De straftoemetingsvrijheid van de rechter: een onderzoek naar beïnvloedende factoren

Astrid Senave
Deze masterproef belichaamt de zoektocht naar de factoren die de straftoemetingsvrijheid van de rechter beïnvloeden. De literatuurstudie legt bepaalde wettelijke en buitenwettelijke invloeden bloot en wordt gevolgd door een onderzoek waarin de impact van deze factoren wordt ontplooid. Dit onderzoek steunt op diverse interviews met de straftoemeter zelf.

De straftoemetingsvrijheid van de rechter: een onderzoek naar beïnvloedende factoren

Deze masterproef belichaamt de zoektocht naar de factoren die de straftoemetingsvrijheid van de rechter beïnvloeden. In een literatuurstudie wordt op zoek gegaan naar deze wettelijke en buitenwettelijke elementen. De mogelijke impact van diverse factoren wordt ontleed en reeds gevoerd onderzoek wordt betrokken in deze analyse. De betrokken wettelijke factoren omhelzen onder meer het straffenarsenaal, de strafdoelen, de minimum- en de maximumstraf, de strafmodaliteiten… Naast de legale strafdeterminanten van de ernst van het misdrijf en het gerechtelijk verleden van de dader, heeft deze masterscriptie oog voor tal van buitenwettelijke factoren. Deze elementen belichamen de persoon van zowel de dader als de rechter, de verschillende strafprocesactoren zoals het openbaar ministerie, de advocaat en de burgerlijke partij, de externe factoren zoals de media, de publieke opinie en de politiek, alsook de mogelijke impact van de strafuitvoering. Deze literatuurstudie legt bepaalde invloeden bloot en wordt gevolgd door een onderzoek waarin de impact van deze factoren wordt ontplooid. Dit onderzoek steunt op diverse interviews met de straftoemeter zelf. Dit straftoemetingsonderzoek met acht deelnemende magistraten, zetelend in ofwel de politierechtbank, ofwel de correctionele kamer van de rechtbank van eerste aanleg, licht echter slechts een tip van de sluier die de straftoemetingsvrijheid bedekt. Aan de hand van de literatuurstudie en de resultaten van het onderzoek wordt nagegaan welke factoren het meeste gewicht in de schaal van Vrouwe Justitia leggen. Het wettelijk straffenarsenaal vormt in eerste instantie de keuze van de strafsoort. Dit arsenaal biedt de rechter heel wat mogelijkheden, die op het vlak van de strafduur echter enigszins worden ingeperkt door de minimum- en maximumstraf. Zowel de literatuur als het gevoerde onderzoek onderstreept het belemmerend effect van deze grenzen. Verder profileren de ernst van het misdrijf, het schuldinzicht van de dader en het recidiverisico zich als fundamentele factoren doorheen het straftoemetingsproces. Naast de actoren van het proces lijken ook externe actoren zoals de media en de publieke opinie als een vertolking van wat de maatschappij beweegt een hand te hebben in de straftoemeting. Het politieke beleid en de strafuitvoering creëren verder een spanningsveld met de rechterlijke macht. Deze wanverhoudingen blijken de straftoemetingspraktijk ook te tekenen.

Bibliografie

6. Bibliografie

6.1 Wetgeving en voorbereidende werken

6.1.1 Wetgeving
Wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, BS 5 oktober 1867.

Wet van 31 mei 1888 op de voorwaardelijke veroordeling en de voorwaardelijke invrijheidstelling, BS 3 juni 1888.

Wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, BS 11 mei 1930.

Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, BS 17 juli 1964.

Wet tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, BS 10 april 2014

Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, BS 15 april 1965.

Wet van 10 februari 1994 tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het

uitstel en de probatie, BS 27 april 1994.
Wet van 22 maart 1999 tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel

en de probatie, BS 1 april 2000.
Wet van 17 april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome straf in correctionele zaken en in

politiezaken, BS 7 mei 2002.

Wet 7 februari 2014 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf, BS 28 februari 2014.


107

6.1.2 Parlementairestukken

Memorie van toelichting bij het Wetsontwerp in verband met de motivering van straffen, tot wijziging van artikel 195 van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 207 van de Rechtspleging bij de Landsmacht,Parl.St.Kamer 1982-83, nr.668/1, 7.

