Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

welke rol speelt de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA)?

Hogeschool VIVES
2026
steffie
dumortier
Deze bachelorproef onderzoekt de rol van de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA). Hemispatiaal neglect kan een grote invloed hebben op de veiligheid, zelfstandigheid en revalidatie van de patiënt, maar wordt in de dagelijkse zorg niet altijd tijdig herkend.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke signalen verpleegkundigen kunnen observeren, welke screeningsmethoden en hulpmiddelen beschikbaar zijn en hoe multidisciplinaire samenwerking kan bijdragen aan een vroegere herkenning en betere begeleiding.

Op basis van de bevindingen werd de Neglectbox ontwikkeld: een praktijkgericht hulpmiddel met onder andere een verpleegkundig zakkaartje, Neglect Compass, kamerindelingskaart, patiëntenwerkboek, familiekaart en verschillende hulpmiddelen voor de patiënt. De box heeft als doel verpleegkundigen en andere zorgverleners te ondersteunen, de patiënt actief te betrekken bij de revalidatie en ook familie handvatten te geven.

De Neglectbox zal binnen AZ Delta in de praktijk worden ingezet, waarbij onder andere de ontwikkelde kamerindelingskaart effectief gebruikt zal worden.
Meer lezen

Recurite: Duurzaam afvalbeheer op intensieve zorgen

Universiteit Antwerpen
2026
Quinten
Hensbergen
Op de afdeling intensieve zorgen belandt gemiddeld 46% van het afval in de verkeerde container. Niet door onwil of onwetendheid, maar omdat de fysieke omgeving zorgverleners daar op het drukste moment van hun werkdag onbewust toe dwingt. Deze thesis onderzoekt de menskundige, technische en contextuele factoren die foutieve afvaltriage op intensieve zorgafdelingen beïnvloeden, en vertaalt die inzichten naar een ontwerpgedreven oplossing.

Recurite is een modulaire verzorgingskar die correcte afvalsortering structureel integreert in de bestaande workflow van de zorgverlener. Door PMD, karton en niet-risicohoudend medisch afval op te vangen op de exacte plaats en het exacte moment waarop die stromen ontstaan tijdens de zorghandeling, wordt correct sorteren een vanzelfsprekend onderdeel van de zorgroutine in plaats van een bewuste extra stap.

Het project werd initieel aangevraagd door ZAS Middelheim en is inmiddels opgenomen binnen het Ontzorg-project van het ReuseLab van de Universiteit Antwerpen. Recurite is het eerste product dat afvaltriage aan de bron faciliteert en tegelijkertijd een fysieke inzameloplossing biedt voor circulaire initiatieven rechtstreeks op de ziekenhuisvloer.
Meer lezen

Houding, de ruggengraat van ergonomie: De rol van (student)verpleegkundigen in de preventie van werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen in ziekenhuizen

Thomas More Hogeschool
2026
Lotte
Willio
Deze bachelorproef onderzoekt hoe (student)verpleegkundigen kunnen bijdragen aan de preventie van werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen (WMSD) door ergonomisch te handelen binnen de ziekenhuiscontext.

WMSD zijn lichamelijke klachten aan spieren, gewrichten en pezen die ontstaan door het werk, zoals rug-, nek- en schouderpijn. Ze komen opvallend vaak voor bij verpleegkundigen en zelfs al bij studenten, door een combinatie van fysieke belasting, psychosociale druk en organisatorische knelpunten.

Verpleegkundigen staan dicht bij de zorgvrager en voeren veel fysieke handelingen uit, maar ervaren daarbij vaak twijfel, tijdsdruk of een gebrek aan ondersteuning om ergonomisch te werken.

Deze bachelorproef brengt in kaart welke kennis, vaardigheden en hulpmiddelen zij nodig hebben om die belasting te verminderen. Uit de literatuur blijkt dat effectieve preventie steunt op educatie, ergonomische hulpmiddelen en een gedragen ergonomiecultuur op de werkvloer.

Op basis van deze inzichten werd een praktisch prototype ontwikkeld dat verpleegkundigen duidelijke handvatten biedt om ergonomie haalbaar en toepasbaar te maken. Het onderzoek toont dat vroege sensibilisering tijdens de opleiding en structurele ondersteuning essentieel zijn om zorgprofessionals duurzaam te beschermen.
Meer lezen

Kinderwens, fertiliteit en ouderschap voorbij de norm. Een belevingsonderzoek bij trans en non-binaire koppels binnen een cisgender heteronormatieve context.

Universiteit Gent
2026
Maximo
Meerschaut
Deze masterproef onderzocht de beleving van genderdiverse koppels aangaande hun kinderwens, fertiliteitstraject en ouderschap binnen een cisgender heteronormatieve context, afgestemd op beleidsprotocollen van fertiliteitscentra. Een fertiliteitsproblematiek is een koppelprobleem, echter blijft het koppelperspectief onderbelicht. Bijgevolg is het belangrijk om hun beleving te exploreren en te kaderen teneinde genderinclusieve en sensitieve (fertiliteits)zorg te kunnen verlenen en negatieve ervaringen vermeden worden. Dit onderzoek betreft kwalitatieve, semigestructureerde interviews met 18 genderdiverse en cisgender participanten. Via thematische analyse werden vier thema’s geïdentificeerd: kinderwens, het fertiliteitstraject, ouderschap en invloed van een cisgender heteronormatieve context. Bevindingen tonen aan dat een kinderwens vaak al vroeg ontstaat en dat beslissingen hierover onder (leef)tijdsdruk genomen moeten worden, waardoor het traject als intens en complex wordt ervaren. Communicatie binnen het koppel en met zorgverleners blijkt fundamenteel, maar genderinclusieve zorg is nog onvoldoende aanwezig. Beleid en juridische kaders sluiten onvoldoende aan bij de realiteit van genderdiverse koppels. De resultaten benadrukken de nood aan inclusieve, flexibele en psychosociale ondersteuning in fertiliteitszorg.
Meer lezen

Het onzichtbare gemis in spoedzorg

Thomas More Hogeschool
2026
Lauren
Claes
  • Caress
    Bruyndonckx
Deze bachelorproef onderzoekt welke factoren de patiënttevredenheid op de spoedgevallendienst beïnvloeden, met bijzondere aandacht voor wachttijden, overbevolking en communicatie. Daarnaast wordt nagegaan welke interventies de tevredenheid van patiënten kunnen verbeteren.

Uit de literatuur blijkt dat overbevolking op spoeddiensten wereldwijd een toenemend probleem vormt. Lange wachttijden leiden niet alleen tot frustratie en stress bij patiënten, maar verhogen ook de kans dat patiënten vertrekken zonder gezien te worden. Daarnaast zorgen personeelstekorten, beperkte beddencapaciteit en een hoge instroom van niet-dringende patiënten voor extra druk op de spoedgevallendienst.

De studie toont aan dat patiënttevredenheid niet uitsluitend afhangt van de objectieve wachttijd, maar vooral van de manier waarop patiënten deze wachttijd ervaren. Onvoldoende communicatie over wachttijden, triage en zorgprocessen zorgt voor onzekerheid, wantrouwen en een negatieve zorgervaring. Daartegenover staan duidelijke uitleg, empathische communicatie en persoonsgerichte zorg, die de tevredenheid aanzienlijk kunnen verhogen, zelfs wanneer de wachttijd zelf niet korter wordt. Verpleegkundigen spelen hierin een cruciale rol door patiënten te begeleiden, verwachtingen te managen en ondersteuning te bieden tijdens het wachten.

Binnen de bachelorproef werden verschillende interventies onderzocht. Effectieve maatregelen zijn onder andere duidelijke wachtrijsystemen, visuele informatie over wachttijden, informatieve video’s, verbeterde wachtomgevingen en extra aanspreekpunten voor patiënten. Ook technologische toepassingen, zoals zelfmeetkiosken en digitale dashboards, kunnen bijdragen aan een betere doorstroming en meer transparantie. Daarnaast benadrukt de studie het belang van een sterkere eerstelijnszorg om de druk op spoeddiensten te verminderen.

Op basis van de onderzoeksresultaten ontwikkelden wij het prototype “MyTurn”, een digitale applicatie voor patiënten op de spoedgevallendienst. Via deze app krijgen patiënten realtime informatie over wachttijden, uitleg over triage en inzicht in de actuele drukte op de dienst. De applicatie bevat daarnaast een digitale vragenlijst volgens de AMPLE-structuur om relevante gezondheidsinformatie vooraf te verzamelen. Het doel van MyTurn is niet om wachttijden effectief te verkorten, maar wel om frustratie, onzekerheid en stress te verminderen door transparante communicatie en betere betrokkenheid van de patiënt.

De conclusie van de bachelorproef is dat patiënttevredenheid op de spoedgevallendienst vooral bepaald wordt door de beleving van de patiënt. Heldere communicatie, empathische begeleiding en een persoonsgerichte aanpak blijken essentieel om de negatieve impact van wachttijden en drukte te beperken. Verpleegkundigen vormen hierbij een centrale schakel binnen kwaliteitsvolle en patiëntgerichte spoedzorg.
Meer lezen

Van inzicht naar actie.

Thomas More Hogeschool
2026
Luci
Mioc
  • Stien
    Ceulemans
Therapieontrouw bij medicatie komt vaak voor, maar de onderliggende oorzaken blijven in de dagelijkse zorgpraktijk dikwijls onopgemerkt. Deze bachelorproef onderzoekt hoe zorgverleners therapieontrouw beter kunnen herkennen, de oorzaak ervan kunnen achterhalen en gerichte interventies kunnen inzetten.

Op basis van wetenschappelijke literatuur werden praktische hulpmiddelen ontwikkeld die zorgverleners ondersteunen in dit proces. De oplossing bestaat uit een digitale applicatie, de Therapietrouw Assistent Tool (TAT), aangevuld met praktische steekkaarten . Deze hulpmiddelen helpen zorgverleners om signalen van therapieontrouw systematisch te analyseren en evidence-based interventies toe te passen.

Met deze bachelorproef wordt de brug geslagen tussen wetenschappelijke inzichten en de dagelijkse praktijk. Het doel is de therapietrouw, de kwaliteit van zorg en leven en de patiëntgerichte begeleiding te verbeteren. Want therapieontrouw is geen falen van de patiënt of bewoner, maar een signaal naar de zorgverleners om beter te ondersteunen!
Meer lezen

Comparison of Smartphone-Based 3D Body Measurements with Traditional Anthropometry and 4D Stereophotogrammetry: Reliability, Validity, and Accuracy in Healthy Adults

Universiteit Antwerpen
2026
Femke
Van Orden
  • Emma
    Van den Hoek
Deze scriptie onderzoekt de betrouwbaarheid, validiteit en nauwkeurigheid van smartphonegebaseerde 3D-scantoepassingen voor lichaamsmetingen in vergelijking met traditionele antropometrische metingen en 4D-stereofotogrammetrie. In een cross-sectionele studie werden 35 gezonde volwassenen gemeten met twee smartphone-apps (3D Measure Me en MeThreeSixty), een 4D-stereofotogrammetriesysteem en conventionele meetinstrumenten. De resultaten tonen aan dat 4D-stereofotogrammetrie en de app 3D Measure Me over het algemeen goede tot uitstekende overeenstemming vertonen met traditionele metingen, terwijl MeThreeSixty minder nauwkeurige en consistente resultaten oplevert. Vooral metingen van de ledematen bleken betrouwbaar, terwijl rompmetingen meer variatie vertoonden. De bevindingen suggereren dat smartphonegebaseerde 3D-scans, en in het bijzonder 3D Measure Me, een veelbelovend en toegankelijk alternatief kunnen vormen voor antropometrische metingen in de klinische praktijk, mits de beperkingen van bepaalde lichaamsregio's in acht worden genomen.
Meer lezen

Application of Optical Genome Mapping for the detection of structural variants in sarcomas

Universiteit Gent
2026
Jason
Legein
Sarcomen zijn zeldzame kankers die ontstaan in bindweefsel zoals bot, spier en vet. Door hun grote genetische diversiteit is een correcte diagnose vaak complex en vereist ze meerdere aparte moleculaire testen (FISH, copy number-analyse, RNA-sequencing), die elk maar een deel van het genetische plaatje tonen.
Deze masterthesis onderzocht of Optical Genome Mapping (OGM), een nieuwe techniek die het DNA rechtstreeks visualiseert in plaats van het uit te lezen, dit diagnostische traject kan vereenvoudigen. OGM werd toegepast op rhabdomyosarcoom-cellijnen en op patiënt-afgeleide tumoroïden, en de resultaten werden vergeleken met de klassieke cytogenetische technieken. Daarnaast werd het protocol voor het isoleren van ultra-hoogmoleculair DNA uit primair tumorweefsel geoptimaliseerd, aangezien dit de belangrijkste praktische hindernis bleek voor een betrouwbare toepassing van de techniek.
De resultaten tonen dat OGM klinisch relevante afwijkingen kan detecteren in één enkele test, waaronder de kenmerkende PAX3::FOXO1-fusie bij rhabdomyosarcoom en complexe genomische herschikkingen bij een maligne perifere zenuwschedetumor (MPNST), met volledige overeenstemming met de standaardtechnieken. Tegelijk bleek de kwaliteit van het DNA sterk af te hangen van weefseltype, staalgrootte en de tijd tussen operatie en invriezing, factoren die nu voor het eerst systematisch in kaart werden gebracht.
Deze thesis toont aan dat OGM een waardevolle aanvulling kan zijn op de bestaande diagnostische aanpak bij sarcomen, en legt de basis voor verdere optimalisatie richting klinische implementatie.
Meer lezen

Postoperatieve pijnbehandeling na chirurgie met blokverdoving.

Hogeschool PXL
2026
Judith
Debacker
Mijn scriptie gaat over postoperatieve pijn na een orthopedische ingreep waarbij blokanesthesie is toegepast, ook wel reboundpijn genoemd. Ik heb de incidentie van pijn onderzocht en samen met artsen en anesthesisten een nieuw protocol samengesteld waarbij ik vooral de rol als verpleegkundige mee uitwerkte.
Meer lezen

The Metabolic Phenotype of Post-ICU Patients: Energy Metabolism After Critical Illness

Vrije Universiteit Brussel
2026
Eline
Verheyen
Na een opname op de intensieve zorg begint het herstel vaak pas echt. Toch weten we nog verrassend weinig over hoeveel energie deze patiënten nodig hebben en hoeveel energie uit hun voeding uiteindelijk werkelijk door het lichaam wordt opgenomen.

In mijn thesis onderzocht ik beide aspecten van de energiebalans. Ik combineerde systematische literatuurstudies met analyses van patiëntgegevens uit het UZ Brussel. Mijn resultaten tonen aan dat post-ICU-patiënten gemiddeld niet méér energie verbruiken in rust dan andere gehospitaliseerde patiënten, maar dat de verschillen tussen patiënten groot zijn. Dat maakt objectieve metingen belangrijk om de voeding af te stemmen op de individuele patiënt. Daarnaast bracht ik als eerste de beschikbare kennis over energieabsorptie bij post-ICU-patiënten in kaart en werkte ik mee aan de opstart van een prospectieve studie. Daarmee toont mijn thesis niet alleen aan waar de huidige kennis stopt, maar ook welke stappen nodig zijn om de voedingszorg voor deze patiëntengroep verder te verbeteren.
Meer lezen

ALS training in het Kanifing General Hospital in The Gambia

Hogeschool PXL
2026
Britt
Motten
  • Aude
    Nuyts
  • Nomie
    Haazen
Mijn scriptie in het kort gaat over het verbeteren van Advanced Life Support (ALS)-training voor verpleegkundigen in een ziekenhuis in een lage-inkomenscontext (Kanifing General Hospital in Gambia).

Het doel van het onderzoek is om te bekijken of een aangepaste ALS-training, gebaseerd op simulatiegericht leren en herhaalde oefening, een invloed heeft op de kennis, praktische vaardigheden en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen bij reanimatie.

In de literatuurstudie werd onderzocht welke didactische methoden het meest effectief zijn voor ALS-opleidingen. Hieruit bleek dat vooral simulatiegebaseerd leren, gecombineerd met feedback en regelmatige herhaling, leidt tot betere leerresultaten en meer zelfvertrouwen. Daarnaast werd duidelijk dat kennis en vaardigheden snel afnemen zonder opfrissing.

Op basis van deze inzichten werd een contextgerichte ALS-training ontwikkeld en uitgevoerd in Kanifing General Hospital. De training werd aangepast aan de beperkte middelen in het ziekenhuis en bestond uit een korte theoretische sessie, praktische simulaties en visuele hulpmiddelen zoals een flowchart/poster.

Om het effect van de training te meten, werd gewerkt met een voor- en nameting bij verpleegkundigen uit de spoed-, medische en chirurgische afdelingen. De resultaten tonen een duidelijke verbetering in kennis en zelfvertrouwen, vooral bij het gebruik van de AED en het toepassen van ALS-protocollen.

De conclusie van de scriptie is dat een gestructureerde, contextgerichte en herhaalde ALS-training op basis van simulatie effectief is om de competentie van verpleegkundigen te verbeteren, zelfs in omgevingen met beperkte middelen.
Meer lezen

De meerwaarde van systematisch tandenpoetsen bij geïntubeerde patiënten op intensieve zorgen.

