Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Gender(on)gelijkheid in de sportwereld (1950-1980) "Moet hen onmiddellijk voldoening worden geschonken?" Belgische sportvrouwen en de instituties van het wielrennen, de atletiek en het voetbal

Maura De Troyer
Belgische sportbonden weigerden voor een lange tijd om vrouwensport te erkennen. In 1950 mochten vrouwen voor het eerst officieel aan atletiek doen. Wielrennen kon pas in 1959 en voetbal in 1970. Op welke manier werden deze sporten georganiseerd? Wie waren de vrouwelijke pioniers in deze sporten en wat waren hun ervaringen met de sportbonden, feminisme, en de bredere samenleving?

Kerk&* : De herwaardering van de Sint-Ritakerk

Quinten Malfait
De projectnota is opgesteld in het kader van de masterproef OMG! Van God Los en bundelt het onderzoekend en ontwerpend werk, opgebouwd uit drie blokken, opeenvolgend onderzoek, scenario’s en ontwerp. De masterproef spitst zich toe op het relevant en hedendaags vraagstuk rond de herbestemming van het kerkelijk erfgoed in Vlaanderen. Door de groeiende secularisering lopen de kerken, vaak gelegen in het centrum van een wijk of dorp, stilaan leeg. Toch zien architecten, stedenbouwkundigen en erfgoedspecialisten verschillende opportuniteiten ontstaan voor de gebouwen omwille van hun specifieke typologie, strategische ligging en publieke schaal. De casestudies richten zich specifiek toe op kerken gebouwd na de Tweede Wereldoorlog. De modernistische architectuur zowel in plan als opbouw verschilt fenomenaal van de kerken gebouwd voor de oorlog.
De vooropgestelde case van deze nota is de Sint-Ritakerk in Harelbeke van de Belgische architect Léon Stynen. De kerk staat als een losstaand sculpturaal artefact in een generische Vlaamse context. “Dit is een tent waar men God vindt”, concludeerde de pastoor bij de inwijding in 1966. De architectuur is een zoektocht naar de essentie van deze typologie waarin de sacraliteit wordt uitgedrukt in de piramidale oervorm en puurheid tussen het materiaal en structuur. Sinds 2016 is de kerk een beschermd monument.
De aanwezigheid van de Sint-Ritakerk laat zich gelden in de ruimte waarmee dit heilige object een spanningsveld creëert als monument op zijn omgeving. Hierom luidt de onderzoeksvraag als volgt: “Wat is de impact van een ‘beschermd monument’ op zijn omgeving op korte en lange termijn?”. De Sint-Ritakerk wordt hiermee niet enkel een ‘heilige’ plek voor christenen, maar ook voor architecten en erfgoedspecialisten.
Het uitgewerkte scenario is een masterplan dat de zones en perimeters die voortkomen uit de gedefinieerde spanningsvelden eerst gaat optekenen om ze vervolgens te gaan herformuleren in een groter netwerk. De intentie is om de kerk van zijn banale omgeving te onttrekken en hem een centrale rol als monument en kerk te geven in de nieuwe gecontroleerde stedelijke ruimte waar zowel de lokale als de globale actoren in en rond de kerk samenkomen. Het web van de kerk biedt zo een omkadering op uiteenlopende schaalniveaus dat de impact van de Sint-Ritakerk op zijn omgeving op korte en lange termijn kan meten.

Van dorpen van de dood naar leerscholen voor het leven: De evolutie van drie katholieke leprozerieën in Belgisch-Congo onder invloed van de sulfonentherapie tussen 1940 en 1960

Felix Deckx
1950 was een belangrijk jaartal in de geschiedenis van de lepraverzorging in de voormalige Belgische kolonie Congo. Rond die tijd werd de sulfonenbehandeling in 's lands leprozerieën gemeengoed. Voor het eerst was de westerse geneeskunde in staat lepra volledig te genezen. Deze masterproef onderzoek de impact van deze behandeling op de Belgisch-Congolese lepraverzorging. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de religieuze, medische en sociale omgang met de Congolese patiënten.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.

Brengt de ideologie van de existentiële band tussen ouders en kinderen de jeugdhulp en jeugdbescherming in moeilijkheden?

Laetitia De Bruyn
De wet bepaalt dat een plaatsing van een kind alleen als laatste redmiddel en met het oog op gezinshereniging mag plaatsvinden, om de grondrechten van zowel ouders als kinderen te eerbiedigen. Het onderhouden van familiebanden is een gevestigde norm in de Belgische jeugdhulp en ligt aan de basis van ons jeugdbescherming systeem. Maar zou het hoofddoel van het werk van de jeugdbeschermers niet eerder moeten gesteld worden in functie van wat het kind in staat stelt zich goed te ontwikkelen, verre van pure ideologische verklaringen rond het belang van de familieband?

Een evolutief perspectief van de terrorismebestrijdingsstrategie van de Europese Unie vóór en na de aanslagen van Parijs en Brussel (2015-2016)

Yasmina Donie
De terrorismebestrijdingsstrategie van de Europese Unie voor en na de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel (2015-2016).

Leopold II, het ultieme taboe? De lessen over de Belgische koloniale geschiedenis in GO!-scholen in Brussel en de Vlaamse Rand

Julie Hardy
Een onderzoek naar de inhoudelijke en didactische keuzes die geschiedenisleerkrachten maken rond de lessen over de Belgische koloniale geschiedenis in GO!-scholen in Brussel en de Vlaamse Rand.

Crowdfunding: een alternatieve financieringsmethode voor de Belgische bouwpromotor

Maxim De Ganck
Crowdfunding wint anno 2021 niet alleen aan belang bij innovatieve start-ups en scale-ups, maar ook in de vastgoedsector. Gelet op de jonge bestaansgeschiedenis, de in het verleden heersende rechtsonzekerheid en het toekomstpotentieel van crowdfunding wordt de lezer een actuele blik geboden in de verscheidene financieel, juridische en fiscaalrechtelijke aspecten van crowdfunding. Daarnaast wordt tevens de nadruk gelegd op crowdfunding in het vastgoedontwikkelingsproces.

'Over de vloer': een historische podcastreeks voor kinderen

Sien Demuynck
'Over de vloer' is een historische podcastreeks voor kinderen. Deze scriptie bevat een schriftelijke neerslag van het doorlopen traject.

'Processie van Echternach' naar het 'voldongen feit': België en NAVO-Dubbelbesluit, 1977-1979

Bas Spliet
Deze scriptie onderzoekt het besluitvormingsproces van de Belgische regering ten aanzien van het NAVO-Dubbelbesluit van 12 december 1979. De centrale bevinding stelt dat België een sleutelrol opnam in het doordrukken van het Dubbelbesluit op het internationale terrein.

Ethica, activisme en netwerken van de dierenbeschermers tijdens het fin de siècle: de casus van Belgisch activist Jules Rühl.

Lise Foket
Deze scriptie analyseert de geschiedenis van de Belgische dierenbeschermingsbeweging van 1897 tot 1914. De thesis focust op de casus van invloedrijk activist Jules Rühl, om zo de ethica, activisme en netwerken van de dierenbeschermers te bestuderen.

Van Uitzicht tot Inzicht - Restauratie en conservatie in België ca. 1880 tot 1920

Audrey Boivin
Geschiedenis van de technieken en idealen binnen de kunstrestauratie en -conservatie, specifiek over de conservatie en restauratie van schilderkunst in België ca. 1880-1920.

De strafrechtelijke sanctionering van religieuze uitingen

Kato Van Espen
Een juridische analyse naar de noodzakelijkheid van de strafrechtelijke beteugeling van het dragen van gezichtsverhullende kledij. Ook de maatregelen m.b.t. COVID-19 komen kort aan bod.

Le rêve d'un roi: Congo Free State and Its Unlikely Existence in 19th-Century International Law

Maxim Smets
Onderzoek naar de status van Kongo-Vrijstaat in het negentiende-eeuwse internationaal recht. De thesis beschrijft ook hoe de kolonisatie op juridische wijze werd gerealiseerd.

How can we evolve a harmonious integration of an isolated historical defence infrastructure within a current society? A recipe in which a burial site, a green landscape and a public character are blended into a seamless unity.

Silke Vandeputte
Een belangrijk deel van de Belgische geschiedenis en een uniek stukje architectuur, namelijk een verdedigingsfort, herbestemmen tot een begraafplaats en een locatie om afscheid te nemen van dierbaren. Het gaat over het integreren van een fort in de huidige samenleving.

Remember - Re-membering

Nadia Cogge John Deheegher Etienne Moons Rudy Baert
'Remember - re-membering'
Soms gaat het nooit voorbij
Het belang van herinneringseducatie bij de intergenerationele overdracht van de gevolgen van de twee Belgische wereldoorlogen.

Digitale Controle op Migratie vs. het Recht op Privacy en Gegevensbescherming in België: De toegang tot smartphones en sociale mediaprofielen in Belgische verzoekprocedures om internationale bescherming

Lore Roels
Deze masterscriptie bewandelt, zoals de titel doet vermoeden, de grens tussen het asielrecht en het privacy- en gegevensbeschermingsrecht. De scriptie gaat meer bepaald op zoek naar het evenwicht tussen het belang van een overheid, bij het bestrijden van misbruik in procedures om internationale bescherming, en het belang van verzoekers om internationale bescherming, bij de uitoefening van hun recht op privacy en gegevensbescherming. Er wordt hierbij gefocust op de recente wetswijziging van de Belgische Vreemdelingenwet (21 november 2017), die het (onder andere) mogelijk maakt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen om zich toegang te verschaffen tot smartphones en sociale mediaprofielen van verzoekers, ter beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming.

Het Koloniaal Monument als 'Ongehoorzame' Readymade - Demonumentalisering en Remythologisering van Intentioneel Memorerende Beeldhouwkunst

Adam Van Den Berghe
Een nieuw iconoclasme doet zijn intrede. Als zelfverklaarde mijlpalen in de geschiedenis en de
publieke ruimte worden symbolen van een geromantiseerde en eurocentrische visie op het
koloniaal verleden steeds meer onderhevig aan aantasting, bevraging en verwijdering. Als het
ware houden deze controversiële objecten een spiegel voor de ogen van de dagelijkse slenteraar.
In dit onderzoek is er gepoogd antwoord te krijgen op de hedendaagse relevantie van koloniale
monumenten in de openbare ruimte. Als centraal voorbeeld voor deze intentionele
memorerende monumenten worden de beeltenissen van Leopold II onder de loep genomen.
Hoewel deze objecten het tegenovergestelde van dekolonisatie symboliseren vormt deze
verhandeling geen betoog voor de aantasting of verwijdering van dergelijke monumenten.
Integendeel, het beheer en behoud van dergelijke monumenten in functie van
demonumentalisering en remythologisering geniet de voorkeur. Door herdefiniëring wordt
getracht een gemeenschappelijk koloniaal erfgoed en verleden na te streven.
De controversiële objecten omvatten, als voorbeelden van traditionele canonieke kunst, actuele
problematiek en hedendaagse relevantie. Als communicatiemiddel en metonymie van protest
stelt het koloniaal monument zichzelf aan de kaak. Dusdanig capteert het, als geval van
hedendaagse kunst, twee tegengestelde waarheden. Het object zelf als monument en pure vorm
van kolonialisme en het subject als strijd om de zuivere waarheid tussen de onderdrukker en de
onderdrukte. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan of deze tegenstrijdige uitingen elkaar
in het object kunnen opheffen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee
verschijningen die de standbeelden van Leopold II aannemen. Met name dat van een
intentioneel memorerend monument en dat van een koloniaal monument als readymade. Deze
nemen respectievelijk een amplische en een ciselante of beitelende fase aan.
De toestand van de mens verpersoonlijkt zich in het koloniaal monument als ongehoorzame
readymade. Het ziet zichzelf vervat in de terugkerende object-subject dialectiek die het beleeft.
De conclusie is dat de classificatie en criteria van een readymade ondersteuning biedt voor de
uitlijning van de maatschappelijke en politieke dilemma’s die de objecten meedragen. De inzet
is nog steeds de macht over tijd en ruimte. Het biedt een alternatieve werkwijze voor de
spektakeldemocratie waarin politiekers voor figuranten spelen en politieke correctheid als
illusie voor gelijkheid wordt gehanteerd. Als tweede verschijning nemen kunstenaars in dit
schouwtoneel de rol van burger-betoger op. Doormiddel van additivisme wordt er gemedieerd
tussen de verschillende actoren. Dit moet voldoen aan het erfgoedbeleid maar mag niet meer
als crimineel worden aanzien.

Russie et l'Europe civilisée: Europese identiteitsvorming in het Belgische Ruslandbeeld 1848-1861

Sam Kuijken
Mijn onderzoek gaat na hoe de Belgische kijk op Rusland tussen 1848 en 1861 bijdroeg aan de vorming van een Europese identiteit.

“Māori metal” - Analysing decolonial glocalisation in the themes, performances and discourses surrounding Alien Weaponry’s debut album Tū (2018)

Didier Goossens
Onderzoek naar hoe de Nieuw-Zeelandse metalband Alien Weaponry zich voorstelt aan centrale markten van de globale metalscene. Enerzijds een analyse van thematische en performatieve glocalisering; anderzijds discoursanalyses van promotie, distributie en receptie, met nadruk op deze laatste.

Non-State rules as the applicable law in contracts - Harmonisation of contract law in the European Union

An-Sofie Jacobs
Deze masterscriptie, geschreven in het Engels, brengt twee juridische topics samen: de harmonisatie van Europees contractenrecht en het gebruik van niet-statelijke rechtsregels als toepasselijk recht in contracten. Zowel de geschiedenis van harmonisatie, het huidige stand van zaken, als het toekomstperspectief worden kort maar grondig in deze scriptie besproken.

The Perception of Painful Images: a closer reading of passport pictures

Kaat Somers
Fenomenologisch onderzoek naar de context en representatie van paspoortfoto's in vreemdelingendossiers van joodse slachtoffers van Wereldoorlog II. De som van vier casussen vormt een vraagstelling naar de perceptie en representatie van paspoortfoto's in het kader van de herdenking van de Shoah.

Wandelen tussen Wolkenkrabbers: Sociaal geheugen en identiteit in de context van Black History Month

Jef Cauwenberghs
In welke context wordt voor jonge Afro-Vlamingen een 'zwarte identiteit' geboren en hoe wordt deze door middel van sociaal geheugen in stand gehouden?

Forensische en Medische Aspecten van een Bomexplosie: een Literatuurstudie

Eloïse Vermylen
Civiele settings zijn meer en meer het mikpunt van terroristische dreigingen. Dit stelt onze gemeenschap voor een belangrijke uitdaging gezien onze beperkte ervaring met de verwondingen als gevolg van explosies. Deze literatuurstudie wil de kennis omtrent de werking van explosieven en de pathofysiologie van explosie-gerelateerde verwondingen helpen toelichten om zo te kunnen bijdragen aan een optimale preventie en behandeling.

Het kantoorinterieur volgens architect Léon Stynen

Anoek Beckers
Deze masterproef belicht hoe de Belgische architect Léon Stynen mee vormgaf aan niet alleen de architecturale verschijning van het kantoorgebouw, maar ook aan de nieuwe werkplekken die hierin werden ingericht.