Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Een goed leven binnen planetaire grenzen in genk: focus op Warm Waterschei

Universiteit Hasselt
2025
Jade
Daems
Hoe kan het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte specifiek worden toegepast in Waterschei, vertrekkende vanuit een milieu- en mensbewuste visie? Vanuit deze centrale vraagstelling vertrekt dit onderzoek.
De gedachtegang van Daniel Christian Wahl, waarbij het stellen van de juiste vragen vóór het handelen centraal staat, vormt de rode draad doorheen dit onderzoek. Volgens deze filosofie wijzen vragen, meer nog dan antwoorden, de weg naar collectieve wijsheid. Daarom worden vraagstellingen van verschillende auteurs gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden en fungeren ze als leidraad bij het zoeken naar antwoorden.
Het bewuste gebruik van deze vragen heeft geleid tot diepere reflectie over ontwerpbeslissingen en tot een grondiger onderbouwd onderzoek.
Deze masterthesis is opgedeeld in drie grote delen. Het eerste deel begint met een korte situering om de lezer wegwijs te maken. Hierin worden de probleemstelling, onderzoeksvraag, gehanteerde methodologie, de geschiedenis van de locatie, het station van Waterschei en de relevantie binnen het masterplan toegelicht.

Het tweede deel is de ruggengraat van dit onderzoek en wordt gevormd door de literatuurstudie. Deze bestaat uit een theoretisch en een praktisch denkkader. Het theoretisch denkkader bundelt diverse boeken en wetenschappelijke artikels die het onderzoek onderbouwen. De literatuur wordt besproken in een logische volgorde van een brede visie naar een steeds specifiekere focus. Vertrekkende vanuit het boek The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World van Roman Krznaric, wordt een eerste denkkader geschetst rond langetermijndenken en intergenerationele
verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt de filosofie van Bruno Latour besproken aan de hand van Waar kunnen we landen. Latour toont aan dat er vandaag een gemeenschappelijke visie ontbreekt en dat menselijke en niet-menselijke actoren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierna wordt dieper ingezoomd op regeneratief denken via Designing Regenerative Cultures van Daniel Christian Wahl. Dit
boek nodigt uit om verder te denken dan duurzaamheid en moedigt aan om de juiste vragen te stellen in plaats van vluchtige antwoorden te zoeken. Het theoretisch denkkader sluit af met het boek Postcapitalist Countrysides – From Commoning to Community Wealth Building dat bestaat uit een verzameling van essays. Hierbinnen wordt de essay Unpacking the energy commons geschreven door Thomas Bauwens and Robert Wade (pagina 327 tot 351) bestudeerd. Deze essay beschrijft specifiek hoe energie als gemeengoed kan beschouwd worden.

Het praktisch denkkader vertrekt vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Deze worden toegelicht waarna er kenmerken voor coöperatieve en collectieve wijkwarmte worden gedefinieerd. Vervolgens worden verschillende relevante referentieprojecten onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën: enerzijds warmtenetten, waarbij warmte netwerken als model worden bekeken, en
anderzijds energiestations, waarbij specifiek naar gebouwen wordt gekeken die functioneren als opslagen distributiesysteem. Beide categorieën worden geanalyseerd op basis van de eerder gedefinieerde kenmerken van coöperatieve wijkwarmte.
Het derde deel omvat de ontwerpstudie, deze vertrekt eveneens vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Op stedelijke schaal wordt eerst de situatie in Genk onderzocht, waarna de focus verschuift naar de wijk Waterschei. In waterschei wordt een coöperatief en collectief warmtenet ontworpen dat werkt op basis van mijnwater. Het uitgangspunt is de herbestemming van het voormalige station tot
een energiestation met bijhorende botanische tuin. Beide functies worden inhoudelijk onderzocht en er wordt toegelicht hoe ze relevant kunnen zijn voor de gemeenschap.
Vanuit de hoofdfunctie van een energiestation wordt de technische werking uiteengezet, gevolgd door enkele basisberekeningen die nodig zijn om de dimensionering te bepalen, zoals de grootte van het warmteopslagtanks. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de noodzakelijke installaties. Voor de bijhorende botanische tuin wordt de typologie van botanische tuinarchitectuur onderzocht. Daarnaast bevat dit onderdeel een analyse van plantensoorten die bijdragen aan het binnenklimaat en de beleving van de ruimte versterken. Het architecturale ontwerp vertrekt vanuit het idee dat technische elementen integraal deel uitmaken van de beleefde ruimte. Aangezien het programma van een energiestation uitbreiding vraagt wordt het bestaande stationsgebouw als uitgangspunt genomen voor het verdere ontwerp. De herbestemming en uitbreiding van het gebouw worden benaderd vanuit een duurzaam perspectief. Het ontwerp baseert zich op drie samenhangende strategieën: ‘Trias Energetica’, ‘Trias Materia’ en ‘Trias
Aquatica’. Elk van deze strategieën wordt toegelicht wat betreft de betekenis en de doelstelling, waarna wordt verduidelijkt hoe ze concreet zijn toegepast in het ontwerp.

De conclusie bundelt de resultaten van het onderzoek en formuleert een mogelijke oplossing voor de oorspronkelijke onderzoeksvraag.
Meer lezen

De impact van digitalisering op zeevarend personeel

Antwerp Maritime Academy
2025
Wannes
De Witte
Deze masterscriptie onderzoekt hoe digitalisering de jobinhoud, het functioneren en het

welzijn van zeevarenden be ̈ınvloedt, met bijzondere aandacht voor fysieke, mentale, pro-
fessionele en sociale aspecten.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, werd een mixed-methodsbenadering

toegepast: acht semigestructureerde diepte-interviews met negen respondenten uit ver-
schillende sectoren, aangevuld met een enquˆete (n = 78) onder voornamelijk Belgische

respondenten in brugfuncties. Alle interviews zijn getranscribeerd en thematisch gea-
nalyseerd met deductieve en inductieve codering. Triangulatie werd nadien toegepast

tussen de kwalitatieve inzichten en de kwantitatieve resultaten. Dit leverde 34 empirische
bevindingen op die systematisch werden verbonden met de literatuur.

De resultaten tonen aan dat digitalisering in de maritieme sector de effici ̈entie en veilig-
heid verhoogt, maar ook werkdruk en mentale belasting veroorzaakt. Meer schermtijd

correleert met lichamelijke klachten en slaapverstoring. De taakfocus verschuift naar
systeemtoezicht, met risico op verminderd situationeel bewustzijn en achteruitgang van
vakmanschap.
Dit vraagt om een ge ̈ıntegreerde aanpak die digitale competenties versterkt, werkdruk
bewaakt en vakmanschap waarborgt. Aandacht voor ergonomie, gezond schermgebruik
en digitale meldingen moet structureel ingebed worden via gerichte training, duidelijke
afspraken tussen wal en schip en een gedeelde cyberveiligheidscultuur. Deze scriptie werkt
dit uit in aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.
Meer lezen

Long-term public transport accessibility in Flanders and the Brussels-Capital Region, 2016–2025

KU Leuven
2025
Jonas
Vanhoef
Deze masterscriptie richt zich op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 2016 en 2025. De studie maakt gebruik van een gravity-based model om de uitrol van het decreet basisbereikbaarheid van de Vlaamse overheid te evalueren. Dit decreet was erop gericht het openbaar vervoer van een aanbodgestuurd naar een vraaggestuurd model te brengen door middel van een resem aanpassingen aan de dienstregeling. Door de reistijden van en naar middelbare scholen en musea te berekenen kon de lokale en regionale bereikbaarheid afgeleid worden. Aangezien de bereikbaarheid berekend werd voor 2016, 2023, 2024 en 2025 kon het onderzoek de evolutie van de bereikbaarheid volgen over de verschillende fases van implementatie van het nieuwe beleid. Hieruit bleek dat de verbetering tijdens fase 2 in 2024 teniet werd gedaan door scherpe dalingen die samenvielen met fase 3 in 2025. Alles samengenomen was er tussen 2016 en 2025 een negatieve impact op de bereikbaarheid op lokaal niveau. Op regionaal niveau was er eerder een stabilisatie waarneembaar. Verder werd in de scriptie ook onderzocht of er verschillen waren in veranderingen van de bereikbaarheid tussen gebieden met een hoge en lage bevolkingsdichtheid. En tot slot werd er voor twee casestudies gekeken naar de invloed van specifieke wijzigingen in het openbaarvervoersnetwerk, zoals wijzigingen in de busfrequentie, haltelocaties, en reistijden.
Meer lezen

Radiografisch protocol bij de aan- en verkoop van paarden

Odisee Hogeschool
2025
Fien
Ditvoorts
Radiografische keuringen zijn een essentieel onderdeel bij de aankoop en verkoop van paarden, omdat ze helpen om orthopedische aandoeningen zoals osteochondrose, artrose en botcysten tijdig op te sporen. In België bestaat echter geen uniform radiografisch protocol, waardoor dierenartsen elk hun eigen aanpak hanteren. Dit leidt tot verschillen in beeldvorming, interpretatie en tot mogelijke misverstanden tussen koper en verkoper. Deze bachelorproef stelt een gestandaardiseerd radiografisch protocol voor dat gebaseerd is op literatuurstudie, buitenlandse richtlijnen (Nederland en Duitsland) en een bevraging van Belgische dierenartsen over hun werkwijze. Het protocol is bedoeld om meer uniformiteit, transparantie en betrouwbaarheid in veterinaire keuringen te waarborgen, met aandacht voor zowel diagnostische kwaliteit als stralingsveiligheid.
Meer lezen

Hoe kunnen klanten eenvoudig bouwmaterialen met een lage milieu-impact kiezen voor houten bijgebouwen?

HOGENT
2025
Peter
Vanduffel
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van Ostyn, een producent van houtskeletconstructies voor bijgebouwen, op een eenvoudige manier bewust kunnen kiezen voor duurzame bouwmaterialen op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Aangezien voor bijgebouwen geen normering bestaat rond milieu-impact, is er behoefte aan een eenvoudige methode die transparantie biedt met betrekking tot de duurzaamheid van materialen. Dit werk richt zich op het onderzoeken van een manier waarop Ostyn klanten kan ondersteunen in hun materiaalkeuzes.

De methodologie omvat een vergelijkende analyse van bestaande tools voor milieu-impactberekening, waaronder de Nederlandse Nationale Milieudatabase (NMD) en de Belgische tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials). Hierbij wordt gekeken naar hun toepasbaarheid voor Ostyn’s constructies, met aandacht voor de beschikbaarheid van data en de nauwkeurigheid van de resultaten.

Uit het onderzoek blijkt dat een vergelijking op productniveau binnen een element, zoals gevelbekleding en isolatie, relevanter is dan een analyse op constructieniveau vanwege de standaardisatie van veel onderdelen. Een belangrijke bevinding is dat de beperkte beschikbaarheid van productspecifieke data de betrouwbaarheid van de vergelijkingen beïnvloedt.

De conclusie luidt dat Ostyn met tools als TOTEM de mogelijkheid heeft om klanten te informeren over duurzame opties, mits er geïnvesteerd wordt in betere dataverzameling en heldere communicatie. Verdere ontwikkeling van databases en tools is essentieel om de keuze voor duurzame bouwmaterialen verder te reguleren en normaliseren.

Meer lezen

Geweld in pornografie: Percepties en attitudes van heteroseksuele mannen

KU Leuven
2025
Sien
Voets
In deze masterproef worden de percepties en attitudes van heteroseksuele mannen ten
aanzien van geweld in pornografie, en specifiek in titels van pornografische video’s,
bestudeerd. Om die doelstelling te bereiken zijn volgende twee hoofdonderzoeksvragen
opgesteld: ‘In welke mate beïnvloedt geweld in titels van pornografische video’s het
keuzeproces van heteroseksuele mannen?’ en ‘Welke variabelen hangen samen met een
voorkeur voor gewelddadige pornografie?’.
Om een antwoord te kunnen bieden op de vooropgestelde onderzoeksvragen werd een
kwantitatief onderzoek uitgevoerd waarbij Nederlandstalige heteroseksuele mannen tussen 18 en 60 jaar een online vragenlijst invulden. De finale steekproef bestaat uit 430 respondenten. In de vragenlijst werden concrete titels van pornografische video’s met uiteenlopende gradaties van geweld gepresenteerd aan de participanten. Bij elke titel dienden de participanten drie stellingen te beantwoorden om de geneigdheid om op de video te klikken, het begrip van de inhoud van de video, en de attitudes ten aanzien van de titel te onderzoeken.
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat heteroseksuele mannen gemiddeld een
voorkeur hebben voor pornografische titels die niet verwijzen naar geweld. Verder wijst het onderzoek uit dat de voorkeur van de participanten steeds uitgaat naar lichte vormen van geweld ten opzichte van zwaardere vormen. Daarnaast werden titels waarin een gebrek aan toestemming beschreven werd consistent negatiever beoordeeld dan titels die verwezen naar fysiek geweld. Ten slotte toont het onderzoek aan dat een voorkeur voor gewelddadige pornografie in verband gebracht kan worden met hostiliteit ten aanzien van vrouwen alsook met het ervaren van positieve effecten van eigen pornoconsumptie.
Meer lezen

Prototyping novel length measurement instruments

Universiteit Hasselt
2025
Stig
Konings
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie draagt de titel Prototyping Novel Length Measurement Instruments. Het doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een meetinstrument dat meer gericht is op de mens en gebruiksvriendelijker is, in deze scriptie is StoryStick++ ontstaan.
Meer lezen

Exploring the mechanobiology of Cancer Associated Fibroblasts

KU Leuven
2025
Giel
Vankevelaer
Fibroblasten zijn een diverse groep cellen die zorgen voor het onderhoud van de extracellulaire matrix (ECM). Ze kunnen inactief zijn (quiescente fibroblasten) of actief (myofibroblasten). De actieve myofibroblast, herkenbaar aan het eiwit α-smooth muscle actin (αSMA), speelt een belangrijke rol bij wondgenezing en fibrose. Een speciale subgroep hiervan zijn de kanker-geassocieerde fibroblasten (CAFs), die in de tumoromgeving bijdragen aan tumorgroei en uitzaaiing. Hun activatie wordt gestimuleerd door factoren zoals TGF-β en mechanische spanning vanuit de ECM, wat een terugkoppelingslus creëert: spanning activeert CAFs, en CAFs versterken op hun beurt de spanning door ECM-remodellering.
In deze studie werd de mechanobiologie van CAFs onderzocht met behulp van een FRET-gebaseerde vinculine-tensiesensor, die mechanische krachten in focale adhesies meet. Er werd vergeleken tussen onbehandelde CAFs en met TGF-β geactiveerde (myofibroblast-achtige) CAFs. De geactiveerde cellen vertoonden hogere mechanische spanning in vinculine en meer adhesiecomplexen per cel, wat wijst op grotere contractiliteit.
Daarnaast werd geprobeerd een fluorescente reporter te ontwikkelen om de differentiatie in levende cellen te volgen. De gebruikte ACTA2-promotor bleek echter onvoldoende actief, maar het concept biedt aanknopingspunten voor verdere optimalisatie.
Conclusie: TGF-β zorgt voor snelle en efficiënte differentiatie van CAFs naar een meer contractiel, myofibroblastachtig type met verhoogde mechanische spanning in vinculine. Dit benadrukt het belang van mechanotransductie bij CAF-activatie en hun interactie met de tumoromgeving.
Meer lezen

Decentralised Motion Planning for Holonomic Multi-Agent Systems Using a Hybrid ADMM-CBF Approach: Application to Industrial Magnetic Levitation Platforms

KU Leuven
2025
Bavo
Tistaert
  • Stan
    Servaes
Genomineerde shortlist mtech+prijs
De industrie vereist elke dag complexere processen en logistiek, wat heeft geleid tot de opkomst van multi-agent systemen. Hierbij werken meerdere robots, voertuigen of machines in dezelfde omgeving. Dit stimuleert de behoefte aan multi-agent bewegingsplanners die de bewegingen van deze agents op een efficiënte en veilige manier coördineren en plannen.

Daarom presenteert deze scriptie een nieuwe, op model predictieve controle (MPC) gebaseerde bewegingsplanner voor holonomische multi-agent systemen, door een gedecentraliseerde formulering van de alternating direction method of multipliers (ADMM) te combineren met een gecentraliseerde formulering van control barrier functions (CBF's). De methode is ontwikkeld met het oog op, maar niet beperkt tot, industriële magnetische levitatieplatforms zoals het Beckhoff XPlanar-systeem.

De klassieke gecentraliseerde MPC-benadering blijkt te schalen met ∼ O(N^2,96), waardoor de methode onuitvoerbaar wordt bij een toenemend aantal agents. Hoewel gedecentraliseerde ADMM de tijdcomplexiteit aanzienlijk vermindert, kan deze de veiligheid niet garanderen, d.w.z. er bestaat een risico op botsingen. Daarom wordt de methode aangevuld met een extra optimalisatieprobleem waarin CBF's zijn opgenomen. Het resultaat is een veilige methode die schaalt met ∼ O(N^1,82). Deze veiligheidsgarantie stelt ons in staat om het aantal ADMM-iteraties vast te leggen, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen prestaties en rekenkracht.

Om de realtimeprestaties verder te verbeteren, biedt dit werk een C++-implementatie van de hybride methode, die gebruikmaakt van de gedecentraliseerde ADMM-structuur door de code te parallelliseren. Dit vermindert de rekentijd voor 5 en 10 agents met respectievelijk 90,1% en 60,5%. De hybride methode wordt vervolgens kwalitatief en kwantitatief vergeleken met de gecentraliseerde MPC-methode. Ten slotte wordt een proof of concept gepresenteerd door de algoritmen te implementeren en te testen op het XPlanar-systeem.
Meer lezen

Probabilistic geotechnical calculations of dikes

Universiteit Gent
2025
Thibo
Verstrynge
Traditionele geotechnische ontwerpmethoden in België zijn in hoofdzaak gebaseerd op deterministische of semi-probabilistische benaderingen. Deze leiden vaak tot conservatieve schattingen die de inherente variabiliteit van het bodemgedrag slechts beperkt weerspiegelen. In deze thesis wordt de praktische toepassing van volledig probabilistische geotechnische berekeningen onderzocht, met specifieke aandacht voor het voorspellen van dijkzettingen.

Het onderzoek richt zich op het project voor dijkversterking te Groot Schoor (Bornem), dat deel uitmaakt van het bredere Vlaamse Sigmaplan voor waterveiligheid. Hierbij wordt uitgebreide veld- en laboratoriumdata geïntegreerd met geavanceerde probabilistische methoden.

Een omvattende methodologie wordt ontwikkeld, waarin PLAXIS 2D eindige-elementenmodellering wordt gecombineerd met Python-gebaseerde automatisering en probabilistische berekeningen. Via een sensitiviteitsanalyse worden de belangrijkste bodemparameters geïdentificeerd en gemodelleerd als stochastische variabelen, gebaseerd op kansverdelingen afgeleid uit CPT(u)-gegevens en laboratoriumproeven. Latin hypercube sampling wordt toegepast om representatieve inputsets te genereren, terwijl een response-surface model, getraind op een beperkt aantal PLAXIS-simulaties, een grootschalige probabilistische analyse mogelijk maakt. Bayesian updating, geïmplementeerd via de Markov Chain Monte Carlo-methode, verfijnt de probabilistische voorspellingen door de integratie van werkelijke zettingsmetingen uit de monitorcampagne.

De resultaten tonen aan dat probabilistische methoden niet alleen de variabiliteit en onzekerheid van zettingsgedrag accurater weergeven dan deterministische benaderingen, maar tevens waardevolle inzichten verschaffen in parametersensitiviteit en modelrobuustheid. Deze studie bevestigt de haalbaarheid en de voordelen van het structureel integreren van probabilistische technieken in geotechnisch ontwerp, wat de weg opent naar betrouwbaardere en kostenefficiëntere infrastructuurontwikkeling, evenals data-gestuurde besluitvorming.
Meer lezen

Development and Validation of a CFD Multiphase Model for Micro‐channels

Universiteit Hasselt
2025
Sven
Jaspers
Deze masterscriptie beschrijft de ontwikkeling en validatie van een Computational
Fluid Dynamics-model voor adiabatische en diabatisch twee-fasenstroming in een mi-
crokanaal, met focus op toepassingen in Microkanaal-Warmtewisselaars voor Small
Modular Reactors. De Euleriaans–Euleriaanse methode werd toegepast en meerdere
interfaciale krachten en warmteoverdrachtsmodellen werden getest op toepasbaarheid
binnen experimentele configuraties. Een modulaire strategie werd gevolgd, van een
adiabatisch basismodel (verticale kleine kanaal), tot een verfijnd adiabatisch model
(horizontaal microkanaal), naar een volledig kookmodel (verticaal microkanaal). De
eerste twee modellen toonden sterke overeenkomst met experimentele data voor vol-
umefracties, snelheidsprofielen, stromingsregimes en drukverliezen. Voor horizontale
stroming vormde het gebrek aan gedetailleerde data en geschikte submodellen echter
een beperking. De kooksimulaties voorspelden drukverliezen en wandoververhitting
correct, maar toonden gevoeligheid voor de stabiliteit van de vloeistoffilm aan de wand.
De modellen vormen een degelijke basis voor thermo-hydraulisch gedrag in annulair
regime, maar zijn beperkt bij extremere condities. Toekomstig werk moet zich richten
op horizontale data en robuustere krachtmodellen voor bredere stromingsregimes.
Meer lezen

Lesgeven in een andere taal CLIL in het Vlaams secundair onderwijs

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Lien
Fack
  • Anne
    Vermeulen
Onze bachelorproef “Lesgeven in een andere taal – CLIL in het Vlaams secundair onderwijs” onderzoekt hoe CLIL (Content and Language Integrated Learning) vandaag in Vlaanderen wordt toegepast en welke factoren bijdragen tot kwaliteitsvol meertalig onderwijs.

We combineerden literatuuronderzoek met veldwerk in drie secundaire scholen (Brugge, Ekeren en Zottegem). Via observaties van zeven CLIL-lessen, een interview met een CLIL-leerkracht en een analyse van 149 schoolwebsites brachten we de sterktes, knelpunten en kansen van CLIL in kaart.

De resultaten tonen dat leerkrachten de doeltaal (meestal Engels) consequent gebruiken en leerlingen actief betrekken bij vaktaalverwerving. Tegelijk blijft samenwerking tussen leerlingen beperkt en worden taal- en inhoudsdoelen zelden expliciet gekoppeld. Ook de zichtbaarheid van CLIL op schoolwebsites is vaak laag.

Op basis van deze bevindingen formuleerden we tien aanbevelingen om CLIL verder te versterken. Ze richten zich tot scholen, lerarenopleidingen en beleid, en leggen nadruk op structurele samenwerking, professionalisering en de integratie van thuistalen.

Ons onderzoek bevestigt dat CLIL niet enkel taalvaardigheid bevordert, maar ook inclusie, motivatie en toekomstgerichte competenties versterkt.
Meer lezen

Het zorgcontinuüm op scholen: theorie versus beleving

Universiteit Gent
2025
Faline
de Bronett
Inclusief onderwijs is in Vlaanderen uitgegroeid tot een beleidsprioriteit, waarbij het zorgcontinuüm een centraal kader biedt om zorg en inclusie op schoolniveau structureel vorm te geven. Deze kwalitatieve studie onderzoekt hoe onderwijsprofessionals de implementatie van het zorgcontinuüm beleven. Daarbij staan drie onderzoeksvragen centraal: (1) Hoe beleven onderwijsprofessionals de toepassing van het zorgcontinuüm in de praktijk? (2) Hoe definiëren zij zorgcontinuïteit? (3) Welke hefbomen en drempels nemen zij waar bij het waarborgen van deze continuïteit?

Via semigestructureerde interviews met vier respondenten uit drie reguliere secundaire scholen werd data verzameld en thematisch geanalyseerd. De bevindingen tonen aan dat alle respondenten zich bewust en geëngageerd inzetten voor een doordachte implementatie van het zorgcontinuüm, wat wijst op een groeiende bereidheid binnen deze scholen om inclusief onderwijs te versterken. Tegelijkertijd blijkt dat de betrokkenheid afneemt en de weerstand toeneemt naarmate men hoger in het zorgcontinuüm opereert.

Respondenten geven blijk van inzet op drie vormen van zorgcontinuïteit: informatiecontinuïteit, managementcontinuïteit en relationele continuïteit, hoewel de concrete invulling en ervaren uitdagingen sterk variëren. Tot slot brengt de analyse verschillende factoren aan het licht die als hefboom of als drempel fungeren, afhankelijk van de context: professionalisering, schoolinterne samenwerking en coördinatie, de rol van het leerlingenbegeleidingsteam, kenmerken van de leerlingenpopulatie, en samenwerking met externe partners. Tot slot worden structurele voorwaarden zoals tijd, ruimte, middelen en een gedeeld begrippenkader rond inclusie als cruciaal beschouwd voor een duurzaam zorgbeleid.
Meer lezen

Wearable Sensors for Indirect Assessment of Ground Reaction Forces and Moments in Human Movement Analysis

Vrije Universiteit Brussel
2025
Hanne
Willems
De grondreactiekracht en het grondreactiemoment zijn belangrijke variabelen om het blessurerisico tijdens het sporten in te schatten, maar konden tot nu toe enkel in gespecialiseerde laboratoria gemeten worden. In mijn scriptie ontwikkelde ik verschillende biomechanische modellen om de grondreactiekracht en het grondreactiemoment te berekenen op basis van draagbare sensoren die geïntegreerd werden in een loopbroek, zodat ze altijd en overal gemeten kunnen worden. Vervolgens werden de modellen zo accuraat mogelijk gemaakt, zowel met als zonder AI.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

High-Throughput CCSDS Baseband Modem with GPU Support for Satellite SDR Modem Application

KU Leuven
2025
Tijn
De Wever
Satellietcommunicatiesystemen hebben af te rekenen met verschillende vormen van interferentie en vereisen robuuste communicatiemethoden om betrouwbare dataoverdracht te kunnen garanderen. Dit leidt tot extra complexiteit bij zowel de zender als de ontvanger, die hiervoor vaak specifieke hardware nodig hebben om rekenintensieve bewerkingen uit te voeren. Software-defined radio (SDR) modems vormen een software-gebaseerde alternatief dat meer flexibiliteit biedt. Het nadeel is echter dat ze doorgaans minder goed presteren.

Deze thesis onderzoekt of een graphics processing unit (GPU) ingezet kan worden om een snellere dataverwerking toe te laten in een SDR-modem, met als doel de prestaties aanzienlijk te verbeteren. De focus ligt hierbij op een suppressed carrier demodulator, een veelgebruikte maar rekenintensieve stap binnen SDR-ontvangers.

Er werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de werking van de suppressed carrier demodulator, een belangrijke stap bij het optimaliseren ervan. Daarnaast werd de GPU-technologie bestudeerd, met aandacht voor architectuur, geheugenhiërarchie, programmeermodellen en de selectie van een geschikte GPU-kaart. SYCL werd gekozen als programmeermodel vanwege zijn flexibiliteit, platformonafhankelijkheid en ontwikkeld ecosysteem.

De bestaande demodulator werd geanalyseerd om knelpunten en kritische componenten in kaart te brengen. Op basis daarvan zijn twee parallellisatiestrategieën voorgesteld, elk met een verschillend niveau van parallelisme. Voor één van deze strategieën werd een proof of concept ontwikkeld, waarbij vier belangrijke componenten van de demodulator werden geparallelliseerd. Aan de hand van testbenches werden deze componenten afzonderlijk geëvalueerd. Hierbij werd het potentieel van GPU-parallellisatie duidelijk aangetoond, met snelheidsverbeteringen tot 12,5 keer onder de typische werkomstandigheden van de demodulator. Tijdens de integratie in de demodulator werd echter een onverwachte overhead vastgesteld, wat de prestaties negatief beïnvloedde. Door deze te compenseren werd de snelheidslimiet van 8 Msym/s op 11 Msym/s gebracht, wat overeenkomt met een versnelling van 37,5%.

Ondanks de beperkte prestatiewinst bij de integratie, toonden de afzonderlijke componenten aan dat door GPU-parallellisatie aanzienlijke datasnelheden behaald kunnen worden. De aparte componenten zijn momenteel al in staat tot deze hogere prestaties, maar worden beperkt door de architectuur van de demodulator. Deze studie vormt daarmee een stevige basis voor verdere ontwikkeling, waarbij het upgraden van dit proof of concept naar de tweede parallellisatiestrategie aanbevolen wordt om het volledig potentieel van de GPU te benutten.
Meer lezen

Decoding Salamander Survival: A Skin Gene Expression Analysis as a Window into Chytridiomycosis Dynamics

Universiteit Gent
2025
Lars
Westerlinck
Genomineerde shortlist Eosprijs
Door de toenemende dreiging van de schimmel Bsal voor Europese salamanders is er een grote nood aan meer informatie over wat er precies gebeurt tijdens het verloop van de ziekte. Dit onderzoek is een van de eerste dat zich richt op het ontdekken van genen die hierbij een rol spelen. Hiervoor werd een experimenteel besmette groep en een controlegroep van salamanders gebruikt, die op verschillende manieren statistisch werden vergeleken. Zo vonden we dat bepaalde immuungenen worden geactiveerd wanneer een salamander in aanraking komt met Bsal. Dit is een eerste indicatie dat salamanders een poging doen zichzelf te verdedigen wanneer ze in aanraking komen met de schimmel.
Meer lezen

Credibility analysis of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue

KU Leuven
2025
Hannes
Wolfs
This thesis evaluates the credibility of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue. Understanding the link between arterial microstructure and mechanical function is essential for defining cardiovascular diseases like atherosclerosis and aneurysms. Representative volume element (RVE) models are increasingly used to explore this link by efficiently connecting microstructure to mechanics. However, many existing RVEs lack experimental calibration using tissue with selectively modified constituents, systematic validation across loading conditions, and biofidelic microstructural networks. Furthermore, there is limited understanding of how uncertainties in input parameters affect model predictions. Therefore, this study aims to assess and improve the credibility of an RVE model by addressing these gaps through detailed characterisation. The model is evaluated against experimental data from both native and enzymatically-treated tissue, and parameter sensitivity analyses are conducted.

To achieve this, uniaxial tensile tests were performed on native porcine aortic samples. Crucially, to isolate the mechanical roles of key constituents, samples were treated with the enzymes collagenase or elastase to deplete collagen or elastin, respectively. The resulting data calibrated and validated the RVE model, focusing on the collagen and elastin networks and the model’s anisotropic predictive capacity. Subsequently, a surrogate model based on an artificial neural network emulated the RVE’s mechanical response, enabling efficient Sobol' sensitivity analysis of six key microstructural, mechanical, and model parameters.

Enzymatic depletion confirmed distinct constituent roles: collagen-deficient tissue exhibited a linearised response with slight stiffening at high strains, whereas elastase-digested samples demonstrated increased compliance but lost structural integrity. RVE model validation emphasised the importance of accurately representing the anisotropic architecture. Furthermore, the sensitivity analysis revealed that uncertainties in six key input parameters substantially influence RVE output variance, with elastin properties predominantly governing low-strain behaviour and collagen-related parameters dictating high-strain responses.

The calibrated and validated microstructurally-informed RVE model can reliably predict aortic mechanics if tissue anisotropy is adequately accounted for. The sensitivity analysis provided crucial insights into which parameters most significantly impact model output variance. This will guide future efforts in model refinement and highlight parameters that require precise experimental characterisation to reduce predictive uncertainty. Furthermore, it will strengthen the RVE's potential as a credible tool in arterial biomechanics research by establishing a more robust, uncertainty-aware modelling framework.
Meer lezen

AI jury-assistent voor het herkennen van rope skipping skills in videos

HOGENT
2025
Mike
De Decker
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Door de evolutie van de sport is het jureren van ropeskipping freestyles op hoog niveau moeilijk geworden. Zowel het aantal skills in de routine, alsook de snelheid waarmee ze worden uitgevoerd neemt toe. Dit is vooral te merken in Double Dutch freestyles. Daarom worden deze routines zowel live (creativiteit, variatie, muziekgebruik) als vertraagd (moeilijkheidsgraad) gejureerd.
Ondanks het feit dat freestyles op halve snelheid worden herbekeken en hierdoor jureerfouten worden vermeden, merkt men dat er nog enig verschil zit op scores toegekend door juryleden. Door de toegenomen toegankelijkheid van kunstmatige intelligentie, voornamelijk neurale netwerken, werd de vraag gesteld of een AI juryassistent ontwikkeld kan worden die helpt een betere en objectievere score zou opleveren.
Dit onderzoek verkent de mogelijkheid tot het bouwen van zo een juryassistent, de benodigde technieken en uitdagingen. De huidige vorm van de juryassistent bestaat uit drie hoofdzakelijke delen. Het eerste deel gaat over het lokaliseren van springers in de opnames. Niet alle videos zoomen in op de springer of zijn net eerder statische opname. Dit deel is noodzakelijk om computationele overhead te beperken, daar springers soms minder dan een vijfde van het beeld in beslag nemen.
De tweede groote stap is het splitsen van volledige routines in elke uitgevoerde skill. Dit wordt gedaan aangezien het onbegonnen werk zou zijn op om dit manueel te doen.
Het derde deel omvat het herkennen van de gesprongen skill. Voor Double Dutch Freestyles betekent dit een combinatie van uitvoering door draaiers en springers.
Door louter presentatieskills of moeilijk zichtbare skills te makeren als 'unknown' (e.g. wanneer een draaier tussen de springer en camera staat), wordt er verwacht dat het model aangeeft wanneer het niet zeker is.
Voor het lokaliseren slaagde YOLOv11 er in om een mAP50 te behalen tussen de 93-95\%, waarbij het succesvol publiek filterde van atleten, mits kleine foutjes. Hierdoor het Multiscale Vision Transformer model skills ingezoomde crops gebruiken om acties van elkaar te onderscheiden. Deze konden vervolgens herkend herkend worden hetzelfde MViT model of een doormiddel van een Swin Transformer. Het gemiddelde f1 macro gemiddelde van deze modellen lagen tussen de 49 en de 53 procent, door de lage representatie van minder vaak voorkomende skills. Immers lag de totale accuraatheid hoger, tussen de 89 en de 94 procent.
Dit zorgde ervoor dat juryscores door het model konden toegewezen, deze lagen -28 tot -20 procent onder de score toegekend door juryleden.
Verdere onderzoek is nodig om de accuraatheid van de architectuur te verhogen.
Meer lezen

De toetsingsintensiteit van de Raad van State bij beperkingen op fundamentele rechten en vrijheden

Universiteit Gent
2025
Tristan
Deleersnyder
Deze masterscriptie onderzoekt de mate van toetsingsintensiteit van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak wanneer beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden aan de orde zijn. De centrale onderzoeksvraag werd opgesplitst in drie deelvragen: (i) wat is de variërende toetsingsintensiteit van de Raad van State (ii) welke factoren verklaren een terughoudende toets, en (iii) welke omstandigheden leiden tot een meer indringende toetsing. Er werden 109 arresten geanalyseerd die in de voorbije tien jaar zijn uitgesproken. Daarbij werd zowel de structurele als de epistemologische toetsingsintensiteit onderzocht, met andere woorden: enerzijds welke
voorwaarden worden gesteld aan beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden, en anderzijds in welke mate de Raad deze voorwaarden inhoudelijk toetst.
Uit de analyse blijkt dat de Raad van State zich ook in zaken omtrent fundamentele rechten en vrijheden doorgaans terughoudend opstelt. De proportionaliteitstoets wordt meestal ingevuld via het gebruikelijke redelijkheidsbeginsel. In tien arresten paste de Raad enkel de ‘kennelijk-niet onevenredigheidscontrole’ toe, al werd in uitzonderlijke gevallen ook een striktere toets gehanteerd.
Meer lezen

Wat als jouw diagnose afhangt van een bruine kleur onder de microscoop?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Alyssia
Lespes
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Immunohistochemie (IHC) is een essentiële techniek in de pathologie voor het detecteren van specifieke eiwitten in weefselmonsters. Dit onderzoek richt zich op de optimalisatie en validatie van de antilichamen humaan herpesvirus 8 (HHV8) en BRCA1-geassocieerd eiwit-1 (BAP1) op het geautomatiseerde Dako Omnis-systeem (Agilent Technologies), met als doel een betrouwbaar IHC-protocol te ontwikkelen voor diagnostisch gebruik. HHV8, een oncogeen virus geassocieerd met Kaposi’s sarcoom, en BAP1, een tumorsuppressoreiwit, spelen een belangrijke rol in de diagnostiek van
diverse maligniteiten. Het onderzoek omvat de analyse van 20 weefselstalen per antilichaam, verdeeld over positieve en negatieve stalen, en maakt gebruik van horseradish peroxidase (HRP) en diaminobenzidine (DAB) als detectiesystemen. De validatiecriteria omvatten de beoordeling van de juistheid, waarbij pathologen automatisch zowel de sensitiviteit als de specificiteit van de kleuringen evalueren.
De resultaten tonen aan dat de optimalisatie van het HHV8-protocol met een aangepaste incubatietijd resulteert in een betrouwbare kleuring van positieve controlemonsters. Evenzo werd het BAP1-protocol gevalideerd met succes, waarbij positieve expressie in epitheliale cellen werd waargenomen. De validatie van zowel HHV8 als BAP1 voldeed aan de gestelde aanvaardbaarheidscriteria, waardoor de toepasbaarheid van de IHC-kleuringen voor diagnostische doeleinden wordt bevestigd. Dit onderzoek levert een robuust en reproduceerbaar protocol voor beide antilichamen op het Dako Omnis-systeem, wat bijdraagt aan de verbetering van de diagnostische nauwkeurigheid in de pathologie. Daarnaast draagt dit protocol specifiek bij aan de optimalisatie van de diagnostische processen binnen het labo anatomo-pathologie in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL).
Meer lezen

Hunting the internal magnetic field of the β Cep HD 192575

KU Leuven
2025
Jelle
Vandersnickt
Sterren zijn er van alle formaten: van kleine, lichte sterren zoals onze Zon tot sterren tientallen of zelfs honderdtallen keer zwaarder. Zware sterren spelen een belangrijke rol in het universum. Ze produceren namelijk alle elementen van helium tot ijzer. Na hun relatief korte levensduur van ongeveer 10 miljoen jaar sterven ze in een indrukwekkende supernova. Ze laten dan een neutronenster of zwart gat achter: mysterieuze objecten die zwaartekrachtgolven kunnen voortbrengen. Het bestuderen van zware sterren is dus relevant voor vele aspecten van de astrofysica.

Asteroseismologie bestudeert de opbouw van sterren door het meten van sterbevingen. Net zoals aardbevingen een verhaal vertellen over de binnenkant van de Aarde, geven sterbevingen informatie over de structuur van sterren. Ondanks de belangrijke rol die zware sterren spelen, zijn er nog maar enkelen in detail bestudeerd aan de hand van asteroseismologie.

Deze thesis rapporteert over de eerste gedetailleerde asteroseismische studie van een zware ster die rekening houdt met een intern magnetisch veld. De zware ster in kwestie, HD192575, vertoont een patroon in zijn sterbevingen dat nog niet volledig begrepen was. Deze thesis onderzoekt of dit afwijkend patroon een gevolg kan zijn van een intern magnetisch veld in de ster. Vertrekkende van bestaande modellen van HD192575 modelleren we de effecten van rotatie en magnetisme op de sterbevingen en zoeken we de best passende modellen.

We vonden dat het patroon in de sterbevingen best verklaard kan worden door de combinatie van rotatie en een magnetisch veld. Wat opvalt is dat de ster draait rond een andere as dan de magnetische as tussen de noord- en zuidpool van het magnetische veld. De bekomen rotatiesnelheid van de ster sluit nauw aan bij vorige resultaten en de waarden van het magnetische veld zijn in lijn met verwachtingen uit de theorie. Dit werk presenteert de eerste asteroseismische modellering ooit van een zware ster met zowel rotatie als een intern magnetisch veld. De resultaten zijn een eerste stap naar breder onderzoek over magnetische velden in zware sterren. Dit zal tot nieuwe inzichten leiden in de evolutie en rotatie van zware sterren.
Meer lezen

Modelling Glacier Thickness and Evolution with Machine Learning: Evaluating the Instructed Glacier Model (IGM) on the Batysh-Sook Glacier through Inverse and Forward Modelling

KU Leuven
2025
Robbe
Buls
De afvoer van smeltwater uit de gletsjers van het Tien Shan-gebergte in Kirgizië is van cruciaal belang voor de samenleving en economie in de stroomafwaarts gelegen vlaktes. In het droge Centraal-Azië is de landbouw sterk afhankelijk van irrigatie met dit water. De gletsjers functioneren als watertorens: ze herverdelen de schaarse neerslag over de seizoenen, wat grootschalige landbouw mogelijk maakt. Door klimaatverandering trekken de gletsjers zich echter snel terug, waardoor de inwoners van de vlaktes hun belangrijkste inkomensbron dreigen te verliezen.

Het doel van deze thesis is het evalueren van het Instructed Glacier Model (IGM). Dit
model gebruikt een neuraal netwerk als emulator om ijsstroming te beschrijven, wat computationele voordelen oplevert en het mogelijk maakt het model zowel invers (interpoleren van ijsdiktemetingen) als voorwaarts (voorspellen van gletsjerevolutie onder klimaatscenario’s) te gebruiken. De prestaties worden vergeleken met klassieke ruimtelijke interpolatiemethoden, zoals de vloeispanningsmethode, en met een hoger-ordemodel dat de gletsjerevolutie simuleert.

De evaluatie vindt plaats op de Batysh-Sook-gletsjer in de Tien Shan. De resultaten tonen dat het ge¨ınverteerde IGM consistente, nauwkeurige en gladde ijsdiktevelden genereert. Vooral in schaars bemonsterde zones presteert het model beter dan de
conventionele vloeispanningsmethode. Voor de gletsjerevolutie laten zowel IGM als het hoger-ordemodel zien dat de Batysh-Sook-gletsjer gevoeliger is voor opwarming dan veel omliggende gletsjers, waarschijnlijk door haar kleine huidige omvang. IGM volgt de trends van het hoger-ordemodel goed, al simuleert het in de historische periode iets minder smelt, waardoor het gletsjervolume groter blijft.

Deze bevindingen tonen aan dat IGM een veelbelovend instrument is voor zowel ijsdikteinterpolatie als projectie, vooral in gebieden met beperkte veldmetingen. Betere modellering van gletsjers zoals de Batysh-Sook kan leiden tot nauwkeurigere voorspellingen van toekomstige waterbeschikbaarheid, wat van groot belang is voor wetenschappelijk onderzoek en voor duurzaam waterbeheer in Centraal-Azië.
Meer lezen

Analysing Spectral Composition: Bridging Sound Morphology and Compositional Intent in Ellen Jacobs' And In Between, there is ... (2024)

Universiteit Gent
2025
Margot
Meire
De analyse van niet-tonale, spectrale composities wordt bemoeilijkt door het ontbreken van kaders die zowel meetbare spectrale kenmerken als compositorische intenties integreren. Deze masterproef introduceert een systematische methode voor het analyseren van spectrale muziek, met Ellen Jacobs’ And In Between, There Is… (2024) als casestudy. Door partituuranalyse, spectrale visualisatie en typificatie van spectrale flux en tijd te combineren, laat de studie zien hoe spectrale gegevens kunnen functioneren als structurele markeringen buiten traditionele tonale paradigma’s. Jacobs bouwt spanning op via dynamische transformaties van boventonen, instrumentale technieken en tijdsafhankelijke energiefluctuaties, waardoor een gelaagde, evoluerende sonische structuur ontstaat. Het onderzoek biedt een geïntegreerd model dat objectieve spectrale data en creatieve intenties verbindt, en breidt zo de analytische mogelijkheden van hedendaagse spectrale muziek uit.
Meer lezen

Onderzoek en implementatie van een C-as op een draaibank met een Sinumerik NC-controller

Hogeschool VIVES
2025
Ruben
Mees
Deze bachelorproef, uitgevoerd bij Cadcamatic, had als doel te onderzoeken hoe een bestaande XZ-CNC-draaibank met aangedreven gereedschap uitgebreid kon worden om complexe bewerkingen uit te voeren op het kopvlak van de as. Eerst werd een grondige voorstudie uitgevoerd naar de bestaande machineconfiguratie en naar de manier waarop de werkstukken vervaardigd konden worden. Vervolgens werd onderzocht welke aanpassingen aan de machine nodig waren. Uit deze analyse bleek dat twee zaken gewijzigd moesten worden: er moest een C-as toegevoegd worden – waarbij de hoofdspil (klauwplaat met werkstuk) als gecontroleerde rotatieas werd ingezet – en er was een besturingssysteem nodig dat interpolatie tussen twee assen ondersteunde.

Omdat het vlak waarin geïnterpoleerd moest worden (het XC-vlak) bestond uit een lineaire en een rotatieas, was een transformatie vereist. Er werd een diepgaande vergelijking gemaakt tussen een Siemens T-CPU en een Sinumerik-NC-besturing, waarbij werd onderzocht hoe deze transformatie gerealiseerd kon worden. Al snel bleek dat de Sinumerik-besturing dit op een eenvoudige manier ondersteunde. Toch werd ook nagegaan of dit met een T-CPU mogelijk was. Op basis van deze studie werd gekozen om verder te werken met de Sinumerik-besturing.

Er werd een testopstelling ontworpen om het concept te evalueren. Het mechanisch ontwerp werd uitgewerkt door een ontwerper van Cadcamatic. Er werd materiaal verzameld, geschikte componenten geselecteerd en de nodige berekeningen uitgevoerd om de correcte werking van de opstelling te controleren. Siemens stelde een Sinumerik One-besturing en een licentie voor de Create My Virtual Machine (CMVM)-software ter beschikking.

Terwijl het mechanisch gedeelte van de testopstelling in productie was, werd een virtuele machine van de bestaande draaibank geconfigureerd. Deze virtuele machine maakte het mogelijk om een deel van de inbedrijfname vooraf uit te voeren en het gedrag van de machine realistisch te simuleren. Nadien werd ook van het prototype van de testopstelling een virtuele versie ontwikkeld. Na de montage van de testopstelling werd het tweede deel van de inbedrijfname uitgevoerd en werden de werkstukken succesvol vervaardigd, zoals verwacht.
Meer lezen

Constructing Tales of Future Belgian Heatwaves Using Ensemble-Mining Strategies

Universiteit Gent
2025
Niels
Carlier
Hitte-extremen zijn moeilijk te onderzoeken door hun zeldzaamheid. Hoewel observaties en klimaatsimulaties essentiële inzichten bieden in toekomstige klimaatextremen, resoneren ruwe statistieken alleen vaak niet met het bredere publiek.

Storylines of Tales of Future Weather kunnen de kloof overbruggen tussen abstracte wetenschap en door mensen beleefde extreme weersomstandigheden, waardoor klimaatverandering tastbaar, herkenbaar en concreet wordt. Een storyline is een zelf-consistente beschrijving van een plausibel klimaatextreem - zoals een hittegolf - in een gegeven klimaat, gebaseerd grondige data-analyse, statistiek en impactmodellen. Zulke wetenschappelijk onderbouwde narratieven werpen licht op vragen als: "Hoe erg zouden de 2024 Balkanhittegolven geweest zijn in een warmer klimaat?" of "Waren ze mogelijk in een pre-industrieel klimaat?" Dergelijke informatie kan belangrijk zijn voor stakeholders en onze samenleving, maar het is niet a priori duidelijk wat de karakteristieken zijn van plausibele extremen in een gegeven, toekomstig klimaat. In mijn thesis introduceer ik een efficiënte methodologie om hittegolven te karakteriseren in een toekomstig Belgisch klimaat, die gebruik maakt van zowel geobserveerde temperatuursreeksen als gesimuleerde klimaatprojecties. Deze techniek kreeg de naam Global Warming Scaling of kortweg GWS.

In GWS wordt een observationele temperatuursreeks geschaald naar een toekomstig klimaat, bijvoorbeeld een opwarming van 2°C boven pre-industriële gemiddelden. In deze getransformeerde reeks zoeken we naar de recordwaarden voor bepaalde jaarlijkse klimaatindices die volgens ons jaren van extreme hitte aanduiden. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse piektemperatuur. Deze geschaalde recordwaarden worden vervolgens gezien als drempelwaarden die in het toekomstige klimaat overschreden moeten worden vooraleer we van een extreem jaar spreken.

Deze GWS drempelwaarden kunnen gebruikt worden in een zogenaamde data-miningprocedure, waar we in een groot ensemble van gesimuleerde klimaatvoorspellingen dergelijke jaren van extreme hitte gaan identificeren. Eens we zo’n event gevonden hebben, beschikken we over een set meteorologische velden die volgens onze methode geloofwaardig zijn voor een bovengemiddeld warm jaar in het bestudeerde toekomstige klimaat.

We kunnen deze meteorologische data met andere woorden gebruiken als input voor impactmodellen. Dit zijn wiskundige modellen die de impact van extreme temperatuur op de samenleving inschatten. Ik modelleerde in mijn thesis onder andere het aantal werkdagen dat verloren zou gaan door een toename in hittestress, stijgingen in riviertemperaturen, bosbrandgevaar onder aanhoudende droogte, potentiële toename van invasieve insectensoorten en meer. De resultaten van soortgelijke impactstudies kunnen gebruikt worden als referentiemateriaal in het construeren van een storyline met betrekking tot extreme hitte. Op die manier kunnen stakeholders aan de hand van zulke verhaallijnen de zwakke plekken in hun respectievelijke sectoren blootleggen, en kunnen beleidsmakers een beeld vormen van waarop ze zich moeten voorbereiden.
Meer lezen

Een innovatieve leerervaring in het zorgonderwijs - Escape room: Maurice De Groots laatste uur

Odisee Hogeschool
2025
Eline
Massart
  • Evelien
    Maes
In mijn praktijkonderzoek heb ik onderzocht hoe gamification, via een escape room, het leren kan stimuleren en het effect heeft op het kennisbehoud van leerlingen. Tijdens de activiteit hebben leerlingen opdrachten uitgevoerd die waren gebaseerd op theoretische kennis, waarna hun betrokkenheid, motivatie en kennisbehoud werden gemeten. De resultaten laten zien dat gamification niet alleen het leren leuker maakt en de betrokkenheid vergroot, maar ook een positief effect heeft op het onthouden en toepassen van de theoretische kennis.
Meer lezen

Optimalisatie en automatisatie van het gebruik van puntenwolken in de bouwsector: vergelijkingssoftware, objectherkenning en volumeberekeningen voor BIM-processen

Hogeschool PXL
2025
Jordi
Thys
In mijn bachelorproef onderzocht ik hoe puntenwolken efficiënter kunnen worden ingezet in de bouwsector. Deze technologie levert uiterst nauwkeurige gegevens op, maar de bestanden zijn groot en zonder gespecialiseerde software moeilijk te gebruiken.

Het onderzoek bestond uit drie pijlers. Ten eerste werd nagegaan hoe puntenwolken automatisch kunnen worden vergeleken met digitale bouwmodellen om afwijkingen vroegtijdig te detecteren. Ten tweede onderzocht ik hoe objecten zoals muren, vloeren en leidingen automatisch herkend en verwerkt kunnen worden. Ten derde werkte ik een methode uit om betrouwbare volumeberekeningen te maken op basis van puntenwolkdata.

Na een grondige vergelijking van twaalf softwarepakketten bleek Leica Cyclone 3DR het meest geschikt om deze drie toepassingen te combineren. Ik automatiseerde de workflow met een zelfgeschreven script en maakte instructievideo’s zodat collega’s de software zelfstandig konden aanleren.
Meer lezen

Survival of the fit-agreements: Wat houdt handels- en integratieakkoorden levendig?

Universiteit Gent
2025
Vittorio
Poppe
Mijn masterproef, ‘Survival of the Fit-Agreements’, vertrekt van een actuele vraag: waarom bloeien sommige internationale handelsorganisaties, terwijl vele andere verworden tot ‘zombies’ die enkel op papier bestaan en weinig tot geen resultaten boeken?

De kern van mijn onderzoek is een nieuwe, veel robuustere methode om hun vitaliteit te meten. In plaats van te kijken naar formele criteria of een basisgraviteitsmodel toe te passen, meet ik hun daadwerkelijke handelsprestaties met een state-of-the-art economisch model. De cruciale stap is een counterfactual-analyse: ik vergelijk de reële handel met wat je zou verwachten zónder het akkoord. Dit geeft een veel eerlijker beeld van hun toegevoegde waarde.

Dit leidt tot twee hoofdontdekkingen. Ten eerste is het beeld van een institutioneel kerkhof overdreven: veel minder organisaties zijn disfunctioneel dan gedacht. Ten tweede leg ik een concreet recept bloot voor succes. Het gaat niet om het aantal leden, maar om de interne dynamiek: de aanwezigheid van een grootmacht als ‘anker-staat’, gedeelde democratische waarden, culturele homogeniteit en een evenwichtige machtsbalans zijn cruciaal. Een verrassende bevinding is dat akkoorden tussen hoogontwikkelde landen vaak een ‘plafondeffect’ bereiken en minder extra handel genereren.

In essentie biedt mijn scriptie een empirisch onderbouwde handleiding voor beleidsmakers. Het toont aan dat het succes van internationale samenwerking geen noodlot is, maar het resultaat van doordachte keuzes in het ontwerp en beheer van deze vitale instituties.
Meer lezen

Deselectie counteren: onderzoek naar arbeidsoriëntatie van gedeselecteerde RSCA-jeugdvoetballers

Vrije Universiteit Brussel
2025
Junior Nziza
Nzabonimpa
Deze masterproef onderzoekt deselectie binnen de jeugdacademie van voetbalclub RSC Anderlecht. Enerzijds onderzoekt het hoe deselectie (lees: weggestuurd worden of zelf de club verlaten) ervaren wordt door jeugdspelers van Anderlecht. Anderzijds onderzoekt het hoe RSCA hierop inspeelt of anticipeert via initiatieven zoals het Purple Talents-programma.
Meer lezen