Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

FOLLOWING THE FAMOUS. CELEBRITY CRYPTO ENDORSERS AND THEIR ROLE IN THE ADOPTION OF CRYPTO

Dietsen Aernouts
Deze studie onderzoekt kenmerken van endorsers en hun impact op de effectiviteit van crypto advertenties. Er wordt gebruik gemaakt van het Source Credibility Model om de relatie te onderzoeken tussen crypto-advertenties met verschillende endorsers en de intenties van individuen om cryptocurrencies te adopteren. Het antwoord op de onderzoeksvraag "Wat is de invloed van crypto-aanbeveling van beroemdheden op de houding van gebruikers van sociale media met betrekking tot de adoptie van crypto?"
is dat het type endorser in de advertentie geen significante invloed heeft op de houding of koopintentie ten opzichte van crypto.

Doodsreutel, help wat nu?

tine geuens
Verpleegkundige aanpak in de behandeling van doodsreutel en ondersteuning van de naasten.

Blended Food. Where food and social life blend together.

Lena Jacobs Lena Jacobs Sofie Van Beek Lotte Verhoeven
We focuste ons tijdens onze bachelorproef op het onderwerp blended food. Dit is gewone voeding die gebeld wordt tot een consistentie die door een sonde te spuiten is. Deze manier van voeding blijkt verschillende gezondheidsvoordelen met zich mee te brengen. We ontwikkelden hierbij ook twee tools.

Trends en evoluties inzake vrijwillige inzet door jongeren tussen 15 en 30 jaar in Vlaanderen

Aïsha Cordy Laura Anne Emma Vankeirsbilck Alison Dequidt Emily Vanmeenen Manon Detavernier Sara Tanghe
Het concept 'nieuwe vrijwilliger', is dit nog steeds aanwezig? In welke mate is er een match tussen vrijwilligersorganisaties en vrijwilligers? We onderzochten dit aan de hand van de trends en evoluties bij vrijwillige inzet door jongeren tussen 15 en 30 jaar in Vlaanderen.

Leraarperformantie: welke indicatoren vinden schoolleiders belangrijk en hoe brengen zij dit in kaart?

Frank Cauterman
Welke indicatoren van leraarperformantie vinden schoolleiders in het basisonderwijs belangrijk? Welke informatiebronnen gebruiken zij om zich een beeld te vormen over de performantie van de leraren binnen het team? Tussen de verschillende indicatoren bestaan correlaties die door exploratieve factoranalyse leiden tot verschillende leraarprofielen.

Geef het jonge kind een stem

Anse Dedeurwaerder Kylie Lasoen Anaïs Mol Justine Bulckaen Lieze Hellin Tessa Huysman Britt Samyn Emma Onderbeke
Deze bachelorproef werd in opdracht van vzw Binnenstad geschreven. Vzw Binnenstad is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg waar kinderen met een verontrustende situatie geplaatst worden. De begeleiders in leefgroep Huis 3 ervaren dat er weinig voor handen is om rond de plaatsing van de kinderen te communiceren.

Geef het jonge kind een stem

Kylie Lasoen Justine Bulckaen Anaïs Mol Britt Samyn Lieze Hellin Emma Onderbeke Kylie Lasoen Anse Dedeurwaerder Tessa Huysman
Deze bachelorproef werd in opdracht van vzw Binnenstad geschreven, dat is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg waar kinderen met een verontrustende situatie geplaatst worden. In leefgroep Huis 3 verblijven kinderen van nul tot zes jaar. De begeleiders in leefgroep Huis 3 ervaren dat er weinig voor handen is om rond de plaatsing van de kinderen te communiceren. Er werd opgemerkt dat er voor oudere kinderen meer tools en methodieken voor handen zijn dan voor deze jonge doelgroep.

Nee is Nee

Dahlia De Winter Jana Dekeyser Febe Janssens Iggy Vancraeyveldt Laïsa Wyseur Manon Cloet Laura Platteeuw Axana Thybaut
Ons eindrapport gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hier zijn we aan de slag gegaan met literatuurstudie, kwalitatief onderzoek en het uitwerken van de toolbox.

Escape The Web

Sarah Vermeulen cvo MIRAS
Voor deze bachelorproef werkten we samen met het Centrum voor Volwassenenonderwijs MIRAS te Kortrijk. Cvo MIRAS wilde cursisten sensibiliseren en in beweging zetten met betrekking tot het thema armoede en sociale uitsluiting. Ze stelden ons de vraag om een activerende methodiek te ontwikkelen om cursisten bewust te maken van de armoedeproblematiek. Ze willen de cursisten letterlijk in beweging zetten. De methodiek willen ze systematisch kunnen inzetten tijdens de lessen ‘Maatschappij, Cultuur en Samenwerking’, en tijdens hun jaarlijkse campagne voor de week van verzet tegen armoede. Naar aanleiding hiervan hebben wij volgende centrale onderzoeksvraag opgesteld: “Hoe kunnen we cursisten van cvo MIRAS aan de hand van een activerende methodiek laten reflecteren, in gesprek laten gaan, bewustmaken en sensibiliseren omtrent het thema armoede en sociale uitsluiting?”. Om deze vraag in de diepte te bekijken hebben we een uitgebreide literatuurexploratie uitgevoerd rond verschillende onderdelen. Enerzijds vroegen we ons af wat armoede en sociale uitsluiting concreet inhoudt en hoe deze geëvolueerd is doorheen de tijd. Daarnaast verkenden we de lokale armoedeorganisaties. De beeldvorming rond armoede en sociale uitsluiting komt aan bod. Tenslotte sluiten we af met hedendaagse maatschappelijke situaties die een invloed hebben op dit thema en we onderzochten hoe we kunnen sensibiliseren. Concreet hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd door interviews af te nemen van armoedeorganisaties. Voor deze interviews baseerden we ons op de thema’s die we verkend hebben in de literatuuranalyse. We kregen de kans om mee te volgen tijdens een werkveldbezoek en besloten om hier een informele participerende observatie aan te koppelen. Hierdoor hebben we kennis kunnen maken met onze doelgroep, de cursisten. Aan de hand van de informatie die wij haalden uit de literatuuranalyse, de interviews en de informele participatieve observatie, konden we de activerende methodiek uitwerken en onderbouwen. We nemen in de ontwikkeling van onze methodiek mee dat, inspelen op interactie, rekening houden met klare taal en realistische verhalen belangrijke aspecten zijn. Uit de literatuuranalyse blijkt dat armoede een multidimensionaal probleem is. De informele participatieve observatie heeft voor interactie in onze methodiek gezorgd. Onze activerende methodiek, genaamd ‘Escape The Web’, is een armoedewandeling met een twist. We hebben elementen uit escaperooms geïntegreerd om de wandeling interactief te maken. We werkten zes verschillende casussen uit. Doorheen de casus komt de cursist in contact met armoede en/of sociale uitsluiting. De wandeling, die ondersteund wordt door de app ‘Actionbound’, is een ‘dag in het leven’ van een persoon in een armoedesituatie. Ze vertrekken met een draagtas waar er verschillende materialen inzitten. Door middel van opdrachten gaan ze naar de volgende (armoede)organisatie. Er wordt afgesloten met een groepsgesprek. Elke groep zal samen met een andere groep de armoedewandeling belichten aan de hand van reflectievragen. Op deze manier gaan de cursisten letterlijk in gesprek met betrekking tot de thema’s armoede en sociale uitsluiting. Aan de hand van deze reflectie vragen krijgt elke groep de kans om hun beleving, de geziene organisaties en de levensdomeinen van armoede uit te wisselen.

Welzijn tijdens de COVID-lockdown en mogelijke reddingsboeien. Een onderzoek naar de rol van emotieregulatie en de mediërende rol van zelfmotivatie op verveling, levenstevredenheid en lockdown-volharding.

Laura Belgrado
Tijdens de COVID-lockdown was er heel wat variatie in de mate van verveling en levenstevredenheid tussen mensen. Emotieregulatie en zelfmotivatie zijn beiden potentiële mechanismen die ervoor gezorgd kunnen hebben dat sommigen hier meer of minder last van hadden en zouden dus bij toekomstige stressvolle periodes ingezet kunnen worden in therapie. Daarom wordt in deze scriptie de rol nagegaan van emotieregulatie en de mediërende rol van zelfmotivatie in verband met verveling, levenstevredenheid en lockdown-volharding.

Inbreng en waardering van schenkingen: impact wet 31 juli 2017

Fien Geuten Fien Geuten
Wie een schenking wil doen, kan best rekening houden met de hervorming van de erfwet van 31 juli 2017, indien er reeds eerdere rechtsfeiten hebben plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding. Bij mijn stageplaats kreeg ik te maken met een situatie waarbij de doorwerking in tijd van de regelgeving omtrent de inbreng van zeer groot belang was. De situatie had betrekking op de vereffening van een huwgemeenschap, alsook de vereffening van een opengevallen nalatenschap van vóór de inwerkingtreding in 2018 en één van na de inwerkingtreding. De echtgenoten hadden bij leven samen schenkingen gedaan aan de kinderen, waardoor zowel het oude als het nieuwe erfrecht van toepassing is.

De voormelde situatie komt vaker voor en met mijn bachelorproef poog ik een oplossing aan te reiken voor notarissen die met dergelijke situaties geconfronteerd worden. Het onderscheid tussen de oude en nieuwe inbrengregeling is namelijk in de eerste plaats voor hen van groot belang.

Ik leg een bijzondere focus op de knelpunten die ontstaan door de oude en nieuwe regelgeving wat betreft de regels omtrent inbreng. Vervolgens ga ik over tot het bespreken waarom de wet van 31 juli 2017 is doorgevoerd en wat de wetswijziging nu precies inhoudt.

Ik haal aan wat de meest belangrijke wijzigingen zijn geweest met betrekking tot de inbreng en waardering van schenkingen. Dan ga ik over tot de inbreng in het algemeen. Hierin vermeld ik wat de inbreng is, wie tot de inbreng gehouden is en wie de inbreng kan vorderen alsook de uitzonderingen hierop. Bovendien bespreek ik de waardering van in te brengen schenkingen. Hier zal ik een onderscheid tussen de oude regelgeving en de nieuwe regelgeving maken. Dit laatste punt vormt de kern van mijn bachelorproef en hier zal ik dus uitgebreid op in gaan. Ten slotte ga ik nog wat dieper in op de informatie -en adviesplicht van de notaris bij een vereffening-verdeling.

Om mijn paper te ondersteunen, heb ik de visie van een aantal notarissen en medewerkers gevraagd. Ik heb hun mening gevraagd omtrent de indexering die geldt onder de nieuwe waarderingsregeling en of dit de waardeschommelingen wel voldoende compenseert. Bovendien heb ik de vraag gesteld hoe ver hun informatieplicht gaat ten opzichte van de cliënt.

Handvaten voor een aangename sfeer tijdens eetmomenten bij personen met autisme

Bo Loris
Een onderzoek naar een aangename sfeer tijdens eetmomenten bij personen met autisme. Wegens schaars onderzoek naar dit topic en de praktijknood aan handvaten om eetmomenten optimaal te laten verlopen bij personen met autisme is dit onderzoek ontstaan.

How Does Turkey as an Awkward Middle Power Challenge the EU’s Hegemony in the Western Balkans?

Haci Ahmet Unlu
Mijn scriptie maakt deel uit van de internationale betrekkingen literatuur en focust op hoe Turkije als een Awkward Middle Power de EU-gedomineerde status quo in de Westelijke Balkan trotseert.

Ruimtelijke ingrepen voor de reductie van luchtvervuiling en blootstelling in street canyons: case study Belgiëlei

Laura Adams
Verschillende ruimtelijke ingrepen, welke inzetten op de verbetering van de luchtkwaliteit en de vermindering van blootstelling aan polluenten in street canyons, worden allereerst gebundeld binnen een overzichtelijke toolbox. Vervolgens worden deze tools via ontwerpend onderzoek toegepast op een representatieve case, de Belgiëlei, waarbij scenario's inzetten op pollutie captatie, -ventilatie, blootstellings-reductie en haalbaarheid. De toolbox en de scenario's vormen een eerste belangrijke stap richting de meer praktische aanpak van street canyons.

Zelfmanagement bij hartfalen

Sophie Geens
Hartfalen is een klinisch syndroom waarbij de pompfunctie van het hart van de patiënt tekort gaat schieten. Door de vergrijzing van de bevolking zal de prevalentie van deze aandoening alleen maar stijgen. In België lijdt naar schatting 4% van de bevolking hieraan. Er lijden 200.000 mensen aan hartfalen. De levenskwaliteit zal dalen op verschillende vlakken, zowel op het sociale aspect als op het psychisch en lichamelijke aspect. Leefstijlinterventies zijn cruciaal om de impact van hartfalen op het dagelijkse leven en complicaties van de ziekte te verminderen. Deze interventies gaan over de inname van medicatie, het aanpassen van de voeding en het opvolgen van het gewicht. Bij therapieontrouw van medicatie gaan de klachten verergeren. Als de patiënt zich niet houdt aan de vochtbeperking, zal de vochtretentie en stuwing niet minderen. De lichamelijke activiteit gaat zorgen voor een betere inspanningstolerantie. Het is van groot belang dat de kortademigheid en de vermoeidheid afnemen. Er moet ingezet worden op therapietrouw van zowel medicatie als dieet. Vaak is dit voor patiënten zeer complex en gebeuren hier regelmatig fouten op. Dit kan verklaard worden doordat in de medische zorg de focus ligt op de farmacologische therapieën in plaats van op het ondersteunen van de patiënten bij gedragsverandering.

Vraagstelling: Literatuurstudie naar hoe zelfmanagement bij patiënten met hartfalen in de thuissituatie door eerstelijnsverpleegkundigen bevorderd kan worden.

Zoekstrategie: Tussen 4 oktober en 7 mei werd er een literatuurstudie uitgevoerd met behulp van volgende gecomputeriseerde databanken: PubMed, UpToDate, Google Scholar, Nature, ScienceDirect en Springerlink. De zoektocht leverde in totaal 41 artikels op waaronder 26 reviews, 5 richtlijnen, 1 secundaire kwalitatieve analyse, 1 kwalitatieve studie en 8 tijdschriften.

Resultaten: Uit een literatuurstudie is gebleken dat mHealth-apps een positieve invloed hebben in de eerstelijnszorg, de zorgkosten en de levenskwaliteit. Patiënten gaan op een actievere manier hun gezondheid in eigen handen nemen. Zelfmanagementgedrag wordt beïnvloed door de leeftijd, de comorbiditeit, de functionele/emotionele en economische status. Het prototype HeartCheck wil de competenties van de zorgvragers verhogen door op verschillende factoren in te spelen. Deze competenties gaan over communicatie, aandacht voor de mentale en fysieke toestand, adaptatie aan ziektesymptomen en integratie in de maatschappij. Wederzijds vertrouwen tussen de patiënt en zorgverlener is hierbij essentieel.

Conclusie: Zonder effectief management zal de levenskwaliteit van de patiënt met hartfalen verslechteren. Voor de zorgverleners bieden mHealth-interventies de mogelijkheid om bijwerkingen te monitoren en verbeterpunten te identificeren. Ook de vrijheid en draagbaarheid van mobiele apparaten bieden een enorm potentieel aan patiënten en zorgverleners. Er kan gesteld worden dat gepersonaliseerde zorg door de app een meerwaarde vormt voor patiënten met hartfalen binnen een bestaand zorgplan. Elke patiënt heeft specifieke zorgvragen die niet alleen bepaald worden door de mate van de ernst en het type van HF maar ook door de individuele vaardigheden en context van de patiënt.


Academisch optimisme door de bril van de attributietheorie

Ruben Vanrusselt
Kwalitatief onderzoek naar de manier waarop leerkrachten een hoge of lage mate van academisch optimisme verklaren en hoe zij deze oorzaken attribueren.

Een beroep op het zwijgrecht: fundamenteel recht van verdediging of mes in eigen rug?

Camille De Ridder
Aan de hand van een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek werd onderzocht of rechters het zwijgen door verdachten (mogen) meenemen in de straftoemeting. Enerzijds werd nagegaan in hoeverre zwijgen juridisch gezien consequenties mag hebben in de fase van de straftoemeting (law in the books). Of anders gesteld: zijn er juridische beperkingen aan het zwijgrecht? Anderzijds werd onderzocht of rechters zich in de praktijk kunnen houden aan deze beperkingen en of zij niet verder gaan dan juridisch voorzien (law in action).

Identificatie van Ascarophis sp. in Scorpaena porcus door morfologische analyse

Matisse Decaluwe
24 Scorpaena porcus stalen werden onderzocht op de aanwezigheid van nematodes, meer specifiek Ascarophis sp. De identificatie van Ascarophis sp. leidde tot de ontdekking van de aanwezigheid van Ascarophis filiformis samen met een nieuwe gastheer en locatie.

Geldt een pandemie als overmacht in het verbintenissenrecht

Caro Stuer
1. Het uitgangspunt is dat een overeenkomst die geldig wordt aangegaan, de partijen tot wet strekt. Een pandemie kan daar een voorbeeld van zijn een omstandigheid die het moeilijk of onmogelijk maakt een verbintenis na te komen. Overmacht zou ervoor kunnen zorgen dat een schuldenaar wordt bevrijd van zijn contractuele verbintenis.
2. Om na te gaan of er in de context van de coronacrisis sprake is van overmacht, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of er sprake is van een toestand waarbij de schuldenaar kampt met een financieel onvermogen. In de meeste gevallen is dit in het kader van een handelshuurovereenkomst.
Luidt het antwoord positief, dan kan men er kort over zijn. De kans is groot dat de rechter de rechtsgrond overmacht niet zal aanvaarden. De meerderheid en de meest recente rechtspraak verwijst naar het cassatiearrest van 28 juni 2018. Het Hof van Cassatie aanvaardt namelijk niet dat financieel onvermogen een kwalificatie tot overmacht rechtvaardigt. Het Franse Hof van Cassatie aanvaardt dit evenmin.
Luidt het antwoord daarentegen negatief en is er geen sprake van een financieel onvermogen in hoofde van de schuldenaar, dan dient te worden nagegaan of aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht is voldaan.
3. Er moet bij elke met corona verband houdende situatie geval per geval, sector per
sector, contract per contract worden nagegaan of er sprake is van overmacht.
Een schuldenaar moet zich ingevolge de coronacrisis in de onmogelijkheid bevinden de verbintenis na te komen en de contractuele fout dient ontoerekenbaar te zijn. Er is nog discussie over de vraag of het nu gaat om een absolute of een relatieve onmogelijkheid. De contractuele wanprestatie dient onvoorzienbaar en onvermijdbaar te zijn.
Indien aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht niet voldaan is, dan is er geen sprake van overmacht. Er kan dan worden onderzocht of er beroep kan worden gedaan op de alternatieven van overmacht: de wijziging van de overeenkomst, de ontbinding, contractuele clausules of de uitvoering te goeder trouw.

4. Het eerste alternatief voor overmacht is de wijziging van de overeenkomst.
Een contract kan alleen gewijzigd of opgezegd worden mits wederzijdse toestemming van de partijen of op grond van de wet. Dit standpunt wordt gevolgd in het Franse recht en in het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
5. Het tweede alternatief is de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer de gedwongen uitvoering niet mogelijk is, kan er een keuze gemaakt worden tussen: de gerechtelijke ontbinding, de ontbinding op kennisgeving of het uitdrukkelijk ontbindend beding.
De ontbinding op kennisgeving werd recentelijk erkend door cassatierechtspraak en zal in het nieuwe Burgerlijke Wetboek een wettelijke grondslag krijgen. De ontbinding op kennisgeving is wellicht geïnspireerd op het Franse recht. Er dient bij een ontbinding op kennisgeving sprake te zijn van een wederkerig contract, een voldoende gekwalificeerde schending, een ingebrekestelling en een kennisgeving van de beslissing van de schuldeiser aan de andere contractspartij. Het klassieke voorbeeld van een wanprestatie is de niet-betaling van de huurgelden. Wanneer overmacht kan worden vastgesteld, zal er niet aanvaard worden dat er sprake is van een wanprestatie die de ontbinding rechtvaardigt.
6. Het derde alternatief voor overmacht zijn de contractuele clausules. Deze clausules zijn mogelijk nu het verbintenissenrecht van aanvullend recht is. Enerzijds zijn er de overmachtsclausules en anderzijds de imprevisieclausules. In zo een clausule kunnen contractspartijen bedingen welke omstandigheden in aanmerking komen als overmacht of imprevisie en wat de gevolgen zijn van deze kwalificatie op hun contract. Partijen kunnen dus zelf overeenkomen in welke mate een pandemie een impact zal hebben op hun overeenkomst.
In Frankrijk zijn contractuele clausules eveneens mogelijk.
7. Het vierde en laatste alternatief dat in deze thesis wordt voorgesteld voor overmacht, is de uitvoering te goeder trouw.
Er kunnen op grond van de aanvullende werking van de goede trouw bijkomende verbintenissen worden opgelegd aan partijen. Zo dienen de contractspartijen er zich van te onthouden de nakoming van de verbintenis door de wederpartij te bemoeilijken in de context van een pandemie. Er kan ook de verplichting worden afgeleid om bijkomende contractuele regelingen te treffen met het oog op de goede afloop van de basisovereenkomst. Ook het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek geven deze betekenis aan de aanvullende werking van de goede trouw. Een contractspartij die zich in een situatie van overmacht bevindt, kan worden verhinderd zijn verplichtingen te goeder trouw na te komen. Vaak is een onderhandelde oplossing wel opportuun. Zo kan een betalingsuitstel, afbetalingsregeling of een prijsvermindering worden voorgesteld.
Het is bij de matigende werking en bij rechtsmisbruik aan een contractpartij verboden de haar uit de overeenkomt voortvloeiende rechten uit te oefenen op een manier die in strijd is met wat van een redelijke contractpartij mag worden verwacht. Wie in het kader van de coronacrisis de nakoming zou blijven eisen van een ingrijpend gewijzigde overeenkomst, kan zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. De schuldenaar dienst daarnaast loyaal redelijke maatregelen te nemen die de schade van de niet-nakoming kunnen matigen of beperken. Deze redenering is in het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek terug te vinden. Het ontbreken van een onderhandelde oplossing, zoals een betalingsuitstel, een afbetalingsregeling of een prijsvermindering, kan leiden tot rechtsmisbruik. De matigende werking staat de toepassing van de risicotheorie in geval van overmacht echter niet in de weg.
8. Imprevisie kan niet als alternatief worden gebruikt voor overmacht in het Belgische recht. Bij imprevisie is er, in tegenstelling tot bij overmacht, sprake van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst bijzonder moeilijk of aanzienlijk zwaarder maken voor (één van) de partijen. De coronacrisis kan daar een voorbeeld van zijn. De imprevisieleer beoogt een heronderhandeling van de overeenkomst tussen de partijen. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch het Hof van Cassatie en noch andere (corona)rechtspraak aanvaarden de imprevisieleer.
De bindende kracht van een overeenkomst blijft het uitgangspunt. Het Franse recht en het nieuwe Burgerlijk Wetboek aanvaarden de imprevisieleer wel.
Partijen kunnen wel steeds een contractuele imprevisieclausule opnemen. De imprevisieleer kan ook min of meer het recht binnensluipen via enerzijds de matigende werking van de goede trouw en de leer van het verbod op rechtsmisbruik en anderzijds door een soepele invulling van het overmachtsbegrip.
We hebben de imprevisieleer niet kunnen gebruiken tijdens de coronapandemie.
Mocht het nieuw Burgerlijk Wetboek al van kracht zijn geweest, had dit een grote invloed gehad op verschillende contracten en zou de rechtspraak vandaag anders luiden.
De aanvaarding van de imprevisieleer tijdens de coronacrisis had er wellicht toe geleid dat overmacht minder snel werd aanvaard.

Rechtspersoonlijkheid voor robots: een rechtsfilosofische afweging vanuit Belgisch juridisch perspectief

Victor Schollaert
Robots zijn in ons recht vandaag niets meer dan voorwerpen. Het wordt tijd om te overwegen of ze de status van personen verdienen in ons recht. Door middel van een rechtsfilosofische afweging wordt in dit onderzoek een voorzichtig positieve balans opgemaakt.

Outdoor education in het basisonderwijs

Esther Bamberger
Het effect van outdoor education op cognitie en motivatie in het lager onderwijs.

Een concrete en werkbare visie voor DiverGENT die betekenis geeft aan het leren van onze inclusieve leerling

Julie Van Hoorde
In onze organisatie vernieuwen we samen de visie naar een concrete én doorleefde visie volgens de richtlijnen van schoolontwikkeling. Ons veranderingsproces kan een voorbeeld zijn voor wie zoekt naar een meer inclusieve en diversiteitgerichte visie voor zijn organisatie.

Kunnen we de leermotivatie voor het vak Frans in de eerste graad a- en b-stroom verhogen met ons didactisch bordspel?

Katrien Matthijs Nele Lombaert
Omdat we merken dat de leerlingen in de eerste graad a- en b-stroom weinig leermotivatie hebben voor de lessen Frans, hebben we zelf een educatief bordspel ontworpen. We hebben duidelijk gekozen voor een bordspel en niet voor een online platform om de schermtijd te beperken en om de spreekvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid en groepsdynamica in de klas te vergroten. Daarbovenop willen we de leerlingen ook warm maken voor de Franse cultuur. Na een test bij 51 leerlingen hebben we 49% meer motivatie kunnen registreren.

Het effect van een positieve beeldvorming op integrale toegankelijkheid op vlak van mobiliteit

Joni Vandyck Famke Breugelmans Julie Jacobs Michiel Van Regenmortel
Onderzoek naar het effect van een positieve beeldvorming op integrale toegankelijkheid op vlak van mobiliteit. Met mobiliteit bedoelen we openbaar vervoer en infrastructuur van wegen en voetpaden.

Impact van COVID-19 op sponsorwerving (casestudy: Vlaams amateurvoetbal)

Jarne Thyssen
Aan de hand van de kwalitatieve onderzoeksmethode wordt in dit onderzoek de impact van de
coronapandemie op de sportsponsoring in het Vlaams amateurvoetbal onderzocht. In de
gevoerde diepte-interviews werden topics aangehaald zoals de motieven, de achtergrond van de
respondent, de relatie tussen beide partijen en de impact van de coronapandemie op deze relatie
en op de respondent zelf. Aan de hand van de antwoorden op de vragen tracht men in dit
onderzoek een representatief beeld te schetsen voor het Vlaams amateurvoetbal.

Uit dit onderzoek blijkt dat veel sponsorrelaties zijn blijven doorlopen doorheen de pandemie. De
reden hiervoor kan men meestal terugvinden in de motieven om de relatie aan te gaan of in de
tijdelijke aanpassingen aan de overeenkomst gedurende de coronapandemie.