Bijzondere kenmerken verbonden aan een intuitu personae verbintenis

Elisabeth Aumann
Aan een intuitu personae verbintenis worden traditioneel enkele bijzondere kenmerken verbonden. Deze masterscriptie gaat na of deze van het gemeen verbintenissenrecht afwijkende kenmerken, mede gelet op de evoluties die de intuitu personae verbintenis door de jaren heen heeft ondergaan, nog steeds behouden moeten blijven.

Over het al dan niet behoud van de intuitu personae verbintenis als een van het gemeen verbintenissenrecht afwijkende verbintenis

Traditioneel verbindt men aan een intuitu personae verbintenis enkele bijzondere kenmerken. Zo kan deze verbintenis vernietigd worden op grond van het wilsgebrek dwaling omtrent de persoon, vereist ze een persoonlijke uitvoering, is de overdracht ten bijzondere titel verboden, neemt ze een einde wanneer een bepaalde gebeurtenis zich voordoet ten aanzien van de partij in wiens hoofde de verbintenis een intuitu personae karakter heeft en kan ze in sommige gevallen ad nutum eenzijdig beëindigd worden. Reeds op het eerste zicht is duidelijk dat deze kenmerken in sterke mate afwijken van de principes van het gemeen verbintenissenrecht. Buiten het feit dat bij intuitu personae verbintenissen een aanzienlijk belang wordt gehecht aan de persoon of aan de persoonlijke kwaliteiten van de wedepartij kan voor deze afwijkingen geen overtuigende achterliggende grondslag worden gevonden. Om deze reden is het interessant om na te gaan of de intuitu personae verbintenis vandaag nog steeds een afzonderlijke behandeling in ons recht verdient. In een poging op deze vraag een antwoord te kunnen bieden, wordt deze masterscriptie onderverdeeld in drie hoofdstukken.

 

Het eerste hoofdstuk gaat na wat precies verstaan wordt onder het begrip ‘intuitu personae’. Daar waar men er traditioneel van uitging dat het intuitu personae karakter een statisch karakter heeft, stellen meer hedendaagse auteurs, zowel in het Belgische als in het Franse recht, dat het intuitu personae karakter zowel naar de omvang als naar de intensiteit sterk kan variëren. Deze evolutie heeft tot gevolg dat het niet langer mogelijk is om alle soorten van overeenkomsten waarin persoonlijke kwaliteiten van de wederpartij een doorslaggevende rol spelen of waarin een bijzonder vertrouwen wordt gesteld in de persoon van de wederpartij, onder eenzelfde noemer te brengen.

 

Na een grondige analyse van de bijzondere kenmerken in hoofdstuk twee, blijkt bovendien dat de verfijningen van het begrip, zoals besproken in het eerste hoofdstuk, ook gevolgen hebben op het vlak van de bijzondere rechtsgevolgen. Zo neemt men aan dat indien de persoon van de wederpartij slechts een rol van garantie op een goede uitvoering van de overeenkomst speelt, de bijzondere kenmerken niet zonder meer van toepassing zijn. Indien er dus sprake is van een ‘zwak’ intuitu personae karakter valt men terug op de principes van het gemeen verbintenissenrecht. Hier rijst de vraag naar het nut van het behoud van de bijzondere kenmerken. Zouden de principes van het gemeen verbintenissenrecht ook niet voor overeenkomsten met een ‘strikter’ intuitu personae karakter voldoende bescherming kunnen bieden? Om dit na te gaan worden de principes van het gemeen verbintenissenrecht afgezet tegen de bijzondere kenmerken. In ieder geval lijkt het erop dat ons gemeen verbintenissenrecht voor de schuldeiser van een verbintenis voldoende waarborgen biedt.

 

Tot slot wordt de aanwezigheid van de bijzondere kenmerken van de intuitu personae overeenkomst geanalyseerd in de lastgevingsovereenkomst en in de aannemingsovereenkomst afgesloten met de beoefenaar van een vrij beroep. Dit zijn overeenkomsten die traditioneel geacht werden een ‘strikt’ intuitu personae karakter te hebben. Uit de analyse blijkt evenwel dat dit niet langer verdedigbaar is. De bijzondere kenmerken van de intuitu personae overeenkomst zijn ook op deze overeenkomsten niet meer strikt van toepassing. Aangezien overeenkomsten met een ‘strikt’ intuitu personae karakter in de praktijk dus nog nauwelijks voorkomen, lijkt ook deze evolutie in de richting van een afschaffing van de bijzondere kenmerken te wijzen.

