Kronkelweg of vooruitgangsideaal: Kindbeelden in de kolonies voor zwakke kinderen van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn tussen 1919 en 1987

Eva van de Velde
Kolonies voor zwakke kinderen: een vergeten onderdeel in onze Belgische geschiedenis. Dit onderzoek brengt in kaart hoe men keek naar kinderen in de model-heropvoedingskolonies van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn tussen 1919 en 1987, en concludeert dat onze kijk op kinderen helemaal niet zo sterk veranderd is als we denken.

Opvoeden: we doen het niet beter dan 100 jaar geleden

 

(Foto: Kolonie van Cortil-Noirmont, ca. 1930. Archief Kind en Gezin Brussel. Copyright 2019, Kind en Gezin.)

 

Maria was vijf in 1939. Haar vader was zwaar ziek, haar moeder was alcoholiste en trok zich niets van de kinderen aan. Zij en haar vier broers groeiden op in een donkere arbeidersbuurt waar nooit genoeg te eten was. Door het gebrek aan voedsel en zonlicht groeiden hun ribben krom. De huisdokter vond dat het zo niet verder kon. Hij stuurde Maria naar een kolonie aan zee.

 

Een kolonie? Inderdaad. Het woord kolonie verwijst naar een veroverd overzees gebied, maar ook naar een fenomeen dichter bij huis. Tussen 1886 en 1987 stonden er meer dan honderd koloniehuizen in België. Duizenden kinderen brachten er enkele weken van hun leven door. Toch weten veel Belgen niet eens dat deze kolonies bestonden. Dit onderzoek geeft een vergeten deel van de Belgische geschiedenis een stem. Maar het gaat verder dan historisch beschrijven: kinderarmoede, gedrags- en opvoedingsproblemen zijn immers actueler dan ooit. Door verschillende visies op kinderen in kaart te brengen, wil dit onderzoek onderwijzers en jeugdhulpverleners aanzetten tot nadenken over hun eigen kindbeelden.

 

Kolonies voor zwakke kinderen

Een kolonie was een groot huis, ergens op het platteland of aan zee, waar honderden kinderen tegelijk opgevangen werden. De huizen werden bestuurd door verpleegsters, leerkrachten en vrijwilligers, die de kinderen medisch opvolgden, les gaven, gezonde maaltijden kookten en spelletjes begeleidden. De meeste koloniekinderen kwamen uit armoedige gezinnen; ze waren ondervoed, hadden een zwakke gezondheid of moeilijkheden op school. Arbeidersouders werkten lange dagen in de fabriek waardoor hun kinderen vaak op straat rondhingen en opgroeiden tot kleine crimineeltjes. De rijke burgerij bedacht eind 19e eeuw een oplossing: deze kinderen weghalen uit hun gezin en hen drie maanden onderbrengen in een tehuis waar ze wél goed opgevoed werden. Ze leerden er hygiëneregels, huisvrouw- of arbeidersvaardigheden, genieten van hogere cultuur… Allemaal dingen die de organisatoren essentieel vonden voor goede opvoeding. Als de kinderen na drie maanden huiswaarts keerden, zouden ze ook hun ouders die nieuwe levensgewoonten aanleren, en zo zou het hele land heropgevoed worden. Eenvoudig en geniaal: de verheffing van de natie via de kinderen. Liefst begon die heropvoeding zo vroeg mogelijk: er bestonden zelfs koloniehuizen voor baby’s.

 

Het model voor goede opvoeding

Nooit van gehoord, zegt u? Bij oudere generaties doen kolonies misschien een belletje rinkelen, maar twintigers en dertigers fronsen eens de wenkbrauwen als ze het woord ‘kolonie’ horen. Wel bekend bij jongere generaties is Kind en Gezin, de overheidsinstantie die zorgt voor o.a. medische schooltoezichten en consultatiebureaus. Van 1919 tot 1987 was haar voorloper -het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn- dé grote richtinggever van de kolonies. Het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (afgekort N.W.K.) bepaalde de voorschriften rond hygiëne en opvoeding en gaf subsidies aan de kolonies die deze voorschriften naleefden. Het organiseerde ook tien modelkolonies die een voorbeeld van goede opvoeding moesten zijn voor andere kolonies.

 

Foto: Kolonie van Kraainem, 1955. Archief Kind en Gezin Brussel. Copyright 2019, Kind en Gezin.

 

Niet één kindbeeld

Wat bezielde kolonie-organisatoren om tijd en geld te pompen in het opvoeden van andermans kinderen? Kinderen die bovendien moeilijk gedrag stelden en een zwakke gezondheid hadden? Kortom, welk beeld hadden de organisatoren van kinderen, en wat wilden ze met hun heropvoeding bereiken? Dat was de hoofdvraag van het allereerste Belgische onderzoek naar de N.W.K.-modelkolonies. Ik analyseerde de archiefdocumenten van het N.W.K. over de kolonies en concludeerde dat er binnen deze vroege vorm van jeugdhulpverlening geen eenduidig kindbeeld bestond.

 

Vijf kindbeelden in de kolonies

In de kolonies kwamen vijf verschillende kindbeelden tegelijk voor. Vijf manieren van kijken naar en omgaan met kinderen. Soms zorgden ze voor ruzies, omdat iedereen iets anders belangrijk vond.

 

  1. Sommigen meenden dat kinderen door hun moeilijke thuissituatie abnormaal werden, zowel naar lichaam als naar geest. In de kolonie moesten ze opnieuw aangepast worden aan de normen van de maatschappij.

 

  1. Sommigen zagen het kind als wezenlijk goed en daardoor een voorbeeld voor volwassenen. Zij wilden het veilig in zijn kinderwereld houden zodat zijn onschuld niet verloren ging.

 

  1. Sommigen vonden dat kinderen nog veel moesten leren, zodat ze later goede en hardwerkende burgers zouden worden. Voor hen was de kolonie een plaats waar kinderen leerden behulpzaam en bescheiden te zijn.

 

  1. Sommigen dachten dat kinderen zich volgens vaste stappen ontwikkelden. Zij vonden het noodzakelijk dat kinderen vrij konden spelen, dan zou die ontwikkeling vanzelf plaatsvinden.

 

  1. Sommigen vonden jongeren gevaarlijk, omdat ze de dingen anders wilden doen dan hun ouders. Zij vonden het belangrijk om hen te wapenen tegen de misleidende invloed van radio en televisie.

