Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Restafval redt de olijfboom

Erasmushogeschool Brussel
2025
Wout
Van de Cauter
  • Lorenz
    Hmittou
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Onze scriptie vertrekt uit een bezoek aan Lisjak tijdens onze uitwisseling aan de universiteit van Koper (Slovenië), waar de vraag rees hoe reststromen als olijfpomace en -bladeren circulair te valoriseren.
IC rapport ultimate final count…
Onder begeleiding van olijfoliesommelier Wim Renneboog werkten we via designsprints een oplossing uit die olijfpomace ter plaatse omzet in hoogwaardige maatwerkcompost, afgestemd op blad- en bodemanalyse. Het model draait niet alleen in het oogstseizoen: buiten die periode verwerken we andere organische reststromen met lokale partners, zodat productie en impact jaarrond blijven. Zo koppelt de aanpak bodemherstel en weerbaardere olijfbomen aan een sluitende businesscase voor telers en perserijen.
Meer lezen

TRANSMITIR LA SOSTENIBILIDAD: CÓMO LAS EMPRESAS TURÍSTICAS EN ESPAÑA COMUNICAN LOS ODS (OBJETIVOS DE DESAROLLO SOSTENIBLE) DE LAS NACIONES UNIDAS EN EL MARCO DE LA AGENDA 2030

Universiteit Gent
2025
Laure
Welvaert
Deze masterproef onderzoekt hoe Spaanse toerismebedrijven bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) en dit communiceren. Uit interviews en analyses van websites, jaarverslagen en sociale media blijkt dat bedrijven gemiddeld aan negen SDG’s werken. Hoewel er veel inspanningen zijn, blijft de communicatie beperkt en wordt sociale media nauwelijks gebruikt.
Meer lezen

“Kleine steken, grote sporen”: hoe subtiele en openlijke discriminatie het mentaal welzijn van Afrikaanse Belgen raakt

Universiteit Gent
2025
Paloma
Moerenhout
Mijn masterproef onderzoekt hoe discriminatie het mentaal welzijn beïnvloedt van mensen van Sub-Saharaanse afkomst in België. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen microagressies, de subtiele en vaak alledaagse vormen van uitsluiting, en harassment, de meer openlijke vormen van intimidatie. Op basis van de grootschalige ROAM-BE survey (N=923) werden deze ervaringen in verband gebracht met vier indicatoren van mentaal welzijn: angst, slaapkwaliteit, levenstevredenheid en algemeen welbevinden (WHO-5).
De resultaten tonen een duidelijk dose-responspatroon: hoe meer discriminatie iemand ervaart, hoe sterker de negatieve effecten op angst, slaap en levenstevredenheid. Hoewel de WHO-5 niet significant verschilde, suggereren de bevindingen dat discriminatie eerst specifieke domeinen van gezondheid onder druk zet. Belangrijk is dat de impact niet uniform is. Taalvaardigheid, inkomen, gender en verblijfsstatus beïnvloeden elk hoe zwaar discriminatie doorweegt. Vooral mensen met een matige taalvaardigheid of financiële moeilijkheden, en vrouwen die openlijke intimidatie ervaren, blijken bijzonder kwetsbaar.
Deze studie levert zo nieuwe empirische inzichten in hoe ongelijkheid het dagelijks leven en welzijn ondermijnt. Ze biedt ook concrete aanknopingspunten voor beleid en praktijk, onder meer rond taalondersteuning, armoedebestrijding, gendergevoelige interventies en structurele verblijfszekerheid.
Meer lezen

Dansklaar! Dans muzisch met je klas dankzij onze handige kaartentool

Arteveldehogeschool Gent
2025
Nele
Van Looveren
  • Natalia
    Kaya
Dans wordt in de meeste kleuterklassen slechts sporadisch ingezet, vaak beperkt tot gestructureerde klasdansjes of feestelijke gelegenheden. Nochtans genieten kleuters zichtbaar van bewegingsactiviteiten en is muzische dans een krachtig middel voor expressie, fantasie en verbondenheid. Tijdens een overleg met de stageschool kwam de nood aan een haalbare en inspirerende aanpak voor dans naar voren. Dit leidde tot het praktijkgericht onderzoek met de ontwerpvraag: “Hoe kunnen we een praktische tool ontwikkelen die kleuterleerkrachten ondersteunt om muzische dans op een haalbare, speelse en expressieve manier te integreren in hun klaspraktijk?”

Op basis van interviews, literatuurstudie en gesprekken met het kleuterteam werden de noden en struikelblokken in kaart gebracht. Deze inzichten vormden het vertrekpunt voor de ontwikkeling van Dansklaar!, een dansbox met gebruiksklare werkvormkaarten, QR-codes met muziek, concrete instructies en extra informatiekaarten. De box is opgesplitst in twee versies (voor jongste en oudste kleuters), met werkvormen die dans benaderen als muzische expressie en niet als nadoen van pasjes.

De tool werd getest in de praktijk en geëvalueerd via een try-out, vragenlijsten en een focusgroep. Leerkrachten reageerden positief: de kaarten zijn duidelijk, motiverend en bruikbaar binnen het klasgebeuren. Vooral het speelse karakter en de laagdrempeligheid vielen in de smaak. Door de korte testfase zijn uitspraken over structurele impact voorlopig beperkt, maar het onderzoek toont aan dat deze tool een waardevol startpunt vormt om muzische dans structureler te verankeren in het kleuteronderwijs.
Meer lezen

China en Zuid-Korea: Vriend of vijand? Onderzoek naar het discours van presidenten Moon Jae-in en Yoon Suk-yeol over de bilaterale relatie tussen China en Zuid-Korea

KU Leuven
2025
Basile
Moyaerts
Deze thesis onderzoekt hoe de Zuid-Koreaanse presidenten Moon Jae-in (2017–2022) en Yoon Suk-yeol (2022–) hun relatie met China construeren in officiële toespraken. Uit een analyse van de speeches blijkt een opvallende continuïteit: economische samenwerking met China wordt systematisch benadrukt, terwijl gevoelige thema’s zoals Taiwan, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee vrijwel onbesproken blijven of enkel in neutrale termen verschijnen. Ondanks hun verschillende politieke kleur volgen beide presidenten dezelfde lijn: zakelijk warm, politiek koel. Dit patroon toont hoe Zuid-Korea als middenmacht bewust inzet op “double hedging”: handel koesteren, confrontatie vermijden en zo manoeuvreerruimte behouden tussen Washington en Beijing.
Meer lezen

“Ze vertelden me dat het zeker geen gevangenis was.” De onterechte opsluiting van buitenlandse studenten in Belgische gesloten detentiecentra

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zoye
Provoost
  • Lore
    Allegaert
  • Tuur
    Tisseghem
We deden onderzoek naar de onterechte opsluiting van buitenlandse studenten in Belgische administratieve detentiecentra. We spraken met zeven studenten die zijn opgesloten. Dit leidde bij hen allemaal tot traumatische ervaringen, studievertraging of afgebroken opleidingen. Ons onderzoek toont aan dat een gebrek aan expertise en capaciteit bij de grenspolitie, gecombineerd met een verouderd juridisch systeem, deze situatie in stand houdt.
Meer lezen

Productive Campus: Future-proofing Vienna's economy through productive education

KU Leuven
2025
Britt
Van Gulck
Productive Campus is a pilot project reimagining the relationship between vocational
education and urban production by exploring a hybrid infrastructure that enables
them to coexist, and benefits both the employees and students in building a resilient,
local, and circular economy.

In a time where many cities struggle with issues such as congestion, affordability, in-
adequate infrastructure, and unemployment, Vienna repeatedly tops the ranking of
the most livable cities in Europe. Due to rapid demographic expansion, infrastructural
demands, and evolving economic systems, the search for sustainable development
strategies of the post-industrial city has been dominating political discourse on urban
transformation over the last decades.

However, a different voice is heard, one that advocates for a re-appreciation of
productive economies as a driver for sustainable urban development. Production
has become an indispensable component of an innovative, sustainable urban econ-
omy due to the increasing interrelationships with knowledge, research and develop-
ment, and services. These productive industries are essential for instigating econom-
ic growth, creating jobs for a wide range of workers, and stimulating infrastructure
development. Additionally, their high contribution to Vienna’s value creation and
collaboration with businesses, communities and governments can further facilitate
urban development by addressing specific challenges. Hence, the City of Vienna developed the ‘Produktive Stadt’ in 2017 in close partnership with the Vienna Chamber
of Commerce and the Federation of Austrian Industry.

The mutual benefits of collaboration between on the one hand knowledge institutions in favour of innovation, adaptability, and on the other hand a more networked,
collaborative economy, no longer need to be the domain of universities and larger
research facilities. This thesis takes as a stance the potential for Austria’s wide range
of vocational disciplines in specialized schools for students at the Upper Secondary
Level. Such education trajectories prepare them for future employment in the pro-
ductive sector. It raises the question whether we can develop alternative models from
this collaboration for an inclusive environment for makers with various financial and
expert backgrounds, as well as ensuring qualitative, sustainable education through
early hands-on experience.

Through literature and policy evaluation, spatial analysis, and design research, a personal design proposal seeks to integrate socio-economic, and architectural strategies
in a newly emerging urban context through the architecture of a future-proof mixed-use productive education building.

The resulting architecture envisions adaptable, hybrid spaces that cater to traditional
and new industries, providing a flexible and sustainable environment for small businesses, self-employed people, and start-ups. The integration of these real-world working conditions in addition to the required general infrastructure for education, creates
an environment in which students are motivated to become good craftspeople. The
focus on inspiring makers goes even beyond the student population, since the local
diy’er, teachers and professionals are able to enjoy lifelong practical and theoretical
skill building. The importance of qualitative education and the re-integration of production on a mixed-use site, will by extension have a positive impact on enforcing
this economic growth and stability as well as creating a local identity for its residents.
Meer lezen

AI jury-assistent voor het herkennen van rope skipping skills in videos

HOGENT
2025
Mike
De Decker
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Door de evolutie van de sport is het jureren van ropeskipping freestyles op hoog niveau moeilijk geworden. Zowel het aantal skills in de routine, alsook de snelheid waarmee ze worden uitgevoerd neemt toe. Dit is vooral te merken in Double Dutch freestyles. Daarom worden deze routines zowel live (creativiteit, variatie, muziekgebruik) als vertraagd (moeilijkheidsgraad) gejureerd.
Ondanks het feit dat freestyles op halve snelheid worden herbekeken en hierdoor jureerfouten worden vermeden, merkt men dat er nog enig verschil zit op scores toegekend door juryleden. Door de toegenomen toegankelijkheid van kunstmatige intelligentie, voornamelijk neurale netwerken, werd de vraag gesteld of een AI juryassistent ontwikkeld kan worden die helpt een betere en objectievere score zou opleveren.
Dit onderzoek verkent de mogelijkheid tot het bouwen van zo een juryassistent, de benodigde technieken en uitdagingen. De huidige vorm van de juryassistent bestaat uit drie hoofdzakelijke delen. Het eerste deel gaat over het lokaliseren van springers in de opnames. Niet alle videos zoomen in op de springer of zijn net eerder statische opname. Dit deel is noodzakelijk om computationele overhead te beperken, daar springers soms minder dan een vijfde van het beeld in beslag nemen.
De tweede groote stap is het splitsen van volledige routines in elke uitgevoerde skill. Dit wordt gedaan aangezien het onbegonnen werk zou zijn op om dit manueel te doen.
Het derde deel omvat het herkennen van de gesprongen skill. Voor Double Dutch Freestyles betekent dit een combinatie van uitvoering door draaiers en springers.
Door louter presentatieskills of moeilijk zichtbare skills te makeren als 'unknown' (e.g. wanneer een draaier tussen de springer en camera staat), wordt er verwacht dat het model aangeeft wanneer het niet zeker is.
Voor het lokaliseren slaagde YOLOv11 er in om een mAP50 te behalen tussen de 93-95\%, waarbij het succesvol publiek filterde van atleten, mits kleine foutjes. Hierdoor het Multiscale Vision Transformer model skills ingezoomde crops gebruiken om acties van elkaar te onderscheiden. Deze konden vervolgens herkend herkend worden hetzelfde MViT model of een doormiddel van een Swin Transformer. Het gemiddelde f1 macro gemiddelde van deze modellen lagen tussen de 49 en de 53 procent, door de lage representatie van minder vaak voorkomende skills. Immers lag de totale accuraatheid hoger, tussen de 89 en de 94 procent.
Dit zorgde ervoor dat juryscores door het model konden toegewezen, deze lagen -28 tot -20 procent onder de score toegekend door juryleden.
Verdere onderzoek is nodig om de accuraatheid van de architectuur te verhogen.
Meer lezen

Het spanningsveld tussen het Russisch en het Oekraïens: De ervaringen van tolken voor Oekraïense oorlogsvluchtelingen

KU Leuven
2025
Nathalie
Mariën
Sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne op 24 februari 2022 wordt Europa geconfronteerd met de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Oekraïense vluchtelingen hebben in gastlanden zoals België te kampen gekregen met veel uitdagingen. Deze hebben het belang aangetoond van taalbarrières. Hoewel Oekraïens de officiële taal van Oekraïne is, wordt er nog steeds veel Russisch gesproken. Dit is voornamelijk het geval in de oostelijke regio’s van het land. Deze linguïstische dualiteit creëerde een complexe dynamiek voor tolken die Oekraïense vluchtelingen te hulp schieten in Vlaanderen. Daar wordt namelijk regelmatig een beroep gedaan op tolken Russisch- Nederlands ondanks de geopolitieke en emotionele gevoeligheid die tegenwoordig gepaard gaat met de Russische taal.
Deze thesis onderzoekt de ervaringen van zowel professionele als niet-professionele tolken die sinds de aanvang van de oorlog met Oekraïense vluchtelingen hebben gewerkt. Door middel van diepte- interviews met elf tolken van verschillende achtergronden gaat deze studie na of zij tijdens hun tolkopdrachten überhaupt een spanningsveld ervaren tussen de Russische en Oekraïense taal en zo ja, hoe. De studie onderzoekt ook hoe deze ervaringen verschillen naargelang de professionele status en etnische afkomst van de tolk.
Uit de bevindingen blijkt dat de meeste vluchtelingen pragmatisch Russisch-Nederlandse tolken accepteren vanwege hun dringende noden. Sommigen voelen zich echter ongemakkelijk of krijgen zelfs ‘de taal van de agressor’ niet over hun lippen. Tolken van Russische afkomst melden vaak emotionele spanning. Ze geven de noodzaak aan om hun standpunt over de oorlog te verduidelijken om het vertrouwen te winnen van hun cliënten ondanks het neutraliteitsprincipe. Deze studie wijst ook op het gebrek aan bewustzijn bij hulpverleners over het complexe taallandschap van Oekraïne.
Dit onderzoek draagt bij tot het veld van de tolkwetenschap door in te gaan op een voordien onderbelicht raakvlak van taal, identiteit en conflict nopens de ervaringen van tolken voor Oekraïense vluchtelingen in Vlaanderen.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Omzetting van geschreven cursus naar stripformaat voor studenten met dyslexie: Hepatitis D virus

Universiteit Gent
2025
Dafne
Huyge
In deze masterproef staat één vraag centraal: hoe kan complexe biomedische leerstof toegankelijker worden gemaakt voor studenten met dyslexie? Het Hepatitis D-virus (HDV), behandeld in het vak Microbiologie in de derde bachelor Biomedische Wetenschappen aan de UGent, werd gebruikt als inhoudelijk voorbeeld. Het doel was om de bestaande, sterk tekstgerichte cursus om te zetten in een educatief stripverhaal dat de leerstof begrijpelijker en toegankelijker maakt.

De keuze voor een stripvorm is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur. Studies tonen aan dat studenten met dyslexie vaak beter leren via visueel en verhalend materiaal. Dit verlaagt de cognitieve belasting en maakt de kerninhoud duidelijker. Traditionele cursussen zijn daarentegen vaak compact en tekstueel zwaar, waardoor ze voor studenten met dyslexie een extra drempel vormen. Met dit project werd gezocht naar een alternatief dat de wetenschappelijke correctheid behoudt, maar tegelijk de toegang tot de leerstof vergroot.

Het ontwikkelproces verliep in drie stappen. Eerst werd een literatuurstudie uitgevoerd naar dyslexie in het hoger onderwijs en de rol van visueel ondersteunde leermiddelen. Daaruit bleek dat graphic learning en stripverhalen een waardevolle aanvulling kunnen zijn, mits ze zorgvuldig ontworpen worden. Vervolgens werd bestaand cursusmateriaal, zoals PowerPointpresentaties en lesopnames, geanalyseerd om de kerninhouden te selecteren. In de laatste fase werd een volledig script geschreven waarin het HDV als personage optreedt en de leerstof verwerkt wordt in dialogen en herkenbare casussen.
Bij het schrijven is rekening gehouden met de specifieke noden van studenten met dyslexie. Lange tekstblokken werden vermeden, kernconcepten herhaald en de informatie verdeeld over korte, overzichtelijke scènes. Hoewel het project nog niet geïllustreerd is, bevat het script gedetailleerde aanwijzingen voor de visuele uitwerking, zoals sfeer, typografie en lay-out, afgestemd op een dyslexievriendelijke benadering.
Het resultaat is een script dat bruikbaar is als aanvullend studiemateriaal, maar ook breder kan worden ingezet. Het laat zien dat complexe academische inhoud ook in een creatieve en toegankelijke vorm kan worden aangeboden, zonder verlies van wetenschappelijke accuraatheid. Daarmee draagt de masterproef bij aan een inclusiever hoger onderwijs, waarin uiteenlopende leerprofielen niet als obstakel worden gezien, maar als uitgangspunt voor kwaliteitsvol en toegankelijk onderwijs.
Meer lezen

Het directe effect van een mondhygiënische behandeling op de slikact bij CVA-patiënten met orofaryngeale dysfagie: een pilootstudie.

Universiteit Gent
2025
Gwendolyn
Blancquaert
Kan iets schijnbaar eenvoudigs zoals mondverzorging het herstel na een beroerte beïnvloeden? Deze pilootstudie onderzocht hoe drie eenvoudige mondverzorgingsmethoden de slikfunctie van patiënten na een beroerte beïnvloeden. De resultaten tonen dat een gezonde mond niet alleen eten aangenamer maakt, maar ook complicaties kan voorkomen. Ontdek hoe een kleine verandering in zorg een grote impact kan hebben op herstel en levenskwaliteit.
Meer lezen

Reward processing and the preference for sweet taste: exploring the relationship between sweet liker phenotypes and dispositional impulsiveness

Vrije Universiteit Brussel
2025
Helen
Stuy
  • Anahit
    Amirzadian
While links between sweet taste preference and impulsivity exist, the relationship with specific sweet liking phenotypes remains underexplored. This relationship may have implications for understanding reward related systems and dysfunction. This study investigated the association between sweet liking phenotypes and dispositional
impulsivity, using the Barratt Impulsivity Scale-11 (BIS-11), the BIS/BAS Scales, the Effortful Control Scale, and the Iowa Gambling Task (IGT). A cross-sectional design was employed with N=97 healthy adult participants. Sweet liking phenotypes were classified based on sweet taste assessment. Analyses revealed no significant differences in
BIS/BAS, Effortful Control, BIS-11, or overall IGT learning trends across the sweet liking phenotype groups. Although not confirmed by primary group comparisons, exploratory analysis of IGT performance suggested a potential trend for increased selection of the disadvantageous Deck B over time among individuals with higher sweet liking, pointing to impaired learning from negative outcomes and an insensitivity to punishment. These
findings suggest that BIS/BAS, Effortful Control, BIS-11 scores, and Iowa Gambling Task performance may not strongly differentiate sweet liking phenotypes; however, the study's power was limited by the relatively small sample size. Future studies employing dedicated tasks designed to isolate specific impulsivity facets are warranted.
Additionally, investigating the neural correlates of this relationship, particularly involving the ventromedial prefrontal cortex, could further clarify its mechanisms.
Meer lezen

Stadsvernieuwing in Santo Antônio door een vrouwelijke lens - Een participatief actieonderzoek naar de vrouwelijke beleving van de publieke ruimte

Universiteit Antwerpen
2025
Rosa
Hillebron
Dit onderzoek speelt zich af in het noordoosten van Brazilië, in de deelstaat Pernambuco. Recife heeft als hoofdstad van deze staat met ongeveer 1,5 miljoen inwoners te kampen met sociale uitdagingen. Onveiligheid in de publieke ruimte is een van deze uitdagingen, en is een veelbesproken onderwerp in de samenleving. Zo worden bepaalde plaatsen actief vermeden, zoals de wijk Santo Antônio, een historisch deel van het centrum van Recife. Wat ooit een bruisende en levendige wijk was, heeft nu plaatsgemaakt voor leegstand en criminaliteit. Het begrip onveiligheid is een belangrijk onderdeel van de identiteit van de wijk Santo Antônio, en wordt door iedereen anders ervaren. Zo kunnen vrouwen andere percepties hebben dan mannen in het ervaren van veiligheid, en is deze eerste groep vaak vergeten bij het betrekken van perspectieven voor nieuwe stadsontwikkelingen. In dit onderzoek wordt het genderaspect van veiligheid verder uitgewerkt, en wordt onderzocht hoe vrouwen in de krakersbeweging van Leonardo Cisneiros onveiligheid ervaren in hun mobiliteitspatronen in de wijk Santo Antônio. Hierbij wordt gefocust op aspecten van gendered fear of crime die impact kunnen hebben op de belevingswereld van vrouwen. Via een participatieve actie wordt de ervaring van vrouwen in de publieke ruimte als prioriteit genomen, en wordt er bewustwording gecreëerd rond de problemen die zij ervaren. Dit is een eerste stap in de richting van inclusieve stadsvernieuwing voor Santo Antônio, met de noden van de vrouwen als prioriteit.
Dit onderzoek maakt deel uit van de ISTT-onderzoeksgroep. Het uitgangspunt van deze studio is het doen van een participatief actiegericht onderzoek, ook wel PAR. Participatieve onderzoeksmethoden zoals gezamenlijke workshops en activiteiten staan hierbij centraal, waarbij de onderzoeksgroep meestuurt in de ontwikkeling van het onderzoek.
De resulterende gegevens gaven aan dat er een tekort aan buurtactiviteiten, bewoners, natural surveillance, maintenance en social management is in Santo Antônio. De reden van het gevoel van onveiligheid ligt hierbij vooral in het tekort aan mensen op straat, wat een gebrek aan sociale controle veroorzaakt. Er is behoefte aan activiteiten voor families in de buurt, en meer sociale voorzieningen. Als wordt gekeken naar fysieke aspecten van de publieke ruimte worden meer plaatsen voor kinderen om te spelen en meer faciliteiten zoals winkels en openbare toiletten benoemd die de publieke ruimte aangenamer zouden maken om te bezoeken. Hiervoor zijn zowel ruimtelijke ingrepen nodig die de stadsvernieuwingsdienst Recentro in hun masterplan zou kunnen opnemen, als het herzien van de huidige stedelijke planningspraktijken. Om aan inclusieve stedelijke ontwikkeling te doen vanuit het oogpunt van de vrouw moet er worden gekeken naar het actief opbouwen van nieuwe stedelijke identiteiten in de wijk, zowel op ruimtelijk als sociaal vlak. Ook moet er rekening worden gehouden met de nachtelijke identiteit in het ontwerpproces van de wijk. Kinderen moeten een centrale rol krijgen in het masterplan, omdat ouders en moeders in het specifiek hierdoor ook een plaats krijgen in de publieke ruimte. Tot slot wordt gepleit voor een inclusief investeringsplan, waarbij actief investeerders worden aangetrokken die oog hebben voor sociale initiatieven en verbeteringen in de wijk
Sleutelwoorden: informal feminist placemaking, feminist city, gender, gendered fear of crime, participatory walk, veiligheid, participatory action research, empowerment.
Meer lezen

Idealized bodies, internalized pain

Andere
2025
carlotta
cormegna
The body as a muse
How many times have we heard or read this phrase?
From a very young age, we are constantly bombarded
with images of the body—whether in cartoons portraying
ultra-thin, flawless princesses or superheroes with
hyper-muscular physiques. These images, which we car-
ry with us daily, are not harmless representations. They
are vehicles of aesthetic ideals that, much like those
seen throughout art history, have taught us to perceive
the body in specific, culturally determined ways.
Over the centuries, artistic depictions of the human
body—from classical Greek statues and Renaissance
works to Cubist interpretations and contemporary body
art—have played a key role in constructing and perpe-
tuating unattainable beauty standards, shaping both so-
cial and individual expectations. But how exactly has the
representation of the body in art history contributed to
the construction of these aesthetic ideals and canons—
so deeply rooted that they influence contemporary body
perception? And how has this influence, compounded by
the rise of social media and advertising, become a sour-
ce of psychological distress and a possible contributor to
mental health issues such as eating disorders?
This thesis seeks to explore these questions by tracing
the evolution of aesthetic canons from antiquity to their
modern-day rupture, and by offering a neuroscientific,
philosophical, and phenomenological investigation into
how humans perceive themselves—whether through the
imagery in paintings or the visuals that surround us daily.
To carry out this research, a combination of scientific,
artistic, and bibliographic sources has been employed,
alongside a qualitative analysis based on open inter-
views and the collection of personal diaries, as discus-
sed in Chapter 4.
This study does not merely observe how the body has
been represented; it questions how such representations
have shaped a collective imagination around the “ideal”
body—and how that imagination continues to impact in-
dividual self-perception. The aim is twofold: on one hand,
to understand how and where these mechanisms that
generate aesthetic norms originated—analyzing how the
body has been used as a foundational element for the
rules embedded in modern society; on the other, to in-
vestigate the psychological and social impact this exerts
on younger generations. To this the thesis is divided into
four chapters.
The first provides a historical-artistic overview of body
representation across different artistic periods. The se-
cond chapter explores the meaning of body perception,
including body image, body schema, and the distinction
between the lived body and the idealized body. The third
chapter examines the connection between the body and
aesthetic norms, offering a more philosophical and phe-
nomenological interpretation of reality.
.
Finally, the fourth chapter introduces the field resear-
ch conducted with students at KASK School of Arts
in Ghent, with reflections and analyses of the inter-
view responses. In a world that expects perfection
from us—professionally, socially, economically, and
even personally—there is no space for failure when
it comes to the body. This reality is so deeply woven
into our cultural fabric that it becomes nearly impos-
sible to detach ourselves from it. This thesis aims to
be a point of reflection—a space for questioning why
we are so profoundly conditioned by what we should
look like or become, rather than focusing on simply
living the one life we are given.
Meer lezen

From Static Data to Dynamic Mobility: A Spatio-Temporal Method for Student Mobility Estimation

Universiteit Gent
2025
Quinten
van de Korput
Studenten hebben een enorme impact op steden op het vlak van huisvesting en mobiliteit. Ze zijn echter nog maar beperkt onderzocht. Er worden twee methoden voorgesteld die inzicht bieden in deze unieke populatiegroep. Eerst wordt een inschatting van studentenhuisvestingslocaties gemaakt op basis van afstanden tot stations, campussen en stadscentra. Vervolgens worden deze kotlocaties gecombineerd met lessenroosters om studentenbewegingen te simuleren. Op die manier is het mogelijk om informatie over studenten te verzamelen op een transparante en efficiënte manier die weinig data vereist.
Meer lezen

Hoe slimme kleuringen een zeldzame darmziekte bij baby’s zichtbaar maken

Erasmushogeschool Brussel
2025
Ramshah
Sabir Hussain
De ziekte van Hirschsprung (HD) is een zeldzame aangeboren darmaandoening waarbij zenuwcellen (ganglioncellen) ontbreken in een deel van de dikke darm. Dit veroorzaakt een stilgevallen darmwerking met ernstige gevolgen voor pasgeborenen. Een correcte en snelle diagnose is van cruciaal belang, maar vormt een uitdaging doordat weefselstructuren bij baby’s vaak onrijp zijn en foutieve interpretaties tot verkeerde behandelingen kunnen leiden.

In mijn bachelorproef onderzocht ik in samenwerking met het CHU Brugmann ziekenhuis in Brussel vijf patiëntencasussen waarbij rectumbiopten werden geanalyseerd met drie microscopische technieken: de klassieke hematoxyline-eosine-saffraan (HES)-kleuring, acetylcholinesterase (AChE)-histochemie en calretinine-immunohistochemie. Uit dit onderzoek bleek dat calretinine de meest betrouwbare methode is om ganglioncellen zichtbaar te maken, vooral bij jonge baby’s of technisch moeilijke stalen. Bovendien biedt calretinine praktische voordelen doordat het toepasbaar is op paraffinecoupes, in tegenstelling tot AChE dat vriescoupes vereist.

De resultaten tonen aan dat een gestandaardiseerde combinatie van technieken nodig is om foutieve diagnoses te vermijden. Vooral calretinine-IHC als basis, aangevuld met HES of AChE, blijkt een krachtige strategie. Daarmee draagt dit onderzoek bij aan een snellere, betrouwbaardere en wereldwijd toegankelijkere diagnostiek van Hirschsprung, wat rechtstreeks het leven van getroffen kinderen kan redden of verbeteren.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

De invloed van verpleegkundig pijnmanagement op de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten: een onderzoek naar effectieve interventies en een verbeterde zorgervaring

Hogeschool UCLL
2025
Moira
Forêt
Inleiding:

Pijn is één van de meest voorkomende en invaliderende symptomen bij oncologische patiënten en heeft een aanzienlijke impact op hun fysieke, emotionele en sociale welzijn. Ondanks de beschikbaarheid van pijnmedicatie, blijft pijn vaak onvoldoende onder controle gehouden en onderbehandeld, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert. Als oncologisch verpleegkundige ben je werkzaam in de directe klinische zorg en speel je een belangrijke rol in het signaleren, beoordelen en behandelen van pijn, en dragen hierdoor actief bij aan het optimaliseren van de zorgervaring.

Doelstelling:

Het doel van deze bachelorproef is om na te gaan hoe verpleegkundig pijnmanagement de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten beïnvloedt, en welke farmacologische en niet-farmacologische interventies hierin het meest effectief zijn. De nadruk ligt vooral op een holistische patiëntgerichte aanpak die verder gaat dan enkel de medicamenteuze pijnstilling die men nu gebruikt.

Methodologie:

Er werd aan de hand van een systematische literatuurstudie gezocht in wetenschappelijke databanken zoals PubMed, waarbij de PICO- methode gebruikt werd om de onderzoeksvraag scherp te stellen. Verder werden inclusiecriteria gehanteerd die focussen op oncologische patiënten, niet-medicamenteuze interventies en uitkomsten zoals verminderde pijnbeleving, verbeterde slaap, mobiliteit en psychisch welzijn. Uiteindelijk werden acht relevante studies diepgaand geanalyseerd, waaronder systematische reviews en randomized controlled trials. Daarnaast werden andere artikels geïncludeerd ter aanvulling.

Resultaten:

Resultaten tonen aan dat een combinatie van farmacologische en complementaire interventies het meest doeltreffend is voor het verbeteren van de levenskwaliteit. Interventies zoals mindfulness, muziektherapie, aromatherapie, virtual reality en cognitieve gedragstherapie blijken significante effecten te hebben op pijnreductie en emotioneel welzijn. Verder kwam naar voor dat effectieve communicatie, educatie van verpleegkundigen en multidisciplinaire samenwerking van belang zijn voor een succesvol pijnmanagement. Een praktische ervaring op de afdeling hematologie van UZ Leuven bevestigde deze bevindingen en illustreerde verder de impact van verpleegkundig handelen binnen de dagelijkse praktijk.

Conclusie:

Verpleegkundig pijnmanagement heeft een directe invloed op de levenskwaliteit van oncologische patiënten. Door in te zetten op een multidimensionele en patiëntgerichte aanpak, waarbij zowel farmacologische als niet- farmacologische strategieën worden toegepast, kunnen verpleegkundigen bijdragen aan een menswaardigere en effectieve pijnzorg. Binnen deze bachelorproef wordt het belang van kennis, communicatie en samenwerking binnen het verpleegkundig domein onderstreept, en word er gepleit voor meer aandacht en opleiding rond pijnbehandeling binnen een oncologische setting.
De verpleegkundige is kortom de belangrijkste schakel tussen patiënt en arts waar zowel de fysieke als de mentale aandachtspunten van de patiënt hoog in het vaandel staan en waarbij we zorgen dat patiënten correct en gericht doorverwezen worden.

Referentie(s):

(Mestdagh et al., 2023; Wu et al., 2023; Bouya et al., 2018; Warth et al., 2020; Nijs, 2021; Van Veen et al., 2024; Wang et al., 2023; Ghavami et al., 2022)



Meer lezen

STILL COMING-OF-AGE: THE STORIES WE NEED(ED): A COHORT-BASED STUDY OF QUEER VIEWERSHIP AND ENGAGEMENT WITH COMING-OF-AGE SERIES

Universiteit Gent
2025
Yari
Landuyt
Deze studie onderzoekt hoe queer coming-of-age (QCOA) series worden geconsumeerd
en geïnterpreteerd door queer mannelijke kijkers uit drie cohorten in Vlaanderen. Hoewel
QCOA verhalen vaak als relevant voor jongeren worden beschouwd, toont dit onderzoek
aan dat ze emotioneel betekenisvol zijn voor verschillende leeftijden. Vanuit een
theoretisch kader gebaseerd op queer theory, televisiestudies en life course onderzoek,
werden veertien diepte-interviews afgenomen met queer mannen tussen 18 en 67 jaar. De
deelnemers werden ingedeeld in drie cohorten: de Pre-Mainstream Cohort (PMC), de Early
Queer Normalization Cohort (EQNC) en de Queer Media Explosion Cohort (QMEC). Ze
reflecteerden op hun ervaringen met een selectie van QCOA series, waaronder
Heartstopper, wtFOCK, SKAM, Young Royals en Love, Victor. Aan de hand van
constructivistische grounded theory werd geanalyseerd hoe zij zich verhouden tot deze
series, met bijzondere aandacht voor seksuele identiteitsontwikkeling, het onderscheid
tussen herkenning en identificatie, en het gebruik van QCOA series als een emotionele
proxy. De bevindingen tonen aan dat hoewel sommige deelnemers toegang hadden tot
meer toegankelijke queer media, deze zichtbaarheid niet altijd leidde tot emotionele
resonantie. Anderen gebruikten QCOA series eerder retrospectief, om hun adolescentie te
herdenken of te verwerken. Over de cohorten heen absorbeerden deelnemers
representatie niet passief, maar gaven er actief betekenis aan, waarbij ze eigen
herinneringen, verlangens of onverwerkte gevoelens projecteerden. QCOA series
functioneren zo niet als universele spiegels, maar als emotioneel flexibele culturele teksten
die queer kijkers in staat stellen hun identiteit te verkennen, op het verleden te reflecteren
en alternatieve trajecten te verbeelden.
Meer lezen

Socio-economische mobiliteit op de werkvloer: een kwalitatief onderzoek naar de werkervaring van sociale stijgers met een lage SES-achtergrond

Universiteit Gent
2025
Cynthia
Maes
  • Mikay
    De Jaeger
Kwalitatief onderzoek naar de werkervaringen van sociale stijgers, op basis van 51 diepte-interviews.
Meer lezen

Wat als jouw diagnose afhangt van een bruine kleur onder de microscoop?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Alyssia
Lespes
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Immunohistochemie (IHC) is een essentiële techniek in de pathologie voor het detecteren van specifieke eiwitten in weefselmonsters. Dit onderzoek richt zich op de optimalisatie en validatie van de antilichamen humaan herpesvirus 8 (HHV8) en BRCA1-geassocieerd eiwit-1 (BAP1) op het geautomatiseerde Dako Omnis-systeem (Agilent Technologies), met als doel een betrouwbaar IHC-protocol te ontwikkelen voor diagnostisch gebruik. HHV8, een oncogeen virus geassocieerd met Kaposi’s sarcoom, en BAP1, een tumorsuppressoreiwit, spelen een belangrijke rol in de diagnostiek van
diverse maligniteiten. Het onderzoek omvat de analyse van 20 weefselstalen per antilichaam, verdeeld over positieve en negatieve stalen, en maakt gebruik van horseradish peroxidase (HRP) en diaminobenzidine (DAB) als detectiesystemen. De validatiecriteria omvatten de beoordeling van de juistheid, waarbij pathologen automatisch zowel de sensitiviteit als de specificiteit van de kleuringen evalueren.
De resultaten tonen aan dat de optimalisatie van het HHV8-protocol met een aangepaste incubatietijd resulteert in een betrouwbare kleuring van positieve controlemonsters. Evenzo werd het BAP1-protocol gevalideerd met succes, waarbij positieve expressie in epitheliale cellen werd waargenomen. De validatie van zowel HHV8 als BAP1 voldeed aan de gestelde aanvaardbaarheidscriteria, waardoor de toepasbaarheid van de IHC-kleuringen voor diagnostische doeleinden wordt bevestigd. Dit onderzoek levert een robuust en reproduceerbaar protocol voor beide antilichamen op het Dako Omnis-systeem, wat bijdraagt aan de verbetering van de diagnostische nauwkeurigheid in de pathologie. Daarnaast draagt dit protocol specifiek bij aan de optimalisatie van de diagnostische processen binnen het labo anatomo-pathologie in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL).
Meer lezen

Bruggen bouwen in Kuregem: ouderactiviteiten versterken vertrouwen

Odisee Hogeschool
2025
Anja
Van Waeyenberg
In kinderdagverblijf De Klaproos in Kuregem (Anderlecht) merk ik als coördinator hoe moeilijk het soms is om ouders actief te betrekken. Veel gezinnen leven in een kwetsbare situatie, spreken weinig Nederlands en ervaren drempels zoals tijdsdruk, taalbarrières en een gebrek aan vertrouwen. Toch willen ouders wel betrokken zijn: ze voelen zich alleen vaak niet gehoord of ondersteund.

Met mijn bachelorproef zocht ik naar manieren om die kloof te verkleinen. Samen met ouders, collega’s en partners zoals Huis van het Kind organiseerde ik laagdrempelige activiteiten: samen ontbijten, spelletjes spelen, knutselen of wandelen in de buurt. Ik werkte met pictogrammen, meertalige uitnodigingen en een open houding van het team. Het doel was eenvoudig: een warme en toegankelijke omgeving creëren waarin vertrouwen kan groeien.

De resultaten tonen dat kleine stappen een groot verschil maken. Ouders kwamen spontaan terug, durfden meer vragen stellen en namen meer initiatief. Kinderen profiteerden mee, doordat ze hun ouders zagen participeren en extra taalprikkels kregen. Intussen wordt de aanpak ook uitgerold in andere kinderdagverblijven in Anderlecht. Zo groeit dit project uit tot een duurzaam en overdraagbaar kader voor inclusieve ouderparticipatie in de kinderopvang.
Meer lezen

Van lerarenopleiding naar beroep: Een mixed-method onderzoek naar de relatie tussen autonome motivatie, self-efficacy, zelfbeeld en de instapintentie van student-leraren

Universiteit Gent
2025
Kylian
Almey
Tegen de achtergrond van het Vlaamse lerarentekort is de instroom van afgestudeerde
student-leraren in het lerarenberoep cruciaal. Een kwart van de afgestudeerde student-leraren
secundair onderwijs stapt niet in het beroep binnen de drie jaar na het afstuderen. In de
onderzoeksliteratuur is er echter weinig recent Vlaams onderzoek dat autonome motivatie,
self-efficacy en zelfbeeld van student-leraren in verband brengt met de instapintentie.
Voorliggend masterproefonderzoek komt aan dit hiaat tegemoet door deze relaties in kaart te
brengen. Om dit te onderzoeken werd een mixed-method onderzoeksdesign opgezet. In het
kwantitatieve onderzoeksluik werd een online vragenlijst afgenomen bij 531 student-leraren
secundair onderwijs. Vervolgens werden de antwoorden geanalyseerd met behulp van een
hiërarchische regressieanalyse. Op die manier konden de verbanden tussen autonome
motivatie, self-efficacy, zelfbeeld en de instapintentie gekwantificeerd worden. In het
kwalitatieve onderzoeksluik werden 16 student-leraren secundair onderwijs geïnterviewd met
als doel de statistische verbanden te interpreteren en te verklaren. Met behulp van een
thematische analyse werden deze interviewdata geanalyseerd. Uit zowel de kwantitatieve als
kwalitatieve resultaten blijkt dat autonome motivatie en zelfbeeld een positieve relatie vertonen
met de instapintentie. Het resultaat voor self-efficacy is daarentegen minder eenduidig. De
kwantitatieve data wijzen op een significante negatieve relatie en de kwalitatieve data op een
positieve relatie tussen self-efficacy en de instapintentie. Een mogelijke verklaring is dat
andere factoren in vergelijking met self-efficacy meer doorwegen op de instapintentie of dat
het effect van self-efficacy afhangt van het niveau van autonome motivatie en zelfbeeld. De
kwalitatieve resultaten tonen aan dat naast autonome motivatie, self-efficacy en zelfbeeld er
diverse factoren zijn die invloed hebben op de instapintentie. Een andere bevinding uit het
kwalitatieve onderzoeksluik is dat de lerarenopleiding en stage-ervaringen een aanzienlijke rol
spelen in de ontwikkeling van autonome motivatie, self-efficacy en zelfbeeld bij student
leraren. Op basis van deze inzichten zijn er verschillende aanbevelingen aangereikt voor praktijk en beleid.
In de scriptie worden ook limitaties van het onderzoek en suggesties voor vervolgonderzoek
besproken.
Meer lezen

In het spoor van een druppel bloed

Erasmushogeschool Brussel
2025
Amy
Van Droogenbroeck
Introductie:
Deze bachelorproef richt zich op vijf veelvoorkomende aandoeningen: hypothyroïdie, hyperthyroïdie, hepatitis B, ijzergebreksanemie en chronische lymfatische leukemie (CLL). De pathofysiologie en diagnostiek van elke aandoening is verschillend. De medische laboratoriumdiagnostiek is essentieel om een diagnose vast te stellen, een behandeling op te starten of aan te passen en om het verloop van de ziekte op te volgen.
Doel:
Deze casusbespreking heeft als doel om beter te begrijpen hoe diverse laboratoriumdiagnostiek bijdraagt aan het stellen van diagnoses en het opvolgen van behandelingen. Door casussen te onderzoeken, wordt vastgesteld welke laboratoriumparameters afwijkend zijn, op welke manier ze verschillen per aandoening en wat hun klinische betekenis is.
Materiaal & methoden:
De laboratoriumtesten werden uitgevoerd op geavanceerde toestellen. De Cobas e801 (Roche) bepaalde laboratoriumparameters aan de hand van elektrochemiluminescente-immunoassays. Sommige parameters werden volgens het sandwich principe bepaald, terwijl andere parameters volgens het competitief principe werden bepaald. Daarnaast is er de Cobas c702 (Roche) die biologische parameters heeft gemeten aan de hand van fotometrie op twee manieren: turbidimetrisch of colorimetrisch enzymatisch. De hematologische aandoeningen werden voornamelijk bepaald door de Sysmex-XN. Deze automatische celteller heeft zowel erytrocytaire, trombocytaire als leukocytaire parameters gemeten. Bovendien maakte de Sysmex-SP bij een afwijkend resultaat steeds een bloeduitsrijkje. Deze bloeduitsrijkjes werden steeds geanalyseerd met de Cellavision DM.
Resultaten:
De resultaten van de casussen bevestigen de typische laboratoriumafwijkingen voor elke aandoening. Hypothyroïdie wordt gekenmerkt door een afname van FT4 en een toename van TSH, terwijl hyperthyroïdie wordt gekenmerkt door een verlaagde TSH en een toename van FT3 en FT4. De positieve uitslag voor HBsAg, anti-HBc en een verhoogd leverenzym ALT bevestigen de aanwezigheid van een hepatitis B infectie. CLL wordt gekarakteriseerd door een hoger aantal lymfocyten, abnormale morfologie en afwijkende scattergram. De lage waarden voor Hb, MCV, ferritine, ijzer en ijzersaturatie tonen aan dat het wel degelijk gaat om de aandoening ijzergebreksanemie.
Conclusie:
Deze bachelorproef laat zien dat laboratoriumdiagnostiek cruciaal is om diagnoses te stellen en om de voortgang van de bestudeerde aandoeningen op te volgen. Het toepassen van technologieën zoals de Cobas- en Sysmex- toestellen levert betrouwbare uitkomsten die essentieel zijn voor een nauwkeurige klinische beslissing. Het juist interpreteren van laboratoriumresultaten is cruciaal voor een doeltreffende behandeling van de patiënt.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

From resilience grows fruitfulness Verkenning van het concept occupational justice voor kwetsbare kinderen (5-11 jaar) in Khula Development Group, Zuid Afrika

Hogeschool PXL
2025
Gökçe
Karaman
De bachelorproef onderzoekt hoe de Khula Development Group (KDG) in Zuid-Afrika kan bijdragen aan occupational justice voor kwetsbare kinderen van 5 tot 11 jaar. Hiervoor werd een kindvriendelijke versie van de Occupational Justice Health Questionnaire (OJHQ) ontwikkeld, waarmee via creatieve en participatieve methodes zoals tekenen en spel de leefwereld van negen kinderen in kaart werd gebracht.

Het onderzoek identificeerde vijf centrale domeinen van het dagelijks leven: thuissituatie, woonomgeving, school, voeding en vrije tijd. Binnen deze domeinen kwamen zowel kansen als belemmeringen voor participatie naar voren. Positieve ervaringen omvatten veiligheid, steun van familie en school, en toegang tot ontspannende activiteiten, terwijl negatieve ervaringen onder andere voedselonzekerheid, gebrekkige infrastructuur, sociale isolatie en spanningen in het gezin betroffen.

De bevindingen tonen dat kinderen hun complexe ervaringen kunnen uiten wanneer methodes aansluiten bij hun leeftijd en context. Het onderzoek benadrukt het belang van toegankelijke, culturele en leeftijdssensitieve instrumenten voor het bevorderen van occupational justice en laat zien dat kinderen ondanks moeilijke omstandigheden veerkracht en hoop tonen.
Meer lezen

Taste the Music

Hogeschool VIVES
2025
Henri
Lahousse
Wat als je muziek niet alleen kon horen, maar ook kon proeven? Taste the Music vertaalt liedjes naar volledig nieuwe cocktails met behulp van slimme AI. Tijdens mijn stage in de VS tilde ik dit idee van studentproject naar internationaal platform, met multi-agent AI, stand-alone cocktailrobots en een iOS-app voor thuisgebruik. Het resultaat is een ervaring die persoonlijk, deelbaar én commercieel relevant is voor artiesten en merken. Deze scriptie vertelt hoe technologie, creativiteit en ondernemerschap samenkomen in een innovatie die muziek letterlijk smaak geeft.
Meer lezen

Why Architects Wear Prada

Universiteit Gent
2025
Mira
Nietvelt
Flagship fashion stores zijn geëvolueerd van eenvoudige commerciële ruimtes tot meeslepende omgevingen waarin architectuur bepaalt hoe mode wordt ervaren, herinnerd en begrepen. Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijk ontwerp bijdraagt aan merkidentiteit door retail te transformeren tot een zintuiglijke en culturele ervaring. Via materiaalkeuze, licht, circulatie en sfeer fungeert architectuur als een narratief medium dat gedrag stuurt en betekenis versterkt.

Ondanks hun prominente aanwezigheid worden modieuze retailruimtes vaak over het hoofd gezien in academische architectuurprogramma’s. Dit onderzoek vult dat gat door flagship stores, ontworpen door architecten, te analyseren als scenografische platforms die storytelling verbinden met ruimtelijke beleving. Het volgt de ontwikkeling van meeslepende flagship-architectuur vanaf OMA’s Prada Epicenter (2001) in New York tot recente casestudy’s in Londen, Tokio, Parijs en Miami.

De methodologie combineert theoretisch onderzoek, het opstellen van een historische tijdslijn en veldwerk op locatie. Persoonlijke bezoeken en zintuiglijke observatie voeden de analyse van hoe ruimte emoties oproept, merkwaarden uitdrukt en gebruikerservaringen vormgeeft.

De bevindingen laten zien dat deze modespecifieke ruimtes de grenzen vervagen tussen publiek en privé, spektakel en intimiteit, economie en cultuur. Ze maken duidelijk dat architectuur niet ondergeschikt is aan mode, maar integraal deel uitmaakt van haar uitdrukking. Door identiteit te ensceneren en emotionele betrokkenheid uit te lokken, herdefiniëren flagship stores wat het betekent om te ontwerpen voor consumptie. De thesis pleit voor hun opname in architectuurtheorie als cruciale plekken waar culturele, symbolische en ervaringsgerichte krachten samenkomen.
Meer lezen

De pluriformiteit van de overheid

Universiteit Hasselt
2025
Yorunn
Beeckelaers
Deze scriptie onderzoekt het overheidsbegrip binnen de Belgische rechtsorde met bijzondere aandacht voor de pluriformiteit ervan. De centrale vraag luidt: Wat is het juridische overheidsbegrip en hoe vertaalt de pluriformiteit ervan zich binnen de Belgische rechtsstaat?
Uit de analyse blijkt dat er geen eenduidige en alomvattende definitie bestaat, wat kan leiden tot rechtsonzekerheid en lacunes in de toepassing van het bestuursrecht. Daarnaast concluderen we echter ook dat het niet altijd wenselijk en mogelijk is om dit begrip volledig af te bakenen.
Deze scriptie bespreekt verschillende vormen waarin de overheid zich voordoet in onze staat. Zo
gaan we dieper in op de administratieve overheid, bestuursinstanties en overheidsinstanties en
openbare instellingen en diensten. Elk van deze begrippen kent een eigen juridische kwalificatie die
afhankelijk is van het toepassingsgebied. Ook behandelen we de toepassing van de
imperiumbevoegdheid binnen deze verschillende begrippen.
Daarnaast zullen we ook een rechtsvergelijking doen met onze buurlanden; Nederland en Frankrijk.
Dit toont de verschillende benaderingen en uitkomsten van beide landen en het verschil met België.
Nederland werkt met een functioneel overheidsbegrip in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat
zorgt voor rechtszekerheid en ruime toepasselijkheid. Frankrijk leunt dan weer sterk op de jurisprudentie van de Raad van State. België blijft achter met een fragmentarische regelgeving en een gebrek aan systematische afbakening.
De conclusie van deze scriptie is dan ook dat het streven naar een alomvattende en omlijnde definitie van het overheidsbegrip in België niet wenselijk of haalbaar is. In plaats daarvan moet er sterk worden ingezet op een specifieke benadering waarbij men elke regelgeving individueel bekijkt en specifieke criteria opstelt. Enkel zo kan het overheidsbegrip worden afgestemd op de realiteit van een gelaagde en evoluerende bestuursstructuur.
Meer lezen