Hogeschool UCLL
2026
Yonne
Van der Vorst
Inleiding:
Ventilator-geassocieerde pneumonie (VAP) vormt een belangrijke complicatie bij geïntubeerde patiënten op de intensieve zorgen (IZ) en gaat gepaard met verhoogde morbiditeit, mortaliteit en zorgkosten (Simmons et al., 2024). Mondzorg speelt een cruciale rol in de preventie van deze infecties, maar in de klinische praktijk bestaat er variatie in de uitvoering ervan (Kelly et al., 2023).

Doelstelling:
Deze bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van systematisch tandenpoetsen ten opzichte van het gebruik van swabs met een chloorhexidine oplossing 0,12% (CHX 0,12%) bij geïntubeerde patiënten. De centrale onderzoeksvraag is of tandenpoetsen effectiever is binnen evidence-based mondzorg en bij het reduceren van infectierisico’s.

Methodologie:
Er werd een literatuuronderzoek uitgevoerd waarbij recente wetenschappelijke artikels geanalyseerd werden. Geselecteerde studies werden kritisch beoordeeld op relevantie en kwaliteit, met focus op interventies binnen mondzorg en hun effect op klinische uitkomsten zoals VAP, beademingsduur en opnameduur.

Resultaten:
Uit de literatuur blijkt dat systematisch tandenpoetsen een essentiële interventie is binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische reiniging met een zachte tandenborstel (met of zonder water of tandpasta) verwijdert tandplaque en bacteriële biofilm effectiever dan swabs met CHX 0,12% alleen, waardoor het risico op respiratoire infecties vermindert (Santos et al., 2024; Kelly et al., 2023). Dagelijks tandenpoetsen wordt geassocieerd met een lagere incidentie van ziekenhuisopgelopen pneumonie (HAP), een kortere beademingsduur en een verkorte opname op de IZ (Ehrenzeller & Klompas, 2024). Hoewel CHX 0,12% een antimicrobieel effect heeft, blijkt het als afzonderlijke interventie alleen onvoldoende effectief en worden mogelijke nadelen zoals mucosale irritatie en een verhoogde mortaliteit bij niet-cardio chirurgische IZ patiënten beschreven (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen lijkt effectiever dan alleen het gebruik van CHX 0,12% met een swab (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). Daarnaast tonen observaties op de IZ van Noorderhart Pelt aan dat de uitvoering van mondzorg in de praktijk varieert en dat tandenpoetsen niet consequent wordt toegepast, ondanks bestaande protocollen. Deze discrepantie tussen theorie en praktijk wordt ook beschreven door Kelly et al. (2023).

Conclusie:
Systematisch tandenpoetsen heeft een duidelijke meerwaarde ten opzichte van swabs met CHX 0,12% als afzonderlijke interventie binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische biofilmverwijdering vormt een essentiële pijler van evidence-based mondzorg en draagt bij aan het verminderen van infectierisico’s, waaronder VAP, evenals aan betere klinische uitkomsten (Ehrenzeller & Klompas, 2024; Santos et al., 2024). CHX 0,12% swabs kunnen aanvullend gebruikt worden, maar blijkt onvoldoende effectief zonder mechanische reiniging en wordt bovendien geassocieerd met mogelijke nadelige effecten bij langdurig routinematig gebruik (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen (met of zonder water of tandpasta) en een CHX 0,12% swab toont betere resultaten dan het gebruik van CHX 0,12% swabs alleen (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). De resultaten benadrukken daarnaast de noodzaak van een uniforme implementatie van evidence-based mondzorgprotocollen binnen de klinische praktijk (Kelly et al., 2023). Aanbevolen wordt om tandenpoetsen systematisch als standaardinterventie toe te passen en verpleegkundigen verder te ondersteunen via opleiding, sensibilisering en duidelijke richtlijnen.
Meer lezen

Medicatiefouten: een bedreiging voor patiëntveiligheid en kwaliteitsvolle zorg

Hogeschool UCLL
2026
Shalina
Swennen
Titel: Medicatiefouten binnen het ziekenhuis: een bedreiging voor patiëntveiligheid en kwaliteitsvolle zorg

Inleiding
Medicatiefouten behoren wereldwijd tot de meest voorkomende vermijdbare oorzaken van patiëntschade binnen ziekenhuizen. Ondanks bestaande veiligheidsmaatregelen blijven fouten optreden tijdens het medicatieproces, met mogelijk ernstige gevolgen voor patiënten, zorgverleners en zorgorganisaties. Het medicatieproces is een complex en foutgevoelig proces, waarbij verschillende zorgverleners betrokken zijn, zoals artsen, apothekers, verpleegkundigen en studenten in opleiding. In dit proces nemen verpleegkundigen en studenten verpleegkunde een cruciale rol op, aangezien zij
verantwoordelijk zijn voor het klaarzetten, bereiden, controleren, registreren en toedienen van medicatie. Als laatste veiligheidsbarrière vóór de medicatie de patiënt bereikt, spelen zij een sleutelrol in het detecteren en voorkomen van fouten.

Medicatiefouten kunnen zich voordoen in elke fase van het medicatieproces. Deze fouten zijn zelden het gevolg van één individuele handeling, ze ontstaan door een combinatie van persoonsgebonden en systeemgebonden factoren, zoals hoge werkdruk, onvoldoende ervaring, onderbrekingen en communicatieproblemen.
Vooral tijdens de fase van medicatietoediening, waarvoor verpleegkundigen en studenten in opleiding de eindverantwoordelijkheid dragen, kunnen fouten ernstige gevolgen hebben voor de patiënt. Stage ervaring en literatuuronderzoek tonen aan dat medicatieveiligheid een blijvend aandachtspunt vormt binnen de verpleegkundige praktijk. Dit onderstreept de nood aan een systematische en evidence-
based aanpak.
Meer lezen

De optimalisatie van het psychosociaal welzijn van verpleegkundestudenten op de klinische stageplaats.

Hogeschool UCLL
2026
Jules
Buyle
Het psychosociaal welzijn van verpleegkundestudenten tijdens klinische stages staat onder toenemende druk door hoge werkdruk, onduidelijke verwachtingen en wisselende teamculturen. Media‑getuigenissen en parlementaire vragen tonen dat negatieve stage-ervaringen geen uitzonderingen zijn, maar structurele problemen blootleggen. Tegelijkertijd bestaan er afdelingen waar studenten zich wél veilig, welkom en ondersteund voelen, wat bewijst dat kwaliteitsvolle begeleiding mogelijk is wanneer teams bewust investeren in een sterk leerklimaat.

Uit recente wetenschappelijke literatuur blijkt dat vier factoren het welzijn van studenten bepalen: kwalitatieve begeleiding, een veilig en pedagogisch leerklimaat, individuele veerkracht en structurele randvoorwaarden zoals werkdruk en toegankelijkheid van mentoren. Vooral een vaste, competente mentor blijkt cruciaal voor veiligheid, duidelijkheid en professionele groei.
Meer lezen

De rol van verpleegkundige interventies in de ambulante crisiszorg bij adolescenten na een suïcidepoging

HOGENT
2026
Marieke
Van der Eecken
Suïcide is de derde belangrijkste doodsoorzaak bij adolescenten tussen de 15 en 29 jaar oud. Daarnaast hebben deze adolescenten een verhoogd risico op een nieuwe suïcidepoging. Ondanks de groeiende aandacht voor ambulante crisiszorg, is er onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor verpleegkundige interventies gericht op detectie en secundaire preventie van suïcidaal gedrag bij deze doelgroep. Deze literatuurstudie onderzocht welke verpleegkundige interventies binnen de ambulante crisiszorg bijdragen aan de detectie en secundaire preventie van suïcidaal gedrag bij adolescenten na een suïcidepoging.
Meer lezen

Verpleegkundige interventies ter preventie van intubatie- geassocieerde pneumonie

HOGENT
2026
Sofie
Vossenberg
Ventilator-geassocieerde pneumonie (VAP) is één van de meest voorkomende complicaties bij invasief beademde patiënten op intensieve zorgen. VAP kan leiden tot verhoogde morbiditeit, mortaliteit en langere ziekenhuisopnames. Verpleegkundigen spelen een belangrijke rol in het voorkomen van deze complicatie door het toepassen van evidence-based preventieve interventies. Het doel van deze systematische literatuurstudie was te onderzoeken welke verpleegkundige interventies aanbevolen worden ter preventie van intubatie-geassocieerde pneumonie bij invasief beademde patiënten op intensieve zorgen.
Meer lezen

Perioperatieve hypothermie bij volwassenen

HOGENT
2026
Melissa
Deij
Deze literatuurstudie onderzoekt welke verpleegkundige interventies beschreven worden om perioperatieve hypothermie te voorkomen bij volwassen patiënten die laparoscopische chirurgie ondergaan. Perioperatieve hypothermie is een frequent voorkomend probleem dat geassocieerd wordt met verschillende postoperatieve complicaties, zoals pijn, rillingen en infecties.

Op basis van zeven wetenschappelijke studies werden verschillende interventies geïdentificeerd, waaronder preoperatieve opwarming, actieve intraoperatieve opwarming, het gebruik van verwarmde vloeistoffen en temperatuurmonitoring. Daarnaast werd het belang van een multimodale aanpak benadrukt.

De resultaten suggereren dat deze interventies geassocieerd zijn met een betere temperatuurcontrole en gunstige klinische uitkomsten, zoals minder hypothermie, minder pijn en een kortere recoveryduur. Verder wordt het belang van een gestructureerd en evidence-based temperatuurmanagement binnen de perioperatieve zorg benadrukt.
Meer lezen

THE INFLUENCE OF HEALTH LITERACY AND SELF-STIGMATISATION ON HELP-SEEKING BEHAVIOR IN PEOPLE LIVING WITH OBESITY

Vrije Universiteit Brussel
2026
Hanne
Vandevelde
In deze masterthesis werd onderzocht welke rol stigma en health literacy (gezondheidsvaardigheden) hebben op hulpzoekgedrag bij patiënten met obesitas.
Meer lezen

ALS HET WELKOM EEN AFSCHEID WORDT.

Arteveldehogeschool Gent
2026
Febe
Ruysschaert
Het verlies van een kind tijdens of kort na de zwangerschap is één van de meest ingrijpende ervaringen die ouders kunnen meemaken. Waar zwangerschap en geboorte doorgaans geassocieerd worden met vreugde en toekomstverwachtingen, worden ouders bij perinataal verlies geconfronteerd met intens verdriet, onzekerheid en rouw. In deze kwetsbare context neemt de vroedvrouw een centrale rol in, maar de zorgverlening bij perinataal verlies brengt ook een emotionele belasting en onzekerheid in het professioneel handelen met zich mee voor de zorgverlener zelf.

Deze bachelorproef onderzoekt hoe de vroedvrouw ouders die in het ziekenhuis geconfronteerd worden met perinataal verlies op een professionele, empathische en gestructureerde manier kan ondersteunen. Daarbij wordt rekening gehouden met medische, psychologische, juridische en sociale aspecten, evenals met de impact van deze zorg op de vroedvrouw.

Aan de hand van een literatuurstudie werden de verschillende vormen van zwangerschapsverlies, de relevante Belgische wet- en regelgeving en de fysieke en psychologische gevolgen voor ouders geanalyseerd. Daarnaast werd de rol van de vroedvrouw belicht op het vlak van communicatie, rouwbegeleiding, multidisciplinaire samenwerking en zelfzorg. Uit de resultaten blijkt dat vroedvrouwen een cruciale rol spelen in het bieden van erkenning, duidelijke informatie en continuïteit van zorg, maar dat zij nood hebben aan concrete en toepasbare richtlijnen om deze zorg op een veerkrachtige manier te kunnen blijven aanbieden.
Meer lezen

Eerste hulp bij postpartumpsychoses

Arteveldehogeschool Gent
2026
Nona
De Vylder
De overgang naar het moederschap is voor veel vrouwen een ingrijpende periode. Hoewel de meeste moeders zich aanpassen aan het ouderschap, kan bij een kleine groep vrouwen een ernstige psychiatrische aandoening optreden, namelijk postpartumpsychose. Deze zeldzame aandoening treft ongeveer 1 tot 2 op de 1.000 vrouwen na de bevalling en kan, indien niet tijdig herkend en behandeld, ernstige gevolgen hebben voor zowel moeder als kind (Spinelli, 2009).
Vroedvrouwen spelen een cruciale rol in de postnatale zorg, aangezien zij vaak tot de eerste zorgverleners behoren die intensief contact hebben met de moeder en haar gezin. Hierdoor bevinden zij zich in een unieke positie om vroege signalen van postpartumpsychose te detecteren en passende ondersteuning en doorverwijzing te initiëren. Ondanks de toenemende aandacht voor perinatale mentale gezondheid ervaren vroedvrouwen nog steeds onzekerheid over hun rol en beschikbare interventies bij postpartumpsychose.
Deze bachelorproef onderzoekt welke proactieve en doelgerichte interventies vroedvrouwen kunnen inzetten om moeders met postpartumpsychose en hun omgeving adequaat te ondersteunen. Aan de hand van een literatuurstudie wordt ingegaan op herkenning, doorverwijzing en ondersteuning binnen een multidisciplinaire context. Het doel van deze bachelorproef is het versterken van de vroedkundige praktijk en het bijdragen aan kwaliteitsvolle postnatale zorg voor vrouwen in een kwetsbare periode.
Meer lezen

ONOPGEMERKT, TOCH VERMOORD. Een kwantitatief onderzoek naar de implicaties en uitdagingen wanneer de doodsoorzaak wordt vastgesteld door artsen die geen specialist zijn in de gerechtelijke geneeskunde

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sofie
Wyloeck
Deze masterproef onderzoekt hoe huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning beoordelen bij het vaststellen van niet-natuurlijke doodsoorzaken. De hoofdonderzoeksvraag: "Hoe beoordelen huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning bij niet-natuurlijke doodsoorzaken en welke factoren dragen bij aan mogelijke tekortkomingen?" wordt in dit onderzoek beantwoord.

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst met 59 respondenten, verzameld via een convenience sampling. Door de korte onderzoeksperiode voor de dataverzameling en de gebruikte steekproefmethode is de representativiteit van de resultaten beperkt. De volledige onderzoeksperiode besloeg acht maanden.

Uit de resultaten blijkt dat vooral huisartsen hun kennisniveau als onvoldoende beoordelen, terwijl urgentieartsen vaker voldoende kennis rapporteren. Bijscholing wordt vooral door huisartsen als moeilijk toegankelijk ervaren. Beide groepen ervaren belemmeringen zoals tijdsdruk en druk vanuit politie of andere hulpverleners. Ze beschouwen de medische voorgeschiedenis, overleg met collega’s uit hun eigen praktijk of dienst en samenwerking met de politie als belangrijke ondersteuningsmiddelen.
Ondanks het gebruik van Ordomedic, maken artsen zelden gebruik van richtlijnen.

De conclusie is dat artsen behoefte hebben aan betere opleiding en ondersteuning bij het vaststellen van doodsoorzaken. Structurele scholing kan twijfels helpen verminderen. Daarnaast is aandacht nodig voor de samenwerking met politiediensten. Ten slotte verdient de invoering van digitale overlijdensaangifte zorgvuldige begeleiding om fouten en variatie in overlijdensregistratie te voorkomen.
Meer lezen

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

Het verband tussen scores op de Doctor Patient Scale, Skills Attitude Scale, Leeds Attitude Towards Concordance Scale en de Scale of Physician Empathy, en de communicatievaardigheden van arts assistenten in opleiding

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Billie
De Sterck
  • Mats
    Van Camp
  • Julia
    Lisek
  • Yael
    Bracquiné
Een effectieve communicatie tussen arts en patiënt is essentieel voor kwalitatieve zorg en een beter herstel. Zwakke communicatievaardigheden kunnen negatieve gevolgen hebben, zoals verhoogde stress en bezorgdheid bij patiënten. Eerder onderzoek toont aan dat arts-assistenten vaak tekortschieten op dit vlak.

Het doel van dit onderzoek is het nagaan of de attitudevragenlijsten, die door arts-assistenten worden ingevuld, een voorspellende waarde hebben voor de kwaliteit van hun communicatie. De attitudevragenlijsten meten aan de hand van stellingen, de houding van arts-assistenten ten opzichte van communicatie, het leren van communicatievaardigheden en hun benadering van ziekte of patiëntgerichtheid. De onderzochte attitudevragenlijsten zijn de Doctor-Patient Scale, Communication Skills Attitude Scale, Leeds Attitude Towards Concordance Scale en de Jefferson Scale of Physician Empathy. De communicatievaardigheden van de arts-assistenten werden gemeten via drie vragenlijsten ingevuld door externe beoordelaars na een consultatie met de arts-assistent. De beoordelingsinstrumenten die hiervoor werden gebruikt zijn de Maastrichtse Anamnese en Advies Scorelijst, de Consultation and Relational Empathy vragenlijst en de Non-verbale communicatievragenlijst.

Om significante verbanden tussen de attitudebeoordelingsvragenlijsten en communicatievaardigheden te analyseren, werd de Spearman-correlatiecoëfficiënt toegepast.

Verder werd onderzocht of demografische kenmerken (zoals specialisatie, geslacht, jaren klinische ervaring, universiteit van opleiding en bewustzijn van beoordeling) samenhangen met verschillen in communicatievaardigheden of attitudebeoordeling. Hiervoor werden de Mann-Whitney U-toets en de Kruskal-Wallis toets gebruikt.

De resultaten tonen aan dat de Leeds Attitude Towards Concordance Scale de grootste voorspellende waarde heeft voor de communicatievaardigheden van arts-assistenten. In tegenstelling hiermee blijken de Doctor Patient Scale, Communication Skills Attitude Scale en de Jefferson Scale of Physician Empathy geen significante voorspellende waarde te hebben. Daarnaast geeft het onderzoek aan dat demografische factoren invloed hebben op de communicatievaardigheden van arts-assistenten.
Echter de voorspellende waarde van de attitudevragenlijsten berust niet op de demografische factoren van de arts-assistenten.

Op basis van de resultaten worden jaarlijks communicatieworkshops voor arts-assistenten en het gebruik van communicatiechecklists tijdens stages aanbevolen.
Meer lezen

Political connections, corruption and road traffic safety: a Russian case study

Universiteit Gent
2025
Seppe
Van Den Berge
Een onzichtbaar sociaal mechanisme kwam aan het licht. Dat was geen evidente opdracht, want de gegevens om nepotisme of vriendjespolitiek aan te tonen zijn schaars, van wisselende kwaliteit en bovendien gevoelig. Toch leveren grote, ongefilterde datasets onverwachte schatten op. In mijn datagedreven thesis gebruik ik Russische cijfers om nepotistische effecten op te sporen in een nieuw domein: het verkeer. Een terrein dat tot nu toe grotendeels buiten het onderzoek naar nepotisme bleef, dat zich vooral op de arbeidsmarkt richtte.
Meer lezen

Fika (Zweden: waar koffi en kake niet zomaar koffie en cake zijn.)

Hogeschool VIVES
2025
Laura
De Pré
Fika is een Zweeds ritueel. Mensen die samen pauzeren, waardoor dit stress reduceert, teamdynamiek verbetert en werktevredenheid vergroot. Het onderzoek werd uitgevoerd op de kritieke diensten van een ziekenhuis in Zweden met als doel te onderzoeken wat de impact was op het welzijn van het zorgpersoneel. Na de verkenning van het concept werd er gekeken naar een mogelijke implementatie in de Belgische zorgsector als welzijnsinterventie.
Meer lezen

Wat zijn de meest effectieve educatiestrategieën voor verpleegkundigen om het vocht- en natriumbeleid aan patiënten met hartfalen uit te leggen?

Hogeschool UCLL
2025
Luca
Van Wesemael
Tijdens mijn stages op de afdeling cardiologie viel het mij op hoe moeilijk het voor patiënten met hartfalen is om zich aan een strikt vocht- en natriumbeleid te houden. Vaak kregen ze tegenstrijdige adviezen van verschillende zorgverleners, wat leidde tot verwarring en frustratie. Daarom besloot ik mijn bachelorproef te wijden aan dit onderwerp. Met de vraag: “Wat zijn de meest effectieve educatiestrategieën voor verpleegkundigen om het vocht- en natriumbeleid aan patiënten met hartfalen uit te leggen?” ging ik opzoek naar een antwoord dat patiënten de weg wijst naar meer kennis en een betere ziektebeleving.
Uit mijn literatuurstudie kwamen drie strategieën naar voren die écht het verschil maken: de teach-back methode, waarbij patiënten in hun eigen woorden uitleggen wat ze hebben begrepen; multimedia educatie, die complexe informatie toegankelijk maakt via filmpjes en interactieve tools; en de constructivistische methode, die patiënten actief betrekt bij hun leerproces. Deze aanpakken verbeteren niet alleen kennis en therapietrouw, maar zorgen ook voor minder ziekenhuisopnames en een hogere levenskwaliteit.
Mijn onderzoek toont dat verpleegkundigen met duidelijke, interactieve educatie een cruciale impact hebben op de gezondheid en het welzijn van patiënten met hartfalen.
Meer lezen

Aanbevelingen voor de implementatie van het nieuwe zorgmodel in het ziekenhuis

Hogeschool VIVES
2025
Marie-Hélène
Vandenbussche
Inleiding:
De hervorming van het verpleegkundig beroep door het kabinet van minister Vandenbroucke in 2023-2024 bracht belangrijke wijzigingen met zich mee in de wetgeving rond verpleegkundige handelingen en verantwoordelijkheden. Deze veranderingen vereisen een herziening van het zorgmodel binnen ziekenhuizen. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een nieuw zorgmodel geïmplementeerd kan worden op twee verpleegafdelingen van het OLV van Lourdes ziekenhuis Waregem, rekening houdend met de nieuwe wetgeving en de sociale en economische implicaties.

Methode:
Er wordt gestart met een literatuurstudie rond wetgeving, zorgmodellen, leiderschap, weerstanden verandermanagement. Vervolgens worden 2 verpleegafdelingen geobserveerd en vergeleken met de nieuwe regelgeving. Op basis hiervan wordt een plan van aanpak opgesteld en een proefimplementatie van twee weken uitgevoerd, waarbij teamverpleegkunde en totaalzorg als modellen worden getest.

Resultaten:
De observaties tonen aan dat afdeling X reeds werkte volgens een teamverpleegkundemodel, terwijl afdeling Y eerder totaalzorg toepaste. Tijdens de proefimplementatie blijkt dat samenwerking, duidelijke taakverdeling en leiderschap cruciaal zijn voor een succesvolle implementatie. Beide modellen hebben hun sterktes, maar teamverpleegkunde blijkt het meest haalbaar binnen de huidige personeelsbezetting.

Discussie:
Een nieuw zorgmodel kan succesvol geïmplementeerd worden mits duidelijke communicatie, coaching en betrokkenheid van het team. Teamverpleegkunde biedt een werkbaar kader dat aangepast kan worden aan de noden van elke afdeling. Verdere opvolging en bijsturing blijven noodzakelijk om de kwaliteit van zorg te waarborgen.
Meer lezen

Het belang van verpleegkundige educatie rond Kangaroo Care bij neonaten en de invloed op hechting tussen ouder & kind

Hogeschool UCLL
2025
Gitte
Van Eyken
Kangaroo Care (KC) is een essentiële en effectieve methode binnen de neonatale zorg die zowel de fysieke
gezondheid van het kind als de hechting tussen ouder en kind bevordert. Ondanks de bewezen voordelen
wordt deze vorm van huid-op-huidcontact nog onvoldoende toegepast in de praktijk. Dit wordt vaak
toegeschreven aan misvattingen bij ouders over KC, wat deels het gevolg is van inconsistente
verpleegkundige educatie (La Rosa et al., 2024; Cai et al., 2022).
Deze bachelorproef onderzoekt hoe gestandaardiseerde verpleegkundige educatie over KC kan bijdragen aan
een verhoogde frequentie van KC-uitvoering door ouders en welke impact dit heeft op de hechting tussen
ouder en kind. De beoogde uitkomst is de bredere implementatie van KC te bevorderen en de
hechtingservaring in de eerste kritieke levensfase van een neonaat te optimaliseren.
Door middel van een systhematische literatuurstudie werden wetenschappelijke studies geanalyseerd die
inzicht bieden in de effectiviteit van educatiestrategieën voor KC, de rol van verpleegkundigen in de educatie
van ouders, barrières voor ouders om KC toe te passen en de impact van KC op ouder-kind hechting. De
literatuur toont aan dat gestandaardiseerde educatie ouders beter informeert en meer betrokken maakt bij
de toepassing van KC. Door het gebruik van uniforme educatiematerialen worden ouders beter voorbereid,
wat bijdraagt aan een hogere kwaliteit van zorg in de neonatale setting. Dit leidt tot een hogere frequentie
van KC, wat op zijn beurt de hechting tussen ouder en kind versterkt (Karimi et al., 2023; Mehrpisheh et al.,
2022; Zubaidah & Safitri, 2024). Ouders voelen zich meer zelfverzekerd in hun ouderlijke rol en bij het
toepassen van KC. Moeders lopen bovendien minder risico om een postpartum depressie te ontwikkelen
(Mehrpisheh et al., 2022).
Op basis van de bevindingen werd een informatieve flyer ontwikkeld, bedoeld voor gebruik tijdens de
educatie van ouders over KC. Deze flyer is ontworpen met het oog op laagdrempelig gebruik, meertalige
toepasbaarheid en zelfstandige raadpleging. Daarnaast werden verpleegkundige aanbevelingen
geformuleerd om de kwaliteit en uniformiteit van oudereducatie in de neonatale setting te verbeteren.
Het onderzoek wees echter ook op enkele beperkingen, zoals de beperkte beschikbaarheid van Europese
studies en het ontbreken van onderzoek specifiek naar de impact van verpleegkundige educatie op hechting.
Dit beperkt de generaliseerbaarheid van de resultaten naar verschillende culturele en zorgcontexten.
Concluderend kan worden gesteld dat gestandaardiseerde verpleegkundige educatie een cruciale rol speelt
in de succesvolle toepassing van KC en in het versterken van de hechting tussen ouder en kind (Cai et al.,
2022; Karimi et al., 2023; Maniago et al., 2019; Mehrpisheh et al., 2022; Ragab et al., 2022; Zubaidah et al.,
2024). Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op het ontwikkelen van gestandaardiseerde
educatieprogramma’s, met bijzondere aandacht voor diverse culturele contexten en internationale
zorgsystemen.
Meer lezen

Een niet-farmacologische interventie gericht op pijn, angst en stress bij kinderen op de spoedgevallendienst tussen zes en twaalf jaar.

Odisee Hogeschool
2025
Donatella
Polizzi
  • /
    /
In dit praktijkonderzoek werd nagegaan of een niet-farmacologische interventie, namelijk het gebruik van een zelfgemaakte pop, een effect heeft op de pijn, angst en stresservaringen van kinderen tussen 6 en 12 jaar die een medische handeling moeten ondergaan op de spoedgevallendienst van een algemeen Vlaams ziekenhuis. Het onderzoek werd uitgevoerd met 20 kinderen, waarvan 10 zonder en 10 met gebruik van de pop. De metingen werden verricht met behulp van verschillende gevalideerde meetschalen. De resultaten bieden inzichten in de mogelijke meerwaarde van eenvoudige, kindvriendelijke interventies om de zorgervaring op spoed voor kinderen aangenamer te maken.
Meer lezen

BURN-OUT BIJ VROEDVROUWEN IN HET ZIEKENHUIS Impact op de kwaliteit van de zorg, preventie en re-integratie

Arteveldehogeschool Gent
2025
Camille
Hendrickx
Burn-out onder vroedvrouwen in ziekenhuizen vormt een groeiend probleem dat niet alleen het welzijn van de zorgverleners bedreigt, maar ook de kwaliteit van de verstrekte zorg significant vermindert. Deze bachelorproef onderzoekt de impact van burn-out op vroedvrouwen en de directe en indirecte gevolgen voor de patiëntenzorg. Centraal staat de vraag: Welke maatregelen kunnen de impact van burn-out bij vroedvrouwen op de kwaliteit van de zorg verkleinen? Door een uitgebreide literatuurstudie en analyse van bestaande preventie- en re-integratiestrategieën wordt een overzicht geboden van effectieve interventies op micro-, meso- en macroniveau. Daarnaast wordt een preventiebrochure ontwikkeld, gericht op vroedvrouwen en hun leidinggevenden, met praktische tips voor vroegtijdige herkenning en zelfzorg. Uit de bevindingen blijkt dat factoren zoals werkdruk, emotionele belasting en persoonlijke kenmerken bijdragen aan de ontwikkeling van burn-out. Daarnaast worden de negatieve gevolgen voor de zorgkwaliteit benadrukt, waaronder verminderde empathie, toename in fouten en een hogere intentie om het beroep te verlaten. Het belang van preventieve maatregelen en ondersteuning is evident om de veerkracht van vroedvrouwen te versterken en de zorgstandaard te waarborgen. Concluderend onderstrepen de resultaten dat een holistische aanpak, gericht op zowel preventie als re-integratie, essentieel is om burn-out te voorkomen en de continuïteit en kwaliteit van de verloskundige zorg te garanderen.
Meer lezen