Holocene Vegetation Reconstruction of the Zwarte Beek Catchment, Campine Area (Belgium). A Pollen-based and Multivariate Statistical Approach

Femke Augustijns
In deze scriptie wordt er gebruik gemaakt van pollen om de vegetatieveranderingen in de vallei van de Zwarte Beek over de afgelopen duizenden jaren op te helderen. Op die manier krijgen we een beter inzicht in het functioneren van dit ecosysteem en kunnen we vroegere menselijke verstoringen opsporen.

Het diepe verleden van de vallei van de Zwarte Beek: duizenden jaren geschiedenis geschreven in het veen

Als we de natuur willen beschermen, moeten we niet alleen verdere ontbossingen en andere bedreigingen voorkomen, maar ook de impact van de mens uit de vorige decennia ongedaan maken. Allemaal goed en wel, maar is dat voldoende? Wat gebeurde er daarvoor, in het verre verleden?

Bij natuurbescherming wordt er vaak gestreefd naar het behouden of herstellen van een toestand op een moment in het verleden. Dit baseline-scenario stelt de ongerepte toestand van de natuur voor, toen menselijke verstoringen nog afwezig waren. Maar de natuur is natuurlijk complexer dan dat. Ook zonder invloed van de mens verandert bijvoorbeeld het klimaat: denk maar aan de afwisseling van glaciale en interglaciale periodes die al enkele miljoenen jaren aan de gang is. Ook het landschap zelf verandert, bodems vormen en eroderen, vegetatie gaat van nature over van de ene samenstelling in de andere. Het is dan ook achterhaald om natuur als iets statisch te beschouwen, met één bepaalde optimale toestand die we terug moeten proberen te krijgen. Natuur is dynamisch, en om haar te begrijpen, heb je tijd nodig: hoe meer tijd, hoe meer inzicht je krijgt in de dynamische natuur van -welja- de natuur.

Fossieltjes in veen

In dit onderzoek probeerde ik beter te begrijpen hoe de vegetatie in de vallei van de Zwarte Beek, aan de rand van het Kempens Plateau, veranderde over de laatste duizenden jaren. Hiervoor bekeek ik stuifmeelkorrels, ook wel pollen genoemd, die als microscopisch kleine fossielen in het veen van de Zwarte Beek-vallei zijn bewaard. Veen is een soort grond die ontstaat doordat plantenmateriaal opstapelt bij omstandigheden met weinig zuurstof, zodat afbraak wordt verhinderd. Het vormt een uniek archief dat resten uit het verre verleden kan bewaren, waaronder fossiele pollen. Doorheen de tijd wordt er altijd een beetje plantenmateriaal bovenaan toegevoegd: hoe dieper je dus in het veen kijkt, hoe verder je terug gaat in de tijd. Het veen dat ik onderzocht was meer dan drie meter dik, en onderaan ongeveer elfduizend jaar oud.

Een oud perspectief

Als we natuurgebieden zoals de vallei van de Zwarte Beek goed willen beheren, is het belangrijk om te begrijpen hoe ze werken, en hoe ze zullen reageren op toekomstige klimaatsveranderingen en ingrepen door de mens. In dit onderzoek werd niet enkel naar de vegetatie gekeken, maar ook naar andere factoren zoals klimaat, ondergrond, hydrologie en activiteiten van de mens, en dit over een heel lange tijdsschaal. Zo proberen we ons inzicht in dit ecosysteem te verbeteren. Dat is ook van belang bij het inschatten van de nodige maatregelen om gewenste ecosysteemdiensten te verbeteren, zoals het voorkomen van overstromingen, de opslag van koolstof, het behoud van soortendiversiteit… De afgelopen duizenden jaren hebben menselijke activiteiten zoals ontbossing en landbouw de natuurlijke vegetatie sterk veranderd, een daarom is een lange termijn perspectief op deze ecosystemen erg belangrijk.

Reis door de tijd

Stuifmeel kan worden gebruikt als een hulpmiddel om vroegere vegetatie-samenstellingen op te helderen, omdat verschillende planten deze korrels maken in verschillende vormen. De oudste pollenkorrels die werden gevonden in de bestudeerde veenkern uit Zwarte Beek, wezen op een open vegetatie bestaande uit voornamelijk grassen en struiken. Toen het klimaat na de laatste ijstijd begon te verbeteren, toonden de pollen dat er een naaldbos werd gevormd. Vanaf ongeveer 9800 jaar geleden, toen het klimaat geschikt was, arriveerden ook gematigde boomsoorten in het Kempengebied en vormden een loofbos. De natte valleien, aanvankelijk gedomineerd door cypergrassen, werden bebost met elzenbroekbossen rond 8500 jaar geleden. In een volgende stap, vanaf 7800 jaar geleden, werden de bossen van het Kempengebied opener en werden grassen en heide talrijker. In het veen werd nu ook meer houtskool gevonden, wat wijst op een toename van branden. Het is mogelijk dat jager-verzamelaars deze vuren met opzet aanstaken als hulpmiddel bij de jacht en dat zij dus verantwoordelijk waren voor de gedeeltelijke opening van de Kempense bossen in deze periode.

AFB

AFBEELDING: Op deze figuur zie je hoe de natuur in de vallei van de Zwarte Beek veranderde over duizenden jaren. Links is het langst geleden, opschuivend naar rechts kom je steeds dichter bij het heden. Het hiaat is een plotse sprong in de tijd, omdat het veen van deze periode niet bewaard is gebleven.

Verdwenen veen

Er is geen veen gevonden dat past in het tijdsinterval van 6700 jaar geleden tot de middeleeuwen. Hiervoor zijn meerdere verklaringen mogelijk: Veranderden de milieuomstandigheden, zodat veenvorming stopte? Het is ook mogelijk dat de veengroei verderging, maar het bovenste veen later is verwijderd. In recentere perioden werden afvoerkanalen aangelegd in de vallei, om het gebied beter geschikt te maken voor landbouwactiviteiten. Maar wanneer veen niet langer onder water staat, begint het af te breken en kan het verloren gaan. Een laatste en meest waarschijnlijke verklaring voor het afwezige veen, zijn veenontginningen. Na het drogen van uitgegraven blokken veen, ontstaat een materiaal bekend als turf. In de afgelopen eeuwen werd turf vaak gebruikt als brandstof en turfoogst vond plaats over heel Vlaanderen en werd in historische bronnen ook gemeld in de Zwarte Beek-vallei.

AFB

AFBEELDING: Veenontginningen in het jaar 1891 in een Kempense vallei (Uit: Burny 1999).

Na dit tijdsinterval zonder overgebleven veen, wezen de pollen aan de bovenkant van de veenkern op een sterke ontbossing tijdens de afgelopen eeuwen. Gras werd overvloedig en er werden ook graanpollen gevonden, waaruit bleek dat landbouwactiviteiten nu ook voorkwamen in het Zwarte Beek-gebied.

Uit dit onderzoek naar de vegetatiegeschiedenis van Zwarte Beek-vallei vloeien enkele richtlijnen voort waarmee het natuurbeheer in het studiegebied kan worden geoptimaliseerd. Belangrijk is dat afvoerkanalen in de vallei worden verwijderd om veenafbraak te voorkomen, dat de diverse moerasvegetatie wordt behouden en dat de loofbosbedekking in de bredere omgeving wordt uitgebreid. De vallei was vroeger bevochtigd door een diffuus netwerk van kleine stroompjes, terwijl de huidige meanderende rivier waarschijnlijk vrij recent ontstond, gelinkt aan ontbossingen. Er moet dan ook kritisch omgesprongen worden met ingrepen zoals hermeandering van riviersegmenten in de vallei.

Bibliografie

Aalbersberg, G., & Litt, T. (1998). Multiproxy climate reconstructions for the Eemian and Early Weichselian. Journal of Quaternary Science: Published for the Quaternary Research Association13(5), 367-390.

Aho, K., Roberts, D. W., & Weaver, T. (2008). Using geometric and non‐geometric internal evaluators to compare eight vegetation classification methods. Journal of Vegetation Science19(4), 549-562.

Allemeersch, L. (2010). Archeologische en paleo-ecologische evaluatie en waardering van de vallei van de Zwarte Beek (Beringen, provincie Limburg). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

Anderson, D. E., Anderson, D., Goudie, A., & Parker, A. (2013). Global environments through the quaternary: exploring evironmental change. Oxford University Press, USA.

Armstrong, H., & Brasier, M. (2013). Microfossils. John Wiley & Sons.

Atkinson, M. D. (1992). Betula pendula Roth (B. verrucosa Ehrh.) and B. pubescens Ehrh. Journal of Ecology80(4), 837-870.

Bakels, C. C. (2009). The Western European loess belt: agrarian history, 5300 BC-AD 1000. Springer Science & Business Media.

Beerten, K., De Craen, M., & Leterme, B. (2014a). Long-term evolution of the surface environment of the Campine area, northeastern Belgium: first assessment. Geological Society, London, Special Publications400, SP400-23.

Beerten, K., Heyvaert, V., Vandenberghe, D., Van nieuland, J., & Bogemans, F. (2017). Revising the Gent Formation: a new lithostratigraphy for Quaternary wind-dominated sand deposits in Belgium. Geologica Belgica20(1-2), 95-102.

Beerten, K., Vandersmissen, N., Deforce, K., & Vandenberghe, N. (2014b). Late Quaternary (15 ka to present) development of a sandy landscape in the Mol area, Campine region, north‐east Belgium. Journal of Quaternary Science29(5), 433-444.

Behre, K. E. (1981). The interpretation of anthropogenic indicators in pollen diagrams. Pollen et spores23(2), 225-245.

Bell, M. & J.C. Walker (2005). Late Quaternary Environmental Change – Physical and Human Perspectives. Routledge, New York.

Bennett, K. D. (1984). The post-glacial history of Pinus sylvestris in the British Isles. Quaternary Science Reviews3(2-3), 133-155.

Beug, H. J. (2004). Leitfaden der Pollenbestimmung für Mitteleuropa und angrenzende Gebiete.Faegri, K., & Iversen, J. (1993). Bestimmungsschlüssel für die nordwesteuropäische Pollenflora. Fischer.

Bio, A. M., De Becker, P., De Bie, E., Huybrechts, W., & Wassen, M. (2002). Prediction of plant species distribution in lowland river valleys in Belgium: modelling species response to site conditions. Biodiversity & Conservation11(12), 2189-2216.

Blaauw, M. (2010). Methods and code for ‘classical’age-modelling of radiocarbon sequences. quaternary geochronology5(5), 512-518.

Blarquez, O., & Carcaillet, C. (2010). Fire, fuel composition and resilience threshold in subalpine ecosystem. PLoS One5(8), e12480.

Bos, J. A., van Geel, B., Groenewoudt, B. J., & Lauwerier, R. C. M. (2006). Early Holocene environmental change, the presence and disappearance of early Mesolithic habitation near Zutphen (The Netherlands). Vegetation History and Archaeobotany15(1), 27-43.

Bos, J. A., Verbruggen, F., Engels, S., & Crombé, P. (2013). The influence of environmental changes on local and regional vegetation patterns at Rieme (NW Belgium): implications for Final Palaeolithic habitation. Vegetation history and archaeobotany22(1), 17-38.

Bosplus. (2007). Duurzaam beheer van Kempense naaldbossen. Beheersfiches, duurzaam beheer van naaldbossen.

Bragg, O., & Lindsay, R. (2003). Strategy and action plan for mire and peatland conservation in Central Europe. Wetlands International.

Briggle, L. W. (1959). Growing rye (No. 2145). US Department of Agriculture.

Broothaerts, N., Verstraeten, G., Kasse, C., Bohncke, S., Notebaert, B., & Vandenberghe, J. (2014a). Reconstruction and semi-quantification of human impact in the Dijle catchment, central Belgium: a palynological and statistical approach. Quaternary Science Reviews, 102, 96-110.

Broothaerts, N., Verstraeten, G., Kasse, C., Bohncke, S., Notebaert, B., & Vandenberghe, J. (2014b). From natural to human-dominated floodplain geoecology–a Holocene perspective for the Dijle catchment, Belgium. Anthropocene8, 46-58.

Broothaerts, N., Notebaert, B., Verstraeten, G., Kasse, C., Bohncke, S., & Vandenberghe, J. (2014c). Non‐uniform and diachronous Holocene floodplain evolution: a case study from the Dijle catchment, Belgium. Journal of Quaternary Science29(4), 351-360.

Broothaerts, N., Verstraeten, G., Notebaert, B., Assendelft, R., Kasse, C., Bohncke, S., & Vandenberghe, J. (2013). Sensitivity of floodplain geoecology to human impact: a Holocene perspective for the headwaters of the Dijle catchment, central Belgium. The Holocene, 23(10), 1403-1414.

Brown, A. G. (1988). The palaeoecology of Alnus (alder) and the Postglacial history of floodplain vegetation. Pollen percentage and influx data from the West Midlands, United Kingdom. New Phytologist110(3), 425-436.

Burke, K. D., Williams, J. W., Chandler, M. A., Haywood, A. M., Lunt, D. J., & Otto-Bliesner, B. L. (2018). Pliocene and Eocene provide best analogs for near-future climates. Proceedings of the National Academy of Sciences, 201809600.

Burny, J. (1999). Bijdrage tot de historische ecologie van de Limburgse Kempen (1910-1950): tweehonderd gesprekken samengevat. Roermond: Natuurhistorisch Genootschap in Limburg.

Campbell, C. G. (1997). Buckwheat: Fagopyrum esculentum Moench (Vol. 19). Bioversity International.

Cohen, K. M., Finney, S. C., Gibbard, P. L., & Fan, J. X. (2013). The ICS international chronostratigraphic chart. Episodes36(3), 199-204.

Crombé, P. (2016). Forest fire dynamics during the early and middle Holocene along the southern North Sea basin as shown by charcoal evidence from burnt ant nests. Vegetation History and Archaeobotany25(4), 311-321.

Crombé, P., Sergant, J., & Perdaen, Y. (2009). The neolithisation of the Belgian lowlands: new evidence from the Scheldt Valley. In Mesolithic Horizons. Papers presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005 (pp. 564-569). Oxbow Books.

De Becker, P. (2009). Natuurinrichtingsproject Vallei van de Zwarte Beek (Koersel-Beringen Limburg). Streefbeeldendiscussie, advies INBO.A.2099.4

De Becker, P., & Huybrechts, W. (2000). Vallei van de Zwarte Beek–Ecohydrologische Atlas. Institute of Nature Conservation, Brussels, Belgium.

Deacon, J. (1974). The location of refugia of Corylus avellana L. during the Weichselian glaciation. New Phytologist73(5), 1055-1063.

Deforce, K. (2008). Pollen en sporen. Onderzoeksbalans Onroerend Erfgoed Vlaanderen.

Deforce, K. (2011). Middle and late Holocene vegetation and landscape evolution of the Scheldt estuary: a palynological study of a peat deposit from Doel (Belgium). Geologica Belgica14(3-4), 277-288.

Derese, C., Vandenberghe, D. A. G., Van Gils, M., Mees, F., & Paulissen, E. (2012). Final Palaeolithic settlements of the Campine region (NE Belgium) in their environmental context: optical age constraints. Quaternary international251, 7-21.

Dixon, P. (2003). VEGAN, a package of R functions for community ecology. Journal of Vegetation Science14(6), 927-930.

Douda, J., Doudová, J., Drašnarová, A., Kuneš, P., Hadincová, V., Krak, K., & Mandák, B. (2014). Migration patterns of subgenus Alnus in Europe since the Last Glacial Maximum: a systematic review. PLoS One9(2), e88709.

DOV. (2018). DOV Verkenner. Retrieved from www.dov.vlaanderen.be

Dusar, M. & Lagrou, D., (2007). Cretaceous flooding of the Brabant Massif and the lithostratigraphic characteristics of its chalk cover in northern Belgium. Geologica Belgica, 10/1-2: 27-38.

Faegri, K., & Iversen, J. (1989). Textbook of pollen analysis. Blackburn press.

Gelorini, V., Meersschaert, L., Bats, M., Caljon, L., Boudin, M., Van Strydonck, M., & Crombé, P. (2008). Laatneolithische landschappelijke ontwikkeling van de vallei van de Molse Nete (Lommel, Limburg, B). NOTAE PRAEHISTORICAE28, 113-124.

Gelorini, V., Meersschaert, L., Boudin, M., Van Strydonck, M., Thoen, E., & Crombé, P. (2007). Vroeg-en middenholocene vegetatie-ontwikkeling en preboreale klimatologische oscillatie in de vallei van de Grote Nete (Hechtel-Eksel, Limburg). Notae Praehistoricae27, 5-17.

Gelorini, V., Meersschaert, L., Verleyen, E., & Verbruggen, C. (2006). Paleo-ecologisch onderzoek van een Holocene sequentie uit het Deurganckdok te Doel (Wase Scheldepolders, Noord-België). Belgeo. Revue belge de géographie, (3), 243-264.

Gibling, M. (2018). River Systems and the Anthropocene: A Late Pleistocene and Holocene Timeline for Human Influence. Quaternary, 1(3), 21.

Goudie, A. S. (2018). Human impact on the natural environment. John Wiley & Sons.

Grace, J. B. (1989). Effects of water depth on Typha latifolia and Typha domingensis. American Journal of Botany76(5), 762-768.

Grimm, E. C. (1987). CONISS: a FORTRAN 77 program for stratigraphically constrained cluster analysis by the method of incremental sum of squares. Computers & geosciences13(1), 13-35.

Guiot, J., Pons, A., de Beaulieu, J. L., & Reille, M. (1989). A 140,000-year continental climate reconstruction from two European pollen records. Nature338(6213), 309.

Gullentops, F., Bogemans, F., De Moor, G. (2001). Quaternary lithostratigraphic units (Belgium). Geologica Belgica 4: 153–164.

Hill, M. O., Mountford, J. O., Roy, D. B., & Bunce, R. G. H. (1999). Ellenberg's indicator values for British plants. ECOFACT Volume 2 Technical Annex (Vol. 2). Institute of Terrestrial Ecology.

Holden, J. (Ed.). (2017). An introduction to physical geography and the environment. Pearson Education.

Houben, P., Schmidt, M., Mauz, B., Stobbe, A., & Lang, A. (2013). Asynchronous Holocene colluvial and alluvial aggradation: A matter of hydrosedimentary connectivity. The Holocene, 23(4), 544-555.

Hudson, P. F., Middelkoop, H., & Stouthamer, E. (2008). Flood management along the Lower Mississippi and Rhine Rivers (The Netherlands) and the continuum of geomorphic adjustment. Geomorphology101(1-2), 209-236.

Huybrechts, W. (1999). Post-pleniglacial floodplain sediments in Central Belgium. Geologica Belgica (Belgium).

INBO. (2015). Vallei- en brongebied van de Zwarte Beek, Bolisserbeek en Dommel met heide en vengebieden. Retrieved from http://natura2000.eea.europa.eu/Natura2000/SDF.aspx?site=BE2200029

IUSS Working Group Wrb. (2015). World Reference Base for Soil Resources 2014, update 2015 International soil classification system for naming soils and creating legends for soil maps. World Soil Resources Reports No. 106, 192.

Iversen, J. (1958). The bearing of glacial and interglacial epochs on the formation and extinction of plant taxa. Uppsala Universiteit Arsskrift, 6, 210-215.

Janssens, W., & Ferguson, D. K. (1985). The palaeoecology of the Holocene sediments at Kallo, Northern Belgium. Review of Palaeobotany and Palynology46(1-2), 81-95.Joosten, J. H. J. (1985). A 130 year micro-and macrofossil record from regeneration peat in former peasant peat pits in the Peel, The Netherlands: a palaeoecological study with agricultural and climatological implications. Palaeogeography, palaeoclimatology, palaeoecology49(3-4), 277-312.

Joosten, H., & Clarke, D. (2002). Wise use of mires and peatlands. International Mire Conservation Group and International Peat Society, 304.

Juggins, S. (2007). C2: Software for ecological and palaeoecological data analysis and visualisation (user guide version 1.5). Newcastle upon Tyne: Newcastle University77.

Kaplan, J. O., Pfeiffer, M., Kolen, J. C., & Davis, B. A. (2016). Large scale anthropogenic reduction of forest cover in Last Glacial Maximum Europe. PLoS One11(11), e0166726.

Kondolf, G. M. (1997). PROFILE: hungry water: effects of dams and gravel mining on river channels. Environmental management21(4), 533-551.

Kull, O., & Niinemets, Ü. (1998). Distribution of leaf photosynthetic properties in tree canopies: comparison of species with different shade tolerance. Functional Ecology12(3), 472-479.

Leenders, K. (1989). Verdwenen venen : Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad 1250-1750 (Pro Civitate. Historische uitgaven. Reeks in-8° 78). Brussel: Gemeentekrediet van België.

Maes D., De Becker P., Denys L., Packet J. & De Keersmaeker L. (2018). PAS-Gebiedsanalyse in het kader van herstel­maatregelen voor BE2200029 Vallei- en brongebieden van de Zwarte Beek, Bolisserbeek en Dommel met heide en vengebieden. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2018 (17). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

Magri, D. (2010). Persistence of tree taxa in Europe and Quaternary climate changes. Quaternary International219(1-2), 145-151.

Mangerud, J. A. N., Andersen, S. T., Berglund, B. E., & Donner, J. J. (1974). Quaternary stratigraphy of Norden, a proposal for terminology and classification. Boreas3(3), 109-126.

Marinova, E., Devos, Y., Speleers, L., Augustijns, F., Hautekiet, S., Vrydaghs, L., & Modrie, S. (2018). Multi-proxy analysis of a peat deposit from Brussels (Belgium): a case study for the Holocene evolution of the landscape in the Senne valley.

Mauri, A., Davis, B. A. S., Collins, P. M., & Kaplan, J. O. (2015). The climate of Europe during the Holocene: a gridded pollen-based reconstruction and its multi-proxy evaluation. Quaternary Science Reviews112, 109-127.

Meylemans, E., Bastiaens, J., Boudin, M., Deforce, K., Ervynck, A., Perdaen, Y. & Crombé, P. (2018). The oldest cereals in the coversand area along the North Sea coast of NW Europe, between ca. 4800 and 3500 cal BC, at the wetland site of ‘Bazel-Sluis’(Belgium). Journal of Anthropological Archaeology49, 1-7.

Mooney, S. D., & Tinner, W. (2011). The analysis of charcoal in peat and organic sediments. Mires and Peat7(9), 1-18.

Moore, P. D., Webb, J. A., & Collison, M. E. (1991). Pollen analysis. Blackwell scientific publications.

Notebaert, B., Houbrechts, G., Verstraeten, G., Broothaerts, N., Haeckx, J., Reynders, M., & Poesen, J. (2011a). Fluvial architecture of Belgian river systems in contrasting environments: implications for reconstructing the sedimentation history. Netherlands Journal of Geosciences90(1), 31-50.

Notebaert, B., Verstraeten, G., Vandenberghe, D., Marinova, E., Poesen, J., & Govers, G. (2011b). Changing hillslope and fluvial Holocene sediment dynamics in a Belgian loess catchment. Journal of Quaternary Science26(1), 44-58.

Oldfield, F., & Dearing, J. A. (2003). The role of human activities in past environmental change. In Paleoclimate, global change and the future (pp. 143-162). Springer, Berlin, Heidelberg.

Parducci, L., Väliranta, M., Salonen, J. S., Ronkainen, T., Matetovici, I., Fontana, S. L., & Suyama, Y. (2015). Proxy comparison in ancient peat sediments: pollen, macrofossil and plant DNA. Phil. Trans. R. Soc. B, 370(1660), 20130382.

