Zwervende Centra

Maud Vanhauwaert
 Zwervende Centraeen onmogelijk onderzoek naar het schrijfproces van dichtersInleidingElk gedicht heeft verschillende levens: een bij de schrijver en de andere bij de lezers. Het gedicht zelf is de schakel tussen die levens. Je zou het ook zo kunnen stellen: het afgewerkte gedicht is de lijkwade van het eerste leven, waarna de lezers krioelend aan de ontbinding kunnen beginnen.  In dit onderzoek concentreer ik mij niet op de ontbindingsfases  –dat laat ik aan de lezers over– maar onderzoek ik het eerste leven: het hele proces dat aan het gedicht voorafging.  Dat leven is niet zacht gedijend.

Zwervende Centra

 

Zwervende Centra

een onmogelijk onderzoek naar het schrijfproces van dichters

Inleiding

Elk gedicht heeft verschillende levens: een bij de schrijver en de andere bij de lezers. Het gedicht zelf is de schakel tussen die levens. Je zou het ook zo kunnen stellen: het afgewerkte gedicht is de lijkwade van het eerste leven, waarna de lezers krioelend aan de ontbinding kunnen beginnen.  

In dit onderzoek concentreer ik mij niet op de ontbindingsfases  –dat laat ik aan de lezers over– maar onderzoek ik het eerste leven: het hele proces dat aan het gedicht voorafging.  Dat leven is niet zacht gedijend. Het is een harde wedstrijd. Ik ben nieuwsgierig naar het verloop ervan. Ik vraag mij af: welke woorden namen er deel? En bovenal: wat zijn de verliezers? Want het is dankzij deze ‘verliezers’ dat andere woorden de finish haalden.

Ik heb een aantal professionele Nederlandstalige dichters gevraagd om een tijdje hun schrijfproces te registeren met de softwareprogramma’s Inputlog en Camtasia. Inputlog[1] is een progamma dat kan onthouden welke letters werden ingetikt, welke werden geschrapt en hoelang de pauzes duurden. Camtasia[2] is een programma dat alles wat op het computerscherm gebeurt kan filmen. Beide programma’s registreren dus het schrijfproces, waarbij Inputlog tabellen genereert en Camtasia filmpjes maakt. Van alle dichters aan wie ik medewerking vroeg, reageerden zij positief: Bernard Dewulf, Jan Geerts, Sylvie Marie, David Troch, Astrid Lampe, Maarten Inghels, Tonnus Oosterhoff, Willem Bongers en Paul Bogaert[3]

Het onderzoek is kwalitatief van aard en niet kwantitatief.  Zuivere objectiviteit is onhaalbaar. De subjectiviteit druppelt onweerhoudbaar binnen.

Resultaten
Het geregistreerde gedicht ‘Syrah’ van David Troch lijkt te vertrekken vanuit een kern of thema waarop dan verder geassocieerd wordt. De centrale kern is zijn hondje Syrah en de associaties liggen in de woorden ‘blaffen, kwispelen, rondjes draaien, janken’. Het ontstaansproces van het gedicht kan dan ook, heel simplistisch, gevisualiseerd worden met STAP 1 uit het model (cf. infra, figuur 1). (Een kern die uitgebouwd is met associaties, noem ik een centrum.)

Op dezelfde manier lijkt het geregistreerde gedicht van Astrid Lampe te zijn ontstaan, vanuit een associatiestroom op het woord ‘pashok’. Plots duikt echter het woord ‘premier’ op. Dat woord is associatief moeilijk te verbinden aan pashok. Astrid Lampe lijkt bewust af te wijken van de associativiteit en zo nieuwe spanning te willen creëren. De associatie-ketting wordt doorbroken. Er is contaminatie van de associatie.  Het contaminerende element kan zelf uitgroeien tot centrum. Verschillende centra kunnen in confrontatie tot elkaar treden. Zo krijgt het model er een STAP 2 (in figuur 1) bij.

De vraag is of de verschillende centra naar een tastbare nieuwe kern leiden.  Niet noodzakelijk, meen ik. Ik geloof dat ze ook naar een zwart gat (STAP 3, in figuur 1) kan leiden, daar waar waar alle tastbare centra naartoe gezogen worden en in verdwijnen. Daar waar je als lezer de betekenis van een gedicht vermoedt, zonder dat je ze kan aanraken. In het gedicht van Oosterhoff bijvoorbeeld, is er wel een betekenis aanwezig, zeer penetrant zelfs naar mijn gevoel, maar die is ongrijpbaar. Je kan wel verschillende woordclusters maken en die tegenover elkaar zetten, maar die clusters kolken samen naar een diepte die, als lezer wel te voelen is, maar als observator onbereikbaar. De woorden zijn het bewijs, de ‘waarnemingshorizon’ van het zwarte gat. Het zwarte gat zelf echter? Daar geraak je niet bij zonder je te verbranden.

In het boek  ‘de creatieve factor’ schrijft Sybren Polet over het belang dat gehecht moet worden aan de periferie, aan randgebieden en randverschijnselen. (Polet, 1993, p.191) Sybren Polet past deze stelling toe op de culturele dynamiek, op hoe vernieuwingen zich vaak aan de periferie van een cultureel of civilatorisch veld voltrekken, want daar hebben ze meer speelruimte, en hoe die vernieuwingen uiteindelijk hun invloed uitoefenen op de verschillende centra.  Ik hevel de stellingen van Polet over naar de poëzie. In de registratie van Paul Bogaert is merkbaar hoe, tijdens het schrijfproces, centra en dus ook zwarte gaten verschuiven, door de aantrekkingskracht van perifere elemeten. (cf. STAP 4, in figuur 1)

Image removed.

Figuur 1: model van het ontstaansproces van een gedicht

Conclusie
Het ontstaansproces van een gedicht werd voorgesteld als passend in een gestructureerd model. Een structuur doet misschien iets ordelijks vermoeden. Het ontstaansproces van een gedicht verloopt echter niet zozeer ordelijk, maar chaotisch. We kunnen spreken van dissipatieve structuren.[4]. De dichter kan veel energie in een gedicht investeren, die niet rechtstreeks in verzen resulteert. Het is onmogelijk om doelgericht te dichten. Het is slechts door lang genoeg vol te houden, te zwerven, dat er uit de chaos iets nieuws ontstaat dat, schijnbaar, -eureka!- uit de lucht komt vallen.

Het is bijgevolg onmogelijk om op basis van een gedicht het ontstaansproces te voorspellen. Het model maakt het schrijfproces tastbaar. Niet voorspelbaar. Het heeft aandacht voor de woorden die de finish niet haalden, maar die alleen tussen de regels, onzichtbaar als verliezers, in het gedicht blijven zwerven.

[1] Inputlog is ontwikkeld door professor Luuk Van Waes en Mariëlle Leijten (informatie op http://www.inputlog.net)

[2] Op http://www.techsmith.com/camtasia.asp kan u een gratis trial-versie downloaden.

[3] In dit artikel vernoem ik alleen de registraties van David Troch,  Astrid Lampe, Tonnus Oosterhoff en Paul Bogaert, omdat ze leidden tot de belangrijkste conclusies.

[4] Een dissipatieve structuur (een term bedacht door door de Belgisch fysisch chemicus en wetenschapsfilosoof Ilya Prigogine) is een open structuur dat met zijn omgeving energie en materie uitwisselt en het biedt een verklaring voor het feit dat bepaalde ontstaansprocessen totaal onvoorspelbaar zijn en niet te verklaren met de Newtoniaanse natuurwetten die steunen op het oorzaak-gevolg-procédéVoorbeelden van dissipatieve systemen zijn convectie, cyclonen, orkanen, stroomevenwicht en gedempte trillingen. De term kan ook, zij het eerder als metafoor, toegepast worden op bijvoorbeeld de opvoeding van een kind: je kan heel veel energie pompen in de opvoeding van een kind zonder dat je meteen een resultaat ziet. Raadgevingen leiden vaak niet rechtstreeks tot veranderingen in gedrag. Toch zal het opgevoede kind uiteindelijk inzichten hebben, die het schijnbaar plots heeft geïncorporeerd. Aan die inzichten gaat meestal geen duidelijk afgelijnde oorzaak vooraf, maar eerder een grote chaotische en vaak donkere wolk van energie.

 

 

Bibliografie

 

119

 

Referenties

-

Zwervende Centra. Referenties

120

Ashton, J. (2009). Sincerity and the Second Person: Lyric after Language Poetry,

 

 

Intervalles 4/5.

Université de Liège, Centre Interdisciplinaire de Poétique Appliquée. Geraadpleegd op 7

augustus, op http://www.cipa.ulg.ac.be/intervalles4/8_ashton.pdf

Berg, J. van den. (2010). Altijd wel weer breek iemand straten op het strand. (Recensie Nina

Werkman- Antidata).

Literaire Weblog Tzum. Geraadpleegd op 15 juni 2010, op

http://www.tzum.info/2010/06/recensie-nina-werkman-antidata/

Bongers, Willem. (2009) Hij zal door alles heen groeien.

http://www.dwb.be/uitgave/2009/5/hij-zal-door-alles-heen-groeien/willem…-

essayisten-zich-

Chenoweth, A.N, Hayes, J.R. (2003). The Inner Voice in Writing.

DW B, 5. Geraadpleegd op 17 juli, opWritten Communication.

Geraadpleegd op 3 mei 2010 , op http://wcx.sagepub.com/cgi/content/abstract/20/1/99

Gerbrandy, P., (2002).

Hansen, P. H. (2009) (interview) geraadpleegd op 1 juni, op

http://tegencliches.cobra.be/category/dichten-is-100-inspiratie/

Hof, T. van. ‘t (2009 ). Ik veeg m’n reet met jullie af.

op: http://www.decontrabas.com/de_contrabas/reclame/Ik_veeg_mn_reet_met_jul…

Poëtische machines. In: De Volkskrant Boeken, 26-04, p. 31.De contrabas. Geraadpleegd op : 27 mei,

Zwervende Centra. Referenties

121

Joris, Yves (2003). Yves Joris in gesprek met Astrid Lampe.

op: 1 augustus, op eerder.meandermagazine.net

Kaku, M. (2008).

Meandermagazine. GeraadpleegdOnmogelijke natuurkunde. Alles wat onmogelijk is, moet uiteindelijk gebeuren.

Amsterdam: Pearson Education Benelux bv.

Lenstra, Joris (2008). De ‘magische’ dialoog van de schepping.

op 25 juni, op http://meandermagazine.net/wp/2008/03/9-de-magische-dialoog-van-deschep…

Polet, S. (1993).

Wereldbibliotheek.

Vestdijk, S. (1975),

Meandermagazine. geraadpleegdDe creatieve factor. Kleine kritiek der creatieve (on)rede. Amsterdam:De glanzende kiemcel. Acht lezingen over wezen en techniek der poëzie.

Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep.

Vliet, H.T.M. van., Sötemann A.L. (1985).

Teksten.

Wallas, G. (1926)

Zuijderhoudt, R., Wobben, J.,J., Have S. ten & Busato, V. (2002).

veranderingsprocessen.

http://www.robzuijderhoudt.nl/artikelen/LogicaChaos_hmr82_2002.pdf

J.H. Leopold: Gedichten; II: Nagelaten poëzie. Dl. 1:Amsterdam [etc.]: Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1985.The Art of Thought. New York: Harcourt, Brace and Company.De logica van chaos inGeraadpleegd op 7 juli 2010, op

 

Universiteit of Hogeschool
Meertalige Professionele Communicatie
Publicatiejaar
2010
Promotor(en)
.
Share this on: