Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

DE RECHTSVORDERING VAN RECHTSPERSONEN TER VERDEDIGING VAN ALGEMENE BELANGEN Aan poten en hoeven gebonden? De rechtsvordering van verenigingen ter verdediging van dierenwelzijn: een kritische toetsing

Vrije Universiteit Brussel
2025
Astrid
Pepermans
De mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden ter verdediging van algemene belangen – dat wil zeggen belangen die verband houden met hun statutair doel – vormt al jarenlang een bron van juridische en maatschappelijke discussie. Het vraagstuk werd recent opnieuw op scherp gesteld door het arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 11 juni 2024, waarin de burgerlijke partijstelling van vzw Animal Rights onontvankelijk werd verklaard wegens een gebrek aan eigen belang in de zin van artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek. De vzw had zich, naar aanleiding van ernstige schendingen van dierenwelzijnswetgeving, burgerlijke partij gesteld in een strafprocedure tegen een slachthuis en diens zaakvoerder. Hoewel het Gentse Hof van beroep het jaar voordien nog had geoordeeld dat de vzw een eigen belang kon aantonen op basis van haar statutair doel, kwam het Hof van Cassatie tot een tegengestelde conclusie.

De vraag of, en onder welke voorwaarden, dergelijke rechtspersonen een rechtsvordering kunnen uitoefenen, raakt aan fundamentele beginselen van het procesrecht en aan de klassieke tweedeling tussen het private en publieke domein waarop het Belgisch recht steunt. Deze indeling onderscheidt enerzijds private belangen, die via de burgerlijke procedure worden verdedigd door titularissen van subjectieve rechten of hun gemachtigden, en anderzijds het publieke belang, waarvoor doorgaans het openbaar ministerie optreedt, meestal binnen het strafrecht.

Deze bijdrage beoogt een diepgaande analyse van de ontvankelijkheidsvoorwaarden die de Belgische rechtsorde hanteert voor rechtspersonen die algemene belangen in rechte willen verdedigen, met bijzondere aandacht voor dierenwelzijnsverenigingen. De uiteenzetting vertrekt dan ook vanuit de centrale onderzoeksvraag: Hoe verhoudt de invulling van het belang, de hoedanigheid en de (potentieel) geleden schade als ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van de algemene belangen zich tot de behartiging van dierenwelzijn?

Al in de jaren 60 wees de koninklijk commissaris bij het ontwerp van het gerechtelijk wetboek op het ontbreken van een uitgewerkte theorie rond de rechtsvordering, met inbegrip van vorderingen ingesteld door rechtspersonen. Een eenduidige, coherente en systematische wettelijke regeling kwam er tot op heden niet. Een wisselvallige rechtsleer én rechtspraak is het gevolg.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, vat dit artikel aan met een verkenning van het juridisch en rechtsdogmatisch kader waarin de rechtsvordering, het belang, de hoedanigheid en de schade wordt geconceptualiseerd en geïnterpreteerd. Ook een overzicht van de historische en actuele positie van de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van algemene belangen is onontbeerlijk. Door de juridische en politieke premissen te onderzoeken waarop uiteenlopend invulling is gegeven aan de toepassingsvoorwaarden ervan, en door na te gaan hoe deze verschillende benaderingen zich tot op vandaag in de praktijk manifesteren, brengt dit artikel bestaande lacunes en begripsverwarring in kaart.

De focus wordt vervolgens, aan de hand van een veldstudie, toegespitst op de mogelijkheid voor verenigingen die milieubescherming en dierenwelzijn nastreven om als burgerlijke partij op te treden in strafzaken. Deze veldstudie, ingegeven door het arrest van 11 juni 2024, toont aan dat zelfs na de hervorming van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek – waarmee de initiatiefnemers beoogden de juridische mist rond de rechtsvordering weg te nemen – nog steeds geen sluitende interpretatie bestaat over de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de rechtsvordering van rechtspersonen.

Dit is niet alleen problematisch in de burgerlijke rechtspraak. Zoals de analyse in deze bijdrage aantoont, treden verenigingen ook in strafzaken op om dierenleed onder de aandacht van de rechter te brengen, met inconsistente rechtspraak als resultaat. Gezien de maatschappelijke urgentie en het toenemende draagvlak voor handhaving van dierenwelzijnswetgeving, is de nood aan een eenduidig wettelijk kader en aan rechtszekerheid des te groter. In dat opzicht overstijgt deze bijdrage de technisch-processuele discussie over ontvankelijkheid, en raakt ze ook aan fundamentelere vragen over wie er het best geplaatst is om dierenwelzijn te verdedigen in het gerecht, op welke manier dierenleed kan worden gesignaleerd, erkend en gecompenseerd, en welke belangen – vooral wanneer ze niet worden gestut door eigen subjectieve rechten – al dan niet een juridische stem verdienen.

Daarbij wordt ook stilgestaan bij de mogelijkheid van verdere wetgevende actie. Twee wetsvoorstellen van 16 september 2024 en van 11 oktober 2024 trachtten het hiaat in de toegang van dierenwelzijnsverenigingen tot de rechter op te vullen door in artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een uitdrukkelijke rechtsvordering toe te kennen aan deze verenigingen. Dit roept de vraag op of het wenselijk is om opnieuw een bijzonder wettelijk regime in te voeren, dan wel of het tijd is om de conventionele, binaire fundamenten van de rechtsvordering in België te herzien, in het licht van belangen die vandaag nog te vaak noodgedwongen zonder juridisch klankbord blijven.
Meer lezen

Making Sense: Materiality, Memory and Imagination in Max Porter’s Grief is the Thing with Feathers and Lanny

KU Leuven
2025
Nils
Van den Keybus
Hoewel 4E-narratologie zich bij uitstek leent voor het bestuderen van de interactie tussen belichaamde lezers en narratieve teksten, wordt de materialiteit van dat narratief vaak over het hoofd gezien. Materiële benaderingen daarentegen leggen juist de nadruk op de tekstuele materialiteit, maar besteden zelden aandacht aan de rol van belichaamde lezers. Door beide theoretische stromingen met elkaar te verbinden, probeer ik deze kloof te overbruggen en de onscheidbaarheid van tekst, materialiteit en belichaamde lezers aan te tonen.

Aan de hand van close readings van het werk van Max Porter illustreer ik de theoretische en methodologische meerwaarde van het integreren van tekstuele materialiteit in de 4E-theorie. De manieren waarop Grief is the Thing with Feathers en Lanny lezers uitnodigen om zich onbekende lichamen, bewegingen en vormen van waarneming voor te stellen, kunnen slechts ten volle worden begrepen wanneer zowel tekstuele als niet-tekstuele middelen in beschouwing worden genomen.

Ik argumenteer dan ook dat de interactie tussen lezers en materieel gevormde narratieve teksten niet zomaar kan worden opgedeeld in verbale en materiële componenten. Deze scheiding is kunstmatig en leidt tot een onvolledig beeld. Ik stel dat lezers narratieven begrijpen via zintuiglijke verbeelding, waarbij zij ervaringssporen combineren met aanwijzingen in verschillende modaliteiten om perceptuele ervaringen te ensceneren. Alleen door tekst en materialiteit gelijktijdig te onderzoeken kunnen we begrijpen hoe lezers betekenis geven aan narratief.
Meer lezen

Stitching Streams

KU Leuven
2025
Ijeoma
Ruben
In de Spaanse Pyreneeën vertelt herder Diego Ipas hoe hij jaarlijks met zijn kudde langs de Veralrivier trekt, van laaglandweiden naar bergweiden. Zijn praktijk toont de verwevenheid tussen seizoenscycli, landschap en lokale fauna. Toen beren dichter bij het dorp kwamen, moest hij zijn manier van kuddebeheer aanpassen. Dit vormde de basis voor een landschappelijk en architecturaal ontwerp dat natuurlijke ritmes inzet om mens, dier en omgeving in balans te brengen. Met bosopeningen, waterstructuren en herbestemde stallen ontstaat een rijker landschap dat biodiversiteit én gemeenschapsleven versterkt.
Meer lezen

Exploring Perceptions and Reasoning in Scientific and Non-Scientific Communities on the Ethical Treatment of Animals in Octopus Research. Focusing on the paralarval Octopus vulgaris

KU Leuven
2025
Jill
Monnissen
Deze thesis onderzoekt hoe wetenschappers en niet-wetenschappers redeneren over het ethisch gebruik van dieren in onderzoek, met bijzondere aandacht voor de gewone octopus (Octopus vulgaris) en haar larvale stadia, de paralarven. Hoewel deze paralarven sinds 2013 wettelijk beschermd zijn onder de Europese richtlijn voor dierproeven, is hun vermogen om pijn te ervaren nog onzeker.

Het onderzoek combineert een biologische en een filosofische benadering. Enerzijds werd met een genetische techniek onderzocht of genen die verband houden met pijn al actief zijn in jonge octopuslarven. Anderzijds werd via een online enquête nagegaan hoe drie groepen – cephalopodbiologen, andere biologen en leken – oordelen over de ethische aanvaardbaarheid van dergelijk onderzoek.

De resultaten tonen aan dat wetenschappelijke informatie weinig invloed had op de morele oordelen van de deelnemers. In plaats daarvan bleken overtuigingen, achtergrond en geslacht bepalend: leken waren het meest voorzichtig, mannen benadrukten vaker de maatschappelijke relevantie, en vrouwen kozen vaker voor extra bescherming. De studie illustreert hoe moeilijk het is om complexe biologische gegevens te vertalen naar ethische beslissingen en beleid, en onderstreept het belang van duidelijke wetenschapscommunicatie.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

Natuurbescherming in het openbaar groen

Hogeschool VIVES
2024
Marion
Logghe
In deze studie wordt onderzocht hoe Conservation Gardening kan toegepast worden binnen openbaar groen. Dit gebeurt aan de hand van een uitgebreide marktanalyse waarin de beschikbaarheid van vaatplanten die op de Rode Lijst van Vlaanderen staan op webshops wordt nagetrokken. Van de beschikbare planten word de standplaats afgeleid aan de hand van de Ellenberg-indicatorwaarden. Vervolgens worden de verschillende standplaatsen van elkaar gescheiden, gedefinieerd en gegoten in meerdere keuzetabellen. Dit alles wordt samengebracht in een uitgebreide, maar overzichtelijke Excel-werkmap die gebruikt kan worden bij het bepalen van welke planten in verschillende situaties toegepast kunnen worden. Ten slotte worden enkele praktische cases uitgewerkt van beplantingsplannen in openbaar groen, ter inspiratie voor groenbeheerders en groendiensten.
Meer lezen

PLEIDOOI VOOR BROEDRUIMTE

Universiteit Gent
2024
Jef
Potargent
  • Astrid
    Berlengé
DEEL 1: ATLAS VAN BROEDPLEKKEN:
In een continu veranderende maatschappij, lijkt een verlies van het
gemeenschapsgevoel op te treden. Om de uitdagingen die voor ons
liggen te lijf te gaan, lijkt er een nood aan een nieuwe maatschappelijke
infrastructuur. Een infrastructuur die erin slaagt mensen samen te brengen,
een concreet antwoord te bieden op hedendaagse vragen en wijken te
transformeren tegen ongewenste stedelijke tendensen in. Deze plekken
lijken te ontstaan, vaak bottom-up en kleinschalig maar met lokaal
een grote impact. Mensen werken samen op nieuwe manieren en gaan
inventief te werk om hun eigen leefwereld en die van andere mensen in
hun omgeving vorm te geven. Hetzij uit noodzaak, hetzij uit persoonlijke
motivatie, wordt er zo concreet gewerkt aan een nieuwe typologie binnen
de sociale infrastructuur.
Dit eerste luik van deze (tweedelige) thesis probeert een begrip te
maken van dit soort plek en bloot te leggen welke instrumenten en
strategieën erachter schuilen. Vooraleerst werd na een eerste verkenning
een afbakening gemaakt van geschikte cases, op basis van een aantal
kenmerken die wij als noodzakelijk aanvoelden. Deze filter werd uitgedrukt
aan de hand van het begrip ‘broedplekken’. Zich verhoudend ten opzichte
van anderen die dit begrip reeds gebruikten, formuleerden we een eigen
definitie voor het begrip aan de hand van drie pijlers: het concretiseren van
maatschappelijke thema’s, het vooropstellen van sociaal kapitaal en het
adaptief karakter.
Deze drie kenmerken omvatten alle bekeken cases maar leveren zeker
geen eenduidig resultaat op. In de manier waarop deze definitie tot uiting
komt, zit een grote verscheidenheid. Dit komt door de vele facetten waaruit
een broedplek bestaat. Om hier vat op te krijgen, bouwden we deze thesis
op in twee delen. Een eerste deel behandelt in zes afzonderlijke essays
een verschillend aspect omtrent broedplekken en bespreekt enkele
exemplarische cases, om zo te bouwen aan een bril om de broedplek te
bekijken. Deze werden geordend aan de hand van de drie kenmerken van
de definitie, om die gericht uit te diepen. In een 2de deel bekijken we dan
een selectie van zeven cases op alle facetten en maken we een grafische
vertaling van de inzichten die we kregen door verdere analyse. De twee
onderdelen samen brachten ons het besef dat ‘de ideale broedplek’ niet
te definiëren valt, maar dat we wel tot een waaier aan instrumenten,
strategieën en motieven komen die in wisselende samenstellingen achter
de cases schuilgaan.
Zo kunnen broedplekken testkamers zijn voor nieuwe aanpakken op bredere
maatschappelijke vraagstukken. Hun sterkte blijkt bovendien te liggen in
het verbinden van meerdere thema’s en zo testkamer te bieden richting een
duurzame transitie, zonder deze op zichzelf te proberen bewerkstelligen.
Het tweede en derde essay diepen de tweede pijler, het sociaal kapitaal,
uit. Zo blijkt een nauwe samenwerking met een stadsbestuur cruciaal
voor het duurzaam verder leven van een broedplek. Indien de verhouding
tussen de twee ontbreekt, lijkt de impact van korte duur. Daarnaast
lijken broedplekken ook een interessante piste voor stadsbesturen zelf,
aangezien ze een instrument kunnen zijn om aan gemeenschapsopbouw
te doen. Hiervoor is de toegankelijkheid van broedplekken cruciaal. Ze
willen zich enerzijds openstellen voor een breed publiek maar hebben
anderzijds nood aan drempels zodat bepaalde groepen zich er ook veilig
voelen. Een continue balans, waarbij zaken als de toegang, zichtbaarheid
en de symboliek van zowel het gebouw als de ingrepen hierop een rol
spelen. De derde eigenschap is die waarmee broedplekken zich het
meeste onderscheiden van bestaande typologieën: hun adaptief karakter.
We merken dat broedplekken vaak startten uit tijdelijke invullingen, wat
noopt tot een creatieve aanpak. Ze evolueren echter doorheen de tijd en
nemen zo meerdere gedaantes aan. Om hiermee om te gaan, is er een
bijzondere aandacht voor de infrastructuur die de brug maakt tussen de
vaak onaangepaste gebouwen en hun missie. Dit maatwerk zorgt voor een
flexibiliteit. Deze flexibiliteit uit zich in een multifunctionaliteit, zowel in tijd
als in ruimte, waarmee broedplekken zich onderscheiden van bestaande
publieke gebouwen. Deze kunnen zich hierdoor laten inspireren, al kunnen
ze de aanpak ook niet zomaar kopiëren.
Deze thesis legt zo veel bloot, al roept ze evenveel vervolgonderzoeken
op. Daarom werd er in drie vervolgonderzoeken dieper ingegaan op een
bepaald thema via ontwerpend onderzoek. Deze steunen op de lessen die
uit deze Atlas getrokken werden en proberen enkele bijkomende vragen te
beantwoorden.

DEEL 2: PLEIDOOI VOOR BROEDRUIMTE: De Herontwikkeling van het Maria-Magadalenaklooster naar een semi-permanente broedplek. Dit werk sluit aan op de ‘atlas van broedplekken’ een casuïstische analyse van broedplekken. Broedplekken zijn stedelijke laboratoria, die zowel sociale als ruimtelijke weefsels verdichten door maatschappelijke uitdagingen te concretiseren
op een plek. Ze stellen de ontwikkeling van sociaal kapitaal voorop en zijn constant in evolutie. Ze hebben een adaptief karakter waardoor ze kort op de bal kunnen spelen bij veranderingen in de maatschappij.
Uit de analyse in de atlas leerden we dat tijdelijkheid een handig middel kan zijn voor broedplekken. Een tijdelijke bezetting zorgt ervoor dat men flexibel moet zijn op ruimtelijk en organisatorisch vlak. Het geeft broedplekken het vermogen om snel te kunnen reageren op de urgente behoeften van de buurt. Een tijdelijke opzet heeft een sociaal-experimenteel karakter dat lokale buurtontwikkeling kan ondersteunen. Tegelijk dwingt tijdelijkheid een noodgedwongen afscheid af. Duurzame oplossingen vragen om stabiliteit, wat tijdelijke invullingen niet altijd kunnen bieden. Het maakt broedplekken
dus ook kwetsbaar. Gebruikers worden aan de deur gezet vanaf dat de renovatie of herontwikkeling van de site begint. Het engagement gaat zo verloren en sociale linken worden verbroken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit niet gebeurt? ‘Een Pleidooi voor broedruimte: De herontwikkeling van het Maria-Magdalenaklooster naar een semi-permanente broedplek’ handelt over de paradoxale aspecten van tijdelijke buurtontwikkeling, toegepast op de case Mona van Toestand in het Maria-Magdalenaklooster. Het doel van Toestand is om de lokale partners en de buurt tijdelijk te begeleiden om een gezamenlijke plek te maken voor en door iedereen, met de hoop dat ze hierna op hun eigen benen kunnen staan. De sociale impact primeert in het project van intensieve maar kortstondige ondersteuning. Het model van Toestand, gefocust op
tijdelijkheid, heeft echter haar limieten. Wat gebeurt er na hun vertrek? Het moet sommige initiatieven alleen achterlaten, wat het succes van buurtontwikkeling en sociale ondersteuning ondermijnt. Kan deze tijdelijke invulling ook fungeren als een test voor
toekomstig gebruik van de ruimte die niet alleen de buurtontwikkeling ondersteunt, maar ook helpt bij de herontwikkeling van een site? Wat kunnen we leren uit deze tijdelijke
bezetting en welke aspecten nemen we mee om de toekomst van dit klooster vorm te geven?
Deze thesis zoekt via ontwerpend onderzoek naar manieren om een semi-permanente broedplek vorm te geven, die tijdelijkheid met stabiliteit combineert. We gebruiken deze tijdelijke invulling als hefboom om het Maria-Magdalenaklooster te
herontwikkelen. We verbeelden drie verschillende toekomstscenario’s voor
het Maria-Magdalenaklooster. De architecturale ontwerpen van de broedplek gaan om met de paradox van tijdelijkheid door de stabiliteit van een langetermijnvisie en de wendbaarheid van tijdelijkheid te combineren. Voortbouwend op het engagement van Toestand zoeken de toekomstscenario’s naar een balans tussen de belangen van de private eigenaar, de gebruikers en de buurt. De scenario’s focussen op de samen-
werking tussen actoren en programma’s en werken met minimale architecturale ingrepen. Ze zijn gestructureerd volgens een tijdlijn, een stappenplan dat het traject richting de toe-
komst bevattelijk probeert te maken. Vanuit de reflectie op de ontwerpen destilleren we tot slot de essentie. We maken een pleidooi, formuleren eisen die als advies kunnen dienen bij de herontwikkeling van het Maria-Magdalenaklooster.
Meer lezen

Welke huisvesting bieden Vlaamse particuliere eigenaren aan grijze roodstaartpapegaaien (Psittacus erithacus)?

Hogeschool VIVES
2024
Lara
Nuyts
Mijn scriptie gaat over het onderzoeken van de huidige huisvestingsnormen van grijze roodstaartpapegaaien bij Vlaamse particulieren eigenaren en beoordeel of deze voldoen aan deze soort hun ecologische behoeften.
Meer lezen

ONDERZOEK NAAR MORELE DISTRESS BIJ OCMW-MEDEWERKERS DIE VLUCHTELINGEN ONDERSTEUNEN

Universiteit Gent
2023
Amina
Bouslah
Morele distress is een psychologische angst bij hulpverleners om zich in een situatie te bevinden die de professional tegenhoudt om moreel correct te handelen. Morele distress is veel voorkomend bij frontliniewerkers, onder andere OCMW-medewerkers. Ze krijgen te maken met twee verschillende vluchtelingenstatuten die op papier dezelfde rechten zouden bevatten, maar in realiteit verschillend worden ingevuld. Deze masterproef tracht bij te dragen tot de kennis over de invloed van verschillende vluchtelingenstatuten op OCMW-medewerkers. Het onderzoek is tot stand gebracht door middel van een online enquête dat verstuurd werd naar alle OCMW’s over heel Vlaanderen. Deze enquête bevatte kwantitatieve data met een kwalitatief luik, dit bood de mogelijkheid om bepaalde keuzes te beargumenteren/ondersteunen in de open vragen. Uit de data bleek dat vele respondenten moeite hebben met de eisen van het beleid bij de verschillende statuten. OCMW-medewerkers streven naar een gelijke behandeling onder cliënten en proberen onderbenutting van de rechten te vermijden. De voorkeursbehandeling ten aanzien van de Oekraïense vluchtelingen wordt niet geapprecieerd en wordt gezien als discriminatie ten aanzien van de andere kwetsbare groepen in de samenleving. De wijze waarop het beleid snel ingreep bij de Oekraïense vluchtelingen wordt gezien als een good practice dat ook aangemoedigd moet worden bij andere vluchtelingengroepen.
Conclusie, OCMW-medewerkers ervaren morele distress door niet dezelfde kansen te kunnen bieden aan hun cliënten vanwege de regels van de verschillende overheden.
Meer lezen

Vleermuizen als insectenbestrijders in varkensstallen: duurzame oplossing of volgende pandemie?

Universiteit Gent
2023
Britt
Nijs
Beperkt onderzoek aangevuld met literatuurstudie rond pathogenen aanwezig bij een specifieke kolonie vleermuizen, met doel hen in te zetten als insectenbestrijders in varkensstallen met buitenbeloop.
Meer lezen

The creative act. About content and structure in times of transition.

Hogeschool PXL
2023
Lieve
Kauwenberghs
Hoe leven, denken en creëren we in onze huidige onstabiele tijden? Doorheen de velden van de landschapsarchitectuur en kunsten is deze scriptie een zoektocht naar hoe deze vraag bewuste en onbewuste keuzes over inhoud en structuur tijdens het creatieve proces kan beïnvloeden in deze velden.
Meer lezen

Enactive Ecologies: Exploring the role of enactivism in developing a relational environmental philosophy

Universiteit Antwerpen
2023
Teun
van Son
Dit werk onderzoekt hoe en in hoeverre een enactivistische benadering van cognitie bij kan dragen aan een verbindende milieufilosofie. Het concludeert dat enactivistische inzichten kunnen zorgen voor een mens- en wereldbeeld waarbij de mens middenin de wereld staat, in plaats van erboven. Daarnaast argumenteert het dat interactie met niet-menselijke natuur van groot belang is, vanuit het enactivistische concept 'participatory sense-making'.
Meer lezen

Bosveerkracht in tijden van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies: analyse van het internationaal en regionaal rechtskader

Universiteit Gent
2023
ELINE
BRION
De scriptie kadert binnen het ruimer maatschappelijk kader omtrent de klimaat- en biodiversiteitscrisis. Zij omvat een grondige juridische analyse van het internationaal en regionaal rechtskader, dat een directe dan wel indirecte vrijwarende rol kan bekleden voor de veerkracht van bossen. Tot slot is de scriptie geschreven vanuit een multidisciplinaire invalshoek, waarbij recht en wetenschap elkaar afwisselen.
Meer lezen

Discovering seasonal differences in starlings using rs-fMRI

Universiteit Antwerpen
2023
Silke
Lemmens
Genomineerde shortlist Eosprijs
Dit onderzoek ontrafelt de veranderingen in de hersenen van spreeuwen dooheen de seizoenen door middel van geavanceerde beeldvorming technieken.
Meer lezen

"Abeilles, poissons, gibier et animaux sauvages": de verhouding tussen dier, habitat en mens in Brabant tijdens de negentiende eeuw op basis van de Dictionnaire Géographique van Vandermaelen

Universiteit Gent
2023
Paulien
Daelman
Volgende scriptie onderzoekt of het mogelijk is om nieuwe referentiepunten te construeren betreffende de biodiversiteit van wilde dieren in Brabant tijdens de negentiende eeuw door een grotendeels onbekend bronnencorpus in de spotlights te zetten: de voorbereidende werken voor de Dictionnaire Géographique de Brabant van Vandermaelen en Meisser. Meer specifiek tracht ze de distributie, hoeveelheden, migratie en leefpatronen van wilde dieren in deze regio in interrelatie met de habitat en antropogene factoren te onderzoeken. Het doel is om vanuit deze nieuwe bron te vertrekken om te ontdekken wat hij kan bieden aan informatie over de fauna van Brabant.
Meer lezen

Development of laser subsystem for OSCAR-QUBE sensor: testing and characterization of performance in pulsed and continuous-wave operation

Andere
2021
Jeffrey
Gorissen
Genomineerde shortlist Eosprijs
Voor mijn scriptie heb ik een laser subsysteem voor een diamant-gebaseerde kwantum magnetometer ontwikkeld. Dit binnen het OSCAR-QUBE studentenproject dat deelnam aan het "Orbit Your Thesis!" programma van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. Hiermee kregen we de kans om ons project te ontwikkelen op een manier waarop echte projecten in de ruimtevaartsector ook ontwikkeld worden.
Meer lezen

And on page 20 I must get back to the sea

LUCA School of Arts
2021
Margo
Magniette
  • Bianca
    Stigter
  • Trees
    Depoorter
  • John
    Bergez
  • Edmund
    Bruke
  • Claudio
    Magris
Hoe groot is groot? Groots zoals mieren een kruimel verplaatsen. Want wat voor hun groot is, is voor ons klein. Groot zoals een hond een tak verplaatst in zijn bek en wij luid applaudisseren omdat wij denken superieur te zijn. Benoembaarheid komt uit de lucht gevallen.
Het gaat over het alles en niets tegelijk. Over hetgeen wat als schilder bezighoudt en inspireert. Het kunnen woorden zijn, beelden die zich opdringen, teksten, gedichten…. gedachten. Het gaat om alles en niets zolang het de grens maar bereikt en overschrijdt.
Ik bewandel..........- de grens die geen grens meer is. Beeld en taal. Want zonder deze twee dingen kunnen wij taal geen beeld noemen en beeld geen taal. Ik merk dat alles verbonden is met elkaar. Het is aan mij om uit te zoeken hoe ik het verbind. Met een draadje zeer breekbaar. Zo cre er ik iets dat ik zelf kan schrijven. Misschien niet schilderen deze keer. Als jonge kunstenaar komt er van alles op je af, overspoeld door nieuwsgierigheid lijkt deze tekst een overrompeling aan woorden en gedachten. Die door jou maar ook door mij niet te vatten zijn. Geen pasklare antwoorden, maar wel pasklare vragen.
Gedachten die ik neerzet van tijd tot tijd. Het zijn de resultaten van gevoelsuitdrukkingen en waarnemingen die mij als persoon vormen. Die de kunst en mijn grenzen elke dag aftasten. Het gaat over wat ik zie en wat ik misschien niet zie...

Deze tekst geeft een beeld weer van wat een kunst allemaal teweegbrengt. Van de vrijheid die ik bezit op een kunstschool ergens te midden in Gent. Het zijn gedachten die in verschillende fictieve personen worden gebracht. Waarbij gedichten de kunst tussen de woorden weergeeft. Ik probeer te schilderen met woorden en te woorden met schilderen. Op een heel vrije manier heb ik deze scriptie verwerkt omdat de kunst toch een antwoord is op wat vrij zijn is? Het is een tekst waarbij de associaties die ik maak, opschrijf en je een blik in mijn wereld geef. Het gaat over iemand die een boek in de duinen leest aan zee. Ze komt op pagina 20. Na die bladzijde keert ze terug naar de zee. Is het soms te laat, om terug te keren naar de zee?
Het is voor mij een vertraagde manier van informatie verwerken. Door lijstjes te maken of dingen die ik opschrijf ga ik ze ook
niet vergeten.
De wezenlijke driehoek: Het kunstwerk de blik, het schrijven. Het gaat om het woord en om het beeld. Het is een dagdagelijks iets waar je genoegen uit haalt om te schrijven.
Soms wil je kunnen schrijven en dan lukt het zonder dat je het wist.
Meer lezen

Ethica, activisme en netwerken van de dierenbeschermers tijdens het fin de siècle: de casus van Belgisch activist Jules Rühl.

Universiteit Gent
2020
Lise
Foket
Deze scriptie analyseert de geschiedenis van de Belgische dierenbeschermingsbeweging van 1897 tot 1914. De thesis focust op de casus van invloedrijk activist Jules Rühl, om zo de ethica, activisme en netwerken van de dierenbeschermers te bestuderen.
Meer lezen

Flexible matrix multiplication kernels on GPUs

Universiteit Gent
2020
Thomas
Faingnaert
Matrixvermenigvuldiging ligt aan de kern van machinaal leren, een deelgebied van de artificiële intelligentie. Softwarebibliotheken bevatten manueel geoptimaliseerde versies van matrixvermenigvuldiging voor de meest gangbare technieken in machinaal leren, maar kunnen niet gebruikt worden voor onderzoek naar nieuwe technieken. Deze masterproef presenteert een flexibel raamwerk waarmee een breed scala aan ML berekeningen kunnen worden uitgevoerd, zonder te moeten inboeten aan snelheid.
Meer lezen

Een wereld naar Gods plan. Duurzaamheid in een religieuze ontwikkelings-ngo, 1968-1994

KU Leuven
2020
Hanne-Lise
Frateur
Deze masterproef onderzocht hoe een religieuze inspiratie een impact had op de betekenisgeving van duurzaamheid in het ontwikkelingsdiscours van de Vlaamse ngo Broederlijk Delen (1968-1994). Verschillende betekenissen van duurzaamheid werden onderscheiden en telkens werd gereflecteerd in welke mate de christelijke religie een struikel- of startblok vormde om die duurzaamheid na te streven.
Meer lezen

Moss-inhabiting diatoms from Campbell Island (sub-Antarctic)

Universiteit Antwerpen
2020
Charlotte
Goeyers
In deze studie werden diatomeeën, verborgen in een historische mos-collectie, grondig bestudeerd. De collectie werd een halve eeuw geleden verzameld op Campbell Island, een eiland nabij het zuidpoolgebied. Zes nieuwe soorten werden ontdekt.
Meer lezen

De reis van Karel V doorheen Frankrijk (1539-1540)

Universiteit Gent
2020
Maxim
Hoffman
In de winter van 1539-1540 onderneemt Karel V een reis door het land van zijn vroegere rivaal Frans I om het rebelse Gent te gaan onderdrukken. De ontvangst van Karel in Frankrijk was zonder meer bijzonder. Twee vorsten die elkaar niet op het slagveld konden verslaan, trachtten elkaar nu in deugden te overtreffen. De ontmoeting tussen Karel V en Frans I moest niet zozeer bijdragen aan hun vriendschappelijke relaties, maar wel hun eigen beeldvorming alsook de monarchale en mystieke legende rond hun figuur versterken.
Meer lezen

Verbeelding van het dier in de zeventiende-eeuwse en hedendaagse kunst: een persoonlijke visie en analyse

AP Hogeschool Antwerpen
2020
Jeffe
De Brabandere
Het onderwerp van mijn scriptie is de iconografie van het dier in de zeventiende-eeuwse en hedendaagse kunst. Ik heb telkens zeven werken geanalyseerd van zowel de zeventiende eeuw als de hedendaagse periode. Voor de zeventiende eeuw besprak ik alleen olieverfschilderijen met zoogdieren of vogels als hoofdthema en maakte ik een onderscheid tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Voor de hedendaagse tijd koos ik kunstwerken van nog levende kunstenaars en zijn de media verschillend. De verbeelding van het dier wordt beïnvloed door heersende denkkaders, de maatschappelijke en politieke context en door het menselijk zelfbeeld. Deze worden beschreven en komen in de analyses uitvoerig aan bod.
Meer lezen

Invloed van omgevingsfactoren rondom kerkgebouwen op de diversiteit van vleermuizenpopulaties

Odisee Hogeschool
2020
Tris
Deflo
Er werd onderzocht wat de invloed is van omgevingsfactoren rondom kerkgebouwen op de aan- of
afwezigheid van verschillende vleermuizenpopulaties in (Oost-)Vlaanderen. Omgevingsfactoren in dit onderzoek zijn
de hoeveelheid groene elementen en de hoeveelheid verlichting rondom kerkgebouwen.
Meer lezen

De invloed van mijnbouw op metaalconcentraties in aquatische ecosystemen in Bolivia.

Universiteit Antwerpen
2019
Karolien
Van den Nouweland
Mijnbouw in het centrum van de stad Oruro in Bolivia brengt de gezondheid en het inkomen van inwoners in gevaar. Boeren zien hun oogst dalen, hun vee sterven, hun waterputten uitdrogen en worden zelf ziek. Deze metaalverontreiniging werd in kaart gebracht voor de NGO CEPA adhv water- en bodemstalen zodat zij deze gegevens kunnen gebruiken in hun strijd ter bescherming van de inheemse bevolking en het milieu.
Meer lezen

Characterization and comparison of visually induced defensive behavior in Peromyscus

KU Leuven
2019
Sybren
De Boever
In deze studie werd het visueel geïnduceerd aangeboren defensief gedrag van twee nauwverwante Peromyscus-soorten onderzocht en vergeleken. Een opmerkelijk verschil in reactiestrategie werd geobserveerd wanneer deze in aanraking kwamen met een naderende roofvogel. Dit suggereert een verschil in neurale pathways die deze verschillende gedragingen ondersteunen. Deze diersoorten vormen bijgevolg interessante studieobjecten voor het ontrafelen van neurale elementen die geassocieerd zijn met aangeboren gedrag.
Meer lezen

Acoustic Monitoring of Bats with Self-organizing Maps

Universiteit Gent
2019
Arne
Deloose
In deze masterthesis werd een zelforganiserende kaart getraind om vleermuisgeluiden te herkennen in geluidsdata. Geluidsopnames worden steeds vaker gebruikt om vleermuizen te identificeren voor monitoring, gezien vleermuizen een beschermde diersoort zijn. Alle Europese lidstaten moeten de vleermuispopulaties rapporteren naar de Europese Unie. De verwerking van deze opnames is echter zeer tijdsintensief en duur. Daarom proberen de lidstaten het proces te automatiseren.
Meer lezen

Exploration and Optimization of Separation Techniques for the Removal of Microplastics from Marine Sediments during Dredging Operations

Universiteit Gent
2019
Michiel
Van Melkebeke
Deze thesis evalueert en optimaliseert scheidingstechnieken voor de verwijdering van microplastics uit mariene sedimenten. Voor het eerst werd onderzoekt verricht naar de technologische verwijdering van vervuilende microplastics. Finaal werd een innovatieve scheidingstechniek ontwikkeld die aan de hand van een synergie met de baggerindustrie mogelijkheden biedt naar praktische, grootschalige implementatie.
Meer lezen

'Vervallen in clichés?': Een kwalitatief onderzoek naar de representatie van lesbiennes in Vlaamse tv-fictie.

Vrije Universiteit Brussel
2019
Rani
Liekens
Deze masterproef gaat over de representatie van lesbiennes in Vlaamse fictiereeksen, uitgezonden tussen 2005 en 2019. Er werden vier reeksen geselecteerd, namelijk: Kinderen van Dewindt, Marsman, Gent-West en Professor T. Deze reeksen werden onderworpen aan een narratieve inhoudsanalyse, waarbij de focus lag op de lesbische personages. Daarnaast werden ook de actrices in kwestie geïnterviewd ter nuancering.
Meer lezen