Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Workers (dis)abilities and required conditions

Victor Matthys Jaron Devloo
In ons werk ligt de nadruk op de voordelen van een handicap, een aspect dat in onze samenleving te weinig belicht wordt. U kunt nieuwe inzichten verwachten over hoe mensen met een handicap in staat zijn om uit te blinken door hun handicap.

Evaluatie van de timing van puberteit bij adolescente jongens met overgewicht: Associatie met laaggradige inflammatie?

Evy Berlanger
Heel wat jongens met overgewicht lijden enorm onder de fysieke en mentale gevolgen ervan. Vaak gaan ze naar de dokter omwille van groei- en ontwikkelingsproblematiek. Wat is de invloed van overgewicht op puberteit? De onderzoeksgroep van het kinderziekenhuis te UZ Brussel nam dit onder de loep.

WERK ZOEKEN EN EEN CARRIÈRE STARTEN IN HET COVID-19 TIJDPERK

Pieterjan Dhondt Louise Gyselinck
Kwalitatief onderzoek naar de impact van COVID-19 op het werkzoekproces en de school naar werktransitie van masterstudenten die afstuderen en werk zochten tijdens de coronacrisis.

Gender stratification in the workplace environment: implications for mental health

Esther Lermytte
Genderstratificatie op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat psychosociale risicofactoren op de werkvloer ongelijk verdeeld worden onder mannen en vrouwen. Deze factoren beïnvloeden ons mentaal welzijn. Deze thesis bestudeert hoe de mentale gezondheid van mannelijke en vrouwelijke werknemers in Europa verschillend beïnvloed wordt door bepaalde jobkenmerken.

Fear of Backlash as a Barrier to Men's Involvement in Childcare: Predicting Fear of Backlash in Men for Childcare across the World using Country-Level Indicators

Eline Camerman
Angst voor sancties vormt een belangrijke reden voor de lagere bijdrage van mannen aan de zorg voor hun kinderen. In deze masterproef werd nagegaan of deze angst verschilt over 49 landen heen, en of samenlevingskenmerken deze landelijke verschillen kunnen verklaren. Uit de resultaten blijkt dat de loonkloof van een land voorspellend is voor de mate van angst die mannen ervaren. Dit introduceert vervolgens mogelijkheden om genderongelijkheid in kinderzorg verder aan te pakken.

To drop or not to drop(-out)

Jolien Moorkens
Dit onderzoek gaat over drop-out bij schakelstudenten. Zo wordt onderzocht waarom schakelstudenten hun opleiding al dan niet stopzetten en welke ondersteuningsnoden ze hebben.

Welke leraren bewandelen het pad richting zelfregulerend leren? Een kwantitatief onderzoek naar de beïnvloedende leerkrachtfactoren in het optimaliseren van zelfregulerend leren bij leerlingen in het Vlaams secundair onderwijs

Daphné Van Looy
Deze scriptie ging met een kwantitatief onderzoek na welke leerkrachtfactoren gerelateerd zijn aan het stimuleren van zelfregulerend leren bij leerlingen in het Vlaams secundair onderwijs. Dit vanuit de vaststelling dat er veel variatie is tussen leerkrachten in de mate waarin ze inzetten op het stimuleren van zelfregulerend leren. Aan de hand van vragenlijstdata van 261 leerkrachten secundair onderwijs werd een model getoetst waarin zowel demografische variabelen, (self-efficacy) beliefs, als kennis omtrent zelfregulerend leren opgenomen werden.

"Tweespraak is (g)een les Nederlands". Een etnografisch onderzoek naar de taal- en leerideologieën in een niet-formele leeromgeving voor anderstalige nieuwkomers te Antwerpen

Jonas Wynants
Deze masterproef onderzoekt de taal- en leerideologieën die circuleren tijdens Tweespraak, een buddyproject waarbij anderstalige nieuwkomers Nederlands kunnen oefenen samen met een Nederlandstalige vrijwilliger.

Ver van thuis? Hoe sociale NGO’s veerkracht opbouwen in post-crisis aankomststeden door sociale innovatie en integratie

Alicia Van der Stighelen
In de context van migratie en de Europese vluchtelingencrisis beproeft deze masterproef het potentieel tot veerkracht van zowel de aankomststad met een eigen crisishistorie als van haar nieuwkomers. Een netwerk van ngo’s (afkorting voor ‘non-gouvernementele organisaties’) spelen hierin een essentiële rol via hun sociale zorg en huisvesting als substituut voor een (tot nog toe) weinig responsieve overheid. De thesis steunt in concreto op onderzoek van en vrijwilligerswerk met de ngo ARSIS die werkt rond opvang en integratie van niet-begeleide minderjarige migranten in Athene, Griekenland.

Solliciteren in het Cités? De impact van etnisch en regionaal gekleurde taalvariëteiten in formele contexten: een experimentele studie

Laurens Biesmans
In dit onderzoek focust op de invloed van Citétaal in sollicitatiegesprekken. Resultaten tonen aan dat Citétaal consequent een lagere status dan het Limburgs wordt toegekend en dat sprekers ervan worden gekoppeld aan functies als arbeider.

Hoe kunnen we netwerkeconomie operationaliseren binnen de Vlaamse kmo markt? - Een onderzoek bij Vlaamse middelgrote ondernemingen.

Stef Rutsaert
In dit onderzoek operationaliseren we netwerkeconomie door deze term doorheen de tijd te onderzoeken en tot een nieuwe, moderne definitie te komen. De drie onderdelen van deze definitie, namelijk technologie, change management en niet-financiële waardecreatie, worden aan de hand van literatuur onderzocht en onderling gelinkt. De interviews uit dit onderzoek maken duidelijk dat er nog te weinig kennis is over netwerkeconomie binnen de bedrijfswereld.

Arbeidsmarktre-integratie na burn-out: Mixed-method onderzoek naar determinanten van kwalitatieve re-integratie na burn-out

Annelies Van Royen
Vragenlijstonderzoek en interviewstudie bij ex-burn-out patiënten die opnieuw aan het werk zijn naar factoren die kwalitatieve arbeidsre-integratie bevorderen en belemmeren

Is verengelsing necessary in Flanders? Waarom verengelsen Vlaamse universiteiten weinig tot niet in vergelijking met Nederlandse universiteiten?

Yvonne Kuiken
Deze scriptie onderzoekt waarom het hoger onderwijs in Vlaanderen minder snel verengelst dan in Nederland. Daarbij wordt ook dieper ingegaan op de voor- en nadelen die verengelsing met zich meebrengt.

Peerlearning from different perspectives

Sharon Huysmans
Deze scriptie is geschreven in het kader van een stage in ICBIE te Salvador, Brazilië en behandelt hoe een cultureel centrum kwetbare jongeren tracht te ondersteunen in hun strijd tegen de maatschappelijke ongelijkheden.

Op zoek naar de elite: Hooggeschoolde immigranten aantrekken via het Belgische migratiebeleid.

Claire Nardon
Hooggeschoolde immigranten vormen een belangrijke troef voor een groeiende economie. In tegenstelling tot Canada en Australië, slaagt België er echter niet in om deze gegeerde groep aan te trekken. Via een comparatieve analyse tussen het Belgische, Canadese en Australische migratiebeleid gaat deze masterproef na hoe België hier verandering in kan brengen.

De Positie van Vlaanderen in de PISA-Ranglijsten van Onderwijsongelijkheid: Andere Maatstaven, Andere Waarheden?

Silke Scheepmans
Deze scriptie neemt het Vlaamse onderwijs onder loep op vlak van sociale ongelijkheid. Eerst zoomt het in op de manier waarop het onderwijs georganiseerd is door stil te staan bij het meritocratische gedachtegoed dat een sterke invloed heeft op het Vlaamse onderwijs. Tot slot brengt het aan de hand van verschillende maatstaven de sociale ongelijkheid in kaart en vergelijkt die met de sociale ongelijkheid in de andere Europese lidstaten.

Onderzoekend leren geen kinderspel? Wel met een differentiatietabel.

Nele Maes
Onderzoekend leren gedifferentieerd aanbieden is geen kinderspel. Deze handige tool in de vorm van een differentiatietabel, gebaseerd op de vier pijlers van onderzoekend leren, biedt ondersteuning aan leerkrachten.

ONDERNEMEN EN DOCTOREREN: EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR DE DRIJFVEREN, DREMPELS EN DE MEERWAARDE VAN EEN DOCTORAATSOPLEIDING IN HET ONDERNEMERSCHAP

Julie Matthys
Deze scriptie beschrijft een kwalitatief onderzoek bij ondernemers met een doctoraatsopleiding. Aan de hand van semi-gestructureerde interviews werd getracht de drijfveren, drempels en ervaren meerwaarde van deze unieke groep in kaart te brengen.

Internet in de gevangenis: risico of opportuniteit?

Anouchka Cool
Deze masterproef onderzoekt of een toelating van internet in de Vlaamse gevangenissen een risico of opportuniteit betreft. Hiervoor werden 29 interviews afgenomen met gedetineerden en personeelsleden. Daarnaast werden ook nog gekeken welke beperkingen mogelijk waren, zoals tijdsbeperkingen, afstemming per gedetineerde.

The road less traveled: A comparative study of PhD holders’ sector of employment

Lucas Dierickx
Een onderzoek naar de tewerkstellingssector van mannelijke en vrouwelijke doctoraathouders in vier verschillende Europese landen.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

Uitdagingen en kritische succesfactoren voor de lokale diensteneconomie. Een kwalitatief onderzoek naar de gevolgen van het nieuwe decreet voor ondernemingen binnen de sector

Diana Gebruers
Deze masterproef wil nagaan wat de mogelijke gevolgen van het nieuwe decreet lokale diensteneconomie zijn geweest voor de ondernemingen binnen de sector in Vlaanderen op vier vlakken: organisatie van de ondernemingen; toewijzing en bemiddeling van de doelgroepwerknemers; verplichte doorstroom; en financiering. Om de opvattingen van de respondenten over de veranderingen die de ondernemingen hebben ervaren in kaart te brengen werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen bij medewerkers met leidinggevende functies van organisaties met verschillende dienstverleningen.

Welke rol kunnen agrarische (maatwerk)bedrijven in België bekleden rond de re-integratie en revalidatie van burn-out in vergelijking met de Alnarptuin in Zweden?

Ilona Ruelens
Deze kwalitatieve bachelorproef is opgesteld om te onderzoeken of het succesvolle internationale project van de Alnarptuin te Zweden kan overgeheveld worden naar bestaande agrarische (maatwerk)bedrijven in België. Er wordt hierbij getoetst op realistische haalbaarheid en effectieve begeleiding van burn-out binnen de groene zorg. Dit gebeurt door middel van een vergelijkende casestudie met het maatwerkbedrijf De Wroeter te Sint-Lambrechts-Herk (België). Daarnaast verschaft deze scriptie informatie over de invloed die tuintherapie heeft op personen met een beperking.

We maakten gebruik van de gestandaardiseerde 'Garden Evaluation Toolkit', die opgesteld werd door Naomi Sachs, professor in de plantwetenschappen en landschapsarchitectuur. Op die manier konden we de omgevingselementen vergelijken, en onder brengen in een kolomdiagram. Er participeerden 23 geïnterviewden aan deze scriptie waaronder experts, tuintherapeuten, ervaringsdeskundigen, …

In de resultaten vind je een stappenplan of handleiding terug voor (maatwerk)bedrijven in België, zodat ze het project uit Zweden kunnen nabootsen. Als belangrijkste bevinding kunnen we stellen dat er een link is met onze levenswijze (politiek, economisch, enz.), het voortbestaan van de natuur en mensheid, en hedendaagse gezondheidscrisissen. Op die manier is er ook een verband tussen Covid-19 en het ontstaan van burn-out, namelijk een gemeenschappelijke oorzaak, die we omvatten als onze globale levenswijze. Dit is dus niet enkel een eindscriptie met een onderzoekend doel, maar bevat ook een waarschuwing. Namelijk de onaangename gevolgen die de mensheid te wachten staan, wanneer we in de toekomst niet ingrijpen.

Naar een integrale armoedebestrijding dankzij de inkanteling van het OCMW in het gemeentebestuur?

Agneta Hendrickx
Deze scriptie doet onderzoek naar mogelijke synergieën binnen een lokaal bestuur, in het kader van een meer integrale armoedebestrijding.

Pension reform in a general equilibrium OLG model: Lessons from Japan

Thomas Lebbe
Pensioenhervorming in een algemeen evenwichtsmodel, met focus op pensioenbonus in Japan. Gemodelleerd door een overlapping generations model.