Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

THE FISCAL IMPLICATIONS ON THE NEW PHENOMENON ESPORTS

Robrecht Sauter
Deze thesis behandelt de vraag of de huidige internationale belastingregels geschikt zijn om het bloeiende fenomeen van Esports aan te pakken.

Fiscale maatregelen in het federale en de deelstatelijke regeerakkoorden na de verkiezingen van mei 2019

Kenneth Neirinckx
Deze scriptie onderzoekt de fiscale maatregelen uit de verschillende regeerakkoorden. Er is onderzocht of de maatregelen werden opgenomen in de verkiezingsprogramma's van de meerderheidspartijen en of deze tegemoet komen aan de juridische en maatschappelijke noden.

Fiscaliteit en sport: de sportclub

Dean Braeckman
Fiscaliteit en sport: het lijken twee erg van elkaar verwijderde begrippen. Nochtans moeten ook sportclubs belastingen betalen. Er bestaan wel een aantal specifieke regels voor sportclubs. Vaak zijn deze gunstiger dan de normaal geldende fiscale regelgeving.

Het onderscheid der goederen en de toepassing ervan in het burgerlijk, sociaal en fiscaal recht: tijd voor verandering?

Kathlijn Brouns Kathlijn Brouns
In deze scriptie wordt het onderscheid der goederen, zijnde het onderscheid tussen roerende en onroerende eigendom, onder de loep genomen. Het onderscheid heeft belangrijke implicaties in het burgerlijk, sociaal en fiscaal recht. Via een rechtsvergelijkende studie wordt er nagedacht of er nood is aan verandering.

Redefining the arm's length principle for financial transactions with respect to changes in the regulatory framework

Casimir Leuridan
Het doel van deze scriptie is om de OESO ontwerptekst omtrent de transfer pricing aspecten van financiële transacties te analyseren vanuit een juridisch alsook economisch standpunt. De antwoorden op de onderzoeksvragen zouden treasury en taks professionals in staat moeten stellen om de transfer pricing implicaties van deze ontwerptekst op hun bedrijfsfinancieringsactiviteiten correct in te schatten.

Familiale bedrijfsopvolging in het Vlaams Gewest

Matthias De Coninck
Deze scriptie omschrijft de Vlaamse gunstmaatregel voor de overdracht van familiale bedrijven. Daarnaast bevat de thesis ook een korte vergelijking van verschillende technieken voor het behoud van controle van de onderneming na de overdracht.

Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige. Rechtsbescherming uit art. 6 EVRM bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

Eva Nackaerts
Deze masterscriptie onderzoekt of er voldoende rechtsbescherming aanwezig is voor de belastingplichtige verdachte die een minnelijke schikking afsluit of zijn schuld erkent bij het parket. Hierbij wordt er getoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Hard-to-value intangibles: How to manage them in a BEPS world?

Roeland Haest
Juridische analyse van de OESO richtlijnen over transfer pricing van hard-to-value intangibles in het kader van BEPS.

De rechtsbescherming van de belastingplichtige in het kader van de huidige 'una via'-regeling

Stevo Gatsos
In de strijd tegen fiscale fraude heeft de federale wetgever anno 2008 een parlementaire
onderzoekscommissie opgericht. De belangrijkste aanbeveling van deze parlementaire
onderzoekscommissie handelde over het instellen van een una via-regeling in fiscale
strafzaken. Dit heeft finaal geleid tot de wet 20 september 2012 tot instelling van het ‘una
via’-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging
van de fiscale penale boetes, oftewel de Una Via-wet.
Dit una via-principe houdt in dat slechts één weg kan ingeslagen worden in de beteugeling
van inbreuken op de fiscale wetten, hetzij strafrechtelijk met strafsancties, hetzij fiscaaladministratief
met fiscaal-administratieve sancties. De federale wetgever had met de
ontdubbeling van parallelle procedures een efficiënter fraudebeleid voor ogen. Concreet werd
dit gerealiseerd door het una via-overleg tussen de fiscale administraties, het Openbaar
Ministerie en de bevoegde politionele overheden, hetgeen de betrokken actoren in staat
diende te stellen uit te maken wat de meest adequate afhandelingswijze van het concreet
dossier zou zijn.
De federale wetgever heeft met de Una Via-wet eveneens gepoogd het non bis in idembeginsel,
zoals geïnterpreteerd door de Europese rechtscolleges, wettelijk te verankeren. Dit
beginsel belet dat eenzelfde persoon, die reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een
definitieve beslissing, opnieuw voor dezelfde feiten wordt berecht of bestraft. In dit opzicht is
het relevant om ook het strafrechtelijk karakter van administratieve sancties onder de loep te
nemen. Wanneer blijkt dat zowel een strafrechtelijke sanctie als een administratieve sanctie
met een strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM voor dezelfde feiten worden
opgelegd, zal het non bis in idem-beginsel toepassing vinden. Vóór de intrede van de Una
Via-wet voorzagen de fiscale wetboeken expliciet de mogelijk om strafrechtelijke sancties en
administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter te cumuleren. De Una Via-wet, met
respect voor het non bis in idem-beginsel, dient tegemoet te komen aan deze problematiek
door een decumul te voorzien, waarbij dezelfde rechtsonderhorige hetzij strafrechtelijk, hetzij
fiscaal-administratief gesanctioneerd wordt.

Het opzet van dit werk bestaat erin een analyse te maken van de rechtsbescherming van de
belastingplichtige in het kader van de huidige una via-regeling. Het onderzoek naar de
tegemoetkoming aan het non bis in idem-beginsel door de federale wetgever in het una viamodel
staat centraal. Om de evaluatie te kunnen maken of de wet hieraan voldoet is een
grondige uiteenzetting van de draagwijdte van het non bis in idem-beginsel in fiscale
strafzaken vereist. Dit gebeurt aan de hand van de bespreking van de bronnen en de
jurisprudentiële invulling van dit beginsel, met inbegrip van het strafrechtelijk karakter van
administratieve sancties. Vervolgens wordt, het non bis in idem-beginsel indachtig, de Una
Via-wet besproken. De totstandkoming, de onvolmaaktheden en de gedeeltelijke vernietiging
worden hierbij toegelicht. Het sluitstuk van dit onderzoek heeft betrekking op suggesties de
lege ferenda. Hierbij wordt onderzocht of het Nederlands una via-model, het sociaal
strafrecht en het aanrekeningsprincipe soelaas kunnen bieden.

De opstart van een onderneming

Britt Meeusen
Het starten van een eigen onderneming wordt in België alsmaar populairder. Zowel jongeren die net een diploma behaalden, als volwassenen die voordien in werknemersverband werkten, maken de stap om een eigen onderneming op te richten. Uiteraard dient een starter rekening te houden met allerlei aspecten. Zo moet de ondernemer aan de voorwaarden van het ondernemerschap voldoen, zich fiscaal voorbereiden en een ondernemersplan opstellen.

De regering heeft een positieve invloed op de jaarlijkse stijging van ondernemingen. De Vlaamse Overheid voorziet namelijk heel wat steunmaatregelen. Deze maatregelen zorgen zowel voor een aantrekkelijkere financiering van de onderneming, alsook de opstart van een onderneming door een inactieve 45-plusser. Verder schafte de regering ook het statuut van bedrijfskennis af en wordt binnenkort ook het leveren van het statuut van bedrijfsbeheer voor de meeste sectoren niet meer als verplicht aanzien. Zo ontstaat er een beter ondernemersklimaat tussen België en de Europese lidstaten.

Aan de hand van een casestudy worden hier de beste mogelijkheden voor de ondernemer bekeken. Een student die zal afstuderen in juni wenst zijn eigen onderneming op te richten en een werknemer die wenst om te schakelen naar het zelfstandige statuut in bijberoep. Zo worden de opties van de keuze van vennootschapsvorm geanalyseerd. De student wenst een onderneming in digitale marketing consulting op te richten en zal dus over weinig kapitaal moeten beschikken. De werknemer zal zelfstandige consultant in de farmaceutische sector worden. Het is voor de starters aan te raden een eenmanszaak op te richten. De ondernemers maken hiervoor geen onderscheid tussen het privévermogen en het vermogen van de onderneming. Aangezien de beperkte noodzaak van kapitaal, wordt dit aanzien als een beredeneerde keuze en vormt dit geen extra risico voor de starter.

Beëindiging bedingen van tontine en aanwas

Isabel Vanhengel
De beëindiging van het tontinebeding en het beding van aanwas indien één van de partners bij het eindigen van de relatie niet akkoord gaat.

Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing bij sportclubs: onderzoek naar staatssteun

Dimitri Thijskens
Voetbal-, volleybal en basketbalclubs genieten in België sinds 1 januari 2008 van een belangrijk fiscaal voordeel met de vrijstelling van doorstorting van tachtig procent van de
bedrijfsvoorheffing ingehouden op de lonen van hun sporters-werknemers. Uit het onderzoek in deze masterscriptie blijkt dat deze steunmaatregel moet beschouwd worden als staatssteun. Gevolg is dat de Europese Commissie de steun aan de verschillende sportclubs ab initio moet terugvorderen als er een klacht zou ingediend worden, wat de Belgische voetbalclubs meer dan vierhonderd miljoen euro zou kosten.

De Erfenissprong

Lien Van Goethem
De vrijwillige erfenissprong is een relatief recente vorm van successieplanning, waarbij de kleinkinderen rechtstreeks tot de nalatenschap van hun grootouders komen. Het gaat om een vorm van successieplanning in extremis, die mits de nodige aanpassingen kan uitgroeien tot een overdonderend succes.

De wijziging van artikel 15 (W.Venn.): de fiscale en boekhoudkundige impact

Raf Matthys
Ik bespreek theoretisch wat er allemaal veranderd is aan artikel 15. Daarna ga ik in op de boekhoudkundige impact door de wijzigingen in verslaggeving duidelijk te maken. Vervolgens bespreek ik a.d.h.v. een case uitgebreid de fiscale impact.

Fiscal Policy and Debt: The Net Effect on Growth

Ivo IJssennagger
Deze paper onderzoekt de argumenten voor bezuiniging en stimulans, gebaseerd op de schuldquote en de economische omstandigheden. Het introduceert het concept van een stijgende schuldenkost, en ontwikkelt een kosten-baten model van fiscaal beleid. Dit model wordt toegepast op de landen van de Eurozone, en toont overtuigend aan dat optimaal begrotingsbeleid per land en per jaar verschillend is.

Exitheffingen bij outbound zetelverplaatsingen van vennootschappen binnen de Europese Unie vanuit Belgisch en Europees perspectief

Eva Conix
Exitheffingen op niet-gerealiseerde meerwaarden worden beschouwd als beperkingen van het principe van vrijheid van vestiging. Deze heffing kan gerechtvaardigd worden door een evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid, overeenkomstig het fiscaal territorialiteitsbeginsel verbonden met de temporele component. Hiernaast kunnen lidstaten bijkomende voorwaarden stellen waardoor de verenigbaarheid met de vrijheid van vestiging onzeker is.

Artikel 918 B.W.: Mogelijkheden en gevaren

Els Matthys Natacha Chenot
Wanneer een ouder bij leven één van zijn kinderen wenst te bevoordelen biedt artikel 918 B.W. hiertoe een mogelijkheid. Echter zijn hier verschillende gevaren aan verbonden gezien deze bevoordeling op het moment van overlijden terug onder de loep kan genomen worden waardoor deze anders kan uitdraaien dan gehoopt.

De Belgische federale en regionale fiscaliteit na de zesde staatshervorming: et maintenant, on va où?

Servaas Pylyser
De Zesde Staatshervorming is op financieel en fiscaal vlak een onafgewerkt product. Welke Belgische en Europese regels dient men na te leven bij een toekomstige optimalisatie? Hoe kan een nieuwe staatshervorming de fiscale autonomie van de gewesten verder uitgebreiden?

IN WELKE MATE IS VERMOGENSPLANNING VOOR KINDERLOZE ECHTGENOTEN NOG MOGELIJK? EEN STAND VAN ZAKEN NA DE INVOERING VAN DE VCF EN NA 4 JAAR ANTIMISBRUIKBEPALING

Gerlinde Vanbeckevoort
In welke mate is vermogensplanning voor kinderloze echtgenoten anno 2016 nog mogelijk? Civielrechtelijke en fiscale toetsing van verschillende planningstechnieken en rechtsvergelijkend onderzoek met Nederland.
Pleidooi voor een drastische verlaging van de tarieven van de erfbelasting in zijlijn en gelijkschakeling met de tarieven van de schenkbelasting.

De toepassing van de verruimde minnelijke schikking bij fiscale fraude: een verkennend onderzoek

Maxim Verbeeck
Het betreft een kwalitatief onderzoek naar de criteria die magistraten hanteren om op een voorstel tot verruimde minnelijke schikking in te gaan bij fiscale fraude.

Klein en weerbarstig: waarom België, Luxemburg en Oostenrijk de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten aanvankelijk weigerden

Bram Vanhevel
België, Luxemburg en Oostenrijk hebben lange tijd geweigerd deel te nemen aan Europese initiatieven tot onderlinge uitwisseling van bankgegevens voor belastingdoeleinden. Bestaande theorie probeert dit te verklaren door te wijzen op het feit dat kleine landen geen baat hebben bij fiscale coöperatie. Deze scriptie probeert aan de hand van een Qualitative Comparative Analysis te verduidelijken waarom enkel deze kleine EU-lidstaten zich verzet hebben terwijl alle anderen wel hun fiat gaven.

Klein en weerbarstig: waarom België, Luxemburg en Oostenrijk de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten aanvankelijk weigerden

Bram Vanhevel
Mijn scriptie verklaart waarom België, Luxemburg en Oostenrijk zich jarenlang verzet hebben tegen de uitwisseling van bankgegevens onder Europese lidstaten

Indirect beleggen in vastgoed via een (residentiële) vastgoedbevak versus een gereglementeerde vastgoedvennootschap.

Maria Zalubovskaja
Gereglementeerde vastgoedvennootschap als nieuwe toevluchtsoord voor de bestaande vastgoedbevaks. De wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders heeft het landschap van de vastgoedbevaks grondig gewijzigd. Sindsdien moesten de vastgoedbevaks zich immers organiseren als een alternatieve beleggingsinstelling, wat  veel bijkomende formaliteiten en onnodige kosten met zich mee zou brengen zonder enkele economische meerwaarde daartegenover. De Belgische wetgever zag dat ook in en schiet ter hulp.

Generation skipping

Elise Henneuse
Kunnen kleinkinderen wel of niet rechtstreeks van hun grootouders erven?Op 10 december 2012 werd een nieuwe wet gestemd die een aantal wettelijke regels voor het krijgen van een erfenis aanpast. Luid wordt er geroepen dat ‘Generation skipping’ vanaf dan mogelijk is.Met de term ‘Generation skipping’ wordt bedoeld dat grootouders hun eigendom en hun vermogen bij hun overlijden niet meer doorgeven aan hun eigen kinderen, maar rechtstreeks aan hun eigen kleinkinderen.

The introduction of a financial transaction tax: Belgian, European and international initiatives.

Wouter Van Der Veken
De financiële transactietaks: opgepast voor de detailsWist u dat, naar schatting, ongeveer 45-50% van het totale volume van de aandelenhandel op de grote Amerikaanse beurzen niet rechtstreeks voortvloeit uit menselijke beslissingen, maar uit beursorders geplaatst door ingewikkelde computerprogramma's? Hoewel de cijfers voor de Europese beurzen lager liggen, is de algoritmische handel of "flitshandel" er zeker niet afwezig. Tegelijk worden financiële markten steeds meer overspoeld door -voor de niet-ingewijden- onbegrijpelijke financiële instrumenten.