 

Altijd maar beter?

Het N.W.K./Kind en Gezin beschrijft haar geschiedenis minder genuanceerd: als een constante vooruitgang van een slechte naar vriendelijke omgang met kinderen. En eigenlijk doen we dat allemaal. “Vroeger vond niemand spelen belangrijk”, “In oma’s tijd had men geen aandacht voor kindergevoelens”. Klinken zulke uitspraken bekend? Logisch, want we vinden het fijn om te bedenken dat wij het beter doen dan vorige generaties. De brieven, vergaderingsverslagen en tijdschriften uit de kolonies tonen nochtans iets anders. Ook honderd jaar geleden wilde men dat kinderen gelukkig waren. Ook vijftig jaar geleden moesten opvoeders zich aanpassen aan individuele ontwikkelingsbehoeften van kinderen. De geschiedenis is niet één grote vooruitgang van een mishandelende naar een vriendelijke omgang met kinderen. Wat wij een goede omgang vinden, wordt bepaald door onze kindbeelden, en die verschuiven doorheen de tijd. We doen het dus helemaal niet beter dan vroeger. We doen het anders, omdat we andere dingen belangrijk vinden.

 

Kolonies vandaag

In 1987 sloot de laatste N.W.K.-modelkolonie. Toch zijn er sporen van de kolonies terug te vinden in het hedendaagse jeugdlandschap. Sommige kolonies veranderden in de jaren ’60 in vakantiekolonies: vakantieverblijven die voor alle kinderen toegankelijk waren. Daaruit groeiden de jeugdkampen en speelpleinen van vandaag. Andere kolonies specialiseerden zich in kinderen met moeilijkheden. Zij werden in de jaren ’80 deel van de Bijzondere Jeugdzorg. Sommige koloniehuizen zijn nu Multifunctionele Centra (MFC’s) die kinderen met beperkingen of gedragsmoeilijkheden opvangen.

 

De sterkste overblijfselen van de kolonies zijn nochtans niet de hedendaagse varianten, maar de kindbeelden die er leefden. Misschien herkent u de vijf kindbeelden van hierboven ook vandaag in opvoedingsadviezen, Instagram-posts of reclameslogans. Bewustzijn van kindbeelden maakt begrijpen mogelijk en samenwerken makkelijker.

 

Dus: hoe kijkt u naar kinderen?

 

Foto: Kolonie van Dongelberg, ca. 1930. Archief Kind en Gezin Brussel. Copyright 2019, Kind en Gezin

 

 

(Foto 1: Kolonie van Cortil-Noirmont, ca. 1935. Archief Kind en Gezin Brussel. Copyright 2019, Kind en Gezin.

Foto 2: Kolonie van Kraainem, 1955. Archief Kind en Gezin Brussel. Copyright 2019, Kind en Gezin.

Foto 3: Kolonie van Dongelberg, ca. 1930. Archief Kind en Gezin Brussel. Copyright 2019, Kind en Gezin.)

Bibliografie

Geconsulteerde archieven

BEVEREN, Rijksarchief, Archief van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1-74.

BRUSSEL, Archief Kind en Gezin, Archiefmateriaal over vakantiekolonies, PUB 79-81, 84-85, 87-88, 90-95, 97, 99 en 1588, UIT 23-24 en 31, BOE 17 en 130, foto’s KO 1.2-1.7 en 2.1, KO 1 1.1, KO 2 1.1 en KO 17 1.1, Postkaarten en Rapport Moritz.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Archief van het Oeuvre Nationale de l’Enfance, 1-98, 424, 426-450, 461-462, 469-470, 473, 550, 560, 605, 612, 614, 625-626, 629, 636 en AF/E02145.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Nevenarchief van het Oeuvre Nationale de l’Enfance met thematische nota’s van Jean Corbisier, 37, 71 en 73.

GENT, Liberaal Archief, Archief Diesterweg’s Hulpkas voor Behoeftige Schoolkinderen Antwerpen, 3.

GENT, Liberaal Archief, Archief Kindergeluk Brussel, 8.3.1-8.3.8.

GENT, Amsab-ISG, Bond Moyson-afdeling Lokeren, 083.00233.

GENT, Amsab-ISG, Fédération Nationale de Jeune Garde Socialiste, nr. 447, fol. 27-37.

GENT, Amsab-ISG, Interviewproject vakantiekolonies aan de Belgische Kust, MB.000023, MB.000042 en MB.000058.

GENT, Amsab-ISG, Kindervakanties, FO.022062, MAD/1089.12 en MC/0062.

LEUVEN, Historische collectie PPW, MON 0002390, MON 0012879, MON 0008282, MON 0003562, MON 0010868, MON 0002140, THE 0001008, THE 0001514, THE 000046 en XLpe 1716.

LEUVEN, Historische collectie Artes bibliotheek, Y4233 41, Y4233 18, Y4233 25, Y7831 15, 9B8745, CaA11303 en 9A45958.

LEUVEN, KADOC, Nationaal Werk der Katholieke Schoolkoloniën, Jaarverslag 4(1924) - 6(1926), 8(1928) en 9(1929).

LEUVEN, Tijdschriftencollectie Artes bibliotheek, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn maandblad, jaargangen 1925-1935.

LEUVEN, Tijdschriftencollectie Artes bibliotheek, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Driemaandelijksch Tijdschrift, jaargangen 1935-1947.

LEUVEN, Tijdschriftencollectie Artes bibliotheek, Het Kind, jaargangen 1947-1986.

 

Primair bronnenmateriaal

1. Archief voor Vrouwengeschiedenis (AVG)

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Colonies ONE bis, nr. 37: Causerie du dr. Philippart à la journée d’études du 31 mars concernant l’enfant débile, 31 maart 1943.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Colonies ONE bis, nr. 71: Kinderuitzending nu: Wat moet of kan het worden (Rapport), 5 augustus 1976.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Colonies, avec archives sur les relevés des décès datant de 1931 à 1983, nr. 71: WAARNEMINGSBLAD MARIA KINDERMANS, 1939.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Colonies, avec archives sur les relevés des décès datant de 1931 à 1983, nr. 71: WAARNEMINGSBLAD JEANNE BINARD, 1943.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Colonies, avec archives sur les relevés des décès datant de 1931 à 1983, nr. 71: WAARNEMINGSBLAD JACOBUS VAN DER VEKEN, 1943.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Colonies, avec archives sur les relevés des décès datant de 1931 à 1983, nr. 71: WAARNEMINGSBLAD GIOVANNI BETTINI, 1966. [1]

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Correspondance et autres documents relatifs à la gestion de l’ONE, microfilmés par l’ONE et classés par n° de microfilmage 1919-1979, ONE 424 nr. 257: Brief van directeur J.-M. Denies aan de ouders van een kolonist uit Bierbeek, 6 maart 1974.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Procès-verbaux des séances du Conseil Supérieur des Oeuvres de l’Enfance, ONE 1 nr. 9: Séance du 6 mars 1920.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Procès-verbaux des séances du Conseil Supérieur de l’Enfance: Sections colonies, ONE 1 nr. 20: Séance du 31 juillet 1920.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Procès-verbaux des séances du Conseil Supérieur des Oeuvres de l’Enfance, ONE 9 nr. 1: Séance du 27.11.1956, fol. 3.

BRUSSEL, Archief voor Vrouwengeschiedenis, Rapport au sujet des colonies permanentes dites pour “enfants débiles” de l’Oeuvre Nationale de l’Enfance, ONE 614, 1972.

L’enfant débile: Aux médecins de “Colonies” et de “Sections débiles dans les internats”, Oeuvre Nationale de l’Enfance, Brussel, s.d.

 

2. Archief Kind en Gezin Brussel (KGB)

BRUSSEL, Archief Kind en Gezin, KO - Kolonies voor zwakke kinderen 17 – Dongelberg, nr. 1-1: La pouponnière de Dongelberg, foto, s.d.

KAISER, M., L’oeuvre de la santé et de l’hygiène dans les colonies, Brussel, 1923.

L’enfant débile: Aux médecins des “colonies” et de “sections de débiles dans les internats, Oeuvre Nationale de l’Enfance, Brussel, s.d.

Les centres de vacances en 1956, Oeuvre Nationale de l’Enfance, Brussel, 1956.

Piet gaat naar de kolonie, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, s.d.

Vakantie 1967, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, [1966].

Vakantie 1968, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, 1968.

Vakantie, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, [1970-1971].

Vakantiecentra: Kampen – kolonies – dagkuren, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, 1982.

Vakantiekolonies 1966, Antwerpen, 1966.

Vakantiekolonies, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, [1972].

VELGE, H., 25 jaren bedrijvigheid 1915-1940, s.l., 1940.

VELGE, H., De bedrijvigheid van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn tijdens vijf en twintig jaar (1915-1940), s.l., 1940.

 

3. Rijksarchief Beveren (RAB)

Activiteitsverslag 1945-1959: Uitgegeven ter gelegenheid van de 40e verjaring van de wet van 5 september 1919, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, [1959].

Activiteitsverslag over het jaar 1968, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1969.

Activiteitsverslag over het jaar 1970, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1971.

Activiteitsverslag over het jaar 1972, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1973.

Activiteitsverslag over het jaar 1974, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1975.

BEVEREN, Rijksarchief, Archief van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, nr. 23: Bureau du Conseil Supérieur des Oeuvres de l’Enfance, Seance du 19 mai 1928.

BEVEREN, Rijksarchief, Archief van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, nr. 28: Projet de Rapport annuel pour 1953.

Jaarverslag 1959 en Jaarverslag van het Hoog Geneeskundig Bestuur der Werken voor Kinderwelzijn dienstjaar 1960, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1960.

Jaarverslag 1960 en Jaarverslag van het Hoog Geneeskundig Bestuur der Werken voor Kinderwelzijn dienstjaar 1961, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1961.

Jaarverslag 1965 en Jaarverslag van het Hoog Geneeskundig Bestuur der Werken voor Kinderwelzijn dienstjaar 1966, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1966.

Jaarverslag 1966 en Jaarverslag van het Hoog Geneeskundig Bestuur der Werken voor Kinderwelzijn dienstjaar 1967, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1967.

Jaarverslag over de activiteiten in 1957 van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1958.

 

4. KU Leuven historische collectie en tijdschriftencollectie (KUL)

‘Bladvulling’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 8 (1926), 605.

‘De kolonies van het N.W.K.’, Het Kind, 28 (1953), 193-208.

‘Dongelberg, een paradijs voor kinderen’, Het Kind, 26 (1951), 127-136.

‘Het N.W.K.? De kolonie’, Het Kind, 22 (1947), 46-50.

‘Het XVe Nationaal Congres der Werken voor Kinderwelzijn’, Het Kind, 27 (1952), 287-290.

‘Hoe gemeenschapszin bij kinderen ontwaakt’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 2 (1935), 166-168.

‘Kinderspelen’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 3 (1931), 106-107.

‘Meteorologie in onze kolonie te Kalmthout, Het Kind, 25 (1950), 74-75.

‘Over de gevoeligheid onzer kinderen’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 2 (1935), 156-158.

 ‘Speelpleinen en koloniën voor zwakke kinderen’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 4 (1929), 101-117.

 ‘Spel, spelen, speeltuigen’, Het Kind, 38 (1963), 341-351.

‘Van dag tot dag in de kolonies van het N.W.K.’, Het Kind, 28 (1953), 369-384.

‘Voor een positieve uitbouw van de vakantiekolonie’, Het Kind, 43 (1968), 319-321.

‘Vreugde en feesten in het kinderleven’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 3 (1932), 96-99.

‘Werken de ouders altijd voldoende mee aan de uitzending?’, Het Kind, 36 (1961), 145-148.

‘Zal ik mijn kind naar een kindertuin zenden?’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 2 (1930), 68-69.

BURNIAT, W., VANDENBOGAERT, N., en FONDU, P., ‘Een vakantiekamp voor haemophiele kinderen: Vier jaar ervaring’, Het Kind, 52 (1977), 41-53.

DE BELDER, E., ‘Wat bereidt de toekomst voor de abnormale meisjes?’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 1 (1925), 19-32.

DE BORGHER, L., ‘Nogmaals: Kolonies voor zwakke kinderen werden kinderopvangcentra’, Het Kind, 55 (1980), 233-245.

De selectie der kinderen die voor opname in de kolonie aangewezen zijn: Indeling der contingenten over de verschillende kolonies: Geneeskundig oogpunt [Verslag van het XVde Nationaal Congres der Werken voor Kinderwelzijn], Oostende-Oostduinkerke, 24-25 mei 1952.

DEKKER-BENJAMINS, M., ‘De zenuwachtige kleuter’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Driemaandelijksch Tijdschrift, 15(2), 1935, 99-103.

DEMEDTS, A., ‘Over de opvoeding van kleine kinderen’, Het Kind, 34 (1959), 11-16.

DRIELSMA, H., ‘De invloed van groepsverzorging op het gedrag en ontwikkeling van het jonge kind en op het contact met zijn ouders, Het Kind, 33 (1958), 393-405.

DRIELSMA, H., ‘Overbelasting van de kleuter en verzorging in groepsverband’, Het Kind, 31 (1956), 467-468.

GHEYSEN, L., De residentiële hulpverlening aan fysiek zwakke kinderen in de kolonies van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn tijdens de periode 1919-1939: Een historisch-pedagogische verkenning, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 1988.

Jaarverslag over de activiteiten in 1956 van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn en Jaarverslag van het Hoog Geneeskundig Bestuur der Werken voor Kinderwelzijn dienstjaar 1957 (Bijlage bij tijdschrift Het Kind, 1, 1958), Brussel, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, 1957.

KOOPAL, A., e.a., ‘Voor- en na-onderzoek bij de kinderuitzending: Een socio-psycho-somatische bijdrage’, Het Kind, 30 (1955), 485-487.

KOOPAL, A., LAKEMAN-VAN MAANEN, S., PELS, K., en DE WIJN, J., ‘Voor- en na-onderzoek bij de kinderuitzending: Een socio-psycho-somatische bijdrage, Het Kind, 30 (1955), 485-487.

LEVERT, L., ‘Openluchtwerk 1949’, Het Kind, 24 (1949), 205-221.

LA LIGUE POUR L’EDUCATION EN PLEIN AIR, Premier congrès international des écoles de plein air: L’école moderne – défense sanitaire – alimentation – éducation, Parijs, 24-26 juni 1922.

MINNE, S., e.a., ‘Naar een nieuwe vorm van kinderopvang’, Het Kind, 54 (1979), 103-106.

MORITZ, E., ‘De koloniën voor zwakke kinderen’, Het Kind, 22 (1947), 199-210.

MORITZ, E., ‘De opvoedster in onze kolonies’, Het Kind, 3 (1952), 1-12.

MORITZ, E., ‘Het geestelijk en opvoedkundig peil der Koloniën van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn: Verslag gegeven bij gelegenheid van het Tweede Internationaal Congres der Open-Lucht-Scholen, april 1931’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 8 (1931), 246-257.

MORITZ, E., Henri Jaspar Instituut: Kolonie voor zwakke kinderen, s.l., 1949.

Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, [1948].

Oeuvre Nationale de l’Enfance, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, [1930].

Oeuvre Nationale de l’Enfance, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, [1936-1937].

Reglement, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Brussel, 1923.

ROMMEL, J., ‘Modern gezinsleven’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Driemaandelijksch Tijdschrift, 18(4), 1939, 240-243.

SMET, J. M. L., ‘Een studie van dr. Ley over normalen en abnormalen’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 3 (1925), 182-202.

SMET, J. M. L., ‘Over individuaal psychologie’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 1 (1925), 13-18.

VAN GEFFEL en BUSTIN, ‘Een kleintjesoord van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn: Het tehuis Koningin Astrid’, Het Kind, 32 (1957), 159-177.

VAN STEENBERGEN, A., ‘De nood van de kroostrijke gezinnen’, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn Maandblad, 4 (1932), 115-124.

VANDEVELDE, R., ‘Opvoedingsproblemen in de koloniën: De fundamentele behoeften van het kind’, Het Kind, 28 (1953), 209-214.

VERBRUGGEN-VAN HILEGHEM, H., ‘Toe vertelt u een verhaaltje…’, Het Kind, 34 (1959), 17-30.

VERMEYLEN, K., Moeder- en kinderzorg in het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (1919-1940): Een historisch-pedagogische verkenning, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 1982.

WILLEMIJNS, F. A., ‘Psychologische gronden bij de moeilijkheden in de kinderzorg’, Het Kind, 27 (1952), 415-424.

WILLEMIJNS, F., ‘Het zwakke of lichamelijk debiele kind’, Het Kind, 29 (1954), 461-466.

 

5. Online archiefmateriaal (ONL)

‘A day in the country’, The Lancet (8 augustus 1896), 392.

KIND EN GEZIN, 20 jaar Kind en Gezin: Op de toekomst van elk kind!, Brussel, 2007.

KIND EN GEZIN, Honderd jaar kinderzorg in de kijker: De consultatiebureaus voor het jonge kind, Brussel, 2007.

RENTS, F., Nationaal Werk voor Kinderwelzijn – Kolonie te Knokke, video, 1922 (https://www.kindengezin.be/over-kind-en-gezin/geschiedenis/). Geraadpleegd op 30 april 2019.

 

Literatuur

ADRIAENS, P. R., en DE BLOCK, A., Denken over lichamen: Wijsbegeerte voor biomedische wetenschappers, Kalmthout, 2018.

ARIÈS, P., De ontdekking van het kind: Sociale geschiedenis van school en gezin, L. KNIPPENBERG en J. TIELENS vert., Amsterdam, 1987.

BACOU, M. en BATAILLE, J.-M., ‘L’aménagement des colonies de vacances (1930-1965): Changement des lieux et des rapports sociaux de sexe?’, Les dossiers des sciences de l’éducation, 28 (2012), 13-23.

BAKKER, N., ‘Kweekplaatsen van gezondheid: Vakantiekolonies en de medicalisering van het kinderwelzijn’, BMGN - Low Countries Historical Review, 126 (2011), 29-53.

BAKKER, N., ‘Sunshine as medicine: Health colonies and the medicalization of childhood in the Netherlands c.1900–1960’, History of Education, 36 (2007), 659-679.

BAKKER, N., NOORDMAN, J., en RIETVELD-VAN WINGERDEN, M., Vijf eeuwen opvoeden in Nederland: Idee & praktijk 1500-2000, Assen, 2006.

BALDUCCI, V., ‘The original dimensions of the “colonie di vacanza”’, V. BALDUCCI en S. BICA red., Architecture and society of the holiday camps: History and perspectives, Timisoara, 2007, 8-25.

BALDUCCI, V., en BICA, S. red., Architecture and society of the holiday camps: History and perspectives, Timisoara, 2007, 8-25.

BEM, S., Het bewustzijn te lijf: Een geschiedenis van de psychologie in samenhang met culturele en maatschappelijke ontwikkelingen van 1600 tot het begin van de 20e eeuw, Amsterdam, 2007.

BEN FRADJ, C., ‘Une page de L'action laïque en Afrique du Nord : L'exemple des colonies de vacances et des auberges de la jeunesse en Tunisie (1908-1955)’, Outre-mers, 9 (2010), 219-238.

BERNARD, C., Penser la famille au dix-neuvième siècle: 1789-1870, Saint-Etienne, 2007.

BOLT, T., Van zenuwachtig tot hyperactief: Andere kijk op ADHD, Amsterdam, 2010 (a).

BREYNE, H., e.a., Home Familia: Licht, lucht, water en zonneschijn zijn het beste medicijn, Onuitgegeven scriptie, Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 2008.

BROEKHUIZEN, D., Openluchtscholen in Nederland: Architectuur, onderwijs en gezondheidszorg 1905-2005, Rotterdam, 2005.

BRYDER, L., ‘Wonderlands of buttercup, clover and daisies: Tuberculosis and the open air school movement in Britain, 1907-39’, R. COOTER red., In the name of the child: Health and welfare 1880-1940, Londen, 1992, 72-95.

BRYDER, L., Below the magic mountain: A social history of tuberculosis in twentieth-century Britain, Oxford, 1988.

BURRIS, V., ‘Reification: A Marxist perspective’, California Sociologist, 10 (1988), 22-43.

CABUS, P., KESTELOOT, C., en VAN DER HAEGEN, H., Stadsvlucht maakt vrij, Brussel, 1989.

CANNELLA, G. S., Deconstructing early childhood education: Social justice and revolution, New York e.a., 1997.

CHRISTIAENS, J., De geboorte van de jeugddelinquent: België, 1830-1930, Brussel, 1999.

COECKELBERGHS, H., ‘”Maatschappelijke vorming” via het leesonderwijs in de 19de-eeuwse volksschool’, M. DE VROEDE red., Het volksonderwijs in België in de 19de eeuw, Gent, 1979, 105-136.

COHEN, S., Challenging orthodoxies: Toward a New Cultural History of Education, New York e.a., 1999.

CONNOLLY, C. A., ‘Pale, poor, and ‘pretubercular’ children: A history of pediatric antituberculosis efforts in France, Germany, and the United States, 1899 – 1929’, Nursing Inquiry, 11 (2004), 138 – 147.

CONRAD, P., ‘Medicalization and social control’, Annual Review of Sociology, 18 (1992), 209-232.

CORBIN, A., The lure of the sea: The discovery of the seaside in the Western world 1750-1840, J. PHELPS vert., Berkely en Los Angeles, 1994.

COX, R., Shaping childhood: Themes of uncertainty in the history of adult – child relationships, Londen en New York, 1997.

CUNNINGHAM, H., ‘Reviewed Work(s): Children's Nature: The Rise of the American Summer Camp by Leslie Paris’, The American Historical Review, 113 (2008), 1177. 

CUNNINGHAM, H., Children and childhood in Western society since 1500, Londen en New York, 1995.

DAHLBERG, G., MOSS, P., en PENCE, A., Beyond quality in early childhood education and care: Postmodern perspectives, Londen en Philadelphia, 1999.

DASBERG, L., Grootbrengen door kleinhouden als historisch verschijnsel, Amsterdam, 1975.

DAVIS, J. E., ‘How medicalization lost its way’, Society, 43 (2006), 51-56.

DE CAIGNY, S., Bouwen aan een nieuwe thuis: Wooncultuur in Vlaanderen tijdens het interbellum, Leuven, 2010.

DE CLERCK, K., DE GRAEVE, B., en SIMON, F., Dag meester, goedemorgen zuster, goedemiddag juffrouw: Facetten van het volksonderwijs in Vlaanderen (1830-1940), Tielt en Weesp, 1984.

DE REGT, A., ‘Opvoeding van arbeiderskinderen in Nederland, 1850-1920’, N. BAKKER e.a. red., Tot burgerschap en deugd: Volksopvoeding in de negentiende eeuw, Hilversum, 2006, 151-169.

DE VOS, J., Psychologisering in tijden van globalisering: Een kritische analyse van psychologie en psychologisering, Leuven en Den Haag, 2011.

DE VROEDE, M., ‘Volksonderwijs en maatschappij in België en Nederland van de zeventiende tot het begin van de twintigste eeuw’, BMGN Low Countries Historical Review, 92 (1977), 181-207.

DEHUE, T., Betere mensen: Over gezondheid als keuze en koopwaar, Amsterdam en Antwerpen, 2014.

DEHUE, T., De regels van het vak: Nederlandse psychologen en hun methodologie 1900-1985, Amsterdam, 2005.

DEKKER, J. J. H. e.a., ‘Discoveries of childhood in history: An introduction’, Paedagogica Historica, 48 (2012), 1-9.

DEKKER, J. J. H., ‘Children at risk in history: A story of expansion’, Paedagogica Historica, 45 (2009), 1-16.

DEKKER, J. J. H., ‘The century of the child revisited’, The International Journal of Children’s Rights, 8 (2000), 133-150.

DEPAEPE, M. en SIMON, F., ‘Open air schools in Belgium: A marginal phenomenon in educational history reflecting larger social and historical processes’, A.-M. CHATELET e.a. red., L’école de plein air: Une expérience pédagogique et architecturale dans l’Europe du XXe siècle, Dijon-Quetigny, 2003, 89-95.

DEPAEPE, M., ‘The heyday of paedology in Belgium (1899-1914): A positivistic dream that did not come true’, International Journal of Educational Research, 27 (1998), 687-697.

DEPAEPE, M., en SIMON, F., ‘De Vlaamse jeugd in het vizier van de pedagogisering tijdens het interbellum’, A. VAN GORP e.a. red., Pedagogische historiografie: Een socio-culturele lezing van de geschiedenis van opvoeding en onderwijs, Leuven en Den Haag, 2011, 77-100.

DEPAEPE, M., en VAN ROMPAEY, L., In het teken van de bevoogding: De educatieve actie in Belgisch-Kongo (1908-1960), Leuven en Apeldoorn, 1995.

DEPAEPE, M., Gesplitst of gespleten? De kloof tussen wetenschappelijke en praktische kennis in opvoeding en onderwijs, Leuven en Leusden, 2002.

DEPAEPE, M., Zum Wohl des Kindes: Pädologie, pädagogische Psychologie und experimentelle Pädagogik in Europa und den USA, 1890-1940, Weinheim en Leuven, 1993.

DESNERCK, G., BOSTEELS, S., en HARDONK, S., ‘Mensen met een handicap: Over medicalisering en sociologisering’, P. BRACKE red., Ziekte, gezondheid en samenleving: Een bloemlezing van gezondheidssociologisch onderzoek, Leuven, 2009, 89-108.

DEVOS, R., Macht en verzet: Het subject in het denken van Michel Foucault, Kapellen en Kampen, 2004.

DORMANDY, T., The white death: A history of tuberculosis, Londen en Rio Grande, 1999.

DOWNS, L. L., Childhood in the promised land: Working-class movements and the colonies de vacances in France, 1880-1960, Londen, 2002.

EGGS DEBIDOUR, C., ‘The birth of “colonies de vacances” in Switzerland: 1875-1900’, V. BALDUCCI en S. BICA red., Architecture and society of the holiday camps: History and perspectives, Timisoara, 2007, 107-112.

FONTAINE, A., ‘La pédagogie comme transfert culturel dans l’espace Franco-Suisse: Médiateurs et réinterprétations de savoirs (1850-1900)’, Historia da Educaçao, 42 (2014), 187-207.

FOUCAULT, M. en TROMBADORI, D., Ervaring en waarheid, M. VAN NIEUWSTADT vert., Nijmegen, 1985.

FRIJHOFF, W., ‘Historian’s discovery of childhood’, Paedagogica Historica, 48 (2012), 11-29.

FUCHS, J., ‘Les colonies de vacances en France, 1944-1958: Impulsions politiques autour d’un fait social majeur’, Paedagogica Historia, 53 (2017), 602-622.

GARDET, M., ‘Palluau Nicolas. La fabrique des pedagogues: Encadrer les colonies de vacances 1919-1939’, Revue française de pédagogie, 182 (2013), 154-157.

GELDOLF, W., Maurice Dequeecker 1905-1985: Pionier van het sociaal toerisme, Brussel, 2009.

GOLDSTEIN, J., ‘Het verhaal van Nanette Leroux: Een microgeschiedenis van de geneeskunde in de negentiende eeuw’, L. NYS e.a. red., De zieke natie: Over de medicalisering van de samenleving 1860-1914, Deventer, 2002, 42-58.

GOVAERTS, K., Armoede en bedelarij: Een verborgen geschiedenis [tekst naar aanleiding van Erfgoeddag ‘Armoe troef’], Merskplas, 2011.

GROENVELD, S., DEKKER, J. J. H., en WILLEMSE, T. R. M., Wezen en boefjes: Zes eeuwen kinderzorg in wees- en kinderhuizen, Hilversum, 1997.

HÄHNER-ROMBACH, S., ‘The introduction of a school health service in Stuttgart, 1904’, L. ABREU red., European Health and Social Welfare Policies, Blansko, 2004, 100-118.

HELLEMANS, S., Strijd om de moderniteit: Sociale bewegingen en verzuiling in Europa sinds 1800, Leuven, 1990.

HEUVELS, F., ‘Biologie, en geneesheren der maatschappij’, Van Nu en Straks, 1 (1896), 176-184.

HOFMANN, M., Gesundheitswissen in der Schule: Schulhygiene in der deutschschprachigen Schweiz im 19. und 20. Jahrhundert, Bielefeld, 2016.

HONNETH, A., Reification: A new look at an old idea, Oxford e.a., 2008.

HOSTE, L., Met de SVV naar zee: De organisatie van vakantiekolonies aan de Belgische kust door de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (1922-1980) met als casus het home Emile Vandervelde in Oostduinkerke, Onuitgegeven masterproef, Universiteit Gent, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, 2009.

HOUSSAYE, J., ‘Aux marges de la pédagogie institutionelle: Les colonies de vacances’, Carrefours de l’éducation, 17 (2004), 130-141.

HOUWAART, E. S., De hygiënisten: Artsen, staat & volksgezondheid in Nederland 1840-1890, Groningen, 1991.

ILLICH, I., Grenzen aan de geneeskunde: Het medisch bedrijf – een bedreiging voor de gezondheid?, Baarn, 1978.

ILLICH, I., Ontscholing van de samenleving: Het einde van een illusie?, Baarn, 1972.

JABLONKA, I., ‘La réunion éphémère: Les ambiguïtés du premier congrès international des écoles de plein air’, A.-M. CHATELET e.a. red., L’école de plein air: Une expérience pédagogique et architecturale dans l’Europe du XXe siècle, Dijon-Quetigny, 2003, 271-279.

JAUMAIN, S., ‘De economische en sociale context’, R. HALLEUX e.a. (eds.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel, 2001.

KOOPS, W., Een beeld van een kind: Ontwikkeling en opvoeding van het kind in historisch perspectief, Amsterdam, 2016.

LABORDE, H., ‘L'importance pédagogique des colonies de vacances’, International Review of Education, 4 (1958), 346-359.

LANCY, D., The anthropology of childhood: Cherubs, chattel, changelings, Cambridge, 2008.

LEVOZ, A., La protection de l’enfance en Belgique: Législation – enfants malheureux, mineurs delinquants, Brussel, 1902.

LIEVENS, S., Veldverkenningen in de psychologie, Antwerpen en Apeldoorn, 2004.

LIGHTBODY, B., Philosophical genealogy: An epistemological reconstruction of Nietzsche and Foucault’s genealogical method, 2dln., New York, 2010.

LOHMANN, I., en MAYER, C., ‘Lessons from the history of education for a “century of the child at risk”’, Paedagogica Historica, 45 (2009), 1-16.

MACCARTHY, D., en STAPLETON, T., ‘Aerium, preventorium and sanatorium’, The Lancet, 253 (1949), 1067.

MARISSAL, C., Protéger le jeune enfant: Enjeux sociaux, politiques et sexués (Belgique, 1890-1940), Brussel, 2014.

MILL, J. S., Over vrijheid, W.E. Krul vert., 5e uitg., Boom, 1978.

MORENO MARTÍNEZ, P., ‘De la caridad y la filantropía a la protección social del estado: Las colonias escolares de vacaciones en España (1887-1936)’, Historia De La Educación, 32 (2013), 135-159.

MOSS, P., DILLON, J., en STATHAM, J., ‘The ‘child in need’ and the ‘rich child’: Discourses, constructions and practice’, Critical Social Policy, 63 (2000), 233-254.

NIEWEG, E. H., ‘Wat wij van Jip en Janneke kunnen leren: Over reïficatie (verdinglijking) in de psychiatrie’, Tijdschrift voor Psychiatrie, 47 (2005), 687-696.

NYS, L. e.a., ‘Een medisch object: Veranderingen in menswetenschap, cultuur en politiek’, L. NYS e.a. red., De zieke natie: Over de medicalisering van de samenleving 1860-1914, Deventer, 2002, 10-20.

NYS, L., ‘Nationale plagen: Hygiënisten over het maatschappelijk lichaam’, L. NYS e.a. red., De zieke natie: Over de medicalisering van de samenleving 1860-1914, Deventer, 2002, 220-241.

PAILLET, K., De tuberculose-bestrijding in België (1882-1944), Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Geschiedenis, 1995.

PALLUAU, N., La fabrique des pedagogues: Encadrer les colonies de vacances 1919-1939, Rennes, 2013.

PEREYRA, M., ‘Educación, salud y filantropia: El origen de las colonias escolares de vacaciones en España’, Historia de la Educación, 29 (2010), 145-168.

PRAET, G., De tuberculose bestrijding in België, Brussel, [1943].

ROSENBERG, C. ‘The art of medicine: Managed fear’, The Lancet, 373 (2007), 802-803.

SCHEPERS, R., ‘Een wereld van belangen: Artsen en de ontwikkeling van de openbare gezondheidszorg’, L. NYS e.a. red., De zieke natie: Over de medicalisering van de samenleving 1860-1914, Deventer, 2002, 200-218.

SCHEPERS, R., ‘The Belgian medical profession, the order of physicians and the sickness funds (1900-1940)’, Sociology of Health and Illness, 3 (1993), 375-392.

SCHNABEL, P., ‘Individualisering in wisselend perspectief’, P. SCHNABEL red., Individualisering en sociale integratie, Den Haag, 2004, 9-38.

SCHOLZ, G., Die Konstruktion des Kindes: Über Kinder und Kindheit, Opladen, 1994.

SCHWARTZ, M., ‘Critical reproblemization: Foucault and the task of modern philosophy’, Radical Philosophy, 26 (1998), 19-29.

SEGHERS, L., Psychologisering en professionalisering van ouderschap? Een discoursanalyse van de consultatiegesprekken tussen ouders en regioverpleegkundigen van Kind en Gezin, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 2012.

SHARPE, J., ‘History from below’, P. BURKE red., New perspectives on historical writing, Cambridge, 1991, 24-41.

SIMON, F., en VAN DAMME, D., ‘De pedagogisering van de kinderlijke leefwereld: De ‘Ligue de l’Enseignement’ en de oorsprong van enkele para-scolaire initiatieven’, E. VERHELLEN, F. SPIESSCHAERT en L. CATTRIJSSE red., Rechten van kinderen: Een tekstbundel van de Rijksuniversiteit Gent naar aanleiding van de UNO-conventie voor de rechten van het kind, Arnhem, 1989, 151-182.

SMEYERS, P., en DEPAEPE, M., ‘Pushing social responsibilites: The educationalization of social problems’, P. SMEYERS en M. DEPAEPE, Educational Research: The educationalization of social problems, s.l., 2008, 1-13.

SNEL, E., en ENGBERSEN, G., ‘Individualisering en sociale ongelijkheid’, P. SCHNABEL red., Individualisering en sociale integratie, Den Haag, 2004, 56-68.

SPIERTS, M., De stille krachten van de verzorgingsstaat: Geschiedenis en toekomst van sociaal-culturele professionals, Amsterdam, 2014.

STEELS, M., ‘Aimé Bogaerts’, Gentsche Tydinghen, 16 (1987), 110-112.

SWANKHUISEN, M., SCHWEIZER, K., en STOEL, A., Bleekneusjes: Vakantiekolonies in Nederland 1883-1970, Bussum, 2003.

THYSSEN, G., Between utopia and dystopia: Case-studies of open-air schools in Belgium, France, Germany and Italy (1904-1979), Onuitgegeven doctoraatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Centrum voor Historische Pedagogiek, 2009.

THYSSEN, G., ‘The Trotter open air school, Milan (1922-1977): A city of youth or risky business?’, Paedagogica Historica, 45 (2009), 157-170.

TONKENS, E., Het zelfontplooiings-regime: De actualiteit van Dennendal en de jaren ’60, Amsterdam, 1999.

TYSSENS, J. en VAN DAELE, H., ‘Orde, zorg en spaarzaamheid: Vrijmetselarij en onderwijs’, J. TYSSENS red., Van wijsheid met vreugd gepaard: Twee eeuwen vrijmetselarij en Gent en Antwerpen, Brussel en Gent, 2003.

VAN DAMME, D., Armenzorg en de staat: Comparatief-historische studie van de origines van de moderne verzorgingsstaat in West-Europa (voornamelijk achttiende tot begin negentiende eeuw), Gent, 1990.

VAN DER AUWERA, E., Psychologisering en professionalisering van ouderschap? Een discoursanalyse van de opleidingen opvoedingsondersteuning voor de regioverpleegkundigen van Kind en Gezin, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 2012.

VAN SLYCK, A. A., A manufactured wilderness: Summer camps and the shaping of American youth, 1890-1960, Minneapolis en Londen, 2006.

VANDENBROECK, M., ‘Impliciete kindbeelden: Beeldjes van kindjes’, Tijdschrift voor Jeugd- en Kinderrechten, 4 (2003), 4-11.

VANDENBROECK, M., ‘Kinderopvang, een noodzakelijk kwaad’, M. DEPAEPE e.a. red., Paradoxen van pedagogisering: Handboek pedagogische historiografie, Leuven en Voorburg, 2005, 267-289.

VANDENBROECK, M., De staat van het kind Het kind van de staat: Naar een pedagogiek van voorschoolse voorzieningen, Oud-Turnhout en ‘s Hertogenbosch, 2018.

VANDENDRIESSCHE, J., en WILS, K., ‘Een traject van onderhandeling: Hygiënisme als wetenschap, Antwerpen 1880-1900’, Low Countries Historical Review, 3 (2013), 3-28.

VANDERSTRAETEN, R., ‘Cultural values and social differentiation: The catholic pillar and its educational system in Belgium and the Netherlands’, Compare: a Journal of Comparative and International Education, 32 (2002), 133-148.

VANLANDSCHOOT, R., Sluit ze op… Jongeren in de criminaliteit 1400 – nu, Leuven, 2008.

VANOBBERGEN, B. ‘Het gaat niet zozeer om het genezen, maar om het hervormen: Over de rol en betekenis van het zeehospitaal voor kinderen in het hygiëneoffensief van het eind van de negentiende eeuw’, Tijdschrift voor Geschiedenis, 122 (2009), 48-61.

VANOBBERGEN, B., ‘Kindzijn als verzet: Over de betekenis van kinderrechten in de ontmoeting tussen het kind en de volwassene’, ALLEGAERT, P. red., Gevaarlijk jong: Kind in gevaar, kind als gevaar, Tielt, 2011, 35-48.

VANOBBERGEN, B., Geen kinderspel: Een pedagogische analyse van de vertogen over de commercialisering van de leefwereld van kinderen, Gent, 2003.

VANOBBERGEN, B., Het kind van onze dromen, Tielt, 2014.

VANOBBERGEN,B., en SIMON, F., ‘Merci à tous et à toutes de votre propagande, si pleine de charme et de sourires: On tour with the Socialist travelling colony Gentse Volkskinderen (1898–1915)’, History of Education, 40 (2011), 315-332.

VELLE, K., ‘De centrale gezondheidsadministratie in België voor de oprichting van het eerste ministerie van volksgezondheid (1848-1936)’, Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 11 (1990), 162-210.

VELLE, K., De nieuwe biechtvaders: De sociale geschiedenis van de arts in België, Leuven, 1991.

VERHELLEN, E., ‘Naar een snel veranderend kindbeeld?’, H. CAMMAER en E. VERHELLEN red., Onmondig en onvolwassen: De jonge mens in de eeuw van het Kind, Leuven en Amersfoort, 1990, 53-73.

VERMANDERE, M., ‘De vakantiekolonies’, HuisWerk, 31 (2009), 4-7.

VERMANDERE, M., ‘Liefdadigheid naar vermogen? Brusselse filantropische verenigingen als pioniers van de vakantiekolonies aan zee (1886-1914)’, Brood en Rozen, 27 (2009), 25-38.

VERMANDERE, M., We zijn goed aangekomen! Vakantiekolonies aan de Belgische kust (1887-1980), Brussel, 2008.

VERSTRAETE, P., ‘Wandelaar zonder reisgids: De historisch-pedagoog tussen puinhoop en vooruitgang’, Pedagogiek, 32 (2012), 82-91.

VONCK, S., De Belgische vakantiekolonies: Hoe beleefden de kustbewoners de komst van de koloniekinderen, Onuitgegeven masterproef, Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, 2011.

 

Methodologische naslagwerken

ANKERSMIT, F. R., De spiegel van het verleden: Exploraties 1 geschiedtheorie, Kampen en Kapellen, 1996.

BOONE, M., Historici en hun métier: Een inleiding tot de historische kritiek, Gent, 2007.

DE GRIECK, P. J., DELEU, H., en HOEGAERTS, J., Handleiding bibliografische referentietechniek, Leuven, 2012.

JÓHANNESSON, I. A., ‘The politics of historical discourse analysis: A qualitative research method?’, Discourse: Studies in the Cultural Politics of Education, 31 (2010), 251-264.

KARSTEN, N., en TUMMERS, J., ‘To read or not to read: Over de waarde van vakliteratuur in kwalitatief onderzoek’, KWALON, 13 (2008), 5-11.

MONTANO MONTESSORI, N., SCHUMAN, H., en DE LANGE, R., Kritische discoursanalyse: De macht en kracht van taal en tekst, Brussel, 2012.

STRAUSS, A., en CORBIN, J., The basics of qualitative research: Grounded theory procedures and techniques, Londen en New Delhi, 1990.

 

Justitiële documenten

Decreet houdende oprichting van de instelling Kind en Gezin, Vlaamse Raad, Brussel, 29 mei 1984. Geraadpleegd van http://www.ejustice.just.fgov.be/wet/wet.htm

Wetsontwerp houdende de begroting van het ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin voor het dienstjaar 1948, Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Brussel, 20 mei 1948 (http://www.dekamer.be/digidoc/OCR/K3132/K31320082/K31320082.PDF). Geraadpleegd op 12 januari 2019.

Wet instellende het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Belgisch Parlement, Brussel, 5 september 1919. Geraadpleegd op van http://www.ejustice.just.fgov.be

 

Websites

AGENTSCHAP ONROEREND ERFGOED, Inventaris Onroerend Erfgoed (https://inventaris.onroerenderfgoed.be). Geraadpleegd op 12 januari 2019.

Centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, 2018. (http://www.ckg.be). Geraadpleegd op 29 april 2018.

Kind en Gezin, s.d. (https://www.kindengezin.be). Geraadpleegd op 29 april 2018.

PHILIPPA, M., e.a., Etymologisch woordenboek van het Nederlands (http://www.etymologiebank.nl). Geraadpleegd op 21 maart 2019.

 

[1] Deze vier waarnemingsbladen werden door het NWK opgesteld en bevatten medische en sociale informatie over de koloniekinderen. Om privacyredenen zijn de namen van de kinderen, net als in de tekst, ook in de referenties gefingeerd. De gefingeerde namen zijn gekozen op basis van veelvoorkomende namen uit de regio en tijdsperiode waarin deze kinderen geboren werden.

Universiteit of Hogeschool
Pedagogische Wetenschappen
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Pieter Verstraete
Kernwoorden
Share this on: