Jeugddelinquentie: maturiteit van de dader vs. ernst van de feiten

Bahar Akkoç
Minderjarigen die strafbare feiten plegen vallen onder het jeugdrecht. Zij zijn volgens de wetgever schuldonbekwaam. Enerzijds omwille van hun onwetendheid en anderzijds omwille van hun gebrek aan ervaring. De bescherming staat dus voorop. Het is daarom aan de jeugdrechter om bepaalde criteria na te gaan alvorens maatregelen t.a.v. de minderjarige dader op te leggen. In deze bachelorproef wordt o.a. nagegaan wat hierbij het meest doorslaggevende element is: de maturiteit van de dader of de ernst van de gepleegde feiten, of beiden?

Jeugddelinquentie. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.

Jeugddelinquentie is tegenwoordig niet meer uit onze maatschappij weg te denken. Denk maar aan de mp3-moord waarbij de 17-jarige Joe Van Holsbeeck in 2006 omwille van zijn mp3 enkele fatale messteken in zijn buik kreeg toegediend. Hierbij waren de daders als het ware leeftijdsgenoten.

Of de minderjarige Gillian Vandamme die in 2013 een bejaarde vrouw eerst vermoorde en haar nadien verkrachtte. De dader was op het ogenblik van de feiten zeventien jaar oud.

Ondanks de jonge leeftijd van deze daders is het bijna onwaarschijnlijk dat deze minderjarigen zulke feiten kunnen plegen. We beschouwen hen immers als jonge en onschuldige kinderen. In de media wordt jeugddelinquentie als maatschappelijk gegeven dan ook uitvoerig behandeld. Er wordt daarbij vaak een stereotyperend en fout beeld van de omvang en de aard van ernstige jeugddelinquentie gegeven. Dit heeft tot gevolg dat de bevolking al snel diverse, uiteenlopende en ongefundeerde meningen gaat vormen. Zo zou de harde aanpak de enige optie zijn om jeugddelinquentie voortaan te kunnen bestrijden.

Wat vaak wordt vergeten is dat deze minderjarigen niet voor niets minderjarigen zijn. De wetgever acht hen schuldonbekwaam, wat wilt zeggen dat ze omwille van hun nog jonge leeftijd geen schuldinzicht hebben. Ze beseffen met andere woorden de gevolgen die hun daden bij het slachtoffer en de maatschappij teweeg brengen.

Ook jeugdrechter Mieke Dossche te Gent meent in het boek “Mevrouw de jeugdrechter” van auteur Melanie De Vrieze dat een harde aanpak niet de juiste oplossing is. Zij is van oordeel dat “onze kinderen de volwassenen zijn van morgen en dat iedereen er dus baat bij heeft dat er voor hen wordt gezorgd". Een harde aanpak waarbij louter naar de feiten wordt gekeken, is dus hier niet op zijn plaats.

Doorheen de bachelorproef zal aldus gekeken worden naar het element dat het belangrijkste is bij de aanpak van jeugddelinquentie. Er wordt met andere woorden gekeken naar wat het doorslaggevende element is bij het opleggen van maatregelen door de jeugdrechter ten aanzien van de minderjarige. Hierbij zal in functie van de onderzoeksvraag worden ingezoomd op de maturiteit van de dader, de ernst van de gepleegde feiten en hoe deze tot elkaar en andere elementen in verhouding staan.

Verder bestaat de bachelorproef uit zes hoofdstukken waarin telkens een bepaalde materie binnen het jeugdrecht en in functie van de bachelorproef wordt behandeld. Door het jeugdrecht en zijn vele facetten te begrijpen, zijn de verschillende hoofdstukken in een bepaalde volgorde geplaatst zodat de lezer duidelijk de rode draad binnen de bachelorproef zal kunnen volgen. Zowel de visie van mevrouw Bex, jeugdrechter te Hasselt, alsook deze van 41 leerlingen uit het secundair onderwijs (ASO, TSO, BSO enz.) leveren hierbij hun bijdrage.

Ook wordt zelden stilgestaan bij wat er door het hoofd van minderjarige daders spookt en welke onderliggende factoren aan de basis liggen van fout, onbeleefd, ongepast of kortom problematisch gedrag. Het is daarom ook ongepast om meteen een ongefundeerde mening over deze "ontspoorde" minderjarigen en hun daden te formuleren. U hoort het uw buurman (of uzelf?) al zeggen: "drie jaar gevangenisstraf en hij zal zijn lesje wel geleerd hebben!". We denken vaak dat de zwaarste straf vaak de meest gepaste is. Maar laten we het denken maar over aan de jeugdrechter. Het is overigens die jeugdrechter die zowel de maturiteit (alsook zijn persoonlijkheid) en de ernst van de gepleegde feiten uitvoerig zal nagaan alvorens de minderjarige dader een maatregel op te leggen.

Bibliografie

 

1. Wetgeving

 

  • Burgerlijk Wetboek
  • Strafwetboek
  • Wetboek van strafvordering
  • Jeugdbeschermingswet
  • Wet van 15 mei 1912 betreffende de kinderbescherming, B.S. 15 mei 1912.
  • Wet van 27 november 1891 betreffende de beteugeling van de landloperij en de bedelarij, B.S. 3 december 1891.
  • Wet van 4 mei 1999 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, B.S. 2 juni 1999.
  • Wet van 15 mei 2006 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het Wetboek van strafvordering, het Strafwetboek, het Burgerlijk Wetboek, de nieuwe gemeentewet en de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, B.S. 2 juni 2006.
  • Wet van 13 juni 2006 tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, B.S. 19 juli 2006.
  • Wet van 25 februari 2003 houdende de inrichting van de functie van veiligheidsbeambte met het oog op de uitvoering van taken die betrekking hebben op de politie van hoven en rechtbanken en de overbrenging van gevangenen, B.S. 6 mei 2003.
  • Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, B.S 30 mei 2007.
  • Wet van 31 juli 2009 tot wijziging van art. 119 van het Gerechtelijk wetboek en van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, B.S. 18 augustus 2009.
  • Wet van 21 december 2009 tot hervorming van het hof van assisen, B.S. 11 januari 2010.
  • Decreet Vlaams Parlement inzake bijzondere jeugdbijstand, B.S. 15 april 2008.
  • Samenwerkingsakkoord van 30 april 2002 tussen de Federale Staat, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap betreffende het gesloten centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, goedgekeurd bij Decreet Vl.Parl. 19 juli 2002, B.S. 20 augustus 2002.
  • B.Vl.Reg. 24 oktober 2008, B.S. 2 maart 2009.
  • B.Vl.Reg. 22 mei 1991 houdende de vaststelling van de regels betreffende de bijdrage in de onderhouds, opvoedings- en behandelingskosten van de jongeren en aan de bestemming van het loon toegekend aan minderjarigen, B.S. 12 juli 1991.
  • Omz. 25 oktober 2011 over de toepassing van de wapenwetgeving, https://justice.belgium.be/sites/default/files/downloads/Wapenwetgeving….

 

2. Rechtspraak

 

  • EHRM 29 februari 1988, Bouamar/België, JLMB 2000, p. 14.
  • EHRM 26 oktober 1984, De Cubber tegen België, Publ.Eur.Court H.R., A-86;
  • EHRM 24 augustus 1993, Nortier tegen Nederland, Publ.Eur.Court H.R., A-267.
  • GwH 13 maart 2008, nr. 49/2008, http://www.const-court.be, overweging B.30.6 en B.30.7.
  • Arbitragehof 16 november 2004, arrest 184/04.
  • Arbitragehof 8 oktober 2003, nr.134/2003.
  • Cass. 2 november 2011, nr. P.11.1648.F/2.
  • Cass. 5 april 1995, AR P.94.1363.F; Cass. 28 september 1989, JCJ 1990, afl. 10, p. 37.
  • Cass. 28 oktober 1971, Arr.Cass. 1972, p. 219.
  • Gent 23 april 2007, TJK 2007, p. 336.
  • Gent 29 november 2007, RW 2009-10, p. 1438.
  • Jeugdrb. Brussel 20 oktober 2004, J.dr.jeun., 2005, p. 64.

 

3. Rechtsleer

 

Boeken

 

  • BROUWERS, S., DECOCK, G., DE PUYDT, A., D’HOOGHE, C. en VAN DER MUSSELE, E., Handboek voor de advocaat-stagiair 2016-2017: jeugdrecht, Brussel, Orde van Vlaamse Balies – Wolters Kluwer, 2016, 265 p.
  • CHRISTIAENS, J. en DUMORTIER, E., Wanneer de nood hoog is, is de gevangenis nabij: over de afschaffing van artikel 53 en de invoering van de jeugdgevangenis, Actualisatie Jeugdbescherming, Universiteit Gent, Centrum voor de rechten van het kind, 2003, 57 p.
  • CORNIL, L., Le droit pénal et la procédure pénale après la tourmente: méditations et rêveries d’un vieux pénaliste au cours des derniers mois de l’occupation ennemie, Brussel, Larcier, 1946, 547 p.
  • CROONENBERGHS, J.M., Jeugdbescherming, Lier, Van In, 1965, 106 p.
  • DECLERCQ, R., Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2007, 1956 p.
  • DECOCK, G., De juridische positie van de minderjarige, Kortrijk, Uitgeverij UGA, 2010, 375 p.
  • DE JONGHE, I., Jeugd- en strafrecht. Kritische zoektocht doorheen federale en decretale wetgeving, getoetst aan de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 2012, 299 p.
  • D’HAENENS, J., Belgisch strafprocesrecht, Gent, Story-Scienta, 1985, nr. 312, 548 p.
  • D’HAENENS, L., VAN SUMMEREN, C., SAEYS, F. en KOEMAN, J., Integratie of identiteit? Mediamenu’s van Turkse en Marokkaanse jongeren, Amsterdam, Boom, 2004, 224 p.
  • DEMEY, E., De minderjarige en het gerecht, Kortrijk, Uitgeverij UGA, 2014, 188 p.
  • DELLAERT, R., WENS, M. en SMIS, W., Het verwaarloosde kind. Syndroom en behandeling, Leuven, Universitaire pers, 1981, 202 p.
  • DE VROEDE, N., “De voorlopige maatregelen tot plaatsing van jongeren in een gesloten instelling” in De voorlopige hechtenis, Diegem, Kluwer, 2000, 691 p.
  • DE SMET, B., Jeugdbeschermingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Intersentia, 2010, 415 p.
  • DUPONT-BOUCHAT, M.S., CHRISTIAENS, J. en VANNESTE, C., “Jeunesse et Justice (1830-2002)” in D. HEIRBAUT, D., ROUSSEAUX, X. en VELLE, K.(eds.), Politieke en sociale geschiedenis van justitie in België van 1830 tot heden, Brugge, Die Keure, 2004, 444 p.
  • DUPONT, L. en VERSTRAETEN, R., Handboek Belgisch Strafrecht, Leuven, Acco, 1988, 913 p.
  • DE WAELE, D., Kunnen tussenkomen n.a.v. situaties inzake jeugdzorg. Juridische aspecten, Cursus Politieacademie Antwerpen, module 8.7.2., 2002, 26 p.
  • FRANSSENS, M., PUT, J. en DEKLERCK, J., Het beleid van de jeugdmagistraat, Universitaire Pers Leuven, 2010, 352 p.
  • FOBLETS, M., DJAIT, B. en PIETERS, K., Mietjes en macho’s: Allochtone jeugddelinquentie. Getuigenissen van autochtone en allochtone jongeren, Leuven, Acco, 2004, 319 p.
  • GAZAN, F., DE CRAIM, C. en TRAETS, E. (eds.), Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden / Délinquance juvénile: à la recherche de réponses adaptées, Antwerpen, Maklu, 2010, 298 p.
  • HENDERICKX, K., “Plaatsing in de Gemeenschapsinstellingen en in de Grubbe te Everberg” in Het nieuwe Jeugdrecht, Gent, Larcier, 2007, 325 p.
  • HOOGERWERF, A., Geweld in Nederland, Assen, Van Gorcum, 1996, 155 p.
  • JANSEN, C. en VERVAELE, J., Le ministère public et le classement sans suite, Brussel, Bruylant, 1990, 440 p.
  • MONBALLYU, J., Zes eeuwen strafrecht, Leuven, Acco, 2006, 384 p.
  • NUYTIENS, A., “De uithandengeving (Art. 38 JBW): niet alleen voor ernstige jeugddelinquenten!” in C. ELIAERTS (ed.), Ernstige jeugddelinquentie: mythe of realiteit?, Brussel, VUB, 2006, 280 p.
  • NUYTIENS, A., CHRISTIAENS, J. en ELIAERTS, C., Ernstige jeugddelinquenten gestraft? De praktijk van de uithandengeving, Gent, Academia press, 2005, 322 p.
  • PEETERS, P., Minderjarigen en hun recht op vrijheid en op toegang tot de rechter, Antwerpen, Kluwer, 1984, 157 p.
  • PUT, J., Compendium van het jeugdbeschermingsrecht, Leuven, Acco, 2005, 226 p.
  • PUT, J., Handboek jeugdbeschermingsrecht, Brugge, Die Keure, 2015, 622 p.
  • PUT, J., “L’introduction du stage parental” in MOREAU, T., RAVIER, I. en VAN KEIRSBILCK, B., La réforme de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse – premier bilan et perspectives d’avenir, Luik Editions Jeunesse & droit, 2007, 481 p.
  • RIMANQUE, K., De levensbeschouwelijke opvoeding van de minderjarige, Brussel, Bruylant, 1980, 481 p.
  • ROBESCO, G., “Le dessaisissement et des limites de la protection de la jeunesse” in BIHAIN, L., Protection de la jeunesse: Les défis d’une réforme, Brussel, Larcier, 2007, 256 p.
  • SMETS, J., De bevoegdheidsverdeling in het federale België. Deel Jeugdbescherming, Brugge, die Keure, 2001, 104 p.
  • SMETS, J., Jeugdbescherming, Deurne, Kluwer, 1996, 41 p.
  • SWENNEN, F., Familierecht in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2007, +299 p.
  • STERK, G., TOP B., en DOPPERT, M., Media en allochtonen: journalistiek in de multiculturele samenleving, Den Haag, SDU, 2000, 136 p.
  • TULKENS, F. en MOREAU, T., Droit de la jeunesse, Brussel, Larcier, 2000, 1143 p.
  • VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2006, 818 p.
  • VAN GRUNDERBEECK, D., Beginselen van personen- en familierecht, Antwerpen, Intersentia, 2003, 1287 p.
  • VAN HOECKE, M., BOUCKAERT, B. en DEFRANCQ, R., Inleiding tot het recht, Leuven, Uitgeverij Acco, 2014, 408 p.
  • VANHAUTE, E., Wereldgeschiedenis. Een inleiding, Gent, Academia Press, 2012, 201 p.
  • VANLANDSCHOOT, R., Sluit ze op ... jongeren in de criminaliteit 1400 tot nu, Leuven, Davidsfonds, 2008, 259 p.
  • VAN WELZENIS, I., Jeugddelinquentie. Wat verstaan we eronder? Waar komt het vandaan en wat doen we eraan?, Mechelen, Kluwer, 2003, 104 p.
  • VERSTRAETEN, R., DE DECKER, S. en VAN HOOGENBEMPT, T., “Jeugd(beschermings)recht en strafrecht: een problematische relatie” in Het nieuwe jeugdrecht, Gent, Larcier, 2007, 325 p.
  • VREYSEN, B., Over de schreef, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2008, 358 p.
  • WALGRAVE, L., Confronterende jongeren, Leuven, Universitaire Pers, 1996, 271 p.
  • WYLLEMAN, A., De procesbekwaamheid van de minderjarige: actuele tendensen, Rechten van kinderen: een tekstbundel van de Rijksuniversiteit Gent naar aanleiding van de UNO-Conventie voor de rechten van het kind, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1989, 251 p.
  • X., Groenboek Zesde Staatshervorming, www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/groenboek-zesde-staatshervorming.

 

Bijdragen in tijdschriften

 

  • ADRIAENSSENS, K., “De rechten van het kind”, RW 1991-92, p. 1108-1118.
  • BOSLY, H., “Le magistrat instructeur, juge indépendant et impartial” in Liber amicorum Marc Châtel, Antwerpen, Kluwer, 1990, p. 1-10.
  • BROUWERS, B., “Jeugdsanctierecht in Europa: is de uithandengeving een evidentie?”, Jura.Falc. 2007-08, p. 3-37.
  • CARTUYVELS, Y., “De grote etappes in het Belgisch jeugdrecht: continuïteit, circulariteit of breuk?”, TJK 2001, p. 132-157.
  • DE BUS, S. en NUYTIENS, A., “Onbehandelbare meisjes? De benadering van Roma-meisjes voor een MOF verschenen voor de jeugdrechtbank”, TJK 2016, p. 35-53.
  • DECOCK, G., “Bescherming à la française. Reflecties op de kadernota Onkelinx”, TJK 2004, p. 64-71.
  • DECOCK, G. en DE WINTER, J., “De strafrechtelijke bescherming van minderjarigen: de bescherming nog niet voorbij”, TJK 2001, p. 58-61.
  • DECOKER, J. en VROMAN, F., “Fouten bij vrijheidsberoving van minderjarigen kunnen tot vrijlating leiden”, Juristenkrant 2010, p. 4-23.
  • D’HONDT, S., “De nakende hervorming van het jeugdbeschermingsrecht” in De procesbekwaamheid van minderjarigen, Antwerpen, Intersentia, 2006, p. 255-267.
  • DE KEZEL, E., “Minderjarige delinquent kan niet naar assisen”, Juristenkrant 2008, afl. 166, p. 3.
  • DE SMET, B., “De strafprocedure voor minderjarigen na de wetten van 15 mei 2006 en 13 juni 2006: Jeugdbeschermingsrecht met een vleugje sanctierecht”, RW 2006-07, p. 257-356.
  • DE SMET, B., “Het nieuwe jeugdrecht gewikt en gewogen door het Grondwettelijk Hof”, RW 2008-09, p. 130-141.
  • DE SMET, B., “Verschillen tussen straf(proces)recht en jeugdbeschermingsrecht”, RW 2004-05, p. 1161-1173.
  • DE SMET, B., “Het Wetsontwerp Onkelinx van 14 juli 2005. Kleine stappen in de richting van een jeugdsanctierecht”, RW 2005-06, p. 414-418.
  • DE SMET, B., “Uithandengeving” in Comm. Straf., 2007, p. 10-24.
  • DEWEERDT, K., en PUT, J., “Veertig jaar jeugdbeschermingsrecht”, NJW 2004, p. 826-843.
  • GEUDENS, H., “Reactie op de kadernota van Minister L. Onkelinx betreffende de hervorming van de Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming”, TJK 2004, p. 72-78.
  • HÄNSCH, B., “Jeugdrechter-strafuitvoeringsrechter”, R.A.B.G., 2003, p. 918-920.
  • HANSON, K. “Over de uithandengeving (nog maar eens)”, TJK 2005, p. 54-55.
  • KLOECK, K., “De bijzondere jeugdbijstand: de toekomstige positie en rol van de rijksinrichtingen van de sociale diensten bij de jeugdrechtbanken”, Panopticon 1989, p. 439.
  • LOOP, R., “Prestations éducatives ou philantropique”, J.dr.jeun. 1993, afl. 126, p. 30-33.
  • NAGELS, C., “Justice des mineurs en Belgique: évolution ou rupture?”, J.dr.Jeun 2007, p. 20-23.
  • NUYTIENS, A., “Rien ne va plus! Een kritische reflectie op de onverwachte (en ondoordachte) facelift van de uithandengeving”, TJK 2006, p. 281-290.
  • PUT, J., “POS-vordering bij hoogdringendheid”, Panopticon 2005, p. 73-74.
  • ROM, M., “Rechtspositie van uit handen gegeven jongeren in Tongeren”, TJK 2010, p. 107-112.
  • SMETS, J. en CAPPELAERE, G., “De gerechtelijke jeugdbescherming na de wet van 2 februari 1994 (Deel II)”, Panopticon 1995, p. 284-381.
  • VANDEPLAS, A., “Over rechtstreekse dagvaarding na verwijzing naar het vonnisgerecht”, RW 1978-79, p. 467.
  • VANDROMME, S., “De afsluiting van het gerechtelijk onderzoek in jeugdstrafzaken”, TJK 2004, p. 178-184.
  • VANSTEENKISTE, P. en ELIAERTS, C., “De wet van 2 februari 1994 betreffende de jeugdbescherming: de moeizame geboorte van een nieuw jeugdrecht”, RW 1994-95, p. 209-221.
  • WESTENBERG, M., “De jeugd van tegenwoordig!”, De Psycholoog 2008, p. 546-548.

 

Andere

  • Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, Praktische fiche: wie is wie?, http://www.antiracisme.be/nl/kader_nl.htm (consultatie 9 april 2017).
  • Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, Ben ik een migrant? De geschiedenis van onze migraties, http://www.diversiteit.be/ben-ik-een-migrant-pedagogisch-document (consultatie op 9 april 2017).
  • BURSSENS, D., DE GROOF, S., HUYSMANS, H., SINNAEVE, I., STEVENS, F., VAN NUFFEL, K., VETTENBURG, N., ELCHARDUS, M., WALGRAVE, L. en DE BIE, M., Jeugdonderzoek belicht. Voorlopig syntheserapport van wetenschappelijk onderzoek naar Vlaamse kinderen en jongeren, K.U. Leuven, VUB en UGent, 2000-2004, p. 105-118.
  • DE RIEMAKER-LEGOT, X., Bespreking Wetsontwerp betreffende de jeugdbescherming, vergadering 18 november 1964, Hand. Kamer 1964-65, p. 4.
  • MULLENS, G., Vlaams Omgevingsrecht, onuitg. cursusmateriaal Rechtspraktijk Hogeschool PXL, 2016, p. 69-71.
  • Agentschap Jongerenwelzijn, Jij en de jeugdrechtbank, onuitg. brochure, 2010, p. 12.
  • College van Procureurs-generaal, Jaarstatistiek 2015 van de jeugdparketten, 2015, http://www.om-mp.be/stat/StatistiekenOM_Jeugd_2014_NL.pdf (consultatie 8 april 2017).
  • Resolution 45/113 of the General Assembly of the United Nations (14 december 1990), UN Doc. A/RES/45/113, 1990.

 

4. Krantenartikels

 

  • FRANSEN, A., “Joe (17), neergestoken voor een mp3-speler”, De Redactie 12 april 2011.
  • MAECKELBERGH, B., “Minderjarigen nooit als volwassenen berechten”, De Morgen 17 februari 2014.
  • STEVENS, G., “34 keer gestoken met mes: “Hij wilde weten hoe het was, seks”, Het Nieuwsblad 25 november 2016.
Universiteit of Hogeschool
Bachelor in het Bedrijfsmanagement met afstudeerrichting Rechtspraktijk
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Ellen Vangerven
Kernwoorden
Deel deze scriptie