Bibliografie

BIBILIOGRAFIE
BELGIË
§1. Wetgeving
- Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804, BS 3 september 1807.
- Wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek, Parl.St. Kamer, 2018-2019, 3709/001.
§2. Rechtspraak
- Cass. 23 januari 1845, Pas. 1845, I, 312.
- Cass. 24 april 1845, Pas. 1846, I, 484.
- Cass. 24 mei 1878, Pas. 1878, I, 274.
- Cass. 26 februari 1885, Pas. 1885, I, 85.
- Cass. 13 oktober 1910, Pas. 1910, I, 443.
- Cass. 15 juni 1911, Pas. 1911, I, 353.
- Cass. 6 januari 1944, Arr.Verbr. 1944, 66 en Pas. 1944, I, 133.
- Cass. 11 maart 1948, Arr.Cass. 1948, 146.
- Cass. 17 juni 1957, Arr.Cass. 1957, 867.
- Cass. 17 oktober 1957, Arr.Cass. 1958, 83.
- Cass. 22 november 1957, Arr.Cass. 1958, 171.
- Cass. 9 juni 1961, Pas. 1961, I, 1104.
- Cass. 2 mei 1964, Pas. 1964, I, 934.
- Cass. 28 mei 1965, Pas. 1965, I, 1051.
- Cass. 9 september 1965, RW 1967-1968, 791.
- Cass. 19 februari 1970, Arr.Cass. 1970, 578.
- Cass. 24 maart 1972, Arr.Cass. 1972, 707.
- Cass. 9 maart 1973, Arr.Cass. 1973, 671.
- Cass. 10 april 1975 RCJB 1978, 198, noot COIPEL, M.
- Cass. 3 maart 1978, Arr.Cass. 1978, 780.
- Cass. 21 juni 1979, Arr.Cass. 1978-1979, 1268.
- Cass. 4 september 1980, Arr.Cass. 1980-1981, 7 en Pas. 1981, I, 7.
- Cass. 20 september 1980, Pas. 1981, I, 14.
79
- Cass. 2 april 1981, Arr.Cass. 1980-1981, 867.
- Cass. 4 maart 1982, RCJB 1984, 175.
- Cass. 16 februari 1984, Pas. 1984, I, 692.
- Cass. 13 december 1985, Arr.Cass.1985-1986, 561.
- Cass. 23 oktober 1989, Arr.Cass. 1989-1990, 242.
- Cass. 5 oktober 1990, Arr.Cass. 1990-1991, 125.
- Cass. 31 januari 1991, Arr.Cass. 1990-1991, 584.
- Cass. 28 juni 1993, Arr.Cass. 1993, 640.
- Cass. 6 maart 1995, Pas. 1995, I, 278.
- Cass. 6 juni 1996, Arr.Cass.1996, 558.
- Cass. 28 juni 1996, Arr.Cass. 1996, 664.
- Cass. 21 januari 2000, RW 2000-2001, 1016, noot NEUTS, J.
- Cass. 24 juni 2004, Arr.Cass. 2004, 1201.
- Cass. 16 juni 2005, TFR 2006, afl. 293, 33. - Cass. 6 februari 2006, RW 2006-2007, 1410.
- Cass. 24 september 2007, Arr.Cass 2007, 1735.
- Cass. 22 februari 2008, Arr.Cass. 2008, afl.2, 499.
- Cass. 10 april 2008, JT 2010, 349 en JLMB 2008, 1588, noot GEORGES, F.
- Cass. 3 september 2010, RW 2011-2012, 565, noot VAN DEN BERGHE, B.
- Cass. 17 februari 2011, Arr.Cass. 2011, afl. 2, 553.
- Cass. 19 mei 2011, JLMB 2012, 204.
- Cass. 7 juni 2012, Arr.Cass 2012, 1559.
- Cass. 4 februari 2013, RW 2014-2015, 542.
- Cass. 28 november 2013, RW 2014-2015, 584.
- Cass. 29 mei 2015, TBO 2015, 267.
- Cass. 24 maart 2016, TBH 2017, afl. 2, 200, noot STEENNOT, R.
- Antwerpen 17 april 1989, Pas. 1989, II, 261.
- Antwerpen 12 november 1996, AJT 1997-1998, 41.
- Antwerpen 5 maart 2001, TBH 2002, afl. 2, 116.
- Antwerpen 28 juni 2001, TBBR 2002, 390.
- Antwerpen 12 juni 2006, RW 2008-2009, 279.
- Antwerpen 21 november 2011, TBBR 2013, 522.
80
- Bergen 21 juni 1983, Pas. 1983, II, 125.
- Bergen 30 oktober 1984, T.Aann. 1992, 255.
- Bergen 26 december 1990, RDC 1992, 348.
- Bergen 17 januari 1994, JLMB 1994, 1032, noot BUYLE, J.
- Bergen 14 januari 1997, RCJB 2001, 141, noot LIMPENS, A.
- Bergen 10 september 2001, RRD 2002, 362 en TBH 2003, 329, noot CARON, S.
- Bergen 24 januari 2003, TBBR 2004, 521.
- Brussel 2 december 1835, Pas. 1835, II, 349.
- Brussel 15 december 1930, Pas. 1931, II, 6.
- Brussel 5 juni 1958, Pas. 1959, II, 104.
- Brussel 14 januari 1972, T.Aann. 1980, 187.
- Brussel, 5 oktober 1988, TBH 1989, 883, noot LIEFSOENS, L.
- Brussel 21 december 2000, TBH 2002, 107.
- Brussel 25 januari 2002, JLMB 2003, 952.
- Brussel 1 april 2004, JLMB 2005, 264.
- Brussel 2 februari 2005, T.App. 2005, afl. 4, 21.
- Brussel 10 februari 2014, RABG 2016, 592, noot NAYAERT, P.
- Gent 3 januari 1925, Jur.Comm.Fl. 1925, 8.
- Gent 6 maart 1990, TGR 1990, 4.
- Gent 16 november 1990, TGR 1991, 8.
- Gent 10 december 1997, TBH 1999, 269.
- Gent 9 april 2003, RABG 2004, 404, noot DE JONGHE, D.
- Gent 12 januari 2007, NJW 2007, 608.
- Gent 25 februari 2009, RW 2010-2011, 746.
- Gent 21 oktober 2009, RABG 2010, 1000.
- Luik 29 april 1988, JLMB 1988, 1381.
- Luik 13 maart 1989, JT 1989, 566.
- Luik 6 mei 1992, JT 1992, 797 en JLMB 1992, 1268, noot LOUVEAUX, B.
- Luik 21 maart 1995, RRD 1995, 468.
- Luik 4 november 1997, TBBR 1998, 374.
- Luik 15 oktober 1998, JT 1999, 137.
- Luik 19 oktober 1998, TBBR 2000, 53.
81
- Luik 14 oktober 2003, T.Gez. 2004-2005, 31, noot GAUCHE, V.
- Luik 28 mei 2009, JLMB 2011 (samenvatting), 281.
- Luik 30 november 2009, JLMB 2011, 457.
- Rb. Brugge 2 juni 1987, RW 1990-1991, 302.
- Rb. Brussel 29 april 1948, JT 1948, 447.
- Rb. Brussel 16 februari 1962, JT 1962, 480.
- Rb. Brussel 24 juni 1970, T.Aann. 1980, 187.
- Rb. Brussel 19 juni 1989, T.Aann. 1990, 395.
- Rb. Hasselt, 23 december 1996, Limb.Rechtsl. 1998, 126, noot DEGREEF, D.
- Rb. Hasselt 6 januari 2000, RW 2001-2002, 351, noot DE BOECK, A.
- Rb. Hasselt 2 april 2001, RW 2004-2005, 751.
- Rb. Hasselt 25 maart 2002, RW 2003-2004, 1390.
- Rb. Kortrijk 17 juni 1948, RW 1950-1951, 60.
- Rb. Luik 14 november 1977, De Verz. 1978, 218.
- Rb. Luik 27 januari 1987, RGDC 1987, 84.
- Rb. Luik 24 februari 1995, JLMB 1995, 1019.
- Rb. Luik 14 oktober 2003, T.Gez. 2004-2005, 31, noot GAUCHE, V.
- Rb. Nijvel 22 september 1997, JLMB 1999, 33.
- Rb. Nijvel 30 juni 1998, JT 1999, 13.
- Rb. Tongeren 5 juni 1987, TBBR 1988, 335.
- Kh. Brussel 9 oktober 1961, Jur.Comm.Brux. 1962, 37.
- Kh. Brussel 7 oktober 1963, JCB 1964, 30.
- Kh. Brussel 23 juni 1966, JBC 1966, 290.
- Kh. Brussel 14 juni 1989, TBH 1990, 424.
- Kh. Brussel 7 februari 1995, TBH 1996, 450.
- Kh. Brussel 18 januari 2007, T.Gez. 2009-2010, 293.
- Kh. Gent 10 juli 1910, Jur.Com.Fl. 1911, 425.
- Kh. Gent 31 oktober 2016, DAOR 2017, 70.
- Kh. Hasselt 21 februari 1995, TBH 1995, 389.
- Kh. Kortrijk 3 juni 1988, TBH 1989, 178.
- Kh. Verviers 24 november 1992, TBH 1993, 963.
- Kh. Turnhout, 10 juli 1996, TBH 1997, 765.
82
- Vred. Antwerpen 30 november 1988, T. Vred. 1990, 381.
- Vred. Charleroi 17 oktober 2002, JT 2003, afl. 6079, 14.
- Vred. Elsene 5 december 1949, Res.Jur.Imm. 1950, 35.
- Vred. Sint-Jans-Molenbeek 14 maart 1989, JT 1989, 384.
- Vred. Zottegem 6 mei 2010, RW 2010-2011, 1450.
§3. Rechtsleer
A. Boeken
- ANDRIES, K., Geheimhoudingsovereenkomsten, Brugge, die Keure, 2011, 662 p.
- AYDOGAN, A., De aard van de overeenkomst, Antwerpen, Intersentia, 2014, 576 p.
- BAERT, G., Privaatrechtelijk bouwrecht: begrippen van het rechtssysteem, zakenrecht en contractenrecht, Brussel, Story-Scientia, 1989, 897 p.
- BAERT, G., Aanneming van werk, Antwerpen, Kluwer, 2001, 680 p.
- BOES, R. en PAULUS, C., Lastgeving , Gent, Story-Scientia, 1978, 178 p.
- BRULEZ, P., Koop en aanneming: faux amis?, Antwerpen, Intersentia, 2015, 858 p.
- BURSSENS, F. m.m.v. DE SMIJTER, L., Aannemingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, 570 p.
- BUYL, V., GIELIS, M. en RUYSSCHAERT, S., Handboek leasing: roerende en onroerende leasing, cross border leasing: juridische, boekhoudkundige en fiscale aspecten, Antwerpen, Maklu, 2005, 235 p.
- CORNERLIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 476 p.
- DAMBRE, M., Bijzondere overeenkomsten, Brugge, die Keure, 2018, 596 p.
- DE BOECK, A., Informatierechten -en plichten bij de totstandkoming en uitvoering van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2000, 572 p.
- DE BOECK, A. en VAN RANSBEECK, R., Opzegging van handelscontracten, Brussel, Larcier, 2014, 201 p.
- DE BRIEY, R. en DURANT, I., L’exercice de la profession d’architecte, Brussel, Larcier, 2010, 348 p.
- DEKKERS, R. en VERBEKE, A.L., Handboek Burgerlijk recht, Deel III, Antwerpen Intersentia, 2007, 820 p.
83
- DEL CORAL, J., Dwaling, Brussel, Larcier, 2011, 132 p.
- DELVAUX, A., Traité juridique des bâtisseurs, Brussel, Bruylant, 1968, 877 p.
- DE PAGE, H., Traité élémentaire de droit civil belge, II, Brussel, Bruylant, 1964, 1196 p.
- DE PAGE, H., Traité élémentaire de droit civil belge, III, Brussel, Bruylant, 1967, 1185 p.
- DE PAGE, H., Traité élémentaire de droit civil belge, IV, Brussel, Bruylant, 1972, 1108 p.
- DE PAGE, H., Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1975, 1168 p.
- DE PUYDT, P., De aansprakelijkheid van advokaten en gerechtsdeurwaarders, Antwerpen, Kluwer, 1983, 284 p.
- DIRIX, E., Obligatoire verhoudingen tussen contractanten en derden, Antwerpen, Kluwer, 1984, 318 p.
- FELTKAMP, R., De overdracht van schuldvorderingen, Antwerpen, Intersentia, 2005, 1012 p.
- FORIERS, P.A., La caducité des obligations contractuelles par disparation d’un élément essential à leur formation, Brussel, Bruylant, 1998, 218 p.
- GILLIS, R., De rechtstreekse aanspraak in de onderovereenkomst: plaatsvervanging, onderlastgeving en onderaanneming, Antwerpen, Kluwer, 2014, 205 p.
- GOOSSENS, W., Aanneming van werk: het gemeenrechtelijk dienstencontract, Brugge, die Keure, 2003, 1327 p.
- KLUYSKENS, A., De verbintenissen, I, Antwerpen, Standaard Boekhandel, 1948, 656 p.
- KLUYSKENS, A., De contracten, IV, Antwerpen, Standaard Boekhandel, 1952, 731 p.
- LAURENT, F., Principes de droit civil, XV, Brussel, Bruylant, 1878, 675 p.
- LAURENT, F., Principes de droit civil, XVII, Brussel, Bruylant, 1878, 638 p.
- LAURENT, F., Principes de droit civil, XXVIII, Brussel, Bruylant, 1887, 593 p.
- Les novelles, Droit Civil, IV, Brussel, Larcier, 1957, 806 p.
- PAUWELS, C., Contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen of uitvoeringsagenten, Antwerpen, Maklu, 1995, 482 p.
84
- RIGAUX, P., Le droit de l’architecte, évolution des 20 dernières années, Brussel, Larcier, 1993, 573 p.
- RUTTEN, S., De betaling. Juridische aard en rechtsgevolgen, Antwerpen, Intersentia, 2011, 350 p.
- SAMOY, I., Middellijke vertegenwoordiging, Antwerpen, Intersentia, 2005, 762 p.
- STIJNS, S., De gerechtelijke en de buitengerechtelijke ontbinding van overeenkomsten, Antwerpen, Maklu, 1994, 706 p.
- STIJNS, S., Verbintenissenrecht, Boek II, Brugge, die Keure, 2009, 186 p.
- STIJNS, S., Verbintenissenrecht, Boek I, Brugge, die Keure, 2016, 284 p.
- THIRY, V., Cours de droit civil, II, Luik, Vaillant-Carmanne, 1892, 663 p.
- TILLEMAN, B., Lastgeving, Antwerpen, Kluwer, 1997, 396 p.
- TILLEMAN, B., Le mandat, Diegem, Kluwer, 1999, 467 p.
- TILLEMAN, B., Bewaargeving en sekwester, Antwerpen, Kluwer, 2000, 427 p.
- TIMMERMANS, R., Dwaling en bedrog bij koop en verkoop van onroerend goed, Mechelen, Kluwer, 2007, 606 p.
- VANDEPUTTE, R., De overeenkomst: haar ontstaan, haar uitvoering en verdwijning, haar bewijs, Brussel, Larcier, 1977, 462 p.
- VAN GERVEN, W. en VAN OEVELEN, A., Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2015, 728 p.
- VAN OEVELEN, A., Overeenkomsten, Deel 2, Bijzondere overeenkomsten, E. Aanneming van werk – Lastgeving, Mechelen, Kluwer, 2017, 691 p.
- VAN OMMESLAGHE, P., Traité de droit civil belge, II, Les obligations, Brussel, Bruylant, 2013, 2665 p.
- VAN QUICKENBORNE, M., Borgtocht, Antwerpen, Kluwer, 1999, 518 p.
- VANSWEEVELT, T., De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis, Antwerpen, Maklu, 1992, 947 p.
- VERMANDER, F., De opzegging van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2014, 1060 p.
- VYNCKIER, J., Sponsoringcontracten, Antwerpen, Intersentia, 2018, 974 p.
- WERY, P., Le mandat, Brussel, Larcier, 2000, 341 p.
- WERY, P., Droit des obligations, Volume I, Théorie générale du contract, Brussel, Larcier, 2011, 1044 p.
85
- WERY, P., Droit des obligations, Volume II, Les sources des obligations extracontractuelles, le régime général des obligations, Brussel, Larcier, 2016, 1015 p.
- WITHOFS, V., Contractsoverdracht in Recht en onderneming, Brugge, die Keure, 2015, 600 p.
B. Bijdragen in verzamelwerken
- ANDRIES, K., “Intuitu personae–clausules”, in BALLON, G.-L., DE DECKER, H., SAGAERT, V., TERRYN, E., TILLEMAN, B. en VERBEKE A.-L.(eds.), Gemeenrechtelijke clausules, I, Antwerpen, Intersentia, 2013, 333-358.
- BAZIER, P., “L’intuitu personae et l’exécution des obligations contractuelles: questions choisies à propos du paiement de la dette par un tiers” in WERY, P. (ed.), Théorie générale des obligations et contrats spéciaux, Brussel, Larcier, 2016, 105-175.
- DE BOECK, A., “De wilsgebreken dwaling en bedrog vandaag. Responsabilisering en ankerplaats voor de precontractuele informatieverplichting” in VAN RANSBEECK, R., (ed.), Wilsgebreken, Brugge, die Keure, 2006, 37-100.
- DE BOECK, A., SAGAERT V. en WITHOFS, V., “Actualia inzake overdracht van schulden, schuldvorderingen en contracten en inzake derdenwerking van contracten” in STIJNS, S. (ed.), Verbintenissenrecht, Brugge, die Keure, 2015, 1-43.
- DE BOECK, A. en WAELKENS, J., “Dwaling” in Comm.Bijz.Ov., 2017, afl.111, 187-238.
- DE CONINCK, J., “Contractenrecht principes” in Comm.Bijz.Ov., 2010, afl. 84, 119- 167.
- DEMEYERE, L., “Rechtshandelingen ter beëindiging van overeenkomsten” in CARLE, G., DEMEYERE, L., FORIERS, P.A., JADOUL, P., SPANOGHE F. en STORME, M.E. (eds.), La fin du contrat. De behoorlijke beëindiging van overeenkomsten, Brussel, Vlaams Pleitgenootschap bij de balie te Brussel, 1993, 9-18.
- KOHL, B. en VANHOUTTE, V., “Artikel 1794” in Comm.Bijz.Ov., 2011, afl. 86, 187-199.
- KOHL, B. en VANHOUTTE, V., “Artikel 1795” in Comm.Bijz.Ov., 2011, afl. 86, 201-204.
86
- LAGA, H., “Enige bedenking omtrent fusie en de overgang van intuit personae-overeenkomsten” in BAERT, G. (ed.), Liber amicorum Jan Ronse, Brussel, Story-Scentia, 1986, 237-263.
- MARCHANDISE, P., “Le changement de cocontractant dans les contrats à prestations successives” in CORNELIS, L., GLANSDORFF, F. en HERBOTS, J. (eds.), La vie du contrat à prestations successives. Het contract met opeenvolgende prestaties, Brussel, CJB, 1991, 127-157.
- PAULUS, C., “Enkele facetten van lastgeving” in J.H. HERBOTS (ed.), Bijzondere overeenkomsten – actuele problemen, Antwerpen, Kluwer, 1980, 327-362.
- SAMOY, I., “Actuele topics van conventionele vertegenwoordiging” in LAMBRECHT, D. en SAGAERT, V. (eds.), Actuele ontwikkelingen inzake verbintenissenrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, 85-157.
- VAN OMMESLAGHE, P., “L’exécution des contrats de services par autrui” in FORIERS, P.A., GLANSDORF, F en VERHEYDEN-JEANMART, N. (eds.), Les contrats de service, Brussel, Jeune Barreau de Bruxelles, 1994, 237-279.
- VAN RANSBEECK, R., “Schorsing en beëindiging van overeenkomsten” in Comm.Bijz.Ov., 2005, afl. 63, 1-38.
- VERMANDER, F., “Beëindiging van de overeenkomst – Eenzijdige opzeggingsbedingen” in BALLON, G.-L., DE DECKER, H., SAGAERT, V., TERRYN, E., TILLEMAN, B. en VERBEKE, A.-L. (eds.), Gemeenrechtelijke clausules, II, Antwerpen, Intersentia, 2013, 1529-1556.
- WERY, P., “Les contrats de services gratuits” in TILLEMAN, B. en VERBEKE, A.-L. (eds.), Knelpunten dienstencontracten, Antwerpen, Intersentia, 2006, 59-95.
- WITHOFS, V., “Clausules tot overdracht van overeenkomsten” in BALLON, G.-L., DE DECKER, H., SAGAERT, V., TERRYN, E., TILLEMAN, B., en VERBEKE A.-L. (eds.), Gemeenrechtelijke clausules, I, Antwerpen, Intersentia, 2013, 767-830.
C. Tijdschriften
- BAZIER, B. en. GEORGES, F., “Faillite et intuitus personae: un régime à redéfinir?”, TBBR 2017, 3-35.
- BILLIET, J., “Franchising”, TBH 1982, 109-130.
87
- BOCKEN, H., DE LY, F., KRUITHOF, R. en TEMMERMAN, B., “Overzicht van rechtspraak (1981-1992). Verbintenissen”, TPR 1994, 171-721.
- DIRIX, E., “Faillissement en lopende overeenkomsten”, RW 2003-2004, 201-211.
- DU JARDIN, L., “L’intuitus et la sélection des intermédiaires commerciaux, TBH 2008, 918-925.
- DU LAING, B., “(Geld)lening en krediet(opening)”, RW 2005, 961-971.
- FORIERS, P. A., “Observations sur l’article 1994 du Code civil et l’action directe née de la substitution” (noot onder Cass. 16 december 1977), RCJB 1981, 469-495.
- FORIERS, P.A., “Observations sur la caducité des contrats par suite de la disparition de leur objet ou de leur cause”, RCJB 1987, 74-113.
- GILLAERTS, P., “De dood van de lasthebber. Waar uitzonderingen de regel vormen”, Jura Falc. 2014-2015, afl. 2, 289-326.
- JANSEN, S. en STIJNS, S., “Schuldoverdracht: Pleidooi voor een volwaardige wettelijke regeling”, DAOR 2018, 6-35.
- KRUITHOF, R., “Overzicht van rechtspraak (1974-1980). Verbintenissen”, TPR 1983, 495-717.
- LIEFSOENS, L., “Een toepassing van de schijnleer door opslorping en het lot van overeenkomsten intuitu personae” (noot onder Brussel 5 oktober 1989), TBH 1989, 887-902.
- MAES, A., “De dwaling in rechte: een nieuw paardenmiddel?”, TBBR 2014, afl. 4, 176-181.
- NAEYAERT, P., “Overdracht van de concessieovereenkomst”, RAGB 2016-2017, 599-606.
- RUTTEN, S., “De eenzijdige beëindiging door de cliënt van de overeenkomst gesloten met de beoefenaar van een vrij beroep”, (noot onder Cass. 5 maart 2001), TBH 2002, afl. 2, 83-92.
- RUTTEN, S., “Over het recht van de schuldeiser om nakoming door een derde te weigeren: de schuldeiser is niet de hoeder van zijn betaler” (noot onder Cass. 2 februari 2012), RW 2014-2015, afl. 42, 1659-1663.
- STIJNS, S., “De beëindiging van de kredietovereenkomst: macht en onmacht van de (kort geding-) rechter”, TBH 1996, 100-167.
88
- STORME, M.E., “De bepaling van het voorwerp van een verbintenis bij partijbeslissing”, TPR 1988, 1259-1297.
- VAN HOUTTE, B., “Vergoeding voor winstderving bij eenzijdige opzegging van een architectuurovereenkomst door de bouwheer – Een kritische benadering van artikel 1793 BW”, Jura. Falc. 1977-1978, 359-367.
- VAN OEVELEN, A., “De buitengerechtelijke ontbindingsverklaring van wederkerige overeenkomsten wegens wanprestatie door het Hof van Cassatie aanvaard” (noot onder Cass. 2 mei 2002), RW 2002-2003, 501-506.
- VAN OPSTALL, S.N., “Ontwerp-Benelux-overeenkomst inzake nakoming van verbintenissen”, TPR 1973, 697-739.
- VAN RANSBEECK, R., “De opzegging”, RW 1995-1996, 345-361.
- VANWASSENHOVE, Y., “Kredietverlening aan KMO’s. Nieuw wettelijk kader”, NJW 2014, 626-637.
- VEECKMANS, B., “Over de eenzijdige opzegging van een aannemingsovereenkomst voor onbepaalde duur en het verschil met artikel 1794 BW”, RABG 2003, 668-672.
- VELGHE, G., “Contractoverdracht”, RW 2012-2013, afl. 12, 442-450.
- VERLINDEN, M. en VERNIMME, I., “IP-aandachtspunten in het kader van een due dilligence”, IRDI 2008, 331-338.
- WITHOFS, V. “De gemeenrechtelijke contractoverdracht als zelfstandige rechtsfiguur”, RW 2015-2016, afl. 13, 483-502.
FRANKRIJK
§1. Wetgeving
- Ordonnantie van 10 februari 2016 portant réforme du droit des contrats, du régime général et de la preuve des obligations. https://www.legifrance.gouv.fr/eli/ordonnance/2016/2/10/JUSC1522466R/jo….
- Code Civil van 25 maart 2019. https://www.legifrance.gouv.fr/affichCode.do?cidTexte=LEGITEXT000006070….
§2. Rechtspraak
- Cass. (FR) 9 november 1874, DP 1875, I, 155.
89
- Cass. (FR) 18 oktober 1960, D. 1961, Jurispr., 125.
- Cass. (FR) 29 mei 1963, D. 1964, Somm., 1.
- Cass. (FR) 23 februari 1972, Bull.Civ. 1972, III, 92, nr. 126.
- Cass. (FR) 7 januari 1992, nr. 90-14831 Bull.civ. 1992, IV, nr. 3, 3.
- Cass. (FR) 6 juni 2000, D. 2001, 1345.
- Cass. (FR) 3 november 2004, nr. 02-17.919, www.lexisnexis.com.
§3. Rechtsleer
A. Boeken
- ARTEIL, D., L’exécution du contrat par un non-contractant, Poitier, LGDJ 2005, 482 p.
- AYNES, L., La cession du contrat et les opérations juridiques à trois personnes, Parijs, Economica, 1984, 283 p.
- AYNES, L. en MALAURIE, P., Droit des obligations, Issy-les-Moulineaux Cedex, LGDJ, 2016, 897 p.
- BAUDRY-LACANTINERIE, G. en BARDE, L., Traité théorique et pratique de droit civil – Des obligations, II, Parijs, Sirey, 1907, 454 p.
- BENABENT, A., Droit Civil, Les contrats spéciaux, civils et commerciaux, Parijs, Montchrestien, 2011, 702 p.
- BOULANGER, J. en GHESTIN, J., La notion d’erreur dans le droit positif actuel in Bibiliothèque de droit privé, Parijs, LGDJ, 1971, 383 p.
- BROS, S. en LARROUMET, C., Traité de droit civil, III, Les obligations, le contrat, Parijs, Economica, 2016, 1009 p.
- BUFFELAN-LANORE, Y. en LARRIBAU-TERNEYRE, V., Droit civil: les obligations, Parijs, Dalloz, 2018, 1269 p.
- CHENEDE, D., LEQUETTE, Y., SIMLER, P. en TERRE, F., Droit civil: les obligations, Parijs, Dalloz, 2019, 2036 p.
- CONTAMINE-RAYNAUD, M., L’intuitus personae dans les contrats, Parijs, thèse, 1974, 830 p.
- FENET, P.A., Recueil complet des travaux préparatoires du Code Civil, XIV, Paris, au depot, 1827, 621 p.
90
- FENOUILLET, D., MALINVAUD, P. en MEKKI, M., Droit des obligations, Parijs, Lexis Nexis, 2014, 802 p.
- LE TOURNEAU, P., Droit de la responsabilité et des contrats, Parijs, Dalloz, 2012, 2162 p.
- MOUSSERON, P., RAYNARD, J. en SEUBE, J.-B., Technique contractuelle, Lonrai, Editions Francis Lefebre, 2017, 454 p.
- VALLEUR, F., L’intuitus personae dans les contrats, Paris, Librairie de Jurisprudence Ancienne et Moderne, 1938, 336 p.
B. Bijdragen in verzamelwerken
- AZOULAI, M., “L’élimination de l’intuitus personae dans le contrat”, in DURAND, P. (ed.), La tendance à la stabilité du rapport contractuel, Parijs, Pichon & Durand-Auzias, 1960, 1-36.
C. Tijdschriften
- KRAJESKI, D., “L’intuitus personae et la cession du contrat”, Rec.Dall. 2001, 1345- 1347.
- KRAJESKI, D. en LE TOURNEAU, PH., “Contrat intuitu personae”, Juris-Classeur contrats-distribution, fasc. 200, 2012.