Philben, M., Kaiser, K., & Benner, R. (2014). Does oxygen exposure time control the extent of organic matter decomposition in peatlands?. Journal of Geophysical Research: Biogeosciences, 119(5), 897-909.

Power, M. J., Marlon, J., Ortiz, N., Bartlein, P. J., Harrison, S. P., Mayle, F. E., & Mooney, S. (2008). Changes in fire regimes since the Last Glacial Maximum: an assessment based on a global synthesis and analysis of charcoal data. Climate dynamics30(7-8), 887-907.

Punt, W., Blackmore, S., Hoen, P. P., & Stafford, P. J. (Eds.). (2003). The northwest European pollen flora (Vol. 121). Elsevier.

Reille, M., Beaulieu, J. L. D., Svobodova, H., Andrieu‐Ponel, V., & Goeury, C. (2000). Pollen analytical biostratigraphy of the last five climatic cycles from a long continental sequence from the Velay region (Massif Central, France). Journal of Quaternary Science: Published for the Quaternary Research Association15(7), 665-685.

Rogiers, B., Lermytte, J., Els, D. E., & Batelaan, O. (2011). Evaluating the impact of river restoration on the local groundwater and ecological system: a case study in NE Flanders. Geologica Belgica.

Ronch, F., Caudullo, G., Tinner, W., & de Rigo, D. (2016). Larix decidua and other larches in Europe: distribution, habitat, usage and threats.

Rydin, H., & Jeglum, J. (2013). The Biology of Peatlands. Second Edition. Oxford University Press, Oxford.

Scherps, E. (2019). Reconstrueren van Holocene Branden in de Vallei van de Zwarte Beek (Vlaanderen).Seppä, H. (2013). Pollen analysis, principles. Encyclopedia of Quaternary Science. Edited by SA Elias and CJ Mock. Elsevier, Edinburgh, UK, 794-804.

Seppä, H., Alenius, T., Muukkonen, P., Giesecke, T., Miller, P. A., & Ojala, A. E. (2009). Calibrated pollen accumulation rates as a basis for quantitative tree biomass reconstructions. The Holocene19(2), 209-220.

Sergant, J., Crombé, P., & Perdaen, Y. (2009). Mesolithic territories and land-use systems in north-western Belgium. In Mesolithic Horizons. Papers presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005 (pp. 277-281). Oxbow Books.

Slechten, K. (2004). Namen noemen: het CAI-thesaurusproject. CAI-rapport I, IAP-Rapporten14, 49-54.

Sleutel, S., Moeskops, B., Huybrechts, W., Vandenbossche, A., Salomez, J., De Bolle, S., & De Neve, S. (2008). Modeling soil moisture effects on net nitrogen mineralization in loamy wetland soils. Wetlands28(3), 724-734.

Sommé, J., Munaut, A. V., Puisségur, J. J., Cunat-Bogé, N., Heyvaert, F., & Leplat, J. (1996). L'Eemien sous les formations fluvatiles Weichseliennes et holocènes du sondage d'Erquinghem (Nord de la France) dans la plaine de la Lys. Quaternaire7(1), 15-28.

Storme, A., Louwye, S., Crombé, P., & Deforce, K. (2017). Postglacial evolution of vegetation and environment in the Scheldt Basin (northern Belgium). Vegetation History and Archaeobotany26(3), 293-311.

Strack, M. (Ed.). (2008). Peatlands and climate change. IPS, International Peat Society.

Sugita, S. (2007a). Theory of quantitative reconstruction of vegetation I: pollen from large sites REVEALS regional vegetation composition. The Holocene17(2), 229-241.

Sugita, S. (2007b). Theory of quantitative reconstruction of vegetation II: all you need is LOVE. The Holocene17(2), 243-257.

Tinner, W., Hubschmid, P., Wehrli, M., Ammann, B., & Conedera, M. (1999). Long‐term forest fire ecology and dynamics in southern Switzerland. Journal of Ecology87(2), 273-289.

Trondman, A. K., Gaillard, M. J., Mazier, F., Sugita, S., Fyfe, R., Nielsen, A. B., & Björkman, L. (2015). Pollen‐based quantitative reconstructions of Holocene regional vegetation cover (plant‐functional types and land‐cover types) in Europe suitable for climate modelling. Global change biology21(2), 676-697.

Tschudy, R.H., & Scott, R.A. (Ed). (1969). Aspects of Palynology. Wiley-Interscience, New York.

Van der Meijden, R. (2005). Heukels flora van nederland 23e druk. Wolters-Noordhoff.

Van der Valk, A. (2012). The biology of freshwater wetlands. Oxford University Press.

Van Geel, B. (1978). A palaeoecological study of Holocene peat bog sections in Germany and the Netherlands, based on the analysis of pollen, spores and macro-and microscopic remains of fungi, algae, cormophytes and animals. Review of Palaeobotany and Palynology25(1), 1-120.

Vanacker, V., Bellin, N., Molina, A., & Kubik, P. W. (2014). Erosion regulation as a function of human disturbances to vegetation cover: a conceptual model. Landscape ecology29(2), 293-309.

Vanacker, V., Govers, G., Van Peer, P., Verbeek, C., Desmet Jr, J., & Reyniers, J. (2001). Using Monte Carlo simulation for the environmental analysis of small archaeologic datasets, with the Mesolithic in Northeast Belgium as a case study. Journal of Archaeological Science28(6), 661-669.

Vandenberghe, N. (1978). Sedimentology of the Boom Clay (Rupelian) in Belgium (Verhandelingen van de Koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Klasse der wetenschappen 147). Brussel: Koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België.

Vandenberghe, N., Laga, P., Steurbaut, E., Hardenbol, J., & Vail, P. R. (1998). Tertiary Sequence Stratigraphy at the Souther Border of the North Sea Basin in Belgium.

Vanmontfort, B. (2008). Forager–farmer connections in an ‘unoccupied’land: First contact on the western edge of LBK territory. Journal of Anthropological Archaeology27(2), 149-160.

Verbruggen, F., Bourgeois, I., Cruz, F., Boudin, M., & Crombé, P. (2019). Holocene vegetation dynamics in the Campine coversand area (Liereman, N Belgium) in relation to its human occupation. Review of Palaeobotany and Palynology260, 27-37.

Verdurmen, I. & Tys, D. (2007). Centrale Archeologische Inventaris (CAI) III De archeologische waarde van militaire domeinen. VIOE-rapporten 03.

Vermeersch, P. M. (2008). La transition Ahrensbourgien-Mésolithique ancien en Campine belge et dans le sud sableux des Pays-Bas. P. Fagnart, A. Thévenin, T. Ducrocq, B. Souffi, P. Coudrec (red.), Le début du Mésolithique en Europe du Nord-Ouest, Mémorie XLV de la Societé préhistorique française, 11-29.

Vermeersch, P. M. (2011). The human occupation of the Benelux during the Younger Dryas. Quaternary international242(2), 267-276.

Verstraeten, G., Broothaerts, N., Van Loo, M., Notebaert, B., D'Haen, K., Dusar, B., & De Brue, H. (2017). Variability in fluvial geomorphic response to anthropogenic disturbance. Geomorphology294, 20-39.

Vervacke, L. (2019). Reconstructing Holocene changes in floodplain ecology based on plant macrofossils - a case study of the Zwarte Beek Valley, Belgium​.

Wildi, O. (2017). Data analysis in vegetation ecology. CABI.

Woillard, G. M. (1978). Grande Pile peat bog: a continuous pollen record for the last 140,000 years. Quaternary Research, 9(1), 1-21.

Zuidhoff, F. S., & Bos, J. A. (2017). Sedimentation and vegetation history of a buried Meuse terrace during the Holocene in relation to the human occupation history (Limburg, the Netherlands). Netherlands Journal of Geosciences96(2), 131-163.

Zuur, A., Ieno, E. N., & Smith, G. M. (2007). Analyzing ecological data. Springer Science & Business Media.

Universiteit of Hogeschool
Master of Geology, Surface Processes and Paleoenvironments
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Gert Verstraeten & Nils Broothaerts
Kernwoorden
@FemkeLara
Share this on: