Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

Hoe kunnen klanten eenvoudig bouwmaterialen met een lage milieu-impact kiezen voor houten bijgebouwen?

HOGENT
2025
Peter
Vanduffel
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van Ostyn, een producent van houtskeletconstructies voor bijgebouwen, op een eenvoudige manier bewust kunnen kiezen voor duurzame bouwmaterialen op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Aangezien voor bijgebouwen geen normering bestaat rond milieu-impact, is er behoefte aan een eenvoudige methode die transparantie biedt met betrekking tot de duurzaamheid van materialen. Dit werk richt zich op het onderzoeken van een manier waarop Ostyn klanten kan ondersteunen in hun materiaalkeuzes.

De methodologie omvat een vergelijkende analyse van bestaande tools voor milieu-impactberekening, waaronder de Nederlandse Nationale Milieudatabase (NMD) en de Belgische tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials). Hierbij wordt gekeken naar hun toepasbaarheid voor Ostyn’s constructies, met aandacht voor de beschikbaarheid van data en de nauwkeurigheid van de resultaten.

Uit het onderzoek blijkt dat een vergelijking op productniveau binnen een element, zoals gevelbekleding en isolatie, relevanter is dan een analyse op constructieniveau vanwege de standaardisatie van veel onderdelen. Een belangrijke bevinding is dat de beperkte beschikbaarheid van productspecifieke data de betrouwbaarheid van de vergelijkingen beïnvloedt.

De conclusie luidt dat Ostyn met tools als TOTEM de mogelijkheid heeft om klanten te informeren over duurzame opties, mits er geïnvesteerd wordt in betere dataverzameling en heldere communicatie. Verdere ontwikkeling van databases en tools is essentieel om de keuze voor duurzame bouwmaterialen verder te reguleren en normaliseren.

Meer lezen

Knowledge clips assisted instructions during English lessons

Odisee Hogeschool
2025
Tine
Vercauteren
Genomineerde longlist Klasseprijs
Deze bachelorproef onderzoekt het gebruik van kennisclips als didactisch hulpmiddel in het tweede jaar Engels (eerste graad, A-stroom) ter ondersteuning van het leren van grammatica. De studie is gebaseerd op de theorie van multimedia learning, die het gecombineerde gebruik van gesproken uitleg en visuele elementen benadrukt om het leerproces te versterken. Het onderzoek gaat na of kennisclips kunnen bijdragen aan een beter begrip en een verbeterde retentie van complexe grammaticale onderwerpen bij leerlingen. Op basis van de ontwerprichtlijnen uit de theorie van multimedia learning werd een checklist ontwikkeld om het ontwerp en de integratie van kennisclips in het lesonderdeel te ondersteunen. De resultaten tonen aan dat kennisclips grammatica lessen efficiënt kunnen ondersteunen, als ze goed ontworpen zijn, de checklist volgen en worden geïntegreerd in lessen met Generative Activities onder begeleiding van de leerkracht. Hoewel het onderzoek een beperkte reikwijdte heeft, suggereren de bevindingen dat een kennisclip-ondersteunde instructie ook toepasbaar en waardevol kan zijn in andere leerjaren en vakken binnen het secundair onderwijs, en zo een hulpmiddel biedt waarmee leerkrachten hun lespraktijk kunnen versterken.
Meer lezen

EEN ‘GROENE’ FAST-FASHION WAARDEKETEN: UTOPIE OF OPTIE?

KU Leuven
2025
Anna
Sato
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis met als titel “Een ‘groene’ fast-fashion waardeketen: utopie of optie?” heeft als overkoepelend onderwerp de ecologische duurzaamheid van de fast-fashion waardeketen. Het onderzoekt meer specifiek of het huidig juridisch kader van de Europese Unie een transparante en duurzame fast-fashion waardeketen mogelijk maakt. Het onderzoek focust zich hierbij op drie onderscheiden fases in de waardeketen, namelijk de productie-, communicatie- en afdankfase, waarrond ook de structuur van de thesis is opgebouwd. De keuze hiervoor is ingegeven door de situering in deze fases van de drie problemen uit de probleemstelling.

In de productiefase wordt meer bepaald gekeken naar het materiaal waarmee kleding geproduceerd wordt en de ecologische gevolgen ervan. In de communicatiefase krijgen greenwashing en misleidende groene claims vervolgens bijzondere aandacht. Ten slotte in de afdankfase staan kleding- en textielafval en de verwerking ervan of het gebrek eraan centraal. Voor elk van deze drie fases worden verschillende (nieuwe) Europese instrumenten nader besproken en wordt er vergeleken met de aanpak door Frankrijk, een koploper op het vlak van regelgeving over mode en duurzaamheid. Er wordt meer specifiek nagegaan of de EU- regelgeving ervoor zorgt dat de consument uiteindelijk verzekerd kan zijn dat hij een kledingstuk heeft aangekocht dat gemaakt is van recycleerbare materialen, zonder greenwashing claims op de markt is gebracht en op het einde van zijn levensduur niet op een afvalberg belandt. De evaluatiecriteria die hierbij de rode draad vormen, zijn: duurzaamheid, bescherming van de consument en rechtszekerheid. Door de verschillende instrumenten te beschrijven en daarna te evalueren, hoopt deze thesis zowel de successen als lacunes ervan in kaart te kunnen brengen. De evaluatie zal duidelijk maken dat ondanks stappen in de goede richting, er in elke fase nog tekortkomingen bestaan waardoor het lineaire bedrijfsmodel te weinig uitgedaagd wordt en de transitie naar een duurzamer model bemoeilijkt wordt.

Ten slotte heeft deze thesis als doel om op basis van de beoordelingsresultaten faseoverstijgende aanbevelingen te doen aan het huidig Europees regelgevend kader om het performanter te maken. Hoewel de werkelijke impact afhangt van de gedelegeerde handelingen, de effectieve implementatie en de kwaliteit van toezicht kunnen toch enkele suggesties gegeven worden.
Meer lezen

Naar een territoriaal verankerde landbouw: De rol van slachthuisinfrastructuur als gedeelde en strategische voorziening

Universiteit Gent
2025
Basiel
Van Rillaer
Deze masterproef onderzoekt de rol van slachthuisinfrastructuur in de territoriale verankering van landbouw. Slachthuizen worden doorgaans gezien als technische voorzieningen, maar in werkelijkheid bepalen ze in hoge mate hoe voedselproductie georganiseerd wordt, wie toegang heeft tot verwerking en hoe producenten en consumenten met elkaar verbonden blijven. De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe hebben slachthuisinfrastructuren bijgedragen aan de verankering van landbouw in haar territorium, welke transformaties hebben geleid tot hun ontkoppeling, en onder welke voorwaarden kan herterritorialisering plaatsvinden?
De relevantie van dit onderzoek ligt in de hedendaagse context. Terwijl de vraag naar korte ketens, dierenwelzijn en duurzame voedselvoorziening groeit, verdwijnen kleinschalige slachthuizen of worden ze opgeschaald tot industriële complexen. Dit creëert knelpunten voor boeren die niet in dat grootschalige model passen en ondermijnt de veerkracht van lokale voedselnetwerken. Slachthuizen vormen zo een vaak vergeten, maar cruciale schakel in de transitie naar duurzamere landbouwsystemen.
Methodologisch steunt de studie op vijf casestudy’s die verschillende vormen van slachthuisinfrastructuur in beeld brengen: de thuisslachter Erik De Vogelaere, Slagerij Vande Walle, het private slachthuis Matanza, de coöperatie WAPICOWP en de mobiele slachtunit voor pluimvee. Via interviews, historische analyse en beleidskaders worden deze praktijken onderzocht. De vergelijking resulteert in een typologie met vier hoofdtypes: geïntegreerd ambachtelijke infrastructuur, private slachthuizen met gedeeld gebruik, mobiele slachtunits en coöperatieve modellen. Deze typologie toont dat slachthuisinfrastructuren zich bewegen in een spanningsveld tussen schaalvergroting en lokale verankering, privaat ondernemerschap en collectieve organisatie, formele regelgeving en informele praktijken.
De cases laten zien dat kleinschalige infrastructuur kan overleven wanneer bepaalde randvoorwaarden aanwezig zijn, zoals familiale opvolging, ondernemerschap, sterke lokale netwerken of gedeeld eigenaarschap. Tegelijkertijd blijkt dat deze voorwaarden uitzonderlijk zijn en niet vanzelfsprekend reproduceerbaar. Beleidsmatig betekent dit dat de toekomst van kleinschalige infrastructuur niet enkel kan afhangen van toeval of familiale continuïteit, maar dat actieve ondersteuning noodzakelijk is. Herterritorialisering vraagt om randvoorwaarden zoals regelgeving op maat, institutionele steun en maatschappelijke herwaardering van voedselproductie.
Het besluit van deze masterproef is dat slachthuisinfrastructuur méér is dan een technische schakel: ze is een strategische en gedeelde voorziening die bepaalt hoe landbouw lokaal verankerd kan blijven. Herterritorialisering is daarbij geen terugkeer naar het verleden, maar een hedendaagse strategie om landbouwsystemen veerkrachtiger, duurzamer en sociaal rechtvaardiger te maken.
Meer lezen

Productconditie-evaluatie via multisensoriële beeldverwerking

KU Leuven
2025
Jan
Van Huffel
  • Kavishk
    Kathayat
Deze masterproef pakt de beperkingen van manuele kwaliteitscontrole aan door een modulair, hybride inspectiesysteem te ontwikkelen. Het platform combineert 3D-scans voor geometrische analyse (deuken, ontbrekende onderdelen) met 2D-beeldanalyse voor oppervlaktedefecten. Centraal staat een innovatieve AI-aanpak die zowel flexibele 'zero-shot' detectie (objecten vinden op basis van tekst) als hypernauwkeurige, getrainde modellen inzet. Door het fuseren van verschillende sensoren (RGB, diepte, nabij-infrarood) is het systeem gevalideerd op industriële steigerpijpen en e-bike batterijen, wat de brede toepasbaarheid voor veiligere en efficiëntere productie aantoont.
Meer lezen

Circulair gebruik van natuurmaaisel: Een case study voor veengebied De Zegge

Universiteit Antwerpen
2025
Lien
Van Breda
Het beheer van veengebied De Zegge genereert jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid natuurmaaisel, die tegen hoge kosten wordt afgevoerd naar composteringsinstallaties. Tegelijkertijd wordt natuurmaaisel in Vlaanderen erkend als biomassareststroom met circulair potentieel. Deze masterproef onderzoekt welke circulaire waardeketens toepasbaar en rendabel zijn voor De Zegge.
De jaarlijkse maaiselopbrengst wordt geschat op 94,5 ton droge stof. Een brede inventarisatie brengt tien mogelijke waardeketens rond natuurmaaisel in beeld, waarbij de ketens rond veenvrije potgrond, grasisolatie en graspapier het meeste perspectief bieden. Ook is er toekomstpotentieel voor boerderijcompostering, zodra het nieuwe wettelijk kader hiervoor wordt uitgerold. Belangrijke knelpunten voor circulaire inzet van natuurmaaisel zijn biologische stabilisatie, een efficiënte logistiek en de ontwikkeling van verdienmodellen die aantrekkelijk zijn voor alle partijen binnen een strikt en complex regelgevend kader. De vier geselecteerde waardeketens demonstreren echter voldoende technologische maturiteit, ecologische meerwaarde en economisch potentieel om deze knelpunten te overkomen.
Meer lezen

Optimization of establishing and growing an axenic black soldier fly larvae (Hermetia illucens) model

Thomas More Hogeschool
2025
Jill
Anthonissen
De steeds toenemende hoeveelheid voedselafval en de vraag naar alternatieve eiwitbronnen zorgen voor extra belangstelling in de industrialisering van de zwarte soldatenvlieg larven (BSFL) kweek. BSFL worden steeds meer erkend vanwege hun potentieel voor duurzaam afvalbeheer en als eiwitrijke voedselbron vanwege hun vermogen om organisch afval om te zetten in waardevolle biomassa. Echter is de invloed van hun darmmicrobiota op hun groei en ontwikkeling nog onvoldoende bekend.

Deze studie richt zich op de ontwikkeling en optimalisatie van een axenisch (kiemvrij)
model voor BSFL, Hermetia illucens, om de rol van de microbiota in de larvale ontwikkeling beter te begrijpen en de efficiëntie van op BSFL gebaseerde bioconversie-systemen
te verbeteren. De sterilisatie van BSFL-eieren werd uiteindelijk bereikt door afwisselende behandelingen met ethanol en natriumhypochloriet.

Vervolgens werden de axenische larven gekweekt op verschillende behandelingen en met elkaar vergeleken. De onderzochte behandelingen waren steriele, niet-steriele en voorgeïncubeerde vormen van kippenvoer en tarwezemelen. Door voorafgaande incubatie konden micro-organismen, voor sterilisatie, potentieel gunstige metabolieten produceren. Met deze proefopzet kon worden beoordeeld of deze microbiële metabolieten de groei konden ondersteunen zonder de aanwezigheid van levende micro-organismen. Hieruit is er dan gebleken dat de microbiële activiteit een positieve invloed heeft op de groei van axenische BSFL voor het minder kwaliteitsvolle tarwezemelen als kweeksubstraat.

Kippenvoer en tarwezemelen bieden echter een beperkte flexibiliteit bij het aanpassen van hun samenstelling. Hiervoor zijn op bouillon gebaseerde diëten een veelbelovende
oplossing. Echter is er gebleken dat de larven een driedimensionale structuur nodig hebben om hun natuurlijke kruip- en voedingsgedrag te ondersteunen. Uit de onderzochte bouillons en matrices, leverde vlas in combinatie met een eiwitrijke bouillon de beste resultaten op. Daarmee is dit dieet veelbelovend voor toekomstig onderzoek naar optimalisatie van de kweeksubstraten.
Meer lezen

Van mode naar bouwmateriaal: Kledingafval als bron voor circulaire isolatie

Universiteit Gent
2025
Marth
Van Mierlo
Deze masterproef onderzoekt hoe kledingafval kan worden omgezet in een circulair isolatiemateriaal. Via een zelfontwikkeld en innovatief productieproces worden verschillende textielsoorten verwerkt tot isolatiematten met prestaties vergelijkbaar met commerciële producten, maar met veel minder milieuschade. Zo krijgt afgedankte kleding een tweede leven in de bouwsector. Mode en bouw worden zo bondgenoten in de strijd tegen afval en CO₂-uitstoot.
Meer lezen

Ontwijken van oorlogsgeweld Hoe handelaars hun schepen veiligstelden door middel van neutralisatie in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog 1775-1783.

KU Leuven
2025
Robbe
Degroote
Deze scriptie behandelt de praktijk van “neutralisatie” van schepen in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), met bijzondere aandacht voor de strategieën waarmee handelaars hun eigendommen probeerden te beschermen tegen de kaapvaart. Door te onderzoeken hoe schepen juridisch en praktisch “geneutraliseerd” werden, werpt dit onderzoek nieuw licht op de complexiteit van maritieme oorlogsvoering en handelsstrategieën in een Europa vol conflict.
Niet alleen wordt daarmee aangesloten bij het al bestaande onderzoek naar kapers, maritieme handel en neutraliteit, zoals dat van Parmentier, Farasyn en Schankenbourg. Deze thesis vult ook concrete gaten in de historiografie op. Zo focuste het onderzoek zich op onderbelichte aspecten zoals de naamsveranderingen van schepen; de praktische situatie aan boord van een geneutraliseerd schip en de band met de haven van registratie.
Methodologisch combineert dit onderzoek drie bronnen: de notariële akten opgemaakt in Oostende tijdens het conflict, scheepsbewegingen waarvan de gegevens met behulp van AI werden geëxtraheerd uit de Gazette van Gend; en de Prize Papers van het Engelse High Court of the Admiralty. Door deze bronnen systematisch te koppelen en te analyseren werd een beeld gevormd van de praktische werking van neutralisatie als de geografische netwerken erachter. In de verwerking werd gebruik gemaakt van AI voor datamining, met bijgevoegd een kritische reflectie over de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van AI voor dit en toekomstig onderzoek.
De thesis bestaat uit drie inhoudelijke onderzoek hoofdstukken: een kwantitatieve analyse van de herkomst locatie en vaargeschiedenis naar Oostende van geneutraliseerde schepen; een semantische en taalkundige studie van naamsveranderingen; en een case study van de kaping van het schip “de Dageraad van Oostende”, waarbij de verborgen gezagsstructuur aan boord en de juridische verdediging nader onderzocht worden.
De conclusie toont aan dat neutralisatie in Oostende niet beperkt bleef bij het bekomen van scheepsdocumenten, maar dat er een complexe fictie gecreëerd werd om de schepen veilig te proberen stellen van kapers. Dit gebeurde aan de hand van naamsveranderingen en pragmatische organisatie. Daarnaast werd aangetoond dat geneutraliseerde schepen geen fysieke band met Oostende hoefden te hebben tijdens de neutralisatie. Hiermee levert deze scriptie een vernieuwende bijdrage aan de geschiedenis van zowel neutraliteit, handel en maritieme cultuur in de late 18de eeuw.

Meer lezen

Resight — An Adaptive Typographic and Reading System for Central Vision Loss

Hogeschool PXL
2025
Monica
Hutama
Age-related macular degeneration (AMD) is the leading cause of blindness in developed countries and currently affects over 200 million people worldwide—a figure projected to reach 300 million by 2040 (Wong et al., 2014). Despite this high prevalence, most assistive reading technologies continue to prioritize magnification or contrast enhancements, offering limited support for the specific visual challenges posed by central vision loss. In particular, the potential of typography, despite its ubiquity, remains underutilized as an adaptive tool for addressing the specific demands of peripheral vision.

This thesis responds to this gap by proposing a hypothesis-driven reading system that integrates adaptive typography, kinetic text presentation, and eccentric viewing support. Grounded in interdisciplinary evidence from typographic research, vision science, low vision rehabilitation, and reading technology, the project repositions typography as an active contributor to accessible reading.

Two key outcomes were developed: Locus Serif, a variable typeface optimized for peripheral legibility through research-led modifications of multiple typographic parameters, including stroke weight (set between 22–33% of x-height), low stroke contrast, increased x-height, adjustable letter width (narrowing in the foveal region and widening toward the periphery), and scalable serif length (shortened progressively to maintain spatial balance with wider forms). These coordinated adjustments also influence the typeface’s visual rhythm, aiming to achieve an effective balance between heterogeneity and homogeneity—critical for supporting word segmentation and perceptual clarity in peripheral reading. The second component, ReSight, is a horizontal scrolling reading interface aligned to the user’s Preferred Retinal Locus (PRL), incorporating optional PRL calibration via a simplified Amsler grid, high-contrast display, fixation support, and adjustable scrolling controls.

Together, these components demonstrate how typographic design, when grounded in scientific research and implemented responsively, can enhance reading accessibility for individuals with central vision loss. The project offers a design-led framework that invites future empirical validation and potential integration into assistive reading technologies across platforms and scripts.
Meer lezen

High-Throughput CCSDS Baseband Modem with GPU Support for Satellite SDR Modem Application

KU Leuven
2025
Tijn
De Wever
Satellietcommunicatiesystemen hebben af te rekenen met verschillende vormen van interferentie en vereisen robuuste communicatiemethoden om betrouwbare dataoverdracht te kunnen garanderen. Dit leidt tot extra complexiteit bij zowel de zender als de ontvanger, die hiervoor vaak specifieke hardware nodig hebben om rekenintensieve bewerkingen uit te voeren. Software-defined radio (SDR) modems vormen een software-gebaseerde alternatief dat meer flexibiliteit biedt. Het nadeel is echter dat ze doorgaans minder goed presteren.

Deze thesis onderzoekt of een graphics processing unit (GPU) ingezet kan worden om een snellere dataverwerking toe te laten in een SDR-modem, met als doel de prestaties aanzienlijk te verbeteren. De focus ligt hierbij op een suppressed carrier demodulator, een veelgebruikte maar rekenintensieve stap binnen SDR-ontvangers.

Er werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de werking van de suppressed carrier demodulator, een belangrijke stap bij het optimaliseren ervan. Daarnaast werd de GPU-technologie bestudeerd, met aandacht voor architectuur, geheugenhiërarchie, programmeermodellen en de selectie van een geschikte GPU-kaart. SYCL werd gekozen als programmeermodel vanwege zijn flexibiliteit, platformonafhankelijkheid en ontwikkeld ecosysteem.

De bestaande demodulator werd geanalyseerd om knelpunten en kritische componenten in kaart te brengen. Op basis daarvan zijn twee parallellisatiestrategieën voorgesteld, elk met een verschillend niveau van parallelisme. Voor één van deze strategieën werd een proof of concept ontwikkeld, waarbij vier belangrijke componenten van de demodulator werden geparallelliseerd. Aan de hand van testbenches werden deze componenten afzonderlijk geëvalueerd. Hierbij werd het potentieel van GPU-parallellisatie duidelijk aangetoond, met snelheidsverbeteringen tot 12,5 keer onder de typische werkomstandigheden van de demodulator. Tijdens de integratie in de demodulator werd echter een onverwachte overhead vastgesteld, wat de prestaties negatief beïnvloedde. Door deze te compenseren werd de snelheidslimiet van 8 Msym/s op 11 Msym/s gebracht, wat overeenkomt met een versnelling van 37,5%.

Ondanks de beperkte prestatiewinst bij de integratie, toonden de afzonderlijke componenten aan dat door GPU-parallellisatie aanzienlijke datasnelheden behaald kunnen worden. De aparte componenten zijn momenteel al in staat tot deze hogere prestaties, maar worden beperkt door de architectuur van de demodulator. Deze studie vormt daarmee een stevige basis voor verdere ontwikkeling, waarbij het upgraden van dit proof of concept naar de tweede parallellisatiestrategie aanbevolen wordt om het volledig potentieel van de GPU te benutten.
Meer lezen

Neural-netwerk gebaseerde audioverwerkingsalgoritmen voor cochleaire implantaten.

Universiteit Gent
2025
Julie
Van Heghe
Deze masterproef ontwikkelt en onderzoekt een nieuw audioverwerkingsalgoritme voor cochleaire implantaten, met als doel de geluidswaarneming dichter bij het normaal gehoor te brengen. Hiervoor werd een gesloten-lusarchitectuur ontworpen waarin een model van een normaalhorend systeem wordt vergeleken met een slechthorend systeem met implantaat. Via deep learning wordt het verschil tussen beide systemen geminimaliseerd, zodat het implantaatmodel geoptimaliseerd kan worden.
Meer lezen

Event-Based Neural Network for Embedded Deployment: Representation-Model Co-Design and Event-Data Acquisition System

KU Leuven
2025
Enmin
Lin
Diepgaand leren heeft het visueel waarnemingsvermogen bij autonoom rijden aanzienlijk verbeterd, maar conventionele camera's blijven beperkt door bewegingsonscherpte, een beperkt dynamisch bereik en hoge latentie. Gebeurteniscamera's, geïnspireerd door biologische visie, overwinnen deze beperkingen door asynchroon veranderingen in pixelhelderheid te detecteren. Dit mechanisme levert datastromen die schaars, temporeel nauwkeurig en zeer efficiënt zijn voor embedded toepassingen. De inherente schaarste en het gebrek aan intensiteitsinformatie in gebeurtenisgegevens bemoeilijken echter het extraheren van onderscheidende kenmerken en vormen uitdagingen voor de training van neurale netwerken. Daarnaast lijden gangbare datasets zoals CIFAR10-DVS aan een niet-uniforme verdeling van gebeurtenissen door het gebruik van lineaire of polygonaal gevormde bewegingstrajecten tijdens de opname, wat leidt tot periodieke artefacten.
Om deze beperkingen te overwinnen, evalueert dit proefschrift systematisch gebeurtenisrepresentaties—waaronder gestapelde afbeeldingen, voxelrasters en tijdoppervlakken—met standaard CNNs om optimale architecturen voor embedded implementatie te identificeren. Door gebruik te maken van transfer learning met vooraf getrainde ImageNet-modellen wordt de nauwkeurigheid onder beperkte dataomstandigheden aanzienlijk verbeterd. Experimentele resultaten tonen aan dat volledige fine-tuning van het hele netwerk noodzakelijk is om zich aan te passen aan de unieke eigenschappen van gebeurtenisgebaseerde gegevens. Het voorgestelde model integreert dropout, L2-regularisatie en een meerfasig leersnelheidsschema om de trainingsstabiliteit en generalisatie te bevorderen. Met deze co-designbenadering behaalt EfficientNetB0 een nauwkeurigheid van 81,05% op CIFAR10-DVS bij verwerking van gebeurtenissen binnen één temporeel venster.
Voor implementatie identificeert inspectie met het Xilinx Vitis Al-platform TensorFlow's MobileNetV2 als de optimale keuze dankzij volledige compatibiliteit met DPU-hardwareversnellers. Hoewel post-training pruning op basis van globale kanaalrangschikking is onderzocht, is de effectiviteit beperkt door het inherent gebrek aan redundantie in het model. Daarentegen compenseert quantization-aware training (QAT) succesvol het nauwkeurigheidsverlies tijdens INT8-kwantisatie, waarmee real-time prestaties (2,8 ms/frame) bij een ultralaag energieverbruik (1,77 mW) worden bereikt op het KV260 embedded platform.
Gemotiveerd door de beperkingen van bestaande datasets wordt een nieuw acquisitieplatform voorgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van een Dobot-robotarm voor continue cirkelvormige beweging geïnspireerd op biologische oogbewegingen. Deze methode genereert uniforme gebeurtenisverdelingen en elimineert periodieke artefacten die aanwezig waren in eerdere datasets, wat robuustere training en evaluatie van neurale netwerken op gebeurtenisgegevens ondersteunt.
Meer lezen

“Ze vertelden me dat het zeker geen gevangenis was.” De onterechte opsluiting van buitenlandse studenten in Belgische gesloten detentiecentra

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zoye
Provoost
  • Lore
    Allegaert
  • Tuur
    Tisseghem
We deden onderzoek naar de onterechte opsluiting van buitenlandse studenten in Belgische administratieve detentiecentra. We spraken met zeven studenten die zijn opgesloten. Dit leidde bij hen allemaal tot traumatische ervaringen, studievertraging of afgebroken opleidingen. Ons onderzoek toont aan dat een gebrek aan expertise en capaciteit bij de grenspolitie, gecombineerd met een verouderd juridisch systeem, deze situatie in stand houdt.
Meer lezen

Suffering in Silence: Trauma Resolution and Care in the Work of Annabel Pitcher

Vrije Universiteit Brussel
2025
Lisa
Heyvaert
Deze thesis onderzoekt hoe in het werk van de Britse kinderauteur Annabel Pitcher de verwerking van trauma beïnvloed wordt door zorg en verschillende copingstrategieën. Pitchers oeuvre getuigt van de groeiende culturele belangstelling voor trauma en de verbale representeerbaarheid ervan. Via close reading werden haar vier romans, die nog niet samen behandeld zijn, vergeleken aan de hand van inzichten uit de traumatheorie, zorgethiek en narratologie. De analyse toont aan dat het genezingsproces van Pitchers jonge vertellers/focalisators initieel belemmerd wordt door hun onvermogen om hun gevoelens te delen met hun medepersonages en door de onopgeloste trauma’s van hun ouders, wier zorgverlening daardoor negatief beïnvloed wordt. Uiteindelijk slagen de jonge protagonisten erin om positieve verandering teweeg te brengen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. Pitchers oeuvre belicht zo het vermogen van kinderen om zorg te verlenen en benadrukt de rol van hun (narratieve) agency in hun eigen rouwproces.
Meer lezen

STATISTICAL OPTIMIZATION OF PARAMETERS FOR BIOLEACHING OF MINE WASTES FROM SÃO DOMINGOS MINE, PORTUGAL

Universiteit Gent
2025
Maria Victoria
Pereira da Luz
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Genomineerde shortlist Eosprijs
While the extraction of metals is essential for sustainable energy technologies, they pose environmental challenges due to the toxic materials used in their production and the hazardous waste they generate. The presence of waste containing metals and organic compounds on Earth is increasing, and Europe holds large amounts of metals locked up in industrial process residues, such as tailings, metallurgical sludges, slags, dust, and ashes. The waste or secondary material may contain critical raw materials and base metals with application in the energetic transition. These factors highlight the urgent need for effective recycling practices to manage mine waste and recover valuable secondary raw materials, addressing both environmental and economic challenges.

This thesis investigates the optimal conditions for effective bioleaching of pyrite mine wastes and modern slags from the Achada do Gamo Sulfur factory in the São Domingos Mine area, focusing particularly on Manganese and Zinc recovery to address sustainability concerns. Using Response Surface Methodology (RSM), the study evaluates the impact and relationship between pulp density, initial pH, and initial ferrous iron concentration evaluated through a Box-Behnken design (BBD). Direct bioleaching experiments were conducted on altered and crushed pyrite, pyrite ashes, and modern slags using a thermophilic microbial culture consisting of Sb. thermosulfidooxidans, L. ferriphillum, and At. caldus (SLA), which utilized elemental sulfur and ferrous iron as energy sources, driving the oxidation of ferrous to ferric iron and the conversion of sulfur to sulfuric acid in the leaching medium.

Results showed that SLA culture is less effective bioleaching in pyrite wastes than slag, although ORP measurements indicated microbial iron oxidation for all materials. This study successfully optimized the recovery of metals from slag samples, indicating a maximum efficiency of metal solubilization under the conditions of 2.32% (w/v) solid load, pH 1.90, and ferrous iron supplementation of 60 mM. The maximum metal recovery achieved was 86.9% Zn, 81.4% Mn, 65% Cu, and 66.4% Co.

For crushed pyrite, under the conditions of pH 1.66, 54 mM supplementation of iron and 2% (w/v) pulp density was estimated to achieve moderate to high recovery of Mn (>53.8%) and Zn (>8.0%). However, the values obtained were not within the 95% confidence interval and the null hypothesis could not be rejected, indicating the proposed model does not apply to the practical application; consequently, an optimized condition was not defined. The application of the same conditions obtained in the model for crushed pyrite was applied to pyrite ash material, which did not result in satisfactory results. Hence, to better recover metals from pyrite ashes and crushed pyrite, further optimization is needed.
Meer lezen

Populierenhout als constructiehout

HOGENT
2025
Indy
Verheyen
Winnaar NBN Sustainability Award
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe lokaal populierenhout kan worden ingezet als constructiehout in Vlaanderen. Populier is een van de meest voorkomende boomsoorten in het Vlaamse landschap, maar wordt slechts beperkt benut in de bouwsector. De heersende perceptie van lage kwaliteit, gecombineerd met onduidelijke normatieve kaders, belemmert een brede marktintroductie.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan lokaal populierenhout op een praktische en haalbare manier beschikbaar worden gesteld als constructiehout voor bouwbedrijven in Vlaanderen? Om deze vraag te beantwoorden werd een combinatie van methodes toegepast. Enerzijds werd een literatuurstudie uitgevoerd met focus op bosinventarisgegevens, mechanische eigenschappen en houtstromen. Anderzijds werden kwalitatieve gegevens verzameld via gesprekken, werkbezoeken en sectorale studiedagen, die inzichten boden in marktpercepties en praktische haalbaarheid. Bovendien werd een prototype ontwikkeld: een cross laminated timber (CLT)-paneel uit populier, opgebouwd uit drie kruislings verlijmde lagen en verbonden met Lignoloc®-houten nagels en een tand-en-groefverbinding. Dit prototype illustreert hoe de houtsoort kan worden toegepast in modulaire wandsystemen.
De resultaten tonen dat populierenhout mechanisch vergelijkbaar is met gangbare naaldhoutsoorten zoals vuren en grenen, mits correcte dimensionering en toepassing. Ecologisch scoort populier sterk dankzij de korte rotatieperiode, de hoge CO₂-opslag en de lokale beschikbaarheid. Toch blijven de praktische toepassingen beperkt door normatieve onzekerheden en een negatief imago in de sector.
Dit onderzoek bevestigt dat populier, mits verdere normatieve erkenning en bewustmaking bij bouwactoren, kan uitgroeien tot een waardevolle en duurzame grondstof in circulaire bouwmodellen.
Door de combinatie van lokale beschikbaarheid, korte rotatiecycli en de mogelijkheid tot verwerking in circulaire bouwsystemen draagt populier niet alleen bij aan een versterking van de Vlaamse houtsector, maar ook aan de realisatie van bredere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen.
Meer lezen

TRIPI door doet_ Bouwstenen van duurzaam design

Thomas More Hogeschool
2025
Lucas
Desmet
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Deze masterproef onderzoekt hoe een stenen tafel ontworpen kan worden met een minimum aan onderdelen, gemaakt uit reststromen natuursteen, en toch volledig demonteerbaar blijft. Het resultaat is TRIPI, een circulaire tafel, gemakkelijk transporteerbaar, modulair, zonder gebruik van vaste verbindingen.

Het eerste luik - ontwerp - vertrekt vanuit de vraag hoe een tafel enkel door massa en stabiliteit gedragen kan worden. Inspiratie werd gehaald uit kunstwerken zoals ‘Props’ van Richard Serra en prehistorische megalithische architectuur, aangevuld met een historische analyse van de monopode als archetypische en rituele vorm. Parallel werd de praktijk van hergebruik in steenproductie bestudeerd, zowel in een historische als hedendaagse context. Dit vormde de basis voor TRIPI als een eigentijdse monopode die diepe wortels in de geschiedenis verbindt met circulaire innovatie. Het ontwerpproces omvatte onderzoek naar reststromen natuursteen, marktonderzoek naar prijs en vraag, en de ontwikkeling van een ontwerpmethodiek met meerdere prototypes, waarin circulaire principes centraal stonden: het hergebruik van kleinere reststukken natuursteen van steenkappers als volwaardige bouwstenen voor een nieuw meubel.

Het tweede luik - uitvoering - vertaalt het ontwerp naar een concreet uitvoeringsdossier. TRIPI bestaat uit drie poten, drie bladdelen en één sluitstuk in gerecycled staal. In het dossier werden constructief-technische tekeningen uitgewerkt, aangevuld met materiaalanalyses en prototyping in terrazzo, staal, hout en EPDM. Daarnaast bevat dit luik een handleiding voor montage, een materialenpaspoort en een technische fiche. Dankzij de modulaire opbouw weegt geen enkel onderdeel meer dan 10 kilogram, waardoor de tafel niet alleen licht en verplaatsbaar is, maar ook eenvoudig flatpack te transporteren.

Het derde luik - marketing - bekijkt TRIPI als product binnen de meubelmarkt. Er werd een kostprijsberekening opgesteld, inclusief de prijs van de dummy, verzekeringswaarde en verkoopprijs, om het economische potentieel in kaart te brengen. Door reststromen natuursteen te valoriseren in een modulair designmeubel, kan dit systeem bijdragen aan de verduurzaming van de steenverwerkende sector, terwijl het consumenten een circulaire én luxueuze tafel aanbiedt die levenslang kan meegroeien met hun woonomstandigheden.

De scriptie toont zo hoe ontwerp, technische uitvoering en marktbenadering samenkomen in een concreet product dat een antwoord biedt op twee uitdagingen: de verspilling van waardevolle natuursteenresten en de vraag naar lichtere, duurzamere tafels. TRIPI is dus meer dan een tafel: het zijn bouwstenen van duurzaam design.
Meer lezen

HOOG SENSITIVITEIT IN HET DOMEIN VAN DE SENSUALITEIT Een beschrijvend onderzoek naar het verband tussen hoog sensitiviteit en seksualiteit

KU Leuven
2025
Vanessa
Verlinden
Deze masterproef onderzoekt de mogelijke invloed van hoog sensitiviteit op seksualiteit, beide worden beïnvloed door een combinatie van persoonlijkheidskenmerken en biologische factoren. Ondanks het feit dat hoog sensitiviteit een aantoonbare impact kan hebben op de fysieke en mentale gezondheid (Costa-lópez et al.,2021), is de relatie met seksuele gezondheid tot op heden weinig onderzocht. Voorts blijkt uit onderzoek van Lionetti et al. (2018) dat hoog sensitieve personen, door hun verhoogde gevoeligheid voor positieve omgevingsinvloeden, ook sterker kunnen reageren op psychotherapeutische interventies. Dit impliceert dat hun verhoogde kwetsbaarheid tegelijk ook kansen biedt voor een effectieve behandeling.
In het kader van dit beschrijvend onderzoek werd via sociale media en HSP Vlaanderen een online vragenlijst verspreid, resulterend in een steekproef van 273 respondenten die voldeden aan de inclusiecriteria. De vragenlijst omvatte reeds gevalideerde vragenlijsten die persoonlijkheidskenmerken, Sensation Seeking, seksuele inhibitie en excitatie en seksuele disfuncties nagaan. Bij de analyses werd er een onderscheid gemaakt op basis van geslacht en Sensation Seeking. Er werden 241 vrouwen en 32 mannen weerhouden met een HSP score die boven gemiddeld was.
De resultaten toonden enkele discrepanties met de bestaande literatuur wat betreft persoonlijkheidskenmerken. Hoog sensitieve personen scoorden doorgaans lager op extraversie, terwijl het gemiddelde in deze steekproef het theoretisch gemiddelde benaderde. Ook op vriendelijkheid lag het gemiddelde hoger dan wat de literatuur aangeeft. De hogere scores op openheid en neuroticisme bij hoog sensitieve personen werden wel bevestigd. Deze kenmerken kunnen enerzijds bijdragen aan grotere seksuele tevredenheid, maar anderzijds ook een negatieve invloed uitoefenen door verhoogde prikkelgevoeligheid. Ook op het vlak van seksuele inhibitie en excitatie waren er afwijkingen. Mannen scoorden hoger dan vrouwen op inhibitie, terwijl vrouwen hoger scoorden op excitatie. Opvallend is dat de hoog sensitieve personen in dit onderzoek vaker seksuele problemen, lijdensdruk en seksuele disfuncties rapporteerden dan wat in de algemene Vlaamse populatie werd vastgesteld in het Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013). De hogere prevalentie van seksuele disfuncties kon echter niet worden verklaard op basis van seksuele inhibitie, excitatie of Sensation Seeking.
Uit deze studie blijkt dat hoog sensitieve personen hoog scoren op vriendelijkheid en openheid, waardoor ze mogelijk een hogere seksuele tevredenheid ervaren. Daarnaast lopen ze een verhoogd risico op seksuele problemen en eventuele lijdensdruk, waardoor er mogelijk ook meer kans is op seksuele disfuncties. Hoog sensitieve personen vertegenwoordigen vermoedelijk een groot deel van de populatie die vroeg of laat nood heeft aan seksuologische hulpverlening. Het is dan ook opportuun om seksualiteit in relatie tot hoog sensitiviteit verder te onderzoeken, bij voorkeur op basis van grotere en meer representatieve steekproeven om de bevindingen te versterken. Daarbij verdient ook de rol van mogelijke biologische factoren aandacht. Tot slot is het aangewezen om bestaande interventies meer toe te spitsen op specifieke kenmerken van hoog sensitieve personen. Meer inzicht in de seksuele beleving van hoog sensitieve personen is niet alleen van belang voor henzelf, maar ook voor hun partners en de hulpverleners die hen begeleiden bij seksuele bezorgdheden.
Meer lezen

OPTICAL SPECTROSCOPY AND MACHINE LEARNING EMPOWERING MULTI-MYCOTOXIN DETECTION IN THE AGRIFOOD INDUSTRY

Vrije Universiteit Brussel
2025
Wannes luts
De Martelaere
Mycotoxinen—kankerverwekkende gifstoffen geproduceerd door bepaalde schimmels—vormen een ernstige bedreiging voor de voedselveiligheid door contaminatie van basisgewassen zoals tarwe en maïs. Deze masterproef ontwikkelt een snelle, niet-destructieve en niet-invasieve detectiemethode die optische spectroscopie combineert met machine learning om meerdere mycotoxinen tegelijk op voedingsproducten te detecteren. Door fluorescentie- en reflectantiespectroscopie te integreren met golflengte-selectie toont het werk aan dat zowel classificatie- als regressiemodellen aan de regelgeving kunnen voldoen met slechts de 10 meest informatieve golflengten, terwijl classificatienauwkeurigheden van >90% haalbaar blijven. Dit minimalistische sensorkoncept maakt real-time triage en batchbrede monitoring mogelijk, zowel inline in industriële processen als in-field.
Meer lezen

Development of a multi-sensor data-acquisition and computer vision system for honeybee colony health monitoring

Universiteit Gent
2025
Dieter
Van Hove
  • Lowie
    Coussée
Deze thesis presenteert een geïntegreerd systeem voor geautomatiseerde monitoring van honingbijen (Apis mellifera L.), waarin computervisie, op maat gemaakte hardware en webgebaseerde datavisualisatie worden gecombineerd. Het systeem omvat een op computervisie gebaseerde arenatest, een studie met geluidsstimulus, een opstelling voor pollenmonitoring en thermische beeldvorming om het gedrag van bijen binnen de kast te volgen.

De arenatest volgt vijf bijen en een Varroa destructor-mijt. Door middel van thresholding en contouranalyse worden de posities van bijen en mijt geïdentificeerd en geanalyseerd met gedragsmaten om potentiële varroaresistentie te beoordelen. Voor de pollenmonitoring werd een op maat gemaakte opstelling ontwikkeld die terugkerende bijen van onderaf registreert. Kleurgebaseerde segmentatie en contouranalyse detecteren pollenladingen, terwijl kleurcorrectie de nauwkeurigheid verbetert. Dit maakt het mogelijk de foerageeractiviteit en efficiëntie van de kolonie te kwantificeren.

Een geluidsstimulus-experiment onderzoekt of de gezondheid van een bijenvolk kan worden afgeleid uit de respons van bijen op een korte geluidspuls. Audiofeatures werden geëxtraheerd en geanalyseerd met behulp van ANOVA, PCA en MANOVA, waarbij significante reacties aan het licht kwamen die kunnen correleren met de toestand van de kolonie. Thermische beeldvorming onder de kast registreert de bewegingen van bijen en de temperatuurverdeling. Door de beelden in zones te verdelen kan de activiteit in specifieke delen van de kast gevolgd worden, wat inzichten biedt in koloniegrootte en -gedrag zonder de kast te openen.

Alle data wordt opgeslagen en gevisualiseerd via een op maat gemaakte website, gehost op een Raspberry Pi. Ondanks het gebruik van deels gesimuleerde data werd de volledige systeemarchitectuur getest. De resultaten tonen aan dat deze niet-invasieve benadering van monitoring waardevol is voor zowel wetenschappelijk onderzoek als de praktische bijenteelt.
Meer lezen

Van scène naar systematiek. Over het documenteren van creatieve processen in de podiumkunsten, aan de hand van het archief van Greet Vissers

Vrije Universiteit Brussel
2025
Renée
Ryckx
Dit onderzoeksartikel verkent hoe het archief van een kunstenaar kan helpen om creatieve processen in de podiumkunsten zichtbaar en toegankelijk te maken binnen de context van archiefinstellingen. Aan de hand van een casestudy rond theatermaker Greet Vissers wordt onderzocht hoe archiefbeschrijving en -structuur de werkmethodes van een kunstenaar kunnen weerspiegelen, zonder hun complexiteit te vereenvoudigen. De inclusieve praktijk van Vissers toont hoe hybride rollen en creatieve keuzes sporen nalaten in archiefmateriaal. Vanuit het concept van het performatief archief wordt de interactie tussen documentatie en artistieke praktijk geanalyseerd. Methodologisch combineert het project archiefanalyse, literatuurstudie en samenwerking met de kunstenaar. Op basis van de bevindingen werden vier aanbevelingen geformuleerd en besproken in dialoog met een archiefinstelling en een dienstverlenende organisatie binnen het erfgoedveld. Dit artikel draagt zo bij aan lopende discussies over kunstenaarsarchieven en de rol van archiefinstellingen in het bewaren en doorgeven van artistieke praktijken.
Meer lezen

Stretch measurement for online quality control in a web processing machine using low-cost vision

Universiteit Gent
2025
Daan
Van Reepingen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Dit proefschrift onderzoekt het potentieel van goedkope, op beeldtechnologie gebaseerde technologie voor gebruik in
webverwerkingsmachines. Meer specifiek wordt onderzocht of dergelijke systemen een
betrouwbaar en nauwkeurig alternatief kunnen bieden voor traditionele rekvoelers. Het centrale doel is om
een systeem te ontwikkelen dat in staat is tot realtime vervormingsmonitoring, dat betaalbaar en eenvoudig
te integreren is en voldoende nauwkeurig voor praktisch gebruik in industriële omgevingen. Dit doel
speelt in op de groeiende vraag naar flexibele en kosteneffectieve oplossingen voor kwaliteitscontrole
binnen de bredere context van slimme productie.

De voorgestelde sensor wordt beoordeeld op zijn nauwkeurigheid, reactievermogen en robuustheid onder verschillende omstandigheden en voor verschillende materiaalsoorten. Hij wordt vergeleken met een commerciële ultrasone randsensor om de prestaties te beoordelen. De resultaten geven aan
dat de op beeld gebaseerde aanpak een nauwkeurigheid op micrometerniveau bereikt, met aanzienlijk
minder ruis en een verbeterde signaalstabiliteit. Bovendien toont de integratie ervan in een gesloten
regelsysteem het potentieel aan voor realtime spanningsaanpassing, wat bijdraagt aan
een verbeterde materiaaluniformiteit tijdens de productie.

Er blijven enkele beperkingen bestaan, met name op het gebied van verwerkingsvertraging en synchronisatie. Niettemin levert dit werk het bewijs dat goedkope ingebouwde beeldverwerkingssystemen
kwaliteitsbewaking en -controle in webverwerkingstoepassingen kunnen ondersteunen. De bevindingen
suggereren dat dergelijke systemen een levensvatbaar alternatief kunnen zijn in omgevingen waar
conventionele sensoren onpraktisch of onbetaalbaar zijn.
Meer lezen

De rol van AI bij vroegtijdige ziektevoorspelling in de gezondheidszorg

Thomas More Hogeschool
2025
Kenneth
Punnewaert
Ik onderzocht hoe artificiële intelligentie longontsteking sneller en betrouwbaarder kan opsporen op borstkas-röntgenbeelden, en wat er nodig is om zo een systeem veilig, ethisch en juridisch verantwoord richting een ziekenhuis te ontwikkelen. De vraag kwam vanuit het AZ Sint-Maarten: er is nood aan ondersteuning bij triage van pneumoniedetectie.

Technisch bouwde ik een ResNet152-model en trainde dat op publieke Kaggle-datasets. De reality check volgde met geanonimiseerde pediatrische beelden uit AZ Sint-Maarten: door domain shift miste het eerste model te veel echte longontstekingen . Dat heb ik aangepakt met hertraining op pediatrische data, gericht croppen van het longveld en afstemming van helderheid/contrast. In de tweede evaluatie pikte het model alle echte positieve gevallen op.

Naast de prestaties besteed ik veel aandacht aan ethiek en regelgeving. Alle beelden zijn geanonimiseerd en lokaal verwerkt (GDPR). Met Grad-CAM-heatmaps maak ik beslissingen uitlegbaar. Het systeem ondersteunt artsen zij blijven eindverantwoordelijk. Qua regulering positioneer ik het als potentiële MDR-klasse IIa-software en situeer ik het project rond TRL 3→4: van labprototype naar testen in een relevante klinische omgeving. Ik bouwde ook een lokale Streamlit-interface die beelden uploadt, een voorspelling geeft en de heatmap toont. Conclusie: AI kan echt helpen bij triage en vroege detectie, maar robuuste praktijkinzet vraagt representatieve data, uitlegbaarheid, klinische validatie en moet ethisch verantwoord ontwikkeld worden.
Meer lezen

Compensatie in Transnationale Infrastructuur - Een stedenbouwkundige lezing van de impact van de Brenner Basistunnel

KU Leuven
2025
Colomba
Guerzoni-Verschuere
De Alpen vervullen een dubbele rol: ze zijn tegelijk leverancier van water en energie voor een groot deel van Europa én een barrière in het hedendaagse verkeer van goederen en diensten. Vooral in doorgangen zoals de Brennerpas wordt dit zichtbaar. Jaarlijks passeren er meer dan twee miljoen vrachtwagens, waardoor de regio al begin jaren 2000 tot luchtsaneringsgebied werd uitgeroepen vanwege de hoge emissies en gezondheidsproblemen. Dit intensieve gebruik leidt niet alleen tot luchtvervuiling, maar ook tot aantasting van ecosystemen door de aanleg van steeds meer infrastructuur in het kader van handel en toerisme.
In een tijd waarin onze klimaatcrisis de nood aan duurzamere vervoersvormen benadrukt, wordt de spoorweg vaak naar voren geschoven als alternatief voor auto- en luchtverkeer. Zo ontstond ook de introductie van de Brenner Basistunnel (BBT), een 64 km lange spoorwegtunnel die Oostenrijk en Italië zal verbinden en het vrachtverkeer uit de Alpenvalleien wil halen. De BBT maakt deel uit van het algehele Europese TEN-T-netwerk dat een samenhangende, grensoverschrijdende infrastructuur moet creëren tegen 2050. Toch kampt het project met jarenlange vertragingen en hoge complexiteit en rijzen er fundamentele vragen op over de daadwerkelijke bijdrage aan ecologische en sociale vooruitgang, in vergelijking met politieke en economische belangen.
Hoewel spoorwegen vaak als ‘groen’ alternatief worden gepresenteerd, brengen megaprojecten als de BBT een enorme ecologische voetafdruk met zich mee. De bouw vraagt energie-intensieve materialen, breekt ecosystemen af en veroorzaakt fragmentatie van habitats. Ze lijken ingebed te zijn in een neoliberaal systeem waarin economische groei en snelheid vaak boven duurzaamheid en algemeen belang worden geplaatst. De belofte van emissiereductie staat dus tegenover de realiteit van natuurvernietiging, sociale spanningen en versterking van consumptie en toerisme, in een kwetsbare regio dat de gevolgen niet zal kunnen dragen.
Onderzoeken en interviews tonen aan dat de maatschappelijke aanvaarding van het project verdeeld is. Terwijl sommigen de tunnel zien als noodzakelijk voor duurzame mobiliteit, vrezen anderen een toename van toeristische druk, verlies van natuur en twijfels rond de modal shift. De paradox is er; een project dat ecologische versnippering wil vermijden, draagt er door zijn bouwproces zelf al decennialang aan bij.
De problematiek van de BBT overstijgt de Alpen en raakt aan bredere vraagstukken over hoe grootschalige infrastructuurprojecten onze leefomgeving vormgeven. Ze belichamen de spanning tussen restauratie en destructie, tussen economische ontwikkeling en ecologische draagkracht. Natuurcompensatie wordt in deze gevallen steeds vaker ingezet als strategisch instrument om maatschappelijke aanvaarding te verkrijgen. Deze ‘ruilhandel’ met landschappen roept echter de vraag op of natuur werkelijk vervangbaar is, en wat dit betekent voor mens én niet-menselijke actoren.
De casus van de BBT toont aan dat infrastructuur geen neutrale ingreep is, maar een ideologische praktijk die diep ingrijpt in ecologische, sociale en politieke structuren. Vergelijkbare projecten beloven elk een duurzamere toekomst via infrastructuur. Maar de kernvraag blijft; rechtvaardigt het doel de middelen? Kunnen we bouwen zonder af te breken?
Meer lezen

Optimalisatie en automatisatie van het gebruik van puntenwolken in de bouwsector: vergelijkingssoftware, objectherkenning en volumeberekeningen voor BIM-processen

Hogeschool PXL
2025
Jordi
Thys
In mijn bachelorproef onderzocht ik hoe puntenwolken efficiënter kunnen worden ingezet in de bouwsector. Deze technologie levert uiterst nauwkeurige gegevens op, maar de bestanden zijn groot en zonder gespecialiseerde software moeilijk te gebruiken.

Het onderzoek bestond uit drie pijlers. Ten eerste werd nagegaan hoe puntenwolken automatisch kunnen worden vergeleken met digitale bouwmodellen om afwijkingen vroegtijdig te detecteren. Ten tweede onderzocht ik hoe objecten zoals muren, vloeren en leidingen automatisch herkend en verwerkt kunnen worden. Ten derde werkte ik een methode uit om betrouwbare volumeberekeningen te maken op basis van puntenwolkdata.

Na een grondige vergelijking van twaalf softwarepakketten bleek Leica Cyclone 3DR het meest geschikt om deze drie toepassingen te combineren. Ik automatiseerde de workflow met een zelfgeschreven script en maakte instructievideo’s zodat collega’s de software zelfstandig konden aanleren.
Meer lezen

Afstammelingen van de polders

KU Leuven
2025
Frauke
Soetewey
Ik, Frauke Soetewey, navigeer tijdens deze masterproef door het ontdekken van een familiegeschiedenis die me eerder nog onbekend was. Het horen over een kerk in de haven van Antwerpen zette dit proces op gang, en hoewel die kerk me in eerste instantie aansprak door de absurde situatie waar die zich in bevindt, bleek later dat die veel meer betekenis draagt over mij en mijn familie. Vier polderdorpen moesten verdwijnen voor de uitbreiding van de haven waardoor 4500 inwoners werden onteigend, onder wie mijn grootouders.
Mijn positie als afstammeling en drie andere rollen werden de leidraad doorheen dit project.
Ten eerste ik als voyeur. Ik onderzocht de hele historie van de polders door het gebruik van verschillende bronnen binnen en buiten mijn familie. Ik bestudeerde de polders door op verschillende manieren te (blijven) kijken naar objecten en architectuur die nog bestaan. Het gaat over alledaagse architectuur te midden van haar absurde omgeving.
Ten tweede ik als tekenaar. Ik liet de architectuur aan het woord door middel van het visualiseren van geschreven getuigenissen van inwoners en afstammelingen. Het tekenen werkt als een verwerkingsproces om vervolgens er mee aan te slag te gaan als ontwerper.
En ten derde ik als ontwerper, waar ik architectuur gebruik om te spreken. Door middel van de ontwerpen geef ik kritiek op de verstoring van de haven en zijn problematieken via de nieuwe ruimtelijkheid. Hierbij gebruik ik bestaande elementen in een ongewone combinatie.
Meer lezen

Kunsteducatief aanbod voor een museumbezoek met kleuters

Hogeschool UCLL
2025
Hanne
Hollanders
  • Maïté
    Kleynen
  • Safae
    El Houfi
Deze bachelorproef ontwikkelt een kunsteducatief museumaanbod voor kleuters, vertrekkend vanuit verwondering en actieve beleving, inclusief voorbereiding in de klas, activiteiten in het museum en verwerking nadien, met specifieke aandacht voor kleuterparticipatie, muzisch leren en samenwerking tussen leerkrachten en museummedewerkers.
Meer lezen