Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Virtual Reality in de lagere school - De meerwaarde van social virtual Reality in de lagere school

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Yoran
Pedros Y Salvador
  • Rianne
    Konings
  • Monica
    Panis
  • Amber
    Damen
  • Arne
    van den Bergh
  • Ella-Victoria
    Feremans
De bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van Social Virtual Reality (SVR) in het basisonderwijs. Aan de hand van literatuurstudie en praktijktests met Mozilla Hubs wordt nagegaan hoe virtuele leeromgevingen motivatie, samenwerking en begrip bij leerlingen kunnen bevorderen. De resultaten tonen dat SVR abstracte leerstof concreet maakt en differentiatie ondersteunt, vooral in vakken zoals geschiedenis en wereldoriëntatie. Ondanks technische en didactische uitdagingen (zoals infrastructuur, tijdsinvestering en beperkte ervaring) besluiten wij dat SVR, mits doordachte implementatie, een innovatieve en inclusieve aanvulling vormt op het traditionele onderwijs.
Meer lezen

Looking for the Soul

Hogeschool PXL
2025
Wataru
Sato
This is a journey in search of the answer “Who am I?” and “What is a soul?”, and a story that is at the same time a fantasy.
One day in the small Belgian town of Hasselt, Holland "the glove," was feeling alone and adrift, when he met Elle, a talking dog. Through talking with Elle, he started to wonder about a soul. And heard of Shiro, a cat in Antwerp who might hold a clue to the nature of the soul. I decided to set out on a journey to discover whether I, too, possessed a soul.

In Antwerp, Holland, a half pair of glove—searched for Shiro, the cat Elle had told me about. After he arrived at a quiet park, where he met a cat matching Shiro’s description. Shiro led him to her home, where he met Donatello, a wise tortoise. Surprised that he could speak, Shiro introduced him as a possible tsukumogami—a Japanese spirit that inhabits objects. This sparked a conversation about the soul: comparing Japanese and Western concepts, touching on Greek philosophy—Socrates, Plato, and Aristotle. he listened, overwhelmed but intrigued.

That encounter made Holland reflect on the differences between cultural ideas of the soul and the possibility that even objects might have one. He began to question his own identity and purpose. This reflection inspired an artwork titled Looking for a Soul, a piece that is repeatedly broken and repaired—symbolizing the search for meaning in imperfection. As he delved deeper, he became curious about disembodiment and quantum mechanics. he reached out via video call to Paul, an octopus he had seen in scientific footage. Paul spoke of the soul as a quantum function and the possibility of existence in higher dimensions. His words gave Holland a flicker of hope.

As part of his journey to understand the “shape of the soul,” Holland joined a glassblowing workshop in rural Germany. His first attempt was clumsy: he tried shaping a piece using a broken flowerpot and a piece of leather glove as a mold. Through repeated trial and error, he began to see a reflection of his own soul in the transparent, ever-changing nature of glass. He quietly confronted himself.

Inspired by Shiro, Holland also pursued kintsugi, the Japanese art of repairing broken pottery. He traveled to Japan, searching for a school that would take him in. Eventually, he was accepted under certain conditions. He studied under Toki in Shibuya and, though the process was slow and painstaking, he committed himself to learning. Over the New Year holidays, he visited Aomori and found unexpected inspiration in the work of a Belgian artist. As he prepares to return, he quietly enjoys the winter in Japan, putting the final touches on his kintsugi.

Eventually, his glass piece, completed after many failures and repairs, broke once more. Though he felt a deep sense of loss, he refused to abandon it. He's come to believe that the soul reveals itself in the act of repair—that meaning lies not in flawlessness, but in the willingness to mend. Just like humans, objects live with their wounds. Through the lens of kintsugi, we see that damage can deepen the bond between people and things. We honor the breaks not by hiding them, but by making them beautiful.

In today’s throwaway culture, we discard things at the first sign of damage. But every object carries the imprint of someone’s hands and thoughts. By restoring broken objects and turning them into art—scars and all—we give form to the idea that even objects have souls. Still, not everything can be fixed. Choosing what to keep and what to let go of is never easy. Yet every broken thing we encounter carries meaning. Holland believes he met them not by accident, but by fate. In their fragments, he senses their feelings—and through his work, he restores their souls.
Meer lezen

BURN-OUT BIJ VROEDVROUWEN IN HET ZIEKENHUIS Impact op de kwaliteit van de zorg, preventie en re-integratie

Arteveldehogeschool Gent
2025
Camille
Hendrickx
Burn-out onder vroedvrouwen in ziekenhuizen vormt een groeiend probleem dat niet alleen het welzijn van de zorgverleners bedreigt, maar ook de kwaliteit van de verstrekte zorg significant vermindert. Deze bachelorproef onderzoekt de impact van burn-out op vroedvrouwen en de directe en indirecte gevolgen voor de patiëntenzorg. Centraal staat de vraag: Welke maatregelen kunnen de impact van burn-out bij vroedvrouwen op de kwaliteit van de zorg verkleinen? Door een uitgebreide literatuurstudie en analyse van bestaande preventie- en re-integratiestrategieën wordt een overzicht geboden van effectieve interventies op micro-, meso- en macroniveau. Daarnaast wordt een preventiebrochure ontwikkeld, gericht op vroedvrouwen en hun leidinggevenden, met praktische tips voor vroegtijdige herkenning en zelfzorg. Uit de bevindingen blijkt dat factoren zoals werkdruk, emotionele belasting en persoonlijke kenmerken bijdragen aan de ontwikkeling van burn-out. Daarnaast worden de negatieve gevolgen voor de zorgkwaliteit benadrukt, waaronder verminderde empathie, toename in fouten en een hogere intentie om het beroep te verlaten. Het belang van preventieve maatregelen en ondersteuning is evident om de veerkracht van vroedvrouwen te versterken en de zorgstandaard te waarborgen. Concluderend onderstrepen de resultaten dat een holistische aanpak, gericht op zowel preventie als re-integratie, essentieel is om burn-out te voorkomen en de continuïteit en kwaliteit van de verloskundige zorg te garanderen.
Meer lezen

Franse woordenschatkennis van leerlingen in de derde graad

Universiteit Gent
2025
Marie
Haest
Ontwikkeling en validatie van een Franse woordenschattoets om de woordenschatkennis Frans van leerlingen in de derde graad doorstroomfinaliteit te meten.
Meer lezen

Wanneer autonomie een kleur krijgt

Universiteit Gent
2025
Pauline
Van de Walle
In mijn masterproef onderzocht ik hoe culturele en raciale vooroordelen de medische besluitvorming beïnvloeden rond vrouwelijke genitale modificaties in België. Via een experiment met videovignetten waarin drie vrouwen, enkel verschillend in huidskleur en religieuze achtergrond, dezelfde vraag stelden om hun binnenste schaamlippen te laten verkleinen, onderzocht ik hoe artsen daarop reageerden. Het onderzoek onthult subtiele maar betekenisvolle verschillen in interpretatie en taalgebruik, afhankelijk van wie de vraag stelt. Terwijl esthetische of medische motieven bij witte vrouwen als legitiem worden beschouwd, worden culturele of religieuze motieven bij niet-westerse vrouwen sneller geassocieerd met “verminking”.
Meer lezen

Denken of doen over de auto: Mindset-analyse van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen (1940-1973)

KU Leuven
2025
Lenn
De Buysscher
Deze scriptie onderzoekt de evolutie van de gedachten van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen in de periode 1940 tot 1973. Daarbij heeft deze scriptie specifieke aandacht voor de auto en bijhorende ontwikkelingen. Dit onderzoek gebruikt daarvoor bronnen uit het Felixarchief, het Vlaams Architectuur Instituut, het Rijksarchief te Antwerpen en verschillende bibliotheken van KULeuven. Die bronnen tonen via een close reading aan dat de gedachten van de stadsplanners doorheen de jaren heen evolueerden. Die evolutie was weliswaar niet rechtlijnig en verschillende elementen zoals stedelijk groen of historische monumenten kregen, afhankelijk van de periode, meer of minder aandacht binnen de gedachten van stadsplanners. Daarnaast beïnvloedde een combinatie van verschillende internationale tendensen de gedachten van de stadsplanners. Hun gedachten waren namelijk eerder een combinatie van verschillende invloeden uit andere landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland of de Verenigde Staten.
Meer lezen

Op weg naar zelfstandigheid!

Hogeschool PXL
2025
Jana
Kerfs
Winnaar Klasseprijs
In het tweede leerjaar van Vrije Basisschool De Puzzel bleek dat de leerlingen vaak onmiddellijk de hulp van de leerkracht inriepen bij het maken van een oefening. Hoewel de kinderen gemotiveerd waren, waren ze onzeker om een taak zelfstandig aan te pakken. Vanuit dit praktijkprobleem ontwikkelde ik een toolbox met acht praktische tools en een handleiding voor de leerkracht, gericht op het versterken van zelfsturing bij jonge kinderen.

De toolbox focust op vier executieve functies: taakinitiatie, organisatie, volgehouden aandacht en reactie-inhibitie. Op basis van observaties in een methodeschool, interviews met experten, deelname aan een workshop en een grondige literatuurstudie werden ontwerpcriteria opgesteld. Hierbij zijn belangrijke pijlers: het formuleren van haalbare weekdoelen in leerlingentaal, het beoordelen van zichzelf en het voorzien van aanpasbare ondersteuning (scaffolding) door de leerkracht. Daarnaast zijn de tools inzetbaar in alle leergebieden.

De tools werden getest in de klas en bijgestuurd waar nodig. De leerlingen en de leerkracht reageerden erg positief. Zo groeide de Wachtwijzer, een hulpmiddel om eerst na te denken alvorens te starten, uit tot een vast onderdeel bij dictees. Daarnaast werden ouders betrokken bij de zelfsturing van hun kind via de Zwem Bingo, een visuele checklist om te controleren of de zwemzak compleet is.

Met deze bachelorproef toon ik aan dat kleinschalige, doelgerichte ingrepen een positief effect kunnen hebben in de klaspraktijk. De toolbox is ontworpen voor de eerste graad van het basisonderwijs, maar kan mits aanpassingen ook in hogere leerjaren worden ingezet.
Meer lezen

How single and combined stressor tolerance influences stressor sensitivity in Daphnia magna and its microbiome

KU Leuven
2025
Juliette
Neven
Met het toenemende gebruik van pesticiden en de klimaatsverandering worden dieren blootgesteld aan een waaier van stressoren. Ze kunnen echter tolerantie verwerven tegen één of meerdere stressoren. Het onderhouden van tolerantie kost echter veel energie en kan soms nadelig zijn. In deze scriptie werd onderzocht wat het effect is van pesticiden en/of stijgende temperaturen op Daphnia magna, een watervlo. Er werd gekeken naar welk effect deze stressoren hadden op de overleving, het matuur worden en het aantal nakomelingen van watervlooien. Er werden vier verschillende tolerantie-types gebruikt van watervlooien: 1) controle watervlooien, 2) pesticide tolerante watervlooien, 3) hitte tolerante watervlooien en 4) watervlooien tolerant tegen zowel het pesticide als de hitte. Er werd een volledig factorieel ontwerp opgesteld en er werd ook gekeken naar het effect van de stressoren op de microbioom compositie van de verschillende tolerantie-types. We vonden een kost van tolerantie voor de pesticide-tolerante watervlooien wanneer blootgesteld aan 32 °C. We vonden ook dat wanneer de verschillende watervlooi types werden blootgesteld aan een stressor, ze meer bacteriën kregen die hun hielpen bij het omgaan met deze stressor. Ook zagen we dat in een omgeving met meerdere stressoren, het niet goed genoeg was om enkel tolerant te zijn tegen één van deze stressoren.
Meer lezen

Meer-dan-Menselijk ontwerp, zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Estée
Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Jitte
    Jansen
  • Merel
    Dessent
  • Lore
    Gijsenberg
  • Dilara
    Ayvaz
De collectieve masterscriptie vertrekt vanuit ‘More-than-human-ontwerpen’: een visie waarin mens, natuur en energie samen onze leefomgeving vormgeven. Ze verkent hoe architectuur en ruimtelijke ordening kunnen bijdragen aan een rechtvaardige en duurzame toekomst.

Het onderzoek situeert zich in Zwartberg (Genk), een voormalige mijnsite waar natuur, erfgoed en diverse gemeenschappen samenkomen. Vanuit een gezamenlijke contextanalyse en theoretisch kader werd een masterplan ontwikkeld dat inzet op groenblauwe netwerken als dragers voor een klimaatbestendig en sociaal inclusief Genk.

Binnen dit masterplan werden zes individuele cases uitgewerkt, elk met een eigen focus op de relatie tussen mens en meer-dan-mens. Mijn case ‘De energieke wijk’ onderzoekt hoe de energietransitie in een tuinwijk van Zwartberg collectiever en inclusiever kan worden aangepakt. De energietransitie is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. In Europa is 40% van het energieverbruik afkomstig van gebouwen. Toch blijft de renovatiegraad laag en wordt de energietransitie vaak gezien als een individuele verantwoordelijkheid, wat leidt tot ongelijkheid. Immers, wie geld, kennis of eigenaarschap mist, blijft achter. In sociaal kwetsbare wijken, zoals de Zuiderwijk in Zwartberg, is die kloof bijzonder voelbaar. De energietransitie is meer dan een technische operatie en een individuele verantwoordelijkheid. Het is een hefboom voor sociale rechtvaardigheid, ruimte om te delen en collectieve veerkracht. Mijn case toont hoe een kwetsbare wijk een pionier kan worden. Niet door te isoleren, maar door te verbinden.
Meer lezen

Hebben we gaan twijfelen over het hulpwerkwoord? Een experimenteel en corpusgebaseerd onderzoek naar hulpwerkwoordselectie in clusters met een aspectueel werkwoord

KU Leuven
2025
Fien
Croux
Deze masterproef onderzoekt hulpwerkwoordvariatie in werkwoordsclusters met een aspectueel werkwoord, zoals "Ze is/heeft blijven wachten". Het onderzoek heeft tot doel de factoren te identificeren die de keuze voor het hulpwerkwoord van voltooid aspect (hebben of zijn) in zulke clusters beïnvloeden.

Op basis van onderzoek naar hulpwerkwoordvariatie in werkwoordsclusters met een modaal werkwoord, zoals "Ze is/heeft moeten vertrekken", worden taalinterne en -externe factoren geselecteerd die mogelijk een invloed hebben op hulpwerkwoordselectie in clusters met een aspectueel werkwoord (Hofmans 1981, Van Eynde et al. 2016, Dhont 2024). De onderzochte factoren zijn het type hoofdwerkwoord, de afstand tussen het hulpwerkwoord en het aspectuele werkwoord, irrealis, geografische regio en register. Het onderzoek combineert een experiment met een corpusonderzoek. In het experimentele onderzoek zijn acceptabiliteitsoordelen van Vlaamse en Nederlandse respondenten bevraagd en geanalyseerd aan de hand van lineaire regressieanalyses. Het corpusonderzoek in het SoNaR-corpus en het Corpus Gesproken Nederlands biedt inzicht in de frequentie van de onderzochte factoren in clusters waarin hebben het hulpwerkwoord is. Op basis van de resultaten en eerdere analyses (Cardinaletti & Shlonsky 2004, Draye & Van der Horst 2006, Pots 2020) wordt tot slot een formele analyse voorgesteld voor hulpwerkwoordvariatie in clusters met een aspectueel werkwoord.

De resultaten tonen aan dat hulpwerkwoordselectie in clusters met een aspectueel werkwoord beïnvloed wordt door irrealis, geografische regio en register. Een irrealislezing verhoogt de voorkeur voor het hulpwerkwoord hebben, dat meer aanvaard wordt in Vlaanderen dan in Nederland en meer voorkomt in informeel dan in formeel taalgebruik. De invloed van het type hoofdwerkwoord en afstand wordt in de resultaten niet eenduidig aangetoond. De hulpwerkwoordvariatie wordt in de analyse verklaard door de status van het aspectuele werkwoord, dat zich in een grammaticalisatieproces van semi-lexicaliteit naar functionaliteit bevindt en zich daarin verschillend positioneert in Vlaanderen en Nederland.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Hoe kan je als leerkracht outdoor educatie integreren in het secundair onderwijs?

Hogeschool VIVES
2025
Steen
Luca
Dit onderzoek richt zich op hoe leerkrachten in het secundair onderwijs outdoor educatie kunnen
integreren. Via een literatuurstudie wordt onderzocht wat outdoor educatie inhoudt, welke
voordelen en nadelen eraan verbonden zijn. We bekijken ook hoe Noorwegen, een land met een
sterke reputatie rond outdoor educatie, hiermee omgaat.
Daarnaast werd er een enquête afgenomen bij leerkrachten uit het secundair onderwijs in België.
Daarbij werd gepeild naar hun ervaring met outdoor educatie, de drempels die zij ervaren en wat
hen zou kunnen ondersteunen. Uit de resultaten blijkt dat outdoor educatie bijdraagt aan de
cognitieve, fysieke en mentale ontwikkeling van leerlingen en vaardigheden zoals plannen,
communiceren en verantwoordelijkheid nemen. Toch ervaren leerkrachten obstakels zoals
tijdsgebrek, beperkte infrastructuur en een gebrek aan ervaring. Investeren in een groene
leeromgeving en praktische voorbeelden aanbieden kunnen helpen om deze drempels te verlagen.
Integratie begint bij durven: door te experimenteren, te leren door te doen en naar buiten te gaan.
Meer lezen

The ecological impact of rock climbing on cliff-face vegetation: Diversity, functional traits, and microclimate in Freyr, Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Sarane
Coen
Deze thesis onderzoekt de invloed van rotsklimmen en abiotische kenmerken op de vegetatie van kalksteenrotsen van Freyr in België, een ecosysteem dat ondanks zijn hoge biodiversiteit weinig wetenschappelijke aandacht krijgt. Vegetatiegegevens werden verzameld op 248 subplots van 1 m² verspreid over 13 transecten met verschillende klimintensiteiten. De studie analyseert zowel soortenrijkdom, bedekking en diversiteit als functionele eigenschappen van planten (Grime CSR-strategieën, pH- en temperatuuraffiniteit) en meet microklimaatverschillen tussen noord- en zuidgerichte kliffen.

De resultaten tonen dat vegetatiepatronen vooral worden bepaald door abiotische kenmerken van de rotsen, met hogere soortenrijkdom op kliffen met lage klimintensiteit en veel microtopografische variatie. Klimmen leidt tot een vermindering van competitieve soorten en een verschuiving naar meer ruderale soorten, terwijl stress-tolerante soorten dominant blijven. Noordgerichte kliffen hebben over het algemeen hogere bedekking en diversiteit, maar temperatuurvoorkeuren van de vegetatie veranderen niet ondanks microklimaatverschillen.
Meer lezen

Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas?

Hogeschool VIVES
2025
Anouk
Stroobants
Deze bachelorproef binnen het thema ‘Lezen begint al in de kleuterklas’ onderzoekt hoe thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip van meertalige kleuters kan versterken. Het onderzoek vond plaats in de derde kleuterklas van GBS Everheide in Brussel, een school met een grote talige diversiteit. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan thematisch werken met betekenisvolle verhalen het verhaalbegrip versterken van meertalige kleuters in een Brusselse derde kleuterklas? Op basis van literatuur over taalontwikkeling, begrijpend luisteren en meertaligheid werd een thematisch aanbod ontwikkeld rond het prentenboek Ridder Rikki van Guido Van Genechten. Gedurende de ontwerpweken werd het verhaal herhaald en verdiept aan de hand van een visueel verhalenpad, denkstimulerende vragen, gebaren en interactieve activiteiten. Om de impact van deze aanpak in kaart te brengen, werd een zelfontworpen meetinstrument ingezet om het verhaalbegrip van de kleuters te observeren en te evalueren. Daarnaast vloeide uit deze bachelorproef ook een praktijkgerichte bundel voort, opgebouwd rond het prentenboek Ridder Rikki. Het geheel vormt een bruikbare leidraad voor leerkrachten die doelgericht willen inzetten op verhaalbegrip bij meertalige kleuters.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Een grote wereld aan een kleine universiteit. Buitenlandse studenten aan de Katholieke Universiteit Leuven, 1900 – 1968

KU Leuven
2025
Alexe
Heleu
Deze thesis onderzoekt hoe de internationalisering van de KU Leuven zich heeft ontwikkeld tussen 1900 en 1968. Het doel is om een antwoord te bieden op de vraag: In welke mate ontwikkelde de KU Leuven zich tot ‘internationale’ universiteit? Daarvoor analyseer ik enerzijds het relatieve aantal internationale inschrijvingen en de diversiteit. Anderzijds besteedt de thesis aandacht aan het beleid en het imago van de KU Leuven. Een breed onderzoek, over een langere periode, naar studentenmobiliteit vanuit het oogpunt van een Belgische universiteit vormt een lacune in de bestaande academische historiografie. Daarnaast combineert het onderzoek kwantitatieve en kwalitatieve bronnen om de internationaliseringsgraad van de universiteit te bepalen. Voor het kwantitatieve aspect digitaliseerde ik de inschrijvingsgegevens, afkomstig uit de Jaarboeken van de KU Leuven, in een databank. Daarnaast analyseerde ik correspondenties, rapporten en artikelen, uit de Archieven van voormalige rectoren Ladeuze en Van Waeyenbergh, om het kwalitatieve aspect vorm te geven. Het eerste hoofdstuk analyseert de evolutie van de inschrijvingen van buitenlandse studenten aan de KU Leuven om zo het ‘internationale’ karakter te bepalen. Daaruit bleek dat de aantallen relatief beperkt bleven, maar dat de afkomst van de studenten enorm divers was, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Daarna onderzocht ik aan de hand van correspondenties en rapporten hoe de KU Leuven en de rectoren hun beleid voerden ten opzichte van internationale studenten: de rectoren gebruikten de vernieling van de oorlogen als uitgangsbord om de Leuvense universiteit opnieuw te doen groeien. Ze deden dit door het beeld van de KU Leuven als een werelduniversiteit te propageren. Daarnaast gebruikten ze het katholieke karakter als bindmiddel. Tot slot ondersteunden ze opkomende organisaties om internationale studenten te helpen in Leuven. In het derde hoofdstuk ligt de nadruk op de individuele levensbelevingen van studenten. De analyse toont aan dat het eeuwenoude imago van de KU Leuven, haar katholieke karakter en culturele netwerken met de universiteit een positieve invloed hadden op de motivaties van studenten. Daarentegen vormden complexe, administratieve procedures en integratieproblemen struikelblokken. Het Frans, het financiële aspect en de geopolitieke situaties waren dubbelzinnige factoren, die zowel bevorderend als belemmerend werkten. Uit de analyse volgde dat Leuven zich in de vroege twintigste eeuw al ontwikkelde tot een internationale universiteit. Ze gebruikte de internationalisering in eerste instantie als een strategisch middel voor de wederopbouw na de oorlogen, maar geleidelijk aan evolueerde het naar een institutionele prioriteit. In de periode 1900 – 1968 legde ze de fundamenten voor een explosieve toename van internationale inschrijvingen vanaf 1970. Het ‘internationale’ karakter van de universiteit kwam dus naar voren dankzij een diverse studentengroep en was niet enkel afhankelijk van het aantal inschrijvingen.
Meer lezen

Ontwijken van oorlogsgeweld Hoe handelaars hun schepen veiligstelden door middel van neutralisatie in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog 1775-1783.

KU Leuven
2025
Robbe
Degroote
Deze scriptie behandelt de praktijk van “neutralisatie” van schepen in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), met bijzondere aandacht voor de strategieën waarmee handelaars hun eigendommen probeerden te beschermen tegen de kaapvaart. Door te onderzoeken hoe schepen juridisch en praktisch “geneutraliseerd” werden, werpt dit onderzoek nieuw licht op de complexiteit van maritieme oorlogsvoering en handelsstrategieën in een Europa vol conflict.
Niet alleen wordt daarmee aangesloten bij het al bestaande onderzoek naar kapers, maritieme handel en neutraliteit, zoals dat van Parmentier, Farasyn en Schankenbourg. Deze thesis vult ook concrete gaten in de historiografie op. Zo focuste het onderzoek zich op onderbelichte aspecten zoals de naamsveranderingen van schepen; de praktische situatie aan boord van een geneutraliseerd schip en de band met de haven van registratie.
Methodologisch combineert dit onderzoek drie bronnen: de notariële akten opgemaakt in Oostende tijdens het conflict, scheepsbewegingen waarvan de gegevens met behulp van AI werden geëxtraheerd uit de Gazette van Gend; en de Prize Papers van het Engelse High Court of the Admiralty. Door deze bronnen systematisch te koppelen en te analyseren werd een beeld gevormd van de praktische werking van neutralisatie als de geografische netwerken erachter. In de verwerking werd gebruik gemaakt van AI voor datamining, met bijgevoegd een kritische reflectie over de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van AI voor dit en toekomstig onderzoek.
De thesis bestaat uit drie inhoudelijke onderzoek hoofdstukken: een kwantitatieve analyse van de herkomst locatie en vaargeschiedenis naar Oostende van geneutraliseerde schepen; een semantische en taalkundige studie van naamsveranderingen; en een case study van de kaping van het schip “de Dageraad van Oostende”, waarbij de verborgen gezagsstructuur aan boord en de juridische verdediging nader onderzocht worden.
De conclusie toont aan dat neutralisatie in Oostende niet beperkt bleef bij het bekomen van scheepsdocumenten, maar dat er een complexe fictie gecreëerd werd om de schepen veilig te proberen stellen van kapers. Dit gebeurde aan de hand van naamsveranderingen en pragmatische organisatie. Daarnaast werd aangetoond dat geneutraliseerde schepen geen fysieke band met Oostende hoefden te hebben tijdens de neutralisatie. Hiermee levert deze scriptie een vernieuwende bijdrage aan de geschiedenis van zowel neutraliteit, handel en maritieme cultuur in de late 18de eeuw.

Meer lezen

Psycho-educatie bij kinderen met gehoorverlies. Ontwikkeling van een psycho-educatiepakket voor kinderen uit het derde leerjaar t.e.m. het vijfde leerjaar

Arteveldehogeschool Gent
2025
Anouk
Willemyns
  • Cato
    Vankeirsbilck
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kinderen met gehoorverlies ervaren vaak moeilijkheden op sociaal, emotioneel en communicatief
vlak, waardoor psycho-educatie een belangrijk onderdeel vormt van hun begeleiding. Uit
literatuuronderzoek en contact met het werkveld blijkt dat bestaande psycho-educatiepakketten
voor deze doelgroep verouderd en onvolledig zijn.
In deze bachelorproef werd een modern en volledig psycho-educatiepakket ontwikkeld, gebaseerd
op een literatuurstudie, interviews met professionelen en eigen creatieve input. Het resultaat
omvat een volledig uitgewerkt pakket inclusief een handleiding voor therapeuten, een
materiaalbundel en interactieve pdf’s. Volgende thema’s komen aan bod: voorstelling van het kind,
identiteit, hulpmiddelen, delen en werking van het gehoor, audiogram, emotionele weerbaarheid
en copingstrategieën, self-advocacy en ten slotte uitleggen aan anderen.
Hoewel het pakket nog niet in de praktijk werd uitgetest, biedt het een solide basis voor verdere
implementatie en onderzoek naar effectiviteit en gebruiksvriendelijkheid in de praktijk.
Meer lezen

Crafting Tomorrow's Museum Experience: Integrating Extended Reality (XR) for Accessibility, Engagement, and Education.

Universiteit Gent
2025
Hanne
Mannens
Extended Reality (XR) technologies, encompassing Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR), and Mixed Reality (MR), are increasingly reshaping sectors worldwide, including the museum field. This thesis examines the integration of XR in museum settings, focusing on its potential to enhance visitor engagement, accessibility, and educational outcomes while ensuring meaningful, user-centered experiences. As museums evolve from static repositories to dynamic, interactive environments, XR technologies offer a powerful means to transcend physical, geographical, and socioeconomic barriers, fostering deeper connections with diverse audiences.

Through a combination of literature review, field studies, and a case study of the Actual Day installation at MSK Ghent, this research investigates how XR can enrich museum experiences. The findings highlight the potential of XR to foster multisensory engagement, deepen emotional connections, and improve inclusivity by addressing physical, geographical, and socioeconomic constraints. However, the study also identifies key challenges, including funding limitations, ethical considerations, and technological obsolescence, which must be navigated to ensure sustainable implementation.

A central focus of this thesis is the importance of user-centered design and co creation, advocating for active visitor involvement in the development and assessment of XR applications. The study offers actionable strategies and a framework for aligning XR technologies with institutional missions, ensuring their transformative potential is realized in ways that are meaningful and inclusive.

This research contributes to the growing discourse on digital transformation in the cultural sector, offering evidence-based insights and practical frameworks for integrating XR technologies effectively. By blending technological innovation with human-centered practices, museums can redefine the visitor experience, ensuring cultural accessibility and engagement for future generations.
Meer lezen

Bouwen met CLT: Een analyse voor een Best-Practice ontwerp- en bouwpraktijk in België

Universiteit Gent
2025
Tomas
De Landsheer
De bouwsector stoot wereldwijd bijna 40% van alle CO₂ uit. Hout kan een belangrijk alternatief zijn voor beton en baksteen, omdat het CO₂ opslaat en vaak sneller en efficiënter verwerkt kan worden. Een veelbelovende vorm van houtbouw is Cross-Laminated Timber (CLT), waarbij planken kruislings verlijmd worden tot sterke panelen. In landen als Zweden en Canada zijn al indrukwekkende houtprojecten gebouwd, maar in België blijft het gebruik voorlopig beperkt. De reden? Ons natte klimaat en een gebrek aan duidelijke richtlijnen rond vochtbescherming.

In mijn onderzoek bracht ik de risico’s voor CLT in België in kaart. Ik vergeleek internationale kennis en voorbeelden met de Vlaamse praktijk, interviewde bouwprofessionals en volgde een groot project op in Gent. Daaruit blijkt dat het klimaat op zich niet het grootste probleem is, maar wel de manier waarop we met vocht en hout omgaan. Daarom ontwikkelde ik een Vocht-Beheersings-Plan (VBP) en praktische tools die architecten, aannemers en ingenieurs kunnen gebruiken om houten gebouwen beter te beschermen.
Meer lezen

Oranje tegen Bonaparte. De Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden (1815-1831)

KU Leuven
2025
Tuur
Porters
In deze scriptie onderzocht ik de ontwikkeling van de Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden tussen 1815 en 1831. Ik legde daarbij de focus op de verhouding tussen die twee fenomenen, die door verschillen maar ook vele gelijkenissen gekenmerkt werden, maar ook op de houding van de Nederlandse overheid tegenover die napoleontische sentimenten.
Meer lezen

Tegendraads. De subversieve mogelijkheden van amateuristische textielpraktijken: een onderzoek in Manoeuvres open atelier

Universiteit Gent
2025
Saar
Lermytte
Deze thesis weerlegt de veronderstelling dat textiel politiek onbelangrijk is. Sinds de
(vroeg)moderne tijd wordt het materiaal ingezet als instrument van onderdrukking, met name tegenover vrouwen en gekoloniseerde volkeren. Tegelijkertijd schuilt er in textiel ook een mogelijkheid van verzet. Voortbouwend op drie vastgestelde lacunes in huidig textielonderzoek, verkent deze thesis hoe amateuristische textielpraktijken een plaats van subversieve kracht kunnen zijn, met aandacht voor de samenkomst van gender en ras. Via een textiele etnografie bij Manoeuvre, een open textielatelier in Gent, worden drie subversieve strategieën geïdentificeerd: (1) de toegankelijkheid van textielbewerking; (2) het reclaimen van vrouwelijke en raciale connotaties – met daarbinnen aandacht voor publieke zichtbaarheid, intergenerationele en
interculturele verbindingen, plezier als verzetsdaad en het vormgeven van sociale identiteiten; en (3) de functie van textiel als lichamelijk, zintuiglijk en emotioneel kennissysteem. Ten slotte benadrukt de thesis dat de subversieve potentie van textiel afhangt van context en gebruik.
Meer lezen

Out of Sight, out of Mind

HOGENT
2025
Emily
Bardelloni
De scriptie onderzoekt de connectie tussen fotografie, identiteit en geheugen
Meer lezen

Beestige producten: De impact van slangenpatronen als emotioneel competente stimuli in product designs

Universiteit Gent
2025
Sterre
Coppens
In de hedendaagse marketingomgeving verwerken consumenten reclameboodschappen vaak oppervlakkig, door een gebrek aan motivatie of capaciteit (zowel cognitief als contextueel). Het Elaboration Likelihood Model verklaart hoe consumenten via deze perifere route attitudes vormen op basis van emotioneel competente stimuli of perifere cues. Een relatief onderbelichte categorie van dergelijke cues zijn gevaarlijke biophilische elementen. Deze studie richt zich specifiek op slangenprints. Slangen combineren een evolutionair ingebedde vermijdingsreflex met een fascinatie die vaak wordt geassocieerd met luxe, macht en elegantie, waardoor hun rol als marketingcue inherent ambivalent is.

Om te onderzoeken hoe consumenten reageren op slangenprints, werd een A/B-test uitgevoerd met 18 experimentele sets, elk bestaande uit een neutraal productontwerp en een gemanipuleerde versie met een camouflage- of waarschuwingsslangenprint. In totaal gaven 128 respondenten hun voorkeur aan voor elk paar. De resultaten tonen een duidelijke trend: producten met slangenprints worden over het algemeen als minder aantrekkelijk beoordeeld dan hun neutrale tegenhangers. Dit suggereert dat diepgewortelde, evolutionair gevormde emoties nog steeds een sterke invloed uitoefenen op consumentenevaluaties. De studie toont daarmee niet alleen de impact aan van een specifieke visuele cue, maar onderstreept ook het bredere belang van onbewuste emotionele reacties in hedendaags consumentengedrag.
Meer lezen

Improving RNA interference-based pest control using cationic polymethacrylate polymers: a case study in Spodoptera frugiperda and Leptinotarsa decemlineata

Universiteit Gent
2025
Simon
Vermeulen
Biotische factoren, zoals landbouwplagen, dragen wereldwijd aanzienlijk bij aan oogst- en voedselverliezen. Momenteel worden synthetische pesticiden nog vaak ingezet om deze organismen te bestrijden. Vanwege problemen met persistente residuvorming, risico’s voor de volksgezondheid en het ontstaan van resistentie, gecombineerd met een toenemende stimulans voor geïntegreerde plaagbeheersing, is een geleidelijke vervanging door nieuwe, veilige bestrijdingsstrategieën, zoals RNAi, noodzakelijk. Om complicaties met genetische modificatie te vermijden, kan een sproei-gebaseerde aanpak worden toegepast. Echter, hierbij blijft er onwetendheid bestaan. Deze scriptie onderzocht de potentie van de polymeren PAEMA en PGUMA, in verschillende configuraties, om deze uitdagingen te helpen overwinnen aan de hand van vier functionele parameters: de stabiliteit van dsRNA in larvale darmextracten via ex vivo degradatie-assays, niet-doelwit toxiciteit via in vitro assays, en cellulaire opname alsook polyplexvrijgave middels confocale microscopie.
Meer lezen

Urinary sodium-guided precision management for heart failure

KU Leuven
2025
Evelyne
Meekers
Verbetering opvolging en therapie bij patiënten met hartfalen, onder andere door gebruik van urinaire zoutmetingen.
Dit werd zowel getest bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis met hartfalen en thuis. Gebruik van een urinair geleid zoutschema in het ziekenhuis laat het toe om sneller de juiste dosis plasmedicatie voor de juiste patiënt te vinden; waardoor patiënten sneller klachtenvrij het ziekenhuis kunnen verlaten.
Daarnaast is er tevens een rol voor patiënten thuis. Een eenmalige meting laat een betere inschatting van de prognose bepaling van de patiënt toe. Daarnaast kan het helpen om de plaspil thuis beter te doseren en daarmee ook onnodige ongemakken te voorkomen. De patiënt staat hierbij centraal waarbij hij mee controle krijgt over zijn ziekte.
Meer lezen

KLIMAATBEWUSTZIJN IN KUNSTBESCHOUWENDE VAKKEN. Leerlingen secundair onderwijs op een vakoverschrijdende manier betrekken bij klimaateducatie binnen kunstbeschouwende vakken.

Universiteit Gent
2025
Pieter
Verstraete
Genomineerde longlist Klasseprijs
Jongeren maken zich zorgen om het klimaat. De klimaatmodellen tonen een toekomst met complexe en uiteenlopende uitdagingen. De individuele en collectieve keuzes die we maken bepalen mee het verloop en de ernst van de gevolgen. Om tot handelen te komen is niet alleen klimaatkennis, maar ook een zeker klimaatbewustzijn essentieel. Het besef wat er aan de hand is en de wil om daar iets aan te doen.
Met deze paper onderzoeken we hoe kunst en kunstbeschouwende vakken het klimaatbewustzijn van jongeren kan versterken. Kunst heeft immers de kracht om te beroeren. Het speelt in op onze zintuigen en wekt emoties op. In die zin bieden kunstbeschouwende vakken een unieke context om klimaateducatie te integreren.
We onderzoeken achtereenvolgens waarom we klimaateducatie, vakoverschrijdend aanbieden, welke meerwaarde kunst en kunstbeschouwende vakken bieden en hoe we dat praktisch implementeren in de Vlaamse onderwijscontext. De finaliteit van deze paper is een les klimaateducatie in een kunstbeschouwend vak. Deze les werd in de praktijk getoetst in de derde graad van Scholen Da Vinci in Sint-Niklaas.
Uit dit praktijkonderzoek blijkt er wel degelijk een rol weggelegd voor kunstbeschouwende vakken om klimaateducatie te integreren. Het biedt cognitieve en pedagogische voordelen om tot een dieper bewustzijn te komen in de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. Kunstwerken bieden ook een vakdidactisch potentieel om doelbewust in te zetten op specifieke cognitieve processen en leeractiviteiten. Bovendien faciliteert en stimuleert de Vlaamse overheid vakoverschrijdend lesgeven, specifiek ook voor klimaateducatie. Kunst en kunstbeschouwende vakken als brugfunctie tussen kennis en engagement.
Meer lezen

Silent Spread: Using a digital serious game on Phytophthora cinnamomi to facilitate cognitive thinking processes and inspire the creation of a cognitive sustainability compass

Universiteit Gent
2025
Charl Justine
Darapisa
Deze studie onderzoekt het gebruik van serious games in het bevorderen van kennisverwerving over Phytophthora cinnamomi (Pc), een invasieve bodemaandoening die het Mediterrane eikecosysteem in Spanje bedreigt. Gebaseerd op de cognitieve taxonomie van Bloom heeft het onderzoek als doel te evalueren welke specifieke spelelementen (trivia, quiz, spelbeheer en spelsituaties) de vijf cognitieve denkprocessen ondersteunen, en of serious games kunnen dienen als effectieve hulpmiddelen om via de Cognitive Sustainability Compass reflectie over duurzaamheid te stimuleren.

Silent Spread, een digitaal bordspel, werd ontwikkeld en gespeeld door 35 studenten op universitair niveau. De PLS-SEM-analyse toont aan dat Silent Spread middelhoge tot hogere denkvaardigheden bevordert, waarbij analyseren de sterkste rol speelt in het aanleren van verspreidingsmechanismen.

De sessies met de Cognitive Sustainability Compass tonen aan dat vooral de sociale pijler van duurzaamheid werd benadrukt, met thema’s als samenwerkend leren en een sterkere verbondenheid met rurale realiteiten. De studie onderstreept dat serious games vooral het toepassen van kennis stimuleren in plaats van enkel het onthouden van feiten. Daarom moet toekomstig onderzoek nagaan hoe deze spellen het leren binnen én buiten de virtuele omgeving kunnen versterken. Daarnaast stelt de studie het hiërarchisch model van Bloom in vraag en benadrukt ze dat de 21e eeuw nood heeft aan vaardigheden zoals samenwerking, probleemoplossend denken en systeemdenken, die spelers met succes hebben aangetoond.
Meer lezen

Restafval redt de olijfboom

Erasmushogeschool Brussel
2025
Wout
Van de Cauter
  • Lorenz
    Hmittou
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Onze scriptie vertrekt uit een bezoek aan Lisjak tijdens onze uitwisseling aan de universiteit van Koper (Slovenië), waar de vraag rees hoe reststromen als olijfpomace en -bladeren circulair te valoriseren.
IC rapport ultimate final count…
Onder begeleiding van olijfoliesommelier Wim Renneboog werkten we via designsprints een oplossing uit die olijfpomace ter plaatse omzet in hoogwaardige maatwerkcompost, afgestemd op blad- en bodemanalyse. Het model draait niet alleen in het oogstseizoen: buiten die periode verwerken we andere organische reststromen met lokale partners, zodat productie en impact jaarrond blijven. Zo koppelt de aanpak bodemherstel en weerbaardere olijfbomen aan een sluitende businesscase voor telers en perserijen.
Meer lezen

'Dits den ontfanc van ghildezusters': Een prosopografie van de vrouwen uit de librariërsgilde in vijftiende-eeuws Brugge.

Universiteit Gent
2025
Femke
Goedseels-Kloeck
In de rekeningen van de vijftiende-eeuwse librariërsgilde – de beroepgsgroepering van de boekproducenten – verschijnen minstens 216 vrouwennamen. Omdat gilden doorgaans mannenbastions waren en vrouwen niet economisch actief waren in het gildensysteem is dit een zeer unieke bron. Een diepgaand onderzoek waarbij deze namen in verscheidene archiefstukken werden opgezocht bracht een nieuwe informatie aan het licht over vrouwelijke kunstenaars in de middeleeuwse Nederlanden. Deze masterthesis toonde aan dat de vrouwen uit de Brugse librariërsgilde een grotere rol speelde in de bloeiende manuscriptenkunst dan voorheen gedacht.
Meer lezen