaateducatie binnen kunstbeschouwende vakken.

Universiteit Gent
2025
Pieter
Verstraete
Genomineerde longlist Klasseprijs
Jongeren maken zich zorgen om het klimaat. De klimaatmodellen tonen een toekomst met complexe en uiteenlopende uitdagingen. De individuele en collectieve keuzes die we maken bepalen mee het verloop en de ernst van de gevolgen. Om tot handelen te komen is niet alleen klimaatkennis, maar ook een zeker klimaatbewustzijn essentieel. Het besef wat er aan de hand is en de wil om daar iets aan te doen.
Met deze paper onderzoeken we hoe kunst en kunstbeschouwende vakken het klimaatbewustzijn van jongeren kan versterken. Kunst heeft immers de kracht om te beroeren. Het speelt in op onze zintuigen en wekt emoties op. In die zin bieden kunstbeschouwende vakken een unieke context om klimaateducatie te integreren.
We onderzoeken achtereenvolgens waarom we klimaateducatie, vakoverschrijdend aanbieden, welke meerwaarde kunst en kunstbeschouwende vakken bieden en hoe we dat praktisch implementeren in de Vlaamse onderwijscontext. De finaliteit van deze paper is een les klimaateducatie in een kunstbeschouwend vak. Deze les werd in de praktijk getoetst in de derde graad van Scholen Da Vinci in Sint-Niklaas.
Uit dit praktijkonderzoek blijkt er wel degelijk een rol weggelegd voor kunstbeschouwende vakken om klimaateducatie te integreren. Het biedt cognitieve en pedagogische voordelen om tot een dieper bewustzijn te komen in de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. Kunstwerken bieden ook een vakdidactisch potentieel om doelbewust in te zetten op specifieke cognitieve processen en leeractiviteiten. Bovendien faciliteert en stimuleert de Vlaamse overheid vakoverschrijdend lesgeven, specifiek ook voor klimaateducatie. Kunst en kunstbeschouwende vakken als brugfunctie tussen kennis en engagement.
Meer lezen

Silent Spread: Using a digital serious game on Phytophthora cinnamomi to facilitate cognitive thinking processes and inspire the creation of a cognitive sustainability compass

Universiteit Gent
2025
Charl Justine
Darapisa
Deze studie onderzoekt het gebruik van serious games in het bevorderen van kennisverwerving over Phytophthora cinnamomi (Pc), een invasieve bodemaandoening die het Mediterrane eikecosysteem in Spanje bedreigt. Gebaseerd op de cognitieve taxonomie van Bloom heeft het onderzoek als doel te evalueren welke specifieke spelelementen (trivia, quiz, spelbeheer en spelsituaties) de vijf cognitieve denkprocessen ondersteunen, en of serious games kunnen dienen als effectieve hulpmiddelen om via de Cognitive Sustainability Compass reflectie over duurzaamheid te stimuleren.

Silent Spread, een digitaal bordspel, werd ontwikkeld en gespeeld door 35 studenten op universitair niveau. De PLS-SEM-analyse toont aan dat Silent Spread middelhoge tot hogere denkvaardigheden bevordert, waarbij analyseren de sterkste rol speelt in het aanleren van verspreidingsmechanismen.

De sessies met de Cognitive Sustainability Compass tonen aan dat vooral de sociale pijler van duurzaamheid werd benadrukt, met thema’s als samenwerkend leren en een sterkere verbondenheid met rurale realiteiten. De studie onderstreept dat serious games vooral het toepassen van kennis stimuleren in plaats van enkel het onthouden van feiten. Daarom moet toekomstig onderzoek nagaan hoe deze spellen het leren binnen én buiten de virtuele omgeving kunnen versterken. Daarnaast stelt de studie het hiërarchisch model van Bloom in vraag en benadrukt ze dat de 21e eeuw nood heeft aan vaardigheden zoals samenwerking, probleemoplossend denken en systeemdenken, die spelers met succes hebben aangetoond.
Meer lezen

Van AVI-lezen tot Alkibiades. Excellent leesonderwijs en de rol die hierbij is weggelegd voor literatuuronderwijs en Collective Teacher Efficacy

Universiteit Antwerpen
2025
Hanne
Kips
  • Sien
    Buelens
In Vlaanderen blijkt uit nationale en internationale peilingen dat de leesvaardigheid van leerlingen onder druk staat, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over hun verdere schoolloopbaan en participatie in de samenleving. Hoewel uit onderzoek duidelijk is hoe leesvaardigheid verbeterd kan worden, blijft de kloof tussen theorie en praktijk te groot. Deze masterpraktijkproef wil de brug slaan tussen beiden en vertrekt daarom vanuit de centrale onderzoeksvraag: op welke manier kan excellent leesonderwijs vorm krijgen in de praktijk, en welke rol speelt literatuuronderwijs hierin? Via een kwalitatieve en vergelijkende casestudy werden observaties, interviews, documentanalyse en een Collective Teacher Efficacy-bevraging uitgevoerd in twee scholen uit het secundair onderwijs: Atheneum Hoboken en Forum Da Vinci in Sint-Niklaas. Beide scholen zetten in op het versterken van leesonderwijs, elk vanuit een eigen visie en aanpak. Uit de analyse blijkt dat excellent leesonderwijs ontstaat wanneer visie, systematische interventies, strategie-instructie en motiverende leesinitiatieven gecombineerd worden, binnen een cultuur van samenwerking. Het concept CTE blijkt hierin een sleutelrol te spelen: waar leerkrachten geloven in hun gezamenlijke impact, zijn leesinitiatieven duurzamer en effectiever. Literatuuronderwijs draagt bij aan leesbevordering door verdieping, motivatie en differentiatie te bieden. Deze scriptie eindigt met aanbevelingen voor scholen en suggesties voor verder onderzoek. Daarbij blijft de centrale overtuiging dat leesonderwijs een gedeelde verantwoordelijkheid is en noodzakelijk is voor het versterken van de taalvaardigheid en onderwijskansen van elke leerling.
Meer lezen

Magie en Macht: The wheel of power and privilege herwerkt tot een intersectioneel model voor analyse van young adult fantasy literatuur

Universiteit Gent
2025
Maya
Stuyven
Young adult fantasy literatuur leent zich voor kritische reflectie over identiteit, macht en
maatschappelijke structuren. Magie en alternatieve werelden bieden een symbolische
weergave van machtsstructuren, privilege en uitsluiting. Binnen het bestaande literatuur- en intersectionaliteitsonderzoek ontbreekt echter een intersectioneel instrument dat de
verwevenheid tussen magie en sociale machtsstructuren benadert. Deze masterproef herwerkt the wheel of power and privilege, zoals ontwikkeld door Sylvia Duckworth, om intersectionele machtsstructuren in YA-fantasy te analyseren, met specifieke aandacht voor magie. Ik demonstreer het gebruik van dit aangepaste model aan de hand van twee personages uit de boeken Shadow and Bone van Leigh Bardugo en Children of Blood and Bone van Tomi Adeyemi. Het aangepaste model biedt een systematisch en visueel denkkader dat toelaat om macht in fictieve werelden intersectioneel te analyseren en zo bijdraagt aan een verdiepend inzicht in de werking van fictieve machtssystemen.
Meer lezen

Leesmotivatie op de Toren van Babel: Wat maakt dat leerlingen met migratieachtergrond (niet) graag lezen?

KU Leuven
2025
Manon
Evrard
Dit onderwijsonderzoek situeert zich op de Toren van Babel in Gent, een school uitsluitend voor
anderstalige leerlingen. Uit de literatuur blijkt dat het leesniveau in Vlaanderen sterk daalt en dat
anderstalige leerlingen een steeds groter deel van de groep laagpresteerders representeren (De
Meyer et al., 2023). Recente literatuur ziet een significant verband tussen leesmotivatie en
leesvaardigheid, waardoor leesmotivatie een belangrijke factor is om op in te spelen als school (Toste
et al., 2020). Uit onderzoek van Gobyn et al. (2019) vloeien drie factoren voort die impact hebben op
leesmotivatie: autonomie, belonging en competentie. Het onderdeel belonging verdient hier
specifieke aandacht, aangezien verschillende studies ook uitwijzen dat school belonging, beïnvloed
door het diversiteitsbeleid van de school, een grote impact heeft op de prestaties van leerlingen met
een migratieachtergrond. Dit onderzoek wil de leesmotivatie van de taalbadleerlingen in kaart
brengen, achterhalen waarom ze (niet) gemotiveerd zijn om te lezen en vervolgens een aanzet geven
tot een leesbeleid dat rekening houdt met bovengenoemde factoren. De dataverzameling gebeurt
aan de hand van een vragenlijst, afgenomen bij alle 28 leerlingen uit het eerste jaar B-stroom, en 6
diepte-interviews met leerlingen die ook deelnamen aan de vragenlijst. Uit de resultaten blijkt dat de
meeste leerlingen een combinatie vertonen van autonome en gecontroleerde leesmotivatie. De
invloed van de school op leesmotivatie komt ook sterk naar voor. De vergaarde informatie en
inzichten in waarom leerlingen (niet) graag lezen zal gebruikt worden als startpunt om het leesbeleid
van de school vorm te geven.
Meer lezen

Using common gen-AI tools to generate reading materials for A2-level ESL learners.

Universiteit Gent
2025
Annelies
Pandelaers
De toenemende beschikbaarheid van generatieve artificiële intelligentie (genAI) biedt taalonderwijzers nieuwe mogelijkheden om leesmateriaal op maat van hun leerlingen te ontwikkelen. Deze masterpraktijkproef onderzoekt of vrij toegankelijke gen-AI-platformen (met name ChatGPT en Google Gemini) in staat zijn om Engelstalige leesteksten te genereren die aansluiten bij het ERK niveau A2. Via een vergelijkende corpusanalyse werden AI-gegenereerde teksten geëvalueerd tegenover teksten uit twee gevestigde bronnen: Vlaamse handboeken en het Key A2 English-examen van Cambridge. De lexicale profilering gebeurde met behulp van AntWordProfiler om de woorddekkingsgraad van elke tekst te analyseren. Uit de resultaten van dit beperkte corpus blijkt dat de AI-gegenereerde teksten een hogere lexicale dekking bereikten dan de handboek- en examenteksten. De AI-teksten benaderden de drempel van 95% dekking die volgens het Coverage Comprehension Model noodzakelijk wordt geacht voor tekstbegrip. De teksten gegenereerd door Google Gemini bleken lexicaal sterker en beter afgestemd op pedagogische richtlijnen dan die van ChatGPT. De bevindingen suggereren dat genAI, mits aangestuurd door zorgvuldig geformuleerde prompts, inderdaad niveau-adequate teksten kan produceren. Dit kan mogelijk de werklast van leerkrachten verlichten en hen in staat stellen om leesteksten af te stemmen op specifieke onderwerpen of onderwijsnoden. Deze studie formuleert praktische richtlijnen voor promptontwikkeling en benadrukt de nood aan verder praktijkgericht onderzoek naar het begrip en de ervaring van AI-gegenereerde teksten door leerlingen.
Meer lezen

Turning learning data into meaningful Learning Analytics Dashboards

KU Leuven
2025
Jonas
Van Hove
Genomineerde longlist mtech+prijs
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Competentiegericht onderwijs (CBE) wordt steeds vaker toegepast in het Vlaams secundair
onderwijs. Voor leerkrachten brengt dit uitdagingen met zich mee bij het interpreteren
van leerlinggegevens en het nemen van gepaste acties. Deze masterproef onderzoekt
hoe een learning analytics dashboard (LAD) leerkrachten kan ondersteunen tijdens
klassenraden, waar belangrijke beslissingen over leerlingen genomen worden.
Via een participatief ontwerpproces werd CLAIRE ontwikkeld, een proof-of-concept
dashboard. Dit dashboard sluit aan bij het Vlaamse competentiekader en is technisch
ge¨ıntegreerd met Moodle, het leerplatform van de partnerschool. Het ontwerp richtte
zich op gebruiksvriendelijkheid, visuele helderheid en praktische toepasbaarheid in het
dagelijkse lesgebeuren.
Feedback van leerkrachten wees op de nood aan duidelijke inzichten, intu¨ıtieve interfaces
en ondersteuning bij het opvolgen van leertrajecten op verschillende niveaus. Hoewel
artifici¨ele intelligentie werd verkend als mogelijke uitbreiding, ligt de focus in het uiteindelijke
prototype op begrijpelijke en bruikbare visualisaties van leerdata.
Kwalitatieve evaluatie toonde aan dat leerkrachten het visuele overzicht erg nuttig
vonden en de duidelijke structuur van competenties per vakgebied sterk waardeerden. Iteratieve
prototyping bracht het belang aan het licht van minimale manuele input, voortgangsvisualisaties
en flexibele filters die aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Tijdens een
feedbacksessie op school werd het ontwerp van CLAIRE positief onthaald; leerkrachten
gaven aan dat het dashboard het analyseren van leerlinggegevens aanzienlijk vereenvoudigt.
Deze thesis levert een bijdrage aan het ontwerpen van gebruiksvriendelijke dashboards
voor leerkrachten en biedt concrete richtlijnen voor datagedreven besluitvorming binnen
CBE-contexten.
Meer lezen

Van inzicht naar actie: Hoe kunnen leerkrachten doelgericht ondersteuning bieden aan leerlingen met dyslexie?

Hogeschool VIVES
2025
Amber
Vanneste
Dyslexie komt steeds vaker ter sprake in het onderwijs. Het is een leerstoornis die moeilijkheden met zich meebrengt op vlak van lees- en spellingsvaardigheden. Een leerling wordt hiermee geboren, maar dit definieert hem/haar niet. Dyslexie hangt dan ook niet vast aan het niveau van intelligentie. Door gepaste ondersteuning en begeleiding kan elke leerling, met of zonder dyslexie, zich ontplooien in het onderwijs. Zowel de leerling als leerkracht spelen hier een actieve rol in.
Meer lezen

Weet ik het zeker? Metacognitie en informatiezoekgedrag bij kinderen van 8 tot 10 jaar: een experimenteel onderzoek

KU Leuven
2025
Nele
Delie
Beslissingen maken integraal deel uit van ons dagelijks leven, ook bij kinderen. Bij elke beslissing ervaren we een gevoel van zekerheid of twijfel, ook wel beslissingsvertrouwen genoemd. Dit vertrouwen helpt ons om ons eigen gedrag bij te sturen, zoals het al dan niet zoeken naar extra informatie. Het vermogen om onze eigen beslissingen te evalueren en daarop gedrag en keuzes af te stemmen is een vorm van metacognitie. Er is nog weinig bekend over hoe kinderen deze metacognitieve vaardigheden inzetten bij perceptuele besluitvorming. Dit vormt een belangrijk hiaat gezien de rol van metacognitie voor zelfregulerend leren en academisch succes.

In deze masterproef werd onderzocht in welke mate kinderen metacognitieve monitoring (beslissingsvertrouwen) gebruiken om hun metacognitieve controle te sturen (informatie zoeken). Daarnaast werd nagegaan hoe de accuraatheid van hun keuzes en metacognitieve efficiëntie (hoe goed hun vertrouwen overeenkomt met hun prestaties) deze keuzes mee beïnvloeden. Hiervoor namen 91 kinderen uit het vierde leerjaar van de lagere school deel aan een fijnmazige, experimentele perceptuele taak. In deze taak moesten de kinderen telkens een keuze maken tussen twee visuele stimuli, vervolgens hun vertrouwen in die keuze inschatten, en tot slot beslissen of ze de stimuli opnieuw wilden bekijken alvorens hun definitieve antwoord te geven. Dit design maakte het mogelijk om op gedetailleerd niveau te analyseren hoe vertrouwen, accuraatheid en informatiezoekgedrag met elkaar samenhangen. Bovendien werd er gebruikgemaakt van modelgebaseerde maten om metacognitieve efficiëntie te meten (M-ratio en V-ratio), los van taakmoeilijkheid of bias.

Dit onderzoek toonde aan dat kinderen in staat zijn om hun beslissingen te monitoren en daar via metacognitieve controle op te reageren. Kinderen zochten vaker extra informatie wanneer zij minder vertrouwen hadden in hun keuze of wanneer die keuze fout bleek te zijn. Beslissingsvertrouwen bleek een sterkere voorspeller van informatiezoekgedrag dan de objectieve accuraatheid van de keuze. Hoewel kinderen hun prestaties al deels kunnen inschatten, wezen de resultaten ook op een algemene tendens tot overmoed en een suboptimale metacognitieve efficiëntie. Kinderen met een hogere metacognitieve efficiëntie pasten hun informatiezoekgedrag beter aan naar de juistheid van hun keuzes. Dit ondersteunt het belang van een goed samenspel tussen metacognitieve monitoring en controle voor effectieve besluitvorming.

Dit onderzoek draagt bij aan het begrijpen van de ontwikkeling van metacognitie en besluitvorming bij kinderen en wijst op het belang van het gebruik van verfijnde metingen in toekomstig onderzoek naar de ontwikkeling van metacognitieve vaardigheden.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

Samen bouwen aan klasmanagement. De ondersteunende rol van schoolbeleid

Universiteit Antwerpen
2025
Karlien
Tiebout
Klasmanagement vormt een van de grootste uitdagingen in het onderwijs, met een directe impact op leerprestaties en welzijn van leerlingen en leraren. Waar klasmanagement traditioneel wordt beschouwd als een individuele competentie van leraren, toont recent onderzoek een verschuiving naar schoolbrede benaderingen. Deze studie onderzoekt welk beleid basisscholen met sterk klasmanagement voeren om leraren te ondersteunen en welke maatregelen leraren als ondersteunend ervaren.
Via een kwalitatief exploratief onderzoek werden semi-gestructureerde interviews afgenomen met schoolleiders en leraren van vijf basisscholen die schoolbreed sterk presteren op klasmanagement.
De onderzochte scholen kenmerken zich door een bewuste evolutie van reactief naar proactief klasmanagementbeleid. Die verschuiving werd vaak ingegeven door urgentie en door inzichten uit de cognitieve psychologie. Alle scholen investeren sterk in structuur en schoolbrede routines, maar hanteren twee verschillende benaderingen: een expliciete gestandaardiseerde aanpak met gedetailleerde richtlijnen versus een meer impliciete aanpak via observatie en informele uitwisseling. Leraren ervaren gemeenschappelijke routines, gedeelde verwachtingen en concrete ondersteuningsmaterialen als meest ondersteunend. Daarnaast waarderen zij professionalisering via collegiale ondersteuning, coaching en expertiserollen, waarbij tijd voor implementatie als cruciale voorwaarde wordt benoemd.
Effectief klasmanagement blijkt geen louter individuele opdracht maar wordt mede mogelijk gemaakt door doordacht schoolbeleid. De combinatie van structuur en warme relaties, ondersteund door gemeenschappelijke afspraken, gerichte professionalisering en betrokken leiderschap, creëert een omgeving waarin leraren zich ondersteund voelen. Deze bevindingen bieden concrete handvatten voor schoolleiders en teams om klasmanagement als gedeelde verantwoordelijkheid aan te pakken.
Meer lezen

Het gebruik van Chromebooks in de lagere school ter bevordering van leerresultaten en digitale vaardigheden

Odisee Hogeschool
2025
Aya
Abik
Mijn bachelorproef gaat over het gebruik van Chromebooks in de lagere school ter bevordering van leerresultaten en digitale vaardigheden.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

Luisteren, leren, en leren luisteren

Universiteit Gent
2025
Mia Hazel
Allard
Actief luisteren, passief luisteren, open luisteren, deep listening... Luisteren komt blijkbaar in allerlei maten en vormen. Maar hoe vertaalt zich dit naar de klascontext? In deze masterpraktijkproef wordt de betekenis van luisteren als leerkracht onderzocht (‘Wat betekent luisteren als leerkracht?’).

Eerst worden de bestaande definities en het bijzondere karakter van luisteren als leerkracht besproken. Hierna wordt het schijnbaar normatief karakter van deze definities onderzocht en gestaafd, wat leidt tot het oordeel dat leerkrachten moeten leren luisteren.
Om deze claim te gronden wordt het groeiargument van filosofe Gemma Corradi Fiumara aangedragen. Na deze gronding wordt een voorlopige definitie van leerkrachtluisteren voorgesteld, in betekenis verschillend van louter ‘luisteren als leerkracht’. Leerkrachtluisteren betreft luisteren als – onder meer – een open, aandachtige en nieuwsgierige handeling bijzonder aan de relatie leerkracht-leerling. Hierop volgt een thematische analyse van een focusgroepsgesprek met student-leerkrachten, opgesteld in functie van dit onderzoek, met als startvraag ‘Wat is luisteren?’. Dit gesprek besloeg zowel luisteren in het algemeen als specifiek luisteren als leerkracht. Mede op basis van een vergelijking tussen het focusgroepsgesprek en de bestaande literatuur wordt een voorstel tot het incorporeren van het socratisch gesprek in lerarenopleidingen gemaakt.
Als antwoord op de onderzoeksvraag wordt een voorlopige genuanceerde definitie van leerkrachtluisteren voorgesteld, gesterkt door de overlap hiervan met onder meer pedagogical listening (A. English) en the listening stance (K. Schultz). De verdere maakbaarheid of aanpasbaarheid van deze definitie wordt erkend, met meteen verschillende voorstellen tot verder onderzoek. Een handleiding tot het voeren van een socratisch gesprek met (student-)leerkrachten vormt de praktische bijdrage.
Meer lezen

Samen lesgeven in de wetenschap: De perceptie van leerkrachten op co-teaching

Universiteit Gent
2025
Tim
De Bels
Co-teaching wint aan belang. Meer en meer leerkrachten gebruiken het als een tool om hun lessen interessanter te maken. Daarbuiten is het een perfecte manier om van je school een lerende organisatie te maken. (Larock et al., 2017)
Onderzoek naar co-teaching is niets nieuw, maar het onderzoek in Vlaamse context ontbreekt gedeeltelijk. Percepties zijn een goed beginpunt en werden al onderzocht voor zowel leerkrachten als leerlingen uit het beroepssecundair onderwijs in Vlaanderen door Gotelaere (2020). Er werd hierbij gekeken naar de perceptie over co-teaching in het algemeen, hun co-teachingpraktijken en de uitkomstvariabelen bij de leerlingen. De literatuur gaat niet verder waardoor er ruimte is om de vraag te stellen wat leerkrachten denken over co-teaching. Om het onderzoek te beperken, en omdat ik een educatieve master in een wetenschapsvak volg, wordt er enkel gekeken naar leerkrachten uit het secundair onderwijs die wetenschapsvakken geven.
De hoofdonderzoeksvraag voor deze masterpraktijkproef luidt daarom als volgt:
1)
Wat is de perceptie van leerkrachten van wetenschapsvakken ten opzichte van co-teaching in het secundair onderwijs in Vlaanderen?
Aangezien dit een heel breed gegeven is, probeer ik de vraag iets concreter te maken. Dit wordt gedaan door de vraag te leiden naar volgende deelonderzoeksvragen:
2)
Welke invloed heeft de schoolcultuur op de perceptie van leerkrachten van wetenschapsvakken ten opzichte van co-teaching in het secundair onderwijs in Vlaanderen?
3)
Welke invloed heeft de finaliteit op de perceptie van leerkrachten van wetenschapsvakken ten opzichte van co-teaching in het secundair onderwijs in Vlaanderen?
4)
Welke invloed heeft het vak op de perceptie van leerkrachten van wetenschapsvakken ten opzichte van co-teaching in het secundair onderwijs in Vlaanderen?
2
Dit onderzoek bestaat uit verschillende hoofdstukken. In de eerste plaats wordt er een literatuurstudie gedaan die het theoretische kader biedt voor de rest van het onderzoek. Het tweede hoofdstuk beschrijft hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3 waarna hoofdstuk 4 deze resultaten bediscussieert.
Meer lezen

ChatGPT in de les Nederlands

Thomas More Hogeschool
2025
Sarah
Van Mol
Deze bachelorproef onderzoekt de inzet van ChatGPT in het secundair
onderwijs, specifiek binnen de lessen Nederlands. Artificiële intelligentie
(AI) speelt een steeds grotere rol in onze samenleving en biedt diverse
mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren en ondersteuning bij
taalvaardigheid. In deze bachelorproef wordt AI gedefinieerd (zie 1.1) en
de impact ervan op de samenleving geanalyseerd (zie 1.2). AI wordt
breed toegepast in verschillende sectoren, waaronder gezondheidszorg en
onderwijs. Dit biedt kansen en uitdagingen, zoals ethische vraagstukken
en de invloed op werkgelegenheid.
In de literatuurstudie wordt dieper ingegaan op ChatGPT als specifieke AItoepassing (zie 2.1), de rol ervan in de samenleving (zie 2.2) en de
toepassing binnen het onderwijs, met een bijzondere focus op het vak
Nederlands (zie 2.3). ChatGPT ondersteunt leerkrachten bij
lesvoorbereiding, het geven van gerichte feedback en het differentiëren
van instructie. Voor leerlingen biedt ChatGPT voordelen bij
schrijfopdrachten, tekstanalyses en gepersonaliseerde leerroutes. Toch
zijn er risico’s, zoals het gevaar van plagiaat en afhankelijkheid. Het
gebruik van ChatGPT vereist een bewuste en kritische inzet van alle
gebruikers, dus zowel leerlingen als leerkrachten.
De literatuurstudie behandelt verder effectieve strategieën voor de
implementatie van ChatGPT in het onderwijs (zie 2.3), zoals het gebruik
van schrijfkaders en effectieve promptconstructie (zie 2.3.4). Daarnaast
wordt het belang van digitale geletterdheid en ethiek bij het gebruik van
AI benadrukt (zie 2.3.5). Leerkrachten moeten worden ondersteund bij
het kritisch evalueren en begeleiden van leerlingen in het gebruik van
ChatGPT, om zo de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.
Tot slot werd een praktijkgerichte handleiding ontwikkeld op basis van de
literatuur, stage-ervaringen (zie 4.1) en feedback van leerkrachten uit het
werkveld (zie 4.2). Deze handleiding bundelt concrete toepassingen,
prompts en lesideeën waarmee leerkrachten in de eerste graad secundair
onderwijs doelgericht met ChatGPT aan de slag kunnen. De positieve
reacties uit het werkveld tonen aan dat ChatGPT een meerwaarde kan
betekenen in de klas, op voorwaarde dat het gebruik ervan kritisch
begeleid wordt en goed ingebed is in de didactische aanpak.
Meer lezen

Een innovatieve leerervaring in het zorgonderwijs - Escape room: Maurice De Groots laatste uur

Odisee Hogeschool
2025
Eline
Massart
  • Evelien
    Maes
In mijn praktijkonderzoek heb ik onderzocht hoe gamification, via een escape room, het leren kan stimuleren en het effect heeft op het kennisbehoud van leerlingen. Tijdens de activiteit hebben leerlingen opdrachten uitgevoerd die waren gebaseerd op theoretische kennis, waarna hun betrokkenheid, motivatie en kennisbehoud werden gemeten. De resultaten laten zien dat gamification niet alleen het leren leuker maakt en de betrokkenheid vergroot, maar ook een positief effect heeft op het onthouden en toepassen van de theoretische kennis.
Meer lezen

Dictionaries, DeepL, and ChatGPT: Comparing Language Tool Effects on L2 English Speaking and Learner Perceptions

Universiteit Gent
2025
Irma
Schampheleer
Deze scriptie onderzoekt hoe digitale taaltools – woordenboeken, machinevertaling (DeepL) en generatieve AI (ChatGPT) – de spreekvaardigheid in een vreemde taal beïnvloeden. Dertig studenten bereidden in groep een Engelstalige presentatie voor met één toegewezen tool. De presentaties werden geanalyseerd op vloeiendheid en woordenschat, en beoordeeld door een docent. Ook vulden de studenten een enquête in over hun ervaringen. De resultaten wezen uit dat de DeepL-gebruikers het vlotst spraken, terwijl de ChatGPT-gebruikers de rijkste en meest academische woordenschat hanteerden. Beide groepen presteerden beter dan de woordenboekgroep. Uit de enquête bleek dat DeepL vooral werd gebruikt voor woordenschat, terwijl ChatGPT hielp bij ideeën en argumentatie. De studie wijst op het potentieel van digitale tools in het vreemdetalenonderwijs, op voorwaarde dat studenten leren om ze kritisch en doelgericht in te zetten.
Meer lezen

Hoe maken we scholen autismevriendelijk voor leerkrachten? Een interviewstudie met autistische leerkrachten uit het secundair onderwijs in Vlaanderen.

Universiteit Gent
2025
Wim
Delanoy
Er wordt veel geschreven over het lerarentekort en over diversiteit in de klas, maar zelden krijgen leerkrachten met autisme hierin een stem. Deze onzichtbare - en tegelijk onmisbare - groep neurodiverse leerkrachten houdt mee het Vlaamse onderwijs recht. Deze interviewstudie (uitgevoerd door een autistische leerkracht in opleiding) stelt daarom de vraag aan hen. Hoe kunnen we scholen meer autismevriendelijk maken voor leerkrachten? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden nemen we een semigestructureerd interview af bij 8 leerkrachten met autisme, werkzaam in het Vlaamse secundair onderwijs. De thematische analyse van de interviews levert 5 grote thema’s op. Vooreerst verwoorden de geïnterviewde leerkrachten dat er in scholen nog steeds stereotiep gekeken wordt naar autisme, zowel bij leerkrachten als bij leerlingen, en dat het stigma hieromtrent bij deze leerkrachten leidt tot gevoelens van schuld, schaamte en angst. Ook type 9 scholen, waar de helft van de geïnterviewde leerkrachten werkt (of werkte), ontsnappen hier niet aan. Verder komt het les geven van deze leerkrachten opvallend weinig aan bod – dit loopt doorgaans goed. Wel zorgen de niet les gerelateerde activiteiten - zoals vergaderingen, toezichten, uitstappen - voor veel stress, en dit met een fatalistische ondertoon. Voorts geldt de uitspraak dat leerkracht zijn niet eindigt bij de laatste schoolbel nog meer voor leerkrachten met autisme. Enerzijds besteden deze leerkrachten veel privétijd aan ontprikkelen, en anderzijds zoeken zij professionele begeleiding in diezelfde privétijd, al dan niet gecombineerd met vooral prikkeldempende medicatie. Tenslotte geven de leerkrachten aan dat zij wel empathisch en creatief zijn, en dit volledig tegen de nog heersende stereotiepe kijk op autisme in. Ook zijn zij fier op hun sensorisch talent tot een volgehouden hyperfocus (monotropisme). Overeenkomstig het bovenstaande vragen de leerkrachten eerst en vooral een stigma doorbrekende beeldvorming – psycho-educatie – binnen de scholen omtrent autisme. Voorts is een bijzondere aandacht voor niet les gerelateerde activiteiten aangewezen, want het is daar waar de leerkrachten met autisme het meeste energie verspillen en zelfs kapot gaan. Ook vragen de leerkrachten om van scholen een meer prikkelluwe omgeving te maken, waarbij de vraag naar een stille lerarenkamer het luidst weerklinkt. Een vorm van structureel mentorschap binnen de schoolomgeving is eveneens belangrijk. Tenslotte vragen de leerkrachten ruimte voor en erkenning van hun bijzondere interesses en talenten. We hebben deze inzichten samengevat in vijf pijlers voor een autismevriendelijke school. We zijn ervan overtuigd dat het toepassen van deze vijf pijlers niet alleen ten goede komt aan leerkrachten en leerlingen met autisme, maar ook aan diegenen zonder. Sterker nog, we durven te stellen dat deze vijf pijlers essentieel zijn in alle organisaties waar mensen met en zonder autisme samenwerken, en bijdragen aan een meer inclusieve autismevriendelijke samenleving als geheel.
Meer lezen

Tastbare ruimtelijke representaties: 3D-maquettes in het bevorderen van mobiliteit en oriëntatie bij kinderen met een visuele beperking

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Femke
David
Deze studie onderzoekt de effectiviteit van 3D-maquettes bij het verbeteren van het ruimtelijk inzicht en de oriëntatie van kinderen met een visuele beperking in onbekende omgevingen. Het doel is om te onderzoeken hoe deze maquettes, die visuele informatie tastbaar maken, bijdragen aan de ontwikkeling van ruimtelijke vaardigheden bij kinderen met een visuele beperking.

Een kwalitatieve methodiek werd gehanteerd, waarbij systematische observaties plaatsvonden bij zes leerlingen tussen de 6 en 11 jaar oud, die onderwijs volgen aan BuBaO Spermalie Brugge. Er werden twee observatiemomenten uitgevoerd: aan het begin en einde van de studie. Tijdens deze observaties werden zowel de taststrategieën als de toepassing van ruimtelijke begrippen geëvalueerd. Individuele ergotherapeutische interventies met 3D-maquettes werden tussentijds toegepast.

De resultaten tonen aan dat 3D-maquettes een waardevol hulpmiddel kunnen zijn in het buitengewoon onderwijs en de ergotherapeutische praktijk, door het ruimtelijk inzicht en de oriëntatie van kinderen met een visuele beperking te verbeteren.
Meer lezen

Een analyse naar de effectiviteit van faciliteiten op leer- en werkprestaties bij dyslectische jongeren tussen de 16 en 25 jaar.

Hogeschool UCLL
2025
Sarah
Wouters
Deze bachelorproef onderzoekt de bijdrage van ondersteuningsmaatregelen aan de leer- en werkprestaties van jongeren met dyslexie tussen 16 en 25 jaar, en de manier waarop zij deze ondersteuning ervaren. Internationaal ligt het prevalentiecijfer op 4–8%. Niet alleen heeft dyslexie gevolgen voor schoolprestaties, maar ook voor de participatie aan de arbeidsmarkt.
1. Onderzoeksvragen en methodologie
Door middel van een literatuurstudie werden de behoeften en bestaande ondersteuning met betrekking tot dyslexie in kaart gebracht. Het praktijkonderzoek bestond uit: interviews met logopedisten en jongeren met dyslexie, een online enquête met 20 respondenten. Er werd onderzocht in welke mate de huidige faciliteiten aansluiten bij de noden van dyslectici, welke belemmeringen er zijn en waar verbeterpotentieel is.
2. Resultaten
De effectiviteit van ondersteuningsmaatregelen varieert per onderwijsinstelling en hangt af van het beleid en de houding van individuele leerkrachten. Jongeren zijn vaak onvoldoende geïnformeerd over beschikbare hulpmiddelen of durven deze niet te gebruiken uit angst ‘anders’ over te komen. Veel jongeren ervaren stress, een laag zelfvertrouwen en prestatiedruk. Faciliteiten zoals ‘extra tijd’ en voorleessoftware worden het meest toegepast. De ondersteuning verschilt per onderwijsniveau: na de lagere school valt de ondersteuning vaak weg.
Er is een gebrek aan psycho-educatie bij zowel leerlingen als leerkrachten. Jongeren vragen om een duidelijk en rechtlijnig beleid dat rekening houdt met hun individuele behoeften. Professionals benadrukken dat structurele aanpassingen nodig zijn om effectieve ondersteuning te bevorderen.
3. Eindproduct
Als eindproduct is het BEWUST-model ontwikkeld. Het acroniem BEWUST bevat zes kernwaarden:
- Begrip: Jongeren en leerkrachten krijgen meer inzicht in wat dyslexie inhoudt.
- Eigenheid: Erkenning dat elke jongere met dyslexie uniek is en andere noden heeft.
- Wijsheid: Vanuit wetenschappelijke kennis kan er een diepgaander beeld gevormd worden van de leerstoornis.
- Uitdagingen: Door moeilijkheden bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor ondersteuning en realistische aanpassingen.
- Sterktes: Positieve eigenschappen van dyslectische jongeren worden meer erkend.
- Toekomstgericht: Dyslexie speelt levenslang een rol, daarom wordt er gekeken naar duurzame ondersteuning.

4. Conclusie
Er is nood aan een rechtlijnig beleid, meer informatie-uitwisseling en een empathische houding in het onderwijssysteem. Door de nadruk te verleggen naar sterktes, begrip en psycho-educatie, kunnen dyslectische jongeren adequaat ondersteund worden in hun ontwikkeling naar zelfstandige en succesvolle volwassenen.
Meer lezen

Spiegels in de klas!

Odisee Hogeschool
2025
Sandra
Vermeulen
Mijn bachelorproef gaat over het inzetten van feedback en zelfreflectie in de klas. Dit bevordert het zelfvertrouwen van leerlingen. Vooral in het 6de leerjaar is het zelfvertrouwen van leerlingen opvallend lager. Dat heeft te maken met de overgang naar het secundair onderwijs die in het zicht is.
Meer lezen

Beyond Self-Assessment: Exploring Student-Teacher Agreement on Social and Emotional Skills (SEMS) Using the Too Little/Too Much (TLTM) Scale

Universiteit Gent
2025
Jana
De Smedt
Context
De sociaal-emotionele vaardigheden (SEMS) van leerkrachten worden steeds vaker erkend als essentieel voor het creëren van een positieve klasdynamiek. Toch baseert onderzoek zich doorgaans op zelfrapportage door leerkrachten om deze vaardigheden te meten.

Nieuwheid
Deze scriptie introduceert een leerlinggebaseerde evaluatie met behulp van de ‘Too Little/Too Much’-schaal (TLTM) en onderzoekt de mate van overeenstemming (self-other agreement, SOA) tussen SEMS beoordelingen door leerlingen en leerkrachten. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre deze overeenstemming – of het gebrek daaraan – verband houdt met de houding van leerkrachten ten aanzien van ontvangen feedback.

Methode
Gegevens werden verzameld bij 65 leerkrachten en 866 leerlingen uit het secundair onderwijs in Vlaanderen, verspreid over twee meetmomenten. Via exploratieve factoranalyse (EFA) werd de structuur van de TLTM-schaal onderzocht. Vervolgens werden correlaties en multilevel regressiemodellen gebruikt om de overeenstemming tussen leerkracht- en leerlingbeoordelingen van SEMS in kaart te brengen. Tot slot werd met lineaire regressiemodellen nagegaan in welke mate waargenomen discrepanties samenhangen met de feedbackattitude van leerkrachten.

Belangrijkste Bevindingen
Sommige TLTM-subschalen vertoonden een aanvaardbare betrouwbaarheid, terwijl andere meer variabiliteit lieten zien. De overeenstemming tussen leerkrachten en leerlingen was het sterkst voor expressieve, observeerbare gedragingen zoals het gebruik van persoonlijke anekdotes en/of humor in de klas. De verschillen tussen zelfbeoordelingen en leerlingbeoordelingen bleven over het algemeen beperkt. Leerkrachten stonden bovendien overwegend positief tegenover de ontvangen feedback.

Conclusie
Deze bevindingen onderstrepen het potentieel van door leerlingen geïnformeerde feedback om de professionele ontwikkeling van leerkrachten te versterken, vooral wanneer die feedback op een constructieve en contextgebonden manier wordt aangeboden. Dat leerkrachten over het algemeen positief reageerden, suggereert dat volledige overeenstemming geen voorwaarde is voor het ervaren van feedback als zinvol. De studie biedt voorlopige aanwijzingen dat genuanceerde, leerlinggebaseerde beoordelingen – zoals de TLTM-schaal – reflectie kunnen verdiepen en bijdragen aan een meer participatieve feedbackcultuur in het onderwijs.
Meer lezen

Differentiatie en autonomie tijdens de les fysica

Odisee Hogeschool
2025
Niels
De Kerf
In dit werk heb ik gezocht naar een efficiënte differentiatieaanpak om de leerontwikkeling en groeicurve van leerlingen tijdens de lessen fysica te optimaliseren. Op basis van diverse wetenschappelijke en betrouwbare bronnen heb ik de brede betekenis van differentiatie onderzocht, evenals de veelvoorkomende vormen waarin dit in de praktijk wordt georganiseerd. Hieruit blijkt dat differentiatie niet alleen een proces is dat in de les kan geïntegreerd worden, maar dat het ook actief bespreekbaar moet worden gemaakt met de leerlingen. Verder heb ik door mijn literatuurstudie geleerd dat differentiatie niet alleen in de leerinhouden kan worden toegepast, maar ook in de fysieke leeromgeving en via structurele aanpassingen die voor elke leerling voordelig zijn. Vooral differentiatie op procesgericht niveau kan daarbij leiden tot persoonlijke successen van individuele leerlingen in de klas.

De vragen die ik mezelf stelde, waren onder andere: Welke interventies kan een leerkracht inzetten om individuele ondersteuningsmiddelen te bieden, terwijl alle leerlingen naar dezelfde doelstellingen toewerken? Differentiatie betekent dus niet zomaar het aanpassen van lessen of het geven van extra oefeningen, maar ook het afstemmen, observeren en erover in gesprek gaan met de leerlingen.

Uit de literatuur is gebleken dat werken in niveaugroepen de meest voorkomende vorm van differentiatie is, maar hoe maak je deze aanpak succesvol? Er bestaan verschillende vormen van differentiatie, en het is van belang om deze goed af te stemmen op het onderwerp en de doelstellingen van de les. Daarnaast spelen factoren zoals de juiste voorbereiding, flexibele communicatie en een goede band met de leerlingen een grote rol in het slagen van niveaugroepering. Aan de hand van de literatuur heb ik een differentiatieproject (IGDI) uitgewerkt, gebaseerd op bekrachtigende factoren die het leerproces van leerlingen ondersteunen.

Om te bepalen of differentiatie in de lesaanpak daadwerkelijk een effect heeft op de leerontwikkeling en de groeicurve van leerlingen, heb ik dit gedurende vijf weken getest door middel van een praktijkonderzoek. Ik heb al het benodigde leermateriaal zelf ontwikkeld en ik was als onderzoeker ook zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het project. Zo kon ik als leerkracht zelf ervaren wat differentiatie inhoudt en welke meerwaarde het kan bieden voor leerlingen. De resultaten van het onderzoek zijn verzameld via verschillende dataverzamelingsmethoden, waaronder individuele interviews met de leerlingen, observaties door de vaste klasleerkracht en een productgerichte schriftelijke evaluatie met zelfreflectie in de vorm van een toets. Hieruit blijkt dat differentiatie in de lesaanpak een duidelijke positieve invloed kan hebben op de leerontwikkeling en de groeicurve van leerlingen. Door differentiatie te koppelen aan keuzevrijheid en zelfselectie, ondervinden leerlingen tal van voordelen, die ze zelf ook ervaren. Er is dus zeker potentieel voor het toepassen van differentiatie in lesaanpak met behulp van niveaugroepen in het secundair onderwijs.
Meer lezen

Vrouwen in de museale marge. Een vergelijkend onderzoek naar de representatie van vrouwen in tweede wereldoorlogsmusea in België en Nederland

Universiteit Gent
2025
Kirsty
van der Voort van der Kleij
Deze masterproef onderzoekt hoe vrouwen worden gerepresenteerd in Tweede Wereldoorlogsmusea in België en Nederland. Met behulp van het gender blind model van Grahn worden zes musea geanalyseerd en vergeleken op hun niveau van genderbewustzijn, vanuit een feministisch-analytisch perspectief. De resultaten tonen een breed spectrum aan representaties: sommige musea presenteren vrouwen als volwaardige historische actoren, terwijl andere hen voornamelijk portretteren binnen traditionele, zorgende of ondersteunende rollen. De analyse identificeert terugkerende patronen, zoals absence/presence, genderstereotypische archetypes, en de
beperkte vertegenwoordiging van pariah femininities. De bevindingen suggereren dat substantiële integratie van vrouwelijke perspectieven gepaard gaat met expliciet beleid, contextuele verdieping, en reflectie op bestaande representatiestructuren. Dit onderzoek is de eerste toepassing van het gender blind model op Tweede
Wereldoorlogsmusea in België en Nederland en biedt een analytisch kader voor het bestuderen van genderrepresentatie. Het bevraagt wie als herinnerenswaardig wordt beschouwd, wie wordt gemarginaliseerd, en hoe musea deze keuzes presenteren binnen het collectieve oorlogsgeheugen.
Meer lezen

Met oog voor de toekomst: een vignettenonderzoek naar de bereidheid van leerkrachten om eye-tracking in te zetten bij begrijpend lezen

Universiteit Antwerpen
2025
Jolijn
Verbergt
Het leesniveau van leerlingen is al jaren een groeiende bekommernis binnen het Vlaamse onderwijs. Begrijpend lezen is immers een vaardigheid die bepalend is voor schoolsucces én voor een volwaardige integratie in de samenleving. Tegelijk ervaren leerkrachten moeilijkheden om zicht te krijgen op het leesproces van hun leerlingen, wat effectieve begeleiding bemoeilijkt. Innovatieve technologieën, zoals eye-tracking en artificiële intelligentie (AI), bieden nieuwe mogelijkheden om dit leesproces zichtbaar te maken en ondersteuning op maat te bieden. Hoewel deze technologie beschikbaar is, wordt ze vandaag nog niet toegepast in het Vlaamse onderwijs.

Deze masterproef speelt in op die leemte door te onderzoeken in welke mate leerkrachten in het lager en secundair onderwijs bereid zijn om AI-technologie die gebruikmaakt van eye-tracking toe te passen bij begrijpend lezen. Daarbij wordt gekeken naar drie aspecten: de factoren die bereidheid beïnvloeden, de kennis die leerkrachten hierbij noodzakelijk achten en het type samenwerking tussen mens en technologie dat zij verkiezen.

Via een kwalitatieve vignettenstudie werden twintig leerkrachten geïnterviewd over deze bereidheid. Leerkrachten zien vooral meerwaarde in technologie die hun didactische rol ondersteunt, maar niet overneemt. De bruikbaarheid van deze technologie werd vooral gekoppeld aan het zichtbaar maken van het leesproces, de mogelijkheden tot differentiatie en zelfreflectie. Gebruiksgemak hing af van een eenvoudig dashboard, makkelijk gebruik in de klas en snel te leren technologie. Daarnaast geven leerkrachten aan nood te hebben aan technologische, didactisch-technologische, technologisch-vakinhoudelijke en ethische kennis. Vertrouwen in AI en transparantie over de werking en besluitvorming zijn essentieel voor leerkrachten om de technologie te aanvaarden. Tot slot benoemden respondenten aandachtspunten zoals verminderde sociale interactie, bezorgdheden rond schermlezen en het belang van menselijke betrokkenheid in het leerproces.

Deze bevindingen tonen aan hoe belangrijk het is om eye-tracking en op eye-tracking gebaseerde AI-technologie in het onderwijs op een manier te gebruiken die de leerkracht ondersteunt en niet vervangt. De technologie moet gebruiksvriendelijk en transparant zijn, maar vooral de professionele autonomie en didactische rol van de leerkracht versterken.
Meer lezen

DE RELATIE TUSSEN WERKBELASTING EN DE TURNOVER INTENTIE VAN LEERKRACHTEN IN HET VLAAMSE ONDERWIJS. DE ROL VAN INTRINSIEKE MOTIVATIE

Universiteit Gent
2025
Janne
Van Cauter
Mijn masterproef onderzoekt de relatie tussen werklast en de turnover intentie van leerkrachten in het Vlaamse onderwijs, met bijzondere aandacht voor de rol van intrinsieke motivatie. Het theoretische kader is het Job Demands-Resources (JD-R) model, waarin werklast een taakeis is en intrinsieke motivatie als persoonlijke hulpbron fungeert.

Via een grootschalige kwantitatieve survey werden data verzameld bij 346 leerkrachten uit 40 Vlaamse basis- en secundaire scholen. De analyse toont dat een hogere werklast samenhangt met een sterkere intentie om het onderwijs te verlaten. Ook blijkt dat intrinsieke motivatie de kans op turnover intentie verlaagt, maar niet significant modereert tussen werklast en turnover intentie.

Mijn onderzoek wijst op de nood aan werkbare en motiverende werkomstandigheden in het onderwijs en levert zowel wetenschappelijke als beleidsrelevante inzichten aan voor het behoud van leerkrachten in een context van groeiende werkdruk en een structureel lerarentekort.
Meer lezen