Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hoe wij kijken naar Congo - impact van de onafhankelijkheid, de staatsverontschuldigingen en de BLM beweging op de representatie van Congo in Vlaamse kranten.

Indra Albrecht
Analyse van Vlaamse kranten naar discours betreffende Congo.

Terentianus Maurus: poeta doctus, grammaticus et magister - Een onderzoek naar de functie van de poetae novelli in Maurus' De Metris en een analyse van Latijnse metriek in het Vlaamse onderwijs

Jolien Van Roy
Een onderzoek naar het gebruik van de functie van fragmenten van de poetae novelli in Terentianus Maurus' De Metris. Aangevuld met een beknopte analyse van het aanleren van Latijnse metriek in het hedendaagse Vlaamse onderwijs.

Draw-a-scientist-test bij Vlaamse lagereschoolkinderen

Lise Reniers
Aan de hand van de draw-a-scientist-test wordt er nagegaan welk beeld Vlaamse lagereschoolkinderen hebben over wetenschap(pers).

Taaluitwisselingen in gezinsverband: Casestudy van taaluitwisselingen georganiseerd door Swap-Swap

Sophie Rombouts
Deze kwalitatieve studie aan de hand van semigestructureerde interviews beoogt een
antwoord te geven op drie onderzoeksvragen, namelijk de kenmerken van taaluitwisselingen (OV1),
de voordelen van taaluitwisselingen tegenover een ander type taalreis (OV2) en de voorwaarden
voor succes van taaluitwisselingen in gezinsverband tegenover taaluitwisselingen in schoolverband
(OV3). Concrete tips voor deelnemers aan Swap-Swap uitwisselingen en voor de organisatie zelf worden meegedeeld.

CTG misinterpretatie: Sneller gebeurd dan je denkt!

Lore Schurgers Jelina Baute Caro Merckx
Literatuuronderzoek dat nagaat hoe CTG misinterpretatie ontstaat, wat de gevolgen zijn (zowel voor het verloop van de arbeid en bevalling, als voor de neonaat) en aanbevelingen om de misinterpretatie tegen te gaan.

Syntax in de turnzaal: het effect van een les woordvolgorde geïntegreerd met sport

Judith Van Braeckel
In deze scriptie wordt het effect van lessen woordvolgorde gecombineerd met beweging onderzocht. Twee OKAN-klassen kregen een traditionele les over Nederlandse woordvolgorde in het klaslokaal en twee lessen Nederlandse woordvolgorde met beweging in de turnzaal, telkens gevolgd door een vragenlijst en een kennistest over woordvolgorde. De resultaten geven aan dat er een mogelijke leerwinst schuilt in gecombineerde lessen met beweging, maar dat er verschillende voorwaarden aan verbonden zijn, die verder onderzoek vereisen.

De toegankelijkheid van het openbaar vervoer met oog op een inclusieve samenleving: Vanuit het ergotherapeutisch denkkader

Emma Vandevijver Jolien Goossens
België is een land waarin iedereen wel eens het openbaar vervoer gebruikt, maar hoe staat het nu werkelijk met de toegankelijkheid van onze perrons, gebouwen en voertuigen? Is de Gentse infrastructuur te evenaren met pakweg Helsinki of Wenen? Deze bachelorproef vestigt de aandacht op mogelijke verbeterpunten voor de stad Gent zodat er geëvolueerd kan worden naar een zo inclusief mogelijk transportnetwerk. Aan de hand van literatuuronderzoek en observaties werden verschillende aandachtspunten vergeleken welke samengebracht zijn in een vergelijkende tabel. De beste good practices voor de stad Gent zijn geïntegreerd binnen een allesomvattende infographic.

Hiphop en Terrorisme

Merel Van Wambeke
In deze thesis wordt onderzocht hoe hiphopartiesten uit Brussel en New York reageren op terrorisme in hun stad.

Design of an e-bike specific cargo container system to stimulate sustainable commuting behaviour

Julian Adam
In mijn scriptie onderzocht ik hoe fietstassen specifiek voor e-bikes en speed pedelecs ontworpen kunnen worden. Hierbij slaagde ik er in om relatieve voordelen van de auto zoals beveiliging, bescherming van inhoud en het gebruiksgemak, weg te nemen. Zo kan een modal shift naar e-cycling bekomen worden.

Het begin van de magister militum: Constantius II's beleid omtrent de magister equitum et peditum

Yannis Brichant
Een onderzoek naar wat voor een beleid de Romeinse keizer Constantius II voerde omtrent zijn bevelhebbers.

Culture, cities & boundary drawing: Who can be found in the scene(s) of Brussels’ neighborhoods Matonge and Molenbeek?

Hannah Weytjens
Deze masterproef onderzoekt hoe mensen zich sorteren in scenes in de superdiverse maar gesegregeerde stad Brussel door te kijken naar het belang van culturele en esthetische elementen van de wijken Matonge en Molenbeek op het aantrekken van verschillende groepen mensen, zoals etnische minderheden of mensen met een middenklasse achtergrond.

Reasons behind non-participation: The case of non-participation of Belgian young adults in the Jeugd Parlement Jeunesse

Fien Pauwels
Kwantitatief onderzoek naar de redenen voor non-participatie van Belgische en hoogopgeleide jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Verklaring voor tegenvallende participatiecijfers aan de hand van politieke en sociologische theorieën.

Samenzweringstheorieën en de laatste jaren van de Romeinse Repubbliek (44-31 v. Chr.)

Collin Cardon
Ik heb onderzocht in welke mate Klassieke auteurs samenzweringstheorieën gebruikten in hun beschrijving van de gebeurtenissen tussen 44 en 31 voor Christus.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.

Leraren opleiden voor etnisch-culturele diversiteit

Heline Van Peteghem
Hoewel de etnisch-culturele diversiteit in de maatschappij als een meerwaarde kan gezien worden, neemt de etnische ongelijkheid in het onderwijs toe. Deze etnische ongelijkheid leidt tot verschillen in schoolprestaties, en vervolgens tot de reproductie van ongelijkheid in het onderwijs. Om deze onderwijsongelijkheid te overbruggen zijn succesvolle leerkrachten, en bijgevolg succesvolle lerarenopleidingen nodig. In dit onderzoek wordt nagegaan hoe lerarenopleidingen leerkrachten kunnen voorbereiden op de etnisch-culturele diversiteit onder leerlingen in het lager onderwijs, met aandacht voor de culturele competenties (attitudes, kennis en vaardigheden) van de leraar. De grote uitdaging hierbij is om de theoriepraktijkkloof te overbruggen en gelijke onderwijskansen te bieden aan alle leerlingen, ongeacht hun etnisch-culturele achtergrond. In het eerste deel van de studie werd een systematische literatuurstudie uitgevoerd van 19 literatuurreviews. De meest frequente theorieën en het belang van de culturele competenties werden toegelicht. Vervolgens werden er tien praktijken geïdentificeerd die effectief zouden zijn om leraren voor te bereiden op het omgaan met etnisch-culturele diversiteit bij leerlingen: (1) Een geïntegreerd curriculum op lange termijn, (2) De selectie van toekomstige leraren, (3) Kritische zelfreflectie, (4) Mentoring & coaching tijdens en na praktijkervaringen, (5) Community-based learning, (6) Continued professional development, (7) Voortdurende ondersteuning en samenwerking in de toekomstige praktijk, (8) Ontwikkelen van een veilige omgeving, (9) Focus op specifieke soorten behoeftes en de focus op algemene theorie, en (10) Innovatie en technologie.
In het tweede deel van de studie werd een multiple case studie uitgevoerd op twee lerarenopleidingen Lager Onderwijs in Brussel. Daarbij werd onderzocht in welke mate de tien praktijken tot curriculumdesign aan bod kwamen in het curriculum. Door triangulatie van drie soorten data (documentanalyse, interviews en online enquête) werden enkele resultaten gevonden. De praktijken die het sterkst aanwezig waren in de curricula van beide opleidingen zijn ‘Kritische zelfreflectie’ en ‘Community-based learning’. De praktijken ‘Focus op specifieke soorten behoeftes en de focus op algemene theorie’, en ‘Innovatie en technologie’ waren opvallend afwezig in het curriculum van beide opleidingen. Hoewel studenten uit beide opleidingen zich goed voorbereid voelen voor etnisch-culturele diversiteit, is er enige voorzichtigheid hieromtrent nodig. Zo kan de transitie naar het lerarenberoep als een praktijkschok aanvoelen en hun doeltreffendheidsbeleving doen dalen. Dit onderzoek is slechts een kleine stap voorwaarts in het opleiden van leerkrachten voor etnisch-culturele diversiteit. De systematische literatuurstudie, gebaseerd op reviews uit eerder internationaal onderzoek, duidt wel cruciale elementen aan die noodzakelijk zijn voor lerarenopleidingen in het opleiden van studenten voor etnisch-culturele diversiteit. Alle lerarenopleidingen zouden bijgevolg hun curriculum kunnen analyseren en evalueren in functie van de elementen geïdentificeerd uit de literatuurstudie.

