Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

Revisiting Early Modern Female History Writing Lucy Hutchinson’s History of the English Civil War and Restoration in the Memoirs of the Life of Colonel Hutchinson

Universiteit Gent
2025
Roxan
Dewaele
In de jaren 1660’s schreef de Engelse Lucy Hutchinson (1620-1681) de Memoirs of the Life of Colonel Hutchinson, een republikeinse en puriteinse geschiedenis van de Engelse Burgeroorlog (1642-1651) tot de Restauratie (1660) met haar echtgenoot als protagonist. In het zog van de tweede feministische golf werden de Memoirs erkend als geschiedschrijving. Onder invloed van de herstory-beweging die op zoek gaat naar de specificiteit van de vrouwelijke pen, werd dit geschiedkundig werk tot nu toe bestudeerd op basis van de dichotomie tussen vrouwelijke en mannelijke geschiedschrijving. Deze thesis toont aan dat deze dichotomie gepaard gaat met twee andere gegenderde assumpties: (1) vroegmoderne mannen schreven eerder publieke, politieke, militaire
geschiedschrijving, terwijl vrouwen private familiegeschiedenissen schreven; (2) vrouwen schreven hun geschiedenissen met een grotere focus op de menselijke passies en emoties. Ik stel dat deze benadering resulteert in een misinterpretatie van vrouwelijke geschiedschrijving, met Hutchinson als voorbeeld.
Ik beargumenteer aan de hand van de Memoirs dat Hutchinson de dichotomie tussen
het private en het publieke overstijgt en dat zij geen onderscheid maakt tussen
familiegeschiedenis en politieke geschiedenis. Veder toon ik aan dat Hutchinson geen
emotioneel geladen stijl gebruikt om haar werk een vrouwelijke toon te geven, maar dat ze haar geschiedenis onderbouwt met een antropologische analyse van de menselijke passies als destructieve factor in de Burgeroorlog. Om haar eigen bottom-up analyse van de Burgeroorlog te ondersteunen, baseert ze zich op bestaande filosofische en theologische kaders, voornamelijk de leer van St. Augustinus.
Deze studie toont aan dat het herstory-paradigma de meest fascinerende aspecten van Hutchinsons geschiedschrijving in de schaduw laat, en een misinterpretatie van de tekst oplevert. Ik hoop andere onderzoekers te inspireren om de herstory-zoektocht naar binaire verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke geschiedschrijving achterwege te laten, om samen een nieuw theoretisch raamwerk te creëren. Alleen zo wordt het mogelijk om vroegmoderne geschiedschrijfsters op een genuanceerde manier te benaderen en om hen volwaardig op te nemen in de geschiedenis van de geschiedschrijving.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Een grote wereld aan een kleine universiteit. Buitenlandse studenten aan de Katholieke Universiteit Leuven, 1900 – 1968

KU Leuven
2025
Alexe
Heleu
Deze thesis onderzoekt hoe de internationalisering van de KU Leuven zich heeft ontwikkeld tussen 1900 en 1968. Het doel is om een antwoord te bieden op de vraag: In welke mate ontwikkelde de KU Leuven zich tot ‘internationale’ universiteit? Daarvoor analyseer ik enerzijds het relatieve aantal internationale inschrijvingen en de diversiteit. Anderzijds besteedt de thesis aandacht aan het beleid en het imago van de KU Leuven. Een breed onderzoek, over een langere periode, naar studentenmobiliteit vanuit het oogpunt van een Belgische universiteit vormt een lacune in de bestaande academische historiografie. Daarnaast combineert het onderzoek kwantitatieve en kwalitatieve bronnen om de internationaliseringsgraad van de universiteit te bepalen. Voor het kwantitatieve aspect digitaliseerde ik de inschrijvingsgegevens, afkomstig uit de Jaarboeken van de KU Leuven, in een databank. Daarnaast analyseerde ik correspondenties, rapporten en artikelen, uit de Archieven van voormalige rectoren Ladeuze en Van Waeyenbergh, om het kwalitatieve aspect vorm te geven. Het eerste hoofdstuk analyseert de evolutie van de inschrijvingen van buitenlandse studenten aan de KU Leuven om zo het ‘internationale’ karakter te bepalen. Daaruit bleek dat de aantallen relatief beperkt bleven, maar dat de afkomst van de studenten enorm divers was, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Daarna onderzocht ik aan de hand van correspondenties en rapporten hoe de KU Leuven en de rectoren hun beleid voerden ten opzichte van internationale studenten: de rectoren gebruikten de vernieling van de oorlogen als uitgangsbord om de Leuvense universiteit opnieuw te doen groeien. Ze deden dit door het beeld van de KU Leuven als een werelduniversiteit te propageren. Daarnaast gebruikten ze het katholieke karakter als bindmiddel. Tot slot ondersteunden ze opkomende organisaties om internationale studenten te helpen in Leuven. In het derde hoofdstuk ligt de nadruk op de individuele levensbelevingen van studenten. De analyse toont aan dat het eeuwenoude imago van de KU Leuven, haar katholieke karakter en culturele netwerken met de universiteit een positieve invloed hadden op de motivaties van studenten. Daarentegen vormden complexe, administratieve procedures en integratieproblemen struikelblokken. Het Frans, het financiële aspect en de geopolitieke situaties waren dubbelzinnige factoren, die zowel bevorderend als belemmerend werkten. Uit de analyse volgde dat Leuven zich in de vroege twintigste eeuw al ontwikkelde tot een internationale universiteit. Ze gebruikte de internationalisering in eerste instantie als een strategisch middel voor de wederopbouw na de oorlogen, maar geleidelijk aan evolueerde het naar een institutionele prioriteit. In de periode 1900 – 1968 legde ze de fundamenten voor een explosieve toename van internationale inschrijvingen vanaf 1970. Het ‘internationale’ karakter van de universiteit kwam dus naar voren dankzij een diverse studentengroep en was niet enkel afhankelijk van het aantal inschrijvingen.
Meer lezen

Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.

HOGENT
2025
Davide
Degano
Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.
This thesis investigates how photographic and archival practices have shaped the construction of Italian national identity from unification to the present, exposing the continuities between colonial, fascist, and post-fascist visual regimes. Through the case study of Leone Jacovacci — an Italian-Congolese boxer whose 1928 victory was erased from public record — the research examines how archives function as instruments of power that define visibility and belonging. Drawing on the theoretical frameworks of Achille Mbembe, Ariella Azoulay, and Saidiya Hartman, it argues that absence within the archive is never neutral but a form of epistemic violence that structures collective memory.

By tracing the evolution of Italian image culture — from Lombroso’s pseudo-scientific photography to Mussolini’s propagandistic iconography and contemporary media — the study reveals how the aesthetic foundations of whiteness and exclusion persist beneath post-war and neoliberal narratives of modernity. Engaging both institutional and personal archives, the project proposes an alternative methodology grounded in solidarity and speculation: one that re-reads the archive not as a closed repository, but as a site of struggle and potential reactivation. Ultimately, it calls for a re-imagining of visual history as an ethical and political practice, where to look is also to take responsibility for what has been made invisible.
Meer lezen

In-between Demolition and Reuse: Actor Networks and Urban Logistics of Salvaged Materials between 1880-1960

Vrije Universiteit Brussel
2025
Liese
Van Holen
Wat vandaag een innovatieve uitdaging lijkt – het hergebruik van materialen – was tot het midden van de 20ste eeuw een vanzelfsprekende praktijk in de bouwsector. Pas daarna raakte dit hergebruik steeds versnipperd en minder goed georganiseerd. Cruciale momenten in dit proces zijn de opslag en verkoop van materialen tussen afbraak en hergebruik. Juist in die tussenfase wordt het zichtbaar hoe hergebruik in de praktijk werd georganiseerd en wie erbij betrokken was.

Deze scriptie toont aan hoe opslag en verkoop van afbraakmaterialen historisch gezien systematisch werden georganiseerd. Naast grote stadsdepots en private depots, werden ook toevallige open ruimtes benut om afbraakmaterialen op te slaan. Vaak werden gerecupereerde materialen zelfs rechtstreeks gesorteerd op de afbraakwerf. Dit vergemakkelijkte het uiteindelijke doel, efficiënte en snelle verkoop van gerecupereerde materialen.

Het historische hergebruiksproces waarbij elke open plek in de stad als potentiële opslagruimte diende, kan inspiratie bieden voor hedendaagse circulaire hubs en logistieke modellen. De scriptie benadrukt bovendien dat uitdagingen rond opslag en verkoop niet onderschat mogen worden. Uit analyse van historisch hergebruik blijkt namelijk dat opslag en verkoop een onmisbare rol speelden. Zodra deze processen veranderden, verdween het systematische hergebruik.

Naast de hergebruiksprocessen maken ook de betrokken stakeholders duidelijk waarom materialen systematisch werden hergebruikt. Ze deden dit om economische, pragmatische of kunsthistorische redenen. Zo ging de stad bijvoorbeeld systematisch tewerk met regelgeving en stadsdepots voor het behoud erfgoedelementen. Aannemers daarentegen, waren vooral op zoek naar de meest winstgevende manier om een afbraakproject te organiseren. Ook kleinere spelers droegen bij aan de waardering van hergebruiksmaterialen. Antiquairs zochten bijvoorbeeld naar elementen die zij aan een cultureel cliënteel konden verkopen, een praktijk die vandaag nog steeds herkenbaar is op rommelmarkten en in antiekwinkels.

Met een vernieuwend analytisch kader onderzoekt deze scriptie de circulariteit van hergebruiksmaterialen. Door processen en actoren in kaart te brengen, wordt duidelijk hoe we afbraakmaterialen kunnen leren herwaarderen. De studie biedt daarmee belangrijke inzichten in de evolutie van een historisch circulaire bouwsector naar de huidige stand van zaken.

Door te begrijpen hoe hergebruik vroeger structureel was georganiseerd, krijgen we ideeën om dit opnieuw een vanzelfsprekende plaats te geven in de bouwsector van de toekomst.
Meer lezen

Why Architects Wear Prada

Universiteit Gent
2025
Mira
Nietvelt
Flagship fashion stores zijn geëvolueerd van eenvoudige commerciële ruimtes tot meeslepende omgevingen waarin architectuur bepaalt hoe mode wordt ervaren, herinnerd en begrepen. Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijk ontwerp bijdraagt aan merkidentiteit door retail te transformeren tot een zintuiglijke en culturele ervaring. Via materiaalkeuze, licht, circulatie en sfeer fungeert architectuur als een narratief medium dat gedrag stuurt en betekenis versterkt.

Ondanks hun prominente aanwezigheid worden modieuze retailruimtes vaak over het hoofd gezien in academische architectuurprogramma’s. Dit onderzoek vult dat gat door flagship stores, ontworpen door architecten, te analyseren als scenografische platforms die storytelling verbinden met ruimtelijke beleving. Het volgt de ontwikkeling van meeslepende flagship-architectuur vanaf OMA’s Prada Epicenter (2001) in New York tot recente casestudy’s in Londen, Tokio, Parijs en Miami.

De methodologie combineert theoretisch onderzoek, het opstellen van een historische tijdslijn en veldwerk op locatie. Persoonlijke bezoeken en zintuiglijke observatie voeden de analyse van hoe ruimte emoties oproept, merkwaarden uitdrukt en gebruikerservaringen vormgeeft.

De bevindingen laten zien dat deze modespecifieke ruimtes de grenzen vervagen tussen publiek en privé, spektakel en intimiteit, economie en cultuur. Ze maken duidelijk dat architectuur niet ondergeschikt is aan mode, maar integraal deel uitmaakt van haar uitdrukking. Door identiteit te ensceneren en emotionele betrokkenheid uit te lokken, herdefiniëren flagship stores wat het betekent om te ontwerpen voor consumptie. De thesis pleit voor hun opname in architectuurtheorie als cruciale plekken waar culturele, symbolische en ervaringsgerichte krachten samenkomen.
Meer lezen

Een podium voor de verpleegkunde. 50 jaar Week van de Verpleegkunde

KU Leuven
2025
Nona
Vinken
In deze masterproef heb ik onderzocht hoe de Week van de Verpleegkunde tussen 1975 en 2024 een podium vormde waarop verpleegkundigen hun professionele identiteit konden ontwikkelen en uitdragen. Terwijl de Belgische geschiedschrijving zich tot nu toe vooral heeft gericht op de identiteitsvorming van verpleegkundigen vóór het verkrijgen van hun juridisch statuut in 1974, betoog ik dat die formele erkenning geen eindpunt was, maar juist het begin van nieuwe vormen van professionele profilering. Aan de hand van archiefmateriaal en mondelinge bronnen heb ik geanalyseerd hoe het grootste jaarlijkse congres van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (N.V.K.V.V.) niet alleen een spiegel was van de evoluerende professionele identiteit van verpleegkundigen, maar ook een actieve rol speelde in de constructie ervan. Tussen 1975 en 1980 zocht de verpleegkunde, in het kielzog van het nieuwe statuut, naar erkenning als volwaardig en autonoom beroep, los van de medische autoriteit. De Week speelde hierop in door een eigen kenniscultuur te ontwikkelen en het beeld van een standvastige en zelfbewuste beroepsgroep zowel binnen de verpleegkundige gemeenschap als naar de samenleving toe uit te dragen. In de jaren 1980 en 1990 begonnen verpleegkundigen zich, onder druk van overheidsbesparingen in de zorgsector, steeds meer politiek te roeren, onder andere via bewegingen zoals de Witte Woede. Het N.V.K.V.V. gebruikte die spanningen om verpleegkundigen intern te versterken door hen neer te zetten als veerkrachtige en gespecialiseerde professionals. Tegelijkertijd groeide de congresweek uit tot een platform waarop zij hun eisen naar het beleid toe konden uiten. Tussen 2000 en 2024 werd de beroepsgroep steeds diverser, met meer specialisaties, niveaus en culturele achtergronden. Het N.V.K.V.V. maakte de Week inclusiever, zodat al deze verschillende verpleegkundigen zich als professionals konden profileren en hun stemmen konden laten horen. Sinds de coronacrisis van 2020 kreeg de congresweek ook een digitaal platform, wat de democratisering van het congres zowel versterkte als bemoeilijkte. Zo toont deze masterproef aan dat de Week van de Verpleegkunde niet alleen een spiegel van haar tijd was, maar ook een motor die de interne en externe dimensies van de professionele identiteit van verpleegkundigen sinds 1975 actief heeft versterkt.

Meer lezen

Extra Ecclesiam Nulla Salus: De invloed van de priester op de Limburgse sagen en het sagenonderzoek

KU Leuven
2025
Michael
Gijbels
Deze thesis onderzoekt hoe priesters zowel de sagen als het sagenonderzoek van Belgisch Limburg beïnvloed hebben in de 19de en 20ste eeuw. Specifiek spitst dit werk zich toe op drie overkoepelende ‘rollen’ die de priester opnam in de sagen en volkskundige tradities van deze landelijke provincie, met name als onderzoeker naar de ‘oorsprong’ van sagen en sagenelementen, als verzamelaar en verteller van sagen en als ‘personage’ in de volksverhalen. Op basis van twee collecties van Limburgse sagen, het taal- en volkskundig tijdschrift ’t Daghet in den Oosten en drieëntwintig verhandelingen opgesteld door studenten Germaanse filologie aan de KU Leuven, worden deze drie rollen nader bekeken om te ontdekken in hoeverre de priester aanwezig was in de Limburgse sagen en welk doel hij mogelijk had om de volksverhalen te verzamelen, te onderzoeken en soms zelfs te verspreiden.

In het geval van ’t Daghet wordt discoursanalyse gebruikt om de visie van de auteurs, die allemaal geestelijken waren, op sagen te ontwaren en hoe zij sagen gebruikten om hun ideologieën te versterken en hun argumenten te staven. Ook op de verhandelingen wordt discoursanalyse toegepast, zeker wanneer priesters aan het woord komen, maar ook wordt er gekeken naar hoe de sagen afhankelijkheid van de priesters creëerden bij de bevolking.

Door zichzelf te profileren als een bovennatuurlijke genezer en verlosser van het Limburgse volk, via het verdrijven van geesten, het dopen van dwaallichten en het ontmaskeren van heksen, probeerde de priester zijn maatschappelijke positie te versterken in een periode gekenmerkt door het afzwakken van de katholieke invloed op de samenleving en de opkomst van liberale en socialistische ideologieën. Vlaams-nationalistische priesters gingen op een gelijkaardige manier te werk, en interpreteerden de dominantie van het katholieke referentiekader in de sagen als een teken dat het christendom een essentiële karaktereigenschap van het Vlaamse volk was, juist om hun godsdienst te beschermen tegen de antiklerikale, liberale volkskundigen. Door deze aspecten van de Limburgse sagen en het sagenonderzoek nader te onderzoeken hoopt deze thesis bij te dragen tot het beperkte analytische onderzoek betreffende de Limburgse sagentraditie door de nadruk te leggen op één van haar meest voorkomende personages, de priester.
Meer lezen

De Roof-mythe zonder roof. De receptie van De roof van Persephone in Young Adult-literatuur

KU Leuven
2024
Lise
Lauwers
Deze scriptie kijkt naar twee hedendaagse hervertellingen in Young Adult literatuur van de eeuwenoude mythe van de verkrachting van Persephone, namelijk de Godin Test trilogie (2011-2013) van Aimée Carter en Girl, Goddess, Queen (2023) van Bea Fitzgerald. Deze scriptie wil licht werpen op de verschillende opties die er zijn om deze oude mythe te verwerken op een manier die het verhaal nieuwe perspectieven geeft en relevant is voor een Young Adult, hedendaags publiek. Daarbij is het niet de bedoeling om uitputtend te zijn, maar om iets toe te voegen aan het onderzoek naar hervertellingen van Griekse mythen. Om een achtergrond te bieden voor verdere discussie, volgt eerst een korte introductie van de mythe en discussies over de literaire categorie Young Adult. Vervolgens wordt gekeken hoe de auteurs omgaan met welke klassieke bronnen, hoe ze bekende mythologische figuren verwerken tot personages, en hoe hun verhaalwereld en plot van invloed zijn op deze herbewerking. Omdat de mythe verbonden is met het huwelijk als overgangsritueel voor meisjes, zal ook aandacht worden besteed aan het genderaspect in deze hervertellingen. De conclusie zal vervolgens de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de twee auteurs weergeven, die een verschillende aanpak hebben in hun verwerking van het bronmateriaal vanwege hun verschillen in setting en plot.
Meer lezen

De Dekaloog van Krzysztof Kieslowski door de lens van de adaptatiestudies en intertekstualiteit

Universiteit Antwerpen
2024
Justine
Decoster
De Dekaloog-serie van Krzysztof Kieslowski is gebaseerd op de Tien Geboden, wat de indruk wekt dat het een adaptatie is van de Geboden. Aan de hand van de geschiedenis van de adaptatiestudies wordt onderzocht hoe we inzicht kunnen krijgen in adaptaties en wordt het begrip gedefinieerd om na te gaan of de Dekaloog als een adaptatie kan worden beschouwd. Binnen de adaptatiestudies is er een stroming die adaptaties verbinden met intertekstualiteit. Laatstgenoemde concept verwijst naar de manier waarop teksten met elkaar verweven zijn. Een tekst kan immers meerdere interpretaties en betekenissen in zich dragen en op die manier bewust of onbewust verwijzen naar andere teksten. Die betekenis en verwijzingen kunnen bewust door de maker van de tekst in de tekst verwerkt worden, maar zij kunnen ook onbewust in de tekst sluipen. Daarnaast is er voor de lezer/kijker een grote rol weggelegd. Die kan immers aan de hand van het eigen referentiekader andere werken herkennen in de tekst en op die manier nieuwe en/of andere inzichten krijgen in de tekst. In deze scriptie zal beargumenteerd wordt dat de Dekaloog een adaptatie is en dat adaptaties zich omwille van hun specifieke aard lenen tot een intertekstuele analyse. Er wordt een intertekstuele analyse gemaakt van Dekaloog één, vijf en zes. Essentieel daarbij is kennis over het werk dat geadapteerd werd, de context waarin de adaptatie tot stand kwam en de dialoog met andere academische literatuur, filosofie en andere films. Op die manier wordt er inzicht gecreëerd in de betekenissen die aanwezig zijn in de films. Daaruit volgt geen definitieve interpretatie van de films maar een analyse die op zijn beurt uitnodigt om met andere teksten in dialoog te treden.
Meer lezen

THE REPARATION OF COLONIAL HARM: A Study of European State Practice

KU Leuven
2024
Nel
Christie
Deze thesis onderzoekt de complexiteit van de schade die Afrikaanse naties en hun volkeren is berokkend onder Europese koloniale regimes en het streven naar herstel voor dit historische onrecht en de voortdurende gevolgen ervan. Het doel is om te evalueren in hoeverre Europese initiatieven voor herstelmaatregelen een staatspraktijk zijn volgens de definitie van het internationaal recht. Drie essentiële vragen vormen de rode draad van dit onderzoek: 'Wat is koloniale schade? Welke vormen van herstel kunnen deze schade aanpakken? En welke initiatieven hebben Europese staten genomen? De bevindingen onthullen een gefragmenteerde respons die wordt ondersteund door morele erkenning, maar inconsistente actie. Hoewel er een groeiende erkenning is van de morele plicht om de koloniale erfenis aan te pakken, belemmert een gebrek aan consistentie de vorming van een echte staatspraktijk. Desalniettemin laat de voortschrijdende ethiek rond herstelmaatregelen een betekenisvolle verschuiving zien in de houding van Europese staten.
Meer lezen

Van de laatste kasteelvrouwe van Gaasbeek naar de Belgische Staat

KU Leuven
2024
Emma
Wouters
Dit onderzoek gaat na hoe het schenkingsproces van het Kasteel van Gaasbeek door markiezin Arconati Visconti aan de Belgische Staat verliep aan het begin van de twintigste eeuw. De schenking hield naast het kasteel ook het park, de gronden, de collecties en een bijkomende som van 200 000 frank in. In dit onderzoek wordt bestudeerd welke motieven ze had om het landgoed aan verschillende mogelijke ontvangstpartijen aan te bieden.

Het karakter van de markiezin werd getekend door haar antiklerikale, patriottische en republikeinse waarden. Een groot deel van haar tijd spendeerde ze aan corresponderen, salons organiseren en het bevorderen van wetenschappen en kunsten, met bijzondere aandacht voor historische wetenschappen. Ze stond bekend als gulle weldoenster door haar uitgebreide verzamel- en schenkingspolitiek. Dit was mogelijk door de aanzienlijke erfenis, waaronder het Kasteel van Gaasbeek, die ze in bezit had gekregen na de dood van haar echtgenoot markies Giammartino Arconati Visconti in februari 1876. Vooral vanaf de jaren 1890 hield ze zich hier frequent mee bezig. Tijdens het Brusselse burgemeesterschap van Émile De Mot (1899-1909), kreeg de markiezin voor het eerst het idee om haar geliefde Kasteel van Gaasbeek weg te schenken. Het schenkingsproces stuitte echter op enkele obstakels. Pas na drie mislukte schenkingspogingen aan respectievelijk de stad Brussel onder De Mot, de Belgische Staat en koning Albert I, kon de werkelijke schenking kon plaatsvinden. Toen de markiezin de Belgische Staat voor een tweede keer benaderde om het kasteel aan te bieden, had ze namelijk meer succes. Uiteindelijk kon de schenkingsakte op 30 augustus 1921 ondertekend worden.

De schenking en haar motieven daartoe passen binnen de bredere schenkingspolitiek van de markiezin. Ten eerste waren haar kinderloze status als weduwe, haar fysieke verzwakking en haar confrontatie met vergankelijkheid door de dood van enkelen van haar dierbaren, drijfveren om bij haar schenkingspolitiek een versnelling hoger te schakelen. Daardoor paste haar schenking eveneens binnen de algemene schenkingspolitiek uit die tijdsgeest. Meer specifiek voor de schenking van het Kasteel van Gaasbeek was een eerste motief haar bewondering voor België door de dappere bescherming van Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog die ze daaraan toeschreef. Door bij te dragen aan de opbouw van het Belgisch nationaal patrimonium wilde ze haar sympathie uiten, hoewel ze België bleef bekijken met haar Franse blik. Ten tweede wilde ze het behoud van het kasteel op lange termijn verzekeren. Verder wilde ze bijdragen aan de bevordering van kunsten en wetenschappen. Daarnaast wilde ze de herinnering aan overleden geliefden eren, en hoopte ze ook dat het museum voor haarzelf attent bleef. Omwille van dit alles wenste ze dat de schenking zou leiden tot de creatie van een publiek museum, waar alle objecten van de collectie tentoongesteld zouden blijven.

De schenking leverde de markiezin veel dankbaarheid op. Tot op de dag van vandaag wordt ze herinnerd omwille van haar vrijgevigheid. Na de afronding van het proces doken er toch nog enkele problemen op. Zo maakten er nog enkele nazaten van de Arconati Visconti’s aanspraak op een deel van de schenking. De uitkomst daarvan is echter onduidelijk. Daarenboven vormde de benoeming van de eerste conservator ook voor discussies binnen de Ministerraad. Vooral een machtsstrijd tussen twee betrokken ministers lagen aan de basis van die spanningen. Ondanks die discussies was het uiteindelijk Georges Lockem die de eerste conservator werd en die functie dan ook bekleedde bij de opening van het kasteel-museum voor het publiek op 11 februari 2024.
Meer lezen

Unwrapping Margiela: Casestudy: “Object X,” Maison Martin Margiela herfst-wintercollectie 1997-1998: “waarom Tyvek® in plaats van papier?” – een socio-historische, esthetische, en materiaal-technische deconstructie

KU Leuven
2023
Jessy
Baeken
Unwrapping Margiela is een casestudy van “Object X,” een ontwerp van het Franse modehuis Maison Martin Margiela (1989-), het geesteskind van de Belgische ontwerper Martin Margiela (°1957). Het is een drieledig onderzoek, waarbij allereerst de geschiedenis en de esthetiek van Maison Martin Margiela onderzocht wordt. Als tweede is het een conservatorische studie naar de materiaal-technische verschillen tussen Tyvek® en papier – de toegepaste of geïmiteerde materialen van “Object X.” Daarnaast is er ook een focus op de mogelijke juridische statuten van het modeobject, de standpunten van de curator en conservator, en de bespreking van toepasbare communicatieve theorieën bruikbaar in de museale context. Het is het onderzoek van één object, maar vanuit meerdere hoeken. Het eindpunt is een waar mode-museaal universum.
Meer lezen

On le dit fou: Geestelijke gezondheidszorg in Belgisch Centraal-Afrika, een vergelijkende analyse over de organisatorische evolutie tijdens het interbellum en onder de implementatie van het Tienjarenplan

KU Leuven
2023
Charlotte
Cornelissen
Een vergelijkende analyse over de organisatorische evolutie van de geestelijke gezondheidszorg in Belgisch Centraal-Afrika tijdens het interbellum en onder de implementatie van het Tienjarenplan.
Meer lezen

Detection of Supernovae and their characteristics with Einstein Telescope

Universiteit Gent
2023
Marco
Vanderpoorten
In mijn thesis werd onderzocht wat de detectielimiet is voor verschillende types supernovae met de geplande Einstein Telescope, gevoelig voor zwaartekrachtsgolven. Verder werd er onderzocht in hoeverre machine learning de verschillende eigenschappen van de supernovae kan achterhalen door te kijken naar hun zwaartekrachtsgolfsignaal. Er werd geconcludeerd dat er niet genoeg supernova modellen bestaan om machine learning op dit moment al toe te passen, maar dat als de training set wel groot genoeg is, dit wel mogelijk moet zijn.
Meer lezen

Het belang van gendertransities in de perceptie van vrouwensport in de Belgische pers (1930-1940)

Universiteit Antwerpen
2023
Michiline
Elexil Sablain
Vertrekkende vanuit de observatie dat gendertransities in de sportwereld in de jaren 1930 een veelvuldig besproken en bekritiseerd thema waren in de Belgische pers, onderzoekt deze masterproef voor de periode 1930 tot 1940 vertogen omtrent trans- en intersekse atleten, zoals de Belgische wielrenner Willy De Bruyn, en de relevantie hiervan voor de vrouwensport.
Meer lezen

Molly Spotted Elk (1903-1977) and The Surrealists: Transatlantic Modernisms in Interwar Paris

KU Leuven
2023
Charlotte
Greenaway
Molly Spotted Elk (1903-1977) was een Penobscot danseres, schrijver en actrice die in 1931 naar Parijs trok. Daar gaf ze advies aan de directie van het Ethnografisch museum in het Trocadéro paleis en werd ze een belangrijk onderdeel van de artistieke scène.

De Franse Surrealisten hadden vanuit hun primitivisme grote interesse voor al wat Native-American was, maar niet voor de dansen van Spotted Elk. Uit deze fundamentele tegenstelling blijken de verschillende, maar diachrone modernismes die bestonden in interbellum Parijs.
Meer lezen

50 jaar emoties in de Ronde van Vlaanderen: emotieonderzoek in de Ronde van Vlaanderen van 1970 tot 2020

KU Leuven
2022
Brent
Mylemans
Deze scriptie brengt de emoties in de Ronde van Vlaanderen in een tekst geschreven, niet enkel voor de Leuvense professor, ook voor de wielerfan die zich niet bezighoudt met het lezen van wetenschappelijke artikels. De evolutie van deze emoties in de laatste vijf decennia van de Ronde van Vlaanderen kan ons helpen om de emoties in de bredere maatschappij onder de loep te nemen.
Meer lezen

Justus Lipsius als vaderlander: De beeldvorming van Justus Lipsius in België van 1853 tot 1947

KU Leuven
2022
Joachim
Hoste
Deze masterproef gaat over de beeldvorming van de humanist Justus Lipsius van 1853 tot 1947. Hij paste binnen de herdenking van grote historische figuren om de natiestaat te legitimeren. Voor Leuven, Overijse en Ath riep hij lokale trots op. Lipsius werd vooral geëerd als groots wetenschapper. Maar in 1909 vond de liberale pers hem helemaal niet erenswaardig en bekritiseerde zijn intolerantie.
Meer lezen

Kinderen van de dekolonisatie: DE POSTKOLONIALE BENADERING IN HET VLAAMSE LITERATUURONDERWIJS

Universiteit Gent
2022
Amanda
Adam
We merken een steeds grotere belangstelling op voor onderwerpen als de postkoloniale benadering, dekolonisatie en antiracisme in het Vlaamse culturele en academische milieu. Enkel met betrekking tot het Vlaams secundair (literatuur)onderwijs weten we niet in hoeverre de postkoloniale benadering reeds een plaats heeft kunnen opeisen. Om die reden onderzoek ik in deze scriptie in hoeverre de postkoloniale blik is doorgedrongen in het Vlaams secundair literatuuronderwijs, en dat op drie vlakken: op het vlak van (1) de behandelde literatuur, (2) de benadering van de literatuur en (3) de functies van het postkoloniale literatuuronderwijs. Enkel door de huidige stand van zaken over postkolonialisme in het secundair onderwijs na te gaan, kunnen we het postkoloniale literatuuronderwijs systematisch verbeteren en leerkrachten aanmoedigen om de voorgenoemde ideeën en voordelen in te zetten in hun lessen.
Meer lezen

Hybrid spin registers in NV centers: A testbed for studying quantum thermodynamic phenomena and their derived applications

Universiteit Antwerpen
2022
Boo
Carmans
Genomineerde shortlist Eosprijs
Het NV centrum in diamant is een veelbelovend systeem voor verschillende kwantum applicaties. Deze scriptie handelt over hun gebruik in een kwantum Otto motor en toont een aantal fundamentele onderdelen van deze motorwerking experimenteel.
Meer lezen

Problematisering van het integratiediscours in Vlaanderen: Een kritische analyse van het mediadiscours over integratie en de rol van gender, van migratiestop (1974) tot Inburgeringsdecreet (2003)

Universiteit Gent
2022
Jade
Philippeth
Een kritische discoursanalyse over wat en wie er onder het concept 'integratie' werd gezien in Het Nieuwsblad tussen 1974 en 2003. Een speciale aandacht gaat uit naar de rol van gender in dit discours.
Meer lezen

Voltooid leven in de verleden tijd? Een exploratie van levensmoeheid bij Belgische ouderen vanaf 1850

KU Leuven
2022
Stefanie
Meul
Deze masterproef is in de eerste plaats een begripsgeschiedenis van levensmoeheid. Door de vermeldingen van levensmoeheid in historische bronnen vanaf 1850 onder de loep te nemen en deze historisch te kaderen wil dit onderzoek de totstandkoming van het huidige fenomeen verklaren. Daarnaast krijgen ook onderwerpen als zelfdoding, psychiatrische diagnostiek en ouderdom een historische uitdieping. Het huidige concept voltooid leven is immers een clusterbegrip, wat de complexiteit van de problematiek mee verklaart.
Meer lezen

Japanse geest met Westerse technieken

Universiteit Gent
2021
Maarten
Saelaert
Gedurende de Meiji-periode (van 1868 tot 1912) veranderde de mannenmode enorm. Welke fysieke veranderingen waren er en hoe keek men naar deze nieuwe mode? Dit onderzoek, gebaseerd op geschreven bronnen en authentieke kledingstukken biedt een vernieuwend perspectief op de Japanse geschiedenis.
Meer lezen

“Sportminnend Sint-Pietersveld”: Lichamelijke opvoeding in de heropvoedingspraktijk van het Rijksopvoedingsgesticht te Ruiselede, 1912-1965.

KU Leuven
2021
Hannah
Carnier
Genomineerde longlist Klasseprijs
Deze masterproef onderzoekt de functie, de betekenis en de praktische invulling van lichamelijke opvoeding in de heropvoedingspraktijk binnen de context van het Rijksopvoedingsgesticht (ROG) van Ruiselede in de periode tussen 1912 en 1965.
Meer lezen

Vrouwelijk artistiek rollenspel. Een onderzoek naar alter ego's en persona's bij vrouwelijke kunstenaars vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw tot op heden

KU Leuven
2021
Ellen
Van Driessche
Deze master paper onderzoekt waarom vrouwelijke kunstenaars alter ego's en persona's creëren in de beeldende kunst vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw tot op heden. Aan de hand van een theoretisch kader worden er een aantal hypothesen gesteld. Die hypothesen worden daarna toegepast op twee casestudies waaronder de figuren 'Madame' en 'It' van Belgisch kunstenares Ria Pacquée en het businesspersona van Brits kunstenares Carey Young.
Meer lezen

"Liever in het slachthuis, dan in de badkuip thuis" Botsende waardenkaders rond de islamitische slacht in Antwerpen 1974-1998

Universiteit Antwerpen
2021
Hanane
Llouh
Een historisch onderzoek naar de inbedding van de islamitische rituele slacht in Antwerpen tussen 1974 en 1998. Tot welke spanningen, maar ook vormen van mediatie heeft dit geleid? Is er aan het einde van de twintigste eeuw een nieuwe status-quo bereikt met betrekking tot deze religieuze praktijk in de publieke ruimte?
Meer lezen

Diplomatieke huisvesting in Brussel in de negentiende en vroege twintigste eeuw

KU Leuven
2021
Mathilde
Brogniet
Masterproef over het ontstaan en de evolutie van de diplomatieke huisvesting in Brussel tijdens de negentiende en vroege twintigste eeuw. De scriptie wordt rijkelijk geïllustreerd met zelfgemaakt kaartmateriaal.
Meer lezen

De oorsprong van het evenement: Een fenomenologie van verandering

Universiteit Gent
2021
Alexandra
Van Laeken
In deze thesis onderzoek ik hoe we ruimte kunnen maken voor verandering binnen de fenomenologie van Edmund Husserl. Deze vraag tracht ik te beantwoorden vanuit een Badiouaanse invalshoek. Concreet stel ik volgende vragen: Op welke manier zet Alain Badiou zich af tegen Edmund Husserls fenomenologie? Spreken Badiou en Husserl over een gelijkaardige crisis? Op welke manier kunnen we Badiou’s oplossing voor deze crisis, namelijk de identificatie van het evenement, ook een plaats geven binnen Husserls filosofie? En ten slotte, is het evenement denkbaar in Husserls fenomenologie en kan dit een antwoord bieden op de Krisis?
Meer lezen