Verslag namens de Commissie voor de justitie bij het wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek en tot invoering van de dienstverlening en de opleiding als gevangenisvervangende straffen, Parl.St.Kamer 2000-01, nr. 550-0549/011, 72.

Memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 2003, nr. 53-3274/001, 4-5.

Advies van de Hoge Raad voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot hervorming van het hof van assisen en rapport van de Commissie Hervorming van het Assisenhof overhandigd aan Mevr. de minister van Justitie L. Onkelinx – november 2005, Parl. St. Senaat, 2008-2009, 4-924/2, 41-42.

Wetsvoorstel tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 1042/002, 8-9.

6.1.3 BeleidsnotavandeministervanJustitie
Algemene Beleidsnota Justitie, Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 588/029.

6.2 Rechtspraak

ECRM, Taxquet v. Belgium, 2009, 16.
GwH 13 juli 2005, nr. 125/2005.
Cass. 13 augustus 1986, Arr. Cass. 1985-86, 1519. Cass. 21 september 1994, Arr. Cass. 1994, 466- 766. Cass. 27 november 1996, AR P.96.0556.F.

108

Cass. 14 februari, 2001, A.G. 2001, 92. Cass. 27 maart 2001, RW 2001-02, 698. Cass. 8 juni 2005, AR P.05.0349.F.
Gent 25 juni 1987, nr. 60176.

6.3 Rechtsleer

6.3.1 Noot onder rechtspraak

MEESE, J., “De aanvang van de redelijke termijn bij voortgezette misdrijven: het Hof van Cassatie op zoek naar nieuwe veroordelingen in Straatsburg?”, noot onder Cass. 21 maart 2006, NC 2006, 320.

6.3.2 Bijdragen in tijdschriften
BEYENS, K. en SCHEIRS, V., “Sociale voorlichtingsrapporten in het kader van straftoemeting: tussen

brugfunctie en professioneel strijdtoneel”, Panopticon 2010, vol.2, 19.
BEYENS, S. en VANHAMME, F., “Onderzoek naar rechtspreken als sociale praktijk”, Tijdschrift voor

Criminologie 2008, afl. 50(4), 350-360.
BLOCH, A., VERMEIREN, G., MAES, J., VERHAEGHE, P., “De praktijk van de autonome werkstraf. De

gerechtelijke wereld aan het woord”, Panopticon 2006, afl. 4, 66.
BORGERS, M. J., “Het wettelijke sanctiestelsel en de straftoemetingsvrijheid van de rechter”, DD 2005,

afl. 11, 111-204.
BORGERS, M. J., “De realisatie van gelijkheid in bestraffing. Over het probleem, de oplossingen en de

trivialiteiten”, AA 2006, afl. 5, 341.

CLAES, E., "Rechtszekerheid, rechtsvinding en toeval in het strafrecht", RW 2002, nr. 30, 1052.

CLAES, E., "Straftoemeting, bestraffingssociologie, bestraffingsfilosofie", R&R 2006, afl. 1, 49-52.
109

Image removed.

DE PAUW, W., Justitie onder invloed. Belgen en vreemdelingen voor de correctionele rechtbank in Brussel,: 28 jaar straftoemeting in drugszaken, Brussel, VUBPress, 2009, 67-68.

DE WOLF, D., “Twee nieuwerwetse sancties in het Strafwetboek: de invoering van de probatie en het elektronisch toezicht als autonome straffen”, RW 2015, nr. 28, 1083.

DECAIGNY, T., “Nieuwe correctionele hoofdstraffen: de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf”, T.Strafr. 2014, afl. 4, 223-224.

DECLERCQ, L., “De redelijke termijn of de onredelijke vertraging in strafzaken: artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Rede uitgesproken op de plechtige openingszitting van het hof van beroep te Gent op 1 september 1988”, RW 1988-89, 380.

ELIARTS, C., “Het ‘nieuw realisme’ in het strafrecht en de criminele politiek”, Panopticon, 1984, vol. 5, 1-9.

GELSTHORPE, L., MORRIS, A., “Women’s Imprisonment in England and Wales: A Penal Paradox.” Criminal Justice 2002, no. 3, 2.

GOETHALS, J., “De rechter berecht: straftoemeting en persoonlijkheid”, Panopticon 1984, 46. GOMMER, H., MEULEMAN, M., “De afhankelijke en belangeloze rechter”, Recht der Werkelijkheid 2007,

Vol. 1, p.7-25.

HARTENDORP, R.C., WAGENAAR, H., “De praktische rechter: De opmerkelijke relevantie van Paul Scholten voor een eigentijdse rechtsvindingstheorie”, R&R 2004, vol. 1, 61.

HENDRICKX, K., “Beter geïnformeerde burger straft milder”, Juristenkrant 2017, nr. 355, 4. HUYBRECHTS, L., “Plaats en rol van de strafrechter in de strafrechtsbedeling”, Panopticon 2001, 76.

HUYBRECHTS, L. en TRAEST, M., "Het strafrechtelijk sanctiestelsel en de straftoemeting door de rechter in België", T. Strafr. 2004, nr. 6, 49.

110

JOUTSEN, M., “Victim participation in proceedings and sentencing in Europe”, International Review of Victimology 1994, vol. 3, (57) 61.

KROES, C. A. H., “Uitlatingen van politici over lopende strafzaken: beïnvloeding van het rechterlijk oordeel?”, NJB 2014, vol.1, 4.

MAES, E., “Elektronisch toezicht als autonome straf. Een maat voor niets, zelfs een bedreiging voor een evenwichtige strafuitvoering?”, Fatik 2014, afl. 141, 25-29.

MEYNS, G., “Inperking beoordelingsvrijheid van de rechter”, NJW 2007, afl. 163, 459.
MONSIEURS, A., “De zwaarte van de straf volgens het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het

Europees Hof voor de Rechten van de Mens”, NC 2008, 225-226.

MONSIEURS, A., VANDERHALLEN, M., ROZIE, J., “Consistente bestraffing: utopie of realiteit? De houding van magistraten tegenover consistentie in de strafvordering en de stratoemeting doorgelicht”, RW2009. nr. 10, 97.

NEDERLANDT, O., “La surveillance électronique comme peine autonome et comme modalité d’exécution des peines?”, JT 2014, afl. 6568, 446.

NIEUWBEERTA, P., VAN WINGERDEN, S.G.C., “Straftoemeting bij moordenaars. De invloed van dader-, slachtoffer- en delictkenmerken”, Straftoemetingsbulletin 2010, afl. 1, 11-21.

OOMS, A., “De rechterlijke onpartijdigheid is niet steeds wat ze lijkt. Een analyse over de grens tussen objectieve en subjectieve onpartijdigheid”, CDPK 2010, vol.4, 499-524.

PEETERS, E., "Een straftoemetingsonderzoek bij de correctionele rechter", Panopticon 1988, 39-62.RAATS, S., “De motiveringsverplichting als waarborg tegen rechterlijke willekeur?”, NC 2011, 233

RAATS, S., “De beïnvloedbare strafrechter : een empirisch onderzoek naar het ankereffect van de strafeis van het openbaar ministerie”, RW 30 maart 2013, nr. 31, 1202.

111

ROZIE, J., “Op zoek naar meer eenvormigheid in de straftoemeting: van maatpak naar confectiepak”,RW 2005, afl. 6, 1482.

ROZIE, J., “Tegenspraak in de bestraffing”, NC 2014, nr. 2, 103.
ROZIE, J., “Naar de vrijheidsstraf als ultimum remedium: een weg bezaaid met wolfijzers en

schietgeweren”, NC 2015, nr. 1, 1

ROZIE, J., en VAN DEUREN, C., “De motivering van de straf en strafmaat: een onderzoek naar de toepassing ervan in de praktijk. Komt de huidige motiveringspraktijk tegemoet aan de door de strafwetgever vooropgestelde doelstellingen?”, NC 2012, (131) 139.

ROZIE, J. en VANDERMEERSCH, D., “De zin van de korte gevangenisstraf in vraag gesteld”, RW 2017-18, nr. 9, 328.

ROZIE, J., VANDERMEERSCH, D., DE HERDT, J., DEBAUCHE, M.,TAEYMANS, M., “Het voorstel van voorontwerp van nieuw Boek I Strafwetboek. Na 150 jaar eindelijk tijd om «de sprong» te wagen”, NC2017, vol. 13, nr. 9.

ROZIE, M., “De probatie kan voortaan ook op eigen vleugels vliegen”, NC 2014, nr. 5, 350. SCHELFAUT, M., ‘Een sub judice rule of een gedragscode voor politici?’, TREMA 2006, 338-343.

STEFFENSMEIER, D., KRAMER, J. H., ULMER, J. T., “Age differences in sentencing”, Justice Quarterly1995, vol. 12, 701-719.

STEVENS, L., “Strafzaken in het nieuws: over ontsporende media en de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie, NJB 2010, afl. 11, 660.

STEVENS, L., “Stereotiepe opvattingen horen niet thuis in een rechtbank”, Juristenkrant 2016, alf. 325, 11.

VAN DE BUNT, H.G., DE KEIJSER, J., ELFFERS, H, “Responsieve rechters”, Rechtstreeks 2004, vol. 2, 7 - 33.

112

VAN DE BUNT, H.G., DE KEIJSER, J., ELFFERS, H, “Rechters en de media: Een knelkoppeling”, Rechtstreeks2004, nr. 2, 11.

VAN DEN BERGH, B., “Recht zkt zekerheid» voor vaste relatie”, RW, 30 oktober 2010, nr. 9, 352.
VAN DER KAADEN, J.J., “Straftoemetingsfactoren, de rechtsgelijkheid in de straftoemeting”, JV 1977, nr.

2, 25

VAN DEUREN, C., “Het elektronisch toezicht als autonome straf”, NC 2014, nr. 5, 360.

VAN DIJK, J.J.M, “Het victimologische perspectief in verleden, heden en toekomst”, TvCr 1997, 292.

VAN DUYNE, P.C., “Een psychologische benadering van verschillen in straftoemeting: een inleidend artikel”, Jv 1980, nr. 10, 28.

VAN DUYNE, P.C., VERWOERD, I.R.A., “Gelet op de persoon van de rechter. Een observatie-onderzoek naar het strafrechtelijk beslissen in de raadkamer”, Jv 1985, nr. 58, 21.

VAN KERCKVOORDE, J., “Straftoemeting bij winkeldiefstal”, Panopticon 1981, 343.
VAN WINGERDEN, S.G.C., “Krijgt Hij Nog Een Kans, of Rekenen We Af? Rechters over De Rol Van Het

Recidiverisico Bij De Straftoemeting”, Nederlands Juristenblad 2013, vol. 88 (34), 2315-3320.
VAN WINGERDEN, S.G.C., “De focal concerns theorie. Ontoetsbare straftoemetingstheorie?”,

Panopticon 2015, 298.

VAN WINGERDEN, S.G.C., VAN WILSEM, J.A., JOHNSON, B.D., “Offender’s personal circumstances and punishment. Toward a more refined model for the explanation of sentencing disparities”, Justice Quarterly 2014, 100-133.

VAN WINGERDEN, S.G.C., WERMINK, H.T., “Een normatieve kijk op de rol van daderkenmerken bij straftoemetingsbeslissingen”, TREMA 2015, vol. 38, 9 -10.

113

VAN DER MADEN, M., MALSCH, M., DE KEIJSER, J., “Waarom wil de burger toch steeds dat rechters zwaarder straffen?”, Trema 2017, nr. 5, 181.

VANDROMME, S., “De werkstraf, de nieuwste aanwinst in het Belgische straffenarsenaal. Een eerste commentaar op de wet van 17 april 2002 tot invoering van de werkstraf als autonome straf in correctionele zaken en politiezaken”, RW 2003, afl. 13, 482.

VANHAMME, F. en BEYENS, K., “La recherche en sentencing: un survol contextualisé”, Déviance et Société 2007, 199.

VIGOUR, C., “Justice: l’introduction d’une rationalité managériale comme euphémisation des enjeux politiques”, Déviance et société 2002, 431.

VERHAERT, L., “Het slachtoffer en de straftoemeting”, NC 2013, nr. 0, 57-58.
WERMINK, H., VAN WINGERDEN, S., NIEUWBEERTA, P., VAN WILSEM, J., “Etnisch gerelateerde

verschillen in de straftoemeting”, Research Memoranda/Raad voor de rechtspraak 2015, vol. 10, 25.

WESTRA, R., “Transparantie: sturen en gestuurd worden” in CJEJ. PRINS, H. GRIFFIOEN, D. BROEDERS “Naar een transparantere rechtspraak. Geen glans zonder wrijving”, Speelruimte voor transparantere rechtspraak, 2014, afl. 25, 297.

6.3.3 Boeken

ANCEL, M., La défense sociale nouvelle. Un mouvement de politique criminelle humaniste, Parijs, Cujas, 1954, 183.

BECCARIA, C., Over misdaden en straffen, Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen, 1982, 25. BEYENS, B., Straffen als sociale praktijk. Een penologisch onderzoek naar straftoemeting, Brussel,

VUBPress, 2000, 37-38.
CARBASSE, J., Introduction historique au droit pénal, Paris, Presses Universitaires de France, 1990, 105.

114

DE BRUYN, D., De magistraat aan het woord, Antwerpen, Maklu, 2006,181.
DE BRUYN, D., De magistraat aan het woord: een verkennend onderzoek naar de opvattingen van

magistraten over hun functioneren in justitie en samenleving, Antwerpen, Intersentia, 2006, 297.
DE KEIJSER, J.W., VAN KOPPEN, P., ELFFERS, H., Op de stoel van de rechter. Oordeelt het publiek net zo

als de strafrechter?, Den Haag, Raad voor de Rechtspraak 2006, 43-44.

DE JONCKHEERE, M., Inleiding tot het recht, Brugge, die Keure / la Charte, 2018, 140.

DE MONTESQUIEU, C., De l’esprit des lois, Parijs, Garnier, 149.


DE PAUW, W., Justitie onder invloed. Belgen en vreemdelingen voor de correctionele rechtbank in Brussel: 28 jaar straftoemeting in drugzaken, Brussel, VUBpress, 2009, 79-80.

DE RUYVER, B., De strafrechtelijke politiek gevoerd onder de socialistische Ministers van Justitie E. Vandervelde, P. Vermeylen en A. Vranckx, Antwerpen, Kluwer, 1998, 90.

DE RUYVER, B., (Grondige studie) Strafrechtelijk Beleid, Gent, IRCP, September 2016, 42.
DE RUYVER, B, VAN IMPE, K., “De minnelijke schikking en de bemiddeling in strafzaken”, RW 2001, 453-

455.
DENIS, J., “La motivation des peines”, RDP 1997, 1037.

DERUYCK, F., e.a., Amicus Curiae: De verwittiging voor bijkomende straff en: naar meer coherentie?, Mortsel, Intersentia, 2013, 151.

DUPONT, L., Beginselen van behoorlijke strafrechtsbedeling: bijdrage tot grondslagenonderzoek,Antwerpen, Kluwer, 1979, 53.

DUPONT L. en VERSTRAETEN, R., Handboek Belgisch Strafrecht, Leuven, Acco, 1990, 207 ENSCHEDE, CH.J., MOOR, H.C.M., SWART, A.H.J., Strafvorming, Arnhem, Gouda Quint, 1975, 82

115

FERRI, E., La sociologie criminelle, Paris, A.Rousseau, 1893, 640.

FYNAUT, C., Criminologie en strafrechtsbedeling, Antwerpen, Intersentia, 2014, 136-139.

GOEDERTIER, G., e.a., Basisbegrippen publiekrecht, Brugge, die Keure / la Charte, 2014, 279.

HOET, P., Gemeenschapsgerichte straffen en maatregelen. Opschorting, uitstel, probatie, werkstraf en elektronisch toezicht, Brussel, Larcier, 2014, 10.

KANNEGIETER, G., Ongelijkheid in de straftoemeting: de invloed van de sociale positie van de verdachte op strafrechtelijke beslissingen, Groningen, Wolters-Noordhoff, 1994, 241

MAES, J., De straf is de straf, Gent, Larcier, 2006, 18.
MEESE, J., Overschrijding van de redelijke termijn, Gent, Larcier,2008, 4.

MONBALLYU, J., Zes eeuwen strafrecht, De geschiedenis van het Belgisch strafrecht (1400-2000),Leuven, Acco, 2006, 60.

MYERS, M. A., TALARICO, S. M., The Social Contexts of Criminal Sentencing, New York, Springer-Verlag, 1987, 100 -107.

KELK, C., Studieboek materieel strafrecht, Deventer, Gouda Quint, 2001, 25. RAATS, S., Consistente straftoemeting, Mortsel, Intersentia, 2016, 14.

ROZIE, J., Het Strafrecht bedreven. Liber Amicorum Alain De Nauw: Is het onderscheid tussen hoofd- en bijkomende straffen nog gefundeerd?, Brugge, die Keure / la Charte, 2011, 751-764.

SCHOEP, G. K., Straftoemetingsrecht en strafvorming, Deventer, Kluwer, 2008, 19.

SCHOEP, G.K. en SCHUYT, P.M., Instrumenten ter ondersteuning van de rechter bij de straftoemeting. Een onderzoek naar de (potentiële) effectiviteit van de Databank Consistente Straftoemeting en de oriëntatiepunten voor de straftoemeting, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2005, 1-2.

116

SCHOLTEN, P., Mr. C. Asser’s handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht: Algemeen deel, Zwolle, Tjeenk Willink, 1931/1947, 128.

SNACKEN, S., De korte gevangenisstraf. Een onderzoek naar toepassing en effectiviteit, Antwerpen, Kluwer, 1986, 18-19.

SNACKEN, S., “Vrouwencriminaliteit: een literatuuroverzicht”, Panopticon 1989, 10 (4), 85-393.

SPRIET, B.,"Tabula Dupontis. De tabel Dupont tot combinatie van straf(toemetings)normen" in SPRIET, B., VAN DAELE, D., VERBRUGGEN, F., VERSTRAETEN, R., Strafrecht als roeping: Liber Amoricum Lieven Dupont, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2005, 546.

SPRIET, B., RAEYMAKERS, J., Themis 97 - Straf- en strafprocesrecht, Brugge, die Keure / la Charte, 2016, 72.

VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen,Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2006, 425.

VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen/Apeldoorn, Maklu, 2009, 694 -717.

VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2011, 491. VAN WINGERDEN, S.G.C., MOERINGS, M., VAN WILSEM, J.A., Recidiverisico en straftoemeting, Den

Haag, Raad voor de rechtspraak, 2011, 1-183.
VANDE LANOTTE, J., GOEDERTIER, G., Handboek Belgisch Publiek Recht, Brugge, Die Keure, 2010, 894.

VANDER BEKEN, T. en BALCAEN, A., Het slachtoffer en de strafrechtsbedeling: berekende flirt of ware liefde? Update in de Criminologie, Mechelen, Kluwer, 2006, 90.

VANHAMME, F., La rationalité de la peine. Enquête au tribunal correctionnel, Brussel, Bruylant, 2009, 91.

117

VELDT, M.I., Het EVRM en de onpartijdige strafrechter, Deventer: Gouda Quint, 1997, 34.
VERBEKE, A., Elementen van Anglo-Amerikaans recht. Een selectie van Engelse en Amerikaanse juridische

teksten gesitueerd in het betrokken rechtssysteem, Antwerpen, Maklu, 1994, 283-284, 320. VERBRUGGEN, F., en VERSTRAETEN, R., Strafrecht & strafprocesrecht voor bachelors,

Antwerpen/Apeldoorn, Maklu, 2012, 405.
VERSTRAETEN, R., Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, 58.

6.3.4 Bijdrageninverzamelwerken
BEYENS, K., "De kunst van het rechtspreken", in DUPONT, L. en LUTSEBAUT F. (ed.), Herstelrecht tussen

toekomst en verleden: Liber Amoricum Tony Peters, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2001, 64. BOUTELLIER, H., “The vital context of restorative justice”, in AERTSEN, I., DAEMS, T. en ROBERT, L. (eds.),

Institutionalizing restorative justice, Cullompton, Willan Publishing, 2006, 25.