Rechts-nationalistische alternatieve online media in Vlaanderen

Paulien Debrie
Dit onderzoek brengt rechtse alternatieve mediaspelers in Vlaanderen in kaart, door enerzijds bronnen te raadplegen die de onderzoeker in staat stelt een lijst te maken van alle bestaande spelers en door anderzijds de kenmerken van rechtse alternatieve media te toetsen aan de gevonden mediaspelers.

The effect of the Dyslexie, Arial and Times New Roman font on reading speed, text comprehension and reader preference. A randomised within-subject experiment with dyslectic and nondyslectic readers.

Maya Roels
In 2008, Christian Boer developed a font named “Dyslexie” which was designed to facilitate the reading process of people with dyslexia. The little amount of research that has been done on the impact of this font remains inconclusive. This investigation intends to gain a broader view on its impact by studying three factors of the reading process: reading speed, reading comprehension and reader preference. The Dyslexie font was compared with Times New Roman and Arial. The experiment was performed with 180 participants, both dyslectic and non-dyslectic. The results show that Dyslexie enhances the reading speed for all participants, however not significantly. Times New Roman showed the best reading comprehension while Arial was the most preferred font. The contradictory findings show that further interdisciplinary and detailed investigation on the influence of dyslexia is needed.

Transfereffecten van professionaliseringsinitiatieven over taalontwikkelend lesgeven aan ex-OKAN'ers-OKAN’ERS

Ellen Sauvage
Effectieve nascholingen kunnen leraren competenter maken in taalontwikkelend lesgeven aan ex-OKAN'ers. Deze thesis onderzocht het aanbod en de effectieve kenmerken van dergelijke nascholingen.

Gender stratification in the workplace environment: implications for mental health

Esther Lermytte
Genderstratificatie op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat psychosociale risicofactoren op de werkvloer ongelijk verdeeld worden onder mannen en vrouwen. Deze factoren beïnvloeden ons mentaal welzijn. Deze thesis bestudeert hoe de mentale gezondheid van mannelijke en vrouwelijke werknemers in Europa verschillend beïnvloed wordt door bepaalde jobkenmerken.

The anti-inflammatory effect of mesenchymal stem cell-derived extracellular vesicles in Niemann-Pick disease type C1 pathology

Jonas Castelein
De ziekte van Niemann-Pick type C1 is een ziekte waarvoor tot op heden enkel symptomatische behandelingen beschikbaar zijn. In deze scriptie wordt een behandeling gebaseerd op mesenchymale stamcel-afgeleide extracellulaire vesikels getest.

Welbevinden van cognitief sterke leerlingen in het basisonderwijs. Bevindingen in gespecialiseerd lager onderwijs tegenover traditioneel onderwijs

Kathleen Vander Cruyssen
Er werd een online cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd naar het welbevinden bij 187 leerlingen in het Vlaamse basisonderwijs met een vermoeden of diagnose van hoogbegaafdheid en hun ouders.
Onderzoeksvraag: “Is het welbevinden van cognitief sterke leerlingen die naar een gespecialiseerde lagere school (GS) gaan hoger dan dat van vergelijkbare leerlingen in traditionele scholen?” Aanvullend werd het verschil onderzocht in een gewone school: zonder extra ondersteuning (GO), individueel aangepast moeilijker leeraanbod (IA), deeltijds les met ontwikkelingsgelijken (‘peer grouping’) (PG) en individueel leeraanbod met ook ‘peer grouping’ (IP). Ten slotte werden leerlingen die één of meer leerjaren overgeslagen hebben vergeleken met niet-versnelde leerlingen.
Deze studie toont d.m.v. ANOVA en contrasten grote en positieve effecten aan van ondersteuningsmaatregelen (GS+IA+PG+IP) aan cognitief sterke leerlingen (versus GO) op algemeen welbevinden (d=2.369), tevredenheid algemeen (d=2.819), dingen die je hebt (d=1.825), waar je goed in wil zijn (d=2.616), die je dagelijks doet (d=1.42), relaties (d=1.589)) en schools welbevinden (welbevinden (d=2.977), tevredenheid (d=2.72), betrokkenheid (d=2.472), sociale relaties (d=1.823), pedagogisch klimaat (d=2.906)) en prestaties op rekenen (d=2.638). Volgens de ouders gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=1.623), sociaal emotioneel welzijn (d=3.187), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=5.369) en creativiteit (d=2.179) dan in andere scholen.
Wanneer cognitief sterke leerlingen in een gespecialiseerde school (GS) les volgen, zijn er bijkomende positieve en grote effecten tegenover ondersteuning in gewone school (IA+PG+IP) op totaal schools welbevinden (d=.983), schoolse tevredenheid (d=.98), betrokkenheid (d=.994), sociale relaties (d=2.177) en pedagogisch klimaat (d=.98). Op academisch zelfconcept, prestaties voor rekenen (d=-1.354) en begrijpend lezen (d=-1.048) is er een negatief effect (referentiegroep verschilt). Er gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=3.402), sociaal emotioneel welzijn (d=3.916), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=3.464) en creativiteit (d=2.820).
Er werden geen significante verschillen aangetoond tussen leerlingen in een gewone school met beide maatregelen versus één maatregel (IP vs IA+PG) en tussen versnelde leerlingen versus niet-versnelde leerlingen.

Happy Instagram feed, happy life? De rol van fear of missing out in het verband tussen Instagram gebruik en psychische klachten bij jongvolwassenen in COVID-19 tijden

Nadia D'Haese
Als je nog niet over Instagram hebt gehoord, moet je wel onder een grot leven. Het is één van de meest bekende sociale medium die momenteel aanwezig is. Het draagt echter wel een negatieve reputatie wanneer het aankomt op het psychische welzijn van jongvolwassenen. Maar is het allemaal wel echt zo zwart-wit zoals we denken? En welke rol speelt FoMO hierin?

Zelfmanagement als kernactiviteit van persoonsgerichte MS-zorg. Zorgen waar het moet, ontzorgen waar het kan.

Elise Peeters
Zelfmanagement wordt aanzien als een belangrijke sleutel tot effectieve MS-zorg en impliceert dat de relatie tussen zorgverlener en zorgvrager vanuit een nieuw referentiekader moet bekeken worden. Maar zijn zorgverstrekker en patiënt voldoende empowered om de nieuwe rol, die hen toebedeeld is, op te nemen? Daarom wordt een kwalitatief uitgewerkt concept (SOCK) aangeboden dat alle sterke factoren van optimaal zelfmanagement omvat. Zodat de moderne zorgverlener een houvast heeft om de patiënt vanuit een holistische visie te versterken in het beheersen van zijn ziekte.

Glyfosaat en recht

Anaïs Renard
Deze masterproef beoogt twee basisvragen te beantwoorden. Ten eerste, wat is het juridisch kader rond glyfosaat? Ten tweede, zou een vordering ingesteld kunnen worden voor de milieuschade veroorzaakt door glyfosaathoudende gewasbeschermingsmiddelen?

De Constructie van een Introspectieve Ruimte

Aline Verstraten
Essayistische scriptie over het ongrijpbare in de kunst. Dit verken ik via metaforen zoals het ogenblik, opschuren en afstoffen, microscopen en telescopen, zwarte gaten en asymptotische aanrakingen.