Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Public Awareness of Media Accessibility: A Study on Knowledge and Perception

Universiteit Antwerpen
2025
Jara
Van Den Berge
In mijn scriptie onderzocht ik hoe bewust de Belgische bevolking is van mediatoegankelijkheid, zoals ondertiteling of audiodescriptie, die ervoor zorgen dat iedereen media kan begrijpen en beleven. Aan de hand van een enquête met 140 deelnemers analyseerde ik vier vormen van bewustzijn: algemeen, cognitief, perceptueel en cultureel.

De resultaten tonen dat veel mensen de term wel kennen, maar niet goed weten wat het inhoudt. Slechts weinigen beseffen dat functies zoals ondertiteling ook onder mediatoegankelijkheid vallen. De meeste koppelen het vooral aan mensen met een beperking.

Met mijn onderzoek wil ik de kloof tussen beleid en publieke kennis verkleinen en aantonen dat mediatoegankelijkheid een fundamenteel mensenrecht is.
Meer lezen

Contextbewust speculatief decoderen voor Retrieval Augmented Generation met toepassing bij UZGent

Universiteit Gent
2025
Gianni
Van de Velde
We hebben allemaal al eens gehoord hoeveel energie AI vandaag wel niet gebruikt. Deze scriptie probeert dat probleem een klein beetje te verkleinen, door het energieverbruik van toepassingen zoals ChatGPT te verminderen. Het is ons gelukt om de energie-efficiëntie met 17% te verhogen en dat terwijl we zelfs 17% sneller tekst genereren.
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

Rubens' portretkunst als spiegel voor zijn interesse in fysiognomie

Universiteit Gent
2025
Mariette
Van Gysegem
Mijn onderzoek bekijkt de portretpraktijk van Peter Paul Rubens vanuit een fysiognomische lens. Vooraleer dit denkkader kan toegepast worden op zijn oeuvre, wordt Rubens' fascinatie voor fysiognomie in zijn culturele context bekeken. Het vertrekt vanuit de oorsprong en ontwikkeling van het gedachtegoed om zo het belang in de leefwereld van Rubens te contextualiseren. Vervolgens onderzoekt het de connectie tussen fysiognomie en de vroegmoderne kunstpraktijk. Hierna wordt ingezoomd op Rubens' aantoonbare interesse in het onderwerp als vereiste voor het gebruik van een fysiognomische lens.

Daarna wordt het fysiognomisch denkkader toegepast op case-studies binnen zijn oeuvre. Hierbij richt de beeldanalyse zich op vorm, kleur en textuur, aangezien bestaand onderzoek vaak enkel naar vorm keek. Voor de karaktertypologie werden primaire zeventiende-eeuwse fysiognomische traktaten bestudeerd en zo de typerende elementen van verschillende karaktertypes geïdentificeerd om ze toe te passen op de case-studies. De afbakening tot portretkunst is een logisch gevolg van het gezicht als primaire plek voor de fysiognomische lezing. Binnen zijn portretten wordt gefocust op familieportretten en kopieën naar oude meesters aangezien hij bij deze genres het meeste vrijheid had om te experimenteren.

Voor deze analyse werd een methodologie ontwikkeld die vertrekt vanuit het uitgangspunt van de fysiognomie, waarbij het uiterlijk en het innerlijk van een persoon onlosmakelijk verbonden zijn. Het onderzoek bekijkt deze connectie in twee richtingen. Ten eerste worden familieportretten geanalyseerd om te onderzoeken in hoeverre het innerlijk iets zegt over het uiterlijk, met het sanguinische temperament als uitgangspunt, omdat dit karaktertype als positief en zeldzaam werd beschouwd en Rubens vermoedelijk warme genegenheid voor zijn familieleden voelde. Ten tweede worden zijn kopieën naar oude meesters bestudeerd om de omgekeerde richting te ondervragen. Het uitgangspunt is de beeldanalyse van visuele aanpassingen die Rubens doorvoert in zijn kopie ten opzichte van het origineel. Vervolgens wordt gekeken of deze aansluiten bij de representatie van een specifiek innerlijk karakter.

De analyse toont hoe Rubens systematisch ronde vormen, roodheid en glanzende huidaccenten gebruikte, kenmerken die overeenstemmen met het sanguinische temperament, dat in zijn tijd overwegend positief gewaardeerd werd. Hierdoor creëerde Rubens een fysiognomisch ideaaltype dat functioneerde binnen de beeldcommunicatie met zijn publiek. Dit onderzoek vult een lacune in de bestaande literatuur, die vaak enkel de passies en niet de fysiognomie in Rubens’ werk behandelde. Bovendien wordt dit gedachtegoed nooit bekeken zij-aan-zij met het effectieve kunstwerk, hoewel deze combinatie cruciaal is. Het besluit dat Rubens’ intellectuele fascinatie voor fysiognomie niet enkel een persoonlijke interesse was, maar een diep ingebed cultureel referentiekader dat zijn portretkunst beïnvloedde.

Deze studie opent de weg om Rubens’ intellectuele interesses concreet te verbinden met zijn oeuvre en suggereert verdere uitbreiding via technische beeldanalyses zoals kleuranalyse en reflectografie. Daarnaast vormt ze een vertrekpunt om ook andere categorieën binnen zijn portretkunst, zoals de keizerportretten, door een fysiognomische lens te bestuderen. Verdere analyses kunnen nagaan hoe andere temperamenten werden verbeeld en in welke mate Rubens’ leerlingen en tijdgenoten dit gedachtegoed overnamen of er eigen invullingen aan gaven.
Meer lezen

“Het is maar een gsm”: partner phubbing en relationele betekenisgeving

Universiteit Gent
2025
Debbie
Cool
Dit onderzoek laat zien dat phubbing, het negeren van je partner voor je smartphone, een veelvoorkomend fenomeen is dat relaties kan belasten. Hoe partners dit ervaren en ermee omgaan, hangt af van context, intentie en gezamenlijke digitale afspraken. Het benadrukt hoe moderne technologie dagelijkse relaties vormt en het belang van duidelijke communicatie en gezonde digitale gewoonten.
Meer lezen

EEN ‘GROENE’ FAST-FASHION WAARDEKETEN: UTOPIE OF OPTIE?

KU Leuven
2025
Anna
Sato
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis met als titel “Een ‘groene’ fast-fashion waardeketen: utopie of optie?” heeft als overkoepelend onderwerp de ecologische duurzaamheid van de fast-fashion waardeketen. Het onderzoekt meer specifiek of het huidig juridisch kader van de Europese Unie een transparante en duurzame fast-fashion waardeketen mogelijk maakt. Het onderzoek focust zich hierbij op drie onderscheiden fases in de waardeketen, namelijk de productie-, communicatie- en afdankfase, waarrond ook de structuur van de thesis is opgebouwd. De keuze hiervoor is ingegeven door de situering in deze fases van de drie problemen uit de probleemstelling.

In de productiefase wordt meer bepaald gekeken naar het materiaal waarmee kleding geproduceerd wordt en de ecologische gevolgen ervan. In de communicatiefase krijgen greenwashing en misleidende groene claims vervolgens bijzondere aandacht. Ten slotte in de afdankfase staan kleding- en textielafval en de verwerking ervan of het gebrek eraan centraal. Voor elk van deze drie fases worden verschillende (nieuwe) Europese instrumenten nader besproken en wordt er vergeleken met de aanpak door Frankrijk, een koploper op het vlak van regelgeving over mode en duurzaamheid. Er wordt meer specifiek nagegaan of de EU- regelgeving ervoor zorgt dat de consument uiteindelijk verzekerd kan zijn dat hij een kledingstuk heeft aangekocht dat gemaakt is van recycleerbare materialen, zonder greenwashing claims op de markt is gebracht en op het einde van zijn levensduur niet op een afvalberg belandt. De evaluatiecriteria die hierbij de rode draad vormen, zijn: duurzaamheid, bescherming van de consument en rechtszekerheid. Door de verschillende instrumenten te beschrijven en daarna te evalueren, hoopt deze thesis zowel de successen als lacunes ervan in kaart te kunnen brengen. De evaluatie zal duidelijk maken dat ondanks stappen in de goede richting, er in elke fase nog tekortkomingen bestaan waardoor het lineaire bedrijfsmodel te weinig uitgedaagd wordt en de transitie naar een duurzamer model bemoeilijkt wordt.

Ten slotte heeft deze thesis als doel om op basis van de beoordelingsresultaten faseoverstijgende aanbevelingen te doen aan het huidig Europees regelgevend kader om het performanter te maken. Hoewel de werkelijke impact afhangt van de gedelegeerde handelingen, de effectieve implementatie en de kwaliteit van toezicht kunnen toch enkele suggesties gegeven worden.
Meer lezen

Sjorren aan de toekomst: een beleidsanalyse in functie van een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen

Universiteit Gent
2025
Cato
De Roover
Het onderzoek analyseert de kwetsbaarheid van Vlaamse jeugdbewegingen, die onder druk staan door gebrekkige infrastructuur, administratieve lasten, dalende ledenaantallen en veranderend vrijwilligersengagement. Via een kwalitatieve beleidsanalyse, gebaseerd op literatuur, interviews en een participatiemoment, werden vijf beleidsalternatieven ontwikkeld om een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen te stimuleren. Twee daarvan, "Zelfstandiger Jeugdwerk" en "Opgewaardeerd Jeugdwerk", bieden het meeste potentieel. Het eerste bevordert de oprichting van ondersteunende vzw’s om lokale groepen meer autonomie te geven. Het tweede stelt een onderzoek en campagne voor om de maatschappelijke en economische waarde van jeugdwerk beter in de verf te zetten. Daarnaast formuleert de scriptie nog twee bijkomende aanbevelingen: het verminderen van de versnippering van administratieve taken via het Verenigingsloket en het versterken van de Vlaamse Jeugdraad als participatiekanaal.
Meer lezen

Game of Tones A longitudinal analysis of media tone towards political parties in Flemish newspapers (2004-2024)

Universiteit Antwerpen
2025
Janne
Verschraegen
Hoe politieke partijen in de media worden voorgesteld, beïnvloedt hoe burgers hen waarnemen, beoordelen en uiteindelijk ook stemmen. Evaluatieve toon functioneert daarbij als een belangrijke interpretatieve shortcut. Deze studie onderzoekt hoe de toon van nieuwsberichtgeving over Vlaamse politieke partijen geëvolueerd is tussen 2004 en 2024, en in welke mate er structurele verschillen bestaan tussen partijen en tussen kranten.

Met behulp van een RoBERTa-taalmodel wordt op zinsniveau het sentiment gemeten in meer dan 275.000 artikels uit zeven Vlaamse kranten. De analyse toont dat negatieve berichtgeving structureel overheerst, maar dat deze geleidelijk is afgenomen over de tijd. Tegelijkertijd worden systematische verschillen vastgesteld tussen partijen en tussen kranten. Vlaams Belang en N-VA worden over de hele periode het meest negatief voorgesteld, terwijl Groen vaker voorkomt in positieve contexten. Kwaliteitskranten zoals De Morgen, De Standaard en De Tijd zijn in het algemeen kritischer dan populaire kranten zoals Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. Opvallend is dat die kwaliteitskranten relatief minder negatief zijn over Vlaams Belang dan de populaire kranten.

Hoewel alle partijen een lichte afname in negativiteit vertonen, daalt het negatieve sentiment tegenover Vlaams Belang het sterkst, wat mogelijk wijst op een proces van normalisering. PVDA vormt hierop een uitzondering: de partij is de enige waarvoor het negatieve sentiment (licht) toeneemt over de tijd. Beperkingen van het onderzoek liggen in het feit dat het model niet gefinetuned werd op de Vlaamse politieke context, en dat de analyse geen objectieve maatstaf hanteert voor bias, maar enkel patronen van toon in kaart brengt. Toekomstig onderzoek kan nagaan welke factoren bijdragen aan verschillen in toon, bijvoorbeeld door te controleren voor electorale macht, partijcommunicatie en issue coverage.
Meer lezen

Naar een territoriaal verankerde landbouw: De rol van slachthuisinfrastructuur als gedeelde en strategische voorziening

Universiteit Gent
2025
Basiel
Van Rillaer
Deze masterproef onderzoekt de rol van slachthuisinfrastructuur in de territoriale verankering van landbouw. Slachthuizen worden doorgaans gezien als technische voorzieningen, maar in werkelijkheid bepalen ze in hoge mate hoe voedselproductie georganiseerd wordt, wie toegang heeft tot verwerking en hoe producenten en consumenten met elkaar verbonden blijven. De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe hebben slachthuisinfrastructuren bijgedragen aan de verankering van landbouw in haar territorium, welke transformaties hebben geleid tot hun ontkoppeling, en onder welke voorwaarden kan herterritorialisering plaatsvinden?
De relevantie van dit onderzoek ligt in de hedendaagse context. Terwijl de vraag naar korte ketens, dierenwelzijn en duurzame voedselvoorziening groeit, verdwijnen kleinschalige slachthuizen of worden ze opgeschaald tot industriële complexen. Dit creëert knelpunten voor boeren die niet in dat grootschalige model passen en ondermijnt de veerkracht van lokale voedselnetwerken. Slachthuizen vormen zo een vaak vergeten, maar cruciale schakel in de transitie naar duurzamere landbouwsystemen.
Methodologisch steunt de studie op vijf casestudy’s die verschillende vormen van slachthuisinfrastructuur in beeld brengen: de thuisslachter Erik De Vogelaere, Slagerij Vande Walle, het private slachthuis Matanza, de coöperatie WAPICOWP en de mobiele slachtunit voor pluimvee. Via interviews, historische analyse en beleidskaders worden deze praktijken onderzocht. De vergelijking resulteert in een typologie met vier hoofdtypes: geïntegreerd ambachtelijke infrastructuur, private slachthuizen met gedeeld gebruik, mobiele slachtunits en coöperatieve modellen. Deze typologie toont dat slachthuisinfrastructuren zich bewegen in een spanningsveld tussen schaalvergroting en lokale verankering, privaat ondernemerschap en collectieve organisatie, formele regelgeving en informele praktijken.
De cases laten zien dat kleinschalige infrastructuur kan overleven wanneer bepaalde randvoorwaarden aanwezig zijn, zoals familiale opvolging, ondernemerschap, sterke lokale netwerken of gedeeld eigenaarschap. Tegelijkertijd blijkt dat deze voorwaarden uitzonderlijk zijn en niet vanzelfsprekend reproduceerbaar. Beleidsmatig betekent dit dat de toekomst van kleinschalige infrastructuur niet enkel kan afhangen van toeval of familiale continuïteit, maar dat actieve ondersteuning noodzakelijk is. Herterritorialisering vraagt om randvoorwaarden zoals regelgeving op maat, institutionele steun en maatschappelijke herwaardering van voedselproductie.
Het besluit van deze masterproef is dat slachthuisinfrastructuur méér is dan een technische schakel: ze is een strategische en gedeelde voorziening die bepaalt hoe landbouw lokaal verankerd kan blijven. Herterritorialisering is daarbij geen terugkeer naar het verleden, maar een hedendaagse strategie om landbouwsystemen veerkrachtiger, duurzamer en sociaal rechtvaardiger te maken.
Meer lezen

Decentralised Motion Planning for Holonomic Multi-Agent Systems Using a Hybrid ADMM-CBF Approach: Application to Industrial Magnetic Levitation Platforms

KU Leuven
2025
Bavo
Tistaert
  • Stan
    Servaes
Genomineerde shortlist mtech+prijs
De industrie vereist elke dag complexere processen en logistiek, wat heeft geleid tot de opkomst van multi-agent systemen. Hierbij werken meerdere robots, voertuigen of machines in dezelfde omgeving. Dit stimuleert de behoefte aan multi-agent bewegingsplanners die de bewegingen van deze agents op een efficiënte en veilige manier coördineren en plannen.

Daarom presenteert deze scriptie een nieuwe, op model predictieve controle (MPC) gebaseerde bewegingsplanner voor holonomische multi-agent systemen, door een gedecentraliseerde formulering van de alternating direction method of multipliers (ADMM) te combineren met een gecentraliseerde formulering van control barrier functions (CBF's). De methode is ontwikkeld met het oog op, maar niet beperkt tot, industriële magnetische levitatieplatforms zoals het Beckhoff XPlanar-systeem.

De klassieke gecentraliseerde MPC-benadering blijkt te schalen met ∼ O(N^2,96), waardoor de methode onuitvoerbaar wordt bij een toenemend aantal agents. Hoewel gedecentraliseerde ADMM de tijdcomplexiteit aanzienlijk vermindert, kan deze de veiligheid niet garanderen, d.w.z. er bestaat een risico op botsingen. Daarom wordt de methode aangevuld met een extra optimalisatieprobleem waarin CBF's zijn opgenomen. Het resultaat is een veilige methode die schaalt met ∼ O(N^1,82). Deze veiligheidsgarantie stelt ons in staat om het aantal ADMM-iteraties vast te leggen, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen prestaties en rekenkracht.

Om de realtimeprestaties verder te verbeteren, biedt dit werk een C++-implementatie van de hybride methode, die gebruikmaakt van de gedecentraliseerde ADMM-structuur door de code te parallelliseren. Dit vermindert de rekentijd voor 5 en 10 agents met respectievelijk 90,1% en 60,5%. De hybride methode wordt vervolgens kwalitatief en kwantitatief vergeleken met de gecentraliseerde MPC-methode. Ten slotte wordt een proof of concept gepresenteerd door de algoritmen te implementeren en te testen op het XPlanar-systeem.
Meer lezen

Making Sense: Materiality, Memory and Imagination in Max Porter’s Grief is the Thing with Feathers and Lanny

KU Leuven
2025
Nils
Van den Keybus
Hoewel 4E-narratologie zich bij uitstek leent voor het bestuderen van de interactie tussen belichaamde lezers en narratieve teksten, wordt de materialiteit van dat narratief vaak over het hoofd gezien. Materiële benaderingen daarentegen leggen juist de nadruk op de tekstuele materialiteit, maar besteden zelden aandacht aan de rol van belichaamde lezers. Door beide theoretische stromingen met elkaar te verbinden, probeer ik deze kloof te overbruggen en de onscheidbaarheid van tekst, materialiteit en belichaamde lezers aan te tonen.

Aan de hand van close readings van het werk van Max Porter illustreer ik de theoretische en methodologische meerwaarde van het integreren van tekstuele materialiteit in de 4E-theorie. De manieren waarop Grief is the Thing with Feathers en Lanny lezers uitnodigen om zich onbekende lichamen, bewegingen en vormen van waarneming voor te stellen, kunnen slechts ten volle worden begrepen wanneer zowel tekstuele als niet-tekstuele middelen in beschouwing worden genomen.

Ik argumenteer dan ook dat de interactie tussen lezers en materieel gevormde narratieve teksten niet zomaar kan worden opgedeeld in verbale en materiële componenten. Deze scheiding is kunstmatig en leidt tot een onvolledig beeld. Ik stel dat lezers narratieven begrijpen via zintuiglijke verbeelding, waarbij zij ervaringssporen combineren met aanwijzingen in verschillende modaliteiten om perceptuele ervaringen te ensceneren. Alleen door tekst en materialiteit gelijktijdig te onderzoeken kunnen we begrijpen hoe lezers betekenis geven aan narratief.
Meer lezen

Parameter Estimation with LISA's Correlated Noise

KU Leuven
2025
Karel
Plets
De laatste tien jaar hebben zwaartekrachtsgolven kunnen detecteren, strekkingen in de ruimte en de tijd. Toch willen we golven met lagere frequenties kunnen meten met behulp van toekomstige ruimtetelescopen, met name de LISA-missie onder leiding van ESA. Voordat LISA gelanceerd wordt, moet er nog veel voorbereid worden, met name het kwantificeren van haar onzekerheden en ruis. Voorlopig gebruikt de LISA-gemeenschap een paar vereenvoudigingen wanneer ze de ruis en de signalen proberen modelleren met behulp van enkele mooie symmetrieën.

Mijn thesisonderzoek heeft echter aangetoond dat zelfs voor heel simpele signalen je in de problemen terechtkomt wanneer je sommige symmetrieën niet aanneemt tijdens het afschatten van de onzekerheden.
Meer lezen

De interne antenne: naar een sterkere connectie tussen medewerkers en leidinggevenden bij VRT

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Shakira
Van Rymenant
In mijn bachelorproef zocht ik uit hoe het vertrouwen tussen de directie en medewerkers bij VRT kan groeien. Ik sprak met collega’s, analyseerde hun noden en ontwikkelde drie communicatieproducten die zorgen voor meer transparantie, persoonlijk contact en echte verbinding op de werkvloer.
Meer lezen

Fostering Political Solidarity through Language. A Diachronic Analysis of Politeness Strategies in Zelensky’s Addresses to the European Parliament

Universiteit Antwerpen
2025
Sien
Moens
Deze thesis heeft tot doel kritische inzichten te verschaffen in het discours dat president Volodymyr Zelensky gebruikt in zijn toespraken voor het Europees Parlement in de beginfase van het Russisch-Oekraïense conflict (2022-2024). Aan de hand van politieke discoursanalyse (PDA) en het kader van de beleefdheidstheorie worden verschillende beleefdheidsstrategieën onderzocht die de Oekraïense president gebruikt om de face-threatening act (FTA) die ten grondslag ligt aan zijn toespraken (het eisen van militaire en economische steun voor Oekraïne) te verzachten, terwijl hij tegelijkertijd de gedeelde waarden en solidariteit met zijn Europese bondgenoten versterkt. De thesis streeft ernaar een kritisch en breder inzicht te bieden in Zelensky's discours op het Europese toneel, om de complexe relatie tussen taal en publieke diplomatie in een context van urgente oorlogstijd verder te onderzoeken.
Meer lezen

DE ADOLESCENTE MOSLIM ALS IDENTITEITSZOEKER: EEN KWALITATIEVE STUDIE BIJ HULPVERLENERS NAAR RADICALISERING ALS EEN PROCES IN RELATIE TOT DE ADOLESCENTIE ALS LEVENSFASE

Universiteit Gent
2025
Rania
Ikoubaân
Deze masterproef onderzoekt hoe hulpverleners radicalisering bij adolescenten binnen een islamitische context begrijpen, met bijzondere aandacht voor de rol van identiteitsontwikkeling en de uitdagingen van de adolescentiefase. Sinds de aanslagen van 9/11 en de opkomst van homegrown terrorism is radicalisering een centraal thema geworden in zowel het publieke als wetenschappelijke discours. Desondanks ontbreekt een eenduidige definitie en worden radicalisering, extremisme en terrorisme vaak ten onrechte met elkaar en met de islam geassocieerd. Eerder onderzoek richtte zich vooral op justitiële dossiers of op de ervaringen van geradicaliseerde individuen, waardoor het perspectief van hulpverleners onderbelicht bleef. In dit kwalitatieve onderzoek werden twaalf bestaande, semi-gestructureerde interviews met Belgische hulpverleners geanalyseerd volgens een thematische analyse. De analyse toont dat hulpverleners radicalisering niet zien als een geïsoleerd ideologisch fenomeen, maar als een betekenisvolle oplossingspoging voor onderliggende psychische en sociale kwetsuren, vaak gerelateerd aan migratiepijn, structurele uitsluiting, intergenerationele conflicten en identiteitsproblemen. De adolescentiefase wordt door hulpverleners beschouwd als een periode van verhoogde kwetsbaarheid, waarin radicalisering kan fungeren als een poging om met gevoelens van onzekerheid, vervreemding en identiteitsvragen om te gaan. Deze bevindingen onderstrepen de noodzaak van een genuanceerde benadering van radicalisering, die oog heeft voor de individuele beleving en de bredere maatschappelijke context, en bieden waardevolle aanknopingspunten voor beleid en klinische praktijk.
Meer lezen

Fika (Zweden: waar koffi en kake niet zomaar koffie en cake zijn.)

Hogeschool VIVES
2025
Laura
De Pré
Fika is een Zweeds ritueel. Mensen die samen pauzeren, waardoor dit stress reduceert, teamdynamiek verbetert en werktevredenheid vergroot. Het onderzoek werd uitgevoerd op de kritieke diensten van een ziekenhuis in Zweden met als doel te onderzoeken wat de impact was op het welzijn van het zorgpersoneel. Na de verkenning van het concept werd er gekeken naar een mogelijke implementatie in de Belgische zorgsector als welzijnsinterventie.
Meer lezen

Wat zijn de meest effectieve educatiestrategieën voor verpleegkundigen om het vocht- en natriumbeleid aan patiënten met hartfalen uit te leggen?

Hogeschool UCLL
2025
Luca
Van Wesemael
Tijdens mijn stages op de afdeling cardiologie viel het mij op hoe moeilijk het voor patiënten met hartfalen is om zich aan een strikt vocht- en natriumbeleid te houden. Vaak kregen ze tegenstrijdige adviezen van verschillende zorgverleners, wat leidde tot verwarring en frustratie. Daarom besloot ik mijn bachelorproef te wijden aan dit onderwerp. Met de vraag: “Wat zijn de meest effectieve educatiestrategieën voor verpleegkundigen om het vocht- en natriumbeleid aan patiënten met hartfalen uit te leggen?” ging ik opzoek naar een antwoord dat patiënten de weg wijst naar meer kennis en een betere ziektebeleving.
Uit mijn literatuurstudie kwamen drie strategieën naar voren die écht het verschil maken: de teach-back methode, waarbij patiënten in hun eigen woorden uitleggen wat ze hebben begrepen; multimedia educatie, die complexe informatie toegankelijk maakt via filmpjes en interactieve tools; en de constructivistische methode, die patiënten actief betrekt bij hun leerproces. Deze aanpakken verbeteren niet alleen kennis en therapietrouw, maar zorgen ook voor minder ziekenhuisopnames en een hogere levenskwaliteit.
Mijn onderzoek toont dat verpleegkundigen met duidelijke, interactieve educatie een cruciale impact hebben op de gezondheid en het welzijn van patiënten met hartfalen.
Meer lezen

Probabilistic geotechnical calculations of dikes

Universiteit Gent
2025
Thibo
Verstrynge
Traditionele geotechnische ontwerpmethoden in België zijn in hoofdzaak gebaseerd op deterministische of semi-probabilistische benaderingen. Deze leiden vaak tot conservatieve schattingen die de inherente variabiliteit van het bodemgedrag slechts beperkt weerspiegelen. In deze thesis wordt de praktische toepassing van volledig probabilistische geotechnische berekeningen onderzocht, met specifieke aandacht voor het voorspellen van dijkzettingen.

Het onderzoek richt zich op het project voor dijkversterking te Groot Schoor (Bornem), dat deel uitmaakt van het bredere Vlaamse Sigmaplan voor waterveiligheid. Hierbij wordt uitgebreide veld- en laboratoriumdata geïntegreerd met geavanceerde probabilistische methoden.

Een omvattende methodologie wordt ontwikkeld, waarin PLAXIS 2D eindige-elementenmodellering wordt gecombineerd met Python-gebaseerde automatisering en probabilistische berekeningen. Via een sensitiviteitsanalyse worden de belangrijkste bodemparameters geïdentificeerd en gemodelleerd als stochastische variabelen, gebaseerd op kansverdelingen afgeleid uit CPT(u)-gegevens en laboratoriumproeven. Latin hypercube sampling wordt toegepast om representatieve inputsets te genereren, terwijl een response-surface model, getraind op een beperkt aantal PLAXIS-simulaties, een grootschalige probabilistische analyse mogelijk maakt. Bayesian updating, geïmplementeerd via de Markov Chain Monte Carlo-methode, verfijnt de probabilistische voorspellingen door de integratie van werkelijke zettingsmetingen uit de monitorcampagne.

De resultaten tonen aan dat probabilistische methoden niet alleen de variabiliteit en onzekerheid van zettingsgedrag accurater weergeven dan deterministische benaderingen, maar tevens waardevolle inzichten verschaffen in parametersensitiviteit en modelrobuustheid. Deze studie bevestigt de haalbaarheid en de voordelen van het structureel integreren van probabilistische technieken in geotechnisch ontwerp, wat de weg opent naar betrouwbaardere en kostenefficiëntere infrastructuurontwikkeling, evenals data-gestuurde besluitvorming.
Meer lezen

De invulling van voorbedachtheid in rechtsleer en rechtspraak. Een evolutie vanaf 1867 tot 2024.

Universiteit Gent
2025
Charlotte
Van der veken
De voorbedachtheid is een strafverzwarende omstandigheid bij verscheidene misdrijven, waaronder doodslag. Door de aanname van voorbedachtheid treden verschillende gevolgen in werking. Zo verhoogt de maximum gevangenisstraf van dertig jaar voor doodslag naar levenslang voor moord. Ook de verjaringstermijn is verschillend. De voorbedachtheid is dus een begrip dat belangrijk is voor zowel actoren in de strafrechtsketen als de persoon die wordt beschuldigd van doodslag met voorbedachten rade of moord, een van de zwaarste misdrijven. Ondanks het grote
belang ervan, bevat het huidige Strafwetboek echter geen definitie of duidelijke omlijning, waardoor de term riskeert op subjectieve en willekeurige wijze te worden ingevuld.

Tijdens de parlementaire discussies voor het Strafwetboek van 1867 werden evenwel enkele handvaten aangereikt omtrent de invulling van het begrip, waaruit een basisstelling is gevloeid: voorbedachtheid bestaat uit het weloverwogen besluit, genomen voorafgaand aan de daad. Deze basisstelling is doorheen de jaren uitgebreid met verschillende voorwaarden.

Door middel van een uitgebreid literatuuronderzoek, rechtspraakanalyse van arresten van het hof van assisen en een rechtsvergelijkend luik, poogde deze masterthesis een antwoord te bieden op de volgende vragen: is de basisstelling verder aangevuld en geëxpliciteerd in de rechtsleer en rechtspraak? Zo ja, hoe ver reiken deze aanvullingen en welke bijkomende voorwaarden werden toegevoegd? Vervolgens werd een synthese opgemaakt, opdat uiteindelijk een omvattende invulling aan de voorbedachtheid kon worden gegeven die rekening hield met zowel doctrinale
vereisten als de praktijk.

Ook het ruimere kader werd geschetst. De voorbedachtheid werd benaderd vanuit een
psychologische invalshoek, gezien de raakpunten met de menselijke psyche. Ten slotte werd eveneens een blik geworpen op de invulling ervan in Nederland en de Verenigde Staten.

Het nieuwe Strafwetboek, dat in werking zal treden in april 2026, bevat opnieuw een definitie van de voorbedachtheid. Deze werd vergeleken met de invulling die voortkwam uit dit onderzoek, waarbij enkele opmerkingen naar voren kwamen. Ter conclusie kan gesteld worden dat de definitie uit het nieuwe Strafwetboek op sommige punten verschilt. De voorwaarde van planmatigheid is een twistpunt en zal ongetwijfeld een interessante tendens op gang trekken de jaren na inwerkingtreding.
Meer lezen

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

Oplossingsstrategieën voor het nieuwe demarcatieprobleem: een integratie van Resnik & Elliotts axiologische strategie met Wagners systemische strategie

Universiteit Gent
2025
Jan
Baecke
Niet-epistemische waarden spelen een onvermijdelijke rol bij alle fases van wetenschappelijk onderzoek. Hoe kunnen we legitieme waarde-invloeden onderscheiden van illegitieme? Ik stel een integratie voor van twee reeds bestaande strategieën in de literatuur: de axiologische strategie van David Resnik en Kevin Elliott (2023), en de systemische strategie van Wendy Wagner (2022). Beide strategieën kunnen elkaar in belangrijke mate aanvullen door elkaars individuele tekortkomingen wederzijds op te vangen en weg te werken. Zo zorgt Wagner er institutioneel voor dat de verschillende belangengroepen fysiek rond de discussietafel geraken, maar Resnik en Elliott helpen vervolgens om de “agenda” op te stellen van wat daar inhoudelijk
besproken moet worden indien we de onvermijdelijke waarde-invloeden in wetenschappelijk onderzoek kritisch voor het voetlicht willen brengen.
Meer lezen

Leraar en leerondersteuner samen aan zet: De kracht van samenwerking bij de realisatie van een inclusief onderwijsaanbod voor leerlingen met een verstandelijke beperking

Universiteit Antwerpen
2025
Bo
Matton
Alle leerlingen hebben recht op kwaliteitsvol en inclusief onderwijs, ook zij met een verstandelijke beperking. Toch blijft de realisatie van inclusie complex. In Vlaanderen wordt ingezet op leerondersteuners die zowel leerlingen als leraren ondersteunen. Deze kwalitatieve studie onderzocht, op basis van 18 interviews met negen duo’s, hoe leraren en leerondersteuners samenwerken en welke invloed dit heeft op de attitude en het zelfvertrouwen (zelfeffectiviteit) van leraren. De resultaten tonen dat samenwerking die wordt gekenmerkt door afstemming, gedeelde kennis, wederzijds vertrouwen en een gezamenlijke identiteit leidt tot intensere vormen van samenwerking, met een positieve invloed op zowel de realisatie van een inclusief onderwijsaanbod als het geloof van leraren in hun eigen kunnen.
Meer lezen

Schoon schip maken naar een betere en efficiëntere onderwijsomgeving

Hogeschool VIVES
2025
Selina
Gosens
  • Roos
    Van Lommel
Aan de slag gaan met executieve functies binnen een school voor buitengewoon onderwijs.
Meer lezen

Aanbevelingen voor de implementatie van het nieuwe zorgmodel in het ziekenhuis

Hogeschool VIVES
2025
Marie-Hélène
Vandenbussche
Inleiding:
De hervorming van het verpleegkundig beroep door het kabinet van minister Vandenbroucke in 2023-2024 bracht belangrijke wijzigingen met zich mee in de wetgeving rond verpleegkundige handelingen en verantwoordelijkheden. Deze veranderingen vereisen een herziening van het zorgmodel binnen ziekenhuizen. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een nieuw zorgmodel geïmplementeerd kan worden op twee verpleegafdelingen van het OLV van Lourdes ziekenhuis Waregem, rekening houdend met de nieuwe wetgeving en de sociale en economische implicaties.

Methode:
Er wordt gestart met een literatuurstudie rond wetgeving, zorgmodellen, leiderschap, weerstanden verandermanagement. Vervolgens worden 2 verpleegafdelingen geobserveerd en vergeleken met de nieuwe regelgeving. Op basis hiervan wordt een plan van aanpak opgesteld en een proefimplementatie van twee weken uitgevoerd, waarbij teamverpleegkunde en totaalzorg als modellen worden getest.

Resultaten:
De observaties tonen aan dat afdeling X reeds werkte volgens een teamverpleegkundemodel, terwijl afdeling Y eerder totaalzorg toepaste. Tijdens de proefimplementatie blijkt dat samenwerking, duidelijke taakverdeling en leiderschap cruciaal zijn voor een succesvolle implementatie. Beide modellen hebben hun sterktes, maar teamverpleegkunde blijkt het meest haalbaar binnen de huidige personeelsbezetting.

Discussie:
Een nieuw zorgmodel kan succesvol geïmplementeerd worden mits duidelijke communicatie, coaching en betrokkenheid van het team. Teamverpleegkunde biedt een werkbaar kader dat aangepast kan worden aan de noden van elke afdeling. Verdere opvolging en bijsturing blijven noodzakelijk om de kwaliteit van zorg te waarborgen.
Meer lezen

Tussen erkenning en onbegrip: een kwalitatieve studie naar het diagnosticeringstraject van vrouwen met endometriose

Universiteit Antwerpen
2025
Elena
De Munck
Deze studie onderzoekt hoe vrouwen hun wegbanen door het diagnosticeringsproces van endometriose in Vlaanderen. Via diepte-interviews wordt duidelijk hoe zij omgaan met medische onzekerheid, erkenning proberen te krijgen en soms zelf de regie over hun zorgtraject nemen.
Meer lezen

Economic feasibility and challenges of electric trucks in Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Alix
Bens
Deze studie onderzoekt de economische haalbaarheid en de belangrijkste uitdagingen bij de overstap naar elektrische vrachtwagens in België. Daarom wordt een kostenanalyse uitgevoerd, aangevuld met de potentiële voordelen, obstakels en infrastructurele uitdagingen die gepaard gaan met een duurzame transitie in het wegtransport.

Het onderzoek maakt gebruik van een mixed-methods-aanpak, waarbij zowel kwantitatieve als kwalitatieve analyses worden gecombineerd. Voor het kwantitatieve luik werd een Total Cost of Ownership (TCO)-analyse uitgevoerd. De resultaten van deze analyse variëren afhankelijk van verschillende factoren, zoals de analyseperiode, regio en bedrijfsgrootte. In 2020 lag de TCO van elektrische vrachtwagens nog boven die van dieselvoertuigen. Tegen 2025 ligt de TCO voor elektrische vrachtwagens bij kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in Vlaanderen echter lager dan die van traditionele dieseltrucks. Voor grotere bedrijven of ondernemingen die actief zijn in Brussel en Wallonië blijft diesel voorlopig nog de economisch voordeligere optie. Tegen 2030 wordt verwacht dat de TCO van elektrische vrachtwagens in alle regio’s en voor alle bedrijfsgroottes lager zal zijn dan die van diesel.

De kwalitatieve analyse is gebaseerd op een enquête bij 69 Belgische bedrijven, actief in uiteenlopende sectoren en van verschillende groottes. Elk van deze bedrijven beschikt over minstens één vrachtwagen in zijn vloot. De resultaten van de enquête tonen aan dat de intrede van elektrische vrachtwagens in België nog steeds beperkt blijft. Opvallend is dat de meerderheid van de bedrijven die momenteel nog geen elektrische trucks gebruiken, ook niet overwegen om die op korte termijn aan te schaffen - ondanks de noodzaak van een uitstootvrije toekomst. Daarentegen hebben bedrijven die al elektrische vrachtwagens bezitten er vaak meerdere in gebruik: acht respondenten gaven aan dat hun vloot uit vijf of meer elektrische vrachtwagens bestaat.

De belangrijkste belemmeringen voor de uitbreiding naar duurzame vloten zijn de beperkte actieradius, hoge aankoopkosten, lange laadtijden, een tekort aan laadinfrastructuur en onvoldoende overheidssteun (Carlier, 2024). De resultaten van de enquête benadrukken de nood aan meer overheidssteun om de transitie te versnellen. Veel respondenten wijzen op het belang van hogere aankoopsubsidies en financiële ondersteuning voor de installatie van laadinfrastructuur. Bovendien is er een duidelijke vraag naar een ruimere uitbouw van laadinfrastructuur specifiek voor vrachtwagens in België.
Meer lezen

INVESTIGATING FAIRNESS IN EPIDEMIC CONTROL

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sam
Vanspringel
In dit werk onderzoeken we hoe artificiële intelligentie kan helpen om epidemieën eerlijker en efficiënter aan te pakken. Met behulp van reinforcement learning leert een algoritme verschillende maatregelen uitproberen en afwegen, zodat het zowel de medische impact als de sociale last probeert te beperken. Dit onderzoek breidt eerder onderzoek uit door in de sociale last ook het risico op hospitalisatie in rekening te brengen. We kijken hoe het algoritme de maatregelen op een gebalanceerde manier aanpakt en verdeelt tussen de leeftijdsgroepen. Door middel van simulaties en visualisaties tonen we hoe het gebruik van artificiële intelligentie leidt tot meer gebalanceerde strategieën, zonder dat het de effectiviteit van bestrijding van de epidemie beïnvloed.
Meer lezen

Biedt het rechterlijk toezicht van het Amerikaanse Hooggerechtshof op discriminatie op grond van seksuele geaardheid een doeltreffendere bescherming dan het rechterlijk toezicht van het Hof van Justitie van de Europese Unie?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Eline
Canon
Hoewel gelijkheid en non-discriminatie tot de hoekstenen van onze samenleving behoren, worden LGBTQ+-personen wereldwijd nog steeds geconfronteerd met discriminatie en juridische uitsluiting van bescherming. Om dit spanningsveld tussen theorie en praktijk te onderzoeken en te contrasteren, analyseert deze thesis hoe twee invloedrijke rechtsstelsels — het Europese en het Amerikaanse — omgaan met discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

Om de waarborgen van non-discriminatie op grond van seksuele geaardheid in de praktijk te kunnen begrijpen, wordt aan de hand van een rechtsvergelijkende analyse van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Amerikaanse Hooggerechtshof nagegaan welk systeem vandaag de meest doeltreffende bescherming biedt, en of beide rechtssystemen iets van elkaar kunnen leren.

De bevindingen tonen aan dat het Hof van Justitie een coherent, consistent en stabiel beschermingskader biedt, in overeenstemming met de fundamentele waarden waarop de Unie is gebouwd, en met een sterke nadruk op de effectiviteit van het recht. In de Verenigde Staten daarentegen blijft de bescherming wisselvallig en kwetsbaar. Hoewel het Europese systeem institutionele en bevoegdheidsbeperkingen kent, waarborgt het een meer gestructureerde en voorspelbare bescherming.

Toch mag niet worden genegeerd dat bepaalde uitspraken van het Amerikaanse Hooggerechtshof in sommige gevallen verder gaan in hun bescherming. Die vaststelling moet echter worden genuanceerd in het licht van het huidige politieke klimaat en de samenstelling van het Hof, die weinig garanties bieden op verdere vooruitgang.

Meer lezen

Objectdetectie in sonardata met behulp van semi- en self-supervised learning

HOGENT
2025
Yoran
Gyselen
Sinds de opkomst van krachtige AI- en deep learning-modellen is data uitgegroeid tot een essentiële en vaak beperkende factor in het ontwikkelingsproces. Waar eenvoudige modellen vaak kunnen volstaan met beperkte en eenvoudige datasets, vereisen complexere modellen – zoals die voor objectdetectie – steeds grotere en rijkere hoeveelheden gelabelde data. Dit vormt een belangrijk probleem in domeinen zoals sonarbeeldvorming, waar dergelijke datasets niet beschikbaar zijn als kant-en-klare bronnen en handmatige annotatie buitengewoon tijdsintensief en kostbaar is. Dit onderzoek richt zich daarom op de centrale vraag: hoe kunnen semi-supervised en self-supervised leermethoden het labelproces bij objectdetectie in sonardata versnellen, zonder significant verlies aan nauwkeurigheid?

Om deze vraag te beantwoorden is een experimenteel kader opgezet waarin drie benaderingen zijn onderzocht: een volledig supervised baseline gebaseerd op Faster R-CNN, een semi-supervised model met FixMatch, en een self-supervised strategie waarbij een BYOL-model wordt gepretraind en vervolgens gebruikt als backbone binnen een Faster R-CNN-architectuur. De experimenten zijn uitgevoerd op een publieke sonardataset bestaande uit 7600 gelabelde sonarbeelden. Voor de supervised baseline is het model getraind op verschillende hoeveelheden gelabelde data: 1%, 5%, 10%, 50% en 100%. De bijbehorende mAP-scores tonen een sterke daling in nauwkeurigheid naarmate de hoeveelheid gelabelde data afneemt, met resultaten variërend van 0.7717 (100%) tot slechts 0.2799 bij gebruik van 1% van de data.

In het semi-supervised scenario is FixMatch toegepast met 5% en 10% gelabelde data, terwijl de resterende data werd gebruikt als ongelabelde input. Deze aanpak resulteerde in mAP-scores van respectievelijk 0.6649 en 0.6828, wat duidelijk betere prestaties zijn dan het supervised model op dezelfde labelniveaus. Voor het self-supervised model werd BYOL gepretraind op de volledige dataset zonder labels. De representaties die dit opleverde zijn vervolgens geïntegreerd in Faster R-CNN, waarbij opnieuw 5% en 10% van de data gelabeld werd gebruikt voor training. Deze benadering leverde de hoogste nauwkeurigheid binnen de lage-labelscenario's, met mAP-scores van respectievelijk 0.6452 en 0.7230.

De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat zowel semi-supervised als self-supervised technieken effectief zijn in het verminderen van de afhankelijkheid van handmatig gelabelde data, terwijl de modelprestaties grotendeels behouden blijven. Met name self-supervised pretraining via BYOL blijkt zeer waardevol in situaties met beperkte gelabelde data. Deze bevindingen bieden praktische aanknopingspunten voor het ontwikkelen van efficiëntere workflows in sonarbeeldanalyse, en zijn relevant voor bredere toepassingen in domeinen waar gelabelde data schaars of moeilijk te verkrijgen is. Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, is vervolgonderzoek nodig om de generaliseerbaarheid naar andere types sonardata of real-time toepassingen te evalueren.
Meer lezen

Mijn praktijkonderzoek over "Inschrijving Onder Ontbindende Voorwaarde" in het regulier onderwijs"

Hogeschool VIVES
2025
Iris
Cuypers
Genomineerde shortlist Klasseprijs
De laatste jaren stromen steeds meer leerlingen vanuit het buitengewoon lager onderwijs in het regulier onderwijs in. Volgens de huidige regelgeving in Vlaanderen moeten leerlingen met een Individueel Aangepast Curriculum (IAC) of een OV4-verslag die starten in het gewoon secundair onderwijs, standaard ingeschreven worden onder ontbindende voorwaarde. Ik ging op zoek naar hoe een school een onderbouwde eindbeslissing kan nemen over een inschrijving onder ontbindende voorwaarde in het regulier onderwijs, met aandacht voor de betrokken leerling en diens ouders.
Meer lezen