The influence of different types of footwear during sport activities on ankle stability

Jente Wagemans
Verstuikingen van de enkel zijn een frequent voorkomend probleem in de sport. In ernstige, terugkerende en/of slecht gerevalideerde gevallen leidt dit tot enkelinstabiliteit. Om een bijdrage te leveren in de preventie en behandeling van enkelstabiliteit, hebben we in deze studie de invloed van verschillende types schoeisel tijdens sportactiviteiten op enkelstabiliteit onderzocht.

Ankle stability: The influence of footwear in sports

Thanasis’ hobby is basketballen. Tijdens deze activiteit draagt hij schoenen die de enkel ondersteunen tot boven de enkelknobbels. Wanneer hij sporadisch eens een voetbalwedstrijd speelt, draagt hij schoenen die de enkel lager ondersteunen en slaagt hij regelmatig zijn enkel om.

 

Zou dit aan de verschillende types schoeisel kunnen liggen?

Na opzoekwerk in de medische vakliteratuur blijkt dat enkelverstuikingen een frequent voorkomend probleem in de sport zijn en dat er nog geen onderzoek gedaan is naar de mogelijke invloed van schoeisel op enkelstabiliteit. In ernstige, frequent voorkomende en/of slecht gerevalideerde gevallen kunnen enkelverstuikingen leiden tot enkelinstabiliteit.  Met deze pilootstudie poog ik de invloed van verschillende type schoeisel tijdens sportactiviteiten op enkelstabiliteit te onderzoeken, om zo een bijdrage te leveren tot de behandeling en preventie van enkelinstabiliteit in de sport.

Enkelinstabiliteit in de sport

Enkelblessures zijn de meest voorkomende blessures in de sport. Van deze enkelblessures doen enkelverstuikingen zich het meest voor. Deze gegevens komen echter uit onderzoeken bij sporten waarbij de beoefenaars gebruik maken van schoeisel. Over sporters die hun sportactiviteiten blootvoets uitoefenen, is niets bekend in verband met enkelverstuikingen.

Een enkelverstuiking kan leiden tot verminderde rekrutering van de lokale, diep gelegen, stabiliserende spieren van de enkel. Als gevolg kan er een verstoring zijn van de beweging – en houdingszin, en van de samenwerking tussen de spieren van de enkel. Dit noemen we proprioceptie en coördinatie. Bij verstoring van deze mechanismen, spreken we van functionele instabiliteit. Een enkelverstuiking kan ook leiden tot structurele veranderingen in de anatomie, zoals een verrekking of een scheur van een gewrichtsband. Wanneer dit voorkomt, wordt er gesproken van mechanische instabiliteit. Wanneer functionele en/of mechanische instabiliteit optreedt, resulteert dit in enkelinstabiliteit. Dit kan dan weer leiden naar terugkerende enkelverstuikingen. Zo komen we in een vicieuze cirkel.

Vanuit deze informatie heb ik de volgende hypothese opgesteld: Blootvoetse sporters hebben geen externe stabilisatie door schoenen. De enkel moet zichzelf stabiliseren. Als gevolg zorgt dit voor een verhoogde rekrutering van de lokale, diep gelegen spieren. De proprioceptie en coördinatie zullen vervolgens verbeteren en de spierdiameter zal toenemen met een verhoogde enkelstabiliteit als resultaat.

Type schoeisel als beïnvloedende factor?

Om de mogelijke invloed van verschillende types schoeisel te onderzoeken heb ik proefpersonen gezocht bij sportclubs volgens 4 types schoeisel: blootvoetse sporters, sporters met schoenen die de enkel laag ondersteunen, sporters met schoenen met noppen die de enkel laag ondersteunen en sporters met schoenen die de enkel hoog ondersteunen. Deze sporters werden in één testmoment van ongeveer 30 minuten onderworpen aan 4 klinische enkelstabiliteitstesten en twee klinische vragenlijsten.

De primaire uitkomstmaat was de multiple hop test. Bij deze test werd er beoordeeld op tijd, hoeveelheid houdingscorrecties en een subjectieve moeilijkheidsscore. De blootvoetse sporters scoorden beter op tijd en houdingscorrecties dan proefpersonen die schoeisel dragen tijdens hun sportactiviteiten. Proefpersonen die sportactiviteiten uitoefenen met lage enkelsteun voerden te test sneller uit dan proefpersonen met schoenen met hoge enkelsteun en proefpersonen met schoenen met noppen en lage enkelsteun hadden minder houdingscorrecties nodig om de test uit te voeren dan proefpersonen met schoenen met hoge enkelsteun. Er was geen verschil tussen de groepen voor  de subjectieve moeilijkheidsscore.

Op de overige stabiliteitstesten presteerden blootvoetse sporters en proefpersonen met schoenen met noppen en lage enkelsteun beter dan proefpersonen met schoenen zonder noppen met lage enkelsteun en proefpersonen met schoenen die de enkel hoge steun bieden.

Eén van de twee afgenomen vragenlijsten is een gevalideerde specifieke enquête over enkelstabiliteit, de Nederlandstalige versie van de Cumberland Ankle Instability Tool (CAIT). De resultaten toonden een betere score bij proefpersonen die sporten met schoenen met noppen die de enkel lage steun bieden dan proefpersonen met schoenen met hoge enkelsteun. De andere vragenlijst (Profile of Mood States) objectiveerde de gemoedstoestand van de proefpersonen, om de mogelijke invloed op de prestaties van de stabiliteitstesten na te gaan. Er was geen verschil tussen de resultaten van de verschillende groepen proefpersonen.

Wat nu?

Dit onderzoek heeft aangetoond dat er wel degelijk een verschil is in enkelstabiliteit tussen verschillende types schoeisel, maar er zijn meerdere factoren die enkelstabiliteit kunnen beïnvloeden. Er is meer onderzoek nodig naar deze factoren. Om het type schoeisel geïsoleerd als beïnvloedende factor te kunnen bepalen, is een uitgebreider onderzoek nodig. De resultaten van onze studie zouden als basis gebruikt kunnen worden voor verder onderzoek. Wanneer onze onderzoeksresultaten bevestigd zouden worden, kan dit een sportkinesitherapeuten helpen bij het informeren en adviseren van sporters bij hun keuze in type schoeisel. Ook zouden deze meer inzicht kunnen bieden naar de preventie en behandeling van enkelinstabiliteit in de sport.

Bij de aanvang van het onderzoek is de volgende hypothese opgesteld: blootvoetse sporters hebben betere enkelstabiliteit, aangezien er geen externe steun is van schoeisel en de enkelspieren als gevolg meer en beter aangesproken worden. Uit de onderzoeksresultaten kan er geconcludeerd worden dat deze onderzoekshypothese bevestigd is, echter is er verder onderzoek vereist.

Bibliografie

1.            Fong DT, Hong Y, Chan LK, Yung PS, Chan KM. A systematic review on ankle injury and ankle sprain in sports. Sports Med. 2007;37(1):73-94.

2.            Hertel J. Functional Anatomy, Pathomechanics, and Pathophysiology of Lateral Ankle Instability. J Athl Train. 2002;37(4):364-75.

3.            Comerford MJ, Mottram SL. Functional stability re-training: principles and strategies for managing mechanical dysfunction. Man Ther. 2001;6(1):3-14.

4.            Hides JA, Richardson CA, Jull GA. Multifidus muscle recovery is not automatic after resolution of acute, first-episode low back pain. Spine. 1996;21(23):2763-9.

5.            Miller EE, Whitcome KK, Lieberman DE, Norton HL, Dyer RE. The effect of minimal shoes on arch structure and intrinsic foot muscle strength. Journal of Sport and Health Science. 2014;3(2):74-85.

6.            Braun BL. Effects of ankle sprain in a general clinic population 6 to 18 months after medical evaluation. Arch Fam Med. 1999;8(2):143-8.

7.            Eechaute C, Vaes P, Duquet W. The dynamic postural control is impaired in patients with chronic ankle instability: reliability and validity of the multiple hop test. Clin J Sport Med. 2009;19(2):107-14.

8.            Gerber JP, Williams GN, Scoville CR, Arciero RA, Taylor DC. Persistent disability associated with ankle sprains: a prospective examination of an athletic population. Foot Ankle Int. 1998;19(10):653-60.

9.            Caulfield B. Functional Instability of the Ankle Joint. Physiotherapy. 2000;86(8):401-11.

10.          McKay GD, Goldie PA, Payne WR, Oakes BW. Ankle injuries in basketball: injury rate and risk factors. Br J Sports Med. 2001;35(2):103-8.

11.          Tyler TF, McHugh MP, Mirabella MR, Mullaney MJ, Nicholas SJ. Risk factors for noncontact ankle sprains in high school football players: the role of previous ankle sprains and body mass index. Am J Sports Med. 2006;34(3):471-5.

12.          Waterman BR, Belmont PJ, Jr., Cameron KL, Svoboda SJ, Alitz CJ, Owens BD. Risk factors for syndesmotic and medial ankle sprain: role of sex, sport, and level of competition. Am J Sports Med. 2011;39(5):992-8.

13.          Woods C, Hawkins R, Hulse M, Hodson A. The Football Association Medical Research Programme: an audit of injuries in professional football: an analysis of ankle sprains. Br J Sports Med. 2003;37(3):233-8.

14.          Barrett JR, Tanji JL, Drake C, Fuller D, Kawasaki RI, Fenton RM. High- versus low-top shoes for the prevention of ankle sprains in basketball players. A prospective randomized study. Am J Sports Med. 1993;21(4):582-5.

15.          Curtis CK, Laudner KG, McLoda TA, McCaw ST. The role of shoe design in ankle sprain rates among collegiate basketball players. J Athl Train. 2008;43(3):230-3.

16.          Riemann BL CN, Lephart SM. Examination of a clinical method of assessing postural control during a functional performance task. Journal of Sport Rehabilitation. 1999;171 - 183:12.

17.          Linens SW, Ross SE, Arnold BL, Gayle R, Pidcoe P. Postural-Stability Tests That Identify Individuals With Chronic Ankle Instability. Journal of Athletic Training. 2014;49(1):15-23.

18.          Vuurberg G, Kluit L, van Dijk CN. The Cumberland Ankle Instability Tool (CAIT) in the Dutch population with and without complaints of ankle instability. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2018;26(3):882-91.

19.          Wagemans J. Clinimetric properties of clinical assessments for ankle stability. 2018.

20.          Christino MA, Fleming BC, Machan JT, Shalvoy RM. Psychological Factors Associated With Anterior Cruciate Ligament Reconstruction Recovery. Orthopaedic journal of sports medicine. 2016;4(3):2325967116638341.

21.          Yeung MS1 CK, So CH, Yuan WY. An epidemiological survey on ankle sprain. Br J Sports Med. 1994:5.

22.          Berger BG, Motl RW. Exercise and mood: A selective review and synthesis of research employing the profile of mood states. Journal of Applied Sport Psychology. 2000;12(1):69-92.

23.          Eechaute C, Bautmans I, De Hertogh W, Vaes P. The multiple hop test: a discriminative or evaluative instrument for chronic ankle instability? Clin J Sport Med. 2012;22(3):228-33.

Universiteit of Hogeschool
Rehabilitation Sciences and Physiotherapy
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Isabel Baert
Kernwoorden
Share this on: