Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

MEVROUW KONIJN, MENEER KONIJN OF GEWOON KONIJN? EEN ONDERZOEK NAAR GENDER EN GENDERSTEREOTYPERING BIJ DIERLIJKE PERSONAGES IN KINDERBOEKEN

Universiteit Gent
2025
Linde
Wille
In dit onderzoek wordt een corpus van 54 oorspronkelijk Nederlandstalige kinderboeken met uitsluitend dierlijke personages geanalyseerd. In een eerste fase wordt nagegaan wat de verhoudingen tussen verschillende genderidentiteiten zijn , welke talige en visuele strategieën worden ingezet om personages als vrouwelijk of mannelijk voor te stellen en welke strategieën worden aangewend om personages neutraal voor te stellen. In het tweede deel wordt onderzocht in hoeverre er een correlatie bestaat tussen het grammaticale geslacht van het dier en het gender dat aan het dierlijke personage wordt toegekend in het verhaal. Daarnaast wordt nagegaan welke genderstereotypen voorkomen in zowel de tekstuele als visuele componenten van de boeken en of er ook voorbeelden zijn die deze stereotypen doorbreken. Ten slotte wordt onderzocht of het gender van de auteur een invloed uitoefent op het gender van het hoofdpersonage en de personages in het algemeen. Uit de analyse blijkt dat mannelijke personages duidelijk domineren binnen het corpus en dat expliciet non-binaire identiteiten volledig afwezig zijn. Gender wordt voornamelijk via talige middelen geconstrueerd, met illustraties als ondersteunende factor. Neutrale personages blijven doorgaans neutraal door het vermijden van voornaamwoorden en genderspecifieke namen. Er is een gedeeltelijke correlatie tussen het grammaticale geslacht van het dier en het toegewezen gender, al is deze correlatie niet absoluut. Genderstereotypen blijken ook in boeken met uitsluitend dierlijke personages aanwezig, zij het in beperktere mate. Het gender van de auteur lijkt voornamelijk invloed te hebben bij mannelijke auteurs: zij schrijven vaker over mannelijke hoofdpersonages. Bij vrouwelijke auteurs blijft een mannelijke dominantie aanwezig, ondanks hun eigen genderidentiteit. Het doel van dit onderzoek is om leerkrachten, ouders, onderwijsprofessionals, auteurs, illustratoren en uitgeverijen bewust te maken van deze bevindingen zodat zij deze kunnen meenemen in toekomstige keuzes en representaties binnen de kinderliteratuur.
Meer lezen

Van pen tot prompt: academisch schrijven met ChatGPT

KU Leuven
2024
Lotte
Uyttenbroeck
Schrijven is een cognitieve vaardigheid die niet alleen een diepgaand begrip van taal en grammatica vraagt maar ook het vermogen om ideeën helder over te brengen. Binnen de cognitieve en ontwikkelingspsychologie bestuderen wetenschappers al decennialang schrijfmodellen om dat proces te schetsen (Flower & Hayes 1980; Bereiter & Scardamalia 1987; Engeström 1987; Zimmerman & Risemberg 1997). Technologische innovaties veranderen de aard van het schrijfproces echter en zorgen voor conceptuele verschuivingen (Cummings 2023). Binnen de academische gemeenschap neemt schrijfvaardigheid een essentiële plaats in aangezien veel kennis schriftelijk geëvalueerd en gepresenteerd wordt. Er is bijgevolg ook een specifiek academisch register met eigen stijlkenmerken (Van Kalsbeek & Kuiken 2014). Ondanks het belang van deze vaardigheid, signaleren onderzoeken dat die daalt bij studenten (Berckmoes & Rombout 2009; De Bakker et al 2015). Het is daarom essentieel om te onderzoeken welke digitale ondersteuningsmechanismen beschikbaar zijn voor studenten (Allen et al. 2016; Strobl 2019) en welke rol generatieve artificiële intelligentie (GenAI) daarin kan spelen sinds november 2022 (Su et al. 2023). De onderzoeksvragen luiden dan ook “In welke mate en voor welke doeleinden schakelen (on)ervaren academische schrijvers GenAI in voor academische schrijfopdrachten?” en “Wat is de houding van (on)ervaren academische schrijvers ten opzichte van GenAI?”

Om een antwoord te bieden op die onderzoeksvragen, heeft deze masterproef kwantitatief en kwalitatief onderzoek gecombineerd. Een online enquête met stellingen in matrixtabellen (studie A) wordt verdiept aan de hand van schrijfopdrachten waarbij 11 studenten ChatGPT gebruiken en in real time geobserveerd worden met think aloud protocols (studie B). De enquête, afgenomen bij 258 studenten sociale wetenschappen of letteren aan de KU Leuven, toont dat de grote meerderheid vooral bekend is met ChatGPT en ongeveer 60% het inzet voor academische schrijfopdrachten. Ze geven aan het vooral te gebruiken tijdens de pre-writing en writing-fasen om concepten uit te leggen, te brainstormen en teksten te verrijken. Ze vinden het een handig hulpmiddel maar zijn ook sceptisch over de betrouwbaarheid en academische integriteit van de gegenereerde inhoud. Ervaren schrijvers (n = 188) rapporteren een frequenter gebruik dan onervaren schrijvers (n = 60) voor alle doeleinden behalve het zoeken van bronnen en staan positiever ingesteld tenzij over het leerverlies en de duidelijkheid van de richtlijnen. Studie B laat zien dat studenten ook synoniemen opzoeken en hele teksten door GenAI laten genereren om die vervolgens te reviseren, waarbij gedrag sterk varieert per individu en geen link met de academische ervaring lijkt te vertonen. Ze gebruiken GenAI als aanvulling in een arsenaal van hulpmiddelen en de resultaten tonen aan dat de gangbare theoretische schrijfmodellen herzien moeten worden. Ook valt op dat sterke schrijfvaardigheden essentieel blijven bij het beoordelen van de output en sommige deelnemers hier voldoening uithalen en verkiezen alles zelf te schrijven. Uit studie B blijkt dat het formuleren van prompts een vaardigheid op zich is die tekortkomingen vertoont. Het hoger onderwijs moet zich zeker ook richten op het aanleren van prompt engineering en een betere kadering bieden van toegestaan gebruik van GenAI in schrijfopdrachten
Meer lezen

I’ll be okay, just not today. Schrijven bij jongvolwassenen in een rouwverwerkingsproces

Hogeschool West-Vlaanderen
2018
Clara
Pollentier
In dit onderzoek wordt gekeken hoe we jongeren, tussen de 16-25 jaar in Vlaanderen, kunnen ondersteunen in hun rouwverwerkingsproces door middel van schrijven met pen en papier. Via deskresearch werd een rouwschrift opgesteld waarin jongeren hun gevoelens en gedachten, rond het overlijden van een dierbare, kunnen neerschrijven. Vanuit dit schrijven krijgen ze handvatten aangereikt om met dit overlijden om te gaan en leren ze een aantal coping mechanismen.
Meer lezen

Historisch-kritische deeleditie van Grillige Kathleen (1966) - René Gysen

Universiteit Gent
2015
Ineke
Hugelier
De tekstgenese van Grillige Kathleen (1966) – René GysenDe Vlaamse schrijver René Gysen (1927-1969) publiceert drie jaar voor zijn overlijden een laatste boek met als titel Grillige Kathleen. Hoewel Gysen en Grillige Kathleen eind jaren zestig relatieve bekendheid verwierven in kringen van experimentele dichters en prozaïsten, is deze roman vandaag helemaal vergeten. Grillige Kathleen biedt de onderzoeker een schatkist aan verhaaltechnische experimenten.
Meer lezen

Na kijken komt schrijven

KU Leuven
2015
Carmen
Adams
Deze masterproef onderzoekt of er een verschil is in de resultaten van een schrijftaak, wanneer studenten vooraf een schrijfproces of een schrijfproduct observeerden. Het observerend leren zou een oplossing kunnen bieden voor de schrijfvaardigheid, die erg complex en daardoor moeilijk aan te leren is.
Meer lezen

The Orient through a Western lens: Depiction of the Arab Spring revolutions in contemporary American fiction

Universiteit Gent
2014
Nils
De Malsche
De Arabische Lente in Amerikaanse fictie literatuurStel je voor: je bent schrijver, je zet je neer aan de schrijftafel en begint te piekeren over een mogelijk onderwerp voor je nieuwe boek. Waarover zal je schrijven? Een middeleeuws episch verhaal, een shakespeareaanse tragedie, misschien wel een meeslepende detective? Nog een andere mogelijkheid is putten uit het dagelijkse leven, schrijven over zaken die kort geleden plaatsvonden of nog steeds aan de gang zijn op het moment dat je als schrijver de pen op papier zet. Dat is exact wat de Amerikaanse auteurs David Lender en G.
Meer lezen

Schrijfvaardigheid ondersteunen. Een effectstudie naar de inzet van een elektronische schrijfhulp in het secundair onderwijs.

KU Leuven
2014
Jo
Wyers
Help! Een schrijftaak!Krijg jij ook koude rillingen wanneer je aan een paper of een artikel moet beginnen? Vind jij het ook moeilijk om een schrijfopdracht tot een goed einde te brengen? Je bent niet alleen. Schrijfvaardigheid blijkt al langer een pijnpunt te zijn voor studenten en leerlingen van het middelbaar en het hoger onderwijs. Goed schrijven kan je echter leren; de vraag rest alleen welke methoden daarbij het meest effectief zijn.
Meer lezen

Schrijven en dementie: Kopietaken als complementair diagnose-instrument voor de ziekte van Alzheimer in een vroeg stadium

Universiteit Antwerpen
2013
Daniel
ter Laan
  • Anna-Catharina
    Rossaert
Opmerkelijke innovatie: eenvoudige, bijtijdse alzheimerdiagnose via toetsenbordGeen ingewikkelde, dure MRI-scan maar een eenvoudige diagnose via huis-tuin-en-keuken-computer. Acht masterstudenten aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Universiteit Antwerpen, onderzochten het schrijfproces van een tiental alzheimerpatiënten.
Meer lezen

Het effect van homofoondominantie op de naleestaak

Universiteit Antwerpen
2012
Ellen
Danckaert
 Sommige dt-fouten vallen meer op dan andereGeen enkele andere fout heeft al zoveel onderwijsstof doen opwaaien als de dt-fout. Voor veel leerkrachten is het onbegrijpelijk dat zulke eenvoudige regels zoveel problemen veroorzaken. Ellen Danckaert van de Universiteit Antwerpen schreef een masterscriptie waaruit blijkt dat veel dt-fouten in teksten blijven staan omdat we er gewoon over heen lezen. Over sommige dt-fouten lezen we echter vaker heen dan over andere. Dat blijken nu net die fouten te zijn die spellers het vaakst maken.
Meer lezen