Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

HOREN, ZIEN & ZWIJGEN Herkenning, signalering en doorverwijzing van kindermishandeling door leerkrachten in een basisschool van het GO! Onderwijs

Hanne Demeulemeester
Het doel van dit onderzoek is nagaan in hoeverre leerkrachten van een van het GO! Onderwijs op de hoogte zijn van de stappen die ze zelf kunnen nemen bij een vermoeden van kindermishandeling. Uit de resultaten blijkt dat leerkrachten weinig tot geen weet hebben van een beleid rond kindermishandeling op school. Er blijkt ook vaak onduidelijkheid en verwarring te zijn rond de melding van een vermoeden.

"Tussen de kartonnen dozen met al mijn verdriet." Een retrospectief onderzoek naar inspraak en beleving van jongeren geplaatst in een residentiële voorziening.

Floor Meersdom
Een retrospectief onderzoek naar inspraak en beleving bij jongeren geplaatst in een
residentiële voorziening.

Dit retrospectief onderzoek verkent de beleving van jongeren tussen 18 en 28 jaar over
inspraakmogelijkheden binnen een residentiële voorziening en wat zij als scharniermomenten
ervaarden.

Om deze doelstelling te benaderen werd er een literatuuronderzoek gedaan, waarna er
kwalitatieve semigestructureerde interviews afgenomen zijn bij zeven verschillende
respondenten. Na deze afname werden de interviews getranscribeerd en geanonimiseerd om
hierna een biografische analyse te maken van de verhalen van de respondenten.

Uit de literatuur blijkt dat jongeren die uit huis geplaatst zijn zelden inspraak ervaren bij de
uithuisplaatsingsprocedure en tijdens de plaatsing zelf. Deze
masterproef bevestigt wat in de literatuur besproken wordt. De resultaten laten zien dat de
jongeren die deelnamen duidelijk meer betrokken wilden worden in besluitvoering omtrent
hun leven, maar dat hier meermaals geen mogelijkheid toe was.
Verder blijkt dat wanneer ze een gebeurtenis als een ‘critical moment’ ervaren dit meestal voort
komt uit daden en woorden van iemand uit de jongere zijn directe omgeving of uit eigen nood
aan het veranderen van hun leven. De omgang met deze ‘critical moments’ is altijd context-,
persoons- en tijdsgebonden.

Solar cusp resonance

Pieter Vanmechelen
Resonanties van structuren in de atmosfeer van de zon zijn een mogelijke kandidaat voor het verklaren van het energietransport dat een rol kan spelen bij de temperatuur van de corona. Dit onderzoek bekijkt de trage resonantie van magnetische poriën, waarbij de bestaande modellen worden uitgebreid om te kunnen omgaan met een inhomogene randlaag die een betere schatting kan maken van de demping door resonanties.

LGBT+ in het onderwijs

Amber Moerman
Deze scriptie omvat een literatuurstudie en een impliciet onderzoek rond LGBT+ in het onderwijs.

L’adverbe 'visiblement' : analyse prosodique d’un marqueur évidentiel

Melissa Schuring
Een prosodische analyse van het Franse bijwoord 'visiblement' toont aan dat de twee betekenissen van het bijwoord te onderscheiden zijn door middel van toonhoogte. Bovendien blijkt de alombekende aanname dat komma's in een zin overeenstemmen met een pauze in spraak achterhaald. Met bovenstaande conclusies draagt deze scriptie bij aan het onderzoek in de (i) prosodie, (ii) de automatische spraakgeneratie en (iii) het taalonderwijs.

Micro-transitie: het middagmaal. Een combinatie van zorg en leren

Nicky Latomme
Binnen de opleiding 'educatieve bachelor voor kleuteronderwijs' kreeg dit onderzoek het onderwerp transities toebedeeld. De transitie situeert zich op de overgang
van klas naar middag, met als focus het gebeuren in de eetzaal tijdens het middagmaal. De
ontwerpvraag luidde als volgt: ‘Hoe moet het eetmoment tijdens de middagpauze ingevuld worden
zodat er voor de kleuters ingezet wordt op zorg, leren en welbevinden?’

The influence of Flemish pupils’ attitudes toward German on their language acquisition

Aaricia Herygers
Wat is de huidige stand van zaken voor Duits in het secundair onderwijs? Voor deze bachelorproef werd onderzocht in welke mate de mening van Vlaamse leerlingen tegenover de Duitse taal hun taalverwerving beïnvloedt.

Creatie van betekenisvolle activiteiten via triadisch werken door personen met jongdementie, mantelzorgers en ergotherapeuten

Amelie Vanden Berghe
In deze bachelorproef werd nagegaan hoe personen met jongdementie, mantelzorgers en ergotherapeuten betekenisvolle activiteiten kunnen creëren via triadisch werken. Dit gebeurde met het oog op het behouden van de identiteit en eigenwaarde van de persoon met jongdementie. Daarnaast werd er een draaiboek voor de ergotherapeut ontwikkeld dat concreet inzetbaar is in de praktijk.

Hoogbegaafde jongeren aan de universiteit: ontwikkeling van een aanbod voor studie-ondersteuning

Eline van den Muijsenberg
Sommige hoogbegaafde studenten ervaren belemmeringen in de transitie naar het hoger onderwijs en presteren lager dan verwacht, ondanks het potentieel om sterke academische resultaten te behalen. Om in te spelen op hun noden, werd in deze masterproef het coachingstraject 'Hoogbegaafd? En toch loop je vast bij het studeren?' ontwikkeld en geëvalueerd.

Mindfulness bij jonge kinderen: Hoe gaan ze om met hun emoties?

Tatjana Rens
Jonge kinderen hebben het moeilijk om op een positieve manier om te gaan met hun emoties. Mindfulness kan hen hierbij helpen waarbij er stap voor stap gewerkt wordt. Eerst gaan kinderen zich bewust worden van hun ademhaling en zintuigen om zo over te gaan naar het lichaamsbewustzijn en het omgaan met hun emoties.

Remember - Re-membering

Nadia Cogge John Deheegher Etienne Moons Rudy Baert
'Remember - re-membering'
Soms gaat het nooit voorbij
Het belang van herinneringseducatie bij de intergenerationele overdracht van de gevolgen van de twee Belgische wereldoorlogen.

Veel Vlamingen en Nederlanders leren zwemmen; volgen zij hetzelfde traject?

Luciënne Swinkels
De inhoud van deze bachelorproef gaat over de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen op het gebied van zwemlesmethodes, zwembewijzen en zwemorganisaties. Er wordt niet alleen stilgestaan bij zwemlessen voor kinderen, maar er wordt ook gesproken over zwemlessen voor volwassenen. Daarnaast is op de vraag; welke theorie schuilt achter zwemlesmethodieken?, geprobeerd een antwoord/oplossing te vinden.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

XXX - What Women Want. An inductive thematic analysis of the female experience of porno and porna in a patriarchal society.

Rosanne Coetsier
Kwalitatieve inductieve thematische analyse van hoe jong volwassen vrouwen in een patriarchale samenleving porno en porna ervaren op vlak van representatie van de vrouw en de invloeden op hun eigen leven.

De effectiviteit van een nieuw soort anti-rook boodschappen rekening houdend met kennis, zelf-effectiviteit en positieve uitkomstverwachtingen

Aude Vangrysperre
Deze masterproef biedt een eerste evidentie voor de effectiviteit van een nieuw
soort anti-rookboodschappen in de vorm van getuigenissen van ex-rokers.

Welke rol kunnen agrarische (maatwerk)bedrijven in België bekleden rond de re-integratie en revalidatie van burn-out in vergelijking met de Alnarptuin in Zweden?

Ilona Ruelens
Deze kwalitatieve bachelorproef is opgesteld om te onderzoeken of het succesvolle internationale project van de Alnarptuin te Zweden kan overgeheveld worden naar bestaande agrarische (maatwerk)bedrijven in België. Er wordt hierbij getoetst op realistische haalbaarheid en effectieve begeleiding van burn-out binnen de groene zorg. Dit gebeurt door middel van een vergelijkende casestudie met het maatwerkbedrijf De Wroeter te Sint-Lambrechts-Herk (België). Daarnaast verschaft deze scriptie informatie over de invloed die tuintherapie heeft op personen met een beperking.

We maakten gebruik van de gestandaardiseerde 'Garden Evaluation Toolkit', die opgesteld werd door Naomi Sachs, professor in de plantwetenschappen en landschapsarchitectuur. Op die manier konden we de omgevingselementen vergelijken, en onder brengen in een kolomdiagram. Er participeerden 23 geïnterviewden aan deze scriptie waaronder experts, tuintherapeuten, ervaringsdeskundigen, …

In de resultaten vind je een stappenplan of handleiding terug voor (maatwerk)bedrijven in België, zodat ze het project uit Zweden kunnen nabootsen. Als belangrijkste bevinding kunnen we stellen dat er een link is met onze levenswijze (politiek, economisch, enz.), het voortbestaan van de natuur en mensheid, en hedendaagse gezondheidscrisissen. Op die manier is er ook een verband tussen Covid-19 en het ontstaan van burn-out, namelijk een gemeenschappelijke oorzaak, die we omvatten als onze globale levenswijze. Dit is dus niet enkel een eindscriptie met een onderzoekend doel, maar bevat ook een waarschuwing. Namelijk de onaangename gevolgen die de mensheid te wachten staan, wanneer we in de toekomst niet ingrijpen.

Een vlees- en zuivelrijk eetpatroon in tijden van klimaatcrisis, een ethische analyse

Channa Cattoir
Kunnen we ons vlees- en zuivelrijk dieet vandaag nog rechtvaardigen? In tijden van klimaatverandering, overbevolking en massa-extinctie dringen ethische vragen zich op.

“Visit Rwanda” : a well primed public relations campaign or a genuine attempt at improving the country’s image abroad?

Thomas Yaw Voets
Deze scriptie probeert te verklaren waarom Rwanda, een arm Afrikaans land dat bekend staat vanwege de genocide die er plaatsvond in 1994, een steenrijke Engelse voetbalclub, Arsenal, sponsort. Om dit te doen is gebruik gemaakt van een casestudie, waarbij de contextuele omstandigheden in overweging werden genomen, die de keuze van de Rwandese overheid voor het toepassen van nation branding (kort samengevat, het toepassen van marketingtechnieken om landen te promoten) verklaren. Er wordt geconcludeerd dat het land hoogstwaarschijnlijk veel zichtbaarheid en misschien zelfs diplomatieke slagkracht heeft gekregen, maar dat het buitenlands beleid daarentegen lijkt gereduceerd te zijn tot de wetten van de marketingwereld, om zo voordelen te bereiken die waarschijnlijk te mooi zijn om waar te zijn.

Als mensen samenleven en ruimtes delen: cohousing in de lift - een onderzoek naar cohousing in Limburg

Anke Henrotte
Deze bachelorproef presenteert adviezen om cohousing in Limburg te bevorderen. Daartoe schetst dit eindwerk eerst een gedetailleerd beeld van de vijf bestaande Limburgse cohousingprojecten en legt het vervolgens de belemmeringen voor cohousing in de provincie bloot.

Angst mag er zijn, maar mag je niet leiden

Willeke Van Laken
Een aantal mogelijkheden waarmee een maatschappelijk werker in de residentiële voorziening aan de slag kan om met de angst van lagereschoolkinderen om te gaan na een uithuisplaatsing in Zuid-Afrika.

Ontwerp van een energieopwekking- en energieopslagsysteem voor een pluimveebedrijf in Senegal

Thomas Snijders Kristof Van Wassenhove
Om de energieproblemen van het Senegalese pluimveebedrijf 'Le Coquetier Social' op te lossen hebben we een windmolen ontworpen. Dit is een windmolen die platgelegd kan worden, waardoor de opbouw en het onderhoud veiliger kunnen gebeuren.

De (on)toereikendheid van het Vlaamse hulp- en dienstverleningsaanbod in Vlaanderen voor kinderen van (ex-)gedetineerden.

Anke Van Sande Charlotte Vanneuville Emma Vandaele Maury Hollebeke Salma El Issati Carlo Vandekerckhove Lieven Castelein Chayenne Staelens
We onderzochten de (on)toereikendheid van het Vlaamse hulp- en dienstverleningsaanbod in Vlaanderen voor kinderen van (ex-)gedetineerden. Hierbij maakten we ook de vergelijking met het expertisecentrum KIND uit Nederland. Zo konden we nagaan of dergelijke organisatie wenselijk is in Vlaanderen.

Uit onderzoek, in opdracht van Klasbak vzw, werd duidelijk dat het Vlaamse hulp- en dienstverleningsaanbod in Vlaanderen niet ideaal is om in te spelen op alle noden die kinderen van (ex-)gedetineerden ondervinden. Er bestaat namelijk geen enkele organisatie in Vlaanderen die zich volledig focust op deze kwetsbare en moeilijk te bereiken doelgroep.

Hoe kan je als orthopedagogische hulpverlener een jongere in een residentiële psychiatrische context tussen de 12 en 25 jaar en zijn directe omgeving helpen bij een depressie?

Ayrton Cools
Wat heeft een jongere nodig als hij of zij is opgenomen in een residentiële psychiatrische context met klachten van depressiviteit? Wat kan een hulpverlener doen en wie moet hij/zij betrekken in het traject?

Een kijkend kind ziet anders: een kwantitatieve inhoudsanalyse naar diversiteit op drie Vlaamse kinderomroepen

Emma Devos
Deze kwantitatieve inhoudsanalyse onderzocht de representatie van diversiteit op de drie Vlaamse kinderomroepen Ketnet, VTM KIDS en Studio 100 TV. De diversiteit van personages werd onderzocht aan de hand van vier factoren: gender, seksuele voorkeur, etniciteit en het hebben van een beperking.

In welke mate beïnvloedt de socratische gespreksmethode het innemen van extreme standpunten bij 16-jarige leerlingen tijdens de lessen r.k. godsdienst?

Bjarne Braeckman
De Socratische methode helpt in de preventie tegen extremisme in de klas.