DE KEIJSER, J.W., VAN DE BUNT, H.G., ELFFERS, H., “Strafrechters over maatschappelijke druk, responsiviteit en de kloof tussen rechter en samenleving” in Het maatschappelijk oordeel van de rechter; de wisselwerking tussen rechter en samenleving, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2004, 21.

DE PEUTER, J., “Het leed als hoofdcomponent van de straf”, in X.(ed.), Liber Amicorum Jules D’Haenens, Gent, Mys & Breesch, 1993, 73.

DE RUYVER, B., “De alternatieve straffen: een modetrend of een volwaardig instrument?” in H. D’HAENENS e.a., Liber Amicorum Jules D’Haenens, Gent, Mys & Breesch, 1993, 91.

DE SMET, B., LATHOUWERS, J., RIMANQUE, K., “Artikel 6. Recht op een eerlijk proces.§ 1” in J. VANDE LANOTTE, Y. HAECK (eds.), Handboek EVRM. Deel 2. Artikelsgewijze Commentaar, Antwerpen, Intersentia, 2004, 502.

118

DERUYCK, F. en WAETERINCKX, P., “Tien jaar strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon (1999-2009). Verleden en heden van de rechtspersoon in het strafrecht vanuit juridisch en praktisch oogpunt”, in X, C.B.R. Jaarboek 2009-2010, Antwerpen, Intersentia, 2010, 1-92.

DUPONT, L., “De motivering van de straftoemeting”, in A. DE NAUW, J. D’HAENENS en M. STORME (red.), Actuele problemen van strafrecht. XIVe Postuniversitaire cyclus Willy Delva 1987-1988,Antwerpen, Kluwer, 1988, 510.

FRANSEN, H., “Verzachtende omstandigheden” in X., Postal Memorialis. Lexicon strafrecht, strafvordering en bijzondere strafwetten, Mechelen, Kluwer, 2016, 184/17.

MAES, E.,“Evoluties in punitiviteit: lessen uit de justitiële statistieken” in I. AERTSEN, K. BEYENS, T. DAEMS en E. MAES (eds.), Hoe punitief is België?, Antwerpen, Maklu, 2010, 74-75.

ROZIE, J., “De voorstellen van de subcommissie Straftoemeting”, in AERTSEN, I., BEYENS, K., DE VALCK, S., PIETERS, F., (ed.), De Commissie Holsters buitenspel?, Brussel, Politeia, 2004, 23

ROZIE, J., “Over de niet te miskennen rol van de advocaat tijdens de bestraffingsfase” in Recente ontwikkelingen in het arbeids-, economisch, straf- en familierecht, Mortsel, Intersentia, 2009, 190.

TRAEST, P., “De innerlijke overtuiging van de rechter en de motiveringsverplichting” in VERBRUGGEN, F., VERSTRAETEN, R., VAN DAELE, D., SPRIET, B.,(eds.), Strafrecht als roeping. Liber amicorum Lieven Dupont, I, Leuven, Universitaire Pers, 2005, 567.

VAN ORSHOVEN, P., “De onafhankelijkheid van de rechter naar Belgisch recht”, in VAN ORSHOVEN, P., VERHEY, L.F.M., WAGNER, K., De onafhankelijkheid van de rechter, Deventer, Tjeenk Willink, 1987, 79.

VANDER BEKEN, T. en BALCAEN, A., “Het slachtoffer en de strafrechtsbedeling: berekende flirt of ware liefde?” in A. BALCAEN et al. (eds.), Het slachtoffer van criminaliteit: tussen perceptie en realiteit?, Gent, Kluwer, 2006, (81) 89

119

6.3.5 WorkingLawPapers

VANDER BEKEN, T., en BALCAEN, A., ”Dossiervoering door de rechter: beperkingen op de discretionaire bevoegdheid van de rechter bij de straftoemeting”, Environmental Lawforce working paper 2009, afl. 5, 4.

6.4 Online bronnen

6.4.1 Wetenschappelijke artikels

KRUTTSCHNITT, C., “Respectable Women and the Law”, The sociological quarterly 1982, vol. 23, issue 2, 221-234.

WHEELER, L., KOESTNER, R., DRIVER, R.E., “Related attributes in the choice of comparison others: It's there, but it isn't all there is”, Journal of Experimental Social Psychology, 1982, vol. 18, 489-500.

6.4.2 Masterproeven en doctoraatsscripties

ASSINK, B., DEKKERS, M.J.M., KEPPENNE, P.L.E.R., PEPELS, N., Het beslisgedrag van rechters nader bekeken. Een empirisch onderzoek naar het beslisgedrag van de rechter op de politierechterzittingen in Nederland, Bachelorproef Universiteit Maastricht, 2010, https://openjournals. maastrichtuniversity.nl/index.php/Marble/article/view/116, 56-57.

BLEEKER, E., De beoordelingsvrijheid van de rechter: een echte vrijheid?, Masterproef Rechten UGent, 2013, https://lib.ugent.be/nl/catalog/rug01:002060717, 20.

COORMAN, L., Hoe sterk is de strafrechtsketen? Het verschil tussen theorie en praktijk, Masterproef Rechten UGent, 2014, https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/163/183/RUG01- 002163183_2014_0001_AC.pdf, 9

SCHUYT, P. M., Verantwoorde straftoemeting, Doctoraatscriptie Rechten Radboud Universiteit Nijmegen, 2009, https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/74854/74854.pdf?sequ…, 80.

120

TEERLINCK, E., “De relatie tussen strafeis en vonnis: een empirisch onderzoek in de rechtbank van eerste aanleg te Gent”, Masterproef rechten UGent, 2014, https://lib.ugent.be/nl/catalog/rug01:002138633, 54.

VAN KEULEN, S.J.C., Straftoemetingsvrijheid en de invoering van bijzondere minimumstraffen in het Nederlandse sanctierecht, Masterproef Rechten Universiteit Tilburg, 2011, http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=121538, 14.

VAN LEUVENHAEGE, W., Straffen bij de vleet: Een kwalitatief onderzoek naar de visie van rechtspractici betreffende het straffenarsenaal, Masterproef Rechten UGent, 2015, https://lib.ugent.be/en/catalog/rug01:002213435, 55-58.

VANREUSEL, R., De straftoemeting in de praktijk een kwalitatief onderzoek in het ressort Gent, Masterproef Rechten UGent, 2009, https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/391/633/RUG01- 001391633_2010_0001_AC.pdf, 115.

6.4.3 Andere

European Network of Councils for the Judiciary, “Independence and Accountability of the Prosecution: ENCJ Report 2014-2016”, http://www.csm1909.ro/csm/linkuri/15_02_2017__86412_ro.pdf.

GEENS, K., Inning penale boetes, 7 februari 2014, https://www.koengeens.be/news /2014/02/07/inning-penale-boetes.

FOD JUSTITIE, Geldboete, https://justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/straffen_en_boetes/ soorten_straffen/ hoofdstraf/geldboete.

VANDERSMISSEN, M., “Hoe onafhankelijk zijn onze rechters?”, Knack 14 oktober 2015, https://www.knack.be/nieuws/belgie/hoe-onafhankelijk-zijn-onze-rechters…- 616991.html.

SMAERS, G.E., Eindverslag Commissie Strafuitvoeringsrechtbanken, externe rechtspositie van gedetineerden en straftoemeting, Brussel, Ministerie van Justitie, 2003, 13-15 en 26-42.

121

ROOSENS, J., “Als politici zich niet kunnen neerleggen bij beslissingen van rechters, waarom zouden burgers dat dan nog doen?”, VRTNWS 6 maart 2019, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/03/06/carnaval-moet-veilig-en-plezant….

VRIJDAGGROEP, “Ook vrije mensen moeten zich zorgen maken over onze gevangenissen”, Knack 23 november 2018, https://www.knack.be/nieuws/belgie/ook-vrije-mensen-moeten-zich-zorgen-…- over-onze-gevangenissen/article-opinion-1397111.html (geraadpleegd op 3 februari 2018).

VRIJDAGGROEP, Onze gevangenissen, een gevaar voor elk van ons, 15 november 2018, https://www.v- g-v.be/nl/onze-gevangenissen-een-gevaar-voor-elk-van-ons/.

Universiteit of Hogeschool
Master of laws in de rechten
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Prof. dr. Antoinette Verhage
Kernwoorden